Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2020-202135570-VI nr. 2

Tweede Kamer der Staten-Generaal

35 570 VI Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (VI) voor het jaar 2021

Ontvangen 15 september 2020

Nr. 2 MEMORIE VAN TOELICHTING

Vergaderjaar 2020–2021

GERAAMDE UITGAVEN EN ONTVANGSTEN

Figuur 1 Geraamde uitgaven verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (bedragen x € 1 mln.). Totaal € 14.211

Figuur 2 Geraamde ontvangsten verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (bedragen x € 1 mln.). Totaal € 1.574

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGROTINGSWETSVOORSTEL

Wetsartikel 1

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld. Het wetsvoorstel strekt ertoe om de onderhavige begrotingsstaten voor het aangegeven jaar vast te stellen.Alle voor dit jaar vastgestelde begrotingswetten tezamen vormen de Rijksbegroting voor dat jaar. Een toelichting bij de Rijksbegroting als geheel is opgenomen in de Miljoenennota.

Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de uitgaven, verplichtingen en de ontvangsten vastgesteld. De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zogenoemde begrotingstoelichting).

Wetsartikel 2

Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de baten en de lasten, het saldo van de baten en de lasten en de kapitaaluitgaven en -ontvangsten van de in de staat opgenomen baten-lastenagentschappen, Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI), Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB), Nederlands Forensisch Instituut (NFI), Justitiële Uitvoeringsdienst, Toetsing, Integriteit, Screening (Justis) en Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) voor 2021 vastgesteld. De in die begrotingen opgenomen begrotingsartikelen worden toegelicht in onderdeel B (Begrotingstoelichting) van deze memorie van toelichting en wel in de paragraaf inzake de agentschappen.

Wetsartikel 3

Met ingang van 2002 is het stelsel van de rechtspraak ingrijpend gewijzigd. De belangrijkste wijziging is dat de rechtspraak, mede door de instelling van de Raad voor de rechtspraak en de invoering van het principe van integraal management bij het besturen van de gerechten, verantwoordelijk is geworden voor het eigen beheer. Op grond van de nieuwe bevoegdheidsverdeling is de Minister voor Rechtsbescherming niet verantwoordelijk voor de doelmatigheid van de rechterlijke organisatie, wel heeft de Minister een toezichthoudende verantwoordelijkheid. Conform artikel 93 van de Wet op de rechtelijke organisatie kan Onze Minister voor Rechtsbescherming algemene aanwijzingen geven ten aanzien van de taken zoals genoemd in artikel 91, voor zover dit noodzakelijk is met het oog op een goede bedrijfsvoering van de rechterlijke organisatie.

Dit betekent voorts dat in deel B naast de toelichting op beleidsartikel 32, waarin de beleidsdoelstelling van de Minister voor Rechtsbescherming ten aanzien van de rechtspleging wordt toegelicht, een apart hoofdstuk Raad voor de rechtspraak wordt opgenomen. In dit hoofdstuk wordt de feitelijke vertaling van de aan de rechterlijke organisatie ter beschikking gestelde bijdrage in concrete beleidsdoelstellingen en prestaties van de Raad en de gerechten voor het jaar 2021 gegeven.

Mede namens de Minister voor Rechtsbescherming,De Minister van Justitie en Veiligheid,

F.B.J.Grapperhaus

B. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ DE BEGROTINGSARTIKELEN

1. Leeswijzer

Deze leeswijzer gaat kort in op de hoofdonderdelen van de begroting.

Groeiparagraaf

Artikel 31 PolitieTen opzichte van het vorige begrotingsjaar zijn in deze begroting in artikel 31 politie twee wijzigingen aangebracht waarover de Kamer in juni 20201 is geïnformeerd. Naar aanleiding van de motie Van Dam en Kuiken is ten eerste aanvullende informatie opgenomen over de doelstelling en de staat van het beheer van politie, waarmee de aansluiting met de politiebegroting explicieter wordt. De tweede wijziging betreft de toevoeging van een extracomptabele staat welke ingaat op de besteding van de algemene bijdrage en de bijzondere bijdragen door de politie.

Hoofdstuk 2: Beleidsagenda

In de beleidsagenda wordt ingegaan op de kernthema’s van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV). Dit zijn de prioriteiten voor de kabinetsperiode Rutte III. In de beleidsagenda is verder een cijfermatig overzicht opgenomen van de belangrijkste beleidsmatige mutaties, een overzicht van de niet-juridisch verplichte uitgaven, een overzicht met de meerjarige planning voor de beleidsdoorlichtingen en een overzicht van de risicoregelingen die vallen onder dit ministerie.

Hoofdstuk 3 en 4: Beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen

Met het Ministerie van Financiën is de afspraak gemaakt dat de apparaatsuitgaven van de Hoge Raad (HR), het Openbaar Ministerie (OM) en de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) niet in het centrale apparaatsartikel 91 maar apart in beleidsartikel 32 (Hoge Raad), 33 (Openbaar Ministerie) en 34 (Raad voor de Kinderbescherming) worden opgenomen.

Hoofdstuk 5: Agentschapsparagrafen

De begrotingen van de agentschappen (met uitzondering van de dienst Justis) kennen een afwijkende lastencategorie, namelijk de post «(materiële) programmakosten». Onder deze post zijn de kosten opgenomen die samenhangen met de primaire taken van de agentschappen. De betreffende kosten worden niet als apparaatskosten gekwalificeerd.

Hoofdstuk 6: Raad voor de rechtspraak

In het wetslichaam is een apart wetsartikel opgenomen voor de Raad voor de rechtspraak. In de Wet op de rechterlijke organisatie is de verantwoordelijkheid voor de bedrijfsvoering geattribueerd aan de gerechten en aan de Raad voor de rechtspraak. Per 1 januari 2005 kent de Raad een bekostigingssystematiek die gebaseerd is op outputfinanciering en gelijktijdig is het baten-lastenstelsel ingevoerd. In deze begroting is gekozen voor een «bijdrage-constructie». Dit betekent dat op artikel 32 «Rechtspleging en rechtsbijstand» de bijdrage aan de Raad is opgenomen en de Raad voor de rechtspraak niet in de begrotingsstaat inzake agentschappen is opgenomen. Voor de Raad is in de begroting een apart hoofdstuk opgenomen, met daarin de gevolgen van de verstrekte bijdrage op het gebied van de bedrijfsvoering.

Overzichtsconstructies

Het Ministerie van JenV levert een bijdrage aan interdepartementale overzichtsconstructies Caribisch Nederland en de Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS). De coördinatie voor de eerste overzichtsconstructie is in handen van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. De Minister van Buitenlandse Zaken is verantwoordelijk voor de coördinatie van de HGIS en de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking heeft hierbinnen een coördinerende rol omtrent de verdeling van ontwikkelingssamenwerkingsgelden.

2. Beleidsagenda

2.1 Beleidsprioriteiten

Als de Covid-19 pandemie iets helder maakt, dan is het wel hoe afhankelijk we van elkaar zijn voor onze veiligheid en ons welzijn. Grote maatschappelijke vraagstukken kunnen we alleen samen aan. Deze beleidsagenda schetst wat de samenleving in 2021 kan verwachten van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV), de Rechtspraak en de andere organisaties die werken op de domeinen justitie, veiligheid en migratie. Met elkaar staan we voor de rechtsstaat, zetten we ons in voor rechtsbescherming en preventie, en treden we op bij wetsoverschrijdingen. We richten een effectief en menswaardig migratiebeleid in, zodat alleen mensen komen en blijven die er recht op hebben. We doen dit alles professioneel, menselijk en met maximale transparantie.

Ons optreden als JenV is hierbij altijd aanvullend. Het is eerst en vooral aan ouders en docenten om kinderen gezond normbesef mee te geven, terwijl sociale professionals nodig zijn om kwetsbare gezinnen meer stabiliteit en perspectief te brengen. Ook bedrijven en maatschappelijke organisaties spelen een belangrijke rol; de vlotte inrichting van de anderhalvemeter-samenleving liet zien hoezeer zij de sociale orde vormen én handhaven waarbinnen we samen leven. We verwachten hier medewerking van mensen, maar evenzeer een kritische houding. Breed draagvlak onder de bevolking maakte de uitvoering van noodmaatregelen mogelijk. Maar de afgelopen periode zijn daar ook stevige discussies over gevoerd, gezamenlijk bepalen draagvlak én discussies onze collectieve democratische weerbaarheid. Ten diepste is die geworteld in vertrouwen in de rechtsstaat. Dat vertrouwen verplicht. De inzet is om de inbreuk op vrijheden zo beperkt mogelijk te houden en te verankeren in democratische gelegitimeerde wetgeving. De door de Ministers van VWS, JenV en BZK voorgestelde tijdelijke wetgeving voorziet daarin (wetsvoorstel Tijdelijke wet maatregelen covid-19).

Te midden van alle onzekerheid moeten overheden, bedrijven en burgers kunnen rekenen op goed functionerende instituties van de rechtsstaat. De afgelopen periode hebben duizenden professionals keihard gewerkt, veelal vanuit huis, om de rechtsstaat draaiende te houden. Het goede nieuws is dat deze instituties zich buitengewoon weerbaar hebben getoond. Op de politie en de boa’s konden we blijven rekenen, ook in deze ingewikkelde tijden. In gevangenissen, asielzoekerscentra en andere organisaties is de werkwijze aangepast op de anderhalve meter norm. Nieuwe vormen van samenwerking zijn ontstaan in de ketens, met kortere lijnen en snellere besluiten. Online werken is met grote voortvarendheid opgepakt, van digitaal contact met de kinderbescherming en juridische loketten, tot telehoren in lopende asielzaken en digitale overleggen in gerechtelijke procedures.

De crisis heeft veel verdriet en schade gebracht, ook in het domein van justitie en veiligheid. Vooral in die situaties waar direct contact met mensen nodig is voor een goede procedure of begeleiding, is omgang op afstand suboptimaal. Maar de huidige tijd biedt óók kansen. Juist nu moeten we inzetten op innovaties die helpen bij het herstel én die ons minder kwetsbaar maken in de toekomst. Gezamenlijk en met onze partners gaan we bezien welke nieuwe werkwijzen in aanmerking komen om mee door te gaan. De focus ligt op kennisuitwisseling, en wanneer technologie kan ondersteunen, maken we daar zeker gebruik van.

De coronacrisis heeft onvermijdelijk effecten op de JenV-begroting, resulterend in:

  • extra uitgaven om de primaire processen door te laten gaan, zoals de aanschaf van beschermingsmiddelen en intensiveringen in elektronische monitoring en telehoren;

  • werkvoorraden in strafrechtketen zijn opgelopen (met name bij OM en Rechtspraak), wat leidt tot hogere kosten in 2020;

  • diverse posten gerelateerd aan corona waarvoor JenV extra kosten moet maken, bijvoorbeeld voor de instelling van het programma DG Covid-19;

  • er is een tegemoetkomingsregeling voor sociaal advocaten (voor hen die hun inkomen uit vergoedingen vanuit de gesubsidieerde rechtsbijstand substantieel zien dalen);

  • lagere ontvangsten uit griffie-bijdragen, administratiekostenvergoeding en Boeten en Transacties.

In 2021 zal verder worden gewerkt aan het wegwerken van de door de coronacrisis opgelopen werkvoorraden.

Hieronder beschrijven we de hoofdlijnen van beleid op de terreinen van justitie, veiligheid en migratie voor 2021. De inzet staat het komende jaar onvermijdelijk in het bijzondere licht van de crisis en de maatregelen waarmee we nog enige tijd zullen moeten leven. Er zijn grootschalige aanpassingen nodig in huisvesting, fysieke inrichting en werkwijzen. Het is de vraag in hoeverre processen in 2021 weer normaal kunnen verlopen en of we alle ambities op het geplande tijdpad kunnen waarmaken. De financiële ruimte is immers beperkt en sterk afhankelijk van het herstel van de wereldeconomie.

Koesteren van de rechtsstaat

Een goed functionerende rechtsstaat is het fundament van onze samenleving. Wetten en regels waaraan iedereen gelijke rechten kan ontlenen, bieden vrijheden en zekerheden aan burgers en bedrijven. De vele duizenden professionals die werkzaam zijn bij de rechterlijke macht, de politie en andere instellingen maken de rechtsstaat in de dagelijkse praktijk levend. Zij zorgen ervoor dat mensen ook daadwerkelijk hun recht kunnen halen en ervaren dat de rechtsstaat er ook voor hen is.

Bescherming van de rechtsstaat begint bij het signaleren van bedreigingen. Iedere drie jaar stelt het kabinet een Nationale Veiligheidsstrategie (NVS) op: een integrale afweging van wat onze nationale belangen bedreigt en welke aanpak nodig is. Naast infectieziekten, zijn er op dit moment met name risico’s rondom digitale dreigingen en uitval van vitale infrastructuur. Eind 2020 verschijnt een midterm review van de NVS-2019 en in 2022 wordt de NVS geheel vernieuwd. In 2021 wordt een bredere analyse gemaakt die de verwevenheid van interne en externe veiligheid tot uitdrukking brengt, wat de grondslag vormt voor een nog meer integrale strategie.

Op basis van de NVS worden plannen uitgewerkt, samenwerkingsverbanden opgezet en oefeningen uitgevoerd. Maar hoe goed je je ook voorbereidt, als de echte crisis komt is alles altijd anders. Het is dan razendsnel schakelen om de juiste maatregelen te nemen en zorgvuldig te communiceren. In reactie op Covid-19 pandemie heeft de crisisstructuur onder regie van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) het afgelopen half jaar overuren gedraaid. Effectieve samenwerking tussen nationale en lokale partners is hier cruciaal, alsmede de samenwerking binnen en tussen de veiligheidsregio’s. We zijn van plan deze samenwerking in het komend jaar te versterken, op basis van de evaluatie van de Wet veiligheidsregio’s en leerpunten uit diverse crisistypen, waaronder de actuele. Ook op EU-niveau is ruimte voor verbetering. De aanpak van een crisis moet zo dicht mogelijk aansluiten bij de werkelijkheid ter plaatse en daarom zetten wij in op betere samenwerking tussen lidstaten om waar nodig de coördinatie op EU-niveau te verbeteren.

De huidige ontwikkelingen tonen nogmaals hoe sterk onze samenleving leunt op digitale technologie: vrijwel alle vitale processen en diensten zijn afhankelijk van ICT. Dit maakt digitale veiligheid nóg belangrijker. Langs de lijnen van de Nederlandse Cybersecurity Agenda (NCSA) en de kabinetsreactie op het WRR-rapport: ''Voorbereiden op digitale ontwrichting'' versterken we de respons bij incidenten en crises met digitale aspecten. We zetten met een reeks van publieke en private partners in op het voorkomen van incidenten en versterken van de weerbaarheid. In ons stelsel is veel ruimte voor publiek-private samenwerking en eigen verantwoordelijkheid. Hiertoe brengen we in kaart welke wettelijke bevoegdheden er bestaan om informatie te delen of om in te grijpen. Dit geldt ook voor bevoegdheden om te sturen op de digitale weerbaarheid bij rijksoverheid, vitale aanbieders en niet-vitale organisaties. De uitkomsten hiervan kunnen desgewenst een plek krijgen in de wijziging van de Wet beveiliging netwerk- en informatiesystemen (Wbni), met inachtneming van de huidige ministeriële verantwoordelijkheid.

Een goed functionerende rechtsstaat stoelt op solide instituties. Om effectief te zijn, moeten de Rechtspraak en JenV-organisaties als het Openbaar Ministerie, de politie en het gevangeniswezen kunnen rekenen op vertrouwen, respect en herkenning van de waarde die zij leveren. Deze professionals opereren dagelijks in een complexe en vaak schrijnende werkelijkheid, met de uitdaging om tegelijk rechtmatig, effectief én kostenbewust te zijn. Met oog voor de mens in plaats van het cliëntnummer. Dit vraagt om hoogwaardig personeel en investeringen in kwaliteit en technologie. Daarnaast is er helderheid nodig over de uitvoerbaarheid van opgedragen taken. De organisaties werken hier gezamenlijk aan en worden met dit oogmerk ook betrokken bij de totstandkoming van beleid. Hieronder gaan we verder in op wat de instellingen van justitie, veiligheid en migratie het komend jaar gaan doen om opnieuw hun effectiviteit verder te verhogen.

Effectieve organisaties van de rechtsstaat

Modernisering van de rechtspraak

Juist in crisistijd is de rol van de rechtspraak als onafhankelijke derde staatsmacht van groot belang. Dit zien we ook internationaal, waar landen verschillend omgaan met de rechtstatelijke onderbouwing van noodverordeningen. In EU-verband zal JenV namens Nederland aandringen op projecten ter versterking van de rechtsstaat. Met de European Review Cycle komt er ook een instrument waarmee de ministers van Justitie lidstaten kunnen aanspreken op ontwikkelingen in de rechtsstaat.

Als gevolg van de crisis is de urgentie om achterstanden bij diverse organisaties in te lopen, groter geworden. Dit geldt in het bijzonder voor de Rechtspraak. Die zet alles op alles om de snelheid erin te houden, onderwijl verder bouwend aan de modernisering die al in gang was gezet. Verbetering van doorlooptijden, een effectieve organisatie en innovatie staan ook in 2021 op de agenda als onderdeel van de meerjarige afspraken tussen de Rechtspraak en JenV. De bedoeling is dat mensen die een geschil hebben of slachtoffer zijn van een misdrijf sneller geholpen worden en ook sneller genoegdoening krijgen.

Er komen investeringen in digitalisering. Overeenkomstig het regeerakkoord is er voor 2021 nog een bedrag van €45,1 mln. gereserveerd voor de strafrechtketen. Ook voor het civiele- en bestuursrecht wordt 2021 een belangrijk jaar voor verdere digitalisering. Die eerste zaakstromen zullen digitaal gaan verlopen met toepassing van aangepaste regelgeving voor digitaal procederen. In EU-verband krijgt de digitale samenleving ook prioriteit: er komen nieuwe wetgevingsinitiatieven rondom privacy en consumentenbescherming. En lidstaten versterken hun samenwerking rondom toepassing van kunstmatige intelligentie in opsporing en rechtspraak.

Ook op andere terreinen vinden innovaties plaats. Naar verwachting treedt de tijdelijke Experimentenwet Rechtspleging in 2021 in werking. Nieuwe (verplichte) experimenten kunnen dan starten met eenvoudigere procedures die conflicten niet op de spits drijven, maar partijen bij elkaar brengen en echte oplossingen bieden. Met de Rechtspraak is afgesproken dat door wordt gegaan met beproeven hoe procedures maatschappelijk effectiever kunnen worden gevoerd. Omdat geschillen het meest effectief worden opgelost als partijen tot elkaar komen, worden duurzame geschiloplossing middels mediation bevorderd. Er komt een wetsvoorstel, met onder meer een wettelijk register voor beëdigd mediators, dat in de loop van 2021 voorligt bij het parlement.

Capaciteit op orde

Jaarlijks wordt op basis van het Prognosemodel Justitiële ketens (PMJ) geraamd welke capaciteitsbehoefte wordt verwacht in de justitiële keten. Op basis van de meest recente ramingen van de PMJ, waarbij geen rekening is gehouden met eventuele gevolgen van de coronacrisis (het PMJ-proces is opgestart eind 2019 en is in januari 2020 afgerond), zijn er meerjarige bijstellingen verwerkt op basis van de meest recente uitkomsten van de PMJ-raming. In 2021 is er ruim € 142 mln. aan de begroting toegevoegd, structureel gaat het om € 332 mln. Het leeuwendeel hiervan gaat naar DJI: het gevangeniswezen € 113 mln., forensische zorg € 108 mln. en TBS € 38 mln.

Merkbaar versterkte politieorganisatie

Om de uitdagingen in de veiligheidsaanpak aan te gaan, is een flexibele, moderne politieorganisatie nodig. Dit kabinet heeft de operationele formatie uitgebreid onder andere naar aanleiding van moties uit de Tweede Kamer over bijvoorbeeld bij de Zedenpolitie, de Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel (AVIM) en in verband met de Brexit. Sinds het begin van deze kabinetsperiode wordt gewerkt aan de uitbreiding van de politiecapaciteit, naast de vervanging van een groot aantal medewerkers vanwege pensioen. De komende jaren worden de gevolgen echt goed merkbaar, omdat het eerste, grotere cohort aspiranten afstudeert en in een operationele functie aan de slag gaat. Daarnaast begint de vernieuwde basisopleiding, waardoor aspiranten in twee jaar (in plaats van drie) worden opgeleid en deels al onder begeleiding kunnen werken in de praktijk.

De coronacrisis bevestigt dat verbinding met de wijk voor de politie van essentieel belang voor haar functioneren. De politie ontwikkelt zich naar een organisatie waarin de oriëntatie op wijk, web en wereld wordt versterkt. Mede naar aanleiding van de uitkomsten van het Inspectierapport Gebiedsgebonden Politiewerk (GGP) wordt gerichter naar versterking van de basispolitiezorg gekeken, bijvoorbeeld door medewerkers in te zetten die zich richten op criminaliteit rond scholen of die als digitale wijkagent opereren. Ook bij de dienstverlening door politie zal nabijheid centraal staan.

Robuuste migratieketen

Bij het verder ontwikkelen van een robuuste migratieketen komen er verschillende analyses en beleidsdoorlichtingen tot stand. Hierbij wordt in 2021 ook gekeken naar partners waar een substantiële subsidierelatie mee is (artikel 37.2 en 37.3). Daarnaast brengen we in kaart op welke onderdelen de nationale wet – en regelgeving en uitvoeringspraktijk significant afwijkt van andere EU-lidstaten, om te onderzoeken in hoeverre aanpassingen kunnen bijdragen aan de effectiviteit van de migratieketen.

Een speciale Taskforce werkt aan het verkleinen van de wachtlijsten bij de IND. Om toekomstige fluctuaties in de instroom van asielzoekers beter het hoofd te bieden, worden ook in 2021 maatregelen die bijdragen aan flexibilisering van de asielketen door de ketenpartners verder uitgevoerd. De samenwerking tussen de ketenpartners en sturing op de migratieketen is onderwerp van voortdurende verbetering en reflectie.

Samengevat over de effectiviteit van de rechtstaat: de Rechtspraak, de politie en de migratieketen werken aan hun eigen effectiviteit om de uitdagingen van de huidige tijd aan te gaan. Versterking van de justitieketens zal overigens ook centraal staan in de nieuwe beleidsagenda voor de JenV-inzet in Caribisch Nederland. Hieronder geven we aan wat deze en andere organisaties op het domein van justitie en veiligheid van plan zijn om te gaan doen in het komend jaar.

Rechtsbescherming

De instanties van justitie en veiligheid zijn onverminderd aanwezig voor de rechtsbescherming van hen die dat nodig hebben. Vooral kinderen die bedreigd worden in hun ontwikkeling of veiligheid moeten snel geholpen worden. JenV werkt aan een breed gedragen toekomstscenario voor een effectievere jeugdbeschermingsketen. Dit wordt begin 2021 geleverd, samen met een plan van aanpak. Om huiselijk geweld en kindermishandeling sneller te stoppen worden in 2021 landelijke afspraken gemaakt met Veilig Thuisorganisaties over het optreden in de eerste 24 uur van een crisissituatie en bij vermoedens van kindermishandeling. In 2021 zal gewerkt worden met een landelijk handelingskader en kwaliteitscriteria voor de inzet van forensisch-medische expertise, waardoor slachtoffers beter worden geholpen en daders effectiever aangepakt.

Ons land heeft een goede digitale infrastructuur, die helaas ook voor criminelen aantrekkelijk is. Straffen voor allerlei vormen van digitale criminaliteit zijn bovendien relatief laag, zo ook voor het distribueren van kinderporno via servers in ons land. Dat is een beschamende situatie. De bestrijding van kinderporno krijgt daarom een impuls. Maximale straffen gaan omhoog en internetbedrijven (hosters) die laks omgaan met meldingen krijgen te maken met dwangsommen en bestuurlijke boetes. Er komt een wet om Nederlandse hosters aanhoudend bestuursrechtelijk aan te pakken. We willen geen kinderporno op servers in Nederland.

Bij een scheiding zijn kinderen nog te vaak de dupe. Bescherming van de rechten van kinderen staat daarom centraal in de ontwikkeling van een scheidingsaanpak die escalatie voorkomt en zorg en rechtspraak beter verbindt. In de loop van 2021 zijn de eerste uitkomsten beschikbaar van de nieuwe procedures, mede op basis van experimenten in twee arrondissementen. Ook wordt duidelijk hoe de prototypes van een digitaal scheidingsplein en een virtuele scheidingsbegeleider eruit komen te zien. Er komt een AMvB die regelt dat een gezinsvertegenwoordiger kan optreden zonder tussenkomst van advocaten.

Jongeren zijn niet alleen slachtoffers, soms worden ze ook daders. We maken ons vooral zorgen over hun betrokkenheid bij cyber- en drugscriminaliteit en gebruik van geweld. Naast de noodzakelijke focus op vroegsignalering, bewezen innovatieve interventies en goede nazorg, gaan we het jeugdstrafrecht aanpassen: er komt snellere, gerichte sanctionering van wetsovertredingen door jeugdigen. We willen deze trend keren om zowel de samenleving als de jongeren zelf te beschermen.

Bescherming is ook het doel van verbetering van de toegang tot het recht. Voor mensen die hier op achterstand staan, kent Nederland een stelsel van gefinancierde rechtsbijstand, momenteel in proces van herziening. Speerpunt hierin is de intensivering van rechtsbijstand bij ZSM-zaken (Zorgvuldig, Snel en op Maat). Naast de reeds bestaande wettelijk verankerde vormen van rechtsbijstand, wordt consultatiebijstand en rechtsbijstand bij OM-afdoening verleend. In 2021 wordt dit uitgebreid naar alle verdachten van misdrijfzaken. Hiervoor is jaarlijks € 10 mln. begroot binnen het totale budget voor rechtsbijstand.

Een prioriteit van dit kabinet is ook een betere bescherming van slachtoffers van misdrijven. De in 2018 gestarte Meerjarenagenda Slachtofferbeleid komt in 2021 tot een afronding. Een belangrijk spoor is het ondersteunen van slachtoffers bij het verhalen van schade. Hiertoe is in 2020 een college opgericht dat begin 2021 adviseert hoe het stelsel te verbeteren. Medio 2021 start ook (na goedkeuring door TK en EK) de implementatie van de Wet uitbreiding slachtofferrechten, die onder andere verdachten van zware gewelds- en zedenmisdrijven verplicht ter zitting te verschijnen.

De coronacrisis vergroot de maatschappelijke verschillen. Mensen die op meerdere gronden discriminatie ondervinden zijn daarbij extra kwetsbaar. Politie, OM, Rechtspraak en andere organisaties die staan voor de rechtsstaat hebben hier een bijzondere verantwoordelijkheid. Zij voeren het gesprek over regels en gewoonten die werkelijke gelijke behandeling in de weg staan en blijven hun eigen inclusiviteit bevorderen. Anti-discriminatie is de norm en bij overtreding handhaven we, ook online. In Europees verband maken we afspraken om online ‘hate speech’ aan te pakken. Het Meldpunt internetdiscriminatie krijgt een stevige positie. Het Nationaal Actieprogramma Discriminatie krijgt een vervolg. Zo worden delicten met een discriminatie-aspect zwaarder bestraft. We voeren het Actieplan Veiligheid LHBTI verder uit en zetten € 1 mln. in tegen antisemitisme. Met gemeenten en de KNVB gaan we racisme, antisemitisme en homofobie in voetbalstadions tegen. Het wordt eenvoudiger om discriminatie te melden; alle meldingen krijgen opvolging, binnen of buiten het strafrecht.

Mensen die in aanraking komen met politie en justitie, kunnen een psychiatrische of psychische stoornis hebben. Voor de veiligheid van de samenleving is het van belang dat zij een passende behandeling en beveiliging ontvangen. Het programma forensische zorg beoogt een nieuw en versterkt fundament voor een betere balans tussen zorg en veiligheid, met ook aandacht voor goed risicotaxatie management. Ook wordt de analyse uitgewerkt die is gemaakt in het kader van de Brede maatschappelijke heroverwegingen ‘zorg voor een veilige omgeving’. De focus daarbij ligt op het afremmen van de groei van de uitgaven van de forensische zorg.

De vraag wanneer veroordeelden, met of zonder tbs-indicatie, een veilig begin kunnen maken met terugkeer in de samenleving vergt een buitengewoon zorgvuldige afweging. Begin 2021 treedt de Wet Straffen en Beschermen in werking, die het onder meer mogelijk maakt dat partners meer informatie met elkaar kunnen delen over re-integratie en risico’s, dat gedetineerden op een beperkt beveiligde afdeling kunnen worden geplaatst en dat het OM een voorwaardelijke invrijheidsstelling beslissing kan nemen.

Onderwerpen als de balans tussen zorg en veiligheid in de forensische instellingen of die tussen bescherming van kinderen en vervolging van jeugddelinquenten zijn doortrokken van de dilemma’s die inherent zijn aan de dubbele taak op ons domein – enerzijds de rechtsbescherming en anderzijds handhaving van wetten en regels en bestraffing van overtreding. Dit spanningsveld komt op talloze manieren tot uiting in de dagelijks praktijk, zeker omdat zowel in de rechtsbescherming als in de veiligheidsaanpak intensief wordt samengewerkt met een hele reeks aan partners. Lokaal bestuur, advocaten, bedrijven, maatschappelijke organisaties die zich inzetten voor steun aan ex-gedetineerden en asielzoekers etc. – allen brengen zij eigen perspectieven en waarden in die meegenomen moeten worden in de overwegingen.

Dit geldt des te sterker in de veiligheidsaanpak, waar de partners van justitie en veiligheid vaak slechts één van de partijen zijn. Hieronder wordt beschreven waar onze organisaties zich het komende jaar vooral voor gaan inzetten. Bij het lezen is het dus goed te bedenken dat bij al deze onderwerpen ook een reeks aan andere interventies plaatsvindt vanuit andere departementen, bestuurslagen, bedrijfsleven en maatschappelijke partners, zowel lokaal als internationaal.

Prioriteiten in het veiligheidsbeleid

In de veiligheidsaanpak wordt telkens bezien waar de dreigingen zijn en wat voorrang moet krijgen bij de aanpak (zie 2.2.Veiligheidsagenda). Daarom is de Veiligheidsagenda tussentijds herijkt. De coronacrisis heeft in elk geval tijdelijk effect op criminaliteitsvormen: inbraken, zakkenrollen en andere vormen van traditionele criminaliteit daalden tijdelijk, terwijl fenomenen als cybercrime en fraude via internet in omvang groeien. Daarnaast gaan reeds gesignaleerde trends verder. Criminaliteit lijkt te verharden, ook onder jongeren – ondanks de sterke daling van geregistreerde algemene jeugdcriminaliteit. Grensoverschrijdende criminaliteit, cybercrime en drugscriminaliteit blijven aandacht vereisen. Maatschappelijke scheidslijnen verdiepen zich al langer in Nederland en met het onvermijdelijke economische laagtij zal de komende periode extra aandacht nodig zijn voor mensen die minder weerbaar zijn, ook tegen de verlokkingen van criminaliteit en radicalisering.

Bij dit alles is het lokaal bestuur een cruciale partner. De verantwoordelijkheid voor het lokale veiligheidsbeleid ligt immers bij de gemeente. De burgemeester heeft ook verschillende bevoegdheden in het kader van zijn openbare orde taak; zo overlegt hij of zij binnen het driehoeksoverleg over de taakuitvoering van de politie. Daarom werken het departement en taakorganisaties van JenV nauw samen met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, het Nederlands Genootschap van Burgemeesters en gemeenten zelf. De OOV-portefeuille (Openbare Orde en Veiligheid) bestaat al langere tijd niet meer alleen uit klassieke handhaving van de openbare orde en crisisbeheersing. Zorg, leefbaarheid, veiligheid en de bestuurlijke aanpak van ondermijning en georganiseerde criminaliteit zijn inmiddels zwaarwegende en tijdrovende onderdelen. Denk hierbij aan bevoegdheden op het terrein van huiselijk geweld, het drugsbeleid en binnen het sociale domein. De veranderde invulling van taken hangt samen met de stevigere rol die van gemeenten gevraagd wordt, bijvoorbeeld bij de aanpak van radicalisering en ondermijning. Er moet continue aandacht zijn voor toerusting van het lokaal bestuur om die stevigere rol te vervullen. Samen met de Minister van BZK wordt in 2021 verder uitvoering gegeven aan de Agenda Burgemeester (Kamerstukken II 2019/20, 35300 VII, nr. 108).

De afgelopen jaren ziet Nederland nieuwe vormen van zware criminaliteit, waarbij het gebruik van grof geweld te midden van gewone burgers niet geschuwd wordt. Criminele organisaties spreiden hun tentakels uit in de bovenwereld en ondermijnen zo onze rechtsstaat. We hebben te maken met een diepgeworteld probleem, dat we niet gaan oplossen met incidentele maatregelen. Gedurende een langere periode is daarom een aanpak nodig die het mogelijk maakt langdurige samenwerkingsverbanden en diepergaande expertise op te bouwen. De afgelopen periode is hard gewerkt om robuuste maatregelen te nemen en die ook structureel te maken.

De aanpak van ondermijning is prioriteit, in de volle breedte: van lokaal tot internationaal, met de focus op voorkomen, oprollen en afpakken. Voor 2021 is € 141 mln. structureel extra ter beschikking gesteld. We leveren daarvoor meer bewaking en beveiliging (ca. € 40 mln.). Ook komt er een Multidisciplinair Interventie Team, waarin alle betrokken diensten intensief samenwerken (ca. € 82 mln.). Daarnaast is eenmalig € 15 mln. uitgetrokken om de lokale aanpak te verstevigen. Ten slotte is voor ondersteunende versterkingen € 4 mln. uitgetrokken. In 2020 hebben acht gemeenten incidentele middelen gekregen voor preventie van ondermijning; deze voorstellen worden mede in 2021 geïmplementeerd.

Ook de bouw van een nieuwe extra beveiligde gevangenis in Zeeland maakt onderdeel uit van de aanpak van ondermijning (met additionele middelen buiten de hierboven genoemde gelden). In juni 2020 is een bestuursakkoord gesloten over de compensatie voor het feit dat de Marinierskazerne niet naar Vlissingen verhuist. Onderdeel is de Law Delta met onder meer een justitiecomplex en een Strategisch kenniscentrum Georganiseerde Ondermijnende Criminaliteit in Vlissingen. Het totale budget aan Rijkszijde van € 650 mln. in 10 jaar tijd is te vinden bij de begroting van het Ministerie van BZK (bijlage 7 die ingaat op de rijksuitgaven).

Georganiseerde criminaliteit en fraude zijn ook aandachtspunten in de verwachte snelle uitrol van aanzienlijke Europese fondsen ten behoeve van economisch herstel. Economische steunmaatregelen in reactie op de effecten van de Covid-19 crisis dienen degenen te bereiken die daar het meest behoefte aan hebben. Fraude daarmee wordt dan ook actief bestreden, zowel op nationaal niveau als in EU-verband. Het is van belang dat Eurojust en Europol adequaat zijn toegerust om hun rol bij de aanpak van georganiseerde misdaad en fraude te kunnen vervullen. Hetzelfde geldt voor het Europees bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en het Europees OM (EOM). Het is van belang dat die laatste zo snel mogelijk van start gaat, zodra er voldaan is aan alle voorwaarden om dat mogelijk te maken en gaat doen waarvoor het is opgericht, te weten het bestrijden van fraude met EU-middelen. Een en ander maakt deel uit van de integrale besluitvorming over het nieuwe EU Meerjarig Financieel Kader (MFK), passend binnen de kabinetsinzet voor een modern en financieel houdbaar MFK.

Bijzondere aandacht binnen de aanpak van georganiseerde criminaliteit is er voor mensenhandel. Het lopende interdepartementale programma Samen tegen mensenhandel krijgt ook in 2021 verdere uitvoering, onder meer met de realisatie van afspraken uit de veiligheidsagenda 2019-2022. Daarbij wordt in 2021 met de middelen uit de motie Segers-Asscher verder gewerkt aan uitbreiding van de politiecapaciteit ten aanzien van de bestrijding van mensenhandel. Aandachtspunt blijft ook de gemeentelijke aanpak waarover in het interbestuurlijk programma afspraken zijn gemaakt. Daarbij blijft JenV betrokken bij de implementatie van de handvatten die VNG ontwikkelt en de uitrol van het kader. JenV blijft in contact met de betrokken partners zoals de VNG en de Regionale Informatie- en Expertise Centra (RIECs) om knelpunten te signaleren en waar mogelijk op te lossen. Verdere verbetering van de mogelijkheden tot gegevensdeling tussen ketenpartners is eveneens een belangrijk speerpunt. Naast gegevensdeling in de keten zal ook gewerkt worden aan de gegevensverzameling ten behoeve van de Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen. Tot slot zullen op basis van actuele ontwikkelingen waar nodig nieuwe maatregelen getroffen worden om de aanpak samen met betrokken partners blijvend te versterken.

De dreiging van cybercrime neemt toe. In antwoord hierop gaan we door met de verstoring van criminele verdienmodellen. We houden aandacht voor slachtoffers van online criminaliteit en zetten gericht in op veilig internet-gedrag, onder meer met een preventieconvenant tussen publieke en private partners. Er komt € 10 mln. extra voor uitvoering van de Wet Computercriminaliteit III. Er komen strakkere waarborgen voor de publieke aanschaf van hacksoftware en grotere inzet op het beschermen van de privacy van burgers onderling. Stevige inzet is er op het verspreiden van wraakporno; dit wordt als een zelfstandig delict strafbaar gesteld.

De terroristische dreiging in Nederland is in 2020 nog altijd aanzienlijk. Prioriteit ligt op het voorkomen van een aanslag. Verder ligt komend jaar het accent op verdere verbetering van de informatie-uitwisseling en detectie van jihadistische reisbewegingen, vervolging van terugkeerders uit strijdgebieden en re-integratie na detentie, inzet op preventie met een individuele maatwerkaanpak en beter zicht op effectiviteit van lokale interventies. We gaan problematisch gedrag (links- en rechts- en islamitisch extremisme) en ongewenste buitenlandse financiering tegen en ondersteunen gemeenten bij de aanpak hiervan. Daarbij wordt ingezet op bevordering van transparantie van maatschappelijke organisaties (wetsvoorstel ligt ter advisering bij de Raad van State). Daarnaast komt er een uitbreiding van een verbod voor radicale organisaties die tot doel hebben onze democratische rechtsstaat omver te werpen (de wetswijziging ter verruiming van de mogelijkheden tot het verbieden van rechtspersonen(2:20 BW) komt in het najaar ter behandeling).

Bij de aanpak van dreigingen door statelijke actoren ligt de focus op economische veiligheid, ongewenste buitenlandse inmenging gericht op de diaspora en bescherming van democratische instituties. We verbeteren informatie-uitwisseling en maken doelgroepen bewuster van dreigingen. De veiligheid van de aanstaande Tweede Kamerverkiezingen krijgt extra aandacht. Een investeringstoets wordt ingezet om te beschermen tegen nationale veiligheidsrisico’s bij overnames en investeringen. Ook risico’s bij inkoop vanuit de overheid en vitale infrastructuur gaan we beter beheersen. Ongewenste kennisoverdracht in brede zin wordt via de weg van (academisch) onderwijs en onderzoek beperkt door verder in te zetten op bewustwording, handvatten voor veiligheidsbeleid en verscherpt toezicht op onderzoek en onderwijs. Er komt een strategisch afwegingskader om te bepalen of (nieuwe) technologie cruciaal is voor de nationale veiligheid. Rijksbreed onderzoeken we hoe we de strategische afhankelijkheid van Nederland te verkleinen.

Een menswaardig en effectief migratiebeleid

Migratie is een dynamisch, veelzijdig en complex vraagstuk, met duidelijke internationale, Europese en nationale dimensies en samenwerkingsverbanden. Het is juist daarom van belang om open en transparant te communiceren over ontwikkelingen, knelpunten en doelstellingen. In 2021 gaat de aandacht uit naar de hierboven beschreven versterking van de migratie-keten. Daarnaast gaat de aandacht uit naar versterking van het Europees grenzentoezicht, het stimuleren van kennismigratie en het gemeenschappelijk asielbeleid. De aanpak van overlast en terugkeer van onrechtmatig verblijvende vreemdelingen is een prioriteit.

Grenzen en Schengen

Een open maar weerbaar Schengen is van groot belang voor de interne markt en het vrij verkeer van personen. Het kabinet zet in op versterking van het grenstoezicht en het verbeteren van de implementatie van het Schengen- en asielacquis, ook omwille van het waarborgen van vrij verkeer. Ten aanzien van de buitengrenzen versterkt Nederland zijn bijdrage in personeel aan Frontex. Het agentschap zal door de nieuwe verordening meer capaciteit krijgen en een sterker mandaat ten aanzien van geïntegreerd grensbeheer en terugkeer. Het beheer van de buitengrenzen wordt verder verbeterd door implementatie van zes Europese verordeningen, waarbij in 2021 de nadruk ligt op de realisatie van SIS (Schengen Information System), EES (Entry-Exit System) en ETIAS (European Travel Information and Authorization System), en verdere digitalisering van het grensproces.

Gemeenschappelijk Europees Asiel Stelsel

De Europese Commissie heeft in 2020 een nieuw asiel- en migratiepakket voorgesteld, met onder meer wetsvoorstellen voor de hervorming van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel (GEAS). In 2021 wordt de behandeling hiervan voortgezet. Een effectief asielsysteem is essentieel voor het goed functioneren van Schengen. Nederlandse prioriteiten zijn het voorkomen van secundaire migratiestromen en het aanpakken van oneigenlijk gebruik van asielprocedures en de daarmee samenhangende voorzieningen. Inzet van het kabinet hierbij is dat het traditionele op rechten geënte systeem wordt gecomplementeerd met een sterk systeem van regels, zonder hierbij solidariteit uit het oog te verliezen. Gewenste verbeteringen zijn onder meer de ontwikkeling en implementatie van een verplichte buitengrensprocedure voor kansarme asielverzoeken (terugkeer incluis), verdere harmonisatie van asielprocedures en opvangvoorzieningen en het efficiënter maken van de Dublinregels. Ook willen we streng toezicht middels monitoring door het EU-asielagentschap EASO en krachtige handhaving van de regels door de Commissie.

Minder overlast en illegaliteit, meer terugkeer

Een wisselende en relatief kleine groep asielzoekers zorgt in Nederland voor disproportionele overlast en criminaliteit. Hiermee ondermijnen ze het draagvlak voor de opvang van asielzoekers die zijn gevlucht voor oorlog en geweld. Dit vraagt om een stevige aanpak. De integrale (lokale) aanpak van de migratieketen, de strafrechtketen en het lokale bestuur zal in 2021 verder geïntensiveerd worden met de inzet van ketenmariniers, waarbij steeds wordt gekeken of aanvullende maatregelen (ook op het gebied van bewaring) noodzakelijk en mogelijk zijn. Vreemdelingen uit veilige landen zijn oververtegenwoordigd in de groep overlastgevenden; zij worden in 2021 separaat en versoberd opgevangen. Dit past bij de relatief korte tijd die zij veelal in Nederland verblijven vanwege hun kansarme asielaanvraag. Daarnaast helpt dit om deze personen goed beschikbaar te houden voor de afhandeling van de asiel- en eventuele terugkeerprocedure.

In 2021 zal een evaluatie van de vijf pilot-Landelijke Vreemdelingenvoorzieningen (LVV’s) worden opgeleverd. Bij een positieve evaluatie gecombineerd met de opgedane ervaring zal de inzet zijn om een bestuursakkoord met de VNG te sluiten, om in de toekomst te komen tot een landelijk dekkend netwerk. De verwachting is dat de LVV’s de noodzaak wegnemen voor gemeenten om eigen bed, bad en broodvoorzieningen in stand te houden. Al tijdens de pilotperiode bouwen gemeenten de BBB-capaciteit in eenzelfde tempo af als die van de LVV wordt opgebouwd.

Terugkeer is aan de orde voor iedere vreemdeling die niet rechtmatig in Nederland verblijft. Binnen de EU zet Nederland zich in voor toepassing van de Visumcode om landen aan te spreken die onvoldoende meewerken aan terugkeer van hun onderdanen. Om de irreguliere instroom te verminderen en de terugkeer te bevorderen, versterken we zowel bilateraal als in EU-verband de samenwerking met prioritaire landen van herkomst en transitlanden. Daartoe zet JenV, samen met BZ en andere partners, in op o.a. versterken van opvang en bescherming van vluchtelingen in de regio, opschalen van vrijwillige terugkeer, aanpakken van irreguliere migratie en mensensmokkel en meer capaciteit voor migratiemanagement. Voor landen waar vanuit migratieoogpunt prioriteit ligt, geldt een kabinetsbrede aanpak met inzet van alle beschikbare instrumenten van buitenlands beleid.

Het verkrijgen van het Nederlanderschap is een groot goed. Het kabinet verzwaart de voorwaarden die hieraan worden gesteld. Vanaf medio 2021 geldt dat vreemdelingen die om naturalisatie verzoeken het Nederlands moeten beheersen op taalniveau B1, een niveau hoger dan de huidige vereiste. Deze verhoging onderstreept het grote belang dat het kabinet hecht aan de nationaliteit.

Het stimuleren van kennismigratie blijft van belang. De verblijfsregeling voor essentieel personeel van startups treedt begin 2021 in werking. Prioriteit heeft daarnaast het stroomlijnen en concretiseren van regelgeving, bijvoorbeeld ten aanzien van de erkend referent. Hiermee zet Nederland verdere stappen in het aantrekken én het behouden van internationaal talent.

Tot slot

In deze beleidsagenda is beschreven wat de voornemens zijn voor 2021 op de terreinen van justitie, veiligheid en migratie. Zowel waar het inhoudelijk beleid betreft, als waar het gaat om versterking van de organisaties die het dagelijks werk uitvoeren. Zij doen dit niet alleen; bij elk onderwerp is een keur aan stakeholders en belanghebbenden betrokken. Hun onderlinge samenwerking vormt de ruggengraat van de aanpak, we doen het echt met elkaar.

In die samenwerking zijn stevige discussies aan de orde van de dag. Over de voorwaardelijke invrijheidsstelling, over de hoeveelheid agenten in de wijk en over terugkeer van onrechtmatig verblijvende vreemdelingen - om er enkele te noemen. We nemen alle perspectieven ter harte en zoeken telkens naar maatschappelijk draagvlak voor de aanpak. Toetssteen blijven de kernwaarden van onze rechtsstaat. Niet dat dat het eenvoudiger maakt. De professionals in de rechtsstaat staan dagelijks voor ingewikkelde dilemma’s. Rechtsbescherming van daders én bescherming van slachtoffers. Informatie verzamelen die de collectieve veiligheid dient én waarborgen van de privacy; strak handhaven van de anderhalve meter normen én ruimte laten voor fundamentele grondrechten. Onze intentie is om zo transparant mogelijk te zijn over de keuzes die onder onze verantwoordelijkheid worden gemaakt en hierover met de grootst mogelijke openheid te communiceren. We verwelkomen hierbij nadrukkelijk het maatschappelijk debat. Ook in dit opzicht is bescherming van de rechtsstaat een zaak van ons allemaal.

2.2 Veiligheidsagenda

In de Veiligheidsagenda hebben de Minister van JenV, het college van procureurs-generaal en de regioburgemeesters doelstellingen geformuleerd voor de periode 2019–2022. Deze Veiligheidsagenda is complementair aan de lokale veiligheidsagenda’s.

In onderstaande tabel worden de prestatie-indicatoren omtrent de belangrijkste thema’s gepresenteerd. Een uitgebreide toelichting evenals de definities van de indicatoren zijn te vinden in de Veiligheidsagenda 2019–2022.

In het Landelijk Overleg Veiligheid en Politie (LOVP) van 29 juni jl. is de herijking van de Veiligheidsagenda besproken. Daaraan voorafgaand heeft via de politiechefs in de regionale driehoeken een (schriftelijke) appreciatie plaatsgevonden.

Voor 2020 worden de doelen uit 2019 gehandhaafd. In november 2020 wordt in het LOVP een voorstel over de doelstellingen voor 2021 besproken.

Tabel 1 Veiligheidsagenda 2019-2022
 

Realisatie

Norm

Norm

Norm

 

2019

2020

2021

2022

Ondermijnende criminaliteit

    

Aantal aangepakte criminele samenwerkings-verbanden (csv’s)

1.522

1370

  

Mensenhandel

    

Aantal gemelde slachtoffers bij Comensha

884

   

Aantal OM-verdachten mensenhandel

145

190

  

Aantal complexe onderzoeken

39

   

Cybercrime

    

Aantal reguliere onderzoeken naar cybercrime

381

310

  

Waarvan alternatieve of aanvullende interventies

35

77

  

Aantal fenomeen onderzoeken naar cybercrime

21

41

  

Waarvan alternatieve of aanvullende interventies

0

20

  

Aantal high tech crime onderzoeken

19

20

  

Online seksueel kindermisbruik

    

Inzet gericht op misbruikers / vervaardigers (in aantal zaken)

193

100

  

Inzet gericht op keyplayers (/netwerken) (in aantal zaken)

15

15

  

Inzet gericht op bezitters / verspreiders (in aantal zaken)

632

400

  

Executie

    

Positief afgedane dossiers

51%

40%

  

Aantal dossiers in behandeling

33

100

  

2.3 Belangrijkste beleidsmatige mutaties

De onderstaande tabellen bevatten de belangrijkste mutaties voor respectievelijk de uitgaven en ontvangsten sinds de ontwerpbegroting 2020. Daarbij is onderscheid gemaakt tussen mutaties bij nota van wijziging, bij Voorjaarsnota 2020 en bij Miljoenennota 2021. De mutaties die groter zijn dan € 10 mln. worden toegelicht en, indien politiek relevant, worden ook kleinere mutaties toegelicht.

Tabel 2 Belangrijkste beleidsmatige uitgavenmutaties t.o.v. vorig jaar (bedragen x € 1.000)
  

Beleidsartikel

2020

2021

2022

2023

2024

2025

 

Stand uitgaven ontwerpbegroting 2020

 

13.376.219

13.111.078

12.766.551

12.736.770

12.727.716

13.000.342

         
 

Nota van wijziging

       

1.

Bestrijding van mensenhandel en gedwongen prostitutie

31

2.000

6.000

8.000

10.000

10.000

10.000

2.

Zedenzaken

31

5.000

10.000

13.000

15.000

15.000

15.000

3.

Digitalisering strafrechtketen

33

45.100

0

0

0

0

0

         
 

Voorjaarsnota 2020/ eerste suppletoire begroting 2020

       

4.

Asiel

32, 37, 91

142.912

173.177

57.104

50.810

21.942

23.943

5.

Oda toerekening eerstejaars asielopvang

37

99.332

120.567

75.996

63.765

71.447

69.469

6.

Prognosemodel Justitiële Ketens (PMJ)

32, 34 91

118.334

151.732

282.733

280.985

283.953

278.199

7.

Ondermijning

32

88.000

141.000

150.000

150.000

150.000

150.000

8.

Invulling Taakstelling

92

46.950

46.950

46.950

46.950

0

0

9.

Dwangsommen IND

37

38.900

0

0

0

0

0

10.

Rechtsbijstand

32

36.500

36.500

0

‒ 6.700

‒ 3.000

0

11.

Loonbijstelling 2020

alle

357.250

350.484

341.354

340.728

340.667

348.363

12.

Prijsbijstelling 2020

92

49.571

48.370

47.026

46.790

46.669

47.537

13.

Kasschuiven

31, 32, 33, 92

24.645

32.215

125.154

43.451

‒ 19.926

‒ 205.539

         
 

Overige mutaties voorjaarsnota

 

‒ 24.708

‒ 106.928

‒ 68.774

‒ 61.679

‒ 64.944

‒ 86.152

         
 

Miljoenennota 2021/ Ontwerpbegroting 2021

       

14.

RA middelen: tranche 2021 politie

31

0

23.000

23.000

23.000

23.000

23.000

15.

Law Delta Zeeland

32, 33, 34

500

1.000

1.500

2.000

2.000

37.855

16.

Kasschuif ondermijning en afpakken

33, 34

‒ 23.900

12.550

11.200

150

0

0

17.

Digitalisering werkprocessen strafrechtketen

33

0

45.100

46.000

0

0

0

18.

Justitiële Jeugdinrichting (JJI) Teylingereind

34

23.000

0

0

0

0

0

19.

Grenzen en Veiligheid

37, 92

19.367

0

0

0

0

0

20.

Kasschuif IND

37

40.000

‒ 40.000

0

0

0

0

21.

Corona gerelateerde kosten

92

60.000

40.000

0

0

0

0

         
         
 

Overige mutaties miljoenennota

 

‒ 74.247

7.838

18.954

15.002

15.002

16.635

         
 

Stand ontwerpbegroting 2021

 

14.450.725

14.210.633

13.945.748

13.757.022

13.619.526

13.728.652

Toelichting

  • 1. Bestrijding van mensenhandel en gedwongen prostitutie.N.a.v. de motie van de leden Segers en Asscher (Tweede Kamer, vergaderjaar 2019–2020, 35 300, nr. 25) wordt een oplopende investering van structureel € 10 mln. beschikbaar gesteld voor de versterking van de Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel (AVIM) van de politie. Met de middelen uit de motie worden alle onderdelen van de AVIM versterkt ten behoeve van de aanpak van mensenhandel.

  • 2. ZedenzakenDe motie van de leden Klaver cs (Tweede Kamer, vergaderjaar 2019-2020, 35 300, nr. 11) leidt tot structureel € 15 mln. oplopende investering voor extra capaciteit van de zedenpolitie, in (medisch) forensisch onderzoek en in opleiding tot zedenrechercheurs.

  • 3. Digitalisering strafrechtketenDe Regeerakkoordmiddelen voor digitalisering van werkprocessen in de strafrechtketen die gereserveerd waren op de Aanvullende Post zijn overgeheveld naar de JenV-begroting. De middelen worden besteed aan verscheidende projecten met als doel om papier uit de keten te krijgen, de dienstverlening te verbeteren en te investeren in de kernsystemen.

  • 4. AsielAls gevolg van de hoger dan verwachte asielinstroom en een oplopende verblijfsduur in de asielopvang, loopt de bezetting in het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) op en dit leidt tot meerkosten. Een deel van de kosten van de opvang van eerstejaars asielzoekers uit ontwikkelingslanden wordt toegerekend aan ODA. Ook bij de Immigratie en Naturalisatie Dienst (IND), zijn er meerkosten mede in verband met het wegwerken van opgelopen achterstanden. Voorts is het budget van de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) en de Raad voor de rechtspraak (RvdR) in de jaren 2020-2022 als gevolg van de hogere asielinstroom verhoogd. Daarnaast vallen de kosten van Nidos € 15 mln. tegen als gevolg van een lagere bezetting van alleenstaande minderjarige vreemdelingen.

  • 5. ODA toerekening eerstejaars asielopvangDe hogere uitgaven voor de opvang in het eerste jaar van asielzoekers worden conform de bestaande afspraken toegerekend aan ODA en overgeheveld van de begroting van BHOS naar de JenV-begroting.

  • 6. Prognosemodel Justitiële Ketens (PMJ)Het Prognosemodel Justitiële Ketens (PMJ) geeft de capaciteitsbehoefte aan van de justitiële keten. Op basis van het PMJ wordt het budget voor de justitiële ketens in 2020 in totaal met € 118,3 mln. verhoogd met een oploop naar € 284,3 mln. in 2025. Sommige reeksen bij DJI zijn op het niveau 2022 doorgetrokken.

  • 7. OndermijningBij de eerste suppletoire begroting is de bij Najaarsnota 2019 toegekende € 110 mln. via de eindejaarsmarge toegevoegd aan het budget voor het brede offensief tegen ondermijnende criminaliteit. Daarvan is € 22 mln. doorgeschoven naar latere jaren. In 2020 is daarmee € 88 mln. beschikbaar. Voor 2021 is het budget verhoogd naar € 141 mln. en met ingang van 2022 naar € 150 mln. structureel.

  • 8. Invulling TaakstellingVoor de jaren 2020 t/m 2023 was er nog een in te vullen taakstelling opgenomen in de JenV-begroting van € 47 mln. per jaar. Thans is deze taakstelling ingevuld door een deel van de prijsbijstellingstranche 2020 in te zetten (€ 15 mln. per jaar), een verlaging van de uitgaven aan externen als onderdeel van de apparaatsuitgaven (€ 5 mln.), diverse afrekeningen met agentschappen en een tweetal ramingsbijstellingen (vreemdelingenbewaring en onrechtmatige detentie).

  • 9. Dwangsommen INDDe kosten voor de dwangsommen bij de IND worden geraamd op € 65,4 mln. De dekking van deze kosten wordt voor een bedrag van € 39,8 mln. gevonden bij meevallers uit de afrekeningen over 2019 van Nidos en COA, uit het afromen van het eigen vermogen boven de 5% bij COA en een bedrag uit de asielreserve. Het restant van € 26,5 mln. wordt door de IND gedekt uit een voorziening van het eigen vermogen.

  • 10. RechtsbijstandVorig jaar zijn bij Najaarsnota middelen aan de begroting van JenV toegevoegd voor de Rechtsbijstand. Door middel van de eindejaarsmarge zijn deze en overige onderuitputting op het rechtsbijstandbudget overgeheveld naar 2020 (€ 63,3 mln.). Een gedeelte van deze middelen wordt door middel van een kasschuif verschoven naar 2021 zodat in 2020 en 2021 jaarlijks € 36,5 mln. beschikbaar is voor een tijdelijke toelage voor de sociale advocatuur. Om op het totaal benodigde bedrag van € 73 mln. te komen is € 9,7 mln. ingepast in het meerjarige programmabudget voor de stelselherziening. Om dit te bewerkstelligen is een kasschuif binnen het budget van de rechtsbijstand verwerkt.

  • 11. Loonbijstelling 2020De tranche loonbijstelling 2020 is met deze mutatie aan de begroting van JenV toegevoegd en vervolgens verdeeld naar de desbetreffende artikelen.

  • 12. Prijsbijstelling 2020De jaarlijkse prijsbijstelling wordt met deze mutatie toegevoegd aan de JenV- begroting en is ingezet voor de gedeeltelijke invulling van de taakstelling (€ 15 mln.) en voorts via een kasschuif voor een verhoging van het structurele budget voor ondermijning.

  • 13. KasschuivenEr is een aantal kasschuiven gedaan van de jaren 2020 tot en met 2025 om het budget in overeenstemming te brengen met de uitgavenplanning. Het betreft onder ander een kasschuif op een vroegpensioenregeling van de politie (inkoop Max), een kasschuif bij DJI ter dekking van frictiekosten en een kasschuif bij rechtsbijstand voor tijdelijk extra middelen sociale advocatuur. Naast deze grotere kasschuiven bevat deze categorie een drietal kleinere kasschuiven voor verkeershandhaving Openbaar Ministerie, wet normalisering rechtspositie ambtenaren voor de Hoge Raad en de Raad voor de rechtspraak en CAO rechterlijke macht.

  • 14. RA-middelen: tranche 2021 politieDe Politie heeft bij het Regeerakkoord structureel extra middelen gekregen voor verschillende te nemen maatregelen. Deze middelen zijn in afwachting van bestedingsplannen gereserveerd op de Aanvullende Post van de rijksbegroting. De RA-middelen worden per tranche overgeboekt naar de begroting van JenV. Thans is vanaf het jaar 2021 structureel een bedrag van € 23 mln. ontvangen vanuit de Aanvullende Post.

  • 15. Law Delta ZeelandLaw Delta Zeeland ten behoeve van justitiële diensten en veiligheidsorganisaties: hiervoor wordt meerjarig budget vrijgesteld voor een penitentiaire inrichting Vlissingen (die onder andere een Extra Beveiligde Inrichting (EBI) zal huisvesten), een kenniscentrum over georganiseerde criminaliteit (ondermijning) en een hoog beveiligde zittingslocaties (rechtbank).

  • 16. Kasschuif ondermijning en afpakkenEr is een kasschuif in het kader van Ondermijning en Afpakken gedaan om het budget in overeenstemming te brengen met de uitgavenplanning. Deze kasschuif heeft hoofdzakelijk te maken met het niet meer dit jaar kunnen realiseren van bepaalde projecten (met name door gemeenten) op het terrein van ondermijning en vertraging ten opzichte van de oorspronkelijke planning van ICT-trajecten.

  • 17. Digitalisering werkprocessen strafrechtketenHet restant Regeerakkoordmiddelen voor digitalisering van werkprocessen in de strafrechtketen is bij augustusbrief vanuit de Aanvullende Post overgeheveld naar de JenV-begroting. De middelen worden besteed aan verscheidende projecten met als doel om papier uit de keten te krijgen, de dienstverlening te verbeteren en te investeren in de kernsystemen. Zie ook post 3.

  • 18. Justitiële Jeugdinrichting (JJI) TeylingereindNaar aanleiding van de meest recente PMJ-ramingen (Prognosemodel Justitiële Ketens) is besloten de oudbouw Teylingereind vooralsnog niet af te stoten maar voorlopig onderdeel te laten van de in stand te houden capaciteit. Derhalve is het daarvoor beschikbaar gestelde budget afstootkosten niet gebruikt en wordt conform de agentschapsregels teruggestort naar het moederdepartement. Ter dekking van de instandhoudingskosten en een eventueel alsnog te nemen afstootbesluit zijn deze gelden beschikbaar gesteld aan DJI door middel van een desaldering.

  • 19. Grenzen en VeiligheidVoor het verhogen van de veiligheid van het Europese grondgebied heeft de Europese Raad van de Europese Unie een aantal verordeningen op het gebied van Grenzen en Veiligheid vastgesteld. Implementatie van de verordeningen is juridisch noodzakelijk. Met deze mutatie worden de gereserveerde middelen toegekend voor uitvoering van het project ‘grenzen en veiligheid’

  • 20. Kasschuif IND (Immigratie -en Naturalisatiedienst)De kasschuif achterstanden IND hangt samen met de Taskforce die er op gericht is nog dit jaar de opgelopen achterstanden bij IND weg te werken. Hierdoor zal een deel van de eerder in 2021 verwachte productie verschuiven naar 2020. Om dit te bekostigen is een kasschuif gedaan over de jaren 2021 naar 2020 om het budget aan te sluiten met de uitgaven.

  • 21. Corona gerelateerde kostenIn verband met extra uitgaven en gederfde ontvangsten door COVID-19 is in 2020 € 60 mln. en in 2021 € 40 mln. beschikbaar gesteld. Als gevolg van de genomen corona maatregelen maakt JenV kosten voor personele bescherming, om primaire processen corona-proof te maken en om achterstanden binnen de strafrechtketen weg te werken. Daarnaast worden er door de coronamaatregelen lagere ontvangsten voorzien bij de griffierechten en de administratiekosten CJIB. ↵ De beschikbare middelen zijn overgemaakt naar artikel 92 en worden bij tweede suppletoire begroting 2020 en eerste suppletoire begroting 2021 nader verdeeld. In het voorjaar 2021 wordt tevens bezien hoe de COVID-19 gerelateerde uitgaven en ontvangsten zich in 2021 en verder zullen gaan ontwikkelen.

Tabel 3 Belangrijkste beleidsmatige ontvangstenmutaties t.o.v. vorig jaar (bedragen x € 1.000)
  

Beleidsartikel

2020

2021

2022

2023

2024

2025

 

Stand ontvangsten ontwerpbegroting 2020

 

1.546.443

1.551.957

1.606.967

1.602.732

1.601.663

1.572.663

         
         
 

Voorjaarsnota 2020/ eerste suppletoire begroting 2020

       

1.

Prognosemodel Justitiële Ketens (PMJ)

32, 34

5.189

9.066

‒ 53.176

‒ 50.191

‒ 52.201

‒ 54.168

2.

Boeten en transacties raming

33

‒ 2.839

7.667

18.502

29.495

43.235

56.241

3.

Dekking dwangsommen IND

37

38.900

0

0

0

0

0

4.

Afrekening Nidos

37

12.490

0

0

0

0

0

         
 

Overige mutaties voorjaarsnota

 

7.717

1.991

0

0

0

0

         
 

Miljoenennota 2021/ Ontwerpbegroting 2021

       

5.

Tegenvaller Boeten en Transacties

33

‒ 147.000

0

0

0

0

0

6.

Justitiële Jeugdinrichting (JJI) Teylingereind

34

23.000

0

0

0

0

0

         
 

Overige mutaties miljoenennota

 

792

3.429

3.429

3.429

3.429

3.429

         
 

Stand ontwerpbegroting 2021

 

1.484.692

1.574.110

1.575.722

1.585.465

1.596.126

1.578.165

Toelichting

  • 1. Prognosemodel Justitiële Ketens (PMJ)De verwachte ontvangsten zijn in het jaar 2020 per saldo met € 5,2 mln. bijgesteld. Deze bijstelling vindt onder andere plaats door een meevaller bij de griffierechten van € 12 mln. en een tegenvaller bij CJIB administratiekosten van € 6,8 mln. Meerjarig worden er lagere ontvangsten bij griffierechten en lagere ontvangsten bij het CJIB administratiekosten verwacht. Voor de administratiekosten geldt dat de verwachte ontvangsten op basis van het geraamde aantal boetes, gemiddeld tarief en inningspercentage lager zullen uitvallen.

  • 2. Boeten en TransactiesEen tegenvaller in 2020 bij de geraamde ontvangsten uit B&T van € 2,8 mln. Bij de B&T-ontvangsten wordt een meerjarige meevaller verwacht die in 2025 oploopt tot ca. € 56 mln.

  • 3. Dekking dwangsommen INDDiverse ontvangsten, met name afrekeningen uit 2019 en de afroming van het eigen vermogen van COA (boven de 5%) zijn ingezet als dekking voor de verwachte kosten uit hoofde van dwangsommen bij de IND (zie ook toelichting bij de uitgaven).

  • 4. Afrekening NidosDe afrekening Nidos over het jaar 2019 betrof € 15 mln. Hiervan is € 2,5 mln. ingezet als dekking voor de dwangsommen IND. Het overige deel is terugbetaald aan JenV en wordt ingezet voor de invulling van de taakstelling.

  • 5. Tegenvaller Boeten en TransactiesDoor de coronamaatregelen is er minder verkeer op de weg. Hierdoor zijn minder verkeersboetes uitgedeeld. In totaal wordt een tegenvaller van 147 mln. in 2020 verwacht.

  • 6. Justitiële Jeugdinrichting (JJI) TeylingereindNaar aanleiding van de meest recente PMJ-ramingen (prognosemodel justitiële ketens) is besloten de oudbouw Teylingereind vooralsnog niet af te stoten maar voorlopig onderdeel te laten van de in stand te houden capaciteit. Derhalve is het daarvoor beschikbaar gestelde budget afstootkosten niet gebruikt en wordt conform de agentschapsregels teruggestort naar het moederdepartement. Ter dekking van de instandhoudingskosten en een eventueel alsnog te nemen afstootbesluit zijn deze gelden beschikbaar gesteld aan DJI door middel van een desaldering.

2.4 Overzicht niet-juridisch verplichte uitgaven

Tabel 4 Overzicht niet-juridisch verplichte uitgaven en bestemming (bedragen x € 1.000)

artikel

omschrijving

Juridisch verplicht (uitgaven)

Juridisch verplicht (%)

Niet Juridisch verplicht (bedrag)

Niet Juridisch verplicht (%)

Bestemming niet-juridisch verplichte uitgaven

Bedrag niet-juridisch verplichte uitgaven

31

Politie

6.364.229

100%

1.394

0%

Beheerskosten politieonderwijsraad

46

      

Ondersteuning overleg politievakorganisaties en overige onderwerpen mbt arbeidsvoorwaarden

105

      

Subsidies aan organisaties die een relatie met de politie hebben

300

      

Opdrachten aan organisaties die een relatie met de politie hebben

943

32

Rechtspleging en rechtsbijstand

1.607.568

100%

35

0%

Opdrachten toegang tot het rechtsbestel

10

      

Opdrachten doelmatig rechtsbestel

25

33

Veiligheid en criminaliteitsbestrijding

461.434

98%

8.009

2%

Uitvoering van het programma verkeershandhaving (voor o.m. flitspalen en trajectcontroles).

5.243

      

Inzet ten behoeve van het afpakken van op criminele wijze verkregen vermogen

292

      

Aanpak ondermijning

1.300

      

Onderzoek en opdrachten in het kader van criminaliteitsbestreiding

993

      

Onderzoek uitvoering prostitutiebeleid

181

34

Straffen en Beschermen

2.784.554

100%

9.201

0%

Overige subsidies en opdrachten op het gebied van jeugdbeleid.

1.177

      

Initatieven op het gebied van slachtofferzorg.

1.495

      

Opdrachten en subsidies op het gebied van forensische zorg

926

      

Overige bijdrage medeoverheden, subsidies en opdrachten op het gebied van preventieve maatregelen.

1.965

      

Overige bijdrage medeoverheden, subsidies en opdrachten op het gebied van veiligheid.

1.032

      

Subsidies en opdrachten op het gebied van integriteit en kansspelen

1.242

      

Overige subsidies en opdrachten op het gebied van terugdringen recidive

1.000

      

Initiatieven op het gebied van toezicht en behandelen

364

36

Contraterrorismen en Nationaal Veiligheidsbeleid

259.228

95%

14.370

5%

bijdrage ihkv lokale aanpak jihadisme

6.100

      

bijdrage versterkingsgelden platform jep (vws)

600

      

toezegging partners versterking tegengeluid jihadisme

800

      

toezegging partners cybersecurity

500

      

Opdrachten Nationaal Crisis Centrum

2.000

      

toezegging partners online aanpak Contra Terrorisme

1.000

      

Opdrachten statelijke dreigingen

546

      

Opdrachten overige nationale veiligheid / ruimte Veiligheidsregio's

1.517

      

innovatieve ontwikkelingen

1.307

37

Migratie

1.392.833

99%

11.101

1%

Incidentele opdrachten tbv de versterking vreemdeliingenketen

1.631

      

subidie toekenningen mbt de OZV regeleing

1.500

      

Transportkosten vreemdelingen

2.000

      

Transportkosten vreemdelingen escort

2.500

      

Vreemdelingen gezondheidszorg keuring/begeleiding

600

      

Tolken

1.000

      

Overige kosten uitzetting vreemdelingen

1.000

      

Reis- en verblijfkosten buitenland medewerkers inzake opdracht vreemdelingenvertrek

870

2.5 Strategische Evaluatie Agenda en beleidsdoorlichtingen

Strategische Evaluatie Agenda

Doelstelling Strategische Evaluatie Agenda

In het kader van operatie Inzicht in Kwaliteit wordt het gebruikelijke overzicht met een planning van beleidsdoorlichtingen op termijn omgevormd tot een Strategische Evaluatie Agenda (SEA). Dit is door de minister van Financiën in april 2020 aan de Kamer gemeld. Het doel van de SEA is te komen tot betere en meer bruikbare inzichten in de maatschappelijke toegevoegde waarde op belangrijke beleidsthema’s, het meer benutten van dit inzicht en daarmee uiteindelijk hogere maatschappelijke toegevoegde waarde van beleid. Daarmee komt de focus meer te liggen op de integrale en samenhangende beleidsaanpak van een beleidsthema en minder op de afzonderlijke beleidsonderdelen. In deze paragraaf wordt toegelicht hoe JenV hier invulling aan geeft. De begroting 2021 wordt voor wat betreft de SEA gezien als een tussenjaar waarbij een eerste verbeterslag richting de criteria voor de SEA wordt gemaakt. Dit betekent dat in deze begroting nog (grotendeels) de gebruikelijke systematiek van planning van beleidsdoorlichtingen en het overzicht van evaluaties en overig onderzoek wordt gehanteerd.

Doelstelling JenV

JenV heeft de ambitie om de kennisfunctie te versterken door beter gebruik te maken van bestaande kennis van en voor beleid, collectieve opgaven ook collectief te organiseren en gerichter en strategischer kennis te ontwikkelen voor grote vraagstukken in de toekomst. Deze ambitie komt nader tot uitdrukking in de wijze waarop JenV wil komen tot de SEA: JenV voegt hier het onderdeel ‘kennis’ aan toe en spreekt derhalve van een Strategische Kennis en Evaluatie Agenda (SKEA). Door de ambitie op het gebied van de kennisfunctie en de verplichting om te komen tot een strategische evaluatieagenda samen te voegen wordt de verbinding tussen kennis en evaluatie versterkt. De SKEA heeft daarmee als hoofddoel dat JenV niet alleen voldoet aan de Rijksbrede evaluatieverplichtingen maar dat de hieruit voortvloeiende kennis ook daadwerkelijk benut wordt voor het maken van goed beleid. Op termijn zal uit de SKEA de programmering van beleidsevaluaties (ex ante, ex durante en ex post) voortvloeien.

Vernieuwen bestaande instrumentarium

Naast het werken aan betere planning van evaluatieonderzoek, is er ook noodzaak om het bestaande instrumentarium te vernieuwen. In het kader van de Operatie Inzicht in Kwaliteit is er daarom gekeken naar ervaringen in het Verenigd Koninkrijk met de toepassing van de Public Value theorie van Mark Moore. Een interdepartementale werkgroep heeft daarvoor de ‘Publieke Waarde Scan’ (PWS) ontwikkeld. Geïnspireerd door de ervaringen in het VK, maar al zoveel mogelijk aangepast aan de Nederlandse context. Er worden op dit moment twee pilots uitgevoerd, waarvan één bij JenV naar de Verklaring Omtrent Gedrag. JenV wil op deze wijze een bijdrage leveren aan het verder ontwikkelen van het Rijksbrede Evaluatiestelsel.

In dat kader laat JenV momenteel ook onderzoeken of een sectorspecifieke MKBA-werkwijzer voor het JenV-domein nodig is en zo ja, welke vervolgstappen nodig zijn om tot een dergelijke werkwijzer te komen. Als een specifieke werkwijzer niet nodig is, wordt nagegaan of het bestaande instrumentarium kan/moet worden verbeterd om bruikbaar te zijn voor het JenV-domein.

Werkwijze

Om te komen tot een gedegen en gedragen SKEA die goed aansluit op de diversiteit aan onderwerpen van JenV en de bijbehorende beleidscycli, is ervoor gekozen om gefaseerd te werk te gaan. Voor de begroting 2021 zijn enkele thema’s uitgekozen waar een eerste slag op wordt gemaakt om te komen tot een onderbouwde SKEA. Per kennisthema wordt in kaart gebracht welke kennisbehoefte en kennisbasis er is. Vervolgens wordt per thema geïnventariseerd wat de momenten van kennisinput en evaluatieverplichting zijn, zodat voor elk kennisthema bijvoorbeeld geanticipeerd kan worden op een verkenning, beleidsdoorlichting, wetsevaluatie of input voor een nieuw regeerakkoord. Op basis hiervan wordt waar relevant de vertaalslag gemaakt van kennisbehoefte naar een planning voor (evaluatie-)onderzoek. Op basis van de lessen uit de pilot-thema’s worden andere, nog nader te bepalen, thema’s van JenV nader uitgewerkt tot een SKEA ten behoeve van de begroting 2022. Op deze manier wordt gewaarborgd dat op termijn op alle (omvangrijke) thema’s conclusies kunnen worden getrokken met betrekking tot inzicht in doeltreffendheid en doelmatigheid.

Pilot thema’s S(K)EA

Twee onderwerpen zijn geselecteerd als pilot thema’s voor de Strategische Kennis en Evaluatie Agenda: doorlichting politie en terugkeerbeleid. Op basis van de uitwerking van deze thema’s trekken we lessen voor de nadere uitrol voor de overige JenV thema’s. Aanvullend wordt de Kennisagenda Ondermijning gezien als best practice en geselecteerd als thema om lessen uit te benutten pilot thema’s. De andere twee thema’s zijn gekozen op basis van het feit dat er een actuele kennis- en leerbehoefte ligt in lijn met de ambities van de SKEA en zich daarom goed lenen om mee te draaien in de pilot.

Doorlichting politie

Het Ministerie van Justitie en Veiligheid is gehouden een doorlichting te laten plaatsvinden van begrotingsartikel 31.2 waarbij budget ter beschikking wordt gesteld aan de politie voor het leveren van adequate politiezorg. Om deze beleidsdoorlichting focus te geven en optimaal te kunnen inzetten voor toekomstige beleidsvorming zal de doorlichting zich concentreren op de stappen die zijn gezet sinds het IBO Effectiviteit van 2017. De doorlichting zal de vorm hebben van een synthese onderzoek en zal besluiten met een (onderzoeks-)agenda voor toekomstig beleid op deze thematiek. Met name dit laatste onderdeel past goed bij de Strategische Kennis en Evaluatie agenda.

Terugkeerbeleid

In 2019 is de beleidsdoorlichting 37.3 Terugkeer afgerond. Deze beleidsdoorlichting heeft laten zien dat het binnen het migratiedomein complex, zo niet onmogelijk is om de doeltreffendheid (effectiviteit) en de doelmatigheid (efficiëntie) van beleidsmaatregelen direct te koppelen aan het aantoonbare vertrek van vreemdelingen. Tegelijkertijd wordt binnen de migratieketen wordt constant gewerkt aan verdere ontwikkeling en verbetering van sturingsinformatie. Binnen de pilot die in het kader van de SKEA wordt uitgevoerd wordt geanalyseerd welke onderzoeken reeds beschikbaar zijn op dit gebied en waar kennislacunes zitten. Nadere afbakening van de pilot is noodzakelijk.

Kennisagenda Ondermijning

Het Programma Anti-Ondermijning werkt aan evidence based beleidsvorming, om zo goed als mogelijk inzicht te krijgen in de aard, omvang en ernst van ondermijningsfenomenen. De kennisagenda heeft drie sporen:

  • Systematische analyse van bestaande wetenschappelijke en operationele inzichten, waarbij bundeling en vertaling naar actuele vraagstukken plaatsvindt.

  • Nieuw empirisch onderzoek ter beantwoording van openliggende kennisvragen.

  • Monitoring van kwantitatieve gegevens, zoals drugsgebruik, -productie, -smokkel en -prijzen en cijfers ten aanzien van opsporing, vervolging en afpakken.

De pilot in het kader van de SKEA omvat dat wordt gekeken wat werkbaar is en wat niet als het gaat om het realiseren van de ambitie om tot duurzame kennisopbouw te komen en te bezien in hoeverre de kennisagenda voldoet aan de voorwaarden van de SKEA.

Meerjaren beleidsdoorlichtingen

Tabel 5 Planning beleidsdoorlichtingen

Art.

Naam artikel

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Geheel artikel?

31

Politie

       

Nee

31.2

Bekostiging Politie

  

     

31.3

Kwaliteit, arbeidsvoorwaarden en ICT politie

 

      

32

Rechtsbijstand en rechtspleging

       

Ja

32.1

Apparaatskosten Hoge Raad

   

    

32.2

Adequate toegang tot het rechtsbestel (Rechtsbijstand)

   

    

32.2

Optimale randvoorwaarden doelmatig en doeltreffend rechtsbestel (Rechtspraak)

   

    

33

Rechtshandhaving en vervolging

       

Nee

33.1

Apparaatskosten OM

  

     

33.2

Bestuur, informatie en technologie

  

     

33.3

Opsporing en vervolging

  

     

33.4

Vervolging en berechting MH17-verdachten

        

34

Straffen en beschermen

       

Nee

34.1

Raad voor de Kinderbescherming

 

      

34.2

Preventieve maatregelen

 

      

34.3

Tenuitvoerlegging strafrechtelijke sancties

    

   

34.4

Slachtofferzorg

  

     

34.5

Uitvoering jeugdbescherming

       

34.5

Tenuitvoerlegging justitiële sancties Jeugd

    

   

36

Contraterrorisme en nationale veiligheidsbeleid

       

Nee

36.2

Nationale Veiligheid en. Terrorismebestrijding

    

   

36.3

Onderzoeksraad Voor Veiligheid

        

37

Migratie

       

Ja

37.2

Toegang, toelating en opvang vreemdelingen

    

   

37.2

Toegang, toelating en opvang vreemdelingen (grensbewaking)

    

   

37.3

Terugkeer

    

   

Voor het meest recente overzicht van de realisatie van beleidsdoorlichtingen wordt verwijzen naar rijksbegroting.nl/beleidsevaluaties. Voor een verdere onderbouwing van de meerjarenprogrammering, zie in bovengenoemde overzicht «Evaluatie- en overig onderzoek».

2.6 Overzicht risicoregelingen

Tabel 6 Overzicht verstrekte garanties (bedragen x € 1.000)

Art.

Omschrijving

Uitstaand garanties 2019

Geraamd te verlenen 2020

Geraamd te vervallen 2020

Uitstaand garanties 2020

Geraamd te verlenen 2021

Geraamd te vervallen 2021

Uitstaande garanties 2021

Garantie- plafond

Totaal plafond

31

Inkoop Max

402.670

0

229.204

173.466

0

92.500

80.966

nvt

nvt

33

Garantiestelling Faillissementscuratoren dienst JUSTIS

15.954

3.500

3.200

16.254

3.500

3.200

16.554

nvt

nvt

34

Garantstelling Hypothecaire leningen aan JJI's

19.956

 

735

19.221

 

764

18.457

nvt

nvt

 

totaal

438.580

3.500

233.139

208.941

3.500

96.464

115.977

  
Tabel 7 Overzicht uitgaven en ontvangsten garanties (bedragen x € 1.000)

Art.

Omschrijving

Uitgaven 2019

Ontvang- sten 2019

Stand risico- voorziening 2019

Saldo 2019

Uitgaven 2020

Ontvang- sten 2020

Stand risico- voorziening 2020

Saldo 2020

Uitgaven 2021

Ontvang- sten 2021

Stand risico- voorziening 2021

Saldo 2021

33

Garantiestelling Faillissementscuratoren dienst JUSTIS

1.953

 

0

‒ 1.953

3.500

 

0

‒ 3.500

3.500

 

0

‒ 3.500

Inkoop Max

In de stand is de meerjarige verplichting opgenomen die JenV heeft aan de politie, in het kader van het prepensioen en levensloopregeling (Inkoop Max regeling). De verplichtingen die hieruit voortvloeien zijn gerelateerd aan het bedrag dat als vordering in de jaarrekening van de politie wordt opgenomen2.

Faillissementscuratoren

De garantstellingsregeling faillissementscuratoren (GSR) biedt curatoren de mogelijkheid om in faillissementen waarin sprake lijkt te zijn van kennelijk onbehoorlijk bestuur, maar in de boedel onvoldoende middelen aanwezig zijn, toch onderzoek te kunnen doen of een procedure te starten om onrechtmatig aan de boedel onttrokken gelden en goederen terug te halen. De GSR wordt per 2021 onder het rijkskader voor garantieregelingen gebracht en verbeterd, conform de beleidsreactie op de WODC-evaluatie (Kamerstukken II, 2019/20, 33696, nr. 20). Bij de uitgaven in het «overzicht uitgaven en ontvangsten garanties» betreft het de opdrachten tot betaling.

Hypothecaire leningen aan JJI's

Het feitelijk risico van de verleende garanties aan particuliere jeugdinrichtingen betreft borgstellingen ten behoeve van het restantbedrag van leningen die particuliere inrichtingen zijn aangegaan ter financiering van de gebouwen. Zonder garantie verlening was het niet mogelijk tegen gunstige condities dergelijke leningen bij externe financiers af te sluiten. Omdat DJI de kapitaalslasten van de betreffende leningen bovennormatief vergoedt aan de inrichtingen was het uit efficiencyoverwegingen van belang dat de leningen tegen een zo gunstig mogelijk rentepercentage konden worden afgesloten.

3. Beleidsartikelen

3.1 Artikel 31. Politie

A. Algemene doelstelling

Een veilige samenleving met behulp van een goed functionerende politieorganisatie.

B. Rol en verantwoordelijkheid

De Minister heeft een financierende en regisserende rol ten aanzien van de politie. Hierbij zijn drie verantwoordelijkheden te onderscheiden:

  • De eerste verantwoordelijkheid betreft de inrichting, werking en ontwikkeling van het politiebestel;

  • De tweede verantwoordelijkheid betreft de bevoegdheden en het beheer ten aanzien van de politie. Onder deze beheersverantwoordelijkheid van de Minister3 valt het vaststellen van de begroting, de meerjarenraming, de jaarrekening, het beheersplan, het jaarverslag en de operationele sterkte. De korpschef is belast met de leiding en het beheer van de politie. De korpschef opereert binnen de kaders die de Minister stelt. De Minister kan de korpschef te allen tijde over alle beheeraangelegenheden algemene en bijzondere aanwijzingen geven;

  • Tot slot stelt de Minister vanuit zijn beleidsverantwoordelijkheid, gehoord het College van procureurs-generaal en de regioburgemeesters, ten minste eens in de vier jaar de landelijke beleidsdoelstellingen van de politie vast.

    De Minister heeft ten aanzien van het politie- en brandweerkorps Bonaire, Sint Eustatius en Saba (Caribisch Nederland) een financierende en regisserende rol. De beheersverantwoordelijkheid voor het politie- en brandweerkorps Bonaire, Sint Eustatius en Saba, berust bij hem.4

C. Beleidswijzigingen

Samen met de gezagsdragers en de politie werkt JenV in 2021 verder aan de doorontwikkeling en verbetering van de politie en het politiebestel. Het kabinet Rutte III investeert € 291 mln. structureel in de politie voor uitbreiding van de politiecapaciteit, flexibilisering van de politie, de werkomgeving en toe- en uitrusting van politiemensen. Met de middelen uit het regeerakkoord wordt de politie structureel uitgebreid met meer dan 1.100 fte volledig opgeleide agenten, een continuering van de weg die in 2018 is ingeslagen. Deze uitbreiding in combinatie met andere intensiveringen resulteren in een formatie van 52.000 fte, die naar verwachting in 2024 volledig is bezet.

In 2021 wordt uitvoering gegeven aan de Veiligheidsagenda 2019-2022, waarin concrete afspraken zijn gemaakt op het gebied van ondermijning, mensenhandel, cybercrime (inclusief online seksueel kindermisbruik) en executie van dossiers. In het LOVP van 29 juni 2020 is de herijking van de Veiligheidsagenda besproken. Daaraan voorafgaand heeft via de politiechefs in de regionale driehoeken een (schriftelijke) appreciatie plaatsgevonden. In de paragraaf 2.2 «Prestatie-indicatoren Veiligheidsagenda» van deze begroting worden de ambities op deze terreinen voor de komende jaren aangegeven.

De doorontwikkeling van het korps wordt in 2021 voortgezet. Aan de hand van de ontwikkelagenda’s intelligence en opsporing werkt de politie aan het verbeteren van de kwaliteit en het toekomstbestendig maken van het intelligencewerk (in termen van kennis, data en innovatie) en van de opsporing in brede zin. Ook werkt de politie verder aan de veranderopgaven van de ontwikkelagenda Gebiedsgebonden Politiewerk (GGP). Daarbij richt de politie zich ook op doorontwikkeling en kwaliteit van de (fysieke en digitale) dienstverlening aan de burger.

Na de evaluatie van de Politiewet 2012 is de fase ingegaan van het ontwikkelen en verbeteren van de politie en het politiebestel. Dit gaat in overleg met de gezagsdragers en de politie. Daartoe wordt onder meer:

  • meer ruimte voor regionale en lokale sturing gerealiseerd;

  • het Landelijk Overleg Veiligheid en Politie verder ontwikkeld;

  • de korpschef meer ruimte gegeven op het terrein van het beheer;

  • het toezicht beter en efficiënt vormgegeven;

  • de wettelijke regeling over het verlenen van bijstand gemoderniseerd.

Een belangrijk deel van deze ontwikkelingen kan binnen de vigerende Politiewet 2012. Waar nodig is een wetsvoorstel opgesteld voor de aanpassing van de Politiewet 2012. Dit wetsvoorstel is medio 2020 naar de Raad van State gestuurd. De benodigde wijziging van het besluit verdeling sterkte en middelen is medio 2020 voorgehangen bij de beide Kamers van het parlement en treedt naar verwachting in 2021 in werking.

In 2020 is gestart met het verkennen van de contouren van een nieuwe kaderwet gegevensverwerking voor de politietaak en de strafrechtsketen. In 2021 zal het wetgevingstraject hierop van start gaan.

Het jaar 2021 staat waar het gaat om de arbeidsvoorwaarden in het teken van de onderhandelingen over een nieuwe arbeidsvoorwaarden-overeenkomst 2021 en volgende jaren en de uitwerking daarvan. Daarnaast worden met de politiebonden gemaakte afspraken van kracht met betrekking tot een nieuw regime voor beroepsziekten en dienstongevallen, een tijdelijke regeling vervroegde uittreding, een nieuw stelsel voor het politie-onderwijs en een aantal arbeidsvoorwaardelijke maatregelen gericht op het versterken van de capaciteit.

Om de meerjarig afgesproken groei van de instroom van aspiranten op te vangen, hebben de korpsleiding en de Politieacademie een meerjarige uitbreiding van de docentcapaciteit afgesproken volgens de docent-student ratio’s die daarvoor gelden. Er komen naar rato docenten bij op alle zes de locaties waar aspiranten worden opgeleid. De Politieacademie heeft hiervoor structurele Regeerakkoordgelden ontvangen oplopend van € 2 mln. in 2018 oplopend tot € 16 mln. vanaf 2022. In totaal komen er in het hele land in de jaren 2018-2024 circa 150 docenten bij5. In 2019 is gebleken dat de verhoogde instroom van aspiranten hoger is dan voorzien gezien de verhoogde uitstroom bij de politie. In april 2020 is er een akkoord bereikt met de vakbonden over het verkorten van de basispolitieopleiding. De opleiding wordt teruggebracht van drie naar twee jaar. Er wordt een nieuwe opleiding ontwikkeld waarin ook ruimte is voor tijd- en plaats onafhankelijk leren.

Met de inwerkingtreding van de Wijzigingswet meldkamers in 2020, werken veiligheidsregio’s, politie, brandweer, KMar en ambulancediensten verder aan een toekomstbestendige inrichting van het meldkamerdomein. De meldkamers van de hulpdiensten worden op 10 locaties gerealiseerd (Drachten, Apeldoorn, Hilversum, Haarlem, Amsterdam, Den Haag, Rotterdam, Bergen op Zoom, Den Bosch en Maastricht). Het beheer van de meldkamers is in 2020 overgedragen aan de politie waarbij een opbouwfase van 3 jaar is afgesproken om het beheer volledig in te richten.

D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 8 Tabel Budgettaire gevolgen van beleid artikel 31 (bedragen x € 1.000)
 

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Verplichtingen

6.294.120

6.482.437

6.365.623

6.375.114

6.269.189

6.256.040

6.261.819

        

Programma-uitgaven

6.306.609

6.483.284

6.365.623

6.375.114

6.269.189

6.256.040

6.261.819

Waarvan juridisch verplicht

  

100%

    

31.2 Bekostiging Politie

       

Bijdrage ZBO's/RWT's

       

Politie

6.115.466

6.207.663

6.093.863

6.102.449

5.996.254

5.982.968

5.988.747

Politieacademie

2.926

3.009

3.010

3.010

3.010

3.010

3.010

Bijdrage medeoverheden

       

BES brandweer- en politiekorps

24.519

24.819

26.327

26.725

26.726

26.030

26.030

Opdrachten

       

Taptolken

10.011

11.159

11.164

11.164

11.164

11.164

11.164

        

31.3 Kwaliteit, Arbeidsvoorwaarden en beheer meldkamers

       

Bijdrage ZBO's/RWT's

       

Internationale Samenwerkingsoperaties

10.513

12.046

11.715

11.715

11.765

11.765

11.765

Beheer meldkamers

126.324

203.820

198.316

198.895

198.856

199.689

199.689

Overige Bijdrage ZBO's/RWT's

860

851

851

872

872

872

872

Bijdrage medeoverheden

       

Bijdrage ihkv de kwaliteit van de politiezorg

2.234

1.375

1.825

1.525

2.225

2.225

2.225

Subsidies

       

Opsporing

175

2.318

2.318

2.318

2.318

2.318

2.318

Stichting Arbeidsmarkt en Opleidingsfonds Politie

3.473

3.819

3.819

3.918

3.918

3.918

3.918

Overige Subsidies

220

540

540

540

540

540

540

Opdrachten

       

Providers

8.723

10.041

10.049

10.115

9.672

9.672

9.672

Overige Opdrachten

1.165

1.824

1.826

1.868

1.869

1.869

1.869

        

Ontvangsten

14.145

15.124

9.188

500

500

500

500

Budgetflexibiliteit

Het juridisch verplichte deel van de bijdragen ZBO’s/RWT’s heeft betrekking op uitgaven voor de politie en de Politieacademie op grond van wetgeving, de beheersovereenkomst met de politie voor de jaarlijkse exploitatiekosten van C2000 en de uitgaven voor internationale samenwerking. De juridisch verplichte opdrachten omvatten onder andere de meerjarige contracten met de telecomaanbieders in verband met tapkosten.

E. Toelichting op de financiële instrumenten

31.2 Bekostiging politie

Bijdrage ZBO’s en RWT’s

Politie

De politie levert een belangrijk aandeel aan het handhaven en vergroten van de veiligheid in Nederland. De politie ontvangt daartoe, op basis van artikel 33 van de Politiewet 2012, ten laste van de begroting van het ministerie algemene- en bijzondere bijdragen. De doelstelling is het beschikbaar stellen van personeel en materieel ten behoeve van een adequaat beheer van de politie.

De algemene bijdrage wordt jaarlijks als lumpsumbedrag ter beschikking gesteld aan de politie en komt volledig ten gunste van de reguliere politietaken. Het beleid is erop gericht de politie zoveel als mogelijk flexibiliteit te geven om de middelen doelmatig in te zetten en de afgesproken doelstellingen te realiseren.

Tabel 9 Algemene bijdrage politie (bedragen x € 1 mln.)
 

Realisatie 2019

Begroting 2020

Begroting 2021

2022

2023

2024

2025

Bijdrage

5.701

5.661

5.755

5.734

5.736

5.738

5.743

De algemene bijdrage bedraagt in 2021 ruim € 5,7 mld. Dit is inclusief de tranche 2021 van de regeerakkoordgelden (€ 23 mln.) en de loonbijstelling politie 2020-2025 (€ 168 mln.).

De bijzondere bijdragen worden meerjarig verstrekt voor een specifiek omschreven doel. Hiervan is zoal sprake van bij de dienst Speciale Interventies (€ 72 mln.), de teams verkeershandhaving (€ 51 mln.), digitalisering & cybercrime (€ 14 mln.), de extra gelden voor bestrijding van mensenhandel (€ 6 mln.), zedenzaken (€ 10 mln.).

Daarnaast is voor het meldkamerdomein ca. € 193 mln. beschikbaar gesteld als bijzondere bijdrage vanuit JenV. Een andere taak is het uitzenden van politiefunctionarissen naar crisisgebieden. Deze taken worden apart begroot en verantwoord onder het artikelonderdeel 31.3.

Besteding bijdragen

De bijdragen vanuit de JenV-begroting worden door de politie aangewend voor de in de Politiewet opgenomen taken. In eerdere jaren verstrekte bijzondere bijdragen worden hier eveneens voor ingezet. De onderstaande tabel geeft op hoofdlijnen inzicht in de bestedingsrichting van de aan de politie ter beschikking gestelde middelen.

Tabel 10 Besteding bijdragen politie
 

Realisatie 2019

Begroting 2020

Begroting 2021

2022

2023

2024

2025

Personeel

4.620

4.783

4.733

4.676

4.687

4.693

4.704

Opleiding en vorming

72

79

84

84

85

84

83

Huisvesting

353

346

343

346

335

332

328

Vervoer

173

208

206

209

209

209

209

Verbindingen en automatisering

442

480

522

524

529

529

528

Geweldsmiddelen en uitrusting

47

49

54

57

59

62

64

Operationeel

185

152

149

144

144

144

144

Beheer

140

149

154

154

154

154

154

        

Totaal besteding

6.033

6.246

6.245

6.194

6.202

6.206

6.213

Bron: Begroting en beheerplan politie 2021-2025 (Hoofdstuk 6 Financiën)

De volledige begroting van de politie is als separate bijlage met de JenV-begroting meegezonden.In de begroting van de politie wordt per post nader ingegaan op de wijze waarop de aan de politie beschikbaar gestelde middelen worden inzet.

Toelichting

In de tabel Kengetallen is informatie opgenomen die in algemene zin te relateren zijn aan de beleidsdoelstellingen. De bezetting en formatie van de politie, met name het operationele deel, en de opleidingen zijn belangrijke onderwerpen. Deze zijn onder de tabel kort toegelicht. In de komende begroting voor 2022 en verdere jaren zullen onderstaande kengetallen nader worden bezien en uitgewerkt om het inzicht te vergroten en de begroting te verrijken.

Tabel 11 Kengetallen
 

Realisatie 2019

Prognose 2020

2021

2022

2023

2024

2025

Bezetting

       

Operationele bezetting

50.402

50.454

50.741

51.422

52.113

52.116

52.203

Waarvan aspiranten

4.125

4.177

4.380

5.210

5.330

4.703

4.159

Niet-operationele bezetting

11.203

10.359

11.162

11.002

10.895

10.813

10.812

        

Lasten

       

% Personeel

77,8

77,8

77,1

76,8

76,9

77

77

% opleiding

1,5

1,6

1,7

1,8

1,8

1,8

1,7

% Verbinding en automatisering

11,8

11,9

12,2

12,3

12,4

12,3

12,3

% Huisvesting

5,9

5,5

5,5

5,6

5,4

5,4

5,3

Bron: Begroting en beheerplan politie 2021-2025 (Hoofdstuk 6 Financiën, Bijlage 5 Personeelsinformatie)

De formatie is binnen de politie conform het Inrichtingsplan en «Besluit verdeling sterkte en middelen politie» verdeeld over de regionale eenheden, landelijke eenheid, Politieacademie, Politie Dienstencentrum en staf korpsleiding. De verstrekte bijdragen vanuit de JenV-begroting zijn primair ter financiering van de formatie.

Tabel 12 Totale Formatie naar organisatieonderdeel in 2021

Onderdeel

fte

Regionale eenheden

47.265

Landelijke eenheid

5.530

Politieacademie

1.143

Politiedienstencentrum / Staf

8.592

  

Totaal fte

62.529

Bron: Begroting en beheerplan 2021-2025 (Bijlage 1 Formatieplan)

Politieacademie - Politieonderwijs

De Politieacademie is verantwoordelijk voor het verzorgen van het politieonderwijs, de examinering daarvan en de uitvoering van wetenschappelijk onderwijs waarmee invulling wordt gegeven aan de kennisfunctie. Het budget van de Politieacademie betreft onder andere de personele kosten van de directeur en zijn plaatsvervanger en de kosten voor extern wetenschappelijk onderzoek. Het overige personeel en de middelen zijn ondergebracht bij de politie. De bekostiging van het personeel en de middelen die door de korpschef om niet ter beschikking worden gesteld aan de Politieacademie, zijn opgenomen in de algemene bijdrage aan de politie.

In het arbeidsvoorwaardenakkoord Politie 2018-2020 is structureel € 10,1 mln. beschikbaar gesteld voor flexibilisering, doorontwikkeling en innovatie van het Vakspecialistisch Politie Onderwijs, voor het meer kunnen opleiden op locatie en voor ophoging van het specialistische opleidingscapaciteit. Deze extra middelen worden onder meer aangewend ten behoeve van het meerjarig programma toekomstbestendig opsporingsonderwijs, dat de Politieacademie uitvoert in samenwerking met de politie. In bijlage 8 van de politiebegroting is de begroting van de Politieacademie opgenomen.

De volledige begroting van de politie is als separate bijlage met de JenV-begroting meegezonden.

Bijdrage medeoverheden

BES brandweer- en politiekorps

De Minister is korpsbeheerder van het brandweer- en politiekorps Caribisch Nederland. Ter bekostiging van de personele en materiële uitgaven van deze korpsen wordt een bijdrage verstrekt. Beide korpsen werken aan een nieuw organisatie- en formatierapport als grondslag van nieuwe verbeterambities en doelstellingen voor 2021 en verder. De jaarlijks vastgestelde begroting vormt de wettelijke grondslag voor de bekostiging van de beide korpsen van Caribisch Nederland.

Opdrachten

Taptolken

Uit dit budget worden de taptolken gefinancierd die de politie inhuurt voor het beluisteren en vertalen van telefoon- of VoIP-gesprekken van verdachten.

31.3 Kwaliteit, arbeidsvoorwaarden en beheer meldkamers

Bijdrage ZBO’s en RWT’s

Internationale samenwerkingsoperaties

In opdracht van de Minister voert de politie activiteiten uit in het kader van internationale politiesamenwerking en de uitzending van politiefunctionarissen naar internationale (civiele) missies en operaties. Die activiteiten zijn voor een groot deel gebaseerd op de visie internationale politiesamenwerking en de bijbehorende strategische agenda. De politie zet hiervoor verschillende instrumenten in. Zo wordt de plaatsing van liaison officiers in het buitenland vanuit deze bijdrage bekostigd.

Beheer meldkamers

Vanaf 2020 voert de politie het beheer uit van de meldkamers voor de hulpdiensten van politie, brandweer, ambulance en Koninklijke Marechaussee. Aan de politie wordt hiertoe jaarlijks een bijzondere financiële bijdrage verstrekt. De financiële bijdrage bevat de bijdragen van de hulpdiensten en is daarmee een multidisciplinaire financiële bijdrage voor de bekostiging van het beheer door de politie. Dit beheer betreft met name facilitaire dienstverlening, huisvesting en het beheer van de ICT voorzieningen voor de meldkamers, waaronder het C2000 netwerk en het gemeenschappelijk meldkamersysteem. Om te kunnen voldoen aan de vereisten vanuit wet- en regelgeving en technologische ontwikkelingen, vindt op het beheer continue doorontwikkeling en investeringen plaats. De politie voert dit beheer uit binnen de hoofdlijnen van beleid en beheer zoals vastgesteld in de ministeriele regeling «hoofdlijnen van beleid en beheer meldkamers» en de hierin opgenomen multidisciplinaire governance structuur voor het beheer van de meldkamers. Binnen deze multidisciplinaire governance vinden aan de hand van het jaarlijks vast te stellen beleids- en bestedingsplan voor de meldkamers integrale afwegingen plaats over de inzet van het beschikbare budget.

Bijdrage aan medeoverheden

Bijdragen in het kader van de kwaliteit van de politiezorg

Dit budget wordt gebruikt voor de ondersteuning van de regioburgemeesters bij het overleg met en de advisering aan de Minister over de taakuitvoering door en het beheer ten aanzien van de politie.

Subsidies

Opsporing

Deze subsidie wordt verstrekt aan de onafhankelijke Stichting Meld Misdaad Anoniem (voorheen de Stichting NL Confidential) voor de exploitatie van de meldlijn Meld Misdaad Anoniem, zodat burgers makkelijker een bijdrage kunnen leveren aan de bestrijding van criminaliteit in Nederland. De subsidie aan de Stichting Meld Misdaad Anoniem is structuteel verhoogd om daarmee een stabiele financiële situatie te creëren en de publieke waarde substantieel te vergroten.

Stichting Arbeidsmarkt en Opleidingsfonds Politie (SAOP)

De Stichting Arbeidsmarkt en Opleidingsfonds Politie, het A&O fonds voor de sector politie, subsidieert, adviseert en registreert scholings-, arbeidsmarkt- en werkgelegenheidsprojecten. Het primaire doel van de SAOP is het bevorderen van het goed functioneren van de arbeidsmarkt van de politie en het stimuleren van opleidingsactiviteiten. Dit doet de SAOP met behulp van een financiële bijdrage die zij op basis van arbeidsvoorwaardelijke afspraken ontvangt van de Minister.

Providers

De Staat heeft, op grond van de Regeling vergoeding kosten aftappen en gegevensverstrekking6, een overeenkomst gesloten met de grote telecomaanbieders. Deze overeenkomst wordt periodiek vernieuwd. De nieuwe overeenkomst voor de periode 2020-2022 is gerealiseerd.

Op grond van hoofdstuk 13 Telecommunicatiewet zijn telecomaanbieders verplicht om hun netwerken en diensten aftapbaar te maken en mee te werken aan aftappen en gegevensverstrekkingen over hun klanten. De Staat vergoedt bepaalde kosten die aanbieders in dit verband maken.

Ontvangsten

De geraamde ontvangst in 2021 is voor € 8,5 mln. onderdeel van de desaldering (2019-2021) van de bijzondere bijdragen aan de politie, die niet meer tot besteding komen binnen het doel waarvoor het was toegekend.

3.2 Artikel 32. Rechtspleging en rechtsbijstand

A. Algemene doelstelling

Een doeltreffend en doelmatig rechtsbestel.

B. Rol en verantwoordelijkheid

Als stelselverantwoordelijke schept de Minister voor Rechtsbescherming optimale voorwaarden voor het in stand houden en verbeteren van een goed en toegankelijk rechtsbestel. De Minister heeft:

  • Een financierende rol voor de rechtspraak. De Minister houdt toezicht op het beheer en is de werkgever voor de rechterlijke macht;

  • Een financierende rol voor de Raad voor Rechtsbijstand, het Bureau Financieel Toezicht en het Register beëdigde tolken en vertalers.7 Hij is verantwoordelijk voor het wettelijk kader waar binnen tolken, vertalers, advocaten, notarissen, gerechtsdeurwaarders en andere zelfstandige professionals binnen het justitiële domein opereren;

  • Een stimulerende rol voor alternatieve geschillenbeslechting en schuldsanering. Ten aanzien van de schuldsanering is hij verantwoordelijk voor het wettelijke traject van de schuldsaneringsregeling, de faillissementsrechters en de bewindvoerders.8

C. Beleidswijzigingen

Digitalisering

Aan de digitalisering in het civiele recht en het bestuursrecht wordt verder invulling en uitvoering gegeven langs de lijnen van het in november 2018 gereedgekomen basisplan digitalisering dat in 2020 door het Bureau ICT-toetsing is getoetst. Met een wetsvoorstel worden de griffie­rechten voor vorderingen tot € 5.000,- verlaagd hetgeen budgetneutraal gebeurt door tarieven bij hogere vorderingen te verhogen. Met een ander wetsvoorstel wordt het de gerechten gemakkelijker gemaakt om onderling bijstand te verlenen. Beide wetsvoorstellen zijn in behandeling bij het parlement en kunnen naar verwachting in 2021 in werking treden. Om de rechtspraak maatschappelijk effectiever te maken, vinden bij de gerechten diverse experimenten plaats (buurt, schulden, multi-problematiek, echtscheidingen). Steeds duidelijker wordt wat daarbij wel of niet werkt. Op basis daarvan worden keuzes gemaakt over welke werkwijzen breder toegepast kunnen worden. Daarbij zal in 2021 naar verwachting ook gebruik kunnen worden gemaakt van de tijdelijke experimentenwet rechtspleging. Een eerste experiment is voorzien met een nabijheidsrechter.

Implementatie invoering intensivering rechtsbijstand bij ZSM

Er is in 2018 een business case opgesteld hoe de rechtsbijstand in ZSM- zaken te intensiveren. Dit houdt in dat in alle zaken die via ZSM worden gerouteerd, naast de reeds bestaande wettelijk verankerde vormen van rechtsbijstand (Salduz, bij politieverhoor en bij inverzekeringstelling), een vorm van consultatiebijstand en rechtsbijstand bij OM-afdoening zal worden verleend. Dit kan ook bij verdachten die in eerste instantie aangeven geen rechtsbijstand te willen. In 2020 is er een begin gemaakt met de intensivering van rechtsbijstand in ZSM-zaken door bij het opleggen van een OM-strafbeschikking bij aangehouden verdachten in misdrijfzaken voor bijstand van een advocaat te zorgen. In de loop van 2020 zal deze vorm van rechtsbijstand verder worden uitgebreid naar alle verdachten van misdrijfzaken. Er is in 2020 een kwartiermaker aangesteld die gaat zorgen voor verdere implementatie van intensivering van rechtsbijstand binnen het ZSM-proces. Deze acties lopen door in 2021. Voor de intensivering van rechtsbijstand in ZSM-zaken is jaarlijks € 10 mln. begroot binnen het totale budget voor gefinancierde rechtsbijstand.

Stelsel voor gesubsidieerde rechtsbijstand

In 2021 wordt de gefaseerde aanpak voor de herziening van het stelsel voor gesubsidieerde rechtsbijstand voortgezet. In de brief ‘contouren herziening stelsel gesubsidieerde rechtsbijstand’ zijn de contouren geschetst van het beoogde stelsel, dat volgens planning eind 2024 operationeel zal zijn. Samen met de professionals uit het veld worden de contouren verder geconcretiseerd, waarbij de volgende drie pijlers centraal staan: 1) laagdrempelige toegang, 2) verhogen kwaliteit en betere vergoedingen voor de professionals en 3) het voorkomen van onnodige geschillen tussen overheid en burger. Hierbij wordt een lerende aanpak gehanteerd waarbij stap voor stap en proefondervindelijk aan een nieuw stelsel wordt gebouwd. In 2021 loopt de pilotfase nog volop en wordt op verschillende locaties in het land, op verschillende rechtsgebieden en in samenwerking met betrokken partijen, waaronder gemeenten, aan diverse pilots en experimenten gewerkt. Zo werken we toe naar een stelsel waarin alle rechtzoekenden in Nederland met (juridische) vragen of problemen al dan niet met ondersteuning een route vinden naar een passend, kwalitatief hoogwaardig en duurzaam antwoord op de (juridische) kwestie waarvoor ze zich gesteld zien.

Wet bescherming koopvaardij

Het initiatiefvoorstel van Wet bescherming koopvaardij is begin 2019 door de Eerste Kamer aanvaard. Bij AMvB zal nader invulling worden gegeven aan het vergunningstelsel, toezicht etc. en bij AMvB zullen de financiële gevolgen verder in kaart worden gebracht. Wanneer alle lichten op groen staan kan mogelijk de inwerkingtreding van de wet en de nadere regelgeving in de loop van 2021 plaatsvinden.

Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus (WPBR)

Eind 2019 is gestart met een wijzigingstraject van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus (WPBR). Deze wet stamt uit 1997 en is aan aanpassing toe. Inmiddels hebben alle relevante ketenpartners en de branche hun wensen ten behoeve van de aanpassing van de WPBR kenbaar gemaakt. Door het uitbreken van coronacrisis heeft het proces enige vertraging opgelopen. Het voornemen is om in de loop van 2020 de aanpassingen te realiseren, zodat deze aan de Raad van State kan worden voorgelegd voor advies. De wet kan dan in 2021 worden ingediend bij Tweede Kamer.

Wetsvoorstel griffierechten

In maart 2020 is het wetsvoorstel wijziging Wet griffierechten burgerlijke zaken bij de Tweede Kamer ingediend. Het is de bedoeling dat de wet op 1 januari 2021 in werking treedt. In dit wetsvoorstel worden de tarieven voor de lagere vorderingen voor rechtspersonen en natuurlijke personen zo aangepast dat het griffierechttarief in een betere verhouding komt te staan tot de hoogte van de vordering. De tariefsaanpassingen zijn budgetneutraal.

D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 13 Tabel Budgettaire gevolgen van beleid artikel 32 (bedragen x € 1.000)
 

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Verplichtingen

1.597.033

1.633.546

1.639.135

1.597.885

1.599.521

1.590.107

1.566.299

        

Apparaatsuitgaven

32.489

30.813

31.532

31.531

30.339

30.339

30.942

32.1 apparaatsuitgaven Hoge Raad

       

Personele uitgaven

27.668

27.611

28.319

28.318

27.806

27.803

28.406

waarvan eigen personeel

26.074

26.843

27.574

27.573

27.015

27.012

27.615

waarvan externe inhuur

1.594

768

745

745

791

791

791

Materiele uitgaven

4.821

3.202

3.213

3.213

2.533

2.536

2.536

waarvan ict

3.199

1.390

1.393

1.392

1.384

1.384

1.384

waarvan sso's

37

65

65

65

67

67

67

waarvan overig materieel

1.585

1.747

1.755

1.756

1.082

1.085

1.085

        

Programma-uitgaven

1.542.243

1.602.733

1.607.603

1.566.354

1.569.182

1.559.768

1.535.357

Waarvan juridisch verplicht

  

100%

    

32.2 Adequate toegang tot het rechtsbestel

       

Bijdrage ZBO's/RWT's

       

Raad voor Rechtsbijstand

51.743

27.201

27.595

27.595

27.595

27.595

27.595

Bureau Financieel Toezicht

6.956

7.865

7.789

7.789

7.789

7.789

7.789

Bijdrage medeoverheden

       

Overige Bijdrage medeoverheden

610

0

0

0

0

0

0

Subsidies

       

Stichting Geschillencommissies Consumentenzaken

508

525

544

552

552

552

552

Juridisch Loket

0

26.490

26.484

26.484

26.484

26.484

26.484

Overige Subsidies

183

136

136

136

136

136

136

Opdrachten

       

Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen

6.176

9.941

9.731

10.479

10.480

10.480

10.480

Toevoegingen rechtsbijstand

366.177

431.577

434.422

398.180

409.555

407.068

383.727

Mediation in Strafrecht

778

1.061

1.061

1.061

1.061

1.061

1.061

Overige Opdrachten

772

430

451

440

441

441

441

        

32.3 Optimale randvoorwaarden voor een doelmatig en doeltreffend rechtsbestel

       

Bijdrage ZBO's/RWT's

       

Autoriteit Persoonsgegevens

20.492

19.291

18.525

18.524

18.525

18.526

18.527

College voor de Rechten van de Mens

7.627

7.762

7.561

7.563

7.464

7.464

7.464

College Gerechtelijk Deskundigen

1.884

1.829

1.709

1.742

1.742

1.742

1.742

Stichting Advisering Bestuursrechtspraak

0

5.451

5.500

5.505

5.505

5.505

5.505

Overige Bijdrage ZBO's/RWT's

923

769

790

790

790

790

790

Bijdrage medeoverheden

       

Raad voor de rechtspraak

1.075.352

1.060.572

1.062.430

1.056.639

1.049.216

1.042.288

1.041.217

Overige Bijdrage medeoverheden

331

28

1.028

1.028

0

0

0

Subsidies

       

Rechtspleging

473

482

482

482

482

482

482

Wetgeving

1.193

1.256

1.256

1.256

1.256

1.256

1.256

Opdrachten

       

Opdrachten en onderzoeken rechtspleging

65

0

0

0

0

0

0

Overige Opdrachten

0

67

109

109

109

109

109

        

Ontvangsten

196.364

184.142

193.383

194.784

193.549

191.549

189.549

waarvan Griffierechten

165.259

171.753

175.857

177.258

176.023

174.023

172.023

waarvan Overig

31.105

12.389

17.526

17.526

17.526

17.526

17.526

Budgetflexibiliteit

Juridisch verplicht zijn de bijdragen aan ZBO’s en RWT’s. Dat geldt ook voor de bijdrage voor de kosten voor de rechtsbijstand in de vorm van toevoegingen en piketten (opdrachten) en de bijdrage aan de Raad voor de rechtspraak. Ook de opdrachten in het kader van de WSNP zijn volledig juridisch verplicht. Daarmee is 100% van de uitgaven die in de vorm van opdrachten worden gedaan juridisch verplicht.

De subsidies die op dit artikel worden verantwoord zijn geheel juridisch verplicht. Dit heeft in hoofdzaak betrekking op de subsidierelaties met de Stichting Geschillencommissies voor Consumentenzaken (SGC), de Nederlandse Vereniging voor de rechtspraak (NVvR), de Academie voor Overheidsjuristen en de Academie voor Wetgeving.

E. Toelichting op de financiële instrumenten

32.1 Apparaatsuitgaven Hoge Raad

Hoge Raad (HR)

De Hoge Raad der Nederlanden is het hoogste rechtscollege in het Koninkrijk op het gebied van het civiele-, straf- en fiscale recht. De Hoge Raad bevordert de rechtseenheid en de rechtsontwikkeling. Ook kan hij rechtsbescherming bieden in de individuele zaken die aan hem worden voorgelegd. Hij doet dit door te beslissen op cassatieberoepen, die worden ingesteld om de raad te laten beoordelen of het gerechtshof — en in voorkomende gevallen de rechtbank — in zijn uitspraak het recht juist heeft toegepast en of de gegeven motivering deugdelijk is. Aan deze taken wordt tevens invulling gegeven door te beslissen op prejudiciële vragen in het civiele en fiscale recht en op vorderingen van de procureur-generaal bij de Hoge Raad tot cassatie in het belang der wet. De Hoge Raad en de procureur-generaal hebben daarnaast nog enkele bij wet opgedragen bijzondere taken.

32.2 Adequate toegang tot het rechtsbestel

Bijdragen aan ZBO’s en RWT’s

Raad voor Rechtsbijstand (RvR)

Het betreft hier de financiering voor apparaatsuitgaven van de RvR. De RvR is belast met de uitvoering van de Wet op de rechtsbijstand, die er voor zorgt dat on- en mindervermogenden verzekerd zijn van toegang tot het rechtsbestel. Met ingang van begroting 2020 zijn de apparaatsuitgaven van de Raad voor Rechtsbijstand en het Juridisch Loket gesplitst weergegeven in de tabel Budgettaire gevolgen van beleid.

Bureau Financieel Toezicht (BFT)

Het Bureau Financieel Toezicht houdt financieel toezicht op notarissen en gerechtsdeurwaarders. Ook is het belast met het toezicht op de naleving van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (WWFT).

Subsidies

Stichting Geschillencommissies voor Consumentenzaken (SGC)

De SGC behandelt klachten van consumenten tegen ondernemers door middel van bindende adviezen. De SGC heeft op dit moment bijna 70 geschillencommissies die klachten in een groot aantal sectoren behandelen. De SGC ontvangt voor een deel van de kosten van de koepelorganisatie een subsidie van JenV. De geschillencommissies leveren met hun laagdrempelige werkwijze een belangrijke bijdrage aan duurzame geschil­ oplossing en vormen een alternatief voor de gang naar de rechter.

Stichting het Juridisch Loket (hJL)

Het betreft hier de financiering voor apparaatsuitgaven van het Juridisch loket. Het Juridisch Loket is een advies- en doorverwijsinstelling voor eerstelijns rechtshulp, die ervoor zorgt dat on- en mindervermogenden verzekerd zijn van toegang tot het rechtsbestel.Met ingang van begroting 2020 zijn de apparaatsuitgaven van de Raad voor Rechtsbijstand en het Juridisch Loket gesplitst weergegeven in de tabel Budgettaire gevolgen van beleid.

Overige subsidies

Dit betreft de subsidie die de SGC ontvangt voor de instandhouding van de commissie Algemeen (vangnetcommissie) ter uitvoering van de Implementatiewet buitengerechtelijke geschillenbeslechting consumenten.

Opdrachten

Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP)

Het bureau WSNP coördineert de uitvoering van de Wet schuldsanering en reguleert de kwaliteit van de bewindvoering, onder andere door het register WSNP en een helpdesk. Via het bureau WSNP wordt een bijdrage verstrekt aan de bewindvoerder die een schuldsaneringsprocedure naar behoren afwikkelt. Gespecialiseerde insolventierechters houden toezicht op de goede afwikkeling van de circa 9.700 nieuwe schuldsaneringen per jaar. De gemiddelde subsidie voor een schuldsaneringstraject bedraagt afgerond € 900 over een periode van gemiddeld 3 jaar.

Toevoegingen Raad voor Rechtsbijstand

De Raad voor Rechtsbijstand verstrekt toevoegingen aan een advocaat of mediator voor de verlening van rechtsbijstand aan rechtzoekenden met een laag inkomen en vermogen. In onderstaande tabel is een uitsplitsing in uitgaven en in aantallen weergegeven van de productiegegevens van de Raad over de verschillende onderdelen binnen de rechtsbijstand.

Tabel 14 Productiegegevens Raad voor Rechtsbijstand
 

20191

20202

2021

2022

2023

2024

2025

Strafzaken (ambtshalve)

       

Aantal afgegeven toevoegingen

38.189

36.046

36.028

35.921

35.845

35.806

35.806

Uitgaven (mln.)

63,4

65,3

65,3

62,2

62,1

62,0

62,0

        

Strafzaken (regulier)

       

Aantal afgegeven toevoegingen

75.672

76.312

76.057

75.835

75.597

75.464

75.464

Uitgaven (mln.)

49,8

56,8

56,7

50,4

50,2

50,1

50,1

        

Civiele zaken

       

Aantal afgegeven toevoegingen

179.054

202.228

202.851

203.616

202.664

201.462

201.184

Uitgaven (mln.)

119,3

153,3

153,8

138,0

137,3

136,5

136,3

        

Bestuur

       

Aantal afgegeven toevoegingen

63.807

57.296

57.821

56.306

56.006

55.388

55.388

Uitgaven (mln.)

42,2

43,2

43,6

37,9

37,7

37,3

37,3

        

Piketdiensten

       

Aantal afgegeven toevoegingen

112.659

114.407

114.428

113.982

113.836

113.646

113.646

Uitgaven (mln.)

38,9

43,9

43,9

41,3

41,2

41,1

41,1

        

Lichte adviestoevoeging

       

Aantal afgegeven toevoegingen

8.079

7.834

7.444

6.824

6.256

5.729

5.729

Uitgaven (mln.)

1,7

2,3

2,2

1,4

1,3

1,2

1,2

        

Asiel

       

Aantal afgegeven toevoegingen

34.234

30.097

30.097

30.097

30.097

30.097

30.097

Uitgaven (mln.)

45,7

44,7

44,7

42,3

42,3

42,3

42,3

        

Het Juridisch Loket

       

Aantal klantencontacten

734.000

761.910

761.910

761.910

761.910

761.910

761.910

Uitgaven (mln.)

25,7

26,5

26,5

26,5

26,5

26,5

26,5

        

Overige (mln.)3

€ 5,8

€ 22,5

€ 22,0

€ 22,1

€ 34,3

€ 32,0

€ 10,8

        

Uitvoeringslasten Rechtsbijstand

       

Raad voor Rechtsbijstand (mln.)

€ 25,2

€ 25,9

€ 26,3

€ 26,3

€ 26,3

€ 26,3

€ 26,3

        

Totaal uitgaven (mln.)

€ 417,8

€ 484,5

€ 484,9

€ 448,4

€ 459,2

€ 455,4

€ 434,0

X Noot
1

De aantallen afgegeven toevoegingen in de tabel bij realisatie wijken af van de aantallen die vermeld worden in het Jaarverslag van de Raad voor Rechtsbijstand. Dit heeft te maken met het feit dat voor de financiering van de Raad voor Rechtsbijstand de aantallen over de periode 1 september t/m 31 augustus worden gehanteerd.

X Noot
2

Het artikelonderdeel 32.2 met betrekking tot rechtsbijstand van de begroting van het Ministerie van Justitie en Veiligheid bestaat uit meerdere uitgaven. Naast de uitgaven aan het stelsel voor gesubsidieerde rechtsbijstand hebben de uitgaven betrekking op onder andere het Register beëdigde tolken en vertalers (Rbtv), ECC, ODR en uitgaven aan gerechtsdeurwaarders voor toevoegingszaken. In deze tabel zijn deze uitgaven aan Rbtv en gerechtsdeurwaarders voor toevoegingszaken buiten beschouwing gelaten.

X Noot
3

Rogatoire commissie, inning en restitutie, investeringen/ implementatiekosten

32.3 Optimale randvoorwaarden voor een doelmatig en doeltreffend rechtsbestel

Bijdrage aan Raad voor de rechtspraak (Rvdr)

De Minister voor Rechtsbescherming bekostigt de rechtspraak via de Raad voor de rechtspraak. De Raad voor de rechtspraak is het landelijk orgaan van de Rechtspraak, die verder bestaat uit de rechtbanken, de gerechtshoven, de Centrale Raad van Beroep en het College van Beroep voor het Bedrijfsleven. De Raad bevordert de kwaliteit en eenheid van de rechtspraak, verzorgt de financiën, houdt toezicht en ondersteunt de bedrijfsvoering bij de gerechten. De Raad spreekt zelf geen recht. In dit artikelonderdeel wordt de totstandkoming van de bijdrage van de Minister voor Rechtsbescherming aan de Raad voor de rechtspraak toegelicht.

Prijsafspraken

In het besluit Financiering Rechtspraak 2005 is bepaald dat de prijzen voor de Rechtspraak voor een periode van drie jaar worden vastgesteld en opgenomen in de begroting van JenV. Er zijn in 2019 met de Rvdr prijzen overeengekomen voor de periode 2020-20229.

Instroom, financiering en productie

Conform de Wet op de rechterlijke organisatie heeft de Rvdr zijn begrotingsvoorstel ingediend bij de Minister voor Rechtsbescherming op basis van de in- en uitstroomramingen uit onder andere het Prognosemodel Justitiële ketens, op basis van de prijzen zoals zijn vastgelegd in het Prijsakkoord 2020-2022. Hieruit volgt dat de instroom naar boven is bijgesteld ten opzichte van de instroomprognose in de vorige begroting. Wel is er volgens de prognose een licht dalende instroom in de latere jaren.

Tabel 15 Instroomontwikkeling rechtspraak
 

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Instroom totaal aantal (x 1.000)

1.536

1.585

1.602

1.590

1.568

1.550

1.528

Jaarlijkse mutatie

1%

3%

1%

‒ 1%

‒ 1%

‒ 1%

‒ 1%

Tabel 16 Financiële bijdrage Raad voor de rechtspraak
 

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Begroting 2020 (x € 1.000)

 

1.023.674

1.030.369

1.030.988

1.021.586

1.009.974

1.004.974

Mutatie ( x € 1.000)

 

36.898

32.061

25.651

27.630

32.314

30.153

Begroting 2021 ( x € 1.000)

1.075.352

1.060.572

1.062.430

1.056.639

1.049.216

1.042.288

1.035.127

Met deze bijdrage is onderstaande productieafspraak met de Raad voor de rechtspraak gemaakt.

Tabel 17 Productieafspraak rechtspraak
 

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Productie totaal aantal (x 1.000)

1.536

1.530

1.537

1.531

1.508

1.496

1.460

Jaarlijkse mutatie

4%

0%

0%

0%

‒ 2%

‒ 1%

‒ 2%

Toelichting

In de mutatie in de bijdrage aan de Rechtspraak is onder meer compensatie voor loonontwikkeling (loonbijstelling) verwerkt, een verhoging vanwege geraamde groei van het aantal Vreemdelingenzaken (Meerjaren Productie Prognoses (MPP) Vreemdelingenketen) en een aanvulling in het kader van de versterking van de aanpak van ondermijning.

Bijdragen aan ZBO’s en RWT’s

Autoriteit Persoonsgegevens (AP)

De AP houdt toezicht op de naleving en toepassing van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), de Wet politiegegevens, de Wet basisregistratie personen en de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens. Met ingang van 25 mei 2018 is de AVG in werking getreden; deze vervangt de Wbp. JenV en de AP laten thans gezamenlijk extern onderzoek verrichten naar de grondslagen van de financiering van de AP.

College voor de Rechten van de Mens

Het College voor de Rechten van de Mens (hierna: het College) is het nationale mensenrechteninstituut van Nederland. Als onafhankelijke toezichthouder belicht, beschermt en bevordert het College de mensenrechten in zowel Europees als Caribisch Nederland. Daartoe voert het College de taken uit die bij de Wet College voor de rechten van de mens zijn opgedragen. Het College doet onderzoek, adviseert de regering en het parlement, rapporteert aan internationale comités, geeft voorlichting, bevordert mensenrechteneducatie en oordeelt in individuele gevallen over discriminatie. Het College is tevens toezichthouder voor het VN-verdrag handicap. Het rapporteert jaarlijks over de manier waarop dat verdrag in Nederland wordt uitgevoerd en nageleefd.

Nationaal Register Gerechtelijke Deskundigen (NRGD)

Het NRGD waarborgt en bevordert de kwaliteit van de inbreng van deskundigen in de rechtsgang. Indien een deskundige, zoals een psycholoog, toxicoloog of orthopedagoog, zich als gerechtelijk deskundige wil laten registreren, dient de aanmelding getoetst te worden door het NRGD. Het NRGD heeft een wettelijke basis (Wet deskundigen in strafzaken) en is onafhankelijk.

Stichting Advisering Bestuursrechtspraak (StAB)

De StAB adviseert, door middel van deskundigenberichten, op verzoek van de Raad van State en de rechtbanken over geschillen op het terrein van de fysieke leefomgeving zoals milieu, ruimtelijke ordening, water, bouw en schade. Met ingang van 2020 is de subsidiëring en ministeriële verantwoordelijkheid StAB overgegaan van het Ministerie van IenW naar het Ministerie van JenV.

Subsidies

Subsidie Rechtspleging

De subsidie Rechtspleging betreft met name een subsidie aan de Nederlandse Vereniging voor de Rechtspraak (NVvR).

Subsidie Wetgeving

De subsidie Wetgeving betreft een subsidie aan de Stichting Recht en Overheid (Academie voor Wetgeving en Academie voor Overheidsjuristen) en aan het Nederlandse Juristencomité voor de mensenrechten voor de bescherming van mensenrechten.

Ontvangsten

Griffierechten

Het Ministerie van JenV ontvangt griffierechten van burgers, overheden, bedrijven en ander rechtspersonen die civiele of bestuursrechtelijke procedures starten.

3.3 Artikel 33. Veiligheid en criminaliteitsbestrijding

A. Algemene doelstelling

Een veiliger samenleving door een doelmatige en effectieve rechtshandhaving en criminaliteitsbestrijding, en door versterking van de bestuurlijke aanpak van criminaliteit door de decentrale overheden.

B. Rol en verantwoordelijkheid

Opsporing en vervolging

De Minister heeft een regisserende rol. Hij is beleidsverantwoordelijk voor het landelijke opsporings- en vervolgingsbeleid en financiert daartoe onder andere het Openbaar Ministerie (OM) en het Nationaal Forensisch Instituut (NFI). Het OM is belast met de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde (Wet op de rechtelijke organisatie). Het voert het gezag over de opsporing door politie en bijzondere opsporingsdiensten, beslist over de vervolging van strafbare feiten en ziet erop toe dat de opgelegde straf naar behoren wordt uitgevoerd.

Veiligheid en lokaal bestuur

Op het gebied van veiligheid en lokaal bestuur heeft de Minister een stimulerende rol. Hij is belast met het ontwikkelen van visie, beleid en samenwerkingsvormen op het terrein van de bestuurlijke aanpak van onveiligheid en criminaliteit.Inspanningen zijn er op gericht het lokaal bestuur zo effectief en efficiënt als mogelijk in staat te stellen de lokale veiligheid te vergroten, onder andere door het bewaken van de bestuurlijke integriteit (Bibob) en de inzet van de Regionale Informatie- en Expertise Centra (RIEC’s).JenV faciliteert en ondersteunt de aanpak van de meest voorkomende vormen van overlast, zoals overlast gerelateerd aan jeugdgroepen, alcohol, uitgaan, voetbal en evenementen. Dit wordt ingevuld samen met het lokale bestuur, onder andere via structureel overleg met de G4, de G32 en de VNG.

JenV is in staat in- en extern coalities te vormen die nodig zijn om lokaal bestuur en bedrijfsleven in staat te stellen onveiligheid en criminaliteit te bestrijden. De rol die het bedrijfsleven kan spelen bij de aanpak van criminaliteit kan nog beter worden erkend en benut.

Vervolging en berechting van verdachten van het neerhalen van vlucht MH17

De Minister is verantwoordelijk voor het strafrechtelijke vervolgings- en berechtigingsmechanisme en financiert daarvoor onder andere het Openbaar Ministerie (OM), de rechtspraak en de politie.De vervolging en berechting van de verdachten van het neerhalen van de vlucht MH17 zal in Nederland plaatsvinden onder de Nederlandse wet, ingebed in internationale steun en samenwerking. Hiertoe wordt nauw samengewerkt met het Ministerie van Buitenlandse Zaken.

C. Beleidswijzigingen

Verkeer

Het aantal verkeersdoden en -gewonden neemt de laatste jaren toe, onder meer onder kwetsbare verkeersdeelnemers zoals fietsers en voetgangers. Het aantal slachtoffers moet omlaag, waarbij we samen met (branche)organisaties, provincies, gemeenten en handhavende instanties ons inzetten voor de realisatie van het manifest «Verkeersveiligheid: een nationale prioriteit». Notoire verkeersovertreders worden harder aangepakt, bijvoorbeeld met het wetsvoorstel aanscherping aansprakelijkheid ernstige verkeersdelicten. In het verlengde daarvan dragen we bij aan het realiseren van het Strategisch Plan Verkeersveiligheid en Landelijk Actieplan Verkeersveiligheid 2019-2021.

Mensenhandel

Bijzondere aandacht binnen de aanpak van georganiseerde criminaliteit is er voor de aanpak van mensenhandel. Eind 2018 is het interdepartementale programma Samen tegen mensenhandel gepresenteerd waarin talloze maatregelen zijn aangekondigd om de aanpak van seksuele uitbuiting, arbeidsuitbuiting en criminele uitbuiting een stevige impuls te geven. Met deze maatregelen worden een drietal doelstellingen nagestreefd namelijk: 1.) het voorkomen van slachtofferschap, 2.) slachtoffers snel en adequaat signaleren en de benodigde zorg en ondersteuning geven en 3.) daders op allerlei manieren frustreren en aanpakken. Ten behoeve van de laatste doelstelling zijn onder andere afspraken gemaakt in de veiligheidsagenda 2019-2022. In 2021 worden de aangekondigde maatregelen verder vormgegeven en zullen op basis van actuele ontwikkelingen nieuwe maatregelen getroffen worden om de aanpak van mensenhandel blijvend te versterken. Hiertoe wordt de samenwerking gezocht met de andere betrokken ministeries, gemeenten, het OM, de politie, de Inspectie SZW, de KMar, de IND, opvang- en zorginstellingen, jeugdhulpverlening, scholen, NGO’s, private partijen en internationale partners.

Prostitutie

Het prostitutiebeleid bestaat uit drie pijlers: regulering van de branche, versterking van de maatschappelijke positie van sekswerkers en ondersteuning van sekswerkers die de branche willen verlaten. Er komt een wetsvoorstel dat alle vormen van prostitutie vergunningplichtig maakt, zowel seksbedrijven als zelfstandig werkende prostituees. Om toezicht op en handhaving van de vergunningen te faciliteren, voorziet het wetsvoorstel in een landelijk register van prostitutievergunningen en een landelijk register van vergunningen van prostitutie bedrijven. Er komt een pooierverbod, in aanvulling op de mogelijkheden die artikel 273f Sr biedt voor de strafrechtelijke aanpak van mensenhandel in de prostitutie. Wie betrokken is bij onvergunde bedrijfsmatige seksuele dienstverlening en daar financieelvoordeel uithaalt, wordt strafbaar.

Om de maatschappelijke positie van sekswerkers te versterken wordt de belangenvereniging van prostituees ondersteund. Ook wordt er een wettelijke grondslag gecreëerd voor anonieme en laagdrempelige prostitutiegezondheidszorg. Verder start een pilot met een alerteringssysteem waarmee sekswerkers elkaar kunnen waarschuwen voor gewelddadige klanten.

Tot slot kunnen sekswerkers die de prostitutie willen verlaten daarbij begeleid worden vanuit een van de uitstapprogramma’s, die in het gehele land beschikbaar zijn.

Innovatiewet

In 2020 zijn de voorbereiding getroffen voor het ontwikkelen van de Innovatiewet Strafvordering. Naar verwachting zal deze wet in 2021 worden ingediend bij de Tweede Kamer. De wet hangt nauw samen met het nieuwe Wetboek van strafvordering, die de juridische ruggengraat voor een evenwichtige modernisering van de strafrechtketen moet vormen. Het gemoderniseerde wetboek legt de juridische basis voor verkorting van doorlooptijden door procesvereenvoudigingen én digitalisering van de strafrechtketen, in evenwicht met de rechtsbescherming van burgers. De Innovatiewet biedt de grondslag om een aantal onderdelen van het nieuwe Wetboek, vooruitlopend op de mogelijke inwerkingtreding hiervan, door middel van pilots in de praktijk te beproeven. De pilots zullen worden geëvalueerd door het WODC en de resultaten zullen worden betrokken bij de verdere voorbereiding van het nieuwe Wetboek. De voorbereidingen van de pilots zijn in 2020 opgestart en zullen in 2021 worden voortgezet.

Multilateraal Verdrag Inzake Rechtshulp en Uitlevering bij Internationale Misdrijven Nederland beschouwt de opsporing en vervolging van internationale misdrijven (genocide, oorlogsmisdrijven en misdrijven tegen de menselijkheid) als een belangrijke internationale verantwoordelijkheid en is op grond van internationale verdragen, waaronder het Statuut van het Internationaal Strafhof, ook verplicht om aan die verantwoordelijkheid uitvoering te geven. Verdachten, getuigen en bewijsmiddelen zijn bij internationale misdrijven vaak over meerdere landen verspreid waardoor adequate opsporing en vervolging sterk afhankelijk is van effectieve internationale samenwerking op het gebied van rechtshulp en uitlevering. Om effectieve internationale samenwerking op deze terreinen mogelijk te maken, werkt Nederland samen met Argentinië, België, Mongolië, Senegal en Slovenië, aan de totstandkoming van een nieuw Multilateraal Verdrag inzake Rechtshulp en Uitlevering bij Internationale Misdrijven (MVRUIM). Nederland heeft sinds 2011 een leidende rol in dit initiatief, dat inmiddels door 73 landen wereldwijd wordt gesteund en dat binnen twee jaar zou moeten leiden tot de totstandkoming van het MVRUIM-verdrag.

D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 18 Tabel Budgettaire gevolgen van beleid artikel 33 (bedragen x € 1.000)
 

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Verplichtingen

902.541

934.669

1.026.745

998.850

940.376

926.746

929.253

        

Apparaatsuitgaven

572.831

587.017

557.302

555.716

555.808

554.973

554.080

33.1 apparaatsuitgaven Openbaar Ministerie

       

Personele uitgaven

458.424

492.611

465.287

463.865

463.738

462.892

461.999

waarvan eigen personeel

408.791

450.143

424.006

422.658

422.431

421.577

420.684

waarvan externe inhuur

47.892

40.992

39.813

39.741

39.838

39.846

39.846

waarvan overig personeel

1.741

1.476

1.468

1.466

1.469

1.469

1.469

Materiele uitgaven

114.407

94.406

92.015

91.851

92.070

92.081

92.081

waarvan ict

15.493

10.198

8.955

8.939

8.960

8.961

8.961

waarvan sso's

38.082

35.187

34.265

34.205

34.285

34.289

34.289

waarvan overig materieel

60.832

49.021

48.795

48.707

48.825

48.831

48.831

        

Programma-uitgaven

276.426

347.152

469.443

443.134

384.568

371.773

375.173

Waarvan juridisch verplicht

  

98%

    

33.2 Bestuur, informatie en technologie

       

Bijdrage medeoverheden

       

Regionale Informatie en Expertise Centra

8.640

7.742

7.742

7.742

7.742

7.742

7.742

Regeling Uitstapprogramma's prostituees

1.517

2.608

0

0

0

0

0

Overige Bijdrage medeoverheden

150

950

1.069

1.041

1.041

1.041

1.041

Subsidies

       

Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid

4.600

3.732

3.733

3.330

3.330

3.330

3.330

Keurmerk Veilig Ondernemen

730

1.704

404

0

0

0

0

Regeling Uitstapprogramma's prostituees

2.422

1.573

0

0

0

0

0

Veiligheid Kleine Bedrijven (VKB)

191

170

170

0

0

0

0

Overige Subsidies

1.424

1.077

1.150

1.150

1.150

1.150

1.150

Opdrachten

       

Overige Opdrachten

0

54

136

105

105

105

105

        

33.3 Opsporing en vervolging

       

Bijdrage Agentschappen

       

NFI

77.595

74.510

73.667

73.682

73.688

73.716

73.716

Bijdrage medeoverheden

       

BES Caribisch deel van het Koninkrijk

7.002

6.986

4.852

4.853

4.853

4.853

4.853

FIU.Nederland

5.305

7.698

6.627

6.627

6.627

6.627

6.627

Aanpak ondermijning

41.919

60.948

204.457

172.412

161.501

161.501

161.501

Overige Bijdrage medeoverheden

5.556

12.947

14.187

13.497

13.172

12.638

12.638

Subsidies

       

Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV)

0

669

669

596

596

596

596

Overige Subsidies

5.168

3.752

3.133

2.133

2.133

2.133

2.133

Opdrachten

       

Schadeloosstellingen

20.879

19.512

19.951

19.942

19.946

19.946

19.946

Keten Informatie Management

5.240

5.609

1.448

1.448

1.448

1.448

1.448

Onrechtmatige Detentie

6.419

3.040

3.588

6.156

6.159

6.159

6.159

Gerechtskosten

31.863

34.144

33.431

29.925

29.927

29.927

29.927

Restituties ontvangsten voorgaande jaren

4.300

0

0

0

0

0

0

Verkeershandhaving OM

13.864

17.627

18.484

27.569

27.147

19.647

23.047

Afpakken

0

335

892

737

727

727

727

Bewaring, verkoop en vernietiging ibg voorwerpen

14.105

13.037

13.061

13.056

13.059

13.059

13.059

Overige Opdrachten

2.295

49.674

48.988

50.648

4.648

4.648

4.648

Garanties

       

Faillissementscuratoren

1.894

780

780

780

780

780

780

        

33.4 Vervolging en berechting MH17-verdachten

       

Opdrachten

       

Vervolging en berechting MH17-verdachten

13.348

16.274

6.824

5.705

4.789

0

0

        

Ontvangsten

1.074.176

1.099.836

1.261.393

1.272.228

1.283.221

1.295.892

1.279.898

waarvan Afpakken

799.433

384.360

384.360

384.360

384.360

384.360

355.360

waarvan Boeten en Transacties

262.050

702.476

864.033

874.868

885.861

898.532

911.538

waarvan Overig

12.693

13.000

13.000

13.000

13.000

13.000

13.000

Budgetflexibiliteit

De juridisch verplichte bedragen betreffen de bijdragen aan het OM, de bijdragen genoemd onder (inter)nationale organisaties/medeoverheden, de bijdragen aan het agentschap NFI, aan DRZ en aan het ZBO College Gerechtelijk Deskundigen. Daarnaast zijn de subsidiebedragen en de gerechtskosten juridisch verplicht. De niet juridische verplichte budgetten voor (opdrachten) schadeloosstellingen en onrechtmatige detentie worden op basis van rechtelijke uitspraken uitgeput en zijn derhalve niet vrij besteedbaar.

E. Toelichting op de financiële instrumenten

33.1 Apparaatsuitgaven Openbaar Ministerie

Openbaar Ministerie (OM)

Het OM is de enige instantie in Nederland die een verdachte voor de strafrechter kan brengen, afgezien van de bijzondere procedure die geldt voor ambtsdelicten van Kamerleden en bewindspersonen. Samen met de rechtspraak is het OM onderdeel van de rechterlijke macht. Het OM zorgt ervoor dat strafbare feiten worden opgespoord en vervolgd. Daarvoor wordt samengewerkt met politie en andere opsporingsdiensten. Het OM is een landelijke organisatie verdeeld over tien arrondissementen. Deze zijn gelijk aan de tien regionale eenheden van de politie. Daarnaast richt het Landelijk Parket zich op de bestrijding van (internationaal) georganiseerde misdaad, bestrijdt het Functioneel Parket criminaliteit op het gebied van milieu, economie en fraude en worden alle beroepen tegen verkeersboetes en eenvoudige misdrijfzaken door het Parket Centrale Verwerking OM (CVOM) behandeld. De zaken waarin hoger beroep wordt aangetekend komen bij een van de vier vestigingen van het Ressortsparket. Dit budget is bestemd voor de financiering van de apparaatsuitgaven van het OM. Het OM realiseert naar verwachting de hieronder genoemde productie.

Tabel 19 Productiegegevens Openbaar Ministerie
 

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

        

WAHV beroep-, kanton- en appèlzaken

413.577

452.900

458.566

463.462

475.462

484.462

494.462

        

Overtredingszaken

122.244

140.000

129.666

132.149

130.149

132.149

132.149

- waarvan na herinstroom

9.555

17.707

16.416

16.732

16.471

16.732

16.732

        

Misdrijfzaken

206.150

220.043

219.084

218.426

215.377

211.905

208.655

Eenvoudige misdrijfzaken

26.225

28.000

27.761

27.761

27.761

27.761

27.761

- waarvan na herinstroom

1.057

1.460

1.447

1.447

1.447

1.447

1.447

Interventie/ZSM zaken

144.922

159.350

158.372

157.589

154.492

150.992

147.692

- waarvan (sepot of) buitenrechtelijke afdoening in voorfase*

6.959

      

- waarvan na herinstroom

9.222

7.699

7.652

7.614

7.464

7.295

7.136

Onderzoekszaken1

25.233

23.845

24.001

24.192

24.242

24.242

24.292

Ondermijningszaken

9.770

8.848

8.950

8.884

8.882

8.910

8.910

        

Appèlzaken

23.792

27.499

29.398

29.498

29.833

30.083

30.293

X Noot
1

Vanaf 2019 wordt het BOSZ systeem gekoppeld met GPS. Hierdoor zullen de zogenaamde BOSZ sepots niet meer separaat zichtbaar zijn. Deze zaken stromen dan voortaan in als reguliere zaak: grotendeels (95%) onder ”Interventie/ZSM zaken” en een klein deel (5%) onder “Onderzoekszaken”.

De in de tabel opgenomen aantallen zijn gebaseerd op de beschikbare capaciteit van het Openbaar Ministerie voor de behandeling van zaken. In 2021 beoordeelt het OM naar verwachting circa 459.000 zaken van burgers die beroep instellen tegen een verkeersboete (WAHV). Het OM verwacht in 2021 meer beroepen te behandelen dan in voorgaande jaren vanwege de toenemende inzet op de handhaving van de verkeersveiligheid.

Verder neemt het OM in circa 130.000 overtredingszaken een strafrechtelijke beslissing. Het OM kan de zaak zelfstandig afdoen (bijvoorbeeld met een strafbeschikking of een sepot) of de zaak aan de kantonrechter voorleggen. In ruim 17.000 zaken is sprake van zogenaamde her-instroom vanwege verzet tegen een genomen strafbeschikking.

Het OM zet de meeste capaciteit in bij de behandeling van misdrijfzaken. De capaciteit van het OM is er op gericht om bijna 28.000 eenvoudige misdrijfzaken, meestal zogenaamde feit-gecodeerde misdrijven te behandelen. Bij interventiezaken is het doel dat bij veel voorkomende (wijkgerelateerde) criminaliteit de burger als verdachte, slachtoffer of betrokkene een merkbare, zichtbare en betekenisvolle (strafrechtelijke) interventie ervaart die waar mogelijk snel (ZSM) wordt uitgevoerd. Het gaat in 2021 naar verwachting om ruim 158.000 zaken.

De onderzoekszaken en ondermijningszaken omvatten de opsporing en vervolging van ernstige delicten. In ondermijningszaken ligt de focus op de aanpak van criminele activiteiten die niet primair ter kennis van de opsporingsinstanties komen via aangiften. De strafrechtelijke onderzoeken en de daaruit volgende strafzaken zijn vaak langdurig, complex en omvangrijk.

Tot slot kan een verdachte of de officier van justitie (of beiden) in appèl gaan tegen het vonnis van de strafrechter. In dat geval wordt de strafzaak door het Ressortsparket in behandeling genomen. Het gaat hier naar verwachting om circa 29.000 zaken.

Bij de genoemde aantallen is nog geen rekening gehouden met eventuele effecten op de instroom en productie als gevolg van de coronacrisis.

Vanaf 1 januari 2019 is een nieuw bekostigingssysteem ingevoerd. In dit nieuwe bekostigingssysteem is deels gebaseerd op de bovengenoemde productie, behoudens voor wat betreft de zaken op het terrein van ondermijnende criminaliteit.

Er zijn tevens een aantal vaste kostenposten buiten het outputgerelateerde budget gehouden, zoals budgetten ten behoeve ICT en huisvesting. Dit geldt ook voor een aantal budgetten die betrekking hebben op werkzaamheden van het openbaar ministerie die niet of slechts indirect leiden tot een afgeronde strafzaak. Hierbij moet gedacht worden aan bijvoorbeeld de aanpak van ondermijnende criminaliteit en terrorisme of beschikbaarheidskosten zoals bij de ZSM-aanpak.

33.2 Bestuur, Informatie en Technologie

Bijdragen aan medeoverheden

Regionale Informatie en Expertise Centra / Landelijk Informatie en Expertise Centrum (RIEC's/LIEC) 

Voor een structurele aanpak van georganiseerde ondermijnende criminaliteit zijn er 10 RIEC's en een LIEC. De RIEC’s ontwikkelen en ondersteunen regionaal bestuurlijke interventies en combineren die zo mogelijk met een fiscale en strafrechtelijke aanpak. Binnen de RIEC’s wordt samengewerkt tussen openbaar bestuur, politie, Openbaar Ministerie, Belastingdienst en andere partners. Het LIEC is een shared service center voor de RIEC’s en heeft tot doel het zoveel mogelijk stroomlijnen van de werkwijzen van de RIEC’s en het ondersteunen van de onderlinge afstemming. Voor 2021 ontvangen de RIEC’s een reguliere bijdrage van in totaal € 8,53 mln.

Tabel 20 bijdragen aan RIEC's/LIEC
 

Incidentele gelden 2021

Totaalbedrag incidentele gelden, programmaperiode 2019-2021

Structurele gelden 2021

RIEC Noord-Nederland t.n.v. gemeente Leeuwarden

2.064.000

6.000.000

853.000

RIEC Oost-Nederland t.n.v. gemeente Enschede

2.658.000

8.950.000

853.000

RIEC Zeeland West Brabant t.n.v. gemeente Tilburg

2.768.500

10.250.000

853.000

RIEC Oost-Brabant t.n.v. gemeente Eindhoven

2.777.500

10.250.000

853.000

RIEC Midden-Nederland t.n.v. gemeente Utrecht

3.060.200

9.240.600

853.000

RIEC Limburg t.n.v. gemeente Maastricht

2.979.000

8.937.000

853.000

RIEC Noord-Holland t.n.v. gemeente Haarlem

1.911.250

6.035.025

853.000

RIEC Den Haag t.n.v. gemeente Den Haag

1.998.000

6.000.000

853.000

RIEC Rotterdam t.n.v. gemeente Rotterdam

3.664.000

11.000.000

853.000

RIEC Amsterdam Amstelland t.n.v. gemeente Amsterdam

2.777.900

8.337.375

853.000

Totaal

26.658.350

85.000.000

8.530.000

Uitstapprogramma’s prostituees

Het kabinet heeft structureel geld beschikbaar gesteld voor een landelijk dekkend netwerk van uitstapprogramma’s om mensen die de prostitutie willen verlaten, hierbij te ondersteunen. Hiervoor is per jaar € 3 mln. beschikbaar gesteld, en eenmalig € 1 mln. extra in 2021. Dit budget wordt via een decentralisatie-uitkering aan 18 aangewezen DUUP gemeenten uitgekeerd. Het budget is bedoeld voor het (laten) ontwikkelen en (laten) uitvoeren van regionale uitstapprogramma’s voor prostituees. Een uitstapprogramma is een programma waarbinnen begeleiding van prostituees plaatsvindt bij het vinden van werk of overige dagbesteding buiten de prostitutie.

Subsidies

Het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV)

Het CCV ontvangt een subsidie om kennis en instrumenten te ontwikkelen op het terrein van criminaliteitspreventie en veiligheid, gericht op integrale aanpak door samenwerking tussen zowel publieke als private organisaties. Via onder andere bijeenkomsten, publicaties, instrumenten en de website ondersteunt het CCV professionals op het gebied van criminaliteitspreventie en veiligheid.

Keurmerk Veilig Ondernemen (KVO)

Het KVO heeft als doel het creëren van een veiligere werk- en leefomgeving ter preventie van inbraken, overvallen en brand. Samenwerking tussen ondernemers, gemeente, politie en brandweer staat hierbij centraal. Bedrijventerreinen en winkelgebieden komen voor KVO- certificatie in aanmerking als zij een aantal structurele maatregelen op het gebied van veiligheid treffen.

Uitstapprogramma’s prostituees

Hier wordt verwezen naar de toelichting bij de "bijdragen aan medeoverheden".

33.3 Opsporing en vervolging

Bijdragen aan agentschappen

Nederlands Forensisch Instituut (NFI)

Het NFI is een intern verzelfstandigde organisatie die forensische diensten levert. De grondslag, doelstelling en kerntaken van het NFI zijn vastgelegd in de Regeling Taken NFI. Als primaire taak heeft zij het verlenen van forensische diensten en expertise aan de Nederlandse strafrechtketen. Een meer gedetailleerde toelichting vindt u verderop in de agentschapsparagraaf van het NFI.

Bijdragen aan medeoverheden

Staatkundige hervorming Caribisch Nederland en de landen Curaçao, Aruba en Sint Maarten

Nederland draagt op verschillende manieren bij aan het rechtsbestel in Caribisch Nederland en de andere landen van het Koninkrijk. Naast een jaarlijkse bijdrage aan het Gemeenschappelijk Hof van Justitie en het Openbaar Ministerie wordt onder andere gestimuleerd dat het aantal rechters en officieren van justitie zowel kwantitatief als kwalitatief op goed niveau blijft. De juridische dienstverlening op de BES is geborgd door advocaten, notarissen en gerechtsdeurwaarders. Via Rijksdienst Caribisch Nederland (RCN) en de Raad voor Rechtsbijstand wordt kosteloze rechtsbijstand verleend aan onvermogenden. Voorts wordt een subsidie beschikbaar gesteld voor een notaris van Sint Maarten ten behoeve van de beschikbaarheid van het notariaat op Saba en Sint-Eustatius. Ook is er een Commissie bescherming persoonsgegevens BES die toezicht houdt op de uitvoering van de Wet persoonsgegevens BES. Tot slot wordt de Raad voor de rechtshandhaving in staat gesteld zijn taak, als vastgelegd in de Rijkswet Raad voor de rechtshandhaving, op een goed niveau uit te kunnen voeren.

Financial Intelligence Unit Nederland (FIU-Nederland)

In het kader van de bestrijding van witwassen, de onderliggende delicten en terrorismefinanciering ontvangt de FIU-Nederland op grond van de Wet ter voorkoming van Wwitwassen en financieren van terrorisme (Wwft) signalen over meldingen van ongebruikelijke transacties van meldingsplichtige instellingen, zoals banken, geldtransactiekantoren, beroeps- en bedrijfsmatige autohandelaren en notarissen. FIU-Nederland analyseert de ongebruikelijke transacties en kan besluiten ze als verdachte transactie aan te merken en over te dragen door te melden aan de opsporings-, inlichtingen- en veiligheidsdiensten voor verder onderzoek en mogelijke vervolging.

Tabel 21 Kengetallen FIU-Nederland
 

2019

2020

2021

2022

2023

Aantal LOvJ-verzoeken1

1.298

1.200

1.200

1.200

1.200

Aantal Eigen onderzoeksdossiers

1.611

1.500

1.500

1.500

1.500

X Noot
1

Een verzoek of dossier kan meerdere verdachte transacties bevatten

Aanpak ondermijning

Vanuit het Regeerakkoord is een bedrag van € 100 mln. beschikbaar gesteld voor de versterking van de aanpak van ondermijning. Dit geld wordt met name ingezet om de lokale en regionale aanpak van ondermijning stevig en innovatief te versterken. Daarnaast wordt een structureel bedrag ter hoogte van € 10 mln. besteed aan de versterking van de intelligence- en analysecapaciteit in RIEC/LIEC-verband en voor aanvullende capaciteit om de regionale, integrale aanpak van ondermijning in operationele zin te versterken.

Aanvullend op de versterking vanuit het Regeerakkoord wordt doorgepakt met een breed offensief om de georganiseerde ondermijnende criminaliteit verder terug te dringen. Op landelijk niveau wordt ingezet op een combinatie van repressieve en preventieve maatregelen; oprollen, afpakken en voorkomen. Er komt een bedrag van € 141 mln. in 2021, oplopend tot € 150 mln. structureel vanaf 2022 beschikbaar. Deze middelen worden primair ingezet op het toekomstbestendig maken van het stelsel Bewaken en Beveiligen (structureel € 55 mln.) en de inrichting en werkzaamheden van het Multidisciplinair Interventieteam (MIT, structureel € 93 mln.). Uit deze gelden is er in 2021 € 15 mln. en 2022 € 10 mln. incidenteel geld beschikbaar voor de lokale en regionale aanpak. Daarnaast wordt € 2 mln. structureel geïnvesteerd in het Programma Anti-Ondermijning en onderzoek.

De middelen ten behoeve van de regionale aanpak van ondermijning zijn ter beschikking gesteld aan de tien Regionale Informatie en Expertise Centra (RIECs). In de tabel <bijdragen aan RIEC's/LIEC> bij artikelonderdeel 33.2 staat de precieze verdeling van de structurele en incidentele gelden die voor 2021 aan de afzonderlijke RIECs beschikbaar worden gesteld, op basis van de regionale versterkingsplannen voor de besteding van deze middelen. Hierbij is tevens vermeld via welke rechtspersoon deze middelen aan de RIEC zijn toebedeeld. De RIEC’s hebben zelf namelijk geen rechtspersoonlijkheid en kunnen derhalve niet rechtsreeks een bijdrage ontvangen.

Overige opsporing en vervolging

Dit betreffen ondermeer bijdragen voor vergoeding voor de verstrekking van persoonsgegevens van Telecomproviders aan het CIOT (Centraal Informatiepunt Onderzoek Telecommunicatie), Internationale- en Europese arrestatiebevelen, de bestrijding van mensenhandel op de Nederlandse Antillen, de Nationaal Rapporteur Mensenhandel, het tegengaan van misbruik van rechtspersonen, het passagiersnamen register systeem (TRIP), de Veiligheidsmonitor, de implementatie van de EU Wapenrichtlijn en de aanpak van ondermijnende criminaliteit.

Subsidies

Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV)

Het CCV ontvangt een subsidie om kennis en instrumenten te ontwikkelen op het terrein van criminaliteitspreventie en veiligheid, gericht op integrale aanpak door samenwerking tussen zowel publieke als private organisaties. Via onder andere bijeenkomsten, publicaties, instrumenten en de website ondersteunt het CCV professionals op het gebied van nalevingsexpertise.

Opdrachten

Schadeloosstellingen

Dit betreft de budgetten voor schadeloosstellingen buiten de strafrechtelijke keten, zoals vergoedingen vanwege onrechtmatige vreemdelingenbewaring en in het geval van bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (BOPZ). Daarnaast kunnen ook vergoedingen worden verstrekt voor bijvoorbeeld juridische bijstand.

Keten Informatie Management (KIM)

Keteninformatievoorziening heeft als doel de ondersteuning van de informatie-uitwisseling in de strafrechtketen. In dit kader worden onder andere ketenvoorzieningen in opdracht van DGRR beheerd en (door)ontwikkeld bij de Justitiële Informatiedienst en wordt een bijdrage geleverd aan de totstandkoming van de architectuur voor de informatievoorziening in de strafrechtketen. Daarnaast wordt er ook beleidsmatig gekeken naar de kaders voor informatie-uitwisseling en de uitvoerbaarheid daarvan, mede door middel van de herziening van de Wet politiegegevens en de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens, en in het programma Identiteitsvaststelling op orde.

Onrechtmatige Detentie

Ten laste van dit budget worden de vergoedingen verantwoord aan ex-justitiabelen waarvan is vastgesteld dat recht is ontstaan op een vergoeding. Over het algemeen worden deze vergoedingen vastgesteld door de rechter.

Gerechtskosten OM

Ten laste van dit budget worden de uitgaven gebracht die betrekking hebben op deskundigen en tolken en vertalers, die een bijdrage leveren aan het strafproces en worden bekostigd in overeenstemming met het Besluit tarieven in strafzaken.

Verkeershandhaving OM

Het OM voert het programma verkeershandhaving uit. Uit dit budget worden de uitgaven voor dit programma gedaan, niet zijnde bijdragen aan ZBO of agentschap, bijvoorbeeld trajectcontrolesystemen.

Afpakken

Misdaad mag niet lonen en het compenseren van geleden schade aan slachtoffers of rechthebbenden staat voorop. Dit is een speerpunt van het Kabinet en de partners in de strafrechtketen. Daarbij wordt samengewerkt met bestuurlijke partners zoals de Belastingdienst en gemeenten en, waar mogelijk, met private partijen. Het ontnemen van crimineel vermogen is een onderdeel van die bestrijding naast de inzet om Nederland voor criminelen financieel-economisch minder aantrekkelijk te maken en criminele bedrijfsprocessen en criminele verdienmodellen continu te frustreren. Bijgevolg wordt per strafzaak gekeken naar de meest effectieve en realiseerbare interventie waarbij de afspraak is dat in principe bij iedere ondermijningszaak financieel-economisch onderzoek wordt verricht met het oog op inbeslagname voor het realiseren van ontneming van crimineel vermogen.

Voor het versterken van deze financiële aanpak van criminaliteit wordt er uitvoering geven aan de beleidsmaatregelen ter bestrijding van georganiseerde ondermijnende criminaliteit en het plan van aanpak witwassen. Verder wordt er uitvoering gegeven aan de strategie voor het afpakken van crimineel vermogen. Deze strategie, uiteengezet in de brief aan de Tweede Kamer van 13 maart 201910 beoogt het effectiever blootleggen van criminele geldstromen om doeltreffender crimineel vermogen af te pakken en criminele investeringen te verhinderen. Uit dit budget worden de uitgaven voor de partijen in de strafrechtketen bekostigd, waaronder de inzet van het strafrecht, maar ook samenwerking van de partijen in de strafrechtketen met bestuurlijke partners (waaronder de Belastingdienst en gemeenten). Daarbij wordt ingezet op systematisch inzetten op financieel onderzoek ten behoeve van het opsporen van strafbare feiten en crimineel vermogen en wordt gewerkt aan het versterken van de multidisciplinaire informatie-uitwisseling en informatievoorziening. Ook wordt gestreefd naar doelmatige werkprocessen inzake het opsporen en afpakken van crimineel vermogen, inclusief het beslagproces. Er worden met behulp van lopende en afgeronde projecten innovatieve, goed werkende praktijken geïdentificeerd en breed beschikbaar gesteld en de expertise inzake het afpakken onder medewerkers van overheidsorganisaties wordt breed gedeeld. Ook wordt ingezet op versterking van Nederlandse en EU wet- en regelgeving voor de aanpak van witwassen en het versterken van informatiedeling in het licht van ontneming van crimineel vermogen. Daarnaast wordt de operationele internationale samenwerking versterkt door het financieel opsporen verder in te bedden in de aanpak van verschillende typen strafbare feiten. Met de inrichting van een monitor wordt het verbeterd in beeld brengen van gerealiseerde resultaten en ervaringen in het toepassen van maatregelen en afgesproken processen mogelijk gemaakt. Onvolkomenheden en vastgestelde verbeterslagen in de strafrechtelijke afpakketen worden met behulp van centrale regievoering en keten-brede analyse, overleg en gezamenlijke inspanningen verder systematisch ter hand genomen met behulp van de daarvoor beschikbare middelen.

Garanties

Faillissementscuratoren

De garantstellingsregeling curatoren (GSR) voorziet er in dat curatoren in faillissementen bij ontoereikendheid van de boedel de Minister een garantiestelling kunnen vragen ter dekking van de kosten om een rechtsvordering in te kunnen stellen tegen bestuurders van de rechtspersoon in geval van vermoedelijk «kennelijk onbehoorlijk bestuur» Dit stelt curatoren in faillissementen in staat om een procedure te beginnen teneinde de vervreemde activa weer terug te laten vloeien in de boedel om benadeling van de crediteuren zoveel mogelijk te beperken. Naar aanleiding van de evaluatie van de GSR wordt de garantstellingsregeling herzien. Dit met het oog om de uitvoerbaarheid en effectiviteit te verbeteren en de regeling in overeenstemming te brengen met het Rijkskader voor risicoregelingen. 

33.4 Vervolging en berechting van verdachten van het neerhalen van vlucht MH17

Op 19 juni 2019 heeft het Openbaar Ministerie (OM), op basis van onderzoek van het Joint Investigation Team (JIT), besloten om tot vervolging van vier verdachten over te gaan. Het strafproces MH17 is op 9 maart 2020 van start gegaan. Nederland zal zelf de kosten dragen voor getuigenbescherming, rechtspraak en OM. Overige kosten, waarbij gedacht moet worden aan detentie, beveiliging, vertaling, communicatie etc., worden gezamenlijk door de JIT-landen - Australië, België, Maleisië, Oekraïne en Nederland - gefinancierd. De JIT-landen hebben hun politieke en financiële steun uitgesproken en deze steun is bekrachtigd door de ondertekening van Memoranda of Understanding (MoU’s).

Ontvangsten

Boeten en Transacties

Conform het Regeerakkoord zijn per 1 januari 2018 alle ontvangsten uit Boeten en Transacties (B&T-ontvangsten) een generaal dossier. De geraamde B&T-ontvangsten blijven op de begroting van JenV staan, maar afwijkingen in de ontvangsten zullen geen last (of voordeel) voor de begroting van JenV vormen. Hierdoor is het financiële risico voor JenV geheel weggenomen.

Afpakken

Misdaad mag niet lonen en het compenseren van geleden schade aan slachtoffers of rechthebbenden staat voorop. Voor het versterken van deze financiële aanpak van criminaliteit wordt naast het uitvoering geven aan de beleidsmaatregelen ter bestrijding van georganiseerde ondermijnende criminaliteit en het plan van aanpak witwassen zoals vastgesteld in 2019 en 2020, ook uitvoering gegeven aan de strategie voor het afpakken van crimineel vermogen. Deze strategie uiteengezet in de brief aan de Tweede Kamer van 13 maart 2019 beoogt het effectiever blootleggen van criminele geldstromen om effectiever crimineel vermogen af te pakken en criminele investeringen te verhinderen. Ook de opbrengsten uit afpakken kennen sinds 1 januari 2018 deels een generale behandeling.

3.4 Artikel 34. Straffen en beschermen

A. Algemene doelstelling

Voorkomen dat burgers (opnieuw) dader of slachtoffer worden van criminaliteit, volwassenen en kinderen beschermen die vanwege de kwetsbare positie waarin zij verkeren bedreigd of verleid worden door (herhaalde) criminaliteit of die bedreigd worden in hun ontwikkeling en bewerkstelligen dat met een straf genoegdoening wordt geboden aan het slachtoffer en aan de samenleving als geheel.

Het borgen van de veiligheid door de tenuitvoerlegging van strafrechtelijke sancties, het bevorderen van het nemen van preventieve maatregelen door burgers en bedrijven, het versterken van de positie van slachtoffers, het beschermen van jeugdigen die in hun ontwikkeling worden bedreigd in de opvoed- en leefsituatie en het realiseren van een effectieve aanpak van jeugdcriminaliteit en geweld in huiselijke kring.

B. Rol en verantwoordelijkheid

De Minister voor Rechtsbescherming heeft verantwoordelijkheden ten aanzien van preventie, tenuitvoerlegging van strafrechtelijke sancties11, slachtofferzorg en jeugdbescherming en -sancties.

Met betrekking tot preventie:

  • draagt de Minister voor Rechtsbescherming stelselverantwoordelijkheid voor het kansspelbeleid, met als doel dat Nederlandse burgers op een veilige en verantwoorde manier kunnen deelnemen aan kansspelen;

  • stimuleert de Minister voor Rechtsbescherming preventie door het beschikbaar stellen van integriteitsinstrumenten.

Per 1 januari 2020 is de wet herziening tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen (USB) in werking getreden en is de Minister voor Rechtsbescherming verantwoordelijk voor tenuitvoerlegging van strafrechtelijke sancties. Daarbij heeft de Minister voor Rechtsbescherming:

  • een uitvoerende rol bij de tenuitvoerlegging van vrijheidsbenemende straffen en maatregelen door de DJI;

  • een regisserende rol bij de forensische zorg. Hij is verantwoordelijk voor de tijdige beschikbaarheid van de juiste, kwalitatief hoogwaardige zorg, waar nodig in combinatie met afdoende beveiliging;

  • een regisserende rol bij toezicht in strafrechtelijk kader, advisering aan het OM en de rechter over justitiabelen en taakstraffen. De uitvoering is opgedragen aan drie erkende reclasseringsorganisaties. De taken van de reclasseringsorganisaties dragen bij aan het terugdringen van recidive.

Met betrekking tot slachtofferbeleid draagt de Minister voor Rechtsbescherming beleidsverantwoordelijkheid voor de zorg – in brede zin – aan slachtoffers en nabestaanden die getroffen zijn door een strafbaar feit, is verantwoordelijk voor de uitvoering van het slachtofferbeleid. Ook heeft hij een financierende rol op het gebied van slachtofferzorg.

Ten aanzien van Jeugdbescherming en -sancties12 heeft de Minister voor Rechtsbescherming:

  • een regisserende rol en daarmee stelselverantwoordelijkheid voor jeugdbescherming en –reclassering. De uitvoering en financiering zijn per 1 januari 2015 gedecentraliseerd naar de gemeenten;

  • een uitvoerende rol bij de taken die belegd zijn bij de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) en de Justitiële Jeugdinrichtingen (JJI) van DJI;

  • een regisserende rol ten aanzien van de aanpak van jeugdcriminaliteit, kindermishandeling en preventie. De Minister heeft een samenwerkingsrelatie met de gemeenten/steden, brancheorganisaties en de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) betreffende de aanpak van jeugdcriminaliteit, kindermishandeling, zorg & veiligheid en High Impact Crimes (HIC). Sturing geschiedt door middel van regelgeving en kaderstelling;

  • verantwoordelijkheid voor het stelsel op het gebied van interlandelijke adoptie en heeft daarbinnen, als Centrale Autoriteit, tevens een uitvoerende rol.

C. Beleidswijzigingen

In de beleidsagenda is ingegaan op de belangrijkste beleidsontwikkelingen rondom het thema straffen en beschermen. In onderstaande beleidswijzigingen worden nog enkele punten specifiek toegelicht. Deze worden gefinancierd vanuit artikel 34.

Wet Straffen en Beschermen

Begin 2021 treedt de Wet Straffen en Beschermen in werking. Met dit voorstel wordt voorwaardelijke invrijheidstelling (VI) voortaan, na een persoonsgerichte afweging voor een periode van maximaal 2 jaar verleend. Daarnaast wordt de eerder ingezette persoonsgerichte aanpak tijdens detentie, waarbij meer nadruk ligt op de eigen verantwoordelijkheid van de gedetineerde en zijn gedrag, van een wettelijke basis voorzien. Ook wordt de bestaande overlap tussen het penitentiair programma en de VI weggenomen. Verder maakt dit wetsvoorstel mogelijk(a) dat partners meer informatie met elkaar kunnen delen over re-integratie en risico’s, (b) dat gedetineerden op een beperkt beveiligde afdeling kunnen worden geplaatst en (c) dat het OM een voorwaardelijke invrijheidstelling beslissing kan nemen. In de ontwerpbegroting 2021 zijn de implementatiekosten en structurele uitvoeringskosten voor de betrokken JenV taakorganisaties verwerkt.

Wet Kansspelen op afstand

De wet Kansspelen op afstand (Koa) treedt, naar verwachting, definitief in 2021 in werking. In de huidige situatie zijn online kansspelen in Nederland verboden. Deze wet gaat daar verandering in brengen waardoor het mogelijk wordt om een vergunning te verlenen voor het aanbieden van online kansspelen. Via deze wet wordt de vraag naar online kansspelen gekanaliseerd naar een legaal, veilig en verantwoord aanbod en moeten ook casino’s en speelhallen aanvullende maatregelen treffen tegen kansspelverslaving. Hiermee wordt de consument beter beschermd en wordt verslaving tegengegaan, in het bijzonder bij kwetsbare groepen, zoals minderjarigen.

Vereenvoudiging jeugdbeschermingsketen

De huidige jeugdbeschermingsketen is te complex georganiseerd. Kinderen die bedreigd worden in hun ontwikkeling of veiligheid moeten sneller geholpen worden. Er wordt daarom gewerkt aan een breed gedragen toekomstscenario voor een effectievere en snellere jeugdbeschermingsketen. Een belangrijke bron voor de aanpassing van de keten zijn de pilots jeugdbescherming die in een zestal regio’s worden uitgevoerd. In deze pilots staat het wegnemen van overlap centraal, door meer parallel in plaats van volgtijdelijk te werken en door gezamenlijk tot beoordelingen en beslissingen te komen. Begin 2021 moet er een toekomstscenario worden opgeleverd.

D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 22 Tabel Budgettaire gevolgen van beleid artikel 34 (bedragen x € 1.000)
 

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Verplichtingen

2.916.406

2.980.696

2.974.073

2.981.221

2.978.997

2.980.458

2.983.048

        

Apparaatsuitgaven

188.072

184.449

180.318

180.520

180.296

180.339

180.429

34.1 apparaatsuitgaven Raad voor de Kinderbescherming

       

Personele uitgaven

148.748

146.281

142.144

142.365

142.135

142.178

142.268

waarvan eigen personeel

144.458

140.326

136.232

136.443

136.213

136.256

136.346

waarvan externe inhuur

3.191

4.635

4.591

4.599

4.599

4.599

4.599

waarvan overig personeel

1.099

1.320

1.321

1.323

1.323

1.323

1.323

Materiele uitgaven

39.324

38.168

38.174

38.155

38.161

38.161

38.161

waarvan ict

15.869

14.214

14.271

14.285

14.288

14.288

14.288

waarvan sso's

17.153

15.274

15.289

15.308

15.309

15.309

15.309

waarvan overig materieel

6.302

8.680

8.614

8.562

8.564

8.564

8.564

        

Programma-uitgaven

2.716.481

2.796.247

2.793.755

2.800.701

2.798.701

2.800.119

2.802.619

Waarvan juridisch verplicht

  

100%

    

34.2 Preventieve maatregelen

       

Bijdrage Agentschappen

       

Dienst Justis

3.451

3.405

4.094

3.355

3.355

3.383

3.383

Bijdrage ZBO's/RWT's

       

Integriteit en kansspelen

1.200

0

0

0

0

0

0

Bijdrage medeoverheden

       

Integriteit en Kansspelen

0

23

23

100

100

100

100

Overige Bijdrage medeoverheden

4.251

1.779

2.883

2.952

2.952

952

952

Subsidies

       

Integriteit en kansspelen

949

1.050

1.050

1.050

1.050

1.050

1.050

Overige Subsidies

3.254

4.144

4.353

4.367

4.368

4.368

4.368

Opdrachten

       

Integriteit en kansspelen

322

1.675

1.860

2.170

2.170

2.170

2.170

Overige Opdrachten

1.949

2.303

2.490

2.496

2.496

2.496

2.496

        

34.3 Tenuitvoerlegging strafrechtelijke sancties

       

Bijdrage Agentschappen

       

DJI-gevangeniswezen

1.100.964

1.119.971

1.131.850

1.148.124

1.150.672

1.151.230

1.139.893

DJI-Forensische zorg

892.469

971.055

970.211

966.758

963.892

963.927

972.691

CJIB

132.170

125.380

121.928

123.820

122.921

123.120

123.274

Bijdrage ZBO's/RWT's

       

Reclassering Nederland

152.139

152.625

152.425

151.564

153.175

153.175

153.175

Leger des Heils

22.372

23.218

23.262

24.168

24.165

24.165

24.165

Stichting Verslavingsreclassering GGZ

75.634

76.289

76.193

74.917

74.911

74.911

74.911

Overige Bijdrage ZBO's/RWT's

0

556

556

559

559

559

559

Bijdrage medeoverheden

       

Terugdringen recidive

0

2.256

0

0

0

0

0

Overige Bijdrage medeoverheden

5.441

3.322

2.484

2.488

2.489

2.489

2.489

Subsidies

       

Vrijwilligerswerk gedetineerden

3.967

4.391

4.394

4.405

4.405

4.405

4.405

Terugdringen recidive

0

212

0

0

0

0

0

Toezicht en behandeling

0

462

537

607

607

607

607

Stichting Reclassering Caribisch Nederland (BES)

0

1.762

1.636

1.566

1.566

1.566

1.566

Overige Subsidies

4.583

2.351

2.065

2.070

2.070

2.070

2.070

Opdrachten

       

Forensische zorg

1.900

3.038

4.632

4.227

4.208

4.188

4.188

Uitvoeringskosten ketenregie tenuitvoerlegging

457

1.367

9.987

9.990

9.992

9.992

9.992

Terugdringen recidive

526

1.187

6.132

5.524

4.444

4.444

4.444

Overige Opdrachten

2.867

4.135

4.073

3.455

3.436

3.415

3.222

        

34.4 Slachtofferzorg

       

Bijdrage ZBO's/RWT's

       

Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven

7.509

9.294

8.207

8.054

7.747

8.079

8.059

Slachtofferhulp Nederland

33.938

34.901

34.091

33.471

33.473

33.473

33.473

Bijdrage medeoverheden

       

Overige bijdragen medeoverheden

1.241

      

Subsidies

       

Perspectief Herstelbemiddeling

1.651

1.743

1.744

1.443

1.443

1.443

1.443

Overige subsidies

1.064

0

0

0

0

0

0

Opdrachten

       

Slachtofferzorg

4.138

8.772

7.384

7.398

7.400

7.400

7.428

Schadefonds Geweldsmisdrijven

21.323

23.286

21.167

20.936

20.555

21.012

21.020

Voorschotregelingen schadevergoedingsregelingen

1.904

3.876

3.883

3.882

3.882

3.882

3.882

        

34.5 Jeugdbescherming en jeugdsancties

       

Bijdrage Agentschappen

       

DJI - jeugd

207.644

173.499

154.074

152.183

151.694

153.744

158.868

Bijdrage ZBO's/RWT's

       

LBIO

1.775

2.229

1.864

1.868

1.868

1.868

1.868

Halt

12.303

12.651

12.317

12.139

12.037

11.837

11.837

Bijdrage medeoverheden

       

BES Voogdijraad

1.090

1.121

1.122

1.124

1.124

1.124

1.124

Overige Bijdrage medeoverheden

1.283

2.115

2.116

1.251

1.251

1.251

1.251

Subsidies

       

Subsidies jeugdbescherming

2.185

1.310

1.310

1.310

1.310

1.310

1.310

Subsidies jeugdaangelegenheden

0

788

794

887

887

887

887

Overige Subsidies

2.573

3.201

3.436

3.955

3.955

3.955

3.955

Opdrachten

       

Risicojeugd en jeugdgroepen

380

372

1.661

2.164

2.167

2.167

2.139

taakstraffen/erkende gedragsinterventies

2.207

3.892

3.901

3.905

3.906

3.906

3.906

Toezicht en behandeling - jeugd

21

1.822

1.822

1.822

1.822

1.822

1.822

Overige Opdrachten

1.387

3.419

3.744

2.177

2.177

2.177

2.177

        

Ontvangsten

97.351

106.774

83.749

83.804

83.789

83.779

83.812

Budgetflexibiliteit

Artikel 34 kent nagenoeg geen budgetflexibiliteit in 2021. Dit wordt met name veroorzaakt doordat verreweg het grootste deel van het budget wordt besteed aan de financiering van de taakorganisaties: DJI, Justis en CJIB. Daarnaast bestaat het juridisch verplichte deel ook uit subsidieëring/bijdrage aan organisaties als Slachtofferhulp Nederland, Schadefonds Geweldsmisdrijven, de drie Reclasseringsorganisaties, Halt, LBIO, FIOM en het centrum van Internationale Kinderontvoering.

E. Toelichting op de financiële instrumenten

34.1 Apparaatsuitgaven Raad voor de Kinderbescherming

De Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) heeft de taak om kinderen te beschermen indien de ontwikkeling van het kind in gevaar komt. De RvdK heeft een taak op terrein van bescherming, gezag en omgang, straf en adoptie. JenV financiert de RvdK voor het grootste deel op basis van de PMJ ramingen (pxq) en voor het overige deel op basis van een lumpsum bedrag.

De voorgenomen meerjarige productie van de RvdK is weergegeven in onderstaande tabel.

Tabel 23 Productiegegevens Raad voor de Kinderbescherming
 

2019

2020

2021

2022

2023

2024

Coördinatie taakstraffen

6.596

6.768

6.679

6.754

6.748

6.748

Strafonderzoek LIJ

6.233

6.251

6.223

6.180

6.147

6.147

Strafonderzoek LIJ + aanvulling

2.542

2.982

2.963

2.934

2.912

2.912

Actualisatie straf

1.149

1.014

1.017

1.022

1.025

1.025

Onderzoeken schoolverzuim

2.424

2.078

1.974

1.876

1.784

1.784

Strafonderzoek GBM

43

48

47

47

46

46

Beschermingszaken

17.003

17.936

17.844

17.782

17.766

17.766

Adoptiegerelateerde zaken

1.724

1.550

1.574

1.601

1.632

1.632

Gezag en omgangszaken

5.222

4.998

5.001

5.009

5.027

5.027

Toetsende taak

7.161

6.123

6.238

6.324

6.358

6.358

Bron: Prognosemodel Justitiële ketens 2021 (gefinancierde beschikbare capaciteit)

34.2 Preventieve maatregelen

Bijdragen aan agentschappen

Dienst Justis

De Dienst Justis beoordeelt aanvragen voor een Verklaring omtrent het Gedrag (VOG). Daartoe toetst de Dienst Justis of personen justitiële antecedenten hebben die het uitoefenen van een bepaalde taak of functie in de weg kunnen staan. Daarnaast toetst Justis of partijen die bepaalde verklaringen, vergunningen en subsidies aanvragen, aan integriteitseisen voldoen. Deze screening van betrouwbaarheid vermindert veiligheidsrisico’s en draagt zo bij aan een integere en veiligere samenleving. De Dienst Justis ontvangt voor een aantal producten jaarlijks een bijdrage van het Ministerie. Dit gebeurt onder andere voor de behandeling van gratieverzoeken, de garantstellingsregeling curatoren (GSR), de screening van particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus (Wpbr) en de behandeling van beroepszaken bij het verlenen van wapenvergunningen op grond van de Wet Wapens en Munitie (WWM).

Een uitgebreidere toelichting is te vinden in de agentschapsparagraaf van Justis.

Bijdrage aan medeoverheden

Overige bijdrage medeoverheden

In 2021 zet JenV in op de aanpak (risicofactoren) van ernstige vormen van (gewelds)criminaliteit in den brede (waaronder overvallen, straatroof, cyber- en drugsdelicten). Delicten die grote impact op slachtoffers en op de samenleving hebben worden aangepakt door strategische inzet van een mix van slachtoffergerichte, dadergerichte en situationele preventieve én repressieve maatregelen (secundaire en tertiaire preventie), op het voorkomen en bestrijden van vermogensdelicten en overige fenomenen. Samenwerken met andere departementen, gemeenten op het gebied van innovatie, preventie, onderzoek en het terugdringen van recidive door het bieden van perspectief staan hierbij centraal. Blijvende aandacht en nieuwe ontwikkelingen zijn nodig om de in de afgelopen jaren geboekte resultaten vast te houden ten behoeve van tegenhouden (van potentiële daders), voorkomen (van slachtofferschap en daderschap), opsporing en vervolging, recidivebeperking en slachtofferzorg. Daarnaast zet JenV in op een integrale persoonsgerichte aanpak voor personen die als gevolg van ernstig verward gedrag een hoog maatschappelijk veiligheidsrisico vormen (Top 1500).

Subsidies

Integriteit en kansspelen

Overheid, vrijwilligers, burgers en bedrijven hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor een integere en veilige samenleving. Door de inzet van screeningsinstrumenten, gebaseerd op de justitiële documentatie, wordt gewerkt aan een breder integriteitsbeleid.

De overheid en filantropie hebben een langdurige relatie. Zowel overheid als filantropie richten zich op het publieke domein en beogen oplossingen voor complexe maatschappelijke vraagstukken. Overheid en filantropie zijn echter wel verschillend van aard. Behoud van autonomie is een belangrijke voorwaarde. Na het convenant ‘Ruimte voor geven’ vormen het verkennend onderzoek ‘Filantropie op de grens van overheid en markt’ van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) en de beleidsvisie van het Kabinet van 18 oktober 201913 de basis voor verdergaande structurele samenwerking. Dit gebeurt aan de hand van drie Rijksbrede speerpunten: het stimuleren van geefgedrag, het bevorderen van transparantie en betrouwbaarheid van de sector en het bevorderen van samenwerking tussen overheid en filantropie. JenV subsidieert daartoe verschillende initiatieven, waaronder die van het Centraal Bureau Fondsenwerving, de Maatschappelijke Alliantie en de Vrije Universiteit Amsterdam.

Overige subsidies

Het voorkomen en aanpakken (van risicofactoren) van geweld in den brede en overige fenomenen is de gezamenlijke verantwoordelijkheid van burgers, overheid, bedrijven en andere maatschappelijke instanties. Continue aandacht vanuit deze partijen is noodzakelijk om de geboekte resultaten te verduurzamen en pas te houden met nieuwe ontwikkelingen. Deze subsidies worden verstrekt aan organisaties en stichtingen op het gebied van overvallen, woninginbraken, straatroven, heling, cyber en expressief (online) geweld.

Voorbeelden van subsidieontvangers zijn Koninklijke Horeca Nederland (KHN) en Stichting Laureus Nederland in het kader van «Alleen jij bepaalt wie je bent».

Opdrachten

Integriteit en Kansspelen

Het kabinet zet in op de modernisering van het kansspelbeleid. Uitgangspunt is dat de Nederlandse burger op een veilige en verantwoorde manier kan deelnemen aan kansspelen. De Wet kansspelen op afstand van 19 februari 2019 maakt onder strikte voorwaarden, online kansspelen mogelijk. Het streven is om de wet in 2021 in werking te laten treden.

Onder deze post worden de uitgaven opgenomen voor opdrachten in het kader van de inzet van de verschillende screeningsinstrumenten en de modernisering de kansspelen, zoals de implementatie van wet- en regelgeving en diverse beleidsonderzoeken.

Overige opdrachten

JenV zet in op het vasthouden en verduurzamen van de afgelopen jaren geboekte resultaten met opdrachten die een bijdrage leveren aan aanpak (risicofactoren) van ernstige vormen van (gewelds)criminaliteit in den brede (waaronder overvallen, straatroof, cyber en drugsdelicten) en overige fenomenen (zoals ondermijning en vermogensdelicten).

34.3 Tenuitvoerlegging strafrechtelijke sancties

Bijdragen aan agentschappen

Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI)

DJI levert een bijdrage aan de veiligheid van de samenleving door de tenuitvoerlegging van vrijheidsstraffen en vrijheidsbenemende maatregelen en door de aan hun zorg toevertrouwde personen de kans te bieden een maatschappelijk aanvaardbaar bestaan op te bouwen.

De Minister voor Rechtsbescherming geeft een bijdrage14 aan DJI voor Gevangeniswezen regulier en Forensische zorg.

Tabel 24 Belangrijkste productiegegevens 2021 DJI volwassenen

Productie 2021

Aantal

Dagprijs in €

Strafrechtelijke sanctiecapaciteit (direct inzetbaar)

9.769

297

FPC-capaciteit

1.333

629

In de agentschapsparagraaf van DJI worden de capacitaire en financiële gevolgen uitgebreider en meerjarig toegelicht. Ook de uitgaven die DJI doet voor de capaciteit Caribisch Nederland (BES) zijn terug te vinden in de agentschapsparagraaf van DJI.

Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB)

Het CJIB is het inning- en incassogezicht van de overheid. Daarnaast is het CJIB het administratie- en Informatiecentrum (AICE) voor de executieketen waar het gaat om uitvoering van strafrechtelijke beslissingen. Met haar activiteiten levert het CJIB een bijdrage aan het gezag van de overheid. In de agentschapsparagraaf van het CJIB is nadere informatie, zoals de productiegegevens, te vinden.

Bijdragen aan ZBO’s en RWT’s

Reclasseringsorganisaties

In Europees Nederland zijn drie erkende reclasseringsorganisaties actief: Reclassering Nederland, de Stichting Verslavingsreclassering GGZ (SVG) en het Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering. In de praktijk werken de drie organisaties nauw met elkaar samen, zij het dat ze elk hun eigen aandachtsgebied hebben:

  • De SVG richt zich vooral op cliënten met verslavingsproblematiek;

  • Het Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering heeft als doelgroep met name de dak- en thuisloze cliënten binnen de reclassering;

  • Reclassering Nederland kent geen specifieke doelgroep, maar bedient alle andere cliënten.

De reclasseringsorganisaties kennen drie hoofdproductgroepen: adviezen, toezichten en werkstraffen. Voor adviezen worden de reclasseringsorganisaties lump sum gefinancierd. Toezichten en werkstraffen werden tot en met begrotingsjaar 2020 op basis van P*Q gefinancierd. In 2020 wordt schaduw gedraaid met een nieuwe bekostigingssystematiek, waarbinnen meer ruimte voor de professional wordt gecreëerd. Naar verwachting zal deze gewijzigde systematiek met ingang van 2021 worden ingevoerd. De geraamde meerjarige productie van toezicht en werkstraffen van de drie reclasseringsorganisaties is weergegeven in onderstaande tabel.

Tabel 25 Productiegegevens reclasseringsorganisaties

Productgroep

Aantal

Gemiddelde Prijs

Instroom toezichten

10.212

€ 7.747

Instroom werkstraffen

36.369

€ 1.127

Bron: Prognosemodel Justitiële Ketens 2021 (gefinancierde capaciteit)

Overige bijdrage ZBO’s/RWT’s

In het Regeerakkoord «Vertrouwen in de toekomst» heeft het Kabinet prioriteit gegeven aan een intensivering van de inzet op de-radicalisering. De middelen zijn bedoeld voor verbetering van de samenwerking in de keten, om interventies gericht op disengagement en de-radicalisering zo goed mogelijk persoonsgericht in te zetten en voor het evalueren en verder ontwikkelen/beproeven van bestaande en nieuwe interventies gericht op disengagement en de-radicalisering in justitieel kader.

Bijdrage aan medeoverheden

Overige bijdragen medeoverheden

In het kader van nazorg ex-gedetineerden verstrekt JenV een bijdrage aan gemeenten. Zij benutten deze bijdrage om lokaal nazorgtrajecten voor ex-gedetineerden te financieren.

Subsidies

Vrijwilligerswerk gedetineerden

JenV verstrekt subsidies aan een aantal vrijwilligersorganisaties die verschillende activiteiten verrichten om de kansen op een duurzame resocialisatie en het terugdringen van recidive te vergroten.

Toezicht en behandeling

JenV voert beleid rondom het verbeteren van toezicht en behandeling en is daarnaast stelseleigenaar van de Forensische Zorg en verstrekt hiervoor subsidies aan onder andere zorginstellingen.

Stichting Reclassering Caribisch Nederland (SRCN)

Deze middelen worden ingezet voor de erkende reclasseringsorganisatie Stichting Reclassering Caribisch Nederland (SRCN). De SRCN richt zich op de reclasseringstaak in Caribisch Nederland. Met ingang van 2020 heeft JenV een directe subsidierelatie met SRCN.

Overige subsidies

Deze middelen worden ingezet voor diverse (incidentele) subsidies op het terrein van sanctiebeleid.

Opdrachten

Forensische Zorg

JenV is stelseleigenaar van de Forensische Zorg. DJI doet de inkoop van Forensische Zorg en de uitvoering van zorg ligt bij (private) zorginstellingen.

Uitvoeringskosten ketenregie tenuitvoerlegging

De executieketen heeft zich de afgelopen jaren ingespannen om tijdig voorbereid te zijn op de inwerkingtreding van de wet herziening tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen (wet USB). Op 1 januari 2020 is de wet USB in werking getreden, waarmee de verantwoordelijkheid voor de tenuitvoerlegging van straffen is overgegaan van het Openbaar Ministerie naar de Minister voor Rechtsbescherming. Dat vraagt om een nieuwe manier van samenwerken in de executieketen die de komende jaren wordt bestendigd. Het duurzaam realiseren van de wet USB krijgt de komende jaren onverminderd de aandacht, evenals het realiseren van verbeteringen in het functioneren van de executieketen. Ook in 2021 ligt het zwaartepunt bij het invoeren van verdere digitalisering, verduurzaming van de kennisoverdracht in het kader van de wet USB en de migratie naar de beoogde ketenarchitectuur.

Terugdringen recidive

In het innovatieprogramma Koers en kansen voor de sanctie-uitvoering werken justitie, zorg en sociaal domein op een nieuwe manier samen aan recidivevermindering en een effectieve sanctie-uitvoering. In het Projectenlab worden sinds 2018 in de praktijk, al werkende weg, manieren uitgetest om de re-integratie van (ex-)justitiabelen in de regionale en lokale praktijk effectiever vorm te geven. OM, Rechtspraak, reclassering, gemeenten, zorgpartners en DJI werken in deze, inmiddels 40 projecten samen. Vanaf 2021 wordt met gericht wetenschappelijk onderzoek en tussentijdse evaluaties bekeken op welke manier de bevindingen uit de projecten in de praktijk verder kunnen worden ontwikkeld en kunnen worden verbreed.

Overige opdrachten

Deze middelen worden ingezet voor diverse (incidentele) projecten en opdrachten op het terrein van sanctiebeleid.

34.4 Slachtofferzorg

Bijdragen aan ZBO’s en RWT’s

Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven

De commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven krijgt jaarlijks een bijdrage vanuit JenV voor de bureaukosten. Het Schadefonds Geweldsmisdrijven geeft een financiële tegemoetkoming aan slachtoffers met ernstig psychisch of fysiek letsel wanneer zij hun schade niet op andere wijze vergoed krijgen.

Slachtofferhulp Nederland (SHN)

Slachtofferhulp Nederland biedt gratis juridische, praktische en emotionele ondersteuning aan slachtoffers, getuigen of nabestaanden na een misdrijf, verkeersongeluk of calamiteit en krijgt hiervoor een bijdrage van JenV.

Subsidies

Perspectief Herstelbemiddeling

De Stichting Perspectief Herstelbemiddeling brengt slachtoffers en daders op vrijwillige basis met elkaar in contact, begeleid door een professionele bemiddelaar. Perspectief Herstelbemiddeling is een zusterorganisatie van Slachtofferhulp Nederland. 

Opdrachten

Slachtofferzorg

Het jaar 2021 is het vierde en laatste jaar van uitvoering van de Meerjarenagenda Slachtofferbeleid 2018-2021 van dit kabinet. Voor dit jaar wordt inwerkingtreding van het Wetsvoorstel uitbreiding Slachtofferrechten verwacht, waarvan de uitvoering (reeds gedekte) kosten met zich mee zal brengen. Het betreft hier het voorstel tot introductie van een verschijningsplicht van verdachten en voorstellen met betrekking tot het moment van uitoefenen van het spreekrecht.

Schadefonds Geweldsmisdrijven

Onder deze post worden de financiële uitkeringen voor slachtoffers met ernstig psychisch of fysiek letsel geraamd, indien deze schade niet op andere wijze wordt vergoed. Deze uitkering wordt verstrekt via het Schadefonds Geweldsmisdrijven.

Voorschotregelingen schadevergoedingsmaatregelen

Slachtoffers en nabestaanden kunnen in aanmerking komen voor een voorschot, als de veroordeelde 8 maanden na het onherroepelijk worden van het vonnis nog niet alle opgelegde schadevergoeding heeft betaald. De voorschotten worden als vordering verhaald op de veroordeelde. Als blijkt dat de vordering op de veroordeelde oninbaar is, komt het restant voor rekening van JenV.

34.5 Jeugdbescherming en jeugdsancties

Bijdragen aan agentschappen

DJI-Jeugd

DJI zorgt voor de tenuitvoerlegging van straffen en vrijheidsbenemende maatregelen, die na een beslissing van een rechter zijn opgelegd. Voor jeugdigen vindt deze tenuitvoerlegging plaats in een justitiële jeugdinrichting (JJI). In de agentschapsparagraaf van DJI worden de capacitaire en financiële gevolgen toegelicht.

Tabel 26 Belangrijkste productiegegevens 2021 DJI jeugd

Productie 2021

Aantal

Dagprijs in €

Capaciteit justitiële jeugdinrichtingen (direct inzetbaar)

5191

768

X Noot
1

Inclusief 32 plaatsen kleinschalige voorzieningen.

Bijdragen aan ZBO’s en RWT’s

Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdrage (LBIO)

Het LBIO verricht in opdracht van JenV wettelijke taken op het gebied van onderhoudsbijdragen (inning kinder- en partneralimentatie en inning internationale alimentatie). JenV financiert het LBIO op basis van vastgestelde normaantallen en prijzen per product. De normaantallen worden tegen een vaste prijs vergoed en de meer- of minderproductie wordt tegen het variabele kostendeel afgerekend.

Tabel 27 Prognose productiegegevens LBIO
 

2019

2020

2021

2022

2023

2024

Aantallen producten

      

Alimentatie

30.050

29.350

29.350

29.350

29.350

29.350

Internationale alimentatie

3.375

3.970

3.970

3.970

3.970

3.970

Kosten per geïnde euro (€)

      

Alimentatie

0,04

0,07

0,08

0,08

0,08

0,08

Internationale alimentatie

0,17

0,17

0,17

0,17

0,17

0,17

Bron: LBIO Meerjarenbeleidsplan 2021-2025

Halt

Halt voorziet in opdracht van JenV in de landelijke coördinatie en uitvoering van afdoening. Halt-afdoening is een kortstondige buitenstrafrechtelijke maatwerkinterventie met als doel om het grensoverschrijdend gedrag van jongeren zo vroeg mogelijk stoppen en genoegdoening bieden aan slachtoffers en maatschappij. Hierbij sluit Halt aan bij de leefwereld van de jongeren.

Bijdrage aan medeoverheden

BES voogdijraad

De BES voogdijraad heeft civielrechtelijke en strafrechtelijke taken (onderzoeks- en adviestaken en rekestrerende taken en coördinatie bij strafzaken) die zij uitvoert in Caribisch Nederland, namelijk op Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Daarnaast vervult de BES voogdijraad ook de rol van de Centrale Autoriteit in Caribisch Nederland.

Overige bijdragen medeoverheden

De Zorg- en veiligheidshuizen spelen een belangrijke rol als het gaat om de aanpak van de meest complexe domeinoverstijgende veiligheidsvraagstukken. De beschikbare middelen worden onder meer ingezet voor de uitvoering van de meerjarenagenda van de Zorg- en veiligheidshuizen en de ontwikkeling van landelijk toepasbare instrumenten en werkwijzen.

Verder werkt JenV samen met VWS, VNG en betrokken partijen aan de verdere uitvoering van het programma «Geweld hoort nergens thuis» om huiselijk geweld en kindermishandeling terug te dringen en tegen te gaan. De inzet is gericht op directe veiligheid voor betrokkenen in alle situaties van acute onveiligheid en op risicogestuurde en herstelgerichte zorg om de veiligheid in gezinnen en huishoudens duurzaam te herstellen. In dat kader werken JenV, politie, OM, Veilig Thuis, Raad voor de Kinderbescherming en Reclassering samen voor een sluitende en samenhangende aanpak voor slachtoffers en daders. In 2021 gebeurt dit onder meer door uitvoering van een aantal praktische verbeterslagen in de afstemming van onderzoek en interventies tussen zorg en straf. Onder andere bij de start in de eerste 24 uur van een crisissituatie, bij vermoedens van strafbare kindermishandeling, ten tijde van de afstemming op ZSM (Zorgvuldig, Snel en op Maat) en in het spreekuur huiselijk geweld, of op een actieoverleg. Ook worden alle maatregelen uit de beleidsreactie op het IJenV-rapport over de stalking door Bekir E. in 2021 gerealiseerd.

De jaarlijkse monitor huiselijk geweld en kindermishandeling zal inzichtelijk maken hoe de landelijke en regionale aanpak zich tot elkaar verhouden en wat daarvan het effect is op de veiligheidssituatie binnen gezinnen. Het is belangrijk dat lichamelijk letsel bij kinderen goed wordt vastgelegd, onderzocht en geduid. Daarom wordt de kwaliteit van forensisch-medisch expertise verbeterd en wordt er landelijk gewerkt met een Handelingskader voor de inzet van (forensisch-) medische expertise bij vermoedens van kindermishandeling, in lijn met de Handreiking Samenwerken bij strafbare kindermishandeling.

Kwetsbare personen

Een veilige rechtsstaat biedt bescherming aan kwetsbare personen. Zij zijn namelijk ook oververtegenwoordigd in de strafrechtketen en hebben vaak problemen op meerdere gebieden die elkaar versterken: zoals een licht verstandelijke beperking (LVB), schulden, psychiatrie of verslaving. Door op deze op elkaar inwerkende risicofactoren (multiproblematiek) in te zetten, helpen we het risico op criminaliteit en recidive te verminderen. Samen met ketenpartners, gemeenten en departementen, beproeven, onderzoeken en ontwikkelen we interventies en aanpakken die hieraan kunnen bijdragen. Juist in de komende tijd (2021 en verder) wordt ingezet op deze lange termijn doelen die bijdragen aan het voorkomen en de-escaleren van deze problemen.

Subsidies

Jeugdbescherming

Deze middelen zet JenV in voor subsidiëring van het Centrum Internationale Kinderontvoering (IKO) en Fiom. In opdracht van JenV verricht het IKO advies en mediation wanneer sprake is van internationale kinderontvoering. Fiom verricht in opdracht van JenV administratieve taken en voorlichting op het gebied van adoptie.

Overige subsidies

Het voorkomen en aanpakken van geweld in afhankelijkheidsrelaties is de gezamenlijke verantwoordelijkheid van burgers, overheid, bedrijven en andere maatschappelijke instanties. JenV subsidieert meerdere projecten op dit terrein. Daarnaast wordt ondersteund bij experimenten in het kader van het terugdringen van multiproblematiek, verbeteren informatiedeling tussen diverse domeinen (straf-zorg-sociaal domein) en de ontwikkeling van nieuwe interventies.

Opdrachten

Risicojeugd & Jeugdgroepen: Integrale aanpak Kindermishandeling en Jeugdgroepen

JenV draagt bij aan het ondersteunen van experimenten in het domein van Zorg en Veiligheid, activiteiten ter verbetering van samenwerking en informatie-uitwisseling, het versterken van de aanpak van multiproble-matiek (gericht op concrete, praktisch en betekenisvolle bijdragen van de strafrechtketen), de ontwikkeling van wetgeving, praktische instrumenten en trainingen bij de aanpak van complexe veiligheidsvraagstukken in het zorg- en veiligheidsdomein. JenV ontwikkelt en zet zich in voor het versterken van kennis en competenties voor innovatie.

Taakstraffen/erkende gedragsinterventies

In het kader van het coördineren van taakstraffen zet de Raad voor de Kinderbescherming opdrachten voor erkende gedragsinterventies in de markt uit voor passende interventies bij de betrokken jeugdigen.

Toezicht en behandeling – jeugd

Deze middelen worden ingezet voor diverse projecten en opdrachten op het terrein van toezicht en behandeling (forensische zorg) specifiek voor jeugd.

Overige opdrachten

De middelen worden ingezet voor diverse projecten en onderzoeken op het terrein van jeugdbeleid, waaronder het programma Scheiden zonder Schade, het programma Zorg voor de Jeugd en herstelrecht (mediation) in jeugdstrafzaken. Daarnaast worden middelen ingezet om de jeugdbeschermingsketen (als geheel) te verbeteren.

Verder worden onder deze post uitgaven opgenomen ter ondersteuning van experimenten gericht op de versterking van de verbinding tussen de domeinen zorg en veiligheid. Het betreft opdrachten die een bijdrage leveren aan het oplossen van vraagstukken rondom informatie-uitwisseling, het versterken van de aanpak van multiproblematiek, alsmede de ontwikkeling van wetgeving en praktische instrumenten en trainingen voor de aanpak van complexe veiligheidsvraagstukken in het zorg- en veiligheidsdomein.

Ontvangsten

De ontvangsten bestaan met name uit de door het CJIB ontvangen administratiekostenvergoedingen. De verwachte ontvangsten vanaf 2021 zijn lager dan die van 2020. Dit komt doordat in 2020 naar verwachting sprake zal zijn van een terugontvangst van DJI van circa € 23 miljoen vanwege het voorlopig opschorten van de sluiting van de oudbouw van JJI Teylingereind.

3.5 Artikel 36. Contraterrorisme en nationaal veiligheidsbeleid

A. Algemene doelstelling

Bijdragen aan een veilig en stabiel Nederland door het voorkomen en beperken van maatschappelijke ontwrichting door dreigingen te onderkennen, de weerbaarheid van burgers, bedrijfsleven en overheidsorganen te verhogen en de bescherming van vitale belangen te versterken.

B. Rol en verantwoordelijkheid

De Minister heeft een regisserende rol op het gebied van nationale veiligheid en crisisbeheersing, terrorismebestrijding en cybersecurity.15 Bij Koninklijk Besluit is vastgelegd dat de Minister doorzettingsmacht heeft wanneer het gaat om het voorkomen van terroristische misdrijven.16 

De Minister is stelselverantwoordelijk voor de brandweerzorg, rampenbestrijding en crisisbeheersing. De Minister verstrekt aan de veiligheidsregio’s een bijdrage, de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding, voor hun taken op dat gebied. Ook verstrekt de Minister een bijdrage aan het Instituut Fysieke Veiligheid om de veiligheidsregio’s bij hun taakuitvoering te ondersteunen.

De Minister heeft op basis van onder andere de Politiewet de verantwoordelijkheid voor de veiligheid van de leden van het Koninklijk Huis en is daarmee verantwoordelijk voor een adequate en proportionele uitvoering van de beveiliging rondom de leden van het Koninklijk Huis en hun woon- en werkverblijven. De Minister van Justitie en Veiligheid en de Minister van Defensie zorgen voor de uitvoering daarvan in personele zin. Deze ministers hebben middelen voor deze beveiligingstaken op hun begroting staan, ongeacht of deze uitgaven voor beveiliging betrekking hebben op leden van het kabinet, van de Kamers der Staten-Generaal of het Koninklijk Huis. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties zorgt voor een adequate uitvoering van fysieke beveiliging van woon- en werkverblijven. Vanwege veiligheidsrisico’s worden deze uitgaven niet nader toegerekend, omdat daar informatie over de beveiliging aan zou kunnen worden ontleend naar de te beveiligen objecten en personen.

De maatschappelijke effecten van het beleid ter bescherming van de nationale veiligheid (onder andere crisis- en cybersecuritybeleid en terrorismebestrijding) laten zich door het grote aantal activiteiten en instrumenten, de afhankelijkheid van derden bij de realisatie van de doelstellingen en met name de onvoorspelbaarheid van gebeurtenissen die de nationale veiligheid bedreigen, niet (altijd) in prestatie-indicatoren of kengetallen uitdrukken. Kwalitatieve indicatoren zijn te vinden in de voortgangsrapportages met betrekking tot contraterrorisme en -extremisme, cybersecurity en nationale veiligheid die jaarlijks aan de Tweede Kamer worden aangeboden.17 

C. Beleidswijzigingen

In het kader van de stelselverantwoordelijkheid van de Minister voor de brandweerzorg, rampenbestrijding en decentrale crisisbeheersing wordt eind 2020 de evaluatie van de Wet veiligheidsregio’s door een onafhankelijke commissie afgerond. In 2021 komt na overleg met de betrokken (crisis)partners de kabinetsreactie op deze evaluatie tot stand. Bij de verdere versterking van de rampenbestrijding en decentrale crisisbeheersing zullen de leerervaringen bij de aanpak van de COVID-19 pandemie een belangrijke rol spelen.

Ter versterking van de risico- en crisisbeheersing coördineert de Minister de uitvoering van de Agenda Risico- en Crisisbeheersing 2018-202118. In het kader van deze agenda, mede op basis van de actuele ervaringen met de aanpak van de COVID-19 crisis en de bevindingen van de evaluatie commissie Wet veiligheidsregio’s wordt in 2021 de samenwerking tussen Rijk en veiligheidsregio’s verder verstevigd. Hierbij worden onder meer geactualiseerde Nationale Crisisplannen voor infectieziekten en Digitaal vastgesteld. Daarnaast zal 2021 in het teken staan van het waar mogelijk en nodig bestendigen van de samenwerkings(vormen) die gegeven de aanpak van de COVID-19 crisis zijn ontstaan. De basis hiervoor zal onder meer komen uit de lessen die de huidige aanpak alle betrokken partijen biedt.

In de brandweerzorg zal in 2021 bijzondere aandacht zijn voor aanpassing van de rechtspositie van de brandweervrijwilligers en voor het behoud en werving van personeel. In de regelgeving voor opkomsttijden wordt met behoud van de kwaliteit van brandweerzorg meer rekening gehouden met gebied specifieke kenmerken, zoals bevolkingsdichtheid en concentraties van industriële bedrijvigheid. Gewerkt wordt aan een verkenning van de brandweer op langere termijn.

D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 28 Tabel Budgettaire gevolgen van beleid artikel 36 (bedragen x € 1.000)
 

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Verplichtingen

246.699

269.548

273.598

273.615

273.646

273.240

273.240

        

Programma-uitgaven

256.921

269.548

273.598

273.615

273.646

273.240

273.240

Waarvan juridisch verplicht

  

96%

    

36.2 Nationale Veiligheid en terrorismebestrijding

       

Bijdrage Agentschappen

       

Overige bijdragen agentschappen

110

330

330

330

330

330

330

Bijdrage ZBO's/RWT's

       

Instituut Fysieke Veiligheid

30.361

30.745

30.372

30.367

30.370

30.370

30.370

Bijdrage medeoverheden

       

Brede Doeluitkering Rampenbestrijding

184.037

172.620

172.799

172.758

172.780

172.780

172.780

Overige Bijdrage medeoverheden

5.549

24.739

29.692

29.829

29.829

29.829

29.829

Subsidies

       

Nederlands Rode Kruis

1.200

1.291

1.291

1.333

1.333

1.333

1.333

Nationaal Veiligheids Instituut

981

1.282

1.285

1.283

1.285

1.285

1.285

Overige Subsidies

3.657

2.725

2.730

2.732

2.732

2.732

2.732

Opdrachten

       

Project NL-Alert

4.254

4.465

4.597

4.921

4.922

4.922

4.922

NCSC

5.724

7.910

8.735

8.750

8.750

8.750

8.750

Overige Opdrachten

7.302

10.266

8.578

8.105

8.108

7.702

7.702

        

36.3 Onderzoeksraad voor Veiligheid

       

Bijdrage ZBO's/RWT's

       

Onderzoeksraad voor Veiligheid

13.746

13.175

13.189

13.207

13.207

13.207

13.207

        

Ontvangsten

568

2.000

2.000

2.000

2.000

2.000

2.000

Budgetflexibiliteit

Het juridisch verplichte deel heeft voornamelijk betrekking op de verplichtingen die voortvloeien uit de Wet Veiligheidsregio’s (BDuR) en het Besluit Rijksbijdrage IFV alsmede op een doorlopende subsidieregeling.

E. Toelichting op de financiële instrumenten

36.2 Nationale veiligheid en terrorismebestrijding

Bijdragen aan ZBO’s en RWT’s

Instituut Fysieke Veiligheid (IFV)

Het IFV verricht taken op het terrein van brandweer, Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (GHOR), rampenbestrijding en crisisbeheersing. Die taken betreffen onder meer het brandweeronderwijs (opleiden, trainen en oefenen), het ontwikkelen van lesstof, de uitvoering en organisatie van examens alsmede de verwerving en het beheer van (rampenbestrijdings-)materieel. Andere taken zijn het verzamelen en beheren van relevante kennis en het doen van onderzoek. Het IFV ontvangt voor deze wettelijke taken op grond van artikel 2 van het Besluit rijksbijdragen IFV een lumpsumbijdrage.19 

In opdracht van het Veiligheidsberaad is in afstemming met het Ministerie van JenV, de vakorganisaties en het IFV een programmaplan vrijwilligheid opgesteld.20 Uitgangspunt van het programma is het behoud van vrijwilligheid bij de brandweer in Nederland. Voor de uitvoering van dit plan ontvangt het IFV in de periode 2018-2021 uit de regeerakkoordgelden een jaarlijkse bijdrage van € 0,5 mln.

Los van de bijdragen van JenV voor wettelijke taken en de incidentele bijdragen verricht het IFV in opdracht van de veiligheidsregio’s gemeenschappelijke werkzaamheden en, op commerciële basis, werkzaamheden voor derden, zoals bedrijven, ministeries en gemeenten (ook wel aangeduid als wettelijk toegestane werkzaamheden).

De Commissie evaluatie Wet veiligheidsregio’s heeft als opdracht ook de wettelijke bepalingen in de Wet veiligheidsregio’s met betrekking tot het IFV te evalueren, en het IFV zal daarom onderdeel zijn van de kabinetsreactie op de evaluatie, die in 2021 wordt opgesteld.

Bijdragen aan medeoverheden

Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR)

De BDuR is een lumpsumbijdrage die wordt verstrekt aan de 25 veiligheidsregio’s voor de uitvoering van wettelijke taken. Dit betreft onder andere de volgende hoofdtaken (zie ook artikel 10 van de Wet Veiligheidsregio’s):

  • de bestrijding van branden en het organiseren van rampenbestrijding en crisisbeheersing;

  • het instellen en in stand houden van de brandweer en de geneeskundige hulp bij ongevallen en rampen.

Naast deze rijksbijdrage, die ongeveer 15 procent van de inkomsten van de veiligheidsregio’s behelst, ontvangen de veiligheidsregio’s een bijdrage van de gemeenten. De verdeling van de BDuR over de veiligheidsregio’s in een vast en een variabel deel vindt plaats conform het verdeelsysteem dat te vinden is in bijlage 2 van het Besluit veiligheidsregio’s. In overeenstemming met artikel 8.1 van het Besluit veiligheidsregio’s worden de bijdragen bekend gemaakt in een brief die wordt verstuurd aan de veiligheidsregio’s. 

Het aandeel van de veiligheidsregio’s in de kosten van het beheer door de politie van de meldkamers bedraagt € 14 mln. en is vanaf 2020 via een korting op de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding beschikbaar gesteld aan de politie.

Overig Nationale Veiligheid en terrorismebestrijding

De bijdragen met betrekking tot de gemeentelijke aanpak contraterrorisme in het kader van de versterking van de veiligheidsketen worden jaarlijks op dit instrument verantwoord. Ook de middelen met betrekking tot de verdere inrichting van de eenheid Passagiersinformatie Nederland (Pi-NL) worden op dit instrument verantwoord.

Subsidies

Nederlands Rode Kruis

Jaarlijks ontvangt het Nederlandse Rode Kruis een subsidie van JenV ten behoeve van de ondersteuning van de grootschalige geneeskundige hulpverlening en de tracing, het opsporen van familieleden met wie het contact is verloren als gevolg van een situatie waarin humanitaire actie vereist is. Deze subsidie wordt toegekend op grond van artikel 8 van het Besluit Rode Kruis.

Nationaal Veiligheidsinstituut

Het Nationaal Veiligheidsinstituut ontvangt ook in 2021 subsidie om een landelijk expositiecentrum op het terrein van veiligheid te beheren. Over het beheer en exposeren van het betreffende erfgoed in de jaren daarna vindt overleg plaats met betrokken partijen. Deze begrotingsvermelding vormt de wettelijke grondslag voor de hier bedoelde subsidieverlening als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, onder c, van de Algemene Wet Bestuursrecht. 

Overige Nationale Veiligheid en terrorismebestrijding

Onder dit instrument vallen de subsidies die worden verstrekt met het doel de aantasting van de nationale veiligheid te voorkomen en crisisbeheersing te verbeteren. Onder meer worden in dit kader projecten gefinancierd die het presterend vermogen van veiligheidspartners verhogen door slimmer, sneller en/of efficiënter te gaan werken. Het gaat om incidentele subsidies die worden verstrekt op grond van de Wet Justitiesubsidies.

Opdrachten

Project NL-Alert

NL-Alert is het landelijk alarmeringssysteem voor het alarmeren en informeren van de bevolking bij rampen, crises en andere ernstige incidenten. De veiligheidsregio's alarmeren en informeren met dit systeem mensen over een acute crisis per mobiele telefoon (cell broadcast), apps, digitale vertrekborden en reclamezuilen, en andere kanalen. Hierbij kunnen aan burgers handelings­perspectieven worden meegegeven. Het Ministerie van Justitie en Veiligheid is verantwoordelijk voor het beheer en de doorontwikkeling van NL-Alert.

Onder de post ‘Project NL-Alert’ valt tevens de bekostiging van het beheer en de doorontwikkeling van de Noodcommunicatievoorziening (NCV) waarvoor het Ministerie van Justitie en Veiligheid eveneens verantwoordelijk is. Het NCV is een telecommunicatienetwerk dat specifiek bedoeld is voor gebruik door overheid en hulpdiensten tijdens een ramp of crisis als het reguliere openbare telefoonnet overbelast raakt of uitvalt.

Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC)

Het NCSC heeft krachtens de Wet beveiliging netwerk- en informatiesystemen (voorheen de Wgmc) diverse taken ter voorkoming of beperking van de uitval van de beschikbaarheid of het verlies van integriteit van de systemen van rijks- en vitale organisaties en ter verdere versterking van de digitale weerbaarheid van de Nederlandse samenleving. Is er sprake van een dreiging of een incident in netwerk- en informatiesystemen van vitale aanbieders, onderdelen van het Rijk of digitale dienstverleners (DSP’s), dan is het NCSC het aangewezen Computer Security Incident Response Teams (CSIRT). Tevens worden de Rijksoverheid en vitale aanbieders en anderen in en buiten Nederland, die voor vitaal belang zijn voor de Nederlandse samenleving, geïnformeerd en geadviseerd over dreigingen en incidenten met betrekking tot informatiesystemen. Daarnaast is het NCSC het nationaal centraal contactpunt met een operationeel coördinerende rol binnen de nationale crisisstructuur in geval van een ernstig ICT-incident of een ICT-crisis.

Overige Nationale Veiligheid en terrorismebestrijding

Onder dit instrument vallen de opdrachten die worden verstrekt met het doel de aantasting van de nationale veiligheid te voorkomen en crisisbeheersing te verbeteren. Onder meer worden in dit kader projecten gefinancierd die het presterend vermogen van veiligheidspartners verhogen door slimmer, sneller en/of efficiënter te gaan werken.

36.3 Onderzoeksraad voor Veiligheid

Bijdragen aan ZBO’s en RWT’s

Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV)

De OVV verricht op grond van de Rijkswet Onderzoeksraad voor veiligheid onafhankelijk onderzoek en stelt op basis daarvan aanbevelingen op voor het structureel vergroten van de veiligheid. De OVV besluit op eigen gezag en in volledige onafhankelijkheid tot het doen van onderzoek naar de oorzaak van (ernstige) ongevallen en rampen of een dreiging daarvan. Uitzonderingen hierop zijn de bij wet of internationaal voorgeschreven onderzoeken die door de OVV worden verricht (waaronder op het terrein van lucht- en scheepvaart). De bijdrage voor 2021 bedraagt € 13,2 mln.

3.6 Artikel 37. Migratie

A. Algemene doelstelling

Een op maatschappelijk verantwoorde wijze en in overeenstemming met internationale verplichtingen gereglementeerde en beheerste toelating tot, verblijf in en vertrek uit Nederland van vreemdelingen, alsmede verkrijging van het Nederlanderschap of de intrekking daarvan.

B. Rol en verantwoordelijkheid

De Minister ontwikkelt en geeft uitvoering aan het vreemdelingenbeleid en het beleid op grond van de Rijkswet op het Nederlanderschap. Hij heeft daarbij:

  • een uitvoerende rol ten aanzien van de opvang van asielzoekers, de afwikkeling van toelatingsprocedures in Nederland en de terugkeer van vreemdelingen uit Nederland;

  • verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de Vreemdelingenwet en de Rijkswet op het Nederlanderschap door het geheel aan overheidsorganisaties dat zich (primair) met het vreemdelingen- en nationaliteitsbeleid bezighoudt;

  • verantwoordelijkheid voor de uitvoeringsorganisaties Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V), het zelfstandig bestuursorgaan Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) en voor de centra van de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) waar de vreemdelingenbewaring en de grensdetentie ten uitvoer wordt gelegd;

  • een gezagsrelatie met de Koninklijke Marechaussee en de politie voor wat betreft het vreemdelingentoezicht.

C. Beleidswijzigingen

In 2021 gaat de bredere aandacht verder uit naar de versterking van de migratieketen, versterking van het Europees grenzentoezicht en gemeenschappelijk asielbeleid. 

De inzet tegen asielzoekers die voor overlast zorgen of crimineel gedrag vertonen, die op gecoördineerde wijze door de vreemdelingenketen en de strafrechtsketen wordt gepleegd, zal in 2021 onverkort doorgang vinden, waarbij steeds wordt gekeken of aanvullende maatregelen noodzakelijk en mogelijk zijn.

Het kabinet zet in op versterking van het grenstoezicht en het verbeteren van de implementatie van het Schengen- en asielacquis.

De effecten van corona en de weg te werken voorraad bij de IND door middel van de Taskforce noodzaken ook in 2021 tot flexibiliteit in de uitvoering.

Naast de verschillende analyses en beleidsdoorlichtingen die op het terrein van migratie meerjarig tot stand komen, wordt voor het verder door ontwikkelen van een robuuste migratieketen in 2021 ook gekeken naar partners van de migratieketen waar een substantiële subsidie relatie mee bestaat. Daarnaast wordt in kaart gebracht op welke onderdelen de nationale wet – en regelgeving en uitvoeringspraktijk significant afwijkt van andere EU-lidstaten, om te onderzoeken in hoeverre aanpassingen kunnen bijdragen aan de effectiviteit van de migratieketen.

D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 29 Tabel Budgettaire gevolgen van beleid artikel 37 (bedragen x € 1.000)
 

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Verplichtingen

1.256.020

1.567.190

1.403.934

1.211.700

1.171.355

1.135.030

1.144.598

        

Programma-uitgaven

1.277.149

1.567.190

1.403.934

1.211.700

1.171.355

1.135.030

1.144.598

Waarvan juridisch verplicht

  

99%

    

37.2 Toegang, toelating en opvang vreemdelingen

       

Bijdrage Agentschappen

       

Immigratie- en Naturalisatiedienst

404.969

546.977

424.913

395.524

359.946

357.239

357.260

DJI - Vreemdelingenbewaring

81.559

73.459

71.989

71.540

71.531

71.714

81.814

Bijdrage ZBO's/RWT's

       

COA

637.789

807.407

775.006

618.631

618.432

584.631

584.658

NIDOS - opvang

91.033

76.121

75.289

74.957

74.499

74.499

74.499

Subsidies

       

Vluchtelingenwerk Nederland

9.552

10.164

10.170

10.185

10.185

10.185

10.185

Overige Subsidies

4.820

1.690

1.692

1.693

1.693

1.693

1.693

Opdrachten

       

Programma Keteninformatisering

3.786

5.417

5.422

5.429

5.429

5.429

5.429

Versterking vreemdelingenketen

5.443

15.829

9.415

3.059

3.059

3.059

2.479

        

37.3 Terugkeer

       

Bijdrage Agentschappen

       

DJI - Dienst Vervoer en Ondersteuning

10.377

9.803

9.807

9.821

8.221

8.221

8.221

Subsidies

       

REAN-regeling

5.547

5.885

5.889

5.899

5.899

5.899

5.899

Overige Subsidies

2.614

3.130

3.131

3.135

3.135

3.135

3.135

Opdrachten

       

Vreemdelingen vertrek

19.660

11.308

11.211

11.827

9.326

9.326

9.326

        

Ontvangsten

229.027

56.341

4.991

3.000

3.000

3.000

3.000

Budgetflexibiliteit

Ten aanzien van de budgetflexibiliteit voor 2021 is 99% van de begrote bedragen juridisch verplicht. De bijdragen aan de IND, het COA, Nidos en Vluchtelingenwerk Nederland zijn juridisch verplicht evenals een groot gedeelte van de opdrachten die voortvloeien uit het programma van de keteninformatisering en de uitgaven voor de vervoersbewegingen van de vreemdelingen. Dit laatste als gevolg van een meerjarig convenant met het agentschap DJI.

E. Toelichting op de financiële instrumenten

37.2 Toegang, toelating en opvang vreemdelingen

Kengetallen vreemdelingenketen

Onderstaande tabel geeft een overzicht van de belangrijkste kengetallen voor de vreemdelingenketen. De hoogte van de instroom (asiel, regulier en naturalisatie) is een belangrijke bepalende factor voor de werkhoeveelheid en daarmee voor de bijdragen aan de organisaties in de vreemdelingenketen. De Brexit heeft gevolgen voor het aantal af te handelen VVR of TEV aanvragen.

Tabel 30 Kengetallen vreemdelingenketen

Vreemdelingenketen (aantallen)

Realisatie

Prognose

     
 

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Asiel

       

Asielinstroom

31.360

32.530

29.600

29.300

29.300

29.300

29.300

Overige instroom

3.670

3.000

3.000

3.000

3.000

3.000

3.000

Opvang COA

       

Instroom in de opvang

36.320

36.430

33.500

33.200

33.030

33.030

33.030

Uitstroom uit de opvang

31.380

33.530

36.810

37.200

34.070

34.070

34.070

Gemiddelde bezetting in de opvang

24.670

31.200

30.000

26.400

23.900

23.900

23.900

Toegang en toelating IND)

       

Machtiging tot voorlopig verblijf nareis (MVV nareis)

6.130

4.030

3.600

3.300

3.300

3.300

3.300

Verblijfsvergunning regulier (VVR)

35.700

72.500

52.500

52.500

52.500

52.500

52.500

Toelating en Verblijf (TEV)

61.960

64.520

64.500

64.500

64.500

64.500

64.500

Visa

3.200

2.700

2.700

2.700

2.700

2.700

2.700

Aantal naturalisatie verzoeken

44.400

33.000

28.000

28.000

28.000

28.000

28.000

Streefwaarden Terugkeer (%)

       

Zelfstandig vertrek

20%

20%

20%

20%

20%

20%

20%

Gedwongen vertrek

26%

30%

30%

30%

30%

30%

30%

Zelfstandig vertrek zonder toezicht

54%

50%

50%

50%

50%

50%

50%

Bronnen: INDIS/INDIGO, Maandrapportage COA, KMI en Meerjaren Productie Prognoses (MPP) Vreemdelingenketen

Begrotingsreserve Asiel en ODA-toerekening

De begrotingsreserve Asiel is in 2010 gecreëerd toen het asieldossier in plaats van generaal specifiek werd en is aan de Tweede Kamer gemeld via de begroting 201121. De asielreserve is bedoeld om fluctuaties in de lastig voorspelbare uitgaven voor (de instroom van) asielzoekers op te vangen.

Tabel 31 Overzicht geraamd verloop begrotingsreserve Asiel (x € 1 mln.)

Stand per 1/1/2020

Verwachte toevoegingen jaar 2020

Verwachte onttrekkingen 2020

Verwachte stand per 1/1/2021

Verwachte toevoegingen 2021

Verwachte onttrekkingen 2021

Verwachte stand per 31/12/2021

12,23

0

12,2

0,03

0

0

0,03

De verwachte stand van de asielreserve op 1 januari 2021 is € 0,03 mln. In 2020 wordt € 12,20 mln. ingezet voor de dekking van de kosten van de dwangsommen bij de IND. Er zijn geen stortingen of onttrekkingen voorzien in 2021. De onttrekkingen uit de asielreserve in 2020 zijn juridisch verplicht.

In de onderstaande tabel zijn de bedragen opgenomen die vanuit de verschillende JenV onderdelen worden toegerekend aan de ODA in het kader van de eerstejaarsopvang asielzoekers uit DAC-landen (Het Development Assistance Committee(DAC) van de OESO stelt deze lijst van landen samen). Onderstaande tabel is opgenomen naar aanleiding van een toezegging van de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking22.

Tabel 32 ODA-aandeel Begroting JenV in kader van opvangkosten voor asielzoekers (x € 1.000)
 

2021

Bijdrage COA

400.713

Bijdrage Nidos

12.931

IND (tolken)

5.600

Rechtsbijstand

33.840

Vluchtelingenwerk Nederland

9.890

Totaal

462.974

Bijdragen aan agentschappen

Immigratie- en Naturalisatiedienst

De IND is verantwoordelijk voor de uitvoering van het vreemdelingenbeleid en het beleid ten aanzien van de Rijkswet op het Nederlanderschap. Dat houdt in dat de IND alle aanvragen beoordeelt van vreemdelingen die in Nederland willen verblijven of die Nederlander willen worden.

De bekostiging van de IND vindt plaats door de bijdrage van het moederdepartement en opbrengsten uit leges die vreemdelingen betalen voor het behandelen van aanvragen voor reguliere verblijfsvergunning of verzoeken tot naturalisatie.

Bij VJN 2019 is besloten dat de IND op een stabielere wijze gefinancierd wordt om de IND in staat te stellen een stabieler financieel en personeelsbeleid te voeren, waardoor de IND beter kan inspelen op schommelingen in de instroom. In 2020 is een Taskforce ingesteld die de opdracht heeft gekregen om de opgelopen achterstanden bij de IND voor het einde van 2020 weg te werken. Dat stelt de IND in staat om vanaf 2021 de asielaanvragen binnen de wettelijke termijn af te doen.

In onderstaande tabel wordt zichtbaar hoe het budget is verdeeld over de verschillende productgroepen van de IND.

Tabel 33 Bekostiging IND (x € 1.000)

Productgroep

Budgettair kader 2021

%

Asiel

€ 180.996

42,6%

Regulier

€ 169.075

39,8%

Naturalisatie

€ 23.606

5,6%

Ketenondersteuning

€ 4.890

1,2%

Lumpsum

€ 106.261

25,0%

   

Totale bekostiging

€ 484.828

114,1%

Bijdragen derden

€ ‒ 54.000

‒ 12,7%

Doelmatigheidskorting

€ ‒ 5.915

‒ 1,4%

   

Bijdrage JenV

€ 424.913

 
Tabel 34 Kengetallen IND doorlooptijden: vreemdelingenzaken waarop binnen de wettelijke termijn is besloten
 

2019

2020

2021

2022

2023

Asiel

91%

90%

90%

90%

90%

Regulier

89%

95%

95%

95%

95%

Naturalisatie

54%

95%

95%

95%

95%

In de agentschapsparagraaf van de IND vindt u verdere informatie.

Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI)

De vreemdelingenbewaring van DJI is verantwoordelijk voor aan de grens geweigerde vreemdelingen, illegale vreemdelingen en drugskoeriers. De vreemdelingen verblijven op grond van een bestuursrechtelijke maatregel in een detentiecentrum.

DJI draagt zorg voor de vreemdeling vanaf het moment dat een vreemdeling vanuit de politie, de DT&V of de Koninklijke Marechaussee is overgebracht naar een inrichting voor vreemdelingenbewaring dan wel grensdetentie van DJI.

Het is de taak van DJI om vreemdelingen in de detentiecentra zo goed mogelijk te verzorgen, te ondersteunen bij voorbereiding van de terugkeer en hen beschikbaar te houden voor vertrek uit Nederland.

Ten behoeve van gezinnen met minderjarige kinderen en alleenstaande minderjarige vreemdelingen (AMV’s) is de Gesloten Gezinsvoorziening (GGV) te Zeist beschikbaar.

In de agentschapsparagraaf van DJI vindt u nadere informatie over vreemdelingenbewaring.

Daarnaast werkt DJI steeds vaker samen met het COA, bijvoorbeeld als het gaat om de opvang van asielzoekers in de handhaving en toezichtlocatie (HTL).

Bijdragen aan ZBO’s en RWT’s

Centraal Orgaan opvang Asielzoekers

Het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) draagt zorg voor de opvang van vreemdelingen in Nederland. Het COA biedt vreemdelingen huisvesting, verstrekt middelen van bestaan en geeft begeleiding. Het opvangbeleid is gericht op de opvang van asielzoekers gedurende de asielprocedure. Daarnaast biedt het COA onderdak aan vreemdelingen die meewerken aan hun terugkeer en aan gezinnen met minderjarige kinderen die zijn uitgeprocedeerd.

Tabel 35 Bekostiging COA

Productgroep

Aandeel

Personeel

34%

Materieel en Regelingen

40%

Rente en afschrijving

7%

Gezondheidszorg

19%

Totaal

100%

Tabel 36 Prestatie-indicator Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (in maanden)
 

2019

2020

2021

2022

2023

2024

Gemiddelde opvangduur vergunninghouders na vergunningverlening

4,4

4

3,5

3,5

3,5

3,5

Gemiddelde verblijfsduur opvang op basis van uitstroom

11,6

13

11

9

9

9

Stichting Nidos

Nidos is belast met de voogdij over alleenstaande minderjarige vreemdelingen, conform het Burgerlijk Wetboek. Daarnaast is Nidos aangewezen voor het uitvoeren van de kinderbeschermingsmaatregel ondertoezichtstelling (OTS) bij kinderen van gezinnen met een vreemdelingenstatus.

Sinds 2016 verzorgt NIDOS de opvang voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen (AMV’s) na vergunningverlening in kleinschalige opvangvoorzieningen tot zij 18 jaar oud zijn.

Nidos is ook verantwoordelijk voor de opvang in pleeggezinnen van alle alleenstaande minderjarige vreemdelingen (AMV’s) die op het moment van aankomst in Nederland 14 jaar of jonger zijn.

De subsidie aan Nidos bestaat uit begeleidingskosten (voogdij, jeugdbescherming en begeleiding) en verzorgingskosten (met name opvang). Deze subsidie wordt op basis van jaarplannen verstrekt en is voor voogdij gerelateerd aan het aantal AMV’s onder begeleiding van Nidos en voor verzorging aan het aantal opgevangen AMV’s. Het aantal AMV’s onder begeleiding en in de opvang is afhankelijk van de in- en uitstroom van AMV’s (uitstroom bijvoorbeeld als gevolg van gezinshereniging) en het bereiken van de leeftijd van 18 jaar van de AMV’s.

Het hieronder gehanteerde normbedrag voor verzorgingskosten is afhankelijk van de verdeling over de verschillende opvang vormen (pleeggezin, woongroep of wooneenheid). Deze is geraamd op basis van de verwachte opbouw van de AMV populatie. Afrekening vindt jaarlijks plaats op basis van de werkelijk gemaakte kosten voor opvang.

Tabel 37 Kengetal instroom en bezetting AMV’s
 

2019

2020

2021

2022

Instroom AMV’s

1.450

1.420

1.420

1.420

Aantal pupillen onder Nidos begeleiding

3.920

3.270

3.010

2.800

Tabel 38 Kosten AMV's
 

Normbedrag 2020

Normbedrag 2021

Begeleidingskosten per AMV

€ 7.474

€ 7.474

Verzorgingskosten per AMV

€ 16.351

€ 16.351

Instroomteam(organiseren initiële begeleiding en opvang)

€ 1.125

€ 1.125

Subsidies

Vluchtelingenwerk Nederland (VWN)

VWN zet zich op basis van de Universele verklaring voor de Rechten van de Mens in voor de bescherming en het behartigen van de belangen van en geven van voorlichting aan vluchtelingen en asielzoekers. De subsidie aan VWN is bedoeld om voorlichting over de asielprocedure te geven en is deels gerelateerd aan de bezetting op de COA locaties.

Het grootste deel van de kosten is toe te rekenen aan het proces toelating (circa 84%). Een deel van de werkzaamheden draagt bij aan het welbevinden van de mensen die in opvang verblijven en bewaren van de rust in de opvangcentra en kan hierom worden toegerekend aan het proces opvang (circa 8%). Een laatste deel kan worden toegerekend aan het proces terugkeer (circa 8%) vanwege informatieve gesprekken na afwijzing door IND of negatieve uitspraken door de rechtbank.

Opdrachten

Keteninformatisering

Het budget Keteninformatisering is bestemd voor het beheer en de reguliere doorontwikkeling van de centrale ketenvoorzieningen die gebruikt worden voor digitale informatie uitwisseling in de Migratieketen zoals de Basisvoorziening Vreemdelingenketen (BVV), SIGMA en de Terugmeldvoorziening Migratieketen (TMK).

Versterking vreemdelingenketen

In 2021 worden vanuit dit budget diverse kleinere opdrachten gefinancierd met als doel verbeteringen in de vreemdelingenketen te bewerkstellingen.

37.3 Terugkeer

Bijdragen aan agentschappen

Dienst Justitiële Inrichtingen

De Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) schakelt de Dienst Vervoer en Ondersteuning (DV&O) van DJI in voor het vervoer van vreemdelingen die geen recht op verblijf meer hebben in Nederland. Bijvoorbeeld vervoer naar ambassades.

Subsidies

REAN-regeling

REAN staat voor Return and Emigration Assistance from the Netherlands en betreft een programma waarmee vrijwillige terugkeer en herintegratie wordt ondersteund.

De Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) in Nederland voert op verzoek van het ministerie van Justitie en Veiligheid het REAN-programma uit. Op basis van dit programma biedt IOM praktische terugkeerondersteuning aan vreemdelingen die naar Nederland zijn gekomen met het oog op langdurig verblijf en zelfstandig uit Nederland willen vertrekken, maar niet over voldoende middelen beschikken om hun eigen vertrek te organiseren. Daarnaast wordt via het REAN-programma aan een specifieke groep vreemdelingen herintegratieondersteuning aangeboden in het land van herkomst. De IOM levert daarmee een bijdrage aan de uitvoering van het Nederlandse terugkeerbeleid.

Overige subsidies

Niet-gouvernementele organisaties in Nederland voeren op grond van de «Subsidieregeling ondersteuning zelfstandig vertrek 2019» projecten uit met als doel om onrechtmatig verblijf van vreemdelingen in Nederland te voorkomen of te beëindigen door hun zelfstandig vertrek uit Nederland te ondersteunen. De nadruk ligt op activiteiten die erop gericht zijn vertrekplichtige vreemdelingen te bewegen tot zelfstandig vertrek uit Nederland. Daarnaast beoogt de subsidieregeling gemeenschapsonderdanen die de intentie hadden om zich voor langere duur in Nederland te vestigen, die het niet gelukt is om in Nederland voldoende inkomsten te genereren om in hun eigen levensonderhoud te voorzien, die voor overlast (kunnen) zorgen en die sociaal maatschappelijke begeleiding nodig hebben bij hun terugkeer of herintegratie, te ondersteunen bij terugkeer. Daarnaast worden incidentele pilot projecten gericht op het vertrek van vreemdelingen gesubsidieerd.

Opdrachten

Vertrek Vreemdelingen

Als professionele terugkeerorganisatie voert de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) het terugkeerbeleid uit. De DT&V regisseert met behulp van casemanagement het vertrek van vreemdelingen die geen recht hebben op verblijf in Nederland. Uitgangspunt is dat de vreemdeling de kans heeft om zelfstandig te vertrekken, met of zonder hulp van de DT&V en maatschappelijke organisaties zoals IOM. Zo levert de DT&V een bijdrage aan de veiligheid, het maatschappelijk evenwicht en aan het draagvlak voor het Nederlandse toelatingsbeleid.

Ontvangsten

De geraamde ontvangsten van € 5 mln. bestaan uit een ontvangst van € 2 mln. van Eurostar als vergoeding voor de grenscontrole in Nederland en daarnaast uit diverse kleinere ontvangsten.

4. Niet-beleidsartikelen

4.1 Artikel 91. Apparaat Kerndepartement

Op dit artikel worden de personele en materiële uitgaven en ontvangsten van het kerndepartement van Justitie en Veiligheid weergegeven. Het betreft hier de verplichtingen en uitgaven voor zowel personeel (waaronder ambtelijk personeel en inhuur externen) als materieel (waaronder ICT-uitgaven en SSO’s).

Inspectie JenV

Op dit artikel worden ook de uitgaven voor de Inspectie JenV verantwoord. Het werkprogramma wordt separaat aan het parlement aangeboden. De Inspectie JenV kent onder gezag van de Inspecteur-Generaal, de volgende indeling in toezichtgebieden en een beheerdirectie: • Rechtsbescherming en Executie • Politie en Crisisbeheersing • Migratie, Cyber en Security • Directie Strategie, Kwaliteit en Bedrijfsvoering Met deze indeling wordt een substantieel deel van de taakuitvoering door JenV-uitvoeringsorganisaties gedekt met toezicht om zo de kwaliteit van de taakuitvoering en de naleving van regels en normen inzichtelijk te maken. Met haar toezicht kijkt de Inspectie JenV periodiek naar het functioneren van organisaties en de ketens en netwerken waarin zij samenwerken. Zo ontstaat een breed en evenwichtig inzicht in de (uit)werking van de maatschappelijke opgaven van JenV: een weerbare samenleving, bescherming en perspectief waaronder een rechtvaardig migratiebeleid en een veilige samenleving. De Inspectie benoemt daarbij leerpunten, formuleert aanbevelingen en signaleert kansen en risico’s. De Inspectie brengt begin 2021 haar strategische koers voor de periode tot 2024 uit.

De uitgaven voor het Wetenschappelijk Onderzoek en – Documentatie-centrum (WODC) worden ook onder het apparaat kerndepartement verantwoord. Het WODC stelt jaarlijks een werkprogramma op dat met de Raad van Advies, de bestuursraad en de bewindspersonen wordt afgestemd. De Minister van Justitie en Veiligheid biedt het werkpro-gramma ter kennisname aan bij de ministerraad. De begroting voor de uitvoering van het programma in 2020 bedraagt ca € 11,8 mln.

A. Budgettaire gevolgen

Tabel 39 Budgettaire gevolgen artikel 91 Apparaat Kerndepartement (bedragen x € 1.000)
 

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Verplichtingen

475.446

505.124

470.552

470.180

466.778

467.408

467.544

        

Apparaatsuitgaven

489.477

506.455

471.883

471.511

468.109

467.408

467.544

91.1 Apparaatsuitgaven kerndepartement

       

Personele uitgaven

328.867

347.707

325.819

323.194

318.495

318.170

318.276

waarvan eigen personeel

283.746

308.423

288.876

287.087

284.501

284.176

284.281

waarvan externe inhuur

43.027

37.405

35.085

34.242

32.128

32.128

32.129

waarvan overig personeel

2.094

1.879

1.858

1.865

1.866

1.866

1.866

Materiele uitgaven

160.610

158.748

146.064

148.317

149.614

149.238

149.268

waarvan ict

23.492

26.575

21.850

22.446

22.561

22.561

22.561

waarvan sso's

103.551

88.680

85.014

87.307

89.068

89.068

89.069

waarvan overig materieel

33.567

43.493

39.200

38.564

37.985

37.609

37.638

        

Ontvangsten

33.871

20.475

19.406

19.406

19.406

19.406

19.406

B. Toelichting op de financiële instrumenten

De hogere uitgaven in het jaar 2020 ten opzichte van het jaar 2021 en verder worden voornamelijk veroorzaakt door:

  • Een incidentele verhoging met € 10,9 mln. voor de hogere uitgaven die samenhangen met de overgang naar het systeem van het individueel keuzebudget (IKB) in de CAO-rijk. Dit leidt eenmalig in 2020 tot hogere kosten op het onderdeel «eigen personeel»;

  • Eigen personeel onderdeel JustID is verhoogd met € 2,6 mln in verband met kosten jeugdsysteem

  • In 2020 wordt € 5,5 mln. uitgetrokken voor het programma «tolken in de toekomst», op het onderdeel «ict»;

  • Het onderdeel «overig materieel» is verhoogd in 2020 in verband met incidentele middelen voor het LIEC (Landelijk Informatie en Expertise Centrum) ad € 5,4 mln. voor het brede offensief tegen georganiseerde ondermijnende criminaliteit (Botoc);

C. Totaaloverzicht apparaatsuitgaven/kosten

De Minister van JenV is verantwoordelijk voor een vijftal agentschappen. In de onderstaande tabel zijn de totale apparaatskosten van deze agentschappen weergegeven. Deze worden verder uitgesplitst en toegelicht in de agentschapsparagraaf. Onderstaande tabel geeft ook de totale apparaatsuitgaven voor het kerndepartement en de grote uitvoeringsorganisaties weer. Daarnaast wordt inzicht gegeven in de apparaatsuitgaven van de ZBO’s en RWT’s. Alle begrotingsgefinancierde ZBO’s en RWT’s zijn in het overzicht opgenomen.

Tabel 40 Totaaloverzicht apparaatsuitgaven/kosten inclusief agentschappen en zbo's/rwt's (bedragen x € 1.000)
 

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Totaal apparaatsuitgaven ministerie

2.269.526

2.275.506

2.210.842

2.199.093

2.185.941

2.177.520

2.176.385

Kerndepartement

489.477

506.455

471.883

471.511

468.109

467.408

467.544

Openbaar Ministerie

572.831

587.017

557.302

555.716

555.808

554.973

554.080

Raad voor de rechtspraak

986.657

966.772

969.807

959.815

951.389

944.461

943.390

Raad voor de Kinderbescherming

188.072

184.449

180.318

180.520

180.296

180.339

180.429

Hoge Raad

32.489

30.813

31.532

31.531

30.339

30.339

30.942

        

Totaal apparaatskosten Agentschappen

1.855.867

2.048.236

1.988.843

1.937.682

1.902.797

1.899.427

1.907.715

Dienst Justitiële Inrichtingen

1.259.337

1.346.141

1.333.465

1.310.103

1.311.235

1.310.009

1.318.147

Immigratie en Naturalisatiedienst

367.387

457.804

408.000

380.000

344.500

342.000

342.000

Centraal Justitieel Incasso Bureau

130.523

142.155

140.288

140.474

139.951

140.279

140.429

Nederlands Forensisch Instituut

57.318

58.711

60.004

60.019

60.025

60.053

60.053

Dienst Justis

41.302

43.425

47.086

47.086

47.086

47.086

47.086

        

Totaal apparaatskosten ZBO's en RWT's1

6.742.580

6.828.361

6.703.075

6.693.454

6.569.637

6.572.427

6.584.040

Nationale Politie

6.115.466

6.207.663

6.093.863

6.102.449

5.996.254

5.982.968

5.988.747

Politieacademie (PA)

2.926

3.009

3.010

3.010

3.010

3.010

3.010

Raad voor Rechtsbijstand (RvR)

51.743

27.201

27.595

27.595

27.595

27.595

27.595

Bureau Financieel Toezicht (Bft)

6.956

7.865

7.789

7.789

7.789

7.789

7.789

Autoriteit persoonsgegevens (AP)

20.492

19.291

18.525

18.524

18.525

18.526

18.527

College voor de Rechten van de Mens (CRM)

7.627

7.762

7.561

7.563

7.464

7.464

7.464

College van toezicht collectieve beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten

915

720

720

550

550

550

550

College gerechtelijk deskundigen (NRGD)

1.884

1.829

1.709

1.742

1.742

1.742

1.742

Raad voor de rechtshandhaving

277

226

300

324

324

324

324

Reclasseringsorganisaties (cluster):

       

- Stichting Reclassering Nederland (SRN)

152.139

152.625

152.425

151.564

153.175

153.175

153.175

- Leger des Heils Jeugdzorg en Reclassering

22.372

23.218

23.262

24.168

24.165

24.165

24.165

- Regionale instellingen voor verslavingszorg met een reclasseringserkenning (cluster)

75.634

76.289

76.193

74.917

74.911

74.911

74.911

Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven (SGM)

7.509

9.294

8.207

8.054

7.747

8.079

8.059

Slachtofferhulp Nederland (SHN)

33.938

34.901

34.091

33.471

33.473

33.473

33.473

Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO)

1.775

2.229

1.864

1.868

1.868

1.868

1.868

Stichting HALT

12.303

12.651

12.317

12.139

12.037

11.837

11.837

Instituut Fysieke Veiligheid (IFV)

30.361

30.745

30.372

30.367

30.370

30.370

30.370

Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV)

13.746

13.175

13.189

13.207

13.207

13.207

13.207

Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) [3]

159.447

177.876

170.507

154.665

136.061

152.004

157.858

Stichting Nidos [3]

25.070

19.791

19.575

19.489

19.370

19.370

19.370

Gerechtsdeurwaarders (cluster)

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Notarissen (cluster)

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Stichting Donorgegevens Kunstmatige bevruchting (SDKB)

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Kansspelautoriteit (Ksa)

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Het Keurmerkinstituut BV

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

X Noot
1

Het COA en stichting Nidos zijn de enige ZBO’s waarbij een onderscheid gemaakt kan worden in programma- en apparaatskosten

4.2 Artikel 92. Nog onverdeeld

De grondslag voor het in de begroting opnemen van het niet-beleidsartikel «Nog onverdeeld» staat in artikel 2, lid 7 van de Comptabiliteitswet 2016 (CW). Dit niet-beleidsartikel wordt uitsluitend gebruikt voor het tijdelijk «parkeren» van nog te verdelen loon- en prijsbijstellingen, andere nog te verdelen middelen en nog te verdelen taakstellingen.

Tabel 41 Budgettaire gevolgen artikel 92 Nog onverdeeld (bedragen x € 1.000)
 

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Verplichtingen

0

72.289

52.588

32.799

52.775

‒ 12.557

99.797

        

Uitgaven

0

72.789

52.588

32.799

52.775

‒ 12.557

99.797

92.1 Nog onverdeeld

0

72.789

52.588

32.799

52.775

‒ 12.557

99.797

        

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

Uitgaven

In verband met extra uitgaven en gederfde ontvangsten door COVID-19 is in 2020 € 60 mln. en in 2021 € 40 mln. beschikbaar gesteld. Als gevolg van de genomen corona maatregelen maakt JenV kosten voor personele bescherming, om primaire processen corona-proof te maken en om achterstanden binnen de strafrechtketen weg te werken. Daarnaast worden er door de coronamaatregelen lagere ontvangsten voorzien bij de griffierechten en de administratiekosten CJIB. ↵ De beschikbare middelen zijn overgemaakt naar artikel 92 en worden bij tweede suppletoire begroting 2020 en eerste suppletoire begroting 2021 nader verdeeld. In het voorjaar 2021 wordt tevens bezien hoe de COVID-19 gerelateerde uitgaven en ontvangsten zich in 2021 en verder zullen gaan ontwikkelen.

4.3 Artikel 93. Geheim

De grondslag voor het in de begroting opnemen van geheime uitgaven staat in artikel 2, lid 8 van de Comptabiliteitswet 2016 (CW).

Tabel 42 Budgettaire gevolgen artikel 93 Geheim (bedragen x € 1.000)
 

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Verplichtingen

3.574

3.048

3.054

3.053

3.054

3.054

3.054

        

Uitgaven

3.574

3.048

3.054

3.053

3.054

3.054

3.054

93.1 Geheim

3.574

3.048

3.054

3.053

3.054

3.054

3.054

        

Ontvangsten

10

0

0

0

0

0

0

5. Begroting agentschappen

5.1 Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI)

De Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) levert een bijdrage aan de veiligheid van de samenleving door de tenuitvoerlegging van vrijheidsstraffen en vrijheidsbenemende maatregelen en door de aan onze zorg toevertrouwde personen de kans te bieden een maatschappelijk bestaan op te bouwen.

Tabel 43 Meerjarige begroting van baten en lasten (Bedragen x € 1.000)
 

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Baten

       

Omzet

2.324.940

2.424.217

2.461.719

2.441.835

2.441.019

2.443.845

2.456.496

waarvan omzet moederdepartement

2.248.066

2.366.817

2.398.701

2.378.817

2.378.001

2.380.827

2.393.478

waarvan omzet overige departementen

15.979

0

0

0

0

0

0

waarvan omzet derden

60.895

57.400

63.018

63.018

63.018

63.018

63.018

Rentebaten

0

0

0

0

0

0

0

Vrijval voorzieningen

15.725

0

0

0

0

0

0

Bijzondere baten

3.045

0

0

0

0

0

0

Totaal baten

2.343.710

2.424.217

2.461.719

2.441.835

2.441.019

2.443.845

2.456.496

        

Lasten

       

Apparaatskosten

1.259.337

1.346.141

1.333.465

1.310.103

1.311.235

1.310.009

1.318.147

- Personele kosten

1.123.287

1.220.520

1.209.169

1.202.879

1.204.011

1.202.785

1.210.923

waarvan eigen personeel

931.587

1.053.511

1.047.264

1.048.419

1.049.046

1.049.548

1.065.787

waarvan inhuur externen

140.702

136.262

136.000

134.000

130.000

130.000

130.000

waarvan overige personele kosten

50.998

30.747

25.905

20.460

24.965

23.236

15.136

- Materiële kosten

136.050

125.621

124.296

107.224

107.224

107.224

107.224

waarvan apparaat ICT

50.600

55.616

50.296

43.224

43.224

43.224

43.224

waarvan bijdrage aan SSO's

29.087

29.057

29.000

24.000

24.000

24.000

24.000

waarvan overige materiële kosten

56.363

40.948

45.000

40.000

40.000

40.000

40.000

Materiële programmakosten

1.055.606

1.014.228

1.070.443

1.075.151

1.073.203

1.077.255

1.081.794

Afschrijvingskosten

20.143

21.001

19.993

19.993

19.993

19.993

19.993

- Materieel

16.008

16.043

16.043

16.043

16.043

16.043

16.043

waarvan apparaat ICT

10.000

10.000

10.000

10.000

10.000

10.000

10.000

- Immaterieel

4.135

4.959

3.950

3.950

3.950

3.950

3.950

Rentelasten

0

0

0

0

0

0

0

Overige lasten

50.459

42.847

37.818

36.588

36.588

36.588

36.562

waarvan dotaties voorzieningen

50.459

42.847

37.818

36.588

36.588

36.588

36.562

waarvan bijzondere lasten

0

0

0

0

0

0

0

Totaal lasten

2.385.545

2.424.217

2.461.719

2.441.835

2.441.019

2.443.845

2.456.496

        

Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening

‒ 41.835

0

0

0

0

0

0

Agentschapsaandeel VPB-lasten

0

0

0

0

0

0

0

Saldo van baten en lasten

‒ 41.835

0

0

0

0

0

0

Toelichting meerjarige begroting van baten en lasten

Baten

Omzet moederdepartement

De omzet moederdepartement is gebaseerd op de geldende kostprijzen en de opgenomen productieaantallen (zie onderdeel doelmatigheidsindicatoren). Ook de uit te voeren projecten vormen een onderdeel van de omzet moederdepartement. Daarnaast ontvangt DJI een bijdrage voor de capaciteit op Caribisch Nederland.

Onder de omzet moederdepartement is verder ook de ondersteunende dienstverlening aan overige JenV-onderdelen zoals de Raad voor de Kinderbescherming en de IND opgenomen.

Tabel 44 Overzicht omzet moederdepartement (Bedragen x € 1 mln.)1
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Omzet moederdepartement

2.387,7

2.398,7

2.378,8

2.378,0

2.380,8

2.393,5

       

waarvan p*q

2.243,8

2.260,8

2.259,8

2.255,9

2.257,3

2.255,2

Intramurale sanctiecapaciteit (inclusief reserve en in stand te houden capaciteit)

1.091,2

1.097,4

1.104,2

1.106,8

1.108,3

1.109,0

Extramurale sanctiecapaciteit

9,3

8,8

6,2

4,7

4,7

4,7

Intramurale inkoopplaatsen forensische zorg in GW (PPC)

136,3

136,7

131,3

130,2

130,1

130,1

FPC's / forensische zorg (Rijks FPC's en tbs-capaciteit bij part. Instellingen)

309,3

306,0

304,9

303,0

301,1

298,1

Intramurale inkoopplaatsen forensische zorg in GGZ-instellingen

379,8

387,6

389,8

389,3

389,4

389,5

Inkoop ambulante forensische zorg

103,3

105,9

105,9

105,9

105,9

105,9

Vreemdelingenbewaring en uitzetcentra (inclusief reserve en in stand te houden capaciteit)

69,8

69,4

68,4

68,1

68,2

68,3

Justitiele jeugdplaatsen (inclusief reserve en in stand te houden capaciteit)

144,9

148,9

149,1

147,8

149,7

149,7

       

waarvan overige bijdragen

115,4

109,5

90,6

93,8

95,1

109,9

Capaciteit Caribisch Nederland (BES)

11,6

10,6

11,4

11,3

11,4

11,4

Frictiekosten

13,8

11,4

7,8

9,8

18,3

0,0

Substantieel Bezwarende Functies (SBF)

35,5

34,5

34,2

33,0

33,0

33,0

personeelsconvenant/Solide personeelsbeleid

25,0

25,0

0,0

   

Vreemdelingencapaciteit (COA en bestuursrechtelijk)

8,0

8,0

8,0

8,0

8,0

8,0

inkoop gedragsinteventies

4,2

4,5

4,5

4,5

4,5

4,5

Overig

17,4

15,5

24,7

27,1

19,9

53,0

       

waarvan overige ontvangsten

28,4

28,4

28,4

28,4

28,4

28,4

overige ontvangsten uit dienstverlening aan J en V

28,4

28,4

28,4

28,4

28,4

28,4

X Noot
1

voor het uitvoeringsjaar 2020 betreft dit een overzicht op basis van de geactualiseerde stand

Omzet derdenDe omzet derden is opgebouwd uit de volgende componenten:

  • Arbeid: De (bruto-) opbrengsten uit de (als regimeactiviteit) verrichte arbeid zoals die in de rijksinrichtingen plaatsvindt voor derden. Aan externe opdrachtgevers wordt geleverd tegen marktprijzen. Daarnaast betreft dit de opbrengst van de winkels ten behoeve van de gedetineerden

  • Overig: o.a. de externe dienstverlening (onder andere bijzondere bijstand en ondersteuning van de DV&O), de exploitatievergoeding voor de VN-bewaring, Kosovo Specialist Chambers (KSC), het Internationaal Strafhof en de opbrengst ESF-subsidies.

Tabel 45 Overzicht omzet derden (Bedragen x € 1.000)
 

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Arbeid

20.386

20.000

20.639

20.639

20.639

20.639

20.639

Overige ontvangsten

40.509

37.400

42.379

42.379

42.379

42.379

42.379

Totaal omzet derden

60.895

57.400

63.018

63.018

63.018

63.018

63.018

Lasten

Personele kostenDe totale personele kosten van het ambtelijk personeel DJI bestaat uit de kosten van ambtelijk personeel op basis van gemiddelde loonsom zoals gepresenteerd in onderstaande tabel, aangevuld met de overige personeelskosten (o.a. opleidingskosten en reiskosten woon-werkverkeer).

Externe inhuurDJI maakt o.a. gebruik van inhuur van beveiligingspersoneel, inhuur van ICT-deskundigen en medisch personeel.

Tabel 46 Kosten ambtelijk personeel (Bedragen x € 1.000)
 

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Eigen personeel

       

Kosten

931.587

1.053.511

1.047.264

1.048.419

1.049.046

1.049.548

1.065.787

Aantal fte

14.401

15.437

15.672

15.689

15.699

15.706

15.949

        

Externe inhuur

       

Kosten

140.702

136.262

136.000

134.000

130.000

130.000

130.000

        

Overige personeelskosten

50.998

30.747

25.905

20.460

24.965

23.236

15.136

        

Totale kosten

1.123.287

1.220.520

1.209.169

1.202.879

1.204.011

1.202.785

1.210.923

Materiële kostenOnder deze post zijn de materiële kosten opgenomen die betrekking hebben op de bedrijfsvoering van DJI. Dit betreft met name exploitatiekosten, bureaukosten en ICT-kosten. Verder vallen onder deze post ook de bijdragen aan verschillende Rijksdiensten (shared service organisaties) voor o.a. de huisvesting van het hoofdkantoor DJI, landelijke (ondersteunende) diensten en diverse interne diensten (shared service center) van DJI.

Als onderdeel van de post materiële kosten zijn ook de materiële programmakosten opgenomen die samenhangen met de tenuitvoerlegging van vrijheidsstraffen en vrijheidsbenemende maatregelen.

Tabel 47 Materiële programmakosten (Bedragen x € 1.000)
 

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Financiering particuliere Jeugdinrichtingen

72.694

72.180

72.231

73.746

73.586

75.467

75.467

Inkoop forensische zorg

678.151

648.125

689.172

697.181

695.787

693.960

691.072

Overige subsidies

3.595

1.378

1.378

1.378

1.378

1.378

1.378

Gebruiksvergoedingen RVB

101.106

98.428

118.302

124.489

124.515

126.900

137.900

Overige huisvestingskosten

78.845

75.000

75.000

75.000

75.000

75.000

75.000

Kosten Justitieel Ingeslotenen (Rijksinrichtingen)

89.972

85.000

85.000

85.000

85.000

83.000

80.000

Materiele kosten arbeid justitiabelen

13.535

15.000

15.000

15.000

15.000

15.000

15.000

kosten arrestanten politiebureaus

1.437

1.600

1.600

1.600

1.600

1.600

1.600

Overige exploitatiekosten

16.271

17.517

12.760

1.757

1.337

4.950

4.377

Totaal

1.055.606

1.014.228

1.070.443

1.075.151

1.073.203

1.077.255

1.081.794

AfschrijvingskostenDe afschrijvingsreeks is gebaseerd op de actuele omvang van de vaste activa, rekening houdend met de geplande vervangings- en uitbreidingsinvesteringen.

Overige lastenDe jaarlijkse dotaties aan de voorzieningen hebben voornamelijk betrekking op dotaties in het kader van de kosten substantieel bezwarende functies (SBF) en kosten verband houdend met Van Werk Naar Werk (VWNW) in het kader van de reductie van personeel als gevolg van het Masterplan DJI. In 2019 hangt de post dotaties voorzieningen deels samen met de frictiekosten die nodig zijn voor de afstoot van 1.500 capaciteitsplaatsen binnen het gevangeniswezen en vreemdelingenbewaring.

Tabel 48 Kasstroomoverzicht (Bedragen x € 1.000)
  

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

1

Rekening courant RHB 1 januari + depositorekeningen

334.048

333.462

291.927

234.392

222.857

211.322

199.787

2

+/+ totaal ontvangsten operationele kasstroom

2.974.534

2.424.217

2.461.719

2.441.835

2.441.019

2.443.845

2.456.496

 

– /– totaal uitgaven operationele kasstroom

‒ 2.955.154

‒ 2.429.217

‒ 2.466.719

‒ 2.426.835

‒ 2.426.019

‒ 2.428.845

‒ 2.441.496

 

Totaal operationele kasstroom

19.380

‒ 5.000

‒ 5.000

15.000

15.000

15.000

15.000

3

– /– totaal investeringen

‒ 23.125

‒ 21.535

‒ 30.535

‒ 29.535

‒ 29.535

‒ 29.535

‒ 29.535

 

+/+ totaal boekwaarde desinvesteringen

3.159

10.000

3.000

3.000

3.000

3.000

3.000

 

Totaal investeringsstroom

‒ 19.966

‒ 11.535

‒ 27.535

‒ 26.535

‒ 26.535

‒ 26.535

‒ 26.535

4

– /– eenmalige uitkering aan moederdepartement

0

‒ 25.000

‒ 25.000

0

0

0

0

 

+/+ eenmalige storting door moederdepartement

0

0

0

0

0

0

0

 

– /– aflossingen op leningen

0

0

0

0

0

0

0

 

+/+ beroep op leenfaciliteit

0

0

0

0

0

0

0

 

Totaal financieringskasstroom

0

‒ 25.000

‒ 25.000

0

0

0

0

5

Rekening courant RHB 31 december + stand depositorekeningen (=1+2+3+4)

333.462

291.927

234.392

222.857

211.322

199.787

188.252

Toelichting op het kasstroomoverzicht

Operationele kasstroom

De operationele kasstroom bestaat uit het geraamde saldo van baten en lasten, gecorrigeerd voor afschrijvingen en mutaties in de voorzieningen en het werkkapitaal.

In het kasstroomoverzicht zijn financieringsafspraken met het moederdepartement verwerkt.

Investeringskasstroom

Het betreffen hier de voorgenomen investeringen die worden gepleegd in de materiële vaste activa. In hoofdzaak betreft het investeringen in inventaris en computer hard- en software.

Financieringskasstroom

De € 25 mln. voor de jaren 2020 en 2021 betreft de dekking t.b.v. het personeelsconvenant.

Doelmatigheid

Tabel 49 Overzicht Doelmatigheidsindicatoren
 

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Saldo baten en lasten als % totale baten

0,70%

0,00%

0,00%

0,00%

0,00%

0,00%

0,00%

        

Operationele capaciteit

       

– strafrechtelijke sanctiecapaciteit

8.988

9.599

9.769

10.098

10.169

10.169

10.169

– inbewaringgestelden op politiebureaus

20

20

20

20

20

20

20

– capaciteit ten behoeve van internationale tribunalen

96

96

96

96

96

96

96

Gemiddelde prijs per plaats per dag (x € 1)

290

299

296

291

290

290

290

Omzet (x € 1 mln.)

964,4

1.061,4

1.069,7

1.083,8

1.087,8

1.089,3

1.089,9

        

Reservecapaciteit intramurale sanctiecapaciteit

554

483

491

504

508

508

508

Gemiddelde prijs per plaats per dag (x € 1)

71

74

74

74

74

74

74

Omzet (x € 1 mln.)

14,3

13,0

13,2

13,5

13,7

13,8

13,8

        

In stand te houden intramurale sanctiecapaciteit

1.185

816

734

354

279

279

279

Gemiddelde prijs per plaats per dag (x € 1)

58

56

54

53

52

52

52

Omzet (x € 1 mln.)

24,9

16,8

14,5

6,8

5,3

5,3

5,3

        

Extramurale sanctiecapaciteit (penitentiair programma met of zonder elektronisch toezicht)

396

450

425

300

225

225

225

Gemiddelde prijs per plaats per dag (x € 1)

63

56

57

56

57

57

57

Omzet (x € 1 mln.)

9,1

9,3

8,8

6,2

4,7

4,7

4,7

        

Intramurale inkoopplaatsen forensische zorg (PPC’s)

668

666

666

632

632

632

632

Gemiddelde prijs per plaats per dag (x € 1)

534

561

562

569

565

564

564

Omzet (x € 1 mln.)

130,3

136,3

136,7

131,3

130,2

130,1

130,1

        

Forensische zorg

       

– Rijksinrichtingen forensisch psychiatrische zorg

169

182

182

182

180

180

180

– Tbs-capaciteit bij particuliere instellingen

1.160

1.170

1.151

1.148

1.144

1.135

1.121

Gemiddelde prijs per plaats per dag (x € 1)

600

627

629

628

627

627

628

Omzet (x € 1 mln.)

291,0

309,3

306,0

304,9

303,0

301,1

298,1

        

Intramurale inkoopplaatsen forensische zorg in GGZ instellingen

       

- Inkoop forensische zorg in strafrechtelijk kader

2.911

2.831

2.965

2.989

2.989

2.989

2.989

- Inkoop forensische zorg voor gedetineerden

47

150

150

150

150

150

150

Gem. prijs per plaats per dag (x € 1)

333

349

341

340

340

340

340

Omzet (x € 1 mln.)

359,5

379,8

387,6

389,8

389,3

389,4

389,5

        

- Inkoop ambulante forensische zorg (x 1 mln.)

107,4

103,3

105,9

105,9

105,9

105,9

105,9

        

Vreemdelingenbewaring en uitzetcentra

       

Operationele capaciteit:

       

– vrijheidsbeneming (art. 6 Vw)

63

32

32

32

32

32

32

– vreemdelingenbewaring (art. 59 Vw)

584

536

536

536

536

536

536

Gemiddelde prijs per plaats per dag (x € 1)

296

315

313

308

307

307

307

Omzet (x € 1 mln.)

69,9

65,2

64,9

63,9

63,6

63,7

63,7

        

Reservecapaciteit vreemdelingen

70

35

35

35

35

35

35

Gemiddelde prijs per plaats per dag (x € 1)

38

76

76

76

76

76

76

Omzet (x € 1 mln.)

1,0

1,0

1,0

1,0

1,0

1,0

1,0

        

In stand te houden capaciteit vreemdelingen

216

330

330

330

330

330

330

Gemiddelde prijs per plaats per dag (x € 1)

46

30

30

30

30

30

30

Omzet (x € 1 mln.)

3,6

3,6

3,6

3,6

3,6

3,6

3,6

        

operationele jeugdcapaciteit

       

– Rijksjeugdinrichtingen

255

276

266

251

246

246

246

– particuliere jeugdinrichtingen

250

249

253

266

265

257

257

Gemiddelde prijs per plaats per dag (x € 1)

675

721

768

771

772

792

792

Omzet (x € 1 mln.)

124,4

138,1

145,4

145,6

144,1

145,4

145,4

        

Reservecapaciteit jeugd

104

44

46

56

62

70

70

Gemiddelde prijs per plaats per dag (x € 1)

51

56

59

51

53

68

68

Omzet (x € 1 mln.)

1,9

0,9

1,0

1,0

1,2

1,7

1,7

        

In stand te houden jeugdplaatsen

144

144

92

92

92

92

92

Gemiddelde prijs per plaats per dag (x € 1)

112

112

75

75

75

75

75

Omzet (x € 1 mln.)

5,9

5,9

2,5

2,5

2,5

2,5

2,5

Toelichting

De hierboven gepresenteerde capaciteitsaantallen en kostprijzen zijn gebaseerd op het gefinancierde deel uit de raming op basis van het Prognosemodel Justitiële ketens (PMJ). De huidige verwachting is dat in de uitvoering afwijkingen zullen ontstaan als gevolg van de coronacrisis.

Ten opzichte van de begroting 2020 stijgen de kosten met name als gevolg van loonindexatie en fluctuaties in de capaciteit.

Bij de jeugd capaciteit is er over de jaren heen over het algemeen sprake van een prijsstijging voor de producten operationele jeugdcapaciteit en reservecapaciteit. Deze stijging hangt grotendeels samen met het programma vrijheidsbeneming op maat (VOM) en benodigde bouwkundige aanpassingen.

Daarnaast is een daling waar te nemen in de prijs van de in stand te houden jeugdplaatsen in 2021. Deze daling houdt met name verband met de veranderde huisvestingssituatie van dit type capaciteit en de daarmee samenhangende kapitaallasten. De in stand te houden jeugdplaatsen zijn tevens gehuisvest in een afzonderlijk gebouw wat er o.a. voor zorgt dat deze prijs hoger ligt dan de reservecapaciteit jeugd.

5.2 Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND)

De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) is de toelatingsorganisatie van Nederland die als uitvoeringsorganisatie het immigratie- en asielbeleid effectief en efficiënt uitvoert in samenwerking met de partners in de keten. Dit houdt in dat de IND de aanvragen beoordeelt van vreemdelingen die in Nederland willen verblijven of Nederlander willen worden.

Tabel 50 Meerjarige begroting van baten en lasten (Bedragen x € 1.000)
 

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Baten

       

Omzet

458.071

565.836

484.863

455.474

419.896

417.189

417.210

waarvan omzet moederdepartement

389.393

505.886

424.913

395.524

359.946

357.239

357.260

waarvan omzet overige departementen

       

waarvan omzet derden

68.678

59.950

59.950

59.950

59.950

59.950

59.950

Rentebaten

       

Vrijval voorzieningen

       

Bijzondere baten

995

      

Totaal baten

459.066

565.836

484.863

455.474

419.896

417.189

417.210

        

Lasten

       

Apparaatskosten

       

- Personele kosten

312.184

390.062

352.000

324.000

289.000

289.000

289.000

waarvan eigen personeel

242.956

325.000

326.000

305.000

270.500

270.500

270.500

waarvan inhuur externen

65.193

58.062

21.000

14.000

14.000

14.000

14.000

waarvan overige personele kosten

4.035

7.000

5.000

5.000

4.500

4.500

4.500

- Materiële kosten

55.203

67.742

56.000

56.000

55.500

53.000

53.000

waarvan apparaat ICT

1.192

4.000

2.000

2.000

2.000

2.000

2.000

waarvan bijdrage aan SSO's

50.162

55.853

50.000

50.000

49.500

47.000

47.000

waarvan overige materiële kosten

3.849

7.889

4.000

4.000

4.000

4.000

4.000

Materiële programmakosten

69.222

90.099

60.000

60.000

60.000

60.000

60.000

Afschrijvingskosten

16.688

17.883

16.813

15.424

15.346

15.139

15.160

- Materieel

2.154

2.500

3.000

2.000

2.000

2.000

2.000

waarvan apparaat ICT

0

1.500

1.500

1.000

1.000

1.000

1.000

waarvan overige materiele kosten

0

1.000

1.500

1.000

1.000

1.000

1.000

- Immaterieel

14.534

15.383

13.813

13.424

13.346

13.139

13.160

Rentelasten

5

50

50

50

50

50

50

Overige lasten

28.246

0

0

0

0

0

0

waarvan dotaties voorzieningen

28.119

0

0

0

0

0

0

waarvan bijzondere lasten

127

0

0

0

0

0

0

Totaal lasten

481.548

565.836

484.863

455.474

419.896

417.189

417.210

        

Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitvoering

‒ 22.482

0

0

0

0

0

0

Agentschapsdeel Vpb-lasten

0

0

0

0

0

0

0

Saldo van baten en lasten

‒ 22.482

0

0

0

0

0

0

Toelichting meerjarige begroting van baten en lasten

De stand 2020 in bovenstaande begroting betreft de stand van de eerste suppletoire begroting 2020. Het actuele budgettaire kader voor de bijdrage aan de IND vanuit artikel 37 bedraagt voor het jaar 2020 € 546,977 miljoen. Het verschil (€ 40 miljoen) bestaat uit de kasschuif voor het wegwerken van de voorraden asielaanvragen door de Taskforce in 2020.

Baten

De totale omzet is gebaseerd op de vastgestelde kostprijzen (P), de verwachte instroom- en productieaantallen (Q), een lumpsumbekostiging voor de materiële kosten (ICT, huisvesting e.d.) en de kosten voor de staf. In de tabel doelmatigheidsindicatoren is de integrale omzet gesplitst naar hoofdproduct. De bekostiging van de IND bestaat uit een bijdrage van het moederdepartement en de opbrengsten derden.

Omzet moederdepartement

Tabel 51 Omzet moederdepartement (Bedragen x € 1.000)
 

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Omzet Asiel (pxq)

198.995

253.986

225.913

214.524

186.337

185.239

185.260

Omzet Regulier (pxq)

225.000

220.000

223.000

205.000

209.609

208.000

208.000

Omzet Naturalisatie (pxq)

23.000

33.000

30.000

30.000

18.000

18.000

18.000

Omzet Specifiek

 

52.900

     

-/- Legesopbrengsten

‒ 57.602

‒ 54.000

‒ 54.000

‒ 54.000

‒ 54.000

‒ 54.000

‒ 54.000

Omzet moederdepartement

389.393

505.886

424.913

395.524

359.946

357.239

357.260

Voor 2021 is de bijdrage vanuit het moederdepartement gebaseerd op een totale instroom op asiel van 32.600 (asielinstroom van 29.600 en overige instroom van 3.000). Dit aantal is opgebouwd vanuit een structurele reeks passend bij een instroom van 22.500 en aangevuld op basis van de Meerjaren Productie Prognose (MPP) naar een totaal van 32.600. Hiermee is de IND in staat om de verwachte aantallen asielverzoeken te kunnen behandelen. Voor 2022 wordt rekening gehouden met een totale instroom asiel van 32.300 per jaar. Vanaf 2023 en verder is de financiering gebaseerd op een asielinstroom van 22.500.

De omzet moederdepartement daalt in 2021 door het vervallen van de specifieke bijdrage voor het uitvoeren van de brexit en het bekostigen van dwangsommen. In 2022 daalt de omzet moederdepartement door een dalende productieverwachting. De dalende omzet moederdepartement van 2023 ontstaat doordat de financiering vanaf 2023 is gebaseerd op de structurele productiereeks passend bij een asielinstroom van 22.500.

Voor de uitvoering van de Taskforce, door middel van een kasschuif, € 40 miljoen overgeheveld van 2021 naar 2020. Hiermee is de Taskforce in staat om de voorraden in de asielprocedure in 2020 weg te werken.

Omzet derden

De opbrengsten derden bestaan voor het belangrijkste deel uit leges die vreemdelingen betalen voor het behandelen van aanvragen voor verblijfsvergunning regulier of verzoeken tot naturalisatie. De verwachte legesopbrengsten bedragen vanaf 2020 € 54 mln. Daarnaast bestaan de opbrengsten uit onderverhuur en bijdragen uit Europese subsidies (€ 5,9 mln.).

Lasten

Personele kosten

De benodigde capaciteit voor het primaire proces is opgebouwd uit ambtelijke medewerkers en externe inhuur. De inzet van uitzendkrachten in het primaire proces is een doelmatig instrument om flexibel te kunnen inspelen op wisselingen in de instroom. Daarnaast zijn in de begroting de ingehuurde ICT-deskundigen opgenomen onder externe inhuur.

Voor 2021 wordt daarbij uitgegaan van een asielinstroom van 29.600. De benodigde capaciteit voor de jaren 2020, 2021 en 2022 is afgestemd op de hogere instroom- en productieaantallen uit de MPP; zowel voor asiel, regulier als naturalisatieverzoeken. Vanaf 2023 is de IND bekostigd op een asielinstroom van structureel 24.500.

Tabel 52 Personele kosten (Bedragen x € 1.000)
 

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Eigen personeel kosten

242.956

325.000

326.000

305.000

270.500

270.500

270.500

Aantal fte

3.258

4.375

4.400

4.100

3.600

3.600

3.600

        

Externe inhuur kosten

65.193

58.062

21.000

14.000

14.000

14.000

14.000

        

Overige personeelskosten

4.035

7.000

5.000

5.000

4.500

4.500

4.500

Totale kosten

312.184

390.062

352.000

324.000

289.000

289.000

289.000

Materiële kosten

De materiële kosten houden verband met de bedrijfsvoering van de IND en betreffen o.a. huisvesting en in- en uitbesteding. De programmakosten hebben een directe relatie met de uitvoering van te leveren prestaties (tolken, proceskosten, verzorging, laboratoriumonderzoek, documenten en dwangsommen). Ook de kosten van automatisering voor het primair proces vallen onder programmakosten. De rentelasten hangen samen met het beroep op de leenfaciliteit. Over de aangegane leningen voor de financiering van de investeringen in de (im)materiële vaste activa wordt rente betaald.

Tabel 53 Kasstroomoverzicht (Bedragen x € 1.000)
  

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

1

Rekening courant RHB 1 januari + depositorekeningen

107.442

101.990

97.673

106.486

114.910

123.256

134.395

2

+/+ totaal ontvangsten operationele kasstroom

510.892

565.836

484.863

455.474

419.896

417.189

417.210

– /– totaal uitgaven operationele kasstroom

‒ 480.115

‒ 547.953

‒ 468.050

‒ 440.050

‒ 404.550

‒ 402.050

‒ 402.050

Totaal operationele kasstroom

30.777

17.883

16.813

15.424

15.346

15.139

15.160

5

Rekening courant RHB 31 december + stand depositorekeningen (=1+2+3+4)

101.990

97.673

106.486

114.910

123.256

134.395

145.555

Toelichting op het kasstroomoverzicht

De investeringen hebben betrekking op inventarissen en installaties (o.a. aanpassingen voor de invoering van het Nieuwe Werken en het nieuwe asielproces), hard- en software (investeringen voor o.a. projecten op het gebied van Data, Kennis en informatiemanagement en de Algemene Verordening Gegevensbescherming) en immateriële vaste activa ( o.a. doorontwikkeling van het informatiesysteem INDIGO).

Doelmatigheid

Tabel 54 Doelmatigheidsindicatoren
 

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Omschrijving generiek deel

       

IND totaal:

       

FTE-totaal (excl. externe inhuur)

3.258

4.375

4.400

4.000

3.600

3.600

3.600

Saldo van baten en lasten (% van de baten)

‒ 4,90%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

        

Asiel

       

Doorlooptijd (wettelijke termijn) in %

81

90

90

90

90

90

90

Standhouden van beslissingen in %

92

85

85

85

85

85

85

Gemiddelde kostprijs (x € 1)

2.410

2.298

2.495

2.973

2.879

2.879

2.879

Omzet (x € 1 mln.)

199

254

226

215

186

185

185

        

Regulier

       

Doorlooptijd (wettelijke termijn) in %

86

95

95

95

95

95

95

Standhouden van beslissingen in %

82

80

80

80

80

80

80

Gemiddelde kostprijs (x € 1)

689

650

608

617

660

660

660

Omzet (x € 1 mln.)

225

220

223

205

210

208

208

        

Naturalisatie

       

Doorlooptijd (wettelijke termijn) in %

54

95

95

95

95

95

95

Gemiddelde kostprijs (x € 1)

638

583

565

565

609

609

609

Omzet (x € 1 mln.)

23

33

30

30

18

18

18

Doorlooptijd

De huidige procedure voor het behandelen van een aanvraag heeft tot doel om zo snel mogelijk duidelijkheid te geven over de uitkomst, waarbij op een zorgvuldige manier wordt getoetst aan de voorwaarden voor het verkrijgen van een asielvergunning, regulier verblijf of naturalisatie.

Het streven is om het grootste deel van de asielaanvragen af te handelen in de eerste 8 dagen (AA procedure). Voor de overige asielaanvragen geldt dat de IND streeft naar een tijdigheid van minimaal 90% ten opzichte van de wettelijke normtijd. Voor regulier verblijf en naturalisatie geldt 95%. De doorlooptijd binnen de asielprocedures is sterk afhankelijk van de daadwerkelijke ontwikkelingen in de instroom en de zwaarte van de af te handelen asielverzoeken.

Standhouden beslissing

Deze indicator geeft aan in hoeveel procent van de gevallen de beslissingen van de IND standhouden voor de rechter. Dit is een (gedeeltelijke) indicatie van de kwaliteit van de beslissingen die de IND neemt in vreemdelingenzaken (asiel en regulier). In de tijd tussen een beslissing en een beroep kunnen zich echter ook nieuwe feiten voordoen die van invloed zijn op de beslissing.

Kostprijs per productgroep

De kostprijzen worden jaarlijks herijkt en vastgesteld door de eigenaar. De stijging van de kostprijzen wordt verklaard door de jaarlijkse loon- en prijsbijstelling.

In de jaren 2020 en 2021 is de gemiddelde kostprijs asiel lager dan in de andere jaren. In 2020 worden 48.000 en in 2021 30.000 verlengingen verwacht. De aanvraag voor deze verlengingen is een relatief eenvoudige handeling, waardoor de gemiddelde kostprijs in 2020 en 2021 lager uitvalt. Vanaf 2022 laat de kostprijs asiel weer een stabiel beeld zien.

In de jaren 2021 en 2022 is de gemiddelde kostprijs regulier lager dan in de andere jaren. In 2021 worden 59.000 en in 2022 43.000 omwisselingen verwacht. Een omwisseling is een relatief eenvoudige handeling, waardoor de gemiddelde kostprijs in 2022 en 2023 lager uitvalt.

Omzet per prijsgroep

De IND wordt bekostigd op basis van output. De omzet per productgroep wordt gebaseerd op de integrale kostprijs en de verwachte aantallen te behandelen aanvragen. Voor 2021 wordt uitgegaan van een asielinstroom van 29.600.

5.3 Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB)

Het CJIB is een uitvoeringsorganisatie van JenV die alleen voor of in opdracht van de overheid werkt, met aangewezen taken binnen de justitieketen voor het ten uitvoerleggen en coördineren van opgelegde financiële straffen, sancties, transacties, strafbeschikkingen, maatregelen en confiscatiebeslissingen.

Tabel 55 Meerjarige begroting van baten en lasten (bedragen x € 1.000)
 

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

        

Baten

       

Omzet

141.883

154.058

151.084

150.841

150.838

151.037

151.191

waarvan omzet moederdepartement

132.403

142.523

141.193

140.921

140.947

141.146

141.300

waarvan omzet overige departementen

1.924

3.227

2.482

2.469

2.482

2.482

2.482

waarvan omzet derden

7.556

8.308

7.410

7.451

7.410

7.410

7.410

Rentebaten

0

0

0

0

0

0

0

Vrijval voorzieningen

0

0

0

0

0

0

0

Bijzondere baten

0

0

0

0

0

0

0

Totaal baten

141.883

154.058

151.084

150.840

150.838

151.037

151.191

        

Lasten

       

Apparaatskosten

130.523

142.155

140.287

140.474

139.951

140.277

140.429

- Personele kosten

104.283

109.027

112.388

112.530

112.060

112.385

112.534

waarvan eigen personeel

64.536

70.610

71.541

71.541

71.541

71.541

71.541

waarvan inhuur externen

35.883

35.569

37.185

37.327

36.857

37.183

37.331

waarvan overige personele kosten

3.864

2.848

3.663

3.663

3.663

3.663

3.663

- Materiële kosten

26.240

33.128

27.899

27.943

27.890

27.892

27.894

waarvan apparaat ICT

7.188

7.080

7.805

7.805

7.805

7.805

7.805

waarvan bijdrage aan SSO's

7.936

8.460

8.579

8.579

8.579

8.579

8.579

waarvan overige materiële kosten

11.116

17.588

11.515

11.559

11.506

11.508

11.510

Gerechtskosten

5.428

7.940

5.793

5.782

5.795

5.798

5.800

Afschrijvingskosten

3.866

3.905

4.947

4.527

5.035

4.905

4.905

- Materieel

3.217

3.314

4.329

3.909

4.417

4.287

4.287

waarvan apparaat ICT

0

2.460

3.597

3.790

4.181

4.065

3.963

waarvan overige materiele kosten

0

854

732

119

236

222

324

- Immaterieel

649

591

618

618

618

618

618

Rentelasten

44

58

57

57

57

57

57

Overige lasten

1.000

0

0

0

0

0

0

waarvan dotaties voorzieningen

1.000

0

0

0

0

0

0

waarvan bijzondere lasten

0

0

0

0

0

0

0

Totaal lasten

140.861

154.058

151.084

150.840

150.838

151.037

151.191

        

Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening

1.022

0

0

0

0

0

0

Agentschapsaandeel VPB-lasten

0

0

0

0

0

0

0

Saldo van baten en lasten

1.022

0

0

0

0

0

0

Baten

Omzet moederdepartement

Voor een aantal producten krijgt het CJIB een bijdrage van JenV. Zie onderstaande tabel voor een nadere uitsplitsing voor 2021:

Tabel 56 Onderbouwing omzet Moederdepartement
 

Prijs

Hoeveelheid

Omzet (* € 1.000)

Transacties

€ 1.570,78

2.335

€ 3.668

Vrijheidsstraffen

€ 193,71

23.077

€ 4.470

Taakstraffen

€ 159,57

35.080

€ 5.598

Schadevergoedingsmaatregelen

€ 698,58

12.738

€ 8.898

Ontnemingsmaatregelen

€ 4.730,21

1.687

€ 7.979

v.i.

€ 3.293,97

1.089

€ 3.588

Toezicht

€ 360,44

12.387

€ 4.465

Jeugdreclassering

€ 656,57

5.000

€ 3.283

Geldboetes

€ 9,00

9.331.058

€ 83.980

Overig

  

€ 15.263

Totaal

  

€ 141.193

Omzet overige departementen

Dit betreft de opbrengsten van andere overheidsorganisaties voor de inning van bestuurlijke boetes.

Tabel 57 Onderbouwing omzet overige departementen

Opdrachtgever

Q

Departement

Bedrag (x€1.000)

Inspectie SZW

1.890

SZW

51

Agentschap Telecom

250

EZK

8

RVO

1.250

EZK

35

Inspectie Leefomgeving en Transport

6.100

I&W

164

NVWA

8.700

LNV

234

DUO

440

OCW

12

IGJ

450

VWS

12

AP

75

J&V

2

Belastingdienst

150

FIN

4

Huurcommissie

3.900

BZK

97

Diplomaten

15.000

BuZa

319

Clustering Rijksincasso

71.400

0

1.542

Totaal

109.605

 

2.482

Omzet derden

In deze post zijn de baten opgenomen voor de taken die het CJIB uitvoert ten behoeve van het Centraal Administratie Kantoor, de Huurcommissie en Clustering Rijksincasso.

Lasten

Personele kosten

Onderstaand een overzicht van het aantal fte's en de loonkosten daarvan. Het CJIB heeft als beleid om een deel van zijn personeel flexibel aan te trekken. Deze kosten zijn onder Externe inhuur opgenomen. Hieronder is ook de inhuur van bijvoorbeeld (automatiserings)deskundigen ten behoeve van projecten opgenomen.

Tabel 58 Personele kosten (bedragen x € 1.000)

Personele kosten

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

        

Formatie

1.177

1.164

1.154

1.154

1.154

1.154

1.154

- Ambtelijk

983

980

1.010

1.010

1.010

1.010

1.010

- Niet-ambtelijk

194

184

144

144

144

144

144

        

-Eigen personeel

      

Kosten

64.536

70.565

71.496

71.496

71.496

71.496

71.496

Aantal fte

983

980

1.010

1.010

1.010

1.010

1.010

        

-Externe inhuur

      

Kosten

35.883

35.569

37.185

37.327

36.857

37.183

37.331

        

-Post-actief personeel

      

Kosten

0

45

45

45

45

45

45

Aantal fte

0

2

2

2

2

2

2

        

-Overige P-kosten

3.864

2.848

3.663

3.663

3.663

3.663

3.663

        

Totale kosten

104.283

109.027

112.388

112.530

112.060

112.385

112.534

Materiële kosten

Onder deze post zijn alle reguliere exploitatiekosten van het CJIB opgenomen.

Gerechtskosten

Dit betreft o.a. de kosten voor de inschakeling van gerechtsdeurwaarders in het incassotraject, zowel met betrekking tot de inning van de OM-producten (€ 3,2 mln.) als de inning voor andere opdrachtgevers buiten het domein van JenV (€ 2,6 mln.).

Rentelasten

Dit betreft de te betalen rente als gevolg van het beroep op de leenfaciliteit ten behoeve van investeringen in (im)materiële vaste activa. De gemiddelde rente voor 2021 over de stand van de leningen bedraagt 0,6%.

Afschrijvingskosten

De afschrijvingsreeks is gebaseerd op de actuele omvang van de vaste activa, rekening houdend met de geplande vervangings- en uitbreidingsinvesteringen.

Dotaties aan voorzieningen

Op de balans van het CJIB staat momenteel een reorganisatievoorziening. In het kader van de organisatieverandering per 1-1-2014 is een mobiliteitsplan opgesteld dat een breed pakket aan voorzieningen biedt om de mobiliteit van medewerkers te bevorderen. Voor de financiering hiervan is in 2013 een reorganisatievoorziening getroffen. De omvang van deze voorziening bedraagt op 1-1-2020 € 1 mln. Naar verwachting vindt de uitputting van de reorganisatievoorziening voor een bedrag van € 0,7 mln. plaats in 2020 en voor € 0,3 mln. in 2021. Dotaties aan de voorziening zijn niet voorzien.

Tabel 59 Kasstroomoverzicht (bedragen x € 1.000)
  

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

1.

Rekening-courant RHB 1 januari + stand depositorekeningen

42.572

35.580

34.823

35.258

36.133

36.559

36.946

2.

Totaal ontvangsten operationele kasstroom

174.547

154.058

151.084

150.840

150.838

151.037

151.191

Totaal uitgaven operationele kasstroom

‒ 168.299

‒ 150.126

‒ 146.137

‒ 146.313

‒ 145.803

‒ 146.132

‒ 146.286

Totaal operationele kasstroom

6.248

3.932

4.947

4.527

5.035

4.906

4.905

5.

Rekening Courant RHB 31 december + stand depositorekeningen (= 1+2+3+4)

35.580

34.823

35.258

36.133

36.559

36.946

37.399

Toelichting op het kasstroomoverzicht

De eenmalige uitkeringen aan het moederdepartement betreffen afroming van het Eigen Vermogen vanwege feit dat per ultimo boekjaar het Eigen Vermogen hoger was dan de toegestane 5% van de gemiddelde omzet over de afgelopen 3 jaren.

Tabel 60 Investeringen

Investeringen

Bedrag

Termijn

- Hardware

1.720.000

3 / 5 jaar

- Software

300.000

3 / 5 jaar

- Meubels + stoffering

125.000

10 jaar

Totaal

2.145.000

 

Doelmatigheid

Tabel 61 Overzicht doelmatigheidsindicatoren
 

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

CJIB-totaal:

       

fte-totaal

1.177

1.164

1.154

1.154

1.154

1.154

1.154

        

Saldo van baten en lasten in %

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

        

Geldboetes

       

Aantal

9.035.990

9.726.910

9.331.058

9.324.166

9.318.980

9.320.225

9.323.361

Kostprijs (x €1)

9,00

9,00

9,00

9,00

9,00

9,00

9,00

Omzet (p * q)

81.323.910

87.542.188

83.979.518

83.917.491

83.870.817

83.882.029

83.910.249

% geïnde zaken binnen 1 jaar

93

91

93

93

93

93

93

        

Transacties

       

Aantal

3.380

3.943

2.335

2.218

2.125

2.037

1.968

Kostprijs (x €1)

1019,10

713,10

1570,78

1657,15

1710,66

1795,76

1863,94

Omzet (p * q)

3.444.562

2.811.674

3.668.491

3.674.863

3.635.587

3.658.646

3.668.033

% geïnde zaken binnen 1 jaar

65

55

55

55

55

55

55

        

Vrijheidsstraffen*1

       

Aantal

23.170

21.149

23.077

22.822

22.735

22.587

22.521

Kostprijs (x €1)

184,45

167,15

193,71

196,21

195,56

197,90

198,97

Omzet (p * q)

4.273.643

3.534.947

4.470.190

4.477.809

4.445.966

4.469.897

4.481.087

        

Taakstraffen*

       

Aantal

36.740

36.691

35.080

34.934

34.959

34.919

35.027

Kostprijs (x €1)

108,08

132,93

159,57

160,22

159,48

160,26

160,13

Omzet (p * q)

3.971.032

4.877.414

5.597.573

5.597.240

5.575.291

5.596.043

5.608.997

        

Schadevergoedingsmaatregelen

       

Aantal

11.824

14.865

12.738

12.995

13.317

13.608

13.942

Kostprijs (x €1)

657,08

560,69

698,58

686,81

675,23

665,65

654,69

Omzet (p * q)

7.769.023

8.334.491

8.898.274

8.925.401

8.992.083

9.058.278

9.127.354

% geïnde zaken binnen 10 jaar

 

80

80

80

80

80

80

        

Ontnemingsmaatregelen

       

Aantal

1.395

1.770

1.687

1.744

1.821

1.884

1.958

Kostprijs (x €1)

6436,35

4821,19

4730,21

4604,81

4455,63

4352,03

4233,70

Omzet (p * q)

8.975.489

8.535.561

7.979.428

8.029.864

8.114.102

8.200.016

8.291.477

% geïnde zaken binnen 10 jaar

 

67

67

67

67

67

67

        

Voorwaardelijke invrijheidstelling

       

Aantal

1.606

1.032

1.089

1.083

1.080

1.075

1.072

Kostprijs (x €1)

224,46

2859,78

3293,97

3321,51

3295,03

3332,00

3350,91

Omzet

360.475

2.951.469

3.588.325

3.595.914

3.558.308

3.582.389

3.592.936

        

Routeren Toezicht

       

Aantal

14.299

12.472

12.387

12.115

11.877

11.677

11.508

Kostprijs (x €1)

50,79

320,35

360,44

368,09

372,41

380,13

386,07

Omzet

726.179

3.995.324

4.464.942

4.459.255

4.423.220

4.438.921

4.443.031

        

Jeugdreclassering

       

Aantal

4.757

5.000

5.000

5.000

5.000

5.000

5.000

Kostprijs (x €1)

62,00

510,15

656,57

658,91

651,83

657,29

659,88

Omzet

294.928

2.550.740

3.282.865

3.294.527

3.259.163

3.286.458

3.299.377

        

Bestuurlijke boetes

       

Aantal

12.996

14.790

19.305

19.305

19.305

19.305

19.305

Tarief (x €1)

35,01

28,58

27,49

27,49

27,49

27,49

27,49

Omzet (p * q)

455.018

422.681

530.730

530.730

530.730

530.730

530.730

        

Overheidsincasso

       

Omzet

10.921.233

11.119.715

9.363.115

9.363.115

9.363.115

9.363.115

9.363.115

        

Omzet-diversen/input

       

Omzet

19.367.510

17.381.795

15.261.000

14.974.000

15.070.000

14.970.000

14.875.000

        

Totaal

141.883.000

154.058.000

151.084.000

150.840.000

150.838.000

151.037.000

151.191.000

X Noot
1

*) Voor vrijheidsstraffen en taakstraffen zijn er geen kwaliteitsindicatoren die direct aan de activiteiten van het CJIB zijn te koppelen. De taak van het CJIB is de administratieve regie (coördinatie) op de betreffende ketenprocessen.

5.4 Nederlands Forensisch Instituut (NFI)

Het NFI draagt bij aan het artikelonderdeel 33.3 «Opsporing en vervolging» door middel van het leveren van kwalitatief hoogstaand forensisch onderzoek aan de partners in de strafrechtketen. De drie kernproducten daarbij zijn het uitvoeren van onderzoek op overwegend technisch, medisch-biologisch en natuurwetenschappelijk terrein, het doen van onderzoek naar nieuwe methoden en technieken en het overdragen van kennis op het gebied van forensisch en wetenschappelijk onderzoek.

Tabel 62 Meerjarige begroting van baten en lasten (Bedragen x € 1.000)
 

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Baten

       

Omzet

83.233

82.637

83.398

83.413

83.419

83.447

83.447

waarvan omzet moederdepartement

76.578

76.137

75.713

75.728

75.734

75.762

75.762

waarvan omzet overige departementen

1.203

1.200

1.350

1.350

1.350

1.350

1.350

waarvan omzet derden

5.452

5.300

6.335

6.335

6.335

6.335

6.335

Rentebaten

0

0

0

0

0

0

0

Vrijval voorzieningen

917

0

0

0

0

0

0

Bijzondere baten

218

0

0

0

0

0

0

Totaal baten

84.368

82.637

83.398

83.413

83.419

83.447

83.447

        

Lasten

       

Apparaatskosten

57.318

58.711

60.004

60.019

60.025

60.053

60.053

- Personele kosten

52.477

53.530

54.712

54.727

54.733

54.761

54.761

waarvan eigen personeel

46.950

48.730

49.912

49.927

49.933

49.961

49.961

waarvan inhuur externen

4.962

4.800

4.800

4.800

4.800

4.800

4.800

waarvan overige personele kosten

565

0

0

0

0

0

0

- Materiële kosten

4.841

5.181

5.292

5.292

5.292

5.292

5.292

waarvan apparaat ICT

1.628

0

0

0

0

0

0

waarvan bijdrage aan SSO's

408

1.587

1.587

1.587

1.587

1.587

1.587

waarvan overige materiële kosten

2.805

3.594

3.705

3.705

3.705

3.705

3.705

Materiële programmakosten

21.029

20.279

19.747

19.747

19.747

19.747

19.747

Afschrijvingskosten

2.926

3.620

3.620

3.620

3.620

3.620

3.620

- Materieel

2.926

3.620

3.620

3.620

3.620

3.620

3.620

waarvan apparaat ICT

2.926

445

445

445

445

445

445

waarvan overige materiele kosten

0

3.175

3.175

3.175

3.175

3.175

3.175

- Immaterieel

0

0

0

0

0

0

0

Rentelasten

29

27

27

27

27

27

27

Overige lasten

1.129

0

0

0

0

0

0

waarvan dotaties voorzieningen

794

0

0

0

0

0

0

waarvan bijzondere lasten

335

0

0

0

0

0

0

Totaal lasten

82.431

82.637

83.398

83.413

83.419

83.447

83.447

        

Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening

1.937

0

0

0

0

0

0

Agentschapsaandeel VPB-lasten

0

0

0

0

0

0

0

Saldo van baten en lasten

1.937

0

0

0

0

0

0

Baten

Omzet moederdepartement

Naast de bijdrage van het moederdepartement JenV zijn hier ook de andere betaalde opdrachten van verschillende partijen binnen de justitiële keten opgenomen. In onderstaande tabel is een specificatie opgenomen van de omzet moederdepartement.

Tabel 63 Omzet moederdepartement (Bedragen x € 1.000)
 

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

        

Bijdrage moederdepartement NFI

68.005

67.937

68.483

68.498

68.504

68.532

68.532

Bijdrage moederdepart. OSS / WVW / WMG

6.361

6.200

5.200

5.200

5.200

5.200

5.200

Betaalde opdrachten moederdepartement

2.212

2.000

2.030

2.030

2.030

2.030

2.030

        

Totale omzet (x € 1.000)

76.578

76.137

75.713

75.728

75.734

75.762

75.762

De bijdrage van het moederdepartement voor de OSS (One Stop Shop), de WVW (Wegenverkeerswet) en de WMG (Wet Middelenonderzoek Geweldsplegers) betreft onderzoek dat wordt uitbesteed aan particuliere laboratoria.

Omzet overige departementen

Onder deze post zijn vergoedingen opgenomen voor opdrachten van andere departementen. Het grootste deel betreft werkzaamheden die het NFI doet voor BZK.

Omzet derden

Omzet derden is opgebouwd uit diverse inkomsten. Een deel daarvan heeft betrekking op (met name ad hoc) onderzoeken die tegen betaling worden verricht voor verschillende overheden buiten de justitiële keten.

Vrijval voorzieningen

Onder deze post is onder andere een vrijval van de voorziening dubieuze debiteuren en de voorziening voor vaststellingsovereenkomsten opgenomen.

Bijzondere baten

Hieronder zijn bijvoorbeeld het boekresultaat van desinvesteringen en de afhandeling van een schadezaak opgenomen.

Lasten

Personele kosten

Onderstaand is een overzicht opgenomen van het aantal fte’s en de loonkosten daarvan. Omdat in eerdere jaren een voorziening voor wachtgeld en een voorziening voor personele verplichtingen reorganisatie is gevormd, zijn er geen kosten opgenomen voor postactief personeel.

Tabel 64 Personele kosten (Bedragen x € 1.000)
 

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Eigen personeel

       

Kosten

46.950

48.730

49.912

49.927

49.933

49.961

49.961

Aantal fte's

552

557

570

570

570

570

570

        

Externe inhuur

       

Kosten

4.962

4.800

4.800

4.800

4.800

4.800

4.800

Aantal fte's

27

27

27

27

27

27

27

        

Postactief personeel

       

Dotatie voorziening post actief personeel

596

0

0

0

0

0

0

Aantal fte's

0

0

0

0

0

0

0

        

Overige personele kosten

565

0

0

0

0

0

0

        

Totale kosten (x € 1.000)

53.073

53.530

54.712

54.727

54.733

54.761

54.761

Materiële kosten

Het totaal aan materiële kosten betreft een samenstel van diverse kostenposten zoals reis- en verblijfkosten, bureaukosten, documentatiekosten etc. De ICT-apparaatskosten worden in verband met een herschikking met ingang van 2020 verantwoord onder de programmakosten. De stijging in de post Bijdrage aan SSO's in 2020 en volgende jaren is eveneens het gevolg van deze herschikking.

Materiële programmakosten

In de begroting 2020 heeft een herschikking plaatsgevonden van de materiële kosten en de materiële programmakosten. Onder de materiële programmakosten vallen de kosten van het laboratorium (onderhoudskosten laboratoriumapparatuur en aanschaf van zaken die op het laboratorium worden gebruikt zoals chemicaliën en gassen), de huisvesting en de ICT.

Afschrijvingskosten

De afschrijvingskosten zijn gebaseerd op de actuele omvang van de vaste activa, rekening houdend met de geplande vervangings- en uitbreidingsinvesteringen.

Rentelasten

De rentelasten vloeien voort uit de leningen die nodig zijn voor de aanschaf van de materiële vaste activa.

Overige lasten

Onder overige lasten worden, naast de dotaties aan voorzieningen, schadekosten en mobiliteitsbijdragen verantwoord.

Tabel 65 Kasstroomoverzicht (Bedragen x € 1.000)
  

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

1

Rekening courant RHB 1 januari + depositorekeningen

5.466

13.082

13.839

13.923

13.771

13.490

12.547

2

+/+ totaal ontvangsten operationele kasstroom

83.939

82.637

83.398

83.413

83.419

83.447

83.447

-/- totaal uitgaven operationele kasstroom

‒ 76.759

‒ 79.017

‒ 79.778

‒ 79.793

‒ 79.799

‒ 79.827

‒ 79.827

Totaal operationele kasstroom

7.180

3.620

3.620

3.620

3.620

3.620

3.620

5

Rekening courant RHB 31 december + stand depositorekeningen (=1+2+3+4)

13.082

13.839

13.923

13.771

13.490

12.547

11.248

Operationele kasstroom

De operationele kasstroom bestaat uit het geraamde saldo van baten en lasten, gecorrigeerd voor afschrijvingen en mutaties in de voorzieningen en het werkkapitaal.

Investeringskasstroom

De eenmalige storting door het moederdepartement in 2019 betreft een aanzuivering van het ontstane negatieve Eigen Vermogen eind 2018. De investeringsstroom bestaat grotendeels uit vervangingsinvesteringen als gevolg van volledig afgeschreven activa (met name laboratoriumapparatuur).

Tabel 66 Doelmatigheidsindicatoren
 

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Kerntaak 1 zaaksonderzoek – per productgroep

       

Medisch onderzoek - productie (st.)

1.555

1.430

1.430

1.430

1.430

1.430

1.430

- productie (uur)

773

1.300

1.300

1.300

1.300

1.300

1.300

- productieve uren

26.278

29.700

29.700

29.700

29.700

29.700

29.700

        

Toxicologie - productie (st.)

1.719

1.470

1.470

1.470

1.470

1.470

1.470

- productieve uren

17.678

19.700

19.700

19.700

19.700

19.700

19.700

        

Verdovende middelen - productie (st.)

13.707

16.470

16.470

16.470

16.470

16.470

16.470

- productie (uur)

646

3.300

3.300

3.300

3.300

3.300

3.300

- productieve uren

18.809

17.200

17.200

17.200

17.200

17.200

17.200

        

DNA-typering - productie (st.)

53.783

57.420

57.420

57.420

57.420

57.420

57.420

- productie (uur)

1.328

4.000

4.000

4.000

4.000

4.000

4.000

- productieve uren

88.283

92.800

92.800

92.800

92.800

92.800

92.800

        

Explosieven - productie (st.)

52

50

50

50

50

50

50

- productie (uur)

4.264

4.400

4.400

4.400

4.400

4.400

4.400

- productieve uren

5.824

6.900

6.900

6.900

6.900

6.900

6.900

        

Schotrestenonderzoek - productie (st.)

167

230

230

230

230

230

230

- productieve uren

10.692

10.000

10.000

10.000

10.000

10.000

10.000

        

Wapens en werktuigen - productie (st.)

674

720

720

720

720

720

720

- productieve uren

13.587

14.900

14.900

14.900

14.900

14.900

14.900

        

Digitale technologie - declarabele uren

23.620

22.500

22.500

22.500

22.500

22.500

22.500

        

Big Data Analyse - declarabele uren

7.213

10.300

10.300

10.300

10.300

10.300

10.300

        

Biometrie - productie (st.)

703

750

750

750

750

750

750

- productie (uur)

3.726

4.200

4.200

4.200

4.200

4.200

4.200

- productieve uren

17.754

20.300

20.300

20.300

20.300

20.300

20.300

        

Hansken - productieve uren

34.899

44.200

44.200

44.200

44.200

44.200

44.200

        

DNA Databank - productieve uren

7.515

7.300

7.300

7.300

7.300

7.300

7.300

        

Overige producten - productie (st.)

1.037

1.030

1.030

1.030

1.030

1.030

1.030

- productie (uur)

3.024

5.400

5.400

5.400

5.400

5.400

5.400

- productieve uren

89.940

79.200

79.200

79.200

79.200

79.200

79.200

       

Totaal aantal productieve uren K1

362.092

374.900

374.900

374.900

374.900

374.900

374.900

Tabel 67 Doelmatigheidsindicatoren
 

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Aantal productieve uren NFI

      

Kerntaak 1 zaaksonderzoek

362.092

374.900

374.900

374.900

374.900

374.900

374.900

Kerntaak 2 research

115.618

134.200

134.200

134.200

134.200

134.200

134.200

Kerntaak 3 onderwijs en kennis

32.952

32.000

32.000

32.000

32.000

32.000

32.000

        

Uren, omzet en uurtarief NFI

       

Productieve uren

510.662

541.100

541.100

541.100

541.100

541.100

541.100

Totale omzet (x € 1.000) *

84.368

82.637

83.398

83.413

83.419

83.447

83.447

Indicatief uurtarief (€)

161

166

168

168

168

168

168

        

Generieke indicatoren

       

Saldo van baten en lasten (% van baten)

2,30%

0,00%

0,00%

0,00%

0,00%

0,00%

0,00%

Aantal fte (inclulsief extern personeel)

579

584

597

597

597

597

597

% op tijd

93%

95%

95%

95%

95%

95%

95%

Toelichting

De meerjarige aantallen zijn mede gebaseerd op de Service Level Agreement 2020 (SLA). De afspraken voor de SLA 2021 met de ketenpartners worden eind 2020 vastgelegd en worden bepaald op basis van beleidsmatige ontwikkelingen en wensen van de ketenpartners.

In de eerste tabel met doelmatigheidsindicatoren wordt bij de productie van zaaksonderzoek (K1) onderscheid gemaakt tussen stuksproducten en urenproducten. Het totaal van de stuksproducten en urenproducten worden vertaald naar het aantal productieve uren (de stuksproducten kennen een bepaalde normtijd). In de tweede tabel zijn ook indicatoren opgenomen voor zaaksonderzoek (K1), research (K2) en onderwijs en kennis (K3).

In de geraamde urenproductie vanaf 2020 is ook de (niet gespecificeerde) ureninzet voor opdrachten voor derden opgenomen. Deze inzet wordt vooraf geraamd in uren maar zal ook deels worden gerealiseerd als stuksproducten. Dit veroorzaakt bij een aantal productgroepen een verschil tussen de realisatie 2019 en de raming in volgende jaren.

In de tabellen is steeds het aantal productieve uren opgenomen. Daarnaast hanteert het NFI declarabele uren, waarin alleen rechtstreeks aan een product gereleteerde uren zijn begrepen. De totale omzet wordt, zoals is opgenomen in de laatste tabel (gemarkeerd met een *), berekend door het totaal aantal declarabele uren te vermenigvuldigen met het uurtarief. Vervolgens wordt hierbij de aparte vergoeding die het NFI ontvangt voor uitbesteding van werk aan particuliere laboratoria (OSS, WVW en WMG) opgeteld.

5.5 Justitiële Uitvoeringsdienst Toetsing, Integriteit, Screening (Dienst Justis)

Screeningsautoriteit Justis screent om inzicht te krijgen in de betrouwbaarheid van personen en organisaties. Justis doet dit in het belang van het functioneren van de rechtsstaat en de veiligheid in en van de samenleving.

Justis screent op terreinen waarvan politiek en samenleving vinden dat betrouwbaarheid belangrijk is. Justis maakt hierbij gebruik van unieke informatie die alleen voor de overheid beschikbaar is. Daar waar het bedrijfsleven screent, wil Justis dat dit betrouwbaar gebeurt en daarom screent ze deze organisaties ook. Justis draagt bij aan de veiligheid in en van de samenleving en doet recht aan de beginselen van de rechtsstaat, aangezien de rechtsstaat alleen goed kan functioneren als de betrouwbaarheid en veiligheid zijn gewaarborgd.

Bij het screenen van personen en organisaties stelt Justis de principes van de rechtsstaat centraal. Onafhankelijk en met oog voor privacy weegt Justis, vanuit een wettelijke basis, individuele belangen van personen en organisaties af tegen het collectieve belang, met als doel kwetsbare belangen te beschermen en risico’s te verminderen.

Samen met opdrachtgevers en partners bekijkt Justis of en op welke manier screening kan bijdragen aan de maatschappelijke veiligheid en vermindering van risico’s in het maatschappelijk verkeer.

Toelichting op de meerjarige begroting van baten en lasten

Tabel 68 Meerjarige begroting van baten en lasten (Bedragen x € 1.000)
 

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Baten

       

Omzet

43.274

50.680

47.912

47.173

47.173

47.201

47.201

waarvan omzet moederdepartement

‒ 1.872

3.544

4.094

3.355

3.355

3.383

3.383

waarvan omzet overige departementen

3.704

4.433

4.662

4.662

4.662

4.662

4.662

waarvan omzet derden

41.442

42.703

39.156

39.156

39.156

39.156

39.156

Rentebaten

0

0

0

0

0

0

0

Vrijval voorzieningen

 

0

0

0

0

0

0

Bijzondere baten

275

0

0

0

0

0

0

Totaal baten

43.549

50.680

47.912

47.173

47.173

47.201

47.201

        

Lasten

       

Apparaatskosten

       

- Personele kosten

24.339

26.099

27.567

27.567

27.567

27.567

27.567

waarvan eigen personeel

19.217

22.223

23.723

23.723

23.723

23.723

23.723

waarvan inhuur externen

5.122

3.552

3.844

3.844

3.844

3.844

3.844

waarvan overige personele kosten

0

324

0

    

- Materiële kosten

16.963

17.326

19.519

19.519

19.519

19.519

19.519

waarvan apparaat ICT

1.274

7.857

8.266

8.266

8.266

8.266

8.266

waarvan bijdrage aan SSO's

8.018

8.330

10.106

10.106

10.106

10.106

10.106

waarvan overige materiële kosten

7.671

1.139

1.147

1.147

1.147

1.147

1.147

Materiële programmakosten

‒ 40

0

0

0

0

0

0

Afschrijvingskosten

0

0

0

0

0

0

0

- Materieel

0

0

0

0

0

0

0

waarvan apparaat ICT

0

0

0

0

0

0

0

waarvan overige materiele kosten

0

0

0

0

0

0

0

- Immaterieel

0

0

0

0

0

0

0

Rentelasten

0

0

0

0

0

0

0

Overige lasten

89

0

0

0

0

0

0

waarvan dotaties voorzieningen

0

0

0

0

0

0

0

waarvan bijzondere lasten

89

0

0

0

0

0

0

Totaal lasten

41.351

43.425

47.086

47.086

47.086

47.086

47.086

        

Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening

2.198

7.254

826

87

87

115

115

Agentschapsdeel Vpb-lasten

0

0

0

0

0

0

0

Saldo van baten en lasten

2.198

7.254

826

87

87

115

115

Baten

Omzet Moederdepartement

In deze post is de bijdrage van JenV opgenomen voor producten waarvoor geen, of geen kostendekkende, tarieven (kunnen) worden geheven aan de eindgebruiker.

In onderstaande tabel wordt een nadere uitsplitsing van de omzet moederdepartement voor 2020 en 2021 weergegeven.

Tabel 69 Overzicht omzet moederdepartement (Bedragen x € 1.000)

Product

2020

2021

Waarvan direct gerelateerd aan geleverde producten/diensten

  

Omzet: Risicomeldingen, TIV, BIBOB,VOG

0

0

Omzet: Gratie, Naamswijzinging

453

900

Omzet: GSR

728

837

Omzet: WPBR, WWM, BOA

2.363

2.357

Waarvan overige ontvangsten/bijdragen van het moederdepartement

0

0

Totaal

3.544

4.094

Omzet overige departementen

In de omzet overige departementen is de bijdrage opgenomen van overige departementen voor producten waarvoor geen tarieven aan de eindgebruiker worden geheven. Het betreft bijdragen vanuit SZW en IenW voor de continue screening kinderopvang en taxibranche. Daarnaast is de bijdrage vanuit VWS voor de VOG voor vrijwilligers (200.000) van € 4,6 mln. opgenomen.

Omzet derden

Deze geraamde omzet betreft de bij derden (particulieren en bedrijven) in rekening te brengen tarieven voor producten. Het aantal aanvragen BIBOB, Naamswijziging, Gedragsveklaringaanbesteding en WPBR vergunningen stijgt in 2021. Het aantal verklaringen omtrent gedrag voor natuurlijke personen (VOG NP) is gedaald ten opzichte van het jaar 2020.

In onderstaande tabel wordt een nadere uitsplitsing voor 2021 weergegeven.

Tabel 70 Overzicht omzet derden

Product

Betaalde Aantallen

Tarief

PxQ (x € 1.000)

Bureau Bevordering Integriteitsbeoordelingen door het Openbaar Bestuur (BIBOB)

310

700

217

Verklaring omtrent gedrag (VOG NP)1

1.035.000

33,85

35.035

Verklaring omtrent gedrag (VOG-RP)

5.100

207

1.056

Naamswijziging

1.890

835

1.578

Gedragsverklaring Aanbesteding2

9.000

75

715

Wet wapens en munitie (WWM)

310

80

25

Particuliere Beveiligingsorganisaties en Recherche bureaus ( WPBR vergunningen)3

700

600

450

Particuliere Beveiligingsorganisaties en Recherche bureaus (WPBR leidinggevenden)

880

92

81

Totaal

  

39.156

X Noot
1

Het tarief voor de VOG bij aanvraag bij een gemeente bedraagt €41,35

X Noot
2

Opbrengst derden GVA is inclusief 40.000 extra exemplaren ad. € 1,-

X Noot
3

Opbrengst derden WPBR vergunningen is inclusief 30.000 inkomsten uit de bestuurlijke boete

Lasten

Personele kosten

De personele kosten in 2021 en verder stijgen ten opzichte van 2020. Dit heeft te maken met de formatieherziening in verband met nieuwe organisatie-inrichting.

Tabel 71 Personele kosten
 

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Eigen personeel

       

Kosten (x € 1.000)

19.217

22.223

23.723

23.723

23.723

23.723

23.723

Aantal Fte's

284

309

323

323

323

323

323

        

Extern personeel

       

Kosten (x € 1.000)

5.122

3.552

3.844

3.844

3.844

3.844

3.844

        

Overige P-kosten

       

Kosten (x € 1.000)

0

324

0

0

0

0

0

        

Totale kosten (x € 1.000)

24.339

26.099

27.567

27.567

27.567

27.567

27.567

Materiële kosten

De materiële kosten in 2021 en verder stijgen ten opzichte van het jaar 2020. Dit heeft te maken met hogere huisvestingskosten en ICT-beheer.

Tabel 72 Kasstroomoverzicht (Bedragen x €1.000)
  

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

1

Rekening courant RHB 1 januari + depositorekeningen

10.279

17.003

22.200

22.200

22.200

22.200

22.200

2

+/+ totaal ontvangsten operationele kasstroom

54.146

50.680

47.912

47.173

47.173

47.201

47.201

– /– totaal uitgaven operationele kasstroom

‒ 45.415

‒ 43.425

‒ 47.086

‒ 47.086

‒ 47.086

‒ 47.086

‒ 47.086

Totaal operationele kasstroom

8.731

7.255

826

87

87

115

115

5

Rekening courant RHB 31 december + stand depositorekeningen (=1+2+3+4)

17.003

22.200

22.200

22.200

22.200

22.200

22.200

Toelichting op het kasstroomoverzicht

De gepresenteerde eenmalige uitkering in 2020 (4) heeft te maken met het terugstorten van het deel van het exploitatieresultaat 2019 dat boven de maximumomvang van het eigen vermogen uitkwam.

Doelmatigheid

Tabel 73 Doelmatigheidsindicatoren

Omschrijving

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

        

Risicomeldingen

       

Tarief

n.v.t

n.v.t

n.v.t

n.v.t

n.v.t

n.v.t

n.v.t

Volume

1.100

1.100

1.100

1.100

1.100

1.100

1.100

Omzet (x €1.000)1

Doorlooptijd

n.t.b.

n.t.b.

n.t.b.

n.t.b.

n.t.b.

n.t.b.

n.t.b.

        

TIV

       

Tarief

n.v.t.

n.v.t

n.v.t

n.v.t

n.v.t.

n.v.t

n.v.t

Volume

939

800

800

800

800

800

800

Omzet* (x €1.000)

Doorlooptijd: % verstrekking A binnen 3 dagen

86%

75%

75%

75%

75%

75%

75%

Doorlooptijd: % verstrekking B binnen 4 weken

97%

75%

75%

75%

75%

75%

75%

Doorlooptijd: % verstrekking C binnen 6 weken en 4 maanden

100%

95%

95%

95%

95%

95%

95%

        

GSR

       

Tarief

n.v.t.

n.v.t

n.v.t

n.v.t

n.v.t.

n.v.t

n.v.t

Volume

654

700

700

700

700

700

700

Omzet* (x €1.000)

Doorlooptijd: % positieve beslissing binnen 8 w.

89%

95%

95%

95%

95%

95%

95%

Doorlooptijd: % negatieve beslissing binnen 8 w.

100%

95%

95%

95%

95%

95%

95%

        

BIBOB

       

Tarief

€ 700,00

€ 700,00

€ 700,00

€ 700,00

€ 700,00

€ 700,00

€ 700,00

Volume

343

305

340

340

340

340

340

Omzet* (x €1.000)

€ 188

€ 193

€ 217

€ 217

€ 217

€ 217

€ 217

Doorlooptijd: % binnen 8 weken

55%

60%

60%

60%

60%

60%

60%

Doorlooptijd: % binnen 12 weken

85%

95%

95%

95%

95%

95%

95%

        

Gratie

       

Tarief

n.v.t.

n.v.t

n.v.t

n.v.t

n.v.t.

n.v.t

n.v.t

Volume

1.154

1.200

1.150

1.150

1.150

1.150

1.150

Omzet* (x €1.000)

Doorlooptijd: % binnen 6 maanden

85%

90%

90%

90%

90%

90%

90%

        

Verklaring omtrent het Gedrag (VOG NP)

       

Tarief (via gemeenten)

€ 41,35

€ 41,35

€ 41,35

€ 41,35

€ 41,35

€ 41,35

€ 41,35

Tarief (elektronisch)

€ 33,85

€ 33,85

€ 33,85

€ 33,85

€ 33,85

€ 33,85

€ 33,85

Volume

1.100.0342

1.150.000

1.035.000

1.035.000

1.035.000

1.035.000

1.035.000

Omzet* (x €1.000)

€ 37.236

€ 38.928

€ 35.035

€ 35.035

€ 35.035

€ 35.035

€ 35.035

Doorlooptijd: % binnen 4 weken

99%

90%

98%

98%

98%

98%

98%

Doorlooptijd: % binnen 8 weken na VTW

35%

90%

90%

90%

90%

90%

90%

        

Verklaring omtrent het Gedrag (VOG RP)

       

Tarief

€ 207,00

€ 207,00

€ 207,00

€ 207,00

€ 207,00

€ 207,00

€ 207,00

Volume

5.536

5.100

5.100

5.100

5.100

5.100

5.100

Omzet* (x €1.000)

€ 1.146

€ 1.056

€ 1.056

€ 1.056

€ 1.056

€ 1.056

€ 1.056

Doorlooptijd: % binnen 8 weken

99%

98%

98%

98%

98%

98%

98%

Doorlooptijd: % binnen 12 weken na VTW

n.v.t.

n.v.t

95%

95%

95%

95%

95%

        

VOG-vrijwilligers

       

Volume

143.189

300.000

200.000

200.000

200.000

200.000

200.000

Omzet overige departementen (x €1.000)

€ 3.557

€ 4.240

€ 4.208

€ 4.208

€ 4.208

€ 4.208

€ 4.208

        

GVA

       

Tarief

€ 75,00

€ 75,00

€ 75,00

€ 75,00

€ 75,00

€ 75,00

€ 75,00

Volume

10.028

8.000

9.000

9.000

9.000

9.000

9.000

Omzet* (x €1.000)

€ 494

€ 640

€ 715

€ 715

€ 715

€ 715

€ 715

Doorlooptijd: % binnen 8 weken

100%

95%

95%

95%

95%

95%

95%

Doorlooptijd: % binnen 16 weken na VTW

n.v.t.

n.v.t

95%

95%

95%

95%

95%

        

Naamswijziging

       

Tarief

€ 835,00

€ 835,00

€ 835,00

€ 835,00

€ 835,00

€ 835,00

€ 835,00

Volume

2.635

2.400

2.700

2.700

2.700

2.700

2.700

Omzet* (x €1.000)

€ 1.552

€ 1.403

€ 1.578

€ 1.578

€ 1.578

€ 1.578

€ 1.578

Doorlooptijd: % binnen 20 weken

99%

98%

98%

98%

98%

98%

98%

        

WWM beroepen

       

Tarief

n.v.t

n.v.t

n.v.t

n.v.t

n.v.t

n.v.t

n.v.t

Volume

158

120

150

150

150

150

150

Omzet* (x €1.000)

Doorlooptijd: % binnen 26 weken

86%

95%

95%

95%

95%

95%

95%

        

WWM ontheffingen

       

Tarief

€ 80,00

€ 80,00

€ 80,00

€ 80,00

€ 80,00

€ 80,00

€ 80,00

Volume

289

360

360

360

360

360

360

Omzet* (x €1.000)

€ 21

€ 25

€ 25

€ 25

€ 25

€ 25

€ 25

Doorlooptijd: % binnen 13 weken

97%

95%

95%

95%

95%

95%

95%

        

BOA (Buitengewone opsporingsambtenaren)

       

Tarief

n.v.t

n.v.t

n.v.t

n.v.t

n.v.t

n.v.t

n.v.t

Volume

9.110

8.070

9.300

9.300

9.300

9.300

9.300

Omzet* (x €1.000)

Doorlooptijd: % verzoek art. 142 binnen 16 w.

99%

95%

95%

95%

95%

95%

95%

        

BOD (Bijzondere opsporingsdienst)

       

Tarief

n.v.t

n.v.t

n.v.t

n.v.t

n.v.t

n.v.t

n.v.t

Volume

422

350

450

450

450

450

450

Omzet* (x €1.000)

Doorlooptijd: % BOD binnen 8 weken

99%

95%

95%

95%

95%

95%

95%

        

WPBR ondernemingen

       

Tarief

€ 600,00

€ 600,00

€ 600,00

€ 600,00

€ 600,00

€ 600,00

€ 600,00

Volume

1.027

850

1.000

1.000

1.000

1.000

1.000

Omzet* (x €1.000)

€ 389

€ 354

€ 420

€ 420

€ 420

€ 420

€ 420

Doorlooptijd: % binnen 13 weken

86%

95%

95%

95%

95%

95%

95%

        

WPBR leidinggevenden

       

Tarief

€ 92,00

€ 92,00

€ 92,00

€ 92,00

€ 92,00

€ 92,00

€ 92,00

Volume

1.180

1.025

1.100

1.100

1.100

1.100

1.100

Omzet* (x €1.000)

€ 95

€ 75

€ 81

€ 81

€ 81

€ 81

€ 81

Doorlooptijd: % binnen 8 weken

78%

95%

95%

95%

95%

95%

95%

        

Continue screening

       

Volume3

256.816

235.000

270.000

270.000

270.000

270.000

270.000

Omzet (x €1.000)

€ 445

€ 328

€ 343

€ 343

€ 343

€ 343

€ 343

        

Dienst Justis - totaal

       

Fte- totaal (intern personeel)

284

309

323

323

323

323

323

Saldo baten en lasten in % van totale baten

5%

0%

2%

0%

0%

0%

0%

X Noot
1

omzet is tariefinkomsten van het aantaal betaalde producten

X Noot
2

aantal betaalde aanvragen

X Noot
3

betreft het aantal deelnemers gemeenten

6. Raad voor de rechtspraak

In de meerjarenbegroting geeft de Rechtspraak aan welke activiteiten zij in de jaren 2020-2024 wil verrichten en welke middelen daarvoor nodig zijn. Sinds 2020 wordt de bekostiging van de Rechtspraak gebaseerd op een lumpsum bijdrage voor de vaste kosten, naast een productiegerelateerde bijdrage.

Beleidsmatige ontwikkelingen 

Op het hoogtepunt van de coronacrisis gingen de meest urgente zaken door. Zij konden weliswaar vaak fysiek niet doorgaan, maar er zijn andere mogelijkheden gevonden om deze meest urgente zaken toch te behandelen.

Ook tijdens de coronacrisis heeft altijd centraal gestaan dat de samenleving zo goed mogelijk bediend moest worden. Een goed voorbeeld hiervan zijn de afspraken die zijn gemaakt om de opgelopen achterstanden binnen het strafrecht weg te werken. Rechtbanken en gerechtshoven gaan tijdelijk meer strafzaken enkelvoudig afdoen, rechters en raadsheren boven de leeftijdsgrens van 70 gaan ook weer zaken behandelen en de openingstijden van gerechtsgebouwen worden waar nodig verruimd.

Met de Raad voor de rechtspraak is afgesproken dat voor 2020 als gevolg van COVID-19 de zogenoemde hardheidsclausule van toepassing wordt verklaard. Dit houdt in dat hoewel er minder zaken worden afgehandeld dan afgesproken, de Raad geen storting in de egalisatierekening hoeft te doen en het budget van de Rechtspraak ongewijzigd blijft. Ook in 2021 is het denkbaar dat sprake zal zijn van directe gevolgen van COVID-19 voor de productie van de Rechtspraak.

De Rechtspraak brengt zo goed mogelijk in kaart wat extra nodig is om de opgelopen achterstanden als gevolg van de coronacrisis in de andere rechtsgebieden dan straf zo snel mogelijk af te handelen. Waar mogelijk zal hierbij gebruik worden gemaakt van de inzichten uit het programma Tijdige rechtspraak. Aangezien de PMJ-raming nog van voor de coronacrisis dateert, zullen in het najaar van 2020 de huidige prognoses voor 2021 en latere jaren worden aangepast, inclusief de gestegen werkvoorraden door de coronacrisis. Het ministerie en de Raad zijn hierover in overleg.

De Rechtspraak staat ten dienste van de samenleving en legt zich in deze rol ook in 2021 toe op onafhankelijke, onpartijdige, integere en professionele rechtspraak. Daarbij sluit zij nauw aan bij behoeften van rechtzoekenden en de samenleving.

In 2021 legt de Rechtspraak extra nadruk op een aantal thema’s om haar rol in de samenleving te kunnen blijven vervullen. Zo pakt de Rechtspraak te lange doorlooptijden aan en biedt zij rechtzoekenden daarover sneller duidelijkheid. De digitale toegang tot de rechter wordt verbeterd. Ook wordt de rechtspraak effectiever ingezet: dicht bij de mensen die om een oordeel van de rechter vragen. Om de kwaliteit van het rechtspreken hoog te houden, wordt ook ingezet op organisatorische verbeteringen, zoals de versterking van het personeelsbeleid en verbetering van de besturing. Innovatie krijgt speciale aandacht en digitale toepassingen moeten onderlinge samenwerking verbeteren.

Dit begrotingsvoorstel beschrijft de beleidsdoelen die de Rechtspraak heeft geformuleerd op basis van bestuurlijke afspraken. Deze betreffen de afspraken uit het prijsakkoord die met de Minister voor Rechtsbescherming zijn gemaakt voor de periode 2020-2022. Daarnaast is het beleid van de Rechtspraak gebaseerd op de Agenda van de Rechtspraak en mede tot stand gekomen op basis van de visitatie door een onafhankelijke commissie van de gerechten in 2018.

6.1 Beleidsdoelen van de Rechtspraak

De Raad voor de rechtspraak en de presidenten van de gerechten werken in 2021 gezamenlijk aan het behalen van doelen op de volgende beleidsthema’s zoals die zijn vastgelegd in de Uitvoeringsagenda 2020-2022:

  • 1. Verbetering van doorlooptijden en het wegwerken van achterstanden;

  • 2. Versterking van personeelsbeleid, waaronder gerechtsoverstijgende personeelsplanning;

  • 3. Een effectievere organisatie (-cultuur);

  • 4. Verbetering van de informatievoorziening.

Hieronder volgt een nadere toelichting per beleidsthema.

1. Verbetering van doorlooptijden en het wegwerken van achterstanden

De doorlooptijden van procedures en de voorspelbaarheid ervan voor rechtzoekenden verdienen verbetering. In 2018 werd daarom gestart met een project dat zich richtte op deze doelstelling. Dat resulteerde eind 2019 in de formulering van standaarden voor doorlooptijden. Met deze standaarden is per zaaksoort bepaald hoe lang een stap in een rechtszaak mag duren. Op deze manier hebben rechters meer handvatten voor doorlooptijdverkorting en weten rechtzoekenden beter waar zij aan toe zijn. In tabel 81 zijn nieuwe standaarden voor doorlooptijden opgenomen.

Nu is het zaak om die geformuleerde standaarden ook te gaan naleven. Onder de noemer Tijdige rechtspraak werken de gerechten in 2021 verder aan het wegwerken van achterstanden, het slimmer roosteren en het plannen en vergroten van voorspelbaarheid van het moment waarop uitspraak wordt gedaan door bijvoorbeeld betere communicatie met partijen. Daarbij werken de gerechten samen met ketenpartners en andere partijen die invloed kunnen hebben op doorlooptijden. Daarnaast worden aanvullende maatregelen om doorlooptijden nog verder te verbeteren onderzocht, uitgewerkt en waar mogelijk toegepast.

Voor het wegwerken van (corona)achterstanden in de strafketen zijn afzonderlijke afspraken gemaakt. Ook voor de andere rechtsgebieden worden achterstanden als gevolg van de coronacrisis geïnventariseerd en worden plannen gemaakt om ze weg te werken.

2. Versterking van personeelsbeleid, waaronder gerechtsoverstijgende personeelsplanning

Om de kwaliteit van het rechtspreken hoog te houden en alle rechtszaken de komende jaren te kunnen blijven behandelen, is het belangrijk dat de capaciteit en deskundigheid zowel Rechtspraakbreed als op het niveau van individuele gerechten structureel op orde worden gehouden. De Rechtspraak zet daarom in op gerechtsoverstijgende personeelsplanning, met als doel inzicht te verwerven in de samenstelling van het personeelsbestand en de meerjarige personeelsbehoefte. Op die manier kan de Rechtspraak de komende jaren aan haar maatschappelijke opdracht blijven voldoen. Om te komen tot een optimale inzet van capaciteit, kunde en expertise, werkt de Rechtspraak over gerechtsgrenzen heen. Zij gaat ook een brede analyse uitvoeren van organisatorische en maatschappelijke ontwikkelingen die van invloed zijn op de vraag naar rechters en (juridisch) medewerkers.

De Rechtspraak wil een aantrekkelijke werkgever blijven. Zij heeft daarbij te maken met personele uitdagingen als gevolg van demografische en in- en externe ontwikkelingen. De laatste zijn een verwachte uitstroom als gevolg van natuurlijk verloop, werken conform de professionele standaarden en het beheersen van de werkdruk. Daarnaast is de arbeidsmarkt volop in beweging en veranderen werving en selectie. Daarom zal de Rechtspraak zich met een gemoderniseerde strategie herpositioneren op de arbeidsmarkt. De communicatie-uitingen op de arbeidsmarkt worden hierop aangepast.

Ook spant de Rechtspraak zich de komende jaren in voor de loopbaanontwikkeling van gerechtsambtenaren. Juridisch medewerkers, administratief medewerkers en medewerkers bedrijfsvoering zijn van essentieel belang voor het functioneren van de Rechtspraak. Het is zaak dat deze functiegroepen duurzaam inzetbaar zijn en blijven in een veranderende organisatie en omgeving.

Vanaf het najaar van 2020 zullen gepensioneerde rechters tot 73 jaar worden ingezet bij het wegwerken van de door de coronacrisis ontstane achterstanden. De spoedwet waarin tijdelijk mogelijk wordt gemaakt dat rechters en raadsheren opnieuw worden benoemd tot plaatsvervanger na het bereiken van de leeftijd van 70 jaar, is op 15 juli jl. in werking getreden.

3. Een effectievere organisatie (-cultuur)

Om haar rol in de samenleving te kunnen blijven vervullen op basis van een heldere koers en duidelijke besluitvorming, zal de besturing van de Rechtspraak, binnen de bestaande wettelijke kaders, anders worden georganiseerd. Een effectieve organisatiecultuur draagt bij aan kwalitatief goede rechtspraak. Belangrijke elementen zijn eigenaarschap, reflectie, omgevingsbewustzijn, gemeenschappelijke werkwijzen en samenwerking. Binnen de informatievoorziening (IV) is de oriëntatie hierop vergevorderd en is inmiddels sprake van een IV-Governance. De inzichten uit de IV-governance worden meegenomen bij de inrichting van andere vormen van besturing. Daarnaast krijgt een nieuwe bestuurlijke aanpak binnen het strafrecht en op het gebied van innovatie vorm.

De dynamiek in de strafrechtketen vraagt vaak om snelle besluitvorming. De Rechtspraak vindt het belangrijk om als betrouwbare ketenpartner adequaat op die dynamiek in te spelen en om tijdig een standpunt in te nemen over actuele onderwerpen. Dat geeft partijen en de samenleving duidelijkheid. Ook is het van belang dat vertegenwoordigers van de Rechtspraak in de diverse overleggen in de strafrechtketen met elkaar een eenduidig standpunt innemen. In de nieuwe besturing moeten deze zaken hun plek krijgen. Daarnaast worden werkprocessen in de samenwerking met het OM aangescherpt.

De Rechtspraak beproeft op veel plaatsen binnen haar organisatie innovatieve werkwijzen. Door de oprichting van een Regiegroep innovatie, met daaronder het Platform voor Innovatieve Projecten (PIP), zorgt de Rechtspraak ervoor dat tussen de verschillende initiatieven voldoende samenhang bestaat en dat gerechten van elkaar weten wat er gebeurt en van elkaar kunnen leren. Initiatieven zullen zorgvuldig worden geëvalueerd en bij gebleken succes op grotere schaal een vervolg krijgen. De Regiegroep bestaat uit verschillende bestuurders binnen de Rechtspraak.

4. Verbetering van de informatievoorziening

In 2021 werkt de Rechtspraak verder aan digitale toegankelijkheid. Het doel is rechtzoekenden of hun procesvertegenwoordigers via een digitaal kanaal toegang te geven tot de Rechtspraak. Zaken kunnen dan digitaal worden ingediend, waarna alle berichten- en stukkenuitwisselingen met het gerecht digitaal verlopen. Het doel blijft om op termijn digitaal procederen verplicht te stellen voor professionele procespartijen, zoals beoogd met de digitaliseringswetgeving. Binnen het civiel recht en het bestuursrecht krijgt de digitale ontsluiting van zaakstromen vorm in een project. De eerste zaakstromen die worden opgepakt, zijn beslagrekesten en rijksbelastingzaken. De komende jaren wordt digitale ontsluiting stapsgewijs in alle overige zaakstromen van het civiel recht en het bestuursrecht gerealiseerd.

Ook wordt vanuit de informatievoorziening een bijdrage geleverd aan de verbetering van doorlooptijden.

Daarnaast komt er voor alle rechtsgebieden een generiek digitaal werkdossier beschikbaar, het Digitaal Werk Dossier (DWD). DWD gaat informatie ontsluiten uit digitale zaakdossiers, maar kan ook worden gebruikt voor gescande papieren dossiers. DWD maakt het mogelijk om dossiers digitaal te behandelen en bevordert optimale samenwerking.

De Rechtspraak beheert een aantal registers, zoals het Centraal Insolventieregister. De bevragingen van deze registers nemen fors toe. Naast een goede (technische) voorziening wordt gewerkt aan een verhoging van de kwaliteit van de data.

Ook zal de Rechtspraak investeren in substantiële verhoging van het aantal gepubliceerde uitspraken. In 2021 wordt gewerkt aan verbetering van de software die wordt gebruikt voor de anonimisering van gepubliceerde uitspraken.

5. Ondermijnende criminaliteit

Eind 2019 heeft het kabinet de contouren geschetst van het brede offensief tegen georganiseerde ondermijnende criminaliteit. Over de inzet van beschikbare middelen wordt overlegd met alle betrokken partijen. Gezien de toegenomen dreiging voor mensen die zijn betrokken bij rechtszaken, wordt ook gesproken over financiering van maatregelen om de veiligheid van medewerkers en bezoekers van gerechtsgebouwen structureel te verhogen. Daarnaast is het kabinet overeengekomen om in Vlissingen een grote Extra Beveiligde Inrichting (EBI) te realiseren, in combinatie met een extra beveiligde zittingsruimte. Ook heeft het kabinet besloten om geld beschikbaar te stellen voor de vervanging van de Bunker in Amsterdam-Osdorp. Waar die vervangende ruimte moet komen is nog onbekend.

Overige doelstellingen

Naast de bovengenoemde beleidsdoelen zijn een aantal overige doelstellingen geformuleerd in de Uitvoeringsagenda 2020 ‒ 2022 die niet in een afzonderlijk programma worden vertaald: het versterken van de externe oriëntatie, het vergroten van de diversiteit en inclusie en het verlagen van de werkdruk. Deze overige doelstellingen worden behaald door voortzetting van bestaande activiteiten en programma’s, bij de uitvoering van personeelsbeleid of bij het formuleren van een nieuwe Visie op de rechtspraak.

De Rechtspraak vindt aansluiting bij de behoeften en problemen in de samenleving van groot belang. Externe Oriëntatie wordt onder meer in de praktijk gebracht onder de noemer Maatschappelijk effectieve rechtspraak (MER). Daarnaast wordt externe oriëntatie betrokken bij de ontwikkeling van een vernieuwde Visie op de rechtspraak en de Agenda van de Rechtspraak.

De Rechtspraak zet in op het ontwikkelen van diversiteit en inclusie, omdat de samenleving zich moet kunnen herkennen in de Rechtspraak. Meer diversiteit, in de meest brede zin van het woord, kan bijdragen aan het vertrouwen in en draagvlak voor de Rechtspraak. Bovendien wil de Rechtspraak een inclusieve organisatie zijn, waarin behalve rechtzoekenden ook (potentiële) werknemers zich herkennen. Daarnaast heeft de Rechtspraak als werkgever de maatschappelijke verantwoordelijkheid om het voor mensen met een arbeidsbeperking of een afstand tot de arbeidsmarkt gemakkelijker te maken om bij de Rechtspraak aan de slag te kunnen.

Het verlagen van de werkdruk draagt bij aan een kwalitatief goede rechtspraak. Van diverse initiatieven, zoals het programma Tijdige rechtspraak, wordt verwacht dat zij bijdragen aan het verlagen van de werkdruk. Werkdruk blijft echter een aspect van de arbeidsomstandigheden, die op de werkvloer aangepakt dient te worden door medewerkers en hun leidinggevende(n). De gerechten nemen zelf diverse maatregelen om de werkdruk te bestrijden, bijvoorbeeld door te zorgen voor een goede werkverdeling, een gezonde werkomgeving, versterking van de feedbackcultuur, professionele standaarden en reductie van ziekteverzuim.

6.2 Financiën op orde

Herstel adequate financiering

Voor het oplossen van het structurele tekort van de afgelopen jaren zijn de zaaksprijzen van de Rechtspraak herijkt. Daarnaast is er een extra bijdrage beschikbaar voor de autonome toename van bedrijfsvoeringskosten (huisvesting, schoonmaak, IT-dienstverlening) en IT-innovatie.

De zaaksprijzen zijn gewijzigd door toevoeging van geld voor initiatieven op het gebied van kwaliteitsverbetering en dit geld zal gericht worden ingezet op het behalen van de doelstellingen van de Rechtspraak. Zo is bijvoorbeeld geld toegewezen voor het verkorten van doorlooptijden door achterstanden weg te werken met de inzet van landelijke inloopkamers. Gerechten kunnen bepaalde zaken overdragen aan deze kamers.

Hogere werklastgevolgen als gevolg van nieuwe wetgeving en van nieuw beleid (versterking strafrechtketen) zijn ook verwerkt in de prijzen. Bij enkele recent in werking getreden wetten wordt op basis van monitoring gekeken naar de gevolgen en zal op basis van afspraken tussen de Raad en het ministerie van JenV zo nodig worden voorzien in de financiering daarvan. Dit geldt bijvoorbeeld voor de Wet geestelijke gezondheidszorg (Wvggz).

Daarnaast zijn efficiency-mogelijkheden verwerkt in de prijzen voor de periode 2020-2022.

De prijzen 2020-2022 komen aanzienlijk beter tegemoet aan de hogere kosten van de Rechtspraak dan de prijzen in de voorgaande periode. Daarbij is uiteraard geen rekening gehouden met de coronacrisis. Behalve gevolgen voor de aantallen afgehandelde zaken, zal deze crisis er naar verwachting ook toe leiden dat de Rechtspraak in 2021 met hogere kosten per zaak wordt geconfronteerd.

Ten slotte is in de periode 2020-2022 jaarlijks 1 miljoen euro beschikbaar voor pilots in het kader van de maatschappelijk effectieve rechtspraak.

Aanpassing bekostigingssysteem

Tot en met 2019 kwam ongeveer 95% van de bijdrage op basis van een methode van outputfinanciering tot stand. Met ingang van 2020 is dat nog ongeveer 60%. De overige 40% wordt lumpsum gefinancierd en is onder andere bedoeld voor lokale en landelijke overhead, huisvesting, ICT, megazaken in het straf- en civielrecht en bijzondere zaken die in één gerecht voorkomen.

De Rechtspraak is in 2020 gestart met onderzoek naar een andere rol van het tijdbestedingsonderzoek bij de bepaling van de zaakprijzen. Het streven is om de resultaten te betrekken bij de prijsbepaling voor 2023-2025. Het eerstvolgende tijdbestedingsonderzoek is in 2021; de resultaten zijn eind 2021 beschikbaar.

Tabel 74 Meerjarige begroting van baten en lasten (x € 1.000)
 

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Baten

       

Bijdrage Ministerie van JenV

991.977

1.060.572

1.062.430

1.056.639

1.049.216

1.042.288

1.035.127

Overige bijdrage van Ministerie van JenV

21.260

21.298

21.298

21.298

21.298

21.298

21.298

Overige opbrengsten

10.154

10.154

10.154

10.154

10.154

10.154

10.154

Rentebaten

       

NCC

 

800

900

1000

1.000

1.000

1.000

Toevoeging uit egalisatierekening

       

Bijdrage meer/minder werk

‒ 8.139

      
        

Totaal baten

1.015.252

1.092.824

1.094.782

1.089.091

1.081.668

1.074.740

1.067.579

        

Lasten

       

Personele kosten

850.292

871.788

874.639

870.092

864.162

858.627

852.906

Materiële kosten

192.176

202.809

196.153

196.336

194.191

192.525

190.794

Afschrijvingskosten

19.098

19.943

19.336

18.149

18.891

19.171

19.474

Gerechtskosten

2.741

4.440

4.404

4.261

4.169

4.161

4.149

        

Totale lasten

1.064.307

1.098.980

1.094.532

1.088.838

1.081.413

1.074.483

1.067.322

        

Subtotaal opbrengsten minus bedrijfslasten

‒ 49.055

‒ 6.156

250

253

255

257

257

        

Rentelasten

232

244

250

253

255

257

257

        

Saldo van baten en lasten

‒ 49.287

‒ 6.400

0

0

0

0

0

Baten

Bijdrage Ministerie van Justitie en Veiligheid

De bijdrage bestaat uit een productiegerelateerde bijdrage, een bijdrage voor de vaste kosten, een bijdrage voor gerechtskosten en een bijdrage voor overige taken. Daarnaast bevat de bijdrage middelen voor taken die niet voortvloeien uit de Wet op de rechterlijke organisatie zoals tuchtrecht en de secretariaten van de commissies van toezicht voor het gevangeniswezen. Naast bovenstaande JenV-bijdrage die als bate is opgenomen, heeft in 2019 een storting in de exploitatiereserve plaatsgevonden door JenV vooruitlopend op het in 2019 ontstane negatieve vermogen bij de Rechtspraak.

Overige bijdragen van het ministerie van JenV en overige opbrengsten

Deze posten betreffen bijdragen van het Openbaar Ministerie voor IVO en SSR en bijdragen aan de Rechtspraak van andere departementen.

Netherlands Commercial Court (NCC)

De jaarlijkse lumpsumbijdrage aan de Rechtspraak voor de kosten in de aanloop- en opstartfase van de Netherlands Commercial Court (NCC) wordt als een vordering op het ministerie opgenomen. Het ministerie zal deze vordering betalen uit de toekomstige ontvangsten van de griffierechten van de NCC-zaken.

Bijdrage meer- en minderwerk

De bijdrage meer- en minderwerk (egalisatierekening van de Rechtspraak) betreft het saldo van meer- en minder- productie ten opzichte van de productie zoals wordt gefinancierd door de Minister van Justitie en Veiligheid. Het meer- en minderwerk wordt afgerekend tegen 70% van de afgesproken productgroepprijzen.

Lasten

Personele kosten

Ten opzichte van 2019 zullen de personele kosten toenemen als gevolg van extra middelen uit het prijsakkoord 2020-2022 voor extra capaciteit als gevolg van nieuwe wetgeving en nieuw beleid, kwaliteitsinvesteringen en loonindexatie.

Materiële kosten

Door de Coronamaatregelen worden in 2020 hogere materiële kosten gemaakt.

Tabel 75 Afschrijvingstermijn materiële vaste activa

Materiële vaste activa

Afschrijvingstermijn

Hard- en software

3 jaar

Vervoersmiddelen, inventaris, meubilair kort en kantoormachines

5 jaar

Audio- en visuele middelen en stoffering

8 jaar

Verbouwingen, installaties, bekabeling en meubilair lang

10 jaar

De afschrijvingskosten van de Rechtspraak zijn berekend door de totale afschrijvingskosten op de activa in een jaar te verminderen met de verwachte vrijval in dat jaar van de balanspost ‘’Vooruitontvangen bedragen OM’’. De post ‘’Vooruit ontvangen bedragen OM’’ betreft de eerder door het OM verstrekte bijdrage in de aanschaf van activa die gemeenschappelijk worden gebruikt door OM én ZM. Met deze bijdrage in de aanschaf heeft het OM destijds zijn deel van de afschrijvingskosten voldaan.

Rentekosten

Voor de financiering van materiële vaste activa sluit de Rechtspraak leningen af bij het ministerie van Financiën. Voor de berekening van deze kosten wordt rekening gehouden met de door Financiën afgegeven rentepercentages. Dit rentepercentage bedraagt gemiddeld 0,1%.

Gerechtskosten

Het gaat hier om de kosten die het gerecht in civiele- en bestuurszaken maakt gedurende of als gevolg van een aan de rechter voorgelegde zaak zoals advertentiekosten bij faillissementen, tolken en vertalers en deskundigen.

Bijdrage Ministerie van Justitie en Veiligheid

In de onderstaande tabel is de bijdrage van het Ministerie van Justitie en Veiligheid gespecificeerd.

Tabel 76 bijdrage van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (x € 1.000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

       

Productiegerelateerde bijdrage

589.041

589.008

588.208

582.877

582.457

575.308

Bijdrage vaste kosten

418.404

419.831

415.483

413.483

408.983

408.983

       

Bijdrage voor overige uitgaven

      

Bijzondere kamers rechtspraak

12.070

12.070

12.070

12.070

12.070

12.070

College van Beroep v/h bedrijfsleven

9.542

9.542

9.542

9.542

7.542

7.542

Megazaken

17.869

18.369

17.869

17.869

17.869

17.869

Gerechtskosten

4.440

4.404

4.261

4.169

4.161

4.149

       

Bijdrage Niet-BFR 2005 taken

      

Tuchtrecht

3.470

3.470

3.470

3.470

3.470

3.470

Cie. van toezicht

5.686

5.686

5.686

5.686

5.686

5.686

Overige

50

50

50

50

50

50

       

Bijdrage J&V begroting 2021

1.060.572

1.062.430

1.056.639

1.049.216

1.042.288

1.035.127

De productiegerelateerde bijdrage is het meest omvangrijke deel van de bijdrage van het Ministerie van Justitie en Veiligheid. Deze bijdrage komt tot stand door de productieafspraken tussen Raad en minister te vermenigvuldigen met de afgesproken prijzen. Het aantal rechtszaken is op onderdelen gedaald ten opzichte van de prognoses uit de vorige begroting, de vreemdelingenprognose is gestegen. Voor het begrotingsjaar 2020 ligt de uit de JenV-begroting gefinancierde productieafspraak onder het niveau van de geraamde capaciteitsbehoeften volgens het huidige Prognosemodel Justitiële Ketens (PMJ). In onderstaande tabel zijn de gefinancierde productieaantallen opgenomen.

Tabel 77 Productieaantallen (absolute aantallen)
 

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Gerechtshoven

       

Handel

7.741

6.969

7.363

8.016

7.937

7.666

7.272

Familie

5.135

4.742

4.757

4.817

4.828

4.876

4.826

Straf

30.858

31.122

31.128

31.129

31.133

31.142

31.328

Belasting

3.717

4.844

4.048

4.310

4.355

4.430

4.428

        

Rechtbanken

       

Handel

71.921

67.571

67.653

67.580

67.672

68.213

66.975

Familie

185.449

180.875

181.224

183.078

183.579

185.424

183.703

Straf

167.328

175.651

177.582

176.955

176.015

175.777

175.629

Bestuur (excl. Vreemdelingenkamers)

35.212

33.325

32.618

33.426

33.614

34.212

34.137

Bestuur (Vreemdelingenkamers)

38.346

49.540

48.660

42.090

38.540

38.540

38.540

Kanton

959.317

945.788

953.717

951.230

931.225

916.631

883.875

Belasting

23.690

23.589

24.104

24.606

24.727

25.071

24.979

        

Bijzondere colleges

       

Centrale Raad van Beroep

6.913

5.670

4.479

4.178

4.213

4.250

4.244

        

Totaal

1.535.627

1.529.687

1.537.333

1.531.416

1.507.840

1.496.232

1.459.935

Eigen vermogen

In 2019 was het resultaat van de rechtspraak € 49,3 mln. negatief en is ten laste gebracht van het eigen vermogen. Op grond van het Besluit financiering rechtspraak (art. 18, lid 3) was aanvulling tot nulstand nodig. Vooruitlopend hierop is in 2019 door het ministerie van Justitie en Veiligheid gestort in de exploitatiereserve van de Rechtspraak. De verwachting is dat in 2020 de kosten van de Rechtspraak, als gevolg van de genomen coronamaatregelen, circa € 6,4 mln. hoger zullen zijn dan de nu geraamde opbrengsten. Daarnaast hebben de genomen maatregelen gevolgen voor het afdoen van zaken. Over de lagere opbrengst als gevolg van minderwerk zijn voor 2020 inmiddels afspraken gemaakt tussen Raad en minister ten aanzien van de hardheidsclausule, wat beoogt te voorkomen dat het vermogen eind 2020 negatief uitvalt.

.

Tabel 78 Ontwikkeling eigen vermogen (x € 1 mln.)
 

2019

2020

2021

2022

2023

Eigen vermogen per 1-1

0

0

   

Prognose resultaat

‒ 49.287

‒ 6.400

   

(prognose) gevolgen minderwerk coronamaatregelen

 

‒ 95.000

   

Eigen vermogen per 31-12

‒ 49.287

‒ 101.400

   

Toepassen hardheidsclausule minderwerk

 

95.000

   

Aanzuivering eigen vermogen (vordering)

49.287

6.400

   

Kasstroom

Tabel 79 Kasstroomoverzicht (* € 1.000)
 

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Rekening courant RHB 1 januari

29.884

70.458

62.841

60.417

56.456

53.037

49.798

        

Totaal operationele kasstroom

65.516

12.743

18.436

17.149

17.891

18.171

18.474

        

-/- totaal investeringen

‒ 23.628

‒ 34.600

‒ 24.000

‒ 24.000

‒ 24.000

‒ 24.000

‒ 24.000

+/+ totaal boekwaarde desinvesteringen

386

      

Totaal investeringskasstroom

‒ 23.242

‒ 34.600

‒ 24.000

‒ 24.000

‒ 24.000

‒ 24.000

‒ 24.000

        

-/- eenmalige uitkering aan moederdepartement

      

0

+/+ eenmalige storting door moederdepartement

0

0

0

0

0

0

0

-/- aflossingen op leningen

‒ 19.360

‒ 20.360

‒ 20.860

‒ 21.110

‒ 21.310

‒ 21.410

‒ 21.410

+/+ beroep op de leenfaciliteit

17.660

34.600

24.000

24.000

24.000

24.000

24.000

Totaal financieringskasstroom

‒ 1.700

14.240

3.140

2.890

2.690

2.590

2.590

        

Rekening courant RHB 31 december*1

70.458

62.841

60.417

56.456

53.037

49.798

46.862

X Noot
1

incl. rekening-courantstand egalisatierekening 8.139

De operationele kasstroom bestaat uit het saldo van baten en lasten gecorrigeerd voor afschrijvingen, mutaties in eventuele voorzieningen en in mutaties in het netto werkkapitaal.

Investeringen

Tabel 80 Investeringen (x € 1.000)

Omschrijving

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Hard- en software

23.800

16.300

16.400

16.700

16.600

16.600

Vervoersmiddelen, inventaris, meubilair kort en kantoormachines

8.360

6.360

6.200

5.800

5.800

5.800

Audio- en visuele middelen en stoffering

1.940

1.340

1.400

1.500

1.600

1.600

Verbouwingen, installaties en meubilair lang

500

0

0

0

0

0

Totaal

34.600

24.000

24.000

24.000

24.000

24.000

   

Investeringen verdeeld naar vervanging en uitbreiding

  

Vervanging

16.490

9.000

15.800

11.600

9.200

9.200

Uitbreiding

18.110

15.000

8.200

12.400

14.800

14.800

Om de kapitaalgoederenvoorraad op peil te kunnen houden is een vervangingsinvestering van € 17 mln. in 2020 nodig aflopend naar € 9 mln. in 2025. Daarnaast is rekening gehouden met de relatief beperkte, noodzakelijke uitbreidingsinvesteringen.

Doorlooptijden

De Rechtspraak heeft in 2020 nieuwe (maximum)normen voor doorlooptijden ontwikkeld. De methodiek van normpercentages van maximumtermijn (… % van de zaken binnen … dagen) is verlaten. Er wordt nu voor het overgrote deel gewerkt met een maximumnorm voor het aantal dagen per zaakstroom. De nieuwe methodiek maakt interne sturing eenvoudiger en maakt duidelijker wat rechtzoekenden kunnen verwachten.

De geformuleerde normen zijn vanwege het perspectief van de rechtzoekende normen voor de totale doorlooptijd. Binnen deze totaalnormen is sprake van genormeerde deeltrajecten. Een deel van deze deeltrajecten ligt buiten de invloedssfeer van de Rechtspraak; de doorlooptijd daarvan wordt bepaald door anderen (procespartijen). In onderstaande tabel wordt uit oogpunt van leesbaarheid alleen de normen op totaalniveau weergegeven, dus inclusief de doorlooptijd van de andere partijen.

Streven is om de geformuleerde normen uiterlijk in 2023 te realiseren. Op dit moment is het nog niet mogelijk om streefwaarden specifiek voor 2021 te formuleren. De feitelijke situatie in 2020 wordt namelijk op dit moment nog in kaart gebracht; de informatiesystemen moeten hiervoor worden aangepast.

Verder zijn op dit moment voor de belangrijkste, maar nog niet voor alle soorten zaken normen geformuleerd. In de loop van 2021 zullen voor alle soorten zaken normen zijn opgesteld.

Tabel 81 Doorlooptijden

Bestuur

Standaard

Bestuur algemeen (1e aanleg) EK

140 dagen

Bestuur algemeen (1e aanleg) MK

154 dagen

Belasting (1e aanleg)

60% in 252 dagen

Belasting (1e aanleg)

90% in 294 dagen

CRvB (hoger beroep)

252 dagen

CBb (1e en enige aanleg en hoger beroep)

60% in 231 dagen

CBb (1e en enige aanleg en hoger beroep)

90% in 273 dagen

CBb (igv toezichthouder bestuursorgaan is)

365 dagen

Belasting (hoger beroep)

365 dagen

Asiel (AA, verkorte procedure)

28 dagen

Bewaring (1e beroep of vervolgberoep op zitting)

21 dagen

Bewaring (vervolgberoep zonder zitting)

14 dagen

Voorlopige voorzieningen

28 dagen

Kennelijke uitspraken en verzet (1e aanleg)

154 dagen

Kennelijke uitspraken en verzet (hoger beroep)

168 dagen

  

Familie- en jeugdrecht

Standaard

Reguliere verzoekschriftprocedures (rechtbanken)

210 dagen

Reguliere verzoekschriftprocedures (hoger beroep)

224 dagen

Jeugdbeschermingszaken: verzoeken 1e OTS

35 dagen

Jeugdbeschermingszaken: overige verzoeken OTSen machtiging uithuisplaating (met zitting)

42 dagen

Jeugdbeschermingszaken: overige verzoeken OTSen machtiging uithuisplaating (zonder zitting)

28 dagen

Jeugdbeschermingszaken (hoger beroep)

91 dagen

Geschillen ouderlijk gezag

70 dagen

Voorlopige voorzieningen

35 dagen

  

Handel/kanton

Standaard

Verzoekschriften (rechtbank kanton)

112 dagen

Verzoekschriften (rechtbank handel)

126 dagen

Verzoekschriften (hoger beroep)

161 dagen

Kort geding (1e aanleg)

35 dagen

Spoedappel (hoger beroep)

56 dagen

Dagvaarding zonder verweer (kanton 1e aanleg)

14 dagen

Dagvaarding zonder verweer (handel 1e aanleg)

42 dagen

Dagvaarding met verweer (kanton 1e aanleg)

140 dagen

Dagvaarding met verweer (handel 1e aanleg) EK

252 dagen

Dagvaarding met verweer (handel 1e aanleg) MK

280 dagen

Dagvaardingen en kort geding (hoger beroep) zonder zitting

238 dagen

Dagvaardingen en kort geding (hoger beroep) 1 zitting

329 dagen

Dagvaardingen en kort geding (hoger beroep) 2 zittingen

420 dagen

  

Strafrecht

Standaard

EK jeugd (rechtbanken)

42 dagen

MK jeugd (rechtbanken)

84 dagen

EK niet jeugd (rechtbanken)

105 dagen

MK niet jeugd (rechtbanken)

153 dagen

EK (hoger beroep)

133 dagen

MK (hoger beroep)

183 dagen

Uitwerken appellen en cassaties (rechtbanken) jeugdzaken

28 dagen

Uitwerken appellen en cassaties (rechtbanken) niet jeugd

42 dagen

Uitwerken appellen en cassaties (hoger beroep) jeugdzaken

28 dagen

Uitwerken appellen en cassaties (hoger beroep) niet jeugd

42 dagen

Bijzondere raadkamer rekesten 1e aanleg spoed

28 dagen

Bijzondere raadkamer rekesten 1e aanleg regulier

107 dagen

Bijzondere raadkamer rekesten 2e aanleg spoed

28 dagen

Bijzondere raadkamer rekesten 2e aanleg regulier

107 dagen

  

Toezicht

Standaard

Verzoekschriften CBM

42 dagen

Verzoekschriften faillissementen (eigen aangifte)

63 dagen

Verzoekschriften WSNP

91 dagen

CBM - boedelbeschrijving, zonder zitting

140 dagen

CBM - boedelbeschrijving, met zitting

182 dagen

CBM - periodieke rekening en verantwoording, zonder zitting

588 dagen

CBM - periodieke rekening en verantwoording, met zitting

609 dagen

CBM - eindrekening en -verantwoording, zonder zitting,opheffing/ontslag uitvoerder

105 dagen

CBM - eindrekening en -verantwoording, met zitting,opheffing/ontslag uitvoerder

126 dagen

CBM - eindrekening en -verantwoording, zonder zitting,overlijden

168 dagen

CBM - eindrekening en -verantwoording, met zitting,overlijden

189 dagen

CBM - machtigingsverzoek

14 dagen

Faillissementen - duur toezicht

nog verder uitwerken

Naast de hierboven benoemde procedures kunnen verschillende incidenten of (deel)procedures de reguliere procedure aanzienlijk verlengen. Deze zijn apart benoemd, maar worden voor de overzichtelijkheid buiten deze tabel gehouden.

7. Wetgevingsprogramma

Tabel 82 Wetgevingsprogramma

Titel en Kamerstuknummer

Huidige fase (incl. nummer)

Wijziging van o.a. de Beginselenwet (vervoer, medisch klachtrecht en technische wijzigingen) (33844)

90.Bekrachtiging, bekendmaking en inwerkingtreding

Wijziging van de Luchtvaartwet ivm de uitvoering van een aantal verordeningen inzake de beveiliging van de burgerluchtvaart (34501)

90.Bekrachtiging, bekendmaking en inwerkingtreding

Wijziging Politiewet en de Wet veiligheidsregio’s ivm de landelijke meldkamers (35065)

90.Bekrachtiging, bekendmaking en inwerkingtreding

Kansspelen op afstand (33996)

90.Bekrachtiging, bekendmaking en inwerkingtreding

Wetsvoorstel uitvoering Rotterdam Rules (34991)

90.Bekrachtiging, bekendmaking en inwerkingtreding

Wetsvoorstel nadeelcompensatie en schadevergoeding bij onrechtmatige besluiten (32621)

90.Bekrachtiging, bekendmaking en inwerkingtreding

Wetsvoorstel implementatie EU richtlijn bevordering aandeelhoudersbetrokkenheid (35058)

90.Bekrachtiging, bekendmaking en inwerkingtreding

Tijdelijke experimentenwet rechtspleging (35263)

90.Bekrachtiging, bekendmaking en inwerkingtreding

Wetsvoorstel straffen en beschermen (35122)

90.Bekrachtiging, bekendmaking en inwerkingtreding

Wijziging in titel 7.10 BW met betrekking tot het ontslagrecht, tijdelijke contracten en payrolling (35074)

90.Bekrachtiging, bekendmaking en inwerkingtreding

Herziening beslag- en executierecht (35225)

90.Bekrachtiging, bekendmaking en inwerkingtreding

Wet verwijzingsportaal bankgegevens (35238)

90.Bekrachtiging, bekendmaking en inwerkingtreding

Wijziging Sv en Wets ter uitvoering Confiscatieverordening (35402)

90.Bekrachtiging, bekendmaking en inwerkingtreding

Spoedreparatiewet herziening tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen (35436)

90.Bekrachtiging, bekendmaking en inwerkingtreding

Wetsvoorstel continuïteit ondernemingen I (pre-pack) (HFW) (34218)

80.Eerste Kamer (plenaire) behandeling

Regeling meerdaadse samenloop (34126)

70.Eerste Kamer (voorbereiding)

Rijkswet Evaluatie Onderzoeksraad voor veiligheid (35106)

70.Eerste Kamer (voorbereiding)

Wetsvoorstel bestuur en toezicht rechtspersonen (34491)

70.Eerste Kamer (voorbereiding)

Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring (34309)

70.Eerste Kamer (voorbereiding)

Wijziging Politiewet 2012 in verband met verruiming screening (35170)

70.Eerste Kamer (voorbereiding)

Wetsvoorstel homologatie onderhands akkoord (HFW) (35249)

70.Eerste Kamer (voorbereiding)

Geweldsaanwending opsporingsambtenaar (34641)

70.Eerste Kamer (voorbereiding)

Wetsvoorstel strafbaarstelling verblijf in door terroristische organisatie gecontroleerd gebied (35125)

70.Eerste Kamer (voorbereiding)

Wijziging Awb en enkele andere wetten i.v.m. het nieuwe omgevingsrecht en het nieuwe nadeelcompensatierecht (35256)

60.Tweede Kamer (plenaire) behandeling

Wijziging Wjsg ivm het kunnen weigeren van een VOG op basis van politiegegevens (35355)

60.Tweede Kamer (plenaire) behandeling

Wetsvoorstel modernisering Wet toezicht en geschillenbeslechting collectieve beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten (35317)

60.Tweede Kamer (plenaire) behandeling

Verduidelijking art. 2:20 BW ter bestrijding van radicale antidemocratische organisaties (35366)

60.Tweede Kamer (plenaire) behandeling

Invoeringswet EOM (35429)

60.Tweede Kamer (plenaire) behandeling

Bedenktijd voor beursvennootschappen (35367)

60.Tweede Kamer (plenaire) behandeling

Adviesrecht gemeenten bij schuldenbewind (35428)

60.Tweede Kamer (plenaire) behandeling

Wetsvoorstel uitbreiding slachtofferrechten (35349)

60.Tweede Kamer (plenaire) behandeling

Wet pensioenverdeling bij scheiding 2021 (35287)

60.Tweede Kamer (plenaire) behandeling

Wetsvoorstel tegengaan huwelijkse gevangenschap en enige andere onderwerpen (35348)

60.Tweede Kamer (plenaire) behandeling

Wet Flexibilisering zaaksverdeling rechtspraak (35375)

60.Tweede Kamer (plenaire) behandeling

Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (35261)

60.Tweede Kamer (plenaire) behandeling

Wijziging BW, Fw e.a. i.v.m. bevoorrechting van vorderingen (22942)

50.Tweede Kamer (voorbereiding)

Wetsvoorstel aanpassing BW en WvK nieuwe Rijkswet nationaliteit zeeschepen (34836)

50.Tweede Kamer (voorbereiding)

Evaluatiewet bestuursrechtelijke geldschuldenregeling Awb (35477)

50.Tweede Kamer (voorbereiding)

Herziening wet bewaarplicht telecommunicatiegegevens (dataretentie) (34537)

50.Tweede Kamer (voorbereiding)

Wetsvoorstel modernisering bewijsrecht (35498)

50.Tweede Kamer (voorbereiding)

Wet gegevensverwerking door samenwerkingsverbanden (35447)

50.Tweede Kamer (voorbereiding)

Goedkeuring opzegging Verdrag recht van toepassing op huwelijksvermogensregime (34798)

50.Tweede Kamer (voorbereiding)

Opheffen verpandingsverbod (35482)

50.Tweede Kamer (voorbereiding)

Herimplementatie kaderbesluit Europees aanhoudingsbevel (35535)

50.Tweede Kamer (voorbereiding)

Wijziging van de Wet griffierechten burgerlijke zaken in verband met het introduceren van meerdere griffierechtcategorieën voor lagere geldvorderingen (35439)

50.Tweede Kamer (voorbereiding)

Kaderwet JenV-subsidies (35512)

50.Tweede Kamer (voorbereiding)

Taakstrafverbod bij geweld tegen functionarissen met een publieke taak (35528)

50.Tweede Kamer (voorbereiding)

Uitvoering Aanvullend Protocol RvE-Verdrag voorkoming terrorisme (35382)

50.Tweede Kamer (voorbereiding)

Goedkeuring Aanvullend Protocol RvE-Verdrag voorkoming terrorisme (35381)

50.Tweede Kamer (voorbereiding)

Implementatiewet richtlijn auteursrecht in de digitale eengemaakte markt (35454)

50.Tweede Kamer (voorbereiding)

Goedkeurings- en uitvoeringswet Protocol van Montreal 2014 (35390)

50.Tweede Kamer (voorbereiding)

Novelle wetsvoorstel terugkeer en vreemdelingenbewaring (35501)

50.Tweede Kamer (voorbereiding)

Spoedreparatiewetsvoorstel Wvggz / Wzd (35456)

50.Tweede Kamer (voorbereiding)

Wet vaststellingsprocedure staatloosheid

40.Raad van State

Rijkswet ivm vaststellingsprocedure staatloosheid

40.Raad van State

Innovatiewet Strafvordering

40.Raad van State

Transparantie geldstromen naar maatschappelijke organisaties

40.Raad van State

Wet tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met aanpassing van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd

40.Raad van State

Wijziging loondoorbetaling bij ziekte

40.Raad van State

Wijziging van de Politiewet 2012 in verband met enkele aanpassingen die volgen uit de evaluatie van deze wet

40.Raad van State

Wet regulering sekswerk

40.Raad van State

Wijziging Sr ivm strafverzwaring belediging

40.Raad van State

Goedkeuring en uitvoering van het Benelux-verdrag van 23 juli 2018 inzake politiesamenwerking

40.Raad van State

Wet kwaliteit incassodienstverlening

40.Raad van State

Strafrechtelijke aanpak ondermijning

40.Raad van State

Implementatiewet Richtlijn verkoop van goederen en Richtlijn levering van digitale inhoud

40.Raad van State

Implementatie Rl bestrijding fraude en vervalsing niet-contante betaalmiddelen

40.Raad van State

Wijziging Awb c.a. i.v.m. enkele wijzigingen in het belang van de rechtseenheid en de rechtsontwikkeling bij de hoogste rechtscolleges

40.Raad van State

Wet gegevensuitwisseling derdenbeslag en verrekening

40.Raad van State

Implementatiewet Richtlijn online omroepdiensten

40.Raad van State

Wet uitvoering Bunkerolieverdrag voor de BES

40.Raad van State

Wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 ter bestendiging van de bevoegdheid om biometrische gegevens van vreemdelingen af te nemen en te verwerken

40.Raad van State

Wetsvoorstel moderniseren NV-recht en vergroten genderdiversiteit in de top van grote bedrijven

40.Raad van State

Wijziging van de Tijdelijke wet COVID-19 JenV ivm verlenging werking artikelen 33 en 34

40.Raad van State

Wegnemen notariskosten bij keuze algehele gemeenschap van goederen

30.Voorportaal, onderraad en ministerraad

Wijziging van de Wet Bibob in verband met informatiedeling tussen bestuursorganen en rechtspersonen met een overheidstaak en enige overige wijzigingen (2e tranche)

30.Voorportaal, onderraad en ministerraad

Wet deelgezag

30.Voorportaal, onderraad en ministerraad

Wet kind, draagmoeder en afstamming

30.Voorportaal, onderraad en ministerraad

Wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 - Veegwet Terugkeerrichtlijn

20.Consultatie en toetsing

Nieuw Wetboek van Strafvordering

20.Consultatie en toetsing

Wet bevordering mediation

20.Consultatie en toetsing

Wijziging van het Wetboek van Strafrecht in verband met de modernisering van de zedentitel

20.Consultatie en toetsing

Wijziging van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren i.v.m. de aanpassing van het overeenstemmingsvereiste in artikel 51 Wrra

20.Consultatie en toetsing

Wijziging Wet dieren en WSr o.a. ivm de invoering van het dierenhoudverbod als zelfstandige maatregel

20.Consultatie en toetsing

Wetsvoorstel modernisering personenvennootschappen

20.Consultatie en toetsing

Wetsvoorstel harmonisatie rechtspositie jeugdigen in gesloten jeugdinstellingen

20.Consultatie en toetsing

Verbetering rechtspositie zzp’ers (werken als zelfstandige)

20.Consultatie en toetsing

Wet verbetering positie werknemer bij een overgang van onderneming in faillissement

20.Consultatie en toetsing

Reparatiewet forensische zorg

20.Consultatie en toetsing

Wetsvoorstel Aanscherping maatregelen rijden onder invloed

20.Consultatie en toetsing

Wijziging Gemeentewet i.v.m. introductie bevoegdheid burgemeester om een woning, lokaal of erf tijdelijk te sluiten na een beschieting of wapenvondst

20.Consultatie en toetsing

Wetsvoorstel uitbreiding benadelingsverbod klokkenluiders

20.Consultatie en toetsing

Wet aanpassing geschillenregeling en verduidelijking ontvankelijkheidseisen enquêteprocedure

20.Consultatie en toetsing

Wijziging RWN ter uitvoering arrest Tjebbes

20.Consultatie en toetsing

Wet casusoverleggen en meldingen over radicalisering en terroristische activiteiten

20.Consultatie en toetsing

Voorstel tot wijziging van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek in verband met het veranderen van de voorwaarden voor wijziging van de vermelding van het geslacht in de akte van geboorte

20.Consultatie en toetsing

Verzamelwet gegevensbescherming

20.Consultatie en toetsing

Wet tot wijziging van de Wet ter Bescherming Koopvaardij

20.Consultatie en toetsing

Strafbaarstelling van het bezit van instructief materiaal over het seksueel misbruiken van kinderen

20.Consultatie en toetsing

Wijziging Opiumwet ivm nieuwe psychoactieve stoffen

20.Consultatie en toetsing

Reparatiewet Wvggz-Wzd

20.Consultatie en toetsing

Tweede tranche Forensische zorg (interne rechtspositie forensische patiënten)

10.Interne voorbereiding

Wetsvoorstel wijziging Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie (wobka)

10.Interne voorbereiding

Wijziging Sr in verband met ISD bij illegalen

10.Interne voorbereiding

Wijziging WSv ivm verruiming toezeggingen aan getuigen

10.Interne voorbereiding

Instellingswet Inspectie Justitie en Veiligheid

10.Interne voorbereiding

Wettelijke regeling schietsport

10.Interne voorbereiding

Wet op de politiële en strafrechtelijke gegevensverwerking

10.Interne voorbereiding

Wet aanpassing benoemingswijze leden Raad voor de rechtspraak

10.Interne voorbereiding

Wijziging van de Wet wapens en munitie in verband met de regulering van het bezit van zware luchtdrukwapens

10.Interne voorbereiding

Wet bevordering doelmatigheid van het faillissementsprocesrecht

10.Interne voorbereiding

Wet juridische infrastructuurbijdrage collectieve procedures

10.Interne voorbereiding

Toezicht op bewind over vermogen minderjarigen

10.Interne voorbereiding

Wetsvoorstel modernisering hoger beroep

10.Interne voorbereiding

Wijziging Gratiewet en penitentiaire wetgeving

10.Interne voorbereiding

Wet tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met de opvang van vertrekplichtigen

10.Interne voorbereiding

Modernisering nationaliteitsrecht (regeringsvoorstel)

10.Interne voorbereiding

Wijziging van de Uitvoeringswet Verdrag biologische wapens in verband met de beveiliging van locaties waar zich hoog risico biologische agentia bevinden

10.Interne voorbereiding

Rijkswet herstel omissies cassatie in belastingzaken Caribische Koninkrijksdelen

10.Interne voorbereiding

Wijziging van het Wetboek van Strafrecht ivm aanpak heling

10.Interne voorbereiding

Crisisomstandighedenwet

10.Interne voorbereiding

Wet aanpassing wettelijke basis verblijf in beroep (Gnandi)

10.Interne voorbereiding

Nationale uitvoeringswet EU verordeningen grenzen en veiligheid

10.Interne voorbereiding

Wijziging Algemene wet bestuursrecht en andere wetten (verkleining verschillen tussen bestuurlijke en strafrechtelijke boetes)

10.Interne voorbereiding

Uitvoeringswet preclearanceverdrag Nederland-VS

10.Interne voorbereiding

Wet tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 en de Wet Basisregistratie personen (Wet Brp)

10.Interne voorbereiding

Wijziging Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustasius en Saba en Opiumwet BES i.v.m. invoering bevelsbevoegdheid, bestuurlijke boete overlast openbare ruimte en sluiting drugspanden

10.Interne voorbereiding

Uitvoeringswet herziene verordening precursoren explosieven

10.Interne voorbereiding

Goedkeuring Protocol tot wijziging van Conventie 108 (ETS nr. 223)

10.Interne voorbereiding

Wijziging Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding

10.Interne voorbereiding

Wijziging van de Wet toelating en uitzetting BES in verband met de evaluatie 2018

10.Interne voorbereiding

Wijziging RWN ter voorkoming van rechtswege verval van 14, vierde lid

10.Interne voorbereiding

Implementatie ECRIS-richtlijn en –verordening (WJSG)

10.Interne voorbereiding

Wetsvoorstel vrijheidsbeneming jeugd

10.Interne voorbereiding

Wijziging van Sv en Sr i.v.m. evaluatie van de Wet OM-afdoening en invoeren van een rechterlijke toets voor hoge transacties en ontnemingsschikkingen

10.Interne voorbereiding

Wet vergemakkelijking besluitvorming plaatsing van laadpalen bij verenigingen van eigenaars

10.Interne voorbereiding

Wetsvoorstel implementatie Rl 2019/1023 preventieve herstructureringsstelsels, kwijtschelding van schulden en efficiëntere insolventie

10.Interne voorbereiding

Wijziging van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus (Wpbr)

10.Interne voorbereiding

Bestuursrechtelijke aanpak online kindermisbruik

10.Interne voorbereiding

Wijziging van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden en Wetboek van Strafvordering

10.Interne voorbereiding

Wetsvoorstel afschaffen tenuitvoerleggingstermijnen

10.Interne voorbereiding

Wet transparantie turboliquidatie

10.Interne voorbereiding

Wetsvoorstel implementatie EU richtlijn digitalisering van processen en instrumenten in het vennootschapsrecht

10.Interne voorbereiding

Wet anti-ondermijningsfonds

10.Interne voorbereiding

Wet verbetering toegang wettelijke schuldsaneringsregeling natuurlijke personen

10.Interne voorbereiding

Wijziging van het Wetboek van Strafrecht i.v.m. de verhoging van het strafmaximum voor doodslag

10.Interne voorbereiding

Wet tot vernietiging inbeslaggenomen verboden voorwerpen in JI’s

10.Interne voorbereiding

Wijziging van de Telecommunicatiewet in verband met de invoering van de vijfde generatie mobiele telecommunicatie

10.Interne voorbereiding

Wijziging van enkele wetten op het terrein van Justitie en Veiligheid in verband met enkele aanpassingen van overwegend technische aard (Verzamelwet JenV)

10.Interne voorbereiding

Wijziging Wetboek van Strafrecht i.v.m. strafbaarstelling onttrekking aan vrijheidsbeneming en elektronisch toezicht

10.Interne voorbereiding

Uitvoeringswet Brussel II bis (herschikking)

10.Interne voorbereiding

Wet onverenigbaarheid rechterschap en lidmaatschap parlement en enige andere onderwerpen

10.Interne voorbereiding

Versterking strafrechtelijke aanpak ondermijnende criminaliteit II

10.Interne voorbereiding

Verzamelwet strafrecht BES

10.Interne voorbereiding

Rijksaanpassingswet nieuw Wetboek van Strafvordering

10.Interne voorbereiding

Wijziging AWGB en WvSr terminologie seksuele gerichtheid en genderidentiteit

10.Interne voorbereiding

Wijziging van het Wetboek van Strafrecht ter invoering van de alcoholmeter

10.Interne voorbereiding

Wet inzake de wijziging van de Wet continuïteit ondernemingen I

10.Interne voorbereiding

8. Bijlagen

Bijlage 1: ZBO's en RWT's

Tabel 83 Overzicht Zelfstandige Bestuursorganen en Rechtspersonen met een Wettelijke Taak vallend onder ministerie van Justitie en Veiligheid (bedragen x € 1.000)

Organisatie

RWT

ZBO

Functie

artikel

Begrotings- ramingen

Hyperlink uitgevoerde evaluatie ZBO onder Kaderwet

Volgende evaluatie ZBO

Politie

x

 

Leveren van bijdrage aan een veilige samenleving m.b.v. een goed georganiseerde politieorganisatie.

31

6.093.863

geen evaluatieplicht van toepassing

 

Politieacademie (PA)

x

x

De Politieacademie is het nationale wervings-, selectie-, opleidings- en kennisinstituut voor de Nederlandse politie.

31

3.010

voorzien in 2021

2021

Raad voor Rechtsbijstand (RvR)

x

x

De RvR is belast met de organisatie en de verlening van gesubsidieerde rechtsbijstand door advocaten en mediators, alsmede het treffen van een afzonderlijke voorziening voor de verlening van rechtshulp (Het Juridisch Loket).

32

462.017

Beleidsdoorlichting

2021

Bureau Financieel Toezicht (Bft)

x

x

Het BFT houdt integraal toezicht op notarissen en financieel toezicht op gerechtsdeurwaarders. Is toezichthouder op de naleving van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (WWFT) door notarissen, advocaten, accountants, belastingadviseurs en administratie-kantoren en ondersteunt de Commissies van deskundigen bij het beoordelen van ondernemingsplannen voor startende deurwaarders en notarissen.

32

7.789

Evaluatie BFT

2023

Autoriteit Persoonsgegevens (AP)

 

x

De AP houdt toezicht op de naleving en toepassing van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp), de Wet politiegegevens (Wpg) en de Wet gemeentelijke basisadministratie (Wet GBA).

32

18.525

Evaluatie AP

2021

College voor de Rechten van de Mens (CRM)

 

x

Het CRM doet op verzoek onderzoek en oordeelt of verboden onderscheid is / wordt gemaakt naar aanleiding van individuele klachten en verzoeken van organisaties. Ook vervult het CRM de rol van waakhond op het gebied van mensenrechten in Nederland.

32

7.561

Evaluatie CRM

2021

College van toezicht collectieve beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten

 

x

Het college ziet erop toe of de beheersorganisaties een overzichtelijke (financiële) administratie bijhouden, de voor de uitvoering van hun taken verschuldigde vergoedingen op rechtmatige wijze innen en verdelen, en voldoende zijn uitgerust voor de uitvoering van hun taken.

32

720

Evaluatie CvTA

2022

College gerechtelijk deskundigen (NRGD)

 

x

De NRGD waarborgt en bevordert een constante kwaliteit van de inbreng van deskundigen in de rechtsgang.

32

1.709

Evaluatie NRGD

2021

Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening (StAB)

x

 

Het op verzoek van de bestuursrechter uitbrengen van onafhankelijke deskundigenberichten op het gebied van milieu, ruimtelijke ordening, water, bouw en schade.

32

5.500

n.v.t.

 

Raad voor de rechtshandhaving

x

 

De Raad voor de rechtshandhaving is belast met de algemene inspectie van de organisaties van de justitiële keten - met uitzondering van het Gemeenschappelijk Hof van justitie - in Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

33

300

n.v.t

 

Reclasseringsorganisaties (cluster):

       

- Stichting Reclassering Nederland (SRN)

x

 

Voorkomen en verminderen van crimineel gedrag door begeleiding aan personen die een strafbaar feit hebben gepleegd of daarvan worden verdacht.

34

152.425

  

- Leger des Heils Jeugdzorg en Reclassering

x

 

Voorkomen en verminderen van crimineel gedrag door begeleiding aan personen die een strafbaar feit hebben gepleegd of daarvan worden verdacht.

34

23.262

  

- Regionale instellingen voor verslavingszorg met een reclasseringserkenning (cluster)

x

 

Voorkomen en verminderen van crimineel gedrag door begeleiding aan personen die een strafbaar feit hebben gepleegd of daarvan worden verdacht.

34

76.193

  

Commissie schadefonds geweldsmisdrijven (SGM)

x

x

Het SGM stelt financiële tegemoetkoming ter beschikking aan slachtoffers van een geweldsmisdrijf voor opgelopen letselschade.

34

29.374

voorzien in 2020

2020

Slachtofferhulp Nederland (SHN)

x

 

SHN geeft ondersteuning aan slachtoffers van misdrijven.

34

34.091

n.v.t.

 

Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO)

x

x

Het LBIO int alimentatie, indien dit niet vrijwillig wordt afgedragen.

34

1.864

Evaluatie LBIO

2024

Stichting HALT

x

 

HALT richt zich op preventie en bestrijding jeugdcriminaliteit. Jongeren kunnen recht zetten wat zij hebben fout gedaan, waardoor zij niet in aanraking komen met de rechter.

34

12.317

  

Instituut Fysieke Veiligheid (IFV)

x

x

Met actuele kennis, advisering, toegepast onderzoek, vraaggerichte opleidingen en oefeningen en leiderschapsontwikkeling helpt het IFV professionals binnen de brandweer, GHOR en crisisbeheersing, beleidsmakers en bestuurders zich optimaal voor te bereiden om de fysieke veiligheid van onze samenleving te borgen. Het Nederlands bureau brandweerexamens (NBBe) en Nederlands Instituut Fysieke Veiligheid (NIFV) zijn ZBO's die met ingang van 2013 zijn opgegaan in het Instituut Fysieke Veiligheid (IFV) en hun eigen opbrengsten genereren. Jaarlijks ontvangen zij een vast bedrag voor het uitvoeren van de wettelijke taken voor het Ministerie van Justitie en Veiligheid. Daarnaast ontvangen zij bijdragen voor opdrachten voortkomend uit een opdrachtgevers/opdrachtnemersrelatie.

36

30.372

n.v.t.

 

Onderzoeksraad voor veiligheid (OVV)

x

x

De OVV doet onafhankelijk onderzoek naar oorzaken of vermoedelijke oorzaken van ‘voorvallen’ en categorieën voorvallen.

36

13.189

Evaluatie OVV

2025

Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA)

x

x

Huisvesting van asielzoekers, het geven van begeleiding en informatie aan asielzoekers, het leveren van goederen aan asielzoekers, het verwerven, beheren en sluiten van opvanglocaties en het handhaven van de veiligheid in de opvanglocaties.

37

775.006

Evaluatie COA

2024

Stichting Nidos

x

x

NIDOS voert als onafhankelijke (gezins-) voogdij instelling, op grond van de wet, de voogdijtaak uit voor Alleenstaande Minderjarige Asielzoekers.

37

75.289

n.v.t.

 

Gerechtsdeurwaarders (cluster)

 

x

Gerechtsdeurwaarders zijn opgenomen in het ZBO register van BZK. Ze vallen onder verantwoordelijkheid van het Ministerie van Justitie en Veiligheid, maar er zijn geen financiële relaties met dit departement.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

 

Notarissen (cluster)

 

x

Notarissen zijn opgenomen in het ZBO register van BZK. Ze vallen onder verantwoordelijkheid van het Ministerie van Justitie en Veiligheid, maar er zijn geen financiële relaties met dit departement.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

 

Stichting Donorgegevens Kunstmatige Bevruchting (SDKB)

x

x

Sinds 2004 worden de gegevens van sperma- eicel- en embryodonoren landelijk geregistreerd. Beheer van deze gegevens en verstrekken deze op verzoek aan het donorkind, ouders of huisarts. Deze organisatie heeft geen financiële relatie met het Ministerie van Justitie en Veiligheid.

n.v.t.

n.v.t.

  

Kansspelautoriteit (Ksa)

x

x

De Ksa is een onafhankelijke toezichthouder. Zij reguleert het kansspelaanbod door het verlenen van kansspelvergunningen, houden van toezicht op de vergunninghouders, bestrijden van illegale kansspelen en het beschermen van consumenten tegen kansspelverslaving. Financiering van de kansspelautoriteit geschiedt via jaarlijkse heffingen en vergoedingen door vergunninghouders.

n.v.t.

n.v.t.

Evaluatie-kansspelautoriteit

2022

Het Keurmerkinstituut BV

 

x

Aangewezen als certificatie-instelling voor jeugdbescherming en jeugdreclassering In het kader van de decentralisatie van de jeugdzorg zijn de gemeenten per 1 januari 2015 verantwoordelijk geworden voor jeugdzorg, JeugdzorgPlus, jeugdbescherming en jeugdreclassering, jeugd-GGz en jeugd-LVB. De Jeugdwet schrijft voor dat een instelling die na 1 januari 2015 in opdracht van de gemeente de jeugdbescherming en jeugdreclassering uit wil voeren daartoe gecertificeerd moet zijn. De normen waaraan deze instellingen moeten voldoen zijn door het Ministerie van Justitie en Veiligheid in samenspraak met de VNG en het werkveld gezamenlijk geformuleerd in het Normenkader ten behoeve van certificering van uitvoerende organisaties in jeugdbescherming en/of jeugdreclassering (jb/jr). De richtlijnen voor de certificerende instelling zijn opgenomen in het Certificatieschema voor toetsing van het kwaliteitsmanagementsysteem van uitvoerende organisaties voor Jeugdbescherming en Jeugdreclassering. Het Ministerie van Justitie en Veiligheid is eigenaar van het Normenkader en het Certificatieschema. Deze organisatie heeft geen financiële relatie met het Ministerie van Justitie en Veiligheid.

n.v.t.

n.v.t.

  

Bijlage 2: Verdiepingshoofdstuk

In deze bijlage wordt per artikel de opbouw gegeven van de uitgaven en ontvangsten vanaf de stand van de ontwerpbegroting 2020 tot de stand van de ontwerpbegroting 2021. Onder de tabellen worden de mutaties toegelicht die politiek relevant of groter dan € 5 mln. zijn.

31. Politie

Tabel 84 Uitgaven beleidsartikel 31 (bedragen x € 1.000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Stand ontwerpbegroting 2020

6.264.396

6.147.212

6.034.697

6.043.782

6.029.951

6.161.951

Mutatie NvW 2020

7.000

16.000

21.000

25.000

25.000

25.000

Mutaties 1e suppletoire begroting 2020

180.739

172.419

289.425

170.415

170.019

41.798

       

Nieuwe mutaties:

      

RA-middelen: tranche 2021 politie

0

23.000

23.000

23.000

23.000

23.000

Incidentele middelen Botoc

29.086

0

0

0

0

0

Verdeling middelen grenzen en veiligheid

2.811

0

0

0

0

0

Diversen

‒ 748

6.992

6.992

6.992

8.070

10.070

       

Stand ontwerpbegroting 2021

6.483.284

6.365.623

6.375.114

6.269.189

6.256.040

6.261.819

RA-middelen: tranche 2021 politieDe Politie heeft bij het Regeerakkoord structureel extra middelen gekregen voor verschillende te nemen maatregelen. Deze middelen zijn in afwachting van bestedingsplannen gereserveerd op de Aanvullende Post van de rijksbegroting. De RA-middelen worden per tranche overgeboekt naar de begroting van JenV. Thans is vanaf het jaar 2021 structureel een bedrag van 23 mln. ontvangen vanuit de Aanvullende Post.

Incidentele middelen Botoc (Breed offensief tegen ondermijnende criminaliteit) Voor het brede offensief tegen georganiseerde ondermijnende criminaliteit zijn door het Kabinet extra middelen beschikbaar gesteld, waaronder een deel aan de politie. Zie voor verdere toelichting artikel 33.

Tabel 85 Ontvangsten beleidsartikel 31 (bedragen x € 1000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Stand ontwerpbegroting 2020

12.658

9.188

500

500

500

500

Mutaties 1e suppletoire begroting 2020

2.466

0

0

0

0

0

       
       

Stand ontwerpbegroting 2021

15.124

9.188

500

500

500

500

32. Rechtspleging en rechtsbijstand

Tabel 86 Uitgaven beleidsartikel 32 (bedragen x € 1000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Stand ontwerpbegroting 2020

1.552.858

1.559.814

1.561.331

1.571.441

1.553.366

1.521.203

Mutaties 1e suppletoire begroting 2020

80.605

80.068

36.566

29.078

37.742

39.404

       

Nieuwe mutaties:

      

Incidentele middelen vanuit Botoc naar ZM

1.125

0

0

0

0

0

Law delta zeeland

0

0

0

0

0

6.090

Diversen

‒ 1.042

‒ 747

‒ 12

‒ 998

‒ 1.001

‒ 398

       

Stand ontwerpbegroting 2021

1.633.546

1.639.135

1.597.885

1.599.521

1.590.107

1.566.299

Law delta ZeelandLaw Delta Zeeland tbv justitiële diensten en veiligheidsorganisaties. Hiervoor wordt meerjarig budget vrijgesteld voor een kenniscentrum over georganiseerde criminaliteit (ondermijning) en een hoog beveiligde zittingslocaties (rechtbank).

Tabel 87 Ontvangsten beleidsartikel 32 (bedragen x € 1000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Stand ontwerpbegroting 2020

168.850

176.954

230.355

226.120

226.120

226.120

Mutaties 1e suppletoire begroting 2020

12.000

13.000

‒ 39.000

‒ 36.000

‒ 38.000

‒ 40.000

       

Nieuwe mutaties:

      

Dekking Justid problematiek

3100

3100

3100

3100

3100

3100

Diversen

192

329

329

329

329

329

       

Stand ontwerpbegroting 2021

184.142

193.383

194.784

193.549

191.549

189.549

33. Veiligheid en criminaliteitsbestrijding

Tabel 88 Uitgaven beleidsartikel 33 (bedragen x € 1000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Stand ontwerpbegroting 2020

816.616

801.962

763.674

763.155

758.535

758.535

Mutatie NvW 2020

45.100

0

0

0

0

0

Mutatie amendement 2020

500

0

0

0

0

0

Mutaties 1e suppletoire begroting 2020

139.323

166.174

175.797

173.802

165.464

167.971

       

Nieuwe mutaties:

      

Uitstapprogramma's voor prostituees (naar GF)

0

‒ 4.000

‒ 3.000

‒ 3.000

‒ 3.000

‒ 3.000

Incidentele middelen Botoc

‒ 46.574

0

0

0

0

0

Kasschuif ondermijning en afpakken

‒ 23.350

12.150

11.200

0

0

0

Digitalisering werkprocessen strafrechtketen

0

45.100

46.000

0

0

0

Diversen

2.554

5.359

5.179

6.419

5.747

5.747

       

Stand ontwerpbegroting 2021

934.169

1.026.745

998.850

940.376

926.746

929.253

Incidentele middelen Botoc (Breed offensief tegen ondermijnende criminaliteit)

Het kabinet heeft de aanpak van de georganiseerde ondermijnende criminaliteit geïntensiveerd. Voor het brede offensief tegen georganiseerde ondermijnende criminaliteit is bij najaarsnota 2019 incidenteel 110 miljoen beschikbaar gesteld. Hiervan is 88 miljoen bestemd voor de kosten tot en met 2020 en 22 miljoen maakt onderdeel uit van de beschikbare 141 miljoen in 2021. Het bedrag van 88 miljoen zal worden besteed aan de kosten voor bewaken en beveiligen (circa 33 miljoen), het multidisciplinaire interventieteam (circa 22 miljoen), ondersteunende versterkingen (circa 18 miljoen) en preventieve en lokale aanpak (circa 16 miljoen).Een deel van de bovengenoemde middelen worden verstrekt aan diverse organisaties voor de aanpak van de georganiseerde ondermijnende criminaliteit, waaronder 29,1 miljoen aan de politie en 7,5 miljoen aan het Openbaar Ministerie.Mede door de Coronacrisis zal ook een deel van deze middelen (circa € 15 miljoen) door middel van een kasschuif worden overgeheveld naar 2021/2022.

Kasschuif ondermijning en afpakkenEen kasschuif in het kader van Ondermijning en Afpakken om het budget in overeenstemming te brengen met de uitgaven. Deze kasschuif heeft hoofdzakelijk te maken met het niet meer dit jaar kunnen realiseren van bepaalde projecten (met name door gemeenten) op het terrein van ondermijning en vertraging ten opzichte van de oorspronkelijke planning van ICT-trajecten.

Digitalisering werkprocessen strafrechtketenHet restant van de Regeerakkoordmiddelen voor de digitalisering van werkprocessen in de strafrechtketen die gereserveerd waren op de Aanvullende Post zijn bij augustusbrief overgeheveld naar de JenV-begroting. De middelen worden besteed aan verscheidende projecten met als doel om papier uit de keten te krijgen, de dienstverlening te verbeteren en te investeren in de kernsystemen.

Tabel 89 Ontvangsten beleidsartikel 33 (bedragen x € 1000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Stand ontwerpbegroting 2020

1.252.175

1.253.726

1.253.726

1.253.726

1.252.657

1.223.657

Mutaties 1e suppletoire begroting 2020

‒ 2.839

7.667

18.502

29.495

43.235

56.241

       

Nieuwe mutaties:

      

Tegenvaller boeten en transacties

‒ 147.000

0

0

0

0

0

Verlopen rijbewijzen en APK's

‒ 2.500

0

0

0

0

0

       

Stand ontwerpbegroting 2021

1.099.836

1.261.393

1.272.228

1.283.221

1.295.892

1.279.898

Tegenvaller boeten en transactiesDoor de coronamaatregelen is er minder verkeer op de weg. Hierdoor zijn minder verkeersboetes uitgedeeld. In totaal wordt een tegenvaller van 147 mln. in 2020 verwacht.

34. Straffen en Beschermen

Tabel 90 Uitgaven beleidsartikel 34 (bedragen x € 1000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Stand ontwerpbegroting 2020

2.755.868

2.729.450

2.611.272

2.614.657

2.621.396

2.606.896

Mutaties 1e suppletoire begroting 2020

193.676

232.325

356.952

351.124

349.985

346.510

       

Nieuwe mutaties:

      

Herschikking art. onderdelen n.a.v. ob 2020

7.780

9.195

10.274

10.283

10.100

0

Law delta zeeland

0

0

0

0

0

30.665

Justitiële Jeugdinrichting (JJI) Teylingereind

23.000

0

0

0

0

0

Diversen

372

3.103

2.723

2.933

‒ 1.023

‒ 1.023

       

Stand ontwerpbegroting 2021

2.980.696

2.974.073

2.981.221

2.978.997

2.980.458

2.983.048

Herschikking artikelonderdelen n.a.v. Ontwerpbegroting 2020 (OB)Naar aanleiding van de berekende kostprijzen in de OB 2020 dient er een herschikking over de artikelonderdelen te vinden. Zie ook artikel 37.

Law delta ZeelandLaw Delta Zeeland tbv justitiële diensten en veiligheidsorganisaties. Hiervoor wordt meerjarig budget vrijgesteld voor onder meer een Extra Beveiligde Inrichting (EBI).

Justitiële Jeugdinrichting (JJI) TeylingereindNaar aanleiding van de meest recente PMJ-ramingen (prognosemodel justitiële ketens) is besloten de oudbouw Teylingereind vooralsnog niet af te stoten maar voorlopig onderdeel te laten van de in stand te houden capaciteit. Derhalve is het daarvoor beschikbaar gestelde budget afstootkosten niet gebruikt en wordt conform de agentschapsregels teruggestort naar het moederdepartement. Ter dekking van de instandhoudingskosten en een eventueel alsnog te nemen afstootbesluit zijn deze gelden beschikbaar gesteld aan DJI door middel van een desaldering.

Tabel 91 Ontvangsten beleidsartikel 34 (bedragen x € 1000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Stand ontwerpbegroting 2020

87.635

87.683

97.980

97.980

97.980

97.980

Mutaties 1e suppletoire begroting 2020

‒ 3.861

‒ 3.934

‒ 14.176

‒ 14.191

‒ 14.201

‒ 14.168

       

Nieuwe mutaties:

      

Justitiële Jeugdinrichting (JJI) Teylingereind

23.000

0

0

0

0

0

       

Stand ontwerpbegroting 2021

106.774

83.749

83.804

83.789

83.779

83.812

Justitiële Jeugdinrichting (JJI) TeylingereindZie toelichting bij uitgaven.

36. Contraterrorisme en Nationaal Veiligheidsbeleid

Tabel 92 Uitgaven beleidsartikel 36 (bedragen x € 1000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Stand ontwerpbegroting 2020

266.427

269.285

269.229

269.260

268.860

268.860

Mutaties 1e suppletoire begroting 2020

232

4.337

4.410

4.410

4.410

4.410

       

Nieuwe mutaties:

      

Incidentele middelen Botoc

3.280

0

0

0

0

0

Diversen

‒ 391

‒ 24

‒ 24

‒ 24

‒ 30

‒ 30

       

Stand ontwerpbegroting 2021

269.548

273.598

273.615

273.646

273.240

273.240

Tabel 93 Ontvangsten beleidsartikel 36 (bedragen x € 1000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Stand ontwerpbegroting 2020

2.000

2.000

2.000

2.000

2.000

2.000

       
       

Stand ontwerpbegroting 2021

2.000

2.000

2.000

2.000

2.000

2.000

37. Migratie

Tabel 94 Uitgaven beleidsartikel 37 (bedragen x € 1000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Stand ontwerpbegroting 2020

1.236.560

1.146.659

1.078.831

1.050.699

1.035.541

1.035.541

Mutaties 1e suppletoire begroting 2020

285.029

306.758

143.421

131.217

109.756

109.804

       

Nieuwe mutaties:

      

Grenzen en Veiligheid

19.367

0

0

0

0

0

Herschikking art. onderdelen n.a.v. ob 2020

‒ 7.780

‒ 9.195

‒ 10.274

‒ 10.283

‒ 10.100

0

Kasschuif IND

40.000

‒ 40.000

0

0

0

0

Implementatie grenzen en veiligheid (naar Def.)

‒ 1.729

     

Verdeling middelen grenzen en veiligheid

‒ 4.103

     

Diversen

‒ 154

‒ 288

‒ 278

‒ 278

‒ 167

‒ 747

       

Stand ontwerpbegroting 2021

1.567.190

1.403.934

1.211.700

1.171.355

1.135.030

1.144.598

Grenzen en Veiligheid Voor het verhogen van de veiligheid van het Europese grondgebied heeft de Raad van de Europese Unie een aantal verordeningen op het gebied van Grenzen en Veiligheid vastgesteld. Implementatie van de verordeningen is juridisch noodzakelijk. Met deze mutatie worden de gereserveerde middelen toegekend voor uitvoering van het project ‘grenzen en veiligheid’

Herschikking artikelonderdelen n.a.v. Ontwerpbegroting 2020 (OB)Naar aanleiding van de berekende kostprijzen in de OB 2020 dient er een herschikking over de artikelonderdelen te vinden. Zie ook artikel 34.

Kasschuif IND (Immigratie -en Naturalisatiedienst)De kasschuif achterstanden IND hangt samen met de Taskforce die er op gericht is nog dit jaar de opgelopen achterstanden bij IND weg te werken. Hierdoor zal een deel van de eerder in 2021 verwachte productie verschuiven naar 2020. Om dit te bekostigen is een kasschuif gedaan van 2021 naar 2020 om het budget aan te sluiten met de uitgaven.

Tabel 95 Ontvangsten beleidsartikel 37 (bedragen x € 1000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Stand ontwerpbegroting 2020

3.000

3.000

3.000

3.000

3.000

3.000

Mutaties 1e suppletoire begroting 2020

53.341

1.991

0

0

0

0

       
       

Stand ontwerpbegroting 2021

56.341

4.991

3.000

3.000

3.000

3.000

91. Apparaatsuitgaven kerndepartement

Tabel 96 Uitgaven niet-beleidsartikel 91 (bedragen x € 1000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Stand ontwerpbegroting 2020

448.044

448.781

448.370

449.604

449.312

450.597

Mutaties 1e suppletoire begroting 2020

41.854

16.751

17.237

13.351

13.388

13.318

       

Nieuwe mutaties:

      

Incidentele middelen Botoc

5.380

0

0

0

0

0

Diversen

11.177

6.351

5.904

5.154

4.708

3.629

       

Stand ontwerpbegroting 2021

506.455

471.883

471.511

468.109

467.408

467.544

Incidentele middelen Botoc (Breed offensief tegen ondermijnende criminaliteit)

Voor het brede offensief tegen georganiseerde ondermijnende criminaliteit zijn door het Kabinet extra middelen beschikbaar gesteld, waaronder een deel voor organisaties binnen dit artikel (o.a. RIEC’s en LIEC). Zie voor verdere toelichting artikel 33.

Tabel 97 Ontvangsten niet-beleidsartikel 91 (bedragen x € 1000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Stand ontwerpbegroting 2020

20.125

19.406

19.406

19.406

19.406

19.406

Mutaties 1e suppletoire begroting 2020

350

0

0

0

0

0

       
       

Stand ontwerpbegroting 2021

20.475

19.406

19.406

19.406

19.406

19.406

92. Nog onverdeeld

Tabel 98 Uitgaven niet-beleidsartikel 92 (bedragen x € 1000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Stand ontwerpbegroting 2020

32.402

4.861

‒ 3.906

‒ 28.882

7.701

193.705

Mutaties 1e suppletoire begroting 2020

56.228

15.235

33.735

81.703

‒ 23.956

‒ 97.395

       

Nieuwe mutaties:

      

Grenzen en Veiligheid

‒ 19.367

0

0

0

0

0

Kasschuif tbv ondermijning

‒ 53.940

3.723

12.226

12.226

12.226

13.539

Corona gerelateerde kosten

60.000

40.000

0

0

0

0

Diversen

‒ 2.534

‒ 11.231

‒ 9.256

‒ 12.272

‒ 8.528

‒ 10.052

       

Stand ontwerpbegroting 2021

72.789

52.588

32.799

52.775

‒ 12.557

99.797

Artikel 92 is een doorverdeelartikel en alle relevante mutaties worden bij de betreffende artikelen of bij de tabel belangrijkste mutaties toegelicht.

Kasschuif tbv ondermijningDe specifieke dekking voor ondermijning bij Voorjaarsnota bevatte onder andere een compenserende kasschuif om de kasuitgaven per jaar ongewijzigd te laten. Deze kasschuif wordt nu ongedaaan gemaakt. Dit houdt in dat het begrotingsbedrag van JenV in 2020 wordt verlaagd en voor de latere jaren wordt verhoogd. Dit is niet van invloed op het kasritme van de ondermijningsmiddelen.

Corona gerelateerde kostenIn verband met extra uitgaven en gederfde ontvangsten door COVID-19 is in 2020 € 60 mln. en in 2021 € 40 mln. beschikbaar gesteld. Als gevolg van de genomen corona maatregelen maakt JenV kosten voor personele bescherming, om primaire processen corona-proof te maken en om achterstanden binnen de strafrechtketen weg te werken. Daarnaast worden er door de coronamaatregelen lagere ontvangsten voorzien bij de griffierechten en de administratiekosten CJIB. ↵ De beschikbare middelen zijn overgemaakt naar artikel 92 en worden bij tweede suppletoire begroting 2020 en eerste suppletoire begroting 2021 nader verdeeld. In het voorjaar 2021 wordt tevens bezien hoe de COVID-19 gerelateerde uitgaven en ontvangsten zich in 2021 en verder zullen gaan ontwikkelen.

Tabel 99 Ontvangsten niet-beleidsartikel 92 (bedragen x € 1000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Stand ontwerpbegroting 2020

0

0

0

0

0

0

       
       

Stand ontwerpbegroting 2021

0

0

0

0

0

0

93. Geheim

Tabel 100 Uitgaven niet-beleidsartikel 93 (bedragen x € 1000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Stand ontwerpbegroting 2020

3.048

3.054

3.053

3.054

3.054

3.054

       
       

Stand ontwerpbegroting 2021

3.048

3.054

3.053

3.054

3.054

3.054

Tabel 101 Ontvangsten niet-beleidsartikel 93 (bedragen x € 1000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Stand ontwerpbegroting 2020

0

0

0

0

0

0

       
       

Stand ontwerpbegroting 2021

0

0

0

0

0

0

Bijlage 3: Moties en toezeggingen

Tabel 102 Door de Staten-Generaal aanvaarde moties die zijn afgerond

Indiener(s)

Kamerstuknr

Omschrijving/onderwerp

Voortgangsinformatie parlement

Toorenburg, M.M. (CDA)

34 000 VI, nr. 83

Motie over vijf jaar lang jaarlijks gesprek minister-kerkelijke autoriteiten over voortgang en naleving motie en terugkoppeling aan de TK

De minister heeft toegezegd 5 jaar lang, jaarlijks de Kamer te informeren over de stand van zaken. De TK is op 15 juni 2020 geinformeerd (35300, VI nr. 131)

Segers, G.J.M. (Chr. Unie)

34 550 VI, nr. 65

motie over onderzoek door het WODC naar inpasbaarheid, en kosten/baten van elementen van de Belgische/Franse vrederechter in het Nederlands rechtsbestel

Afgedaan met: Uitgaande brief [09-09-2019] - TK Aanbieding onderzoek «Naar een nabijheidsrechter» (29279, nr. 535).

Kuiken, A.H. (PvdA), Buitenweg, K.M. (Groen links)

34 775 VI, nr. 69

Motie over de bejegening van zedenslachtoffers

Afgedaan met: Uitgaande brief [23-06-2020] - TK Reactie inspectierapport bejegening (34843, nr. 42)

Nispen, M. van (SP), Buitenweg, K.M. (Groen links)

24 587, nr. 712

Motie over de overdracht vanuit detentie aan GGZ-instellingen

Afgedaan met: Uitgaande brief [24-06-2020] - TK Voortgangsbrief forensische zorg (33628, nr. 76)

Toorenburg, M.M. (CDA)

28 719, nr. 101

Motie over het elders vestigen van ex-gedetineerden

Afgedaan met: Uitgaande brief [11-07-2019] - TK Eerste voortgangsbrief Visie Recht doen, kansen bieden (29279, nr. 532)

Nispen, M. van (SP)

28 719, nr. 105

Motie over samenwerkingsafspraken over de basisvoorwaarden

Afgedaan met: Uitgaande brief [11-07-2019] - TK Eerste voortgangsbrief Visie Recht doen, kansen bieden (29279, nr. 532)

Kuiken, A.H. (PvdA)

29 911, nr 184

Motie over informatie uit Bibob-onderzoeken

Afgedaan met: Uitgaande brief [03-07-2019] - TK Uitkomsten van de verkenning naar een tweede tranche van wetgeving Bibob (31109, nr. 27)

Nispen, M. van (SP), Buitenweg, K.M. (Groen links)

29 270, nr. 137

Motie over terugdringing van wachtrijen bij de reclassering

Afgedaan met: Uitgaande brief [01-07-2019] - TK Toezegging wachtrijen reclassering en inzet vrijwilligers (29270, nr. 140)

Dik-Faber, R.K. (Chr. Unie), Boer, M.G.W. den (D66)

28 684, nr. 531

Motie over een onafhankelijke evaluatie van de effecten van maatregelen voor een veiliger jaarwisseling

Afgedaan met: Uitgaande brief [12-07-2019] - TK Evaluatie maatregelen jaarwisseling (28684, nr. 577).

Nispen, M. van (SP)

33 836, nr. 27

Motie ingediend over ouders dwingen om zich aan omgangsregelingen te houden;

Afgedaan met: Uitgaande brief [01-07-2019] - TK Voortgangsrapportage Scheiden zonder Schade (33836, nr. 44)

Graaf, S.J.F. van der (Chr. Unie)

33 836, nr. 30

Motie ingediend over het onder de aandacht brengen van de richtlijn over de omgangsregeling

Afgedaan met: Uitgaande brief [01-07-2019] - TK Voortgangsrapportage Scheiden zonder Schade (33836, nr. 44)

Dam, C.J.L. van (CDA)

29628, nr.810

over gezamenlijke werving en selectie door veiligheidsdiensten

Afgedaan met: Uitgaande brief [04-07-2019] - TK Halfjaarbericht politie (29628, nr. 825)

Toorenburg, M.M. (CDA)

24 587, nr. 732

Motie ingediend over de resultaten van de plaatsingsronde

Afgedaan met: Uitgaande brief [11-07-2019] - TK Eerste voortgangsbrief Visie Recht doen, kansen bieden (29279, nr. 532).

Dam, C.J.L. van (CDA), Boer, M.G.W. den (D66)

35 000 VI, nr. 44

Motie ingediend over landelijk beleid voor burgerinitiatieven op het vlak van handhaving en opsporing

Afgedaan met: Uitgaande brief [16-12-2019] - TK Halfjaarbericht politie najaar 2019 (29628, nr. 919)

Dam, C.J.L. van (CDA)

35 000 VI, nr. 45

Motie ingediend over extra capaciteit voor de wijk daadwerkelijk gebruiken voor de basisteams

Afgedaan met: Uitgaande brief [04-07-2019] - TK Halfjaarbericht politie (29628, nr. 825)

Groothuizen, M. (D66)

35 000 VI, nr. 59 (gewijzigd)

Motie ingediend over een jaarlijkse rapportage over migratie

Afgedaan met: Uitgaande brief [14-10-2019] - TK Voortgang integrale migratieagenda (19637, nr. 2535)

Boer, M.G.W. den (D66)

35 000 VI, nr. 62

Motie ingediend over een geactualiseerde strategische visie op de internationale politiesamenwerking

Afgedaan met: Uitgaande brief [04-07-2019] - TK Halfjaarbericht politie (29628, nr. 825)

Raak, A.A.G.M. van (SP)

29 517, nr. 150

Motie over gebiedsgerichte opkomsttijden

Afgedaan met: Uitgaande brief [15-10-2019] - TK Brandweer (29517, nr. 177)

Nispen, M. van (SP), Graaf, S.J.F. van der (Chr. Unie)

35 000 VI, nr. 64

Motie ingediend over een prominentere rol voor herstelrecht in het strafrecht

Afgedaan met: Uitgaande brief [08-01-2020] - TK Beleidskader herstelrechtvoorzieningen gedurende het strafproces (29279, nr. 560).

Toorenburg, M.M. (CDA), Oosten, F. van (VVD)

35 000 VI, nr. 35

Motie over maatregelen tegen jihadisten die volharden in hun ideeën

Afgedaan met: Uitgaande brief [11-09-2019] - TK Maatregelen die kunnen worden toegepast ten aanzien van veroordeelde terroristen (29754, nr. 523)

Dijk, J.J. van (SP), Ojik, B. van (Groen links)

35 000 VI, nr. 42

Motie over een andere financieringssystematiek voor de IND

Afgedaan met: Uitgaande brief [15-11-2019] - TK Voortgang Programma Flexibilisering Asielketen (19637, nr. 2634).

Dam, C.J.L. van (CDA)

35 000 VI, nr. 46

Motie ingediend over inzicht in de inzet van de politie op het vlak van verkeershandhaving

Afgedaan met: Uitgaande brief [04-07-2019] - TK Halfjaarbericht politie (29628, nr. 825)

Dam, C.J.L. van (CDA)

29 628, nr. 839

Motie over wijkagenten daadwerkelijk voor 80% in de wijk inzetten

Afgedaan met: Uitgaande brief [04-07-2019] - TK Halfjaarbericht politie (29628, nr. 825)

Dam, C.J.L. van (CDA)

29 628, nr. 840

moties over advies inwinnen bij de Raad van State over het democratisch toezicht

Afgedaan met: Uitgaande brief [14-11-2019] - TK Beleidsreactie voorlichting democratische controle van de Tweede Kamer op de besteding middelen politie (31865, nr. 160)

Krol, H. (50Plus)

29 628, nr. 841

Motie over het terugdringen van het ziekteverzuim onder agenten

Afgedaan met: Uitgaande brief [04-07-2019] - TK Halfjaarbericht politie (29628, nr. 825)

Buitenweg, K.M. (Groen links)

29 628, nr. 843 (gewijzigd)

over het weergeven van meerjarige doelstellingen

Afgedaan met: Uitgaande brief [04-07-2019] - TK Halfjaarbericht politie (29628, nr. 825)

Boer, B.G. de (VVD), Buitenweg, K.M. (Groen links)

29 628, nr. 844

Motie over de wervingsprocedure voor de Auditcommissie

Afgedaan met: Uitgaande brief [04-07-2019] - TK Halfjaarbericht politie (29628, nr. 825)

Boer, B.G. de (VVD)

29 628, nr. 845

Motie een gelijkwaardige informatiepositie voor alle burgemeesters

Afgedaan met: Uitgaande brief [03-07-2019] - TK Gezag en informatiepositie burgemeesters (29628, nr. 892)

Laan-Geselschap, A.J.M. (VVD)

29 628, nr. 846

Motie over boa's op meerdere terreinen handhavend laten optreden

Afgedaan met: Uitgaande brief [02-07-2019] - TK Stand van zaken verkenningen boa's (29628, nr. 893)

Bisschop, R. (SGP), Graaf, S.J.F. van der (Chr. Unie)

29 628, nr. 847

Motie over lokale keuzes en prioriteiten

Afgedaan met: Uitgaande brief [03-07-2019] - TK Gezag en informatiepositie burgemeesters (29628, nr. 892)

Bisschop, R. (SGP)

29 628, nr. 848

Motie over versterking van de politie op lokaal niveau

Afgedaan met: Uitgaande brief [03-07-2019] - TK Gezag en informatiepositie burgemeesters (29628, nr. 892)

Graaf, S.J.F. van der (Chr. Unie)

29 628, nr. 849 (gewijzigd)

Motie over de informatiepositie van burgemeesters

Afgedaan met: Uitgaande brief [03-07-2019] - TK Gezag en informatiepositie burgemeesters (29628, nr. 892)

Buitenweg, K.M. (Groen links)

31 753, nr.163

Motie over geen gevolgen verbinden aan het niet-naleven van het advies

Afgedaan met: Uitgaande brief [12-07-2019] - TK Voortgangsbrief Programma Rechtsbijstand (31753, nr. 177)

Buitenweg, K.M. (Groen links)

31 753, nr. 164

Motie over pilots over doelstellingen en financiële gevolgen voorzien van een toelichting

Afgedaan met: Uitgaande brief [12-07-2019] - TK Voortgangsbrief Programma Rechtsbijstand (31753, nr. 177)

Kuiken, A.H. (PvdA)

31 753, nr. 168

Motie over conflicten met burgers oplossen zonder onnodige juridisering

Afgedaan met: Uitgaande brief [12-07-2019] - TK Voortgangsbrief Programma Rechtsbijstand (31753, nr. 177)

Graaf, M. de (PVV)

31 753, nr. 169

Motie over rekening houden met verschillen in doenvermogen

Afgedaan met: Uitgaande brief [19-12-2019] - TK Tweede voortgangsrapportage stelselherziening rechtsbijstand (31753, nr. 190)

Groothuizen, M. (D66)

31 753, nr. 170

Motie over per departement evalueren van beleidskeuzes

Afgedaan met: Uitgaande brief [12-07-2019] - TK Voortgangsbrief Programma Rechtsbijstand (31753, nr. 177)

Groothuizen, M. (D66)

31 753, nr. 171

Motie over onderbouwen van nieuwe regelgeving voor de financieringsbehoefte van het stelsel

Afgedaan met: Uitgaande brief [12-07-2019] - TK Voortgangsbrief Programma Rechtsbijstand (31753, nr. 177)

Boer, M.G.W. den (D66)

29 517, nr. 161

Motie ingediend over kennisverwerving door gemeenteraadsleden over crisisbeheersing, rampenbestrijding en veiligheidsregio’s

Afgedaan met: Uitgaande brief [18-02-2020] - TK Veiligheidsregio's (29517, nr. 189)

Boer, M.G.W. den (D66)

29 517, nr. 162

Motie ingediend over het opnemen van de grensoverschrijdende aanpak in regionale crisisplannen

Afgedaan met: Uitgaande brief [21-02-2020] - TK Voortgangsbrief Agenda risico- en crisisbeheersing (30821, nr. 102)

Groothuizen, M. (D66)

34 861, nr. 20

Motie ingediend over pleiten voor een juridische herbeoordeling van de PNR-richtlijn

Afgedaan met: Uitgaande brief [19-02-2020] - TK Uitvoering van de motie Groothuizen t.a.v. juridische herbeoordeling van de PNR Richtlijn (34861, nr. 23)

Buitenweg, K.M. (Groen links)

28 844, nr. 170 (gewijzigd)

Motie ingediend over het op oneigenlijke wijze beïnvloeden van onderzoek van het WODC

Afgedaan met: Uitgaande brief [21-01-2020] - TK Tweede voortgangsrapportage follow-up WODC-rapporten (28844, nr. 196)

Nispen, M. van (SP), Groothuizen, M. (D66)

28 844, nr. 171 (gewijzigd)

Motie ingediend over transparant zijn over de invloed van het ministerie op onafhankelijk onderzoek

Afgedaan met: Uitgaande brief [03-07-2019] - TK Eerste voortgangsrapportage follow-up WODC-rapporten (28844, nr. 185)

Staaij, C.G. van der (SGP), Bergkamp, V.A. (D66)

33 836, nr. 38 (gewijzigd)

over een verkenning naar de normering van feitenonderzoek

Afgedaan met: Uitgaande brief [29-04-2020] - TK Aanscherpen Rechtsgronden Jeugdbeschermingsketen (31839, nr. 724)

Kuiken, A.H. (PvdA), Gent, T. van (VVD)

33 836, nr. 40

Motie ingediend over verbetering van de berekeningssystematiek voor kinderalimentatie

Afgedaan met: Uitgaande brief [05-12-2019] - TK Voortgang adoptie en ouderschap (33836, nr. 47).

Backer, mr. J.P. (D66)

34775 VI

Motie over een visie op de toekomst van de rechterlijke macht

Afgedaan met: Uitgaande brief [17-09-2019] - EK Opgaven voor een sterke rechtspraak (29279, nr. 537)

Backer, mr. J.P. (D66)

34775 VI

Motie over Staat van de Rechtsstaat over gefinancierde rechtsbijstand (EK 34.775 VI, AO)

Afgedaan met: Uitgaande brief [12-07-2019] - TK Voortgangsbrief Programma Rechtsbijstand (31753, nr. 177)

Bijsterveld, S.C. van (CDA)

34775 VI

Motie over financiering van de rechtspraak

Afgedaan met: Uitgaande brief [17-09-2019] - EK Opgaven voor een sterke rechtspraak (29279, nr. 537)

Peters, W.P.H.J. (CDA)

34 354

Motie over uitvoering en evaluatie Participatiewet

Afgedaan met: Uitgaande brief [11-07-2019] - TK Eerste voortgangsbrief Visie Recht doen, kansen bieden (29279, nr. 532)

Kuiken, A.H. (PvdA), Rog, M.R.J. (CDA)

29614, nr. 119

Onderstaande motie is aangenomen. In het stenogram van het debat staat dat Minister Grapperhaus het volgende heeft gezegd. De Tweede Kamer verzoekt de regering te onderzoeken of de Bibob-wetgeving en/of de Gemeentewet kunnen worden aangepast om te bewerkstelligen dat ook onderwijsinstellingen, waarover informatie voorhanden is dat de nationale veiligheid wordt bedreigd dan wel de democratische rechtsorde, kunnen worden gesloten

Afgedaan met: Uitgaande brief [04-06-2020] - TK Motie Rog en Kuiken inzake onderwijstoezicht, Wet Bibob en de Gemeentewet (35152, nr. 9)

Staaij, C.G. van der (SGP)

33 628, nr. 47

Motie ingediend over uitwisselen van informatie over delicten en risico’s zonder hinder van een beroep op privacy van de dader

Afgedaan met: Uitgaande brief [24-06-2020] - TK Voortgangsbrief forensische zorg (33628, nr. 76)

Wijngaarden, J. van (VVD)

33 628, nr. 48

Motie ingediend over mogelijk maken dat gedetineerden alsnog tbs of andere vrijheidsbeperkingen kunnen worden opgelegd

Afgedaan met: Uitgaande brief [24-06-2020] - TK Voortgangsbrief forensische zorg (33628, nr. 76)

Wijngaarden, J. van (VVD)

33 628, nr. 49

Motie ingediend over maatregelen om veroordeelden met gemaximeerde tbs ook na afloop van tbs maximaal vrijheden te ontnemen

Afgedaan met: Uitgaande brief [24-06-2020] - TK Voortgangsbrief forensische zorg (33628, nr. 76)

Krol, H. (50Plus)

33 628, nr. 51

Motie ingediend over invoeren van een rode vlag

Afgedaan met: Uitgaande brief [24-06-2020] - TK Voortgangsbrief forensische zorg (33628, nr. 76)

Dam, C.J.L. van (CDA)

29 911, nr. 233

Motie ingediend over een periodieke audit van de werkinstructie

Afgedaan met: Uitgaande brief [09-10-2019] - TK Beleidsreactie op Inspectieonderzoek naar de aanpak van de stalking door Bekir E. (29279, nr. 540)

Bergkamp, V.A. (D66), Boer, M.G.W. den (D66)

29 911, nr. 234

Motie ingediend over trainen van politieagenten ter bestrijding van stalking

Afgedaan met: Uitgaande brief [09-10-2019] - TK Beleidsreactie op Inspectieonderzoek naar de aanpak van de stalking door Bekir E. (29279, nr. 540)

Dam, C.J.L. van (CDA), Laan-Geselschap, A.J.M. (VVD)

29 911, nr. 230

Motie ingediend over een cofinancieringsregeling voor particulieren voor opruimkosten van drugsdumpingen

Afgedaan met: Uitgaande brief [04-07-2019] - TK Toezegging VAO 4 april t.a.v. financieringsregeling drugsafval (29911, nr. 247)

Wijngaarden, J. van (VVD)

29 911, nr. 242

Motie ingediend over alle Albanese inklimmers overdragen aan de Dienst Terugkeer en Vertrek

Afgedaan met: Uitgaande brief [15-11-2019] - TK Terugkeer van afgewezen asielzoekers (16637, nr. 2540)

Dijk, J.J. van (SP)

19 637, nr. 2479

Motie ingediend over overlastgevende asielzoekers niet belonen met gratis busvervoer

Afgedaan met: Uitgaande brief [01-07-2019] - TK Overlastgevende asielzoekers (19637, nr. 2510)

Toorenburg, M.M. (CDA)

19 637, nr. 2481

Motie ingediend over een stelselmatige daderaanpak voor overlastgevende asielzoekers

Afgedaan met: Uitgaande brief [18-12-2019] - TK Evaluatie EBTL-locaties en overlastgevende vreemdelingen (19637, nr. 2572)

Toorenburg, M.M. (CDA)

19 637, nr. 2482

Motie ingediend over de effecten van uitsluiting van de opvang

Afgedaan met: Uitgaande brief [18-12-2019] - TK Evaluatie EBTL-locaties en overlastgevende vreemdelingen (19637, nr. 2572)

Becker, B. (VVD)

19 637, nr. 2483

Motie ingediend over een verbod op straatintimidatie

Afgedaan met: Uitgaande brief [18-12-2019] - TK Evaluatie EBTL-locaties en overlastgevende vreemdelingen (19637, nr. 2572)

Becker, B. (VVD)

19 637, nr. 2484

Motie ingediend versobering van ebtl-locaties

Afgedaan met: Uitgaande brief [18-12-2019] - TK Evaluatie EBTL-locaties en overlastgevende vreemdelingen (19637, nr. 2572)

Voordewind, J.S. (Chr. Unie)

19 637, nr. 2489

Motie ingediend over de mogelijkheden tot voorarrest wanneer asielzoekers een misdrijf plegen

Afgedaan met: Uitgaande brief [01-07-2019] - TK Overlastgevende asielzoekers (19637, nr. 2510)

Dam, C.J.L. van (CDA), Groothuizen, M. (D66), Graaf, S.J.F. van der (Chr. Unie)

31753, nr. 172

VAO over een goede verstandhouding met betrokkenen partijen rechtsbijstand

Afgedaan met: Uitgaande brief [12-07-2019] - TK Voortgangsbrief Programma Rechtsbijstand (31753, nr. 177)

Toorenburg, M.M. (CDA), Wijngaarden, J. van (VVD)

35 000 VI, nr. 108

Motie ingediend over onderzoeken of in het buitenland gesloten kindhuwelijken in Nederland niet erkend kunnen worden

Afgedaan met: Uitgaande brief [05-12-2019] - TK Voortgang adoptie en ouderschap (33836, nr. 47)

Groothuizen, M. (D66)

29 279, nr. 506

Motie ingediend over evaluatie van het verbeterprogramma

Afgedaan met: Uitgaande brief [29-06-2020] - TK Aanbieding tweemeting OM-Strafbeschikking (29279, nr. 606)

Dam, C.J.L. van (CDA)

29 279, nr. 512

Motie ingediend over verzetschriften binnen één maand voor de rechter brengen

Afgedaan met: Uitgaande brief [16-12-2019] - TK ZSM-rechtsbijstand en Zorgvuldige en maatschappelijk effectieve strafrechtelijke interventies (29279, nr. 558)

Nispen, M. van (SP), Buitenweg, K.M. (Groen links)

29 279, nr. 513

Motie ingediend over de strafbeschikkingsbrief duidelijker formuleren

Afgedaan met: Uitgaande brief [29-06-2020] - TK Aanbieding tweemeting OM-Strafbeschikking (29279, nr. 606)

Toorenburg, M.M. (CDA), Laan-Geselschap, A.J.M. (VVD)

29754 nr. 497

Motie over het beoordelen van de dossiers van alle uitreizigers op mogelijkheid tot intrekking van het Nederlanderschap.

Afgedaan met: Uitgaande brief [15-07-2019] - TK Uitvoering motie van de leden Laan-Geselschap en Van Toorenburg over de intrekking van het Nederlanderschap (29754, nr. 520)

Westerveld, E.M. (Groen links)

28 345, nr. 215

Motie ingediend over onderzoek naar oplossingen voor het probleem van ouderverstoting

Afgedaan met: Uitgaande brief [01-07-2019] - TK Voortgangsrapportage Scheiden zonder Schade (33836, nr. 44)

Wijngaarden, J. van (VVD), Groothuizen, M. (D66)

35 080, nr. 17

Motie ingediend over erkenning voor mensen die hulpverleners helpen

Afgedaan met: Uitgaande brief [16-12-2019] - TK Halfjaarbericht politie najaar 2019 (29628, nr. 919)

Toorenburg, M.M. (CDA), Wijngaarden, J. van (VVD)

35 080, nr. 18

Motie ingediend over over in kaart brengen van de aanpak van dierenextremisme

Afgedaan met: Uitgaande brief [31-10-2019] - TK Beantwoording motie Van Toorenburg en Van Wijngaarden (29754, nr. 527)

Özütok, N. (Groen links)

30 420, nr. 306 (gewijzigd)

Motie ingediend over beter borgen van de positie van Roze in Blauw

Afgedaan met: Uitgaande brief [04-07-2019] - TK Halfjaarbericht politie (29628, nr. 896)

Hul, K.A.E. van den (PvdA)

30 420, nr. 310

Motie ingediend over een leerlijn lhbti-discriminatie ontwikkelen

Afgedaan met: Uitgaande brief [04-07-2019] - TK Halfjaarbericht politie (29628, nr. 896)

Dam, C.J.L. van (CDA)

29 628, nr. 877

Motie ingediend over een onafhankelijke positie van het Meldpunt Misstanden

Afgedaan met: Uitgaande brief [16-12-2019] - TK Halfjaarbericht politie najaar 2019 (29628, nr. 919)

Nispen, M. van (SP), Wijngaarden, J. van (VVD)

35 122, nr. 22

Motie ingediend over toezicht op gedetineerden die waarschijnlijk een gevaar zijn voor de samenleving

Afgedaan met: Uitgaande brief [18-12-2019] - TK Stand van zaken moties wet straffen en beschermen (35122, nr. 37)

Toorenburg, M.M. (CDA), Nispen, M. van (SP)

35 122, nr. 23

Motie ingediend over arbeid aanbieden aan alle gedetineerden

Afgedaan met: Uitgaande brief [18-12-2019] - TK Stand van zaken moties wet straffen en beschermen (35122, nr. 37)

Toorenburg, M.M. (CDA)

35 122, nr. 25 (gewijzigd)

Motie ingediend over een zelfstandig woonverbod voor daders van zware gewelds- en zedenmisdrijven

Afgedaan met: Uitgaande brief [18-11-2019] - TK Zelfstandig woonverbod (33552, nr. 59)

Kuiken, A.H. (PvdA), Groothuizen, M. (D66)

35 122, nr. 26

Motie ingediend over langdurend re-integratieverlof bij gevangenisstraffen van zes jaar of meer

Afgedaan met: Uitgaande brief [18-12-2019] - TK Stand van zaken moties wet straffen en beschermen (35122, nr. 37)

Kuiken, A.H. (PvdA), Wijngaarden, J. van (VVD)

35 122, nr. 27

Motie ingediend over bevorderen van toepassing van de GVM

Afgedaan met: Uitgaande brief [18-12-2019] - TK Stand van zaken moties wet straffen en beschermen (35122, nr. 37)

Drost, N. (Chr. Unie)

35 122, nr. 28

Motie ingediend over een kader waarlangs de Wet straffen en beschermen zal worden geëvalueerd

Afgedaan met: Uitgaande brief [12-06-2020] - TK Voorgang naar aanleiding van onderzoeksrapport IJenV over dodelijk steekincident in Amsterdamse metro (25424, nr. 532)

Staaij, C.G. van der (SGP), Drost, N. (Chr. Unie)

35 122, nr. 29

Motie ingediend over betrekken van vrijwilligersorganisaties bij de uitvoering van het D&R-plan

Afgedaan met: Uitgaande brief [18-12-2019] - TK Stand van zaken moties wet straffen en beschermen (35122, nr. 37)

Nispen, M. van (SP)

35 200 VI

Motie ingediend over jaarverslag en slotwet

Afgedaan met: Uitgaande brief [03-07-2019] - TK Eerste voortgangsrapportage follow-up WODC-rapporten (28844, nr. 185)

Peters, W.P.H.J. (CDA), Raemakers, R. (D66)

24515, nr. 469

Noodstopprocedure Wahv-boetes

Afgedaan met: Uitgaande brief [04-02-2020] – TK Noodstopprocedure geldelijke sancties (24515, nr. 525)

Verhoeven, K. (D66), Dam, C.J.L. van (CDA)

32 761, nr. 137

Motie ingediend over het toezicht op de Big Five

Afgedaan met: Uitgaande brief [02-06-2020] - TK Moties op het terrein van gegevensbescherming (32761, nr. 163)

Buitenweg, K.M. (Groen links)

32 761, nr. 138

Motie ingediend over het voorkomen van indirecte discriminatie door besluitvorming via algoritmen

Afgedaan met: Uitgaande brief [02-06-2020] - TK Moties op het terrein van gegevensbescherming (32761, nr. 163)

Nispen, M. van (SP)

32 761, nr. 139

Motie ingediend over inzicht in de taakuitbreiding en groeiscenario's van de Autoriteit Persoonsgegevens

Afgedaan met: Uitgaande brief [16-09-2019] - TK Taken en budgetontwikkeling AP (32761, nr. 149)

Laan-Geselschap, A.J.M. (VVD)

30821, nr. 84

Motie ingediend over het niet uitfaseren van het WAS systeem per 1 januari 2021

Afgedaan met: Uitgaande brief [12-11-2019] - TK Uitfasering van het Waarschuwings- en Alarmeringssysteem (29517, nr. 179)

Sjoerdsma, S.W. (D66)

29 754, nr. 514

Motie ingediend over de capaciteit van het Team Internationale Misdrijven

Afgedaan met: Uitgaande brief [16-12-2019] - TK Halfjaarbericht politie najaar 2019 (29628, nr. 919)

Nispen, M. van (SP)

32 761, nr. 140

Motie ingediend over wifitracking

Afgedaan met: Uitgaande brief [02-06-2020] - TK Moties op het terrein van gegevensbescherming (32761, nr. 163)

Verhoeven, K. (D66), Laan-Geselschap, A.J.M. (VVD)

30821, nr. 85

Motie ingediend over het op kwetsbaarheden scannen van overheidssystemen in de vitale infrastructuur

Afgedaan met: Uitgaande brief [20-03-2020] - TK Kamerbrief evaluatie Citrix-problematiek en kabinetsreactie WRR-Rapport: Voorbereiden op digitale ontwrichting (26643, nr. 667)

Nispen, M. van (SP), Gent, T. van (VVD)

32 761, nr. 143

Motie ingediend over een beleidsregel voor duidelijkheid en rechtszekerheid bij standaardverwerkingen

Afgedaan met: Uitgaande brief [31-10-2019] - TK Voornemens met betrekking tot de UAVG en AVG (32761, nr. 151)

Nispen, M. van (SP)

35 200 VI, nr. 11

Motie ingediend over voorkomen van negatieve gevolgen van de WODC-affaire

Afgedaan met: Uitgaande brief [03-07-2019] - TK Eerste voortgangsrapportage follow-up WODC-rapporten (28844, nr. 185)

Fritsma, S.R. (PVV), Dijk, E. van (PVV)

19637, nr. 2513

Motie ingediend over zorg dragen dat de Sea-Watch 3 nooit meer onder de Nederlandse vlag migranten op kan halen voor de Noord-Afrikaanse kust

Afgedaan met: Uitgaande brief [19-11-2019] - TK Motie PVV over de Sea-Watch 3 (19637, nr. 2544)

Ojik, B. van (Groen links)

19637, nr. 2515

Moties ingediend over de opvang van migranten die door de Libische kustwacht terug worden geleid naar Libië

Afgedaan met: Uitgaande brief [22-08-2019] - TK Verslag van de informele JBZ-Raad op 18-19 juli 2019 te Helsinki (32317, nr. 568)

Ojik, B. van (Groen links)

19637, nr. 2516

Moties ingediend over vluchtelingen en migranten in detentiecentra rond Tripoli

Afgedaan met: Uitgaande brief [18-10-2019] - Antwoorden Kamervragen over de situatie op en rond de Middellandse Zee (2019D35707)

Toorenburg, M.M. (CDA)

19637, nr. 2518

Motie ingediend over de beoordeling van asielaanvragen van Jezidi's uit Irak

Afgedaan met: Uitgaande brief [03-07-2019] - Antwoorden Kamervragen over het bericht ‘IND stuurt yezidi’s terug naar kampen in Noord-Irak, VN ongerust’ (2019D29395)

Weverling, A. (VVD)

24095, nr. 482

Motie ingediend over de Kamer jaarlijks informeren over de voortgang van het samenwerkingsverband

Afgedaan met: Uitgaande brief [29-06-2020] - TK Beleidsreactie CSBN 2020 en voortgangsrapportage NCSA (26643, nr. 695)

Moorlag, W.J. (PvdA)

24095, nr. 485

Motie ingediend over onderzoek naar risico’s op de vaste netwerken

Afgedaan met: Uitgaande brief [29-06-2020] - TK Beleidsreactie CSBN 2020 en voortgangsrapportage NCSA (26643, nr. 695)

Buitenweg, K.M. (Groen links)

28638, nr. 169

Moties ingediend over intensiveren van de uitvoering van de aanbevelingen van het Actieplan Aanpak meisjesslachtoffers van loverboys/mensenhandel

Afgedaan met: Uitgaande brief [13-11-2019] - TK Voortgangsbrief programma Samen tegen mensenhandel (28638, nr. 176)

Segers, G.J.M. (Chr. Unie), Buitenweg, K.M. (Groen links)

28638, nr.172

Motie ingediend over een verkenning naar de toedracht van de recente stijging in aangiften mensenhandel

Afgedaan met: Uitgaande brief [01-07-2020] - TK Moties en toezeggingen op het gebied van mensenhandel (28638, nr. 183)

Koffeman, drs. N.K. (Partij voor de dieren), Schalk, P. (SGP),Dijk, D.J.H. van (SGP)

33 996

motie ingediend over kansspelen op afstand

Afgedaan met: Uitgaande brief [15-11-2019] - EK Reactie op aangenomen moties Wet kansspelen op afstand (2019Z22307)

Klaver, J.F. (Groen links)

35 300

Motie ingediend tijdens de APB 2019 over structureel 15 miljoen euro investeren in extra capaciteit van de zedenpolitie

Afgedaan met: Uitgaande brief [12-11-2019] - TK Brief over de behandeling van zedenzaken door de politie en de motie voor extra capaciteit zedenzaken (34843, nr. 37)

Segers, G.J.M. (Chr. Unie), Jetten, R.A.A. (D66)

35 300

Motie ingediend over tussentijdse maatregelen opdat de sociale advocatuur op niveau kan blijven functioneren

Afgedaan met: Uitgaande brief [15-11-2019] - TK tijdelijk extra middelen sociale advocatuur (31753, nr. 182)

Heerma, P.E. (CDA), Dijkhoff, K.H.D.M. (VVD)

35 300

Motie ingediend over inrichten van een interventieteam ondermijning

Afgedaan met: Uitgaande brief [18-10-2019] - TK Contouren breed offensief tegen georganiseerde ondermijnende criminaliteit (29911, nr. 254)

Segers, G.J.M. (Chr. Unie), Asscher, L.F. (PvdA)

35 300

Motie ingediend over structureel tien miljoen euro extra ten behoeve van de AVIM voor de bestrijding van mensenhandel en gedwongen prostitutie

Afgedaan met: Uitgaande brief [19-11-2019] - TK Opsporing en vervolging mensenhandel zaken (28638, nr. 177)

Krol, H. (50Plus)

24 077, nr. 431 (gewijzigd en nader gewijzigd)

Motie ingediend over een beloningssysteem voor het aangeven van drugscriminelen

Afgedaan met: Uitgaande brief [15-06-2020] - TK Tipgelden en beloningsgelden (29911, nr. 279)

Mulder, A. (VVD), Wijngaarden, J. van (VVD)

28 741, nr. 58

Motie over verbeterpunten voor de aanpak van jongvolwassenen

Afgedaan met: Uitgaande brief [20-12-2019] - TK Internationaal onderzoek strafmaat jeugd (28741, nr. 74)

Groothuizen, M. (D66), Boer, M.G.W. den (D66)

34 641, nr 17

Motie ingediend over onderzoek naar alle gevallen waarbij mensen te maken krijgen met politiegeweld

Afgedaan met: Uitgaande brief [18-12-2019] - TK Meldingsplicht ter hand nemen vuurwapen en uitvoering (34641, nr. 24)

Dam, C.J.L. van (CDA), Groothuizen, M. (D66)

34 641, nr. 18

Motie ingediend over een hoorrecht van betrokkenen burgers

Afgedaan met: Uitgaande brief [18-12-2019] - TK Meldingsplicht ter hand nemen vuurwapen en uitvoering (34641, nr. 24)

Dam, C.J.L. van (CDA), Groothuizen, M. (D66)

34 641, nr. 19

Motie ingediend over het door de minister benoemen van het externe lid in de commissie geweldsaanwending

Afgedaan met: Uitgaande brief [18-12-2019] - TK Meldingsplicht ter hand nemen vuurwapen en uitvoering (34641, nr. 24)

Toorenburg, M.M. (CDA), Becker, B. (VVD)

35 300 VI, nr. 36

Motie ingediend over de voortgang van de pilot-lvv's

Afgedaan met: Uitgaande brief [01-07-2020] - TK WODC-Rapport ‘Plan- en procesevaluatie Landelijke Vreemdelingenvoorzieningen’ (19637, nr. 2641)

Yesilgöz-Zegerius (VVD), Aartsen, T. (VVD)

35 300 VI, nr. 40

Motie ingediend over uitwisselen van informatie aan mkb'ers door mkb'ers

Afgedaan met: Uitgaande brief [04-06-2020] - TK Wijziging Uitvoeringswet AVG c.a.

Wijngaarden, J. van (VVD), Yesilgöz-Zegerius (VVD)

35 300 VI, nr. 41

Motie ingediend over instrumenten voor de aanpak van ondermijnende criminaliteit

Afgedaan met: Uitgaande brief [18-06-2020] - Tk Uitwerking breed offensief tegen georganiseerde ondermijnende criminaliteit (29911, nr. 281)

Toorenburg, M.M. (CDA), Yesilgöz-Zegerius (VVD)

35 300 VI, nr. 42

Motie ingediend over versterken van het bestrijden van ondermijnende criminaliteit voor de langere termijn

Afgedaan met: Uitgaande brief [18-06-2020] - Tk Uitwerking breed offensief tegen georganiseerde ondermijnende criminaliteit (29911, nr. 281)

Berge, N. van den (Groen links)

35 300 VI, nr. 43

Motie ingediend over onderzoek naar de instelling van een coördinator ondermijning

Afgedaan met: Uitgaande brief [18-06-2020] - Tk Uitwerking breed offensief tegen georganiseerde ondermijnende criminaliteit (29911, nr. 281)

Berge, N. van den (Groen links)

35 300 VI, nr. 44

Motie ingediend over een snelle reactie op de voorstellen van de politievakbonden

Afgedaan met: Uitgaande brief [17-12-2019] - TK Reactie op de voorstellen van de vakbonden en de maatregelen van de gezagen in diverse gemeenten (29628, nr. 920)

Berge, N. van den (Groen links)

35 300 VI, nr. 45

Motie ingediend over uitbreiding van de subsidie voor de LID

Afgedaan met: Uitgaande brief [16-12-2019] - TK Halfjaarbericht politie najaar 2019 (29628, nr. 919)

Toorenburg, M.M. (CDA)

35 300 VI, nr. 50

Motie ingediend over ondersteuning bij het opruimen van wrakken van immigrantenboten

Afgedaan met: Uitgaande brief [20-12-2019] - TK Verslag van de JBZ-Raad van 2-3 december 2019 (32317, nr. 581)

Kuiken, A.H. (PvdA), Dam, C.J.L. van (CDA)

35 300 VI, nr. 52

Motie ingediend over uitsplitsen van het hoofdstuk politie in aparte artikelen

Afgedaan met: Uitgaande brief [30-06-2020] - TK Invulling motie van de Leden Van Dam en Kuiken (31865, nr. 175)

Kuiken, A.H. (PvdA), Dijk, G.J. van (PvdA)

35 300 VI, nr. 60

Motie ingediend over een robuuste opvangvoorziening voor overlastgevende asielzoekers

Afgedaan met: Uitgaande brief [18-12-2019] - TK Evaluatie EBTL-locaties en overlastgevende vreemdelingen (19637, nr. 2572)

Kuiken, A.H. (PvdA)

35 300 VI, nr. 66

Motie ingediend over een wijkgerichte aanpak om met ondermijning samenhangende problemen te verkleinen

Afgedaan met: Uitgaande brief [18-06-2020] - Tk Uitwerking breed offensief tegen georganiseerde ondermijnende criminaliteit (29911, nr. 281)

Graaf, S.J.F. van der (Chr. Unie)

35 300 VI, nr. 68

Motie ingediend over een dossieranalyse uitvoeren naar de werkwijze inzake lhbti'ers

Afgedaan met: Uitgaande brief [24-03-2020] - TK Gesprekken over de werkinstructies bekeerlingen en LHBTI's (19637, nr. 2593)

Krol, H. (50Plus), Yesilgöz-Zegerius (VVD)

35 300 VI, nr. 70

Motie ingediend over instellen van een afpakfonds

Afgedaan met: Uitgaande brief [18-06-2020] - Tk Uitwerking breed offensief tegen georganiseerde ondermijnende criminaliteit (29911, nr. 281)

Arissen, F.M. (Partij voor de dieren)

35 300 VI, nr. 86

Motie ingediend over het behouden van oudere politieagenten

Afgedaan met: Uitgaande brief [17-12-2019] - TK Reactie op de voorstellen van de vakbonden en de maatregelen van de gezagen in diverse gemeenten (29628, nr. 920)

Staaij, C.G. van der (SGP), Bergkamp, V.A. (D66)

35 300 XVI, nr. 116

-de motie-Van der Staaij/Bergkamp over bezien hoe het feitenonderzoek en de rechterlijke toets in andere Europese landen zijn vormgegeven

Afgedaan met: Uitgaande brief [29-04-2020] - TK Aanscherpen Rechtsgronden Jeugdbeschermingsketen (31839, nr. 724)

Nispen, M. van (SP)

31 753, nr. 187

Motie ingediend over voorstellen voor de jonge aanwas van sociaal advocaten

Afgedaan met: Uitgaande brief [26-06-2020] - TK Midterm review en derde voortgangsrapportage stelselvernieuwing rechtsbijstand (31753, nr. 216)

Nispen, M. van (SP)

24 557, nr. 154

Motie ingediend over vergunningen voor betrouwbare, bonafide aanbieders van onlinekansspelen

Afgedaan met: Uitgaande brief [03-03-2020] - EK Besluit kansspelen op afstand (33996, nr. 76)

Nispen, M. van (SP)

24 557, nr. 155 (gewijzigd)

Motie ingediend over de wijze waarop meeropbrengsten van onlinekansspelen ten goede komen aan sport

Afgedaan met: Uitgaande brief [03-03-2020] - TK Reactie moties Tweede Kamer kansspelen en afdoening toezeggingen kansspelen (24557, nr. 168)

Nispen, M. van (SP)

24 557, nr. 156

Motie ingediend over het handhaven van de kansspelwetgeving door de Kansspelautoriteit.

Afgedaan met Uitgaande brief [29-06-2020] – TK Reactie op bericht ‘Verbied verslavende games voor minderjarigen' en afdoening toezeggingen motie kansspelen (24557, nr. 170)

Berge, N. van den (Groen links)

24 557, nr. 158

over aanvullende maatregelen ter bescherming van jongeren

Afgedaan met: Uitgaande brief [03-03-2020] - TK Reactie moties Tweede Kamer kansspelen en afdoening toezeggingen kansspelen (24557, nr. 168)

Graaf, M. de (PVV)

24 557, nr. 160