Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-201929628 nr. 889

29 628 Politie

Nr. 889 BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 1 juli 2019

Conform de in het Algemeen Overleg van 17 april 2019 (Kamerstuk 29 628, nr. 876) gedane toezegging informeer ik uw Kamer in deze brief over de ontwikkelingen op het gebied van ondersteuning en zorg voor medewerkers met een Posttraumatische Stressstoornis (hierna: PTSS) bij de politie.

Mentale zorglijn

In het plan van aanpak verzuim1 en in het Akkoord arbeidsvoorwaarden sector politie 2018–2020 is specifiek aandacht voor de zorg en ondersteuning van medewerkers met PTSS.

In dat kader is een specifieke zorglijn PTSS politie ingericht naast de reeds bestaande mentale zorglijn. Deze zorglijn wordt vormgegeven met en door vier op het gebied van PTSS kwalitatief hoogstaande zorgverlenende instanties.

Om de medewerker zoveel mogelijk te ontzorgen, meer kwaliteit, eenduidigheid en snelheid in de processen aan te brengen, wordt het huidige meldpunt PTSS doorontwikkeld naar een meldpunt voor beroepsziekten, beroepsincidenten en dienstongevallen. Dit meldpunt helpt medewerkers met het doorlopen van de verschillende processtappen, die nodig zijn voor de erkenning van een aandoening als beroepsziekte of beroepsincident en de toepassing van de rechtpositie in dat kader.

Het proces voor afhandeling van aanvragen voor erkenning en bijbehorende schadeafhandeling is doorgelicht en verbeterd. Daarnaast zijn de doorlooptijden voor declaraties van medische kosten verkort van gemiddeld 100 dagen naar 80 dagen en zijn de doorlooptijden van erkenningen gedaald van 175 dagen naar 144 dagen. Een aanvraag voor erkenning van de beroepsgerelateerdheid van PTSS wordt beoordeeld door de adviescommissie PTSS. Het bevoegd gezag besluit daarna of de PTSS als beroepsziekte wordt erkend. De politie heeft aan mij bevestigd dat vanaf 2013 er 2037 medewerkers een aanvraag hebben gedaan tot erkenning van PTSS. In 1576 van deze gevallen is de beroepsgerelateerdheid vastgesteld en heeft dit geleid tot erkenning. Van deze medewerkers met beroepsgerelateerde PTSS is 61% nog steeds in dienst bij de politie waarvan 46% volledig inzetbaar is.

In het verlengde hiervan is een plan van aanpak «stroomlijnen proces beroepszieken, beroepsincidenten en dienstongevallen» ontwikkeld. De besluitvorming rondom het plan bevindt zich in de afrondende fase. In het kader hiervan wordt een mandaatwijziging voorgesteld waarbij de toekenning van erkenning beroepsziekten, dienstongevallen, beroepsincidenten, rechtspositionele besluiten en restschade komt te liggen bij het diensthoofd HRM in plaats van de directe leidinggevende van de medewerker. Daarmee wordt onder meer de deskundigheid en éénduidigheid in de beoordeling en afhandeling van de dossiers vergroot.

Momenteel wordt een instrument ontwikkeld waarin wordt bijgehouden of en hoe vaak een medewerker betrokken is geweest bij geweld en ingrijpende incidenten. Wanneer een grenswaarde wordt overschreden wordt de leidinggevende geattendeerd op de wenselijkheid van het voeren van een gesprek met de medewerker om te bekijken of extra steun of ondersteuning nodig is. Hierdoor kan een eventuele disbalans worden voorkomen ofwel hersteld. De implementatie van dit instrument zal in 2020 gereed zijn.

Leidinggevenden worden getraind in het voeren van het goede gesprek en het waar nodig tijdig doorverwijzen naar adequate zorg of het treffen van andere voorzieningen. Daarnaast wordt voor de leidinggevenden een handreiking opgesteld, waarin praktische en concrete informatie over het zoveel mogelijk voorkomen van psychisch leed en opvang na ingrijpende gebeurtenissen geraadpleegd kan worden. Deze informatie zal ook voor medewerkers beschikbaar zijn. Indien politiemedewerkers betrokken zijn geweest bij ingrijpende incidenten worden zij na afloop ook direct benaderd door collega’s uit het Team Collegiale Ondersteuning (TCO). Ook kunnen medewerkers zelf het TCO inschakelen. Deze collega’s bieden de gelegenheid om in gesprek te gaan over het incident en kunnen waar nodig een advies tot doorverwijzing geven.

Eind 2018 is een bewustwordingscampagne gestart die medewerkers meer bewust maakt van hun eigen rol als het gaat om gezondheid, belastbaarheid en inzetbaarheid, door hen bekend te maken met de aanwezige instrumenten die zij kunnen gebruiken. Op intranet en het Korpsblad zijn achtergrondartikelen geplaatst om medewerkers ook bewust te maken van hun eigen verantwoordelijkheid. De medewerker kan vroegtijdig zicht krijgen op mogelijke eigen psychosociale problematiek door het gebruik van de Zelftest Mentale Fitheid. Deze zelftest is sinds januari 2019 voor alle medewerkers beschikbaar en de politie heeft mij laten weten dat deze test in het eerste kwartaal 6539 keer werd bezocht en 4524 keer is ingevuld. De test blijkt een goed instrument om de drempel naar andere ondersteuning te verlagen. Zo heeft het invullen van de zelftest regelmatig aangezet tot het aanvragen van een Mental Check-Up (MCU); een één op één gesprek met een psycholoog om de mentale weerbaarheid in kaart te brengen en te ondersteunen. De zelftest is een nieuwe aanvullende manier van eventuele toeleiding tot een MCU. Het merendeel van de MCU wordt structureel preventief aangeboden aan specifieke functiegroepen. De MCU is al enige tijd beschikbaar en in 2018 bij 3880 medewerkers ingezet.

Op het digitale Gezondheidsplein kunnen medewerkers informatie krijgen en vragen stellen over hun welzijn en gezondheid. Ook kunnen medewerkers een adviesgesprek aanvragen met een specialist uit het VGW-team in de eenheid. In de Arbocatalogus zijn de onderkende arbeids-risico’s, en de daarvoor genomen of te nemen beheermaatregelen die in het kader van veilig en gezond werken zijn ontwikkeld, inzichtelijk gemaakt voor de medewerkers en op elk moment digitaal te raadplegen. Naast de bestaande interne loketten van de Nationale Politie kunnen (oud) politiemedewerkers en hun thuisfront terecht bij het 24/7 Loket van Stichting de Basis voor hulpvragen en (na)zorg bij mentale problemen.

Bijzondere zorg

In de brief aan de Tweede Kamer van 2 juli 20152 is aan uw Kamer toegezegd de bijzondere zorgplicht van de korpschef op te nemen in de politierechtspositie. Over de hiervoor benodigde aanpassing van het Besluit algemene rechtspositie politie (hierna: Barp) is overeenstemming bereikt met de politievakorganisaties. Anticiperend op de borging van de bijzondere zorgplicht in het Barp is een Programma Bijzondere Zorg opgericht. De kick-off van het programma was op 16 mei jl. Het Programma Bijzondere Zorg richt zich onder andere op bijzondere zorg voor de politiemedewerker en zijn relaties voor hulpvragen en informatie over aandoeningen gerelateerd aan de politietaak, waaronder beroepsziekten en de gevolgen van dienstongevallen. Daarnaast wordt ingezet op het creatief herplaatsen en re-integratie. De oude werkplek is niet altijd het meest geschikt om in te re-integreren. Gestimuleerd wordt dat de leidinggevende samen met de medewerker kijkt naar een andere geschikte plek. De re-integratiecoach ondersteunt hierin. Onderzocht gaat worden welke andere vormen van re-integratie en herplaatsing mogelijk zijn. In Poortugaal en Zaanstad zijn bureaus ingericht voor politiemedewerkers alwaar zij in een prikkelarme omgeving kunnen re-integreren.

Afsluiting

Ik spreek regelmatig politiemedewerkers met PTSS. Iedere medewerker heeft zijn eigen verhaal. Er is één gemene deler: de ingrijpende gebeurtenis(sen) die zij hebben meegemaakt. Er is echter nooit sprake van één oorzaak. Het ontwikkelen van PTSS is afhankelijk van vele factoren en per persoon verschillend. Het kan door één incident of een opeenstapeling aan incidenten zijn ontstaan. Ik vind het belangrijk dat er aandacht is voor de medewerkers die deze incidenten meemaken en dat vroegtijdig gesignaleerd wordt dat een medewerker niet goed in zijn of haar vel zit. Deze medewerker moet vervolgens begeleid worden richting goede zorg, in het proces tot erkenning, schadeafwikkeling en re-integratie.

Ik blijf hierop toezien en ik vertrouw erop dat door uitwerking van bovengenoemde maatregelen een nog steviger kader voor zorg en begeleiding ontstaat voor deze medewerker.

De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus


X Noot
1

Kamerstuk 29 628, nr. 777.

X Noot
2

Kamerstuk 29 628, nr. 545.