Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-201933628 nr. 49

33 628 Forensische zorg

Nr. 49 MOTIE VAN HET LID VAN WIJNGAARDEN C.S.

Voorgesteld 3 april 2019

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat tbs op grond van artikel 38d van het Wetboek van Strafrecht in principe eindeloos kan worden verlengd;

van mening dat dit de veiligheid van de samenleving ten goede komt;

constaterende dat de rechter ook op grond van artikel 38e van het Wetboek van Strafrecht gemaximeerde tbs kan opleggen die niet eindeloos kan worden verlengd;

van mening dat dit de onwenselijke situatie kan veroorzaken dat de tbs-behandeling nog niet is afgerond maar de tbs toch moet worden beëindigd, ook indien er sprake is van een terugval in seksueel of agressief gedrag;

constaterende dat ook de Federatie Nabestaanden Geweldslachtoffers heeft opgeroepen dat maatregelen niet alleen juridisch en beleidsmatig bekend moeten zijn maar ook in de hoofden van de betrokken uitvoerders moeten belanden;

roept de regering op beter inzichtelijk te maken voor forensisch personeel welke maatregelen kunnen en moeten worden genomen om aan veroordeelden met gemaximeerde tbs ook na afloop van tbs maximaal vrijheden te ontnemen indien hun gedrag daar reden toe geeft,

en gaat over tot de orde van de dag.

Van Wijngaarden

Van Toorenburg

Drost

Van der Staaij