Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-201929628 nr. 825

29 628 Politie

Nr. 825 BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 16 november 2018

Hierbij doe ik uw Kamer het tweede halfjaarbericht politie van 2018 toekomen.

De fase waarin de politie zich bevindt, is een fase van doorontwikkeling en verbetering, volgend op de afronding van de eerste fase van vorming van de nationale politie. De afgelopen vijf jaar is intensief gewerkt aan de basisinrichting van de Nationale Politie. De afronding hiervan geeft ruimte om aan vernieuwing en verbetering van de politie te kunnen werken.1 De investeringen die door dit kabinet mogelijk zijn gemaakt, worden hier gericht op ingezet, opdat de politie ook in de toekomst de professionele, cruciale en gewaardeerde partner binnen het veiligheidsdomein blijft.2

In het op 1 november jl. ondertekende arbeidsvoorwaardenakkoord sector politie is afgesproken dat de korpsleiding en de politievakbonden als strategisch partners bouwen aan een betere politieorganisatie.3 Ook de Centrale Ondernemingsraad zal uiteraard zijn betrokken bij deze organisatieontwikeling, ieder vanuit zijn eigen rol en verantwoordelijkheid. Ik heb aan de voorzitters van de vakorganisaties toegezegd dat ik samen met de korpschef viermaandelijks met hen om tafel zal gaan om de voortgang van de uitvoering van het akkoord te bespreken. De politieorganisatie waar wij aan bouwen is een politieorganisatie die het politiewerk optimaal ondersteunt, goed voor haar mensen zorgt en zich kan aanpassen aan veranderende technologische en maatschappelijke ontwikkelingen.

Voor de doorontwikkeling en verbetering zijn in de afgelopen maanden de Ontwikkelagenda Gebiedsgebonden politie (GGP)4 en Ontwikkelagenda Opsporing opgesteld (zie ook bijlage I bij deze brief)5.

In navolging van de herijking, de aanbeveling van het rapport van André de Jong en de beleidsreactie op de aanbevelingen Kuijken staat bij de doorontwikkeling van de bedrijfsvoering van de politie het realiseren van een betere verbinding met de operatie voorop. Op deze manier wordt meer maatwerk en flexibiliteit richting teams en medewerkers mogelijk.

Door dit kabinet zijn extra middelen beschikbaar gesteld. Structureel wordt € 291 mln. in de politie geïnvesteerd, onder andere voor extra agenten, innovatie, en werkgeverschap. Een substantieel deel hiervan wordt ingezet voor de aanpak van cybercrime. Dit past in een wereld waar, in toenemende mate, gebruik wordt gemaakt van de nieuwe mogelijkheden die het internet biedt. Om hier goed op in te spelen en te borgen dat de politie op dit gebied toekomstbestendig blijft, worden de ICT-voorzieningen bij de politie doorontwikkeld. Dit gebeurt zowel in het kader van cybersecurity als cybercrime.

In aanvulling op het structurele bedrag van 291 mln., zijn incidentele middelen beschikbaar gesteld voor de politie om de inzetbaarheid te vergroten. Het doel hiervan is het verzachten van de effecten van de vervangingsopgave zoals eerder in deze brief aan bod kwam. Om de uitstroom en geleidelijke instroom van politiepersoneel te overbruggen is incidenteel € 58 mln. extra beschikbaar gesteld voor de politie om de inzetbaarheid op niveau te houden en flexibel in te kunnen zetten.6 Uit de middelen die voor 2018 nog op de aanvullende post staan, wordt hier € 33 mln. aan toegevoegd zodat het totaal op € 91 mln. komt. Deze € 91 mln. komt ten goede aan de inzetbaarheid van de bestaande politiecapaciteit, wat de komende jaren op lokaal niveau direct merkbaar zal zijn. Hierover informeerde ik u per separate brief van 12 november jl. (Kamerstuk 29 628, nr. 820).

Zoals eerder is gecommuniceerd naar uw Kamer wordt daarnaast de operationele sterkte van het korps structureel uitgebreid met 1.111 fte waarvan het grootste gedeelte naar de regionale eenheden gaat.7

De politie kent de aankomende jaren een groot verloop van met name pensioengerechtigde medewerkers.8 Daarom wordt in vervanging en uitbreiding geïnvesteerd. De politie gaat de komende jaren ruim 17.000 nieuwe mensen werven, selecteren en opleiden. Hiervoor is onder meer de capaciteit van de Politieacademie uitgebreid en worden slimme opleidingsroutes ontwikkeld. Ondanks al deze inspanning kan echter op korte termijn niet voorkomen worden dat er, juist door de uitstroom, extra druk ontstaat op de inzetbaarheid van de politie.

In het arbeidsvoorwaardenakkoord politie 2018–2020 (bijlage bij Kamerstuk 29 628, nr. 817) is onder meer afgesproken middelen beschikbaar te stellen voor flexibilisering en doorontwikkeling van het vakspecialistisch politieonderwijs, zodat de uitstroom van personeel de komende jaren kan worden opgevangen met nieuwe medewerkers, waarbij het vakmanschap gewaarborgd blijft. Daarnaast worden de mogelijkheden van de korpschef vergroot om te kunnen sturen op de daadwerkelijke vervangingsvraag binnen de eenheden, door de toebedeling van aspiranten flexibeler te maken.

In dit halfjaarbericht heb ik zoveel mogelijk samengebracht waarover uw Kamer anders in separate brieven zou zijn geïnformeerd.

Achtereenvolgens informeer ik u over de ontwikkelagenda opsporing, rechtshulpvoorziening Nederland, de ontwikkelingen op het gebied van ICT binnen de politie, ontwikkelingen ten aanzien van het politiepersoneel en de stand van zaken met betrekking tot enkele door mij gedane toezeggingen, aangenomen moties en mededelingen9.

De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus


X Noot
1

Kamerstuk 29 628, nr. 783

X Noot
2

Kamerstuk 29 628, nr. 784

X Noot
3

Kamerstuk 29 628, nr. 817

X Noot
4

Kamerstuk 29 628, nr. 799

X Noot
5

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
6

Kamerstuk 29 628, nr. 784.

X Noot
7

Kamerstuk 29 628, nr. 784.

X Noot
8

Kamerstuk 29 628, nr. 784.

X Noot
9

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl