Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-201929517 nr. 144

29 517 Veiligheidsregio’s

Nr. 144 BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 15 oktober 2018

Met deze brief informeer ik uw Kamer over de stand van zaken van de in het Algemeen Overleg Nationale Veiligheid, crisisbeheersing en brandweerzorg (hierna te noemen AO Nationale veiligheid) van 21 december 2017 gedane toezegging over de invulling van de evaluatie van de Wet veiligheidsregio’s (Wvr)1. Hierin staat tevens de door de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid op 11 oktober 2018 gevraagde informatie over de evaluatie van de Wvr. Tevens bericht ik over de komst van een nieuwe regeling NL-Alert, en geef ik de stand van zaken weer met betrekking tot het in het regeerakkoord aangekondigde programma om de inzet van vrijwilligers te bevorderen, zoals toegezegd in de antwoorden op de schriftelijke vragen gesteld door de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid over het Onderzoek brandweerstatistiek en beleving brandweerpersoneel2. Daarnaast informeer ik uw Kamer over mijn toezegging in de brief van 26 juli 20183 over de nadere uitwerking van de positie van het personeel veiligheidsregio’s en over het rapport Inrichting repressieve brandweerzorg van de Inspectie Justitie en Veiligheid4.

Evaluatie wet Veiligheidsregio’s

In het AO Nationale Veiligheid van 21 december 2017 heb ik toegezegd uw Kamer eind 2018 te informeren over de invulling van de evaluatie van de Wet veiligheidsregio’s (Wvr). Die evaluatie zal in 2019 plaatsvinden.

De Wvr is eind 2010 van kracht geworden en in 2012/2013 voor de eerste keer geëvalueerd. Op 22 november 2013 heeft de toenmalige Minister van Veiligheid en Justitie de beleidsreactie op het advies van de Evaluatiecommissie Wet veiligheidsregio’s (Wvr) en het stelsel van rampenbestrijding en crisisbeheersing en het wetsevaluatierapport van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum5 aan uw Kamer gezonden. In die beleidsreactie heeft hij aangekondigd de Wvr in 2019 te evalueren. Hij gaf daarbij aan dat dit een natuurlijk moment vormt, omdat de veiligheidsregio’s medio 2019 een tweede planvormingscyclus hebben doorlopen en de resultaten van de evaluatie van de Politiewet dan beschikbaar zijn.

De Wvr is voor tal van actoren relevant. Voor een goed evaluatietraject vind ik het dan ook belangrijk om bij de vormgeving van de evaluatie diverse betrokkenen in de gelegenheid te stellen voorstellen aan te dragen. Zo heb ik inmiddels het Veiligheidsberaad, het bestuur van het Instituut Fysieke Veiligheid (IFV), de Kring van de Commissarissen van de Koning, de Vereniging van Nederlandse gemeenten, de Politie, de Unie van Waterschappen, het College van procureurs-generaal, de Inspectie Justitie en Veiligheid, de Commissie vitale infrastructuur van VNO-NCW en betrokken ministeries gevraagd op de overkoepelende concept-evaluatieopdracht te reflecteren. Ook heb ik gevraagd mij suggesties aan te reiken voor evaluatiethema’s. Ik streef er naar eind 2018/begin 2019 de concept evaluatie-opdracht, inclusief de evaluatiethema’s gereed te hebben.

De evaluatie zal door een nog samen te stellen onafhankelijke commissie worden uitgevoerd. Het streven is de commissie medio 2019 te starten. In het kader van deze voorbereiding beraadt mijn ministerie zich over de opdrachtformulering voor de commissie. De voorgenomen overkoepelende concept-evaluatieopdracht luidt: «De commissie heeft tot taak de doeltreffendheid en de effecten van de Wet veiligheidsregio’s in de praktijk te onderzoeken, mede in het licht van actuele en toekomstige dreigingen, maatschappelijke ontwikkelingen en ontwikkelingen in de crisisbeheersing in het algemeen.»

De commissie wordt binnen de uiteindelijke overkoepelende opdracht gevraagd in ieder geval advies uit te brengen over een aantal nader te bepalen evaluatiethema’s. Hierbij streef ik naar een zekere beperking van het aantal thema’s, opdat de evaluatiecommissie focus bij de uitvoering van haar opdracht kan aanbrengen. De aspecten «samenwerking met ketenpartners» en «omvang van de veiligheidsregio’s» zullen conform mijn melding tijdens het AO Nationale Veiligheid van 21 december 2017 zeker een plek krijgen binnen de evaluatiethema’s. De in de Wvr, art. 75A, vermelde evaluatie van het Instituut Fysieke Veiligheid (IFV) maakt deel uit van deze evaluatie Wvr. Het IFV is immers een belangrijk onderdeel van het stelsel van de veiligheidsregio’s; bundeling van deze evaluaties ligt dan ook voor de hand.

De evaluatie-opdracht met thema’s wordt opgenomen in het Instellingsbesluit Commissie evaluatie Wet veiligheidsregio’s, dat conform de Kaderwet adviescolleges door de ministerraad wordt vastgesteld. Begin 2019 zal ik uw Kamer nader informeren over de dan voorliggende concept evaluatie-opdracht, inclusief de evaluatiethema’s.

Regeling alarmeringsdienst NL-Alert

Op korte termijn wordt de nieuwe regeling alarmeringsdienst NL-Alert in de Staatscourant gepubliceerd. De Staatssecretaris van EZK heeft de afgelopen tijd, in afstemming met mijn ministerie, aan deze nieuwe regeling gewerkt. Beoogd is de nieuwe regeling per 1 januari 2019 in werking te laten treden. Sinds 2014 is het Besluit aanwijzingen aanbieders inzake alarmeringsdienst NL-Alert6 (hierna: Aanwijzingsbesluit) van toepassing, op grond van artikel 14.1 van de Telecommunicatiewet. Hierdoor werden de mobiele telecomoperators verplicht om NL-Alertberichten op hun netwerken te distribueren. Tot die tijd golden contractuele afspraken tussen de Minister van Veiligheid en Justitie en de operators, op grond waarvan de kosten die de aanbieders maakten voor NL-Alert vergoed werden door mijn ministerie. Hoewel de nalevingskosten voor publiekrechtelijke verplichtingen in beginsel niet door de overheid vergoed worden, is destijds besloten om de benodigde investerings- en beheerkosten nog enige tijd te blijven vergoeden.

Het Aanwijzingsbesluit is geëvalueerd. Het Aanwijzingsbesluit was in veel opzichten een besluit in een overgangssituatie. De bedoelde overgangssituatie is voorbij. Om die reden komt het Aanwijzingsbesluit 2014 te vervallen. Ik heb de Staatssecretaris van EZK dan ook voorgesteld de compensatie van de kosten aan de operators met de nieuwe regeling te staken. Per 1 januari 2020, een jaar na ingang van de nieuwe regeling, komt een eind aan deze vergoedingen. Met deze periode hebben de aanbieders, na inwerkingtreding van deze regeling, nog een jaar om zich voor te bereiden op het vervallen van de compensatie. Het systeem werkt goed. De netwerken zijn volledig gereed gemaakt en onderhouden voor verzending van NL-Alert, en de aanbieders zijn hiervoor volledig gecompenseerd. De aanbieders maken (reguliere) beheerkosten en zullen op een gegeven moment wel vervangingsinvesteringen moeten doen die onder de nieuwe regeling niet vergoed zullen worden.

Programmaplan vrijwilligheid

Zoals aan uw Kamer gemeld in de antwoorden op de schriftelijke vragen gesteld door de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid over het Onderzoek brandweerstatistiek en beleving brandweerpersoneel heeft het kabinet in het regeerakkoord een incidentele reeks opgenomen van € 1 mln. per jaar om de inzet van vrijwilligers bij de politie en brandweer te bevorderen (Kamerstuk 29 517, nr. 141).

In opdracht van het Veiligheidsberaad heeft de Raad van Brandweercommandanten in afstemming met mijn ministerie, de Vakvereniging voor Brandweervrijwilligers en het Instituut Fysieke Veiligheid een programmaplan vrijwilligheid opgesteld om hier invulling aan te geven. Op 8 oktober 2018 heeft het Veiligheidsberaad dit programmaplan vrijwilligheid vastgesteld. Als bijlage bij deze brief treft u het programmaplan vrijwilligheid aan7.

Uitgangspunt van het programma is het behoud van vrijwilligheid bij de brandweer in Nederland, vanuit het belang van maatschappelijke verankering van de brandweerzorg. Daarbij is onderscheid gemaakt tussen een korte en een (middel)lange termijn. Voor de korte termijn betreft het plan de doorontwikkeling van het huidige stelsel, waarbij een impuls wordt gegeven aan brandweervrijwilligheid om tot een betere inzet van vrijwilligers bij de brandweer te komen. Voor de lange termijn staat een ontwikkeling voor ogen naar een toekomstgerichte brandweer met vrijwilligheid.

Voorbeelden van in het programmaplan opgenomen trajecten zijn een makelaarsfunctie rondom vrijwilligheid, ondersteuning bij werving nieuwe vrijwilligers en «lessons learned» ten aanzien van vrijwilligheid bij andere sectoren. In Europees verband zal er een «exchange of experts» worden georganiseerd waarbij Europese oplossingen en ideeën worden verzameld op het gebied van vrijwilligheid bij de brandweer.

Over het thema vrijwilligheid kan ik verder berichten dat het Veiligheidsberaad heeft besloten om het één van de vier thema’s te maken voor een bestuurlijke verdiepingsslag van het Onderzoek brandweerstatistiek en beleving brandweerpersoneel. De andere drie thema’s zijn, betrokkenheid personeel, opkomsttijden en brandweerstatistiek. Het thema vrijwilligheid is tevens toegevoegd aan de strategische agenda van het Veiligheidsberaad, waarmee het belang van dit thema wordt onderstreept.

Rechtspositie personeel veiligheidsregio’s

In mijn brief van 26 juli jl. over de nadere uitwerking van de positie van het personeel veiligheidsregio’s gaf ik aan uw Kamer in het najaar van 2018 nader te informeren (Kamerstuk 32 550, nr. 63). Zoals eerder gemeld vindt er een extra toets plaats op de rechtspositie van de brandweervrijwilligers. Hierin wordt onderzocht of elementen in de rechtspositie van brandweervrijwilligers strijdig zijn met Europese- en internationale regelgeving. Op dit moment ben ik in afwachting van de definitieve aanbevelingen en conclusies. Zodra het advies gereed is en ik dit met de andere opdrachtgevers heb afgestemd, zal ik uw Kamer nader informeren. Ik verwacht dat dat tegen het einde van het jaar zal zijn.

Inspectierapport Inrichting repressieve brandweerzorg

Op 23 mei 2018 heb ik het rapport «Inrichting repressieve brandweerzorg» van de Inspectie Justitie en Veiligheid (Inspectie JenV) met mijn reactie aangeboden aan uw Kamer (Kamerstuk 29 517, nr. 142). Gelijktijdig zijn de voorzitters van de veiligheidsregio’s geïnformeerd over de resultaten en de vervolgstappen van het rapport van de Inspectie JenV. Daarbij heb ik de veiligheidsregio’s verzocht aan de slag te gaan met de aanbevelingen. In lijn met mijn reactie aan uw Kamer op het rapport heb ik op 8 oktober jl. tijdens het Veiligheidsberaad de voorzitters veiligheidsregio’s gewezen op het belang van bestuurlijke betrokkenheid bij het monitoren en eventueel bijstellen van het dekkingsplan (opkomsttijden).

Op 28 augustus jl. heeft de Inspectie JenV de besturen van de veiligheidsregio’s verzocht om aan te geven hoe de aanbevelingen zijn opgepakt, welke voortgang is geboekt en de inspectie hierover voor 1 november a.s. te informeren.

De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus


X Noot
1

Kamerstuk 29 517, nr. 137.

X Noot
2

Kamerstuk 29 517, nr. 141.

X Noot
3

Kamerstuk 32 550, nr. 63.

X Noot
4

Kamerstuk 29 517, nr. 142.

X Noot
5

Kamerstuk 29 517, nr. 76.

X Noot
7

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl.