Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202019637 nr. 2547

19 637 Vreemdelingenbeleid

Nr. 2547 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 6 december 2019

Tijdens het AO internationale misdrijven van 6 november 2019 is de toezegging gedaan een Kamerbrief te verzenden die ingaat op enkele vragen die zijn gesteld over het 1F-beleid.

Het uitgangspunt van het 1F-beleid is dat Nederland geen vluchthaven wil zijn voor personen die zich buiten Nederland schuldig hebben gemaakt aan ernstige internationale misdrijven en straffeloosheid van plegers van internationale misdrijven wil tegen gaan.

Indien sprake is van een 1F-tegenwerping, worden de gegevens gedeeld met het OM ten behoeve van (eventuele) strafrechtelijke vervolging.

Project herbeoordelingen Syrische zaken

Tijdens de begrotingsbehandeling in 2017 heeft mijn voorganger uw Kamer toegezegd de IND de opdracht te geven om, met het oog op het signaleren van potentiele oorlogsmisdadigers, ingewilligde Syrische asielzaken opnieuw te beoordelen (Handelingen II 2016/17, nr. 29, item 9 en Handelingen II 2016/17, nr. 30, items 4, 7 en 12).

Het project is in het voorjaar 2018 van start gegaan en het project zal spoedig afgerond worden. Om de onderzoeksmethode van deze herbeoordelingen niet prijs te geven, kan er in dit stadium geen verdere informatie gedeeld worden. Uw Kamer wordt in het voorjaar van 2020 van de resultaten van de herbeoordeling op de hoogte gesteld.

3 EVRM beletsel

Indien artikel 1F is tegengeworpen en een vreemdeling niet gedwongen kan worden om terug te keren naar het land van herkomst (3 EVRM beletsel), zal de Dienst Terugkeer en Vertrek niet overgaan tot uitzetting naar het land van herkomst. De vreemdeling heeft niettemin een zelfstandige vertrekplicht om Nederland te verlaten.

De Dienst Terugkeer en Vertrek voert gesprekken met 1F-ers die vanwege een artikel 3 EVRM beletsel niet uitgezet kunnen worden ten behoeve van zelfstandig

vertrek naar een derde land. Door de IND wordt regelmatig herbeoordeeld of er nog sprake is van een artikel 3 EVRM beletsel voor terugkeer.

De DT&V gaat in individuele zaken na of er alternatieve vertrekmogelijkheden voorhanden zijn. Aan de hand van dossierstudie wordt nagegaan of er aanknopingspunten zijn voor andere landen, bijvoorbeeld een land van eerder verblijf, waarnaar de vreemdeling kan terugkeren.

De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, A. Broekers-Knol