Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201629279 nr. 346

29 279 Rechtsstaat en Rechtsorde

Nr. 346 MOTIE VAN DE LEDEN RECOURT EN SWINKELS

Voorgesteld 14 september 2016

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het passend inzetten van voorlopige hechtenis van essentieel belang is voor de strafrechtspleging;

constaterende dat Nederland binnen Europa koploper is bij het toepassen van voorlopige hechtenis;

constaterende dat als gevolg hiervan mensen hun vrijheid is ontnomen voor feiten die ze niet hebben gepleegd en dat Nederland hierdoor jaarlijks vele miljoenen aan schadevergoedingen moet betalen;

van mening dat het ontnemen van iemands vrijheid op het moment dat nog niet bekend is of iemand schuldig of onschuldig is aan het feit waarvan hij wordt verdacht een uiterste maatregel moet zijn;

van mening dat er onvoldoende aandacht is voor passende minder ingrijpende alternatieven voor de voorlopige hechtenis;

verzoekt de regering, het hiertoe te geleiden dat de rechter goed inzicht geeft in de gronden en de ernstige bezwaren waarop de voorlopige hechtenis is gestoeld en daarbij tevens motiveert waarom een minder verstrekkend alternatief voor de voorlopige hechtenis niet passend is,

en gaat over tot de orde van de dag.

Recourt

Swinkels