Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-201929628 nr. 896

29 628 Politie

Nr. 896 BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 4 juli 2019

Hierbij ontvangt u het eerste halfjaarbericht politie van 2019. In dit halfjaarbericht informeer ik u over de huidige staat van de politie.

Eerder in 2018 heb ik uw Kamer geïnformeerd over twee belangrijke ontwikkelingen binnen de politie, te weten de aanbevelingen van de commissie Kuijken en de investeringen van dit kabinet in de politie.1, 2 Daarmee kreeg in 2018 de ontwikkeling van de politie een nieuwe impuls. De jaren 2019 en 2020 staan vervolgens in het teken van het verder vormgeven en uitvoeren van deze ontwikkelingen. De politie en ik zetten daarnaast in op de uitvoering van de afspraken die gemaakt zijn in het kader van het arbeidsvoorwaardenakkoord politie 2018–2020, waarvan een belangrijk deel gaat over capaciteit en inzetbaarheid, en de ontwikkelagenda’s gebiedsgebonden politiezorg en opsporing. Samengevat kom ik voor de komende jaren tot volgende vier strategische thema’s. Zo heb ik ook dit halfjaarbericht opgebouwd en evident sluiten ze aan bij de strategische opgaves die de politie voor zichzelf heeft geïdentificeerd:

  • 1 Aanbevelingen evaluatie Politiewet 2012 (commissie Kuijken)

  • 2 Veiligheidsagenda 2019–2022

  • 3 Uitvoering arbeidsvoorwaardenakkoord

  • 4 Doorontwikkeling van de politieorganisatie (ontwikkelagenda’s).

Sturing op de politieorganisatie gebeurt langs de lijnen van continuïteit, doelmatigheid en rechtmatigheid van de organisatie. Hierbij staat telkens de vraag centraal of de politie toegerust is voor de taak waar zij voor staat, nu en in de toekomst. Het is mijn voornemen om uw Kamer de komende jaren langs deze lijnen te informeren met als doel om de trends en ontwikkelingen hierop beter zichtbaar te maken. Hiertoe heb ik een dashboard in ontwikkeling waarin de meest relevante kengetallen voor de staat van de politie worden weergegeven. Zodra gereed zal ik dit dashboard aan uw Kamer aanbieden.

Ontwikkelingen in de samenleving

De samenleving, en daarmee het politieapparaat, zijn in beweging en onderhevig aan verandering. Vergrijzing, internationalisering, digitalisering en mobiliteit van de samenleving hebben hun weerslag op het veiligheidsdomein. Deze ontwikkelingen hebben gevolgen voor politieorganisatie en het politiewerk. De toename van de online activiteiten en mobiele en assertieve burgers vragen bijvoorbeeld om een andere benadering door de politie en kunnen leiden tot andere vormen van criminaliteit.

De afgelopen jaren laten de cijfers van de politie een dalende trend zien van de geregistreerde criminaliteit. In het eerste kwartaal van 2019 zijn echter 5% meer misdrijven geregistreerd dan in dezelfde periode vorig jaar. Het is nog niet vast te stellen of dit een breuk is met de trend van de afgelopen jaren. Er kunnen namelijk andere effecten zijn die de toename van geregistreerde criminaliteit verklaren. Ik laat dit onderzoeken en ga in de factsheet Strafrechtketenmonitor op deze cijfers en bovengenoemde trends in.

Veiligheidsagenda

Bovengenoemde ontwikkelingen hebben gevolgen voor de prioritering in de inzet van politie. Afgelopen najaar heb ik uw Kamer geïnformeerd over de landelijke beleidsdoelstellingen die ik voor de komende vier jaar (2019–2022) heb vastgesteld3. Het betreft hier ambities ten aanzien van ondermijning, mensenhandel, cybercriminaliteit, inclusief online seksueel kindermisbruik, en executie. Dit zijn de onderwerpen die, los van lokale prioriteiten, altijd door het gezag moeten worden meegewogen bij de inzet van de politie. Inmiddels zijn de afspraken uit de Veiligheidsagenda uitgewerkt en vastgesteld in het Landelijk Overleg Veiligheid en Politie (LOVP). Bijgaand treft u deze uitwerking aan (bijlage 2)4.

Investeringen in de politie

De ontwikkelingen in de samenleving vragen om een andere inzet van de politie, gericht op de drie domeinen waarin de politie opereert, wijk, web en wereld. Het personeelsbestand van de politie vergrijst, wat vraagt om het verhogen van de inzetbaarheid van de beschikbare capaciteit en optimaliseren van het politieapparaat. Om dit te bewerkstelligen en te anticiperen op de veranderende belasting van de politie zijn diverse gelden vrijgemaakt. Over de € 291 mln. investeringen uit het Regeerakkoord (bijlage bij Kamerstuk 34 700, nr. 34) en de besteding van deze gelden heb ik uw Kamer eerder per brief geïnformeerd.5, 6

Samengevat komen deze investeringen onder andere ten goede aan agenten in de wijk, innovatie, recherche, uitbreiding digitale expertise en goed werkgeverschap. Dit komt mede door een structurele uitbreiding van de formatieve operationele sterkte met meer dan 1.100 fte. In het kader van lokaal maatwerk zoals ingezet met de herijking en ook door de commissie Kuijken is aanbevolen is de concrete invulling van deze uitbreiding neergelegd bij de eenheden en de gezagen. De politie werft de komende jaren 17.000 nieuwe politiemedewerkers met het oog op deze uitbreiding en de vervanging van de uitstroom. Hiervoor wordt de opleidingscapaciteit bij de Politieacademie uitgebreid. Conform de motie van het lid Van Dam (CDA) (Kamerstuk 35 000 VI, nr. 45) en mijn toezegging tijdens de voortzetting van de begrotingsbehandeling d.d. 22 november 2018 (Handelingen II 2018/19, nr. 27, items 7, 10 en 14) ga ik in bijlage 1 nader in op de exacte verdeling van deze extra capaciteit per eenheid. In het algemeen overleg van 17 april 2019 heb ik uw Kamer toegezegd een grafiek te delen met de ontwikkeling van de operationele sterkte de afgelopen jaren en de prognoses voor komende jaren. De onderstaande figuur geeft deze ontwikkeling weer. Ik merk hierbij op dat de grafiek de doelformatie weergeeft, die als het gevolg van het regeerakkoord is uitgebreid met meer dan 1.100 fte.

Figuur 1 Ontwikkeling operationele sterkte politie (incl. aspiranten, Bron: Jaarrekeningen (t/m 2018) en Begroting Politie 2019–2023 (vanaf 2019))

Figuur 1 Ontwikkeling operationele sterkte politie (incl. aspiranten, Bron: Jaarrekeningen (t/m 2018) en Begroting Politie 2019–2023 (vanaf 2019))

Omdat ik heb moeten constateren dat deze en andere cijfers aanleiding geven tot verwarring en vele vragen zal ik met ingang van het volgende halfjaarbericht tot een duidelijkere invulling komen van hoe de organisatie zich ontwikkeld, en hoe de uitbreidings- en vervangingsplannen daarin zichtbaar gemaakt kunnen worden. Dit is wat terug zal komen in het hiervoor aangekondigde dashboard.

ICT-vernieuwing

Voor optimale effecten van deze investeringen zijn goed functionerende ICT-voorzieningen randvoorwaardelijk. De ICT-vernieuwing bij de politie krijgt gestalte via het meerjarige programma Vernieuwend Registreren. Systemen die niet toekomstvast zijn worden vervangen door functionaliteiten die zijn gebouwd op een modern platform. Onderdeel van het programma is eveneens het project Vernieuwend Registreren Winkeldiefstal waarop momenteel een BIT-toetsing (Bureau ICT-toetsing) wordt uitgevoerd. De normale doorlooptijd van een BIT-toetsing is ongeveer vijf maanden. Aangezien het BIT heeft aangegeven meer tijd nodig te hebben voor een zorgvuldige beoordeling van het project, bied ik het definitieve rapport na het zomerreces aan de Tweede Kamer aan.

Bij de begrotingsbehandeling heb ik u de toezegging gedaan dat de Inspectie JenV zal rapporteren als de taakuitoefening van de politie wordt gehinderd door de voortgang van de ontwikkeling van de ICT-voorzieningen. Ik dring er bij de Inspectie op aan hier zorg voor dragen, daar waar aan de orde. Daarnaast heb ik in bijlage 5 de voortgang van de ICT-vernieuwing bij de politie opgenomen7.

Evaluatie Politiewet 2012

Over het eindrapport van de commissie Evaluatie Politiewet 2012, de kabinetsreactie8 daarop hebben we op 12 december 2018 gedebatteerd (Handelingen II 2018/19, nr. 35, item 13).

In dit debat heeft uw Kamer mij onder meer aan de hand van verschillende moties gevraagd om te borgen dat er meer ruimte is voor lokale prioriteiten en om de informatiepositie van burgemeesters van met name kleinere gemeenten te versterken. In dat debat heb ik toegezegd in het LOVP te spreken over de vertegenwoordiging van burgemeesters van kleinere gemeenten binnen dat overleg alsmede over de grootte van Oost Nederland en uw Kamer daarover te berichten. Op deze punten zal ik in een separate brief ingaan die ik binnenkort aan u zal sturen.

Op 2 april 2019 heb ik met de Eerste Kamer gesproken over het eindrapport van de commissie Evaluatie Politiewet 2012 en de kabinetsreactie daarop.

De kernboodschap van de commissie is om de politie en het politiebestel verder te ontwikkelen en te verbeteren. In de kabinetsreactie op het eindrapport is aangegeven dat deze boodschap wordt overgenomen. Deze ontwikkeling en verbetering zal niet in een enkel traject «opvolging evaluatie Politiewet 2012» worden belegd. De evaluatie raakt immers de hele politie en het hele politiebestel.

De verdere ontwikkeling en verbetering van de politie en het politiebestel zal dan ook zijn beslag krijgen in een groot aantal verschillende trajecten waarvan er sommige ook al enige tijd lopen. Als voorbeeld van dergelijke trajecten verwijs ik naar mijn brief van 5 december 2018 aan u over het stelsel van toezicht en waarborgen op de politie9 en de afspraken in het kader van het arbeidsvoorwaardenakkoord politie (zie ook hieronder).

De kabinetsreactie stelt dat de Politiewet 2012 in grote lijnen kan worden gehandhaafd, omdat de wet ruimte laat voor een betere invulling, maar geeft aan dat op onderdelen bijstelling van de wet raadzaam is. De wijzigingen in de wet en de lagere regelgeving die uit de kabinetsreactie op de evaluatie van de Politiewet 2012 voortvloeien, worden nu voorbereid. Het betreft zoals in de kabinetsreactie is aangegeven aanpassingen met het oog op de doorontwikkeling van het LOVP, om meer ruimte te realiseren voor lokale sturing en de modernisering, de vereenvoudiging en systematisering van de bijstand en een wijziging in de politietaken van de Koninklijke marechaussee.

Ik verwacht dit wetsvoorstel in de tweede helft van dit jaar in consultatie te brengen. Uiteraard wacht ik eerst de voorlichting over de democratische controle op de bestedingen van de middelen van de politie van de Raad van State af.10

Capaciteit en inzetbaarheid

De politie kan alleen slagen in de uitvoering van haar taak als er zowel bij de buitenwereld als binnen de organisatie vertrouwen bestaat in de politie. Uit de Veiligheidsmonitor van het CBS blijkt dat het vertrouwen in de politie van buiten de organisatie stijgt. Bij de start van de onderhandelingen over het arbeidsvoorwaardenakkoord sector politie 2018–2020 bleek echter sprake van veel onvrede onder het politiepersoneel tegenover de eigen organisatie. Tijdens diverse acties in het kader van de onderhandelingen ben ik in gesprek gegaan met de actievoerende agenten. Uit die gesprekken heb ik opgehaald dat onder andere werk- en capaciteitsdruk voor onvrede zorgden.

Ik heb mij dit aangetrokken en om goed geïnformeerd te blijven heb ik met de voorzitters van de politievakorganisaties afgesproken dat ik viermaandelijks met hen en de korpschef aan tafel zit om de uitvoering van het gesloten arbeidsvoorwaardenakkoord te monitoren. Inmiddels zijn de afspraken met betrekking tot loon en uitkeringen gerealiseerd en ook op het gebied van capaciteitsmanagement is voortgang geboekt. Partijen hebben uitgewerkt hoe de tijdelijke aanstellingen worden vormgegeven en de afgesproken loopbaanpaden zijn uitgewerkt. In bijlage 1 ga ik uitgebreider in op de uitwerking van het akkoord11.

Op het gebied van capaciteitsmanagement heeft de politie grote stappen voorwaarts gezet. Ik noem met name het politie-interne prestatiedashboard, waarin op basis van indicatoren als bezetting, verlof en ziekteverzuim de inzetbaarheid van alle organisatieonderdelen wordt gemeten. Met capaciteitsmanagement kan het korps een reëel beeld schetsen richting het gezag over de inzet die het korps kan leveren. Op basis hiervan zal het gezag keuzes moeten maken. Mede naar aanleiding van het verzoek van het Lid Kuiken (PvdA) tijdens het AO Politie van 29 november 2018 om een steekproef inzetbaarheid van het operationele politiepersoneel met uw Kamer te delen kom ik na de zomer terug op dit dashboard en het begrip inzetbaarheid. Om de inzetbaarheid bij de politie te vergroten heeft dit kabinet daarnaast in totaal € 91 mln. beschikbaar gesteld. Hier heb ik u eerder over geïnformeerd.12

De Algemene Rekenkamer is een onderzoek gestart naar de formatie, bezetting en de inzetbaarheid van de politie op landelijk en lokaal niveau. In dit onderzoek wordt ook in kaart gebracht in welke mate de politie op verschillende niveaus beschikt over informatie over de formatie, bezetting en inzetbaarheid. De Rekenkamer verwacht dit onderzoek begin 2020 te publiceren, waarna ik hierover graag met uw Kamer over de uitkomsten van gedachten wissel.

Aanpak verzuim

In het bewaken van de continuïteit van de politieorganisatie is het reduceren van verzuim bij de politie een prioriteit. Met mijn brief van 26 april 2018 het ik het plan van aanpak verzuim politie aan de Tweede Kamer aangeboden.13 In reactie op de motie van het lid Krol (50PLUS) over het terugdringen van het verzuim onder agenten (Kamerstuk 29 628, nr. 841)14 informeer ik uw Kamer in dit halfjaarbericht over de voortgang op dit onderwerp. Doelstelling van het plan van aanpak verzuim is om het verzuim eind 2023 terug te hebben gedrongen van 6,5% naar 5,9%.15 Conform de door het Centrale Bureau voor de Statistiek (hierna: CBS) gehanteerde standaardmethodiek is berekend dat het verzuim bij de politie in de periode april 2018 – april 2019 gedaald is van 6,5% naar 6,1%. De politie draagt daarnaast nog steeds zorg voor de medewerkers die bij de politie in dienst zijn die langer dan twee jaren ziek zijn. Dit is op dit moment 0,6% van het totaal aantal medewerkers.

Over de uitvoering van het plan van aanpak verzuim heb ik eind januari gesproken met inhoudelijk deskundigen binnen het korps. De eenheden hebben op basis van de uitgangspunten van het landelijke plan van aanpak – in samenspraak met de plaatselijke medezeggenschap – hun eigen plannen om het verzuim terug te dringen vorm gegeven. Eind 2018 is de politie gestart met een campagne voor alle medewerkers om hen meer bewust te maken van hun eigen rol en verantwoordelijkheid als het gaat om gezondheid, belastbaarheid en inzetbaarheid door hen bekend te maken met al aanwezige instrumenten. Ook wordt ingezet op het vergroten van de kennis en aandacht van leidinggevenden voor verzuim en is de verzuimaanpak een vast onderdeel in de managementgesprekken in alle lagen van de organisatie.

Ontwikkelagenda Gebiedsgebonden Politie en burgercontact

Nederland kent een rijke historie van een politieorganisatie die lokaal verankerd is in de wijken. Dit is een verworvenheid die voor de toekomst moet worden behouden. De ontwikkeling van de politie is om die reden gebaseerd op wijk, web en wereld. In een steeds meer internationaal georiënteerde samenleving is nabijheid bij de burger voor de politie onmisbaar.

In dit verband vragen ontwikkelingen in de samenleving, zoals ook hierboven beschreven, steeds om aanpassingen in de wijze waarop de politie aanwezig is in de wijken. Ook zijn er in het verleden knelpunten in de basispolitiezorg gesignaleerd die verbetering behoeven. Het belang hiervan werd onlangs opnieuw onderstreept met het rapport over wijkagenten en veranderingen in hun dagelijks werk.16 Voor de doorontwikkeling en verbetering van de gebiedsgebonden politie (GGP) heeft de politie de Ontwikkelagenda GGP opgesteld. Uw Kamer is hierover geïnformeerd in het halfjaarbericht van juli 2018.17 In bijlage 318 zijn de recente ontwikkelingen ten aanzien van de GGP en burgercontact opgenomen.

Ontwikkelingen in de opsporing

Eind 2015 constateerde mijn ambtsvoorganger in de contourennota versterking opsporing dat snelle maatschappelijke en technologische ontwikkelingen vragen om een fundamentele herbezinning van politie en het OM op de opsporing en vervolging. Niet alleen de basis moet op orde komen, maar ook moet politie in staat zijn om proactief en adaptief te opereren op snelle maatschappelijke en technologische veranderingen. Via maatregelen op de korte termijn en, op de langere termijn, een gedegen probleemanalyse van de opsporing, zou deze verandering moeten worden ingezet.

In mei 2016 gaven politie en OM in het rapport «Handelen naar waarheid» een verdiepende sterkte-zwakte analyse van de stand van zaken van de opsporing. Aan de hand van dit rapport zijn politie en OM aan de slag gegaan met een toekomstvisie, die zijn beslag heeft gekregen in de ontwikkelagenda opsporing, die ik afgelopen november aan uw Kamer heb toegezonden.

De doorontwikkeling van de opsporing en vervolging is een veelzijdige opgave die de politie en het OM oppakken naast de constante druk van het niet geringe en complexe dagelijkse werk dat op deze organisaties afkomt. De keuze om de doorontwikkeling dicht bij de werkvloer te organiseren vergroot de impact van en het draagvlak voor de verandering. Voor de landelijke coördinatie brengt deze werkwijze de uitdaging om tempo en richting te behouden.

In bijlage 419 bij dit Halfjaarbericht ga ik nader in op de realisatie van de ontwikkelagenda. Mijn conclusie is dat de lastige uitdagingen op het terrein van de opsporing, waar de politieorganisatie voor staat zijn in de afgelopen jaren zeker niet minder zijn geworden. Zeer velen binnen de organisatie werken hard en ook niet zonder succes om deze uitdagingen het hoofd te bieden. De Nederlandse opsporing functioneert op onderdelen zeer goed en behoort naar mijn overtuiging tot de absolute top. Tegelijkertijd blijven uitdagingen bestaan in de coördinatie en sturing.

Tot slot

De politie in Nederland is een hoogwaardige organisatie, dit wordt ook internationaal erkend. Ik ben trots op de medewerkers van de politie die zich hier elke dag voor inspannen. Desalniettemin kunnen we niet stilzitten. De in 2018 in werking gebrachte ontwikkelingen moeten dit jaar en de komende jaren hun beslag krijgen, zodat de politie het hoofd kan blijven bieden aan de vraagstukken die de huidige maatschappelijke ontwikkelingen met zich meebrengen. Ik heb er vertrouwen in dat de politieorganisatie dit met de in gang gezette ontwikkelingen kan realiseren.

De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus


X Noot
1

Kamerstuk 29 628, nr. 783.

X Noot
2

Kamerstuk 29 628, nr. 784.

X Noot
3

Kamerstukken 28 684 en 29 628, nr. 540.

X Noot
4

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl.

X Noot
5

Kamerstuk 29 628, nr. 783.

X Noot
6

Kamerstuk 29 628, nr. 784.

X Noot
7

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl.

X Noot
8

Kamerstuk 29 628, nr. 783.

X Noot
9

Kamerstuk 29 628, nr. 835.

X Noot
10

Kamerstuk 29 628, nr. 869.

X Noot
11

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl.

X Noot
12

Kamerstuk 29 628, nr. 820.

X Noot
13

Kamerstuk 29 628, nr. 782.

X Noot
14

In het Algemeen Overleg Politie d.d. 29 november 2018 en het debat over de evaluatie van de Politiewet d.d. 12 december 2018 (Kamerstuk 29 628, nr. 855 en Handelingen II 2018/19, nr. 35, item 13).

X Noot
15

Per 1 januari 2019 heeft de politie haar rapportagemethode aangepast aan de door CBS gehanteerde standaardmethodiek. Door de toepassing hiervan is het uitgangspunt voor het plan van aanpak 6,5%. Zie voor de exacte berekening/uitleg het plan van aanpak verzuim (p. 12).

X Noot
16

Kamerstuk 29 628, nr. 862.

X Noot
17

Kamerstuk 29 628, nr. 799.

X Noot
18

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl.

X Noot
19

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl.