Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202029279 nr. 555

29 279 Rechtsstaat en Rechtsorde

Nr. 555 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR RECHTSBESCHERMING

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 10 december 2019

Tijdens het algemeen overleg over de Rechtspraak op 26 september 2019 heb ik toegezegd uw Kamer nader te informeren over het register nevenbetrekkingen en de opleiding van rechters (Kamerstuk 29 279, nr. 544). Dit laatste had betrekking op de vanuit uw Kamer opgeworpen vraag of het wel verstandig was om de raio-opleiding (rechterlijk ambtenaar in opleiding) af te schaffen, omdat er dan geen weg meer open staat voor juristen om direct na hun universitaire opleiding te starten met een opleiding tot rechter. Voorkomen zou moeten worden dat jonge talentvolle juristen, nadat zij (noodgedwongen) buiten de rechterlijke macht zijn gaan werken, later niet meer de overstap willen maken naar de rechterlijke macht.

In de beantwoording van schriftelijke vragen van het lid Van Nispen (SP) over het bericht dat rechters nog steeds hun bijbanen niet melden heb ik toegezegd met de Raad voor de rechtspraak (hierna: de Raad) te spreken over de instrumenten om de transparantie en onpartijdigheid te waarborgen en uw Kamer over de uitkomsten van het gesprek te informeren.1

Met deze brief voldoe ik aan deze beide toezeggingen. Ik ga hieronder achtereenvolgens op beide aspecten in.

Opleiding / werving en selectie

De raad heeft mij laten weten dat de Rechtspraak haar standpunt inzake het werven en selecteren van juristen (potentiele rechters) met weinig tot geen werkervaring heroverweegt. Dit naar aanleiding van de bespreking van de evaluatierapporten «Eindevaluatie initiële opleiding rechters en raadsheren» van januari 2019 en «Evaluatie van het selectieproces voor de rio-opleiding» van april 2019.23

De Rechtspraak kan nu kandidaten die recentelijk zijn afgestudeerd niet werven als potentiele rechter. De «tweejaarseis» lijkt ook de doorstroom van jonge juristen met 2–6 jaar werkervaring in de weg te staan. Getalenteerde juristen kunnen zich niet direct na afstuderen richten op het rechterschap en overwegen hierdoor andere carrières.

Op dit moment buigt een projectgroep zich over de kwestie hoe en op welke wijze jonge juristen als rechter-in-opleiding kunnen worden geworven. De raad verwacht hier begin 2020 besluitvorming over en zal mij daarover dan informeren.

Nevenbetrekkingen

De Raad heeft mij laten weten langs twee sporen het doel van een actueel en volledig register nevenbetrekkingen te willen bereiken:

  • maatregelen in de sfeer van de bedrijfsvoering van het gerecht;

  • dit onderwerp agenderen in het bestuurlijk overleg tussen Raad en gerechtsbestuur.

Bedrijfsvoering gerechten

De Raad heeft aandacht gevraagd bij de gerechtsbesturen voor het actueel houden van het openbare register nevenfuncties. Hoewel het register op grond van de wet jaarlijks dient te worden geactualiseerd, heeft de Raad een klemmend beroep gedaan op de gerechtsbesturen om de bedrijfsvoering zo in te richten dat het openbare register altijd actueel is.4

Tevens heeft de Raad de gerechtsbesturen verzocht te bewerkstelligen dat eventuele achterstanden op zo kort mogelijke termijn worden weggewerkt en dat periodiek steekproeven binnen het gerecht worden gehouden om na te gaan of het openbare register nevenbetrekkingen actueel is.

Bestuurlijk overleg Raad – gerechten

De Raad is van plan de actualiteit en volledigheid van het openbare register nevenbetrekkingen in het eerstvolgende bestuurlijk overleg (voorjaar 2020) te agenderen en bij de gerechten te verifiëren of acties in het gerecht nodig waren, en zo ja, welke acties zijn ondernomen en welke resultaten daarmee zijn behaald.

Zoals in mijn beantwoording van schriftelijke vragen aangegeven vind ik het van groot belang dat het register nevenbetrekkingen actueel en volledig is. De melding, registratie en openbaarmaking van de nevenbetrekkingen dragen bij aan het voorkomen van de schijn van partijdigheid en zijn daarmee belangrijk voor het vertrouwen in de rechterlijke macht.

Ik heb er vertrouwen in dat de geschetste inzet van de Raad zal bijdragen aan een blijvend up-to-date register nevenbetrekkingen.

De Minister voor Rechtsbescherming, S. Dekker