Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202029517 nr. 179

29 517 Veiligheidsregio’s

Nr. 179 BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 12 november 2019

Bij brief van 25 maart 2019 heb ik uw Kamer geïnformeerd over het feit dat ik de voorgenomen uitfasering van het Waarschuwings- en Alarmeringssysteem (WAS) met een jaar heb uitgesteld van 1 januari 2020 naar 1 januari 2021.1 Tijdens het Algemeen Overleg Nationale Veiligheid en Crisisbeheersing van 20 juni 2019 en het VAO van 25 juni 20192 heeft uw Kamer zorgen geuit over de uitfasering van het Waarschuwings- en Alarmeringssysteem per 1 januari 2021. Ik heb daar aangegeven dat het WAS in het geheel van crisiscommunicatiemiddelen een beperkte operationele waarde heeft.

Naar aanleiding van het overleg met uw Kamer heb ik overwogen dat het draagvlak en vertrouwen om te komen tot een besluit tot uitfasering essentieel is. Ik heb daarom besloten om het WAS vooralsnog te continueren. Belangrijke overwegingen bij mijn besluit zijn:

  • dat er voldoende vertrouwen moet zijn in de robuustheid van onze crisiscommunicatiemiddelen;

  • dat er maatwerk mogelijk is binnen de set aan crisiscommunicatiemiddelen voor kwetsbare groepen als ouderen of bijvoorbeeld in grensregio’s waar sprake is van roamingproblematiek;

  • dat NL-Alert verder is geoptimaliseerd; en

  • er passende afspraken zijn gemaakt en ingevoerd voor hoog-risico locaties zoals bij enkele chemisch-industriële complexen.3

Samen met de veiligheidsregio’s en het Instituut voor Fysieke Veiligheid zal ik zorgdragen voor de verdere doorontwikkeling van crisiscommunicatiemiddelen, waaronder in belangrijke mate begrepen NL-Alert. In het najaar van 2020 zal ik in afstemming met het Veiligheidsberaad een besluit nemen of het WAS per 1 januari 2022 wordt uitgefaseerd. Dit besluit zal ik voorleggen aan uw Kamer conform de motie van het lid Wolbert4.

Met deze brief geef ik tevens uitvoering aan mijn toezegging van het Algemeen Overleg Nationale Veiligheid en Crisisbeheersing van 20 juni 2019, om toe te lichten of het WAS en NL-Alert naast elkaar kunnen bestaan. In deze brief beschrijf ik tevens de maatregelen die genomen moeten worden en de kosten die voorzien worden voor de continuering van het WAS de komende jaren, zoals verzocht in de motie van de leden Laan-Geselschap (VVD) en Van Dam (CDA).5

Het onderhoud en beheer van het huidige WAS kost momenteel ongeveer € 4 mln. per jaar. Het huidige WAS kan na 1 januari 2021 ongeveer vier jaar worden voortgezet. Hiertoe dient een aantal maatregelen te worden genomen, waaronder:

  • onderhoud- en beheercontracten verlengen dan wel opnieuw aanbesteden;

  • computers van de bediensystemen vervangen; en

  • onderdelen in het transmissiesysteem vervangen.

De storingsfrequentie van het WAS zal naar verwachting in deze periode toenemen waardoor intensiever onderhoud nodig is.

De totale verwachte kosten voor de voortzetting van het WAS gedurende deze periode bedragen naar verwachting ongeveer gemiddeld € 4,5 mln. per jaar, een kostenstijging van gemiddeld € 0,5 mln. per jaar.

Na deze vier jaar moet het WAS vernieuwd worden. De investeringskosten van de vernieuwing van het WAS worden door de beheerder van het WAS, het Instituut Fysieke Veiligheid (IFV), geschat op minimaal € 56 mln.

Deze kosten bestaan uit:

  • het vernieuwen van het sirenenetwerk (minimaal € 40 mln.); en

  • het plaatsen van circa 400 nieuwe sirenes (minimaal € 16 mln.).

De uiteindelijke kosten zijn afhankelijk van de aanschaf van eventueel extra voorzieningen, zoals bijvoorbeeld een transmissietechnologie gebaseerd op actuele technieken (bijvoorbeeld het gebruik van 5G).

De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus


X Noot
1

Kamerstuk 29 517, nr. 167.

X Noot
2

Kamerstuk 30 821, nr. 90; Handelingen II 2018/19, nr. 97, item 36, p. 1–5.

X Noot
3

In het Algemeen Overleg Nationale Veiligheid en Crisisbeheersing van 20 juni 2019 heb ik aangegeven nader in te gaan op mijn beweegredenen om het WAS uit te faseren. Gelet op mijn besluit het WAS vooralsnog te continueren ga ik hier nu niet nader op in.

X Noot
4

Kamerstuk 29 628, nr. 529.

X Noot
5

Kamerstuk 30 821, nr. 84.