Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202029279 nr. 546

29 279 Rechtsstaat en Rechtsorde

Nr. 546 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR RECHTSBESCHERMING

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 5 november 2019

Op verzoek van uw Kamer is onderzoek ingesteld naar het zelfstandig strafbaar stellen van onttrekking aan justitieel toezicht en vrijheidsbeneming.1 Ik ben verheugd hierbij het onderzoeksrapport «De zucht naar vrijheid. Een onderzoek naar de strafbaarstelling van het schenden van bijzondere voorwaarden en het elektronisch toezicht en van het ontvluchten uit detentie» aan te kunnen bieden2. Het onderzoek is verricht door de Vrije Universiteit Amsterdam. Met de resultaten hiervan ga ik graag aan de slag. Dit doe ik op de volgende twee manieren.

Ten eerste wil ik onttrekking aan vrijheidsbeneming strafbaar stellen. Het onderzoeksrapport biedt hiervoor een basis. Ter verduidelijking van deze strafbaarstelling, noem ik een voorbeeld. In 2018 ontvluchtte een gedetineerde uit de gevangenis door zich te verstoppen in een vuilniszak, die door een handlanger naar buiten werd vervoerd. De handlanger werd vervolgd en veroordeeld wegens hulp bij ontsnapping (artikel 191 Sr), terwijl de gedetineerde niet strafrechtelijk kon worden aangepakt. Dit is onrechtvaardig, en ik vind het ook simpelweg niet uit te leggen. Het ontsnappen ondermijnt het gezag van justitie en brengt gevoelens van onveiligheid teweeg in de samenleving. Daarom wil ik het ontsnappen uit bijvoorbeeld een gevangenis strafbaar stellen.

Ten tweede levert het onderzoeksrapport geen beletsel op voor het strafbaar stellen van onttrekking aan elektronisch toezicht. Ik ben van oordeel dat een dergelijke strafbaarstelling op dezelfde argumenten kan worden gestoeld als een strafbaarstelling van onttrekking aan vrijheidsbeneming. Tegelijkertijd merken de onderzoekers terecht op dat reeds strafrechtelijke vervolging mogelijk is op grond van vernieling (artikel 350 Sr). Dit maakt dat ik de toegevoegde waarde en de voor- en nadelen goed wil afwegen voordat ik besluit om ook onttrekking aan justitieel toezicht door sabotage van een enkelband zelfstandig strafbaar te stellen.

Over de uitwerking van bovenstaande strafbaarstellingen ga ik in overleg met de betrokken instanties. Het resultaat hiervan vervat ik in een wetsvoorstel. Hiermee zet ik belangrijke stappen in de opvolging van verzoeken van uw Kamer om het ontsnappen uit de gevangenis en het onttrekken aan elektronisch toezicht strafbaar te stellen.3 Ik streef ernaar dit wetsvoorstel in de loop van volgend jaar in consultatie te geven.

De Minister voor Rechtsbescherming, S. Dekker


X Noot
1

Handelingen II 2016/17, nr. 82, item 6, p. 19 en 24.

X Noot
2

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
3

Kamerstuk 29 279, nrs. 522 en 523.