Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202025295 nr. 387

25 295 Infectieziektenbestrijding

35 300 VI Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (VI) voor het jaar 2020

Nr. 387 BRIEF VAN DE MINISTERS VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID EN VOOR RECHTSBESCHERMING

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 29 mei 2020

Op 26 mei jl. heeft uw Kamer de motie van het lid Azarkan c.s. (Kamerstuk 25 295, nr. 366) aangenomen (Handelingen II 2019/20, nr. 74, stemmingen). Met de motie wordt de regering verzocht te bewerkstelligen dat strafbeschikkingen wegens overtreding van de coronamaatregelen niet in de justitiële documentatie worden opgenomen. Dit met het oog op de mogelijke gevolgen van een dergelijke aantekening voor het verkrijgen van een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG). Met deze brief informeert het kabinet uw Kamer over de opvolging van de motie.

Alvorens in te gaan op de motie hechten wij eraan het volgende naar voren te brengen. In het licht van de bestrijding van het coronavirus is een aantal maatregelen getroffen. Er is bewust gekozen voor een systeem waarbij overtreding van die maatregelen kan worden gesanctioneerd. Daarbij is onder meer aangesloten bij het boetetarief dat geldt voor verstoring van de openbare orde door samenscholing. Het gaat om gedragingen die het risico op besmetting met het uiterst besmettelijke coronavirus verhogen, hetgeen niet getolereerd kan worden. Het is en blijft van belang dat mensen zich hieraan houden. Gepaste handhaving van de coronamaatregelen – met het opleggen van een substantiële boete als ultimum remedium – blijft dus nodig.

Tegelijkertijd zijn wij ons ervan bewust dat de maatregelen in een kort tijdsbestek zijn getroffen en dat de Nederlandse bevolking hieraan heeft moeten wennen. Dit maakt ook dat wij vinden dat een enkele overtreding van de maatregelen geen belemmering mag gaan vormen op de arbeidsmarkt. De motie is aanleiding om dit expliciet neer te leggen in het door de Dienst Justis gehanteerde beleid.

Voor wat betreft de registratie van genoemde overtredingen merken wij graag nog het volgende op. In regelgeving is vastgelegd dat alle overtredingen met een boete van minimaal 100 euro worden opgenomen in de justitiële documentatie. Het kabinet heeft voor het overtreden van de coronamaatregelen geen uitzondering willen maken, omdat een uitzonderingspositie niet past in de doelstelling en systematiek van de huidige regelgeving. Dit zou leiden tot ongelijkheid ten aanzien van andere overtredingen en daarmee overtreders. Voor een goede strafrechtspleging is het bovendien van belang dat er – zeker in geval van recidive – een zo compleet mogelijke registratie is van de strafrechtelijke antecedenten. Een recidivist is immers «hardleers» en een tweede, derde etc. delict vergt een andere (stevigere) aanpak om te voorkomen dat iemand opnieuw in de fout gaat. Het is dan wel nodig dit strafrechtelijke verleden zichtbaar te houden in de justitiële documentatie.

De motie beoogt te voorkomen dat strafbare feiten wegens een schending van de maatregelen inzake COVID-19 in het Justitieel Documentatiesysteem (JDS) worden bijgeschreven. Dit om – kort gezegd – te voorkomen dat de kansen op de arbeidsmarkt (negatief) worden beïnvloed. Het beste wat mensen kunnen doen om te voorkomen dat een sanctie wordt opgelegd, is zich houden aan de maatregelen en netjes afstand te houden. Maar in gevallen waarin dat onverhoopt niet is gebeurd zal één enkele coronaboete in de regel geen negatieve gevolgen hebben voor iemands perspectieven op de arbeidsmarkt. Graag lichten wij dat hieronder toe.

Bij de aanvraag van een VOG kijkt de Dienst Justis of ten aanzien van de aanvrager voor de functie relevante antecedenten geregistreerd staan in diens JD. In de justitiële documentatie worden geen overtredingen geregistreerd wanneer de opgelegde geldboete minder dan 100 euro bedraagt. Coronaboetes opgelegd aan minderjarigen bedragen 95 euro en worden dus niet meegewogen in de VOG-screening. Gelet op de in het begin van deze brief genoemde bijzondere omstandigheden waarin de maatregelen zijn getroffen zal bij de VOG-screening één enkele opgelegde coronaboete wegens verstoring van de openbare orde door samenscholing evenmin reden zijn om de VOG te weigeren. Zoals gezegd wordt dit expliciet in het beleid van de Dienst Justis neergelegd.

Wij realiseren ons dat er veel onduidelijkheid bestaat over de gevolgen van coronaboetes. Wij zullen de komende tijd daarom ook inzetten op communicatie over de gevolgen van deze boetes voor het krijgen van een VOG. Nogmaals benadrukt het Kabinet het belang van een goede naleving van maatregelen inzake COVID-19. Alleen samen kunnen wij het coronavirus onder controle krijgen.

De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus

De Minister voor Rechtsbescherming, S. Dekker