Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-201935122 nr. 26

35 122 Wijziging van de Penitentiaire beginselenwet, het Wetboek van Strafrecht en enige andere wetten in verband met de wijziging van de regeling inzake detentiefasering en voorwaardelijke invrijheidstelling (Wet straffen en beschermen)

Nr. 26 MOTIE VAN DE LEDEN GROOTHUIZEN EN KUIKEN

Voorgesteld 20 juni 2019

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het kunnen oefenen met het opbouwen van vrijheden een belangrijke voorwaarde is voor het verbeteren van de re-integratie;

constaterende dat in het huidige voorstel langdurend re-integratieverlof bij gevangenisstraffen van zes jaar of meer mogelijk is op zijn vroegst 12 tot 36 maanden voorafgaand aan de fictieve vi-datum;

overwegende dat door de maximering van de voorwaardelijke invrijheidstelling op twee jaar het belangrijk is al in detentie te beginnen met resocialisatie, vooral bij langgestraften;

verzoekt de regering, met regelgeving te komen om langdurend re-integratieverlof bij gevangenisstraffen van zes jaar of meer mogelijk te maken in de periode van 12 tot 48 maanden voorafgaand aan de fictieve vi-datum,

en gaat over tot de orde van de dag.

Groothuizen

Kuiken