Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202019637 nr. 2577

19 637 Vreemdelingenbeleid

Nr. 2577 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 31 januari 2020

Tijdens het vragenuurtje op 17 december jl. (Handelingen II 2019/20, nr. 37, vragen van het lid Paternotte aan de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid over bij de Turkse regering terechtkomen van informatie inzake Turkse vluchtelingen) heb ik toegezegd uw Kamer te informeren omtrent de nareisdossiers van gezinsleden van de Turkse asielzoekers die mogelijk geraakt zijn door de arrestatie van de Turkse vertrouwenspersoon. Ook heb ik toegezegd uw Kamer te informeren omtrent de ondernomen acties van de Nederlandse regering in het belang van de vertrouwenspersoon. Mede namens de Minister van Buitenlandse Zaken bericht ik u het volgende.

Tijdens de asielprocedure kan de IND het Ministerie van Buitenlandse Zaken verzoeken om aanvullende informatie over de betreffende vreemdeling uit het land van herkomst te verzamelen. Dit onderzoek wordt uitgevoerd door een vertrouwenspersoon. De geldende werkafspraak met de Turkse vertrouwenspersoon is dat hij de dossiers van asielzoekers drie maanden na afsluiting van het onderzoek vernietigt. Met in achtneming van deze termijn zou het gaan om een groep van tien personen. Hoewel er geen indicaties zijn dat deze werkafspraak niet is nageleefd, is er zekerheidshalve voor gekozen om in alle zaken waarin gedurende 2018 en 2019 onderzoek door de Turkse vertrouwenspersoon is verricht, de arrestatie te betrekken bij de besluitvorming van de IND. Het gaat dan om ongeveer zestig zaken, inclusief de tien genoemde zaken.

In een deel van deze zestig zaken was al een asielstatus verleend. Naar aanleiding van de arrestatie van de Turkse vertrouwenspersoon heeft de IND in de resterende zaken, op grond van een 3EVRM risico bij terugkeer, de asielaanvragen ingewilligd, behoudens enkele zaken waarin aanvullend onderzoek wordt gedaan naar contra-indicaties. De IND heeft de personen die mogelijk zijn geraakt door de kwestie en die nog niet in het bezit waren van een verblijfsvergunning asiel, alsook personen met een openstaande aanvraag voor een mvv1 nareis actief, schriftelijk of telefonisch, geïnformeerd.

Voor de ingediende aanvragen voor een mvv in het kader van nareis van gezinsleden gelden de gebruikelijke voorwaarden. Dat betekent dat de IND onder andere toetst of er sprake is van een gezinsband. De ingediende mvv aanvragen zijn grotendeels al afgehandeld. In de meeste gevallen hebben de gezinsleden al gebruik gemaakt van het recht om naar Nederland te reizen. In twee zaken is de aanvraag voor nareis recent ingediend. Alleen de gezinsleden van deze betrokkenen bevinden zich nog in Turkije. De IND heeft deze zaken naar voren gehaald en zal versneld op de aanvragen beslissen.

Het is nog niet zeker of er nog nareisaanvragen van deze groep van ongeveer zestig vergunninghouders zullen volgen. Een aanvraag voor nareis van gezinsleden kan worden ingediend tot drie maanden nadat de asielvergunning is verleend. In enkele gevallen is deze driemaandentermijn nog niet verstreken.

Nederland heeft de arrestatie tot op hoog niveau aan de orde gesteld bij de Turkse autoriteiten en daarbij aangedrongen op een eerlijke en spoedige rechtsgang. Bovendien heeft Nederland aangedrongen op de mogelijkheid om de vertrouwenspersoon te mogen bezoeken. Dat verzoek is door de Turkse autoriteiten ingewilligd en het bezoek heeft op 11 december jl. onder toezicht van de lokale autoriteiten plaatsgevonden.

Nederland blijft deze kwestie op de voet volgen en wacht duidelijkheid over de officiële aanklacht tegen de vertrouwenspersoon af. Tevens blijft Nederland in contact met betrokkene en andere landen die met de vertrouwenspersoon hebben gewerkt.

De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, A. Broekers-Knol


X Noot
1

Machtiging tot voorlopig verblijf.