Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202032317 nr. 623

32 317 JBZ-Raad

Nr. 623 BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 8 juni 2020

Tijdens het debat over de uitbreiding van de toepassingsmogelijkheden Wet Bibob van 5 maart jl. heeft uw Kamer gevraagd naar de ontwikkelingen van het Euregionaal Informatie- en Expertisecentrum (EURIEC). Ik heb uw Kamer toegezegd u te informeren over de voortgang van het EURIEC. Met deze voortgangsbrief doe ik die toezegging gestand.

Mede naar aanleiding van aangenomen Raadsconclusies in de JBZ-raad van juni 2016 is onderzocht of en hoe een euregionaal initiatief, naar voorbeeld van de Regionale Informatie- en Expertisecentra (RIEC’s), kon worden gestart om de grensoverschrijdende bestuurlijke samenwerking te voorzien van een stevige impuls. De Belgische Minister van Binnenlandse Zaken en Veiligheid, de Minister van Binnenlandse Zaken van Noordrijn-Westfalen en ik hebben daartoe het initiatief genomen.

Doel van het EURIEC is om overheden in België, Noordrijn-Westfalen (Duitsland) en Nederland bewust te maken van de noodzaak tot internationale samenwerking en informatie-uitwisseling op het gebied van de bestuurlijke aanpak van ondermijnende criminaliteit. Ook worden, aan de hand van concrete casuïstiek met een internationale component (België, Noordrijn-Westfalenof, Nederland), de mogelijkheden van grensoverschrijdende informatie-uitwisseling tussen bestuurlijke overheden onderzocht.

Samen met mijn collega’s uit België en Noordrijn-Westfalen ben ik in een eerder stadium overeengekomen dat de coördinatie van de activiteiten van een dergelijk initiatief niet landelijk maar regionaal moet plaatsvinden. Dat is het niveau waar de kennis van de knelpunten zit en waar de operationele samenwerking vorm krijgt. Het EURIEC is daarom ondergebracht bij het RIEC Limburg, dat ook een voortrekkende rol in het EURIEC vervult. Om mijn uitdrukkelijke steun uit te spreken voor het initiatief heb ik in aanloop naar de oprichting, in mei 2018, samen met mijn collega’s uit België en Noordrijn-Westfalen een intentieverklaring ondertekend ter ondersteuning van het EURIEC. Bovendien heeft mijn ministerie in 2019 circa 65.000 euro subsidie verstrekt ten behoeve van projectondersteuning van de pilot.

Met behulp van cofinanciering vanuit de Europese Commissie voor ten minste twee jaar is het EURIEC vanaf september 2019 operationeel en ondersteunt het in casuïstiek voor het gehele grensgebied tussen België, Duitsland en Nederland. Dit gebeurt in nauwe samenwerking met de Nederlandse RIEC’s, de Belgische ARIEC’s en de Duitse partners. Het EURIEC heeft in 2019 35 casussen behandeld, in een aantal daarvan heeft grensoverschrijdende informatie-uitwisseling geleid tot succesvolle interventies. Op basis van de casuïstiek en de lessons learned worden handleidingen opgesteld voor de partners. De handleidingen zijn terug te vinden op de recentelijk gelanceerde website www.euriec.eu

Het EURIEC heeft de ambitie om in 2021 de Europese Unie en de lidstaten te adviseren over aanpassingen in beleid en regelgeving ter versterking van de grensoverschrijdende bestuurlijke aanpak van ondermijnende criminaliteit en informatie-uitwisseling. Dan wordt ook bezien of en op welke manier de pilot zal worden voortgezet.

De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus