Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202034641 nr. 18

34 641 Wijziging van het Wetboek van Strafrecht in verband met het opnemen van een specifieke strafuitsluitingsgrond voor opsporingsambtenaren die geweld hebben gebruikt in de rechtmatige uitoefening van hun taak en een strafbaarstelling van schending van de geweldsinstructie en wijziging van het Wetboek van Strafvordering in verband met het opnemen van een grondslag voor het doen van strafrechtelijk onderzoek naar geweldgebruik door opsporingsambtenaren (geweldsaanwending opsporingsambtenaar)

Nr. 18 MOTIE VAN DE LEDEN VAN DAM EN GROOTHUIZEN

Voorgesteld tijdens het Wetgevingsoverleg van 14 oktober 2019

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de huidige regelgeving de commissie geweldsaanwending geen ruimte laat om in het kader van de beoordeling van geweldstoepassing de burger, als subject van het toegepaste geweld, dan wel nabestaanden te horen;

overwegende dat het horen van burgers past bij een modern, transparant politiekorps, maar ook dat het horen van burgers ertoe kan bijdragen dat zij niet hun toevlucht hoeven te zoeken tot een strafrechtelijke procedure zoals bijvoorbeeld artikel 12-strafvordering;

verzoekt de regering, te onderzoeken hoe in de procedure rond het beoordelen van geweldstoepassing een hoorrecht van betrokken burgers (subject van geweld, dan wel hun nabestaanden) vastgelegd kan worden,

en gaat over tot de orde van de dag.

Van Dam

Groothuizen