Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202035249 nr. 21

35 249 Wijziging van de Faillissementswet in verband met de invoering van de mogelijkheid tot homologatie van een onderhands akkoord (Wet homologatie onderhands akkoord)

Nr. 21 MOTIE VAN HET LID VAN NISPEN C.S.

Voorgesteld tijdens het Wetgevingsoverleg 11 mei 2020

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat banken die zekerheden hebben bedongen bij faillissement vaak wel 90% van hun investering terugzien, terwijl andere schuldeisers gemiddeld slechts 2% van hun vordering terugzien en er overigens te vaak niet genoeg geld overblijft om het loon van de curator te betalen, wat fraudeonderzoek bemoeilijkt;

overwegende dat de zogenoemde Nederlandse «recovery rate» voor banken ook in internationaal verband zeer hoog is;

van mening dat een eerlijkere verdeling van de boedel bij faillissement meer recht zou doen aan de belangen van de vele verschillende schuldeisers;

verzoekt de regering, te onderzoeken hoe een rechtvaardiger verdeling van de boedel tussen banken en overige schuldeisers gemaakt kan worden bij faillissement en daartoe met voorstellen te komen,

en gaat over tot de orde van de dag.

Van Nispen

Van der Graaf

Nijboer

Van den Berge