Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202019637 nr. 2532

19 637 Vreemdelingenbeleid

Nr. 2532 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 3 oktober 2019

Het Ministerie van Buitenlandse Zaken heeft mij op 4 juli 2019 het thematisch ambtsbericht inzake de veiligheidssituatie in Syrië aangeboden.1

Hoewel de Syrische regering de controle heeft herkregen over enkele voormalige oppositiegebieden, is de veiligheidssituatie voor de burgers in die gebieden in veel opzichten nog steeds problematisch. Er is sprake van bombardementen, bomaanslagen en veiligheidsincidenten ten gevolge van al dan niet bewust achtergelaten explosieven in voormalige gevechtszones.

Het thematisch ambtsbericht benoemt mensenrechtenschendingen door alle partijen in het gewapende conflict. Ook de Syrische autoriteiten en de aan de Syrische regering gelieerde milities hebben zich schuldig gemaakt aan allerlei schendingen van het humanitair oorlogsrecht, zoals het gebruik van chemische wapens, het uithongeren van de burgerbevolking en de inzet van kindsoldaten.

Het ambtsbericht geeft mij geen aanleiding om het thans geldende beleid voor asielzoekers uit Syrië aan te passen. Dit betekent dat bij de beoordeling van een aanvraag voor een asielvergunning voor bepaalde of onbepaalde tijd het uitgangspunt is dat de vreemdeling bij terugkeer een reëel risico loopt op ernstige schade. Een uitzondering hierop vormt een vreemdeling waarvan is gebleken dat hij een actieve aanhanger is van het regime. In beginsel kan een vreemdeling wiens asielaanvraag is ingewilligd in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd indien hij gedurende vijf achtereenvolgende jaren rechtmatig verblijf heeft genoten, de grond voor asielbescherming nog steeds aanwezig is en tevens is voldaan aan het inburgeringsvereiste. De IND beoordeelt elke aanvraag op basis van de individuele omstandigheden.

Vanaf de zomer van 2015 was sprake van een zeer hoge instroom van vreemdelingen uit Syrië. Dit betekent dat voor een groot aantal Syrische vreemdelingen de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, verleend voor de duur van vijf jaar, in de tweede helft van 2020 afloopt. Het aantal verblijfsvergunningen voor bepaalde tijd van vreemdelingen met de Syrische nationaliteit dat in 2020 afloopt, bedraagt circa 30.0002.

Ik blijf de situatie in Syrië nauwgezet volgen en heb het Ministerie van Buitenlandse Zaken gevraagd om in de eerste helft van 2020 een algemeen ambtsbericht op te stellen, op basis waarvan het landenbeleid ten aanzien van Syrië opnieuw zal worden beoordeeld. Bij de beoordeling van het landenbeleid wordt tevens standaard het beleid van de ons omringende lidstaten betrokken.

De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, A. Broekers-Knol


X Noot
2

Dit aantal is inclusief afgeleide vergunningen in het kader van gezinshereniging.