Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-201932761 nr. 143

32 761 Verwerking en bescherming persoonsgegevens

Nr. 143 MOTIE VAN DE LEDEN VAN GENT EN VAN NISPEN

Voorgesteld 25 juni 2019

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de AVG mkb-bedrijven, verenigingen en stichtingen onduidelijkheid bezorgt, omdat door complexiteit en vage normen in de wet in veel gevallen niet helder is welke gegevens op welke manier verwerkt mogen worden;

constaterende dat de Kamer de motie-Koopmans over hulpvaardige handhaving door de Autoriteit Persoonsgegevens heeft aangenomen (motie-Koopmans c.s. van 8 maart 2018 (34 851, nr. 18));

overwegende dat in de Wet bescherming persoonsgegevens een vrijstellingsbesluit (Besluit van 7 mei 2001, houdende aanwijzing van verwerkingen van persoonsgegevens die zijn vrijgesteld van de melding bedoeld in artikel 27 van de Wet bescherming persoonsgegevens) was opgenomen, met daarin een overzicht van standaardverwerkingen en aanwijzingen hoe daarin te handelen, zoals personeels- en salarisadministratie, cameratoezicht en sollicitaties;

verzoekt de regering, in overleg te treden met de Autoriteit Persoonsgegevens om te bewerkstelligen dat de Autoriteit Persoonsgegevens komt tot een eenvoudige beleidsregel, vergelijkbaar met het vrijstellingsbesluit in de Wet bescherming persoonsgegevens, die mkb-bedrijven, verenigingen en stichtingen duidelijkheid en rechtszekerheid biedt in een groot aantal standaardverwerkingen, geldig tot aan de evaluatie van de AVG in 2020,

en gaat over tot de orde van de dag.

Van Gent

Van Nispen