29 279 Rechtsstaat en Rechtsorde

Nr. 535 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR RECHTSBESCHERMING

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 9 september 2019

Naar aanleiding van de motie van het lid Segers1 heeft het WODC, in opdracht van het Ministerie van Justitie en Veiligheid, onderzoek laten verrichten naar de inpasbaarheid van de vrederechter in België en Frankrijk in het Nederlandse rechtsbestel. Dit onderzoek is uitgevoerd door het Montaigne Centrum voor Rechtsstaat en Rechtspleging van de Universiteit Utrecht, in samenwerking met de Katholieke Universiteit Leuven.

Met deze brief bied ik u het onderzoeksrapport «Naar een nabijheidsrechter? Een onderzoek naar de inpasbaarheid van de vrederechter in België en Frankrijk in het Nederlandse rechtsbestel» aan2. Het onderzoeksrapport brengt de geschiedenis en het functioneren van de vrederechter goed in beeld en geeft handvatten hoe elementen in het Nederlandse rechtsbestel zouden kunnen worden opgenomen.

De centrale vragen van het onderzoek zijn hoe de vrederechter in Frankrijk en België functioneert en hoe een dergelijk instituut in Nederland vorm zou kunnen krijgen. Voor Frankrijk geldt dat er nu geen levende praktijk is. Daarom is vooral gekeken naar het functioneren van de vrederechter in Frankrijk in het verleden en naar de achtergrond van verschillende ontwikkelingen in Frankrijk.

In België heeft de vrederechter wel nog een belangrijke rol in de samenleving. Het onderzoek naar de situatie in België heeft zich zowel gericht op de regelgeving en «law in the books» als op de praktische toepassing. De onderzoekers gaan in op de ontwikkelingen in Nederland, waar de vrederechter ook heeft bestaan en de kantonrechter als de opvolger daarvan kan worden gezien. De onderzoekers brengen de verschillen en overeenkomsten tussen de vrederechter en de kantonrechter in kaart. Daarbij besteden de onderzoekers ook aandacht aan de diverse experimenten met laagdrempelige rechtspraak in Nederland, zoals de spreekuurrechter, de wijkrechter en de regelrechter.

De onderzoekers zien meerwaarde in een ontwikkeling naar een Nederlandse «nabijheidsrechter», vooral voor de groep rechtszoekenden die nu niet of onvoldoende in het rechtspraakaanbod bediend wordt. De onderzoekers stellen dat de vrederechter in België een belangrijke rol speelt om die groep binnenboord van de samenleving en de rechtsstaat te houden. De onderzoekers nemen de huidige kantonprocedure en praktijk van de kantonrechter als uitgangspunt en pleiten voor een geleidelijke aanpassing van de praktijk en de regelgeving om de kantonrechter pragmatischer, informeler en oplossingsgerichter te laten worden. Daarbij kan worden voortgebouwd op experimenten die nu in het kader van maatschappelijk effectieve rechtspraak (MER) worden gehouden. De onderzoekers geven aan dat in de geleidelijke aanpassing varianten kunnen worden beproefd met toepassing van de toekomstige Tijdelijke experimentenwet rechtspleging. Daarbij bevelen de onderzoekers aan in elk geval invoering van een «verzoeningsprocedure» te verkennen en deze te laten aansluiten op de procedure op tegenspraak.

In het onderzoek is ook aandacht besteed aan de kosten en baten van de invoering van een nabijheidsrechter. Extra kosten kunnen onder meer worden verwacht van extra zittingen, langere behandeltijd op zitting en meer zaken. Daarnaast is het aantal locaties waar zitting wordt gehouden een kostenfactor. De maatschappelijke baten zien de onderzoekers in het algemene belang dat toegankelijke en laagdrempelige rechtspraak bijdraagt aan «maatschappelijke vrede». Daarnaast zien de onderzoekers in deze vorm van rechtspraak een snelle en effectieve conflictbeslechting.

Aanpassing van de praktijk en de procedures vraagt volgens de onderzoekers consistent beleid waar het gaat om de toegang tot de rechter, de rol van de rechter in de samenleving en de verhouding tot andere vormen van geschilbeslechting.

Het kabinet zet in lijn met het regeerakkoord in op maatschappelijk effectieve rechtspraak, waarin daadwerkelijke oplossing van problemen belangrijk is. Dit sluit aan op een door de Rechtspraak gestarte initiatieven met diverse experimenten waarin laagdrempelige toegang tot de rechter en oplossingsgerichtheid centraal staan. Verdergaande experimenten zullen mogelijk worden als het bij uw Kamer aanhangige wetsvoorstel voor de Tijdelijke experimentenwet rechtspleging door het parlement is aangenomen.

Ik zie de uitkomsten van dit onderzoek als steun in de rug voor deze reeds in gang gezette ontwikkelingen. Het is nu nog te vroeg om keuzes maken over landelijke invoering van een nabijheidsrechter en aanpassing van regelgeving. Daarvoor moeten de evaluaties van lopende pilots worden afgewacht en ook intern binnen de rechtspraak het gesprek verder worden gevoerd. Ik ga hierover de komende periode met de Raad voor de rechtspraak in overleg en zal uw Kamer over nieuwe ontwikkelingen nader informeren.

De Minister voor Rechtsbescherming, S. Dekker


X Noot
1

Kamerstuk 34 550 VI, nr. 65.

X Noot
2

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

Naar boven