Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202031753 nr. 201

31 753 Rechtsbijstand

Nr. 201 MOTIE VAN DE LEDEN VAN WIJNGAARDEN EN VAN DAM

Voorgesteld tijdens het Notaoverleg van 30 juni 2020

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat volgens artikel 17 Grondwet, artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, artikel 14 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten en artikel 47 van het EU-Handvest een van de kernwaarden van onze rechtsstaat de mogelijkheid is je te kunnen wenden tot een onafhankelijke en onpartijdige rechter, ongeacht je inkomen;

constaterende dat de kosten voor rechtsbijstand voor mensen met een middeninkomen en voor kleine ondernemers vaak niet dragelijk zijn en dat het vanuit economisch perspectief in de lijn der verwachting ligt dat een gevarieerd aanbod van rechtsbijstandverleners bijdraagt aan verandering hiervan;

overwegende dat de loondienstregel van de Nederlandse orde van advocaten (NOvA) deze ontwikkeling belemmert en de NOvA zich recent bereid heeft verklaard om toelating van alternatieve bedrijfsstructuren en de noodzakelijke aanpassingen daarvoor samen met het Ministerie van Justitie en Veiligheid te laten onderzoeken en dit voor het eind van het jaar af te ronden;

verzoekt de regering, wanneer het gezamenlijke onderzoek niet tot substantieel meer ruimte leidt voor alternatieve bedrijfsstructuren, zelf het initiatief te nemen om de wet- en regelgeving aan te passen, en hierover in de voortgangsrapportage van eind 2020 aan de Kamer te rapporteren,

en gaat over tot de orde van de dag.

Van Wijngaarden

Van Dam