Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202024587 nr. 778

24 587 Justitiële Inrichtingen

Nr. 778 MOTIE VAN DE LEDEN VAN WIJNGAARDEN EN VAN TOORENBURG

Voorgesteld 2 juli 2020

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg op 1 januari 2020 in werking is getreden;

overwegende dat de beroepsgroep van psychiaters aangeeft dat hiermee gepaard gaande administratieve lasten bovenmatig beslag leggen op de voor cliënten en veroordeelden beschikbare capaciteit binnen de uitvoeringspraktijk van zowel de forensische als de niet-forensische psychiatrie;

constaterende dat zorgverleners ter illustratie aangeven dat geregeld meerdere brieven van ruim 25 pagina’s moeten worden gecreëerd, verstuurd en vervolgens ingevuld door psychisch belaste personen;

verzoekt de regering, om in overleg met psychiaters in het najaar van 2020 te komen tot een aanpak om een forse administratieve lastenreductie te realiseren, een toets op de administratieve lasten expliciet mee te nemen in de wetsevaluatie van de Wvggz, en hierover aan de Kamer te rapporteren,

en gaat over tot de orde van de dag.

Van Wijngaarden

Van Toorenburg