Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202029240 nr. 120

29 240 Veiligheid op school

29 911 Bestrijding georganiseerde criminaliteit

Nr. 120 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 30 juni 2020

Bij brief van 3 maart 2020 heeft lid Kuik (CDA) mij gevraagd schriftelijk te reageren op het nieuwsbericht «Scholen bezorgd om criminelen die leerlingen ronselen» van 22 februari jl. naar aanleiding van het rapport van het Centrum tegen Kinderhandel en Mensenhandel (CKM) «Dader of Slachtoffer? Criminele uitbuiting; verkenning onder Nederlandse scholen».1 De beantwoording van de Kamervragen over hetzelfde onderwerp (2020Z09415) wordt gelijktijdig met uw Kamer gedeeld.

In deze brief ga ik in op de belangrijkste bevindingen van het onderzoek. Door middel van deze brief doe ik tevens de in het AO van 5 december 2019 (Kamerstuk 28 638, nr. 178) gedane toezegging om met OCW in gesprek te gaan over signalering van criminele uitbuiting gestand. Tevens ga ik in deze brief in op de uitvoering van een tweetal moties,2 namelijk de motie d.d. 19 december 2019 van het lid Kuik c.s. en de motie van het lid Kuik d.d. 28 januari 2020.

Het onderzoek

Met veel interesse heb ik kennisgenomen van de resultaten van de verkenning die door het CKM onder scholen is uitgevoerd. Ik wil het CKM bedanken voor het rapport dat zij hierover hebben opgesteld. Mensenhandel is, in alle verschijningsvormen, een ernstig delict en een belangrijk thema voor dit kabinet. Criminele uitbuiting is een nog relatief onbekende vorm van mensenhandel. Het betreft het dwingen van iemand tot het plegen van strafbare feiten. Iemand die op het eerste gezicht een dader van een strafbaar feit lijkt te zijn, kan bij nader inzien een slachtoffer van criminele uitbuiting zijn. Het is daarom belangrijk om bij de aanpak van, met name jonge, daders oog te blijven houden voor de mogelijke dwang die aan het strafbaar handelen ten grondslag ligt. Criminele uitbuiting hangt daarbij per definitie samen met minstens één andere vorm van criminaliteit. Het CKM noemt in zijn rapport enkele voorbeelden, waaronder drugscriminaliteit, fraude en diefstal.

Signalering op scholen

Professionals die met jongeren werken hebben een belangrijke rol bij de signaleringen van mensenhandel, zo ook scholen. Scholen kunnen over diverse protocollen beschikken die voorschrijven hoe met (mogelijke) kwetsbare leerlingen om te gaan. In het CKM rapport wordt vermeld dat een meerderheid van de scholen aangeeft te weten hoe zij moeten handelen en dat zij er als school voldoende op ingesteld zijn dit te doen als dit nodig wordt geacht. Tegelijkertijd geeft een deel van de leraren aan dat zij signalen van mensenhandel niet zouden herkennen. Dit kabinet blijft daarom aandacht vragen voor deze en andere vormen van uitbuiting.

Zoals de motie3 vraagt worden doorlopend gesprekken gevoerd met de onderwijsraden over de toereikendheid van de beschikbare protocollen en over een effectieve aanpak van zorgwekkend gedrag van leerlingen. De oplevering van het «Niet pluis – intervisietool» van de Stichting School en Veiligheid is een van de resultaten hiervan. Deze tool biedt ondersteuning bij het gesprek over (en met) een leerling die zorgwekkend gedrag vertoont. Aan de hand hiervan kan een eventuele verdere onderzoeks- of zorgvraag scherper geformuleerd worden en kunnen jongeren de juiste ondersteuning ontvangen.

Ook de motie waarmee wordt verzocht om weerbaarheidslessen over drugs en ondermijning onderdeel te laten zijn van de strategie om het ronselen van jongeren te voorkomen4 raakt hieraan. Maatregelen die in dit kader door gemeenten en scholen genomen kunnen worden zien onder meer op het weerbaarder maken van jongeren en het bieden van perspectief, met behulp van onder andere gedragsinterventies. Voorbeelden hiervan zijn de Gelijke Kansen Alliantie, de preventieve gedragsinterventie Alleen jij bepaalt wie je bent, gericht op kwetsbare en beïnvloedbare jongeren tussen de 12 en 18 jaar uit achterstandswijken en gedragsinterventies zoals «PIT», «Basta!» en «alles Kidzzz» voor kinderen, vaak jonger dan 12 jaar, met ernstig agressief en/of antisociaal gedrag.

Bewustwording en bescherming mogelijke slachtoffers

Het onderzoek van het CKM wijst uit dat veel scholen vermoeden dat leerlingen onderdeel zijn van een crimineel netwerk, dan wel een jeugdbende. Jongeren worden soms onder dwang aangezet tot criminele handelingen, zoals diefstal en «drugsrunnen». Er zou sprake zijn van ketenopbouw; slachtoffers worden ingezet om meer slachtoffers te ronselen. Dit leidt tot een vage scheidslijn tussen slachtofferschap en daderschap.

Ik onderstreep nogmaals dat het essentieel is om bij de aanpak van jongere daders oog te houden voor mogelijke dwang die aan het strafbaar handelen ten grondslag ligt. Opsporingsdiensten dienen zich dan ook bewust te zijn van het fenomeen criminele uitbuiting en hoe te handelen als men in aanraking komt met jongeren in een dergelijke situatie.

Bij alle zaken die zich bij de politie aandienen is direct contact met het OM. Het OM kan op basis van alle beschikbare informatie van de politie besluiten om gebruik te maken van het non-punishment beginsel. Het beginsel houdt in dat een persoon die een criminele handeling heeft verricht, hiervoor niet veroordeeld mag worden, indien hij of zij hiertoe gedwongen is. Partners in de strafrechtketen zijn bekend met dit principe en er is aandacht om op deze wijze hiermee om te gaan.

Binnen de politie is een protocol ontwikkeld waarin de werkwijze wordt aangegeven hoe criminele uitbuiting kan worden onderkend bij jongeren die zijn aangehouden voor een strafbaar feit. Bij de trainingen voor eerstelijns politiemedewerkers wordt ook expliciet aandacht besteed aan criminele uitbuiting. Ook is er een voorlichtingsfilm ontwikkeld over de criminele uitbuiting van minderjarigen voor en door professionals. Deze film is op te vragen via de contactpersonen van de landelijke expertgroep criminele uitbuiting minderjarigen.

Integrale aanpak

Bij de bestrijding van criminele uitbuiting komen twee beleidsterreinen samen, namelijk de aanpak van mensenhandel en de aanpak van ondermijnende criminaliteit. De aanpak van criminele uitbuiting maakt al onderdeel uit van het interdepartementaal programma Samen tegen Mensenhandel.5 In het programma maken de Ministeries van JenV, VWS, SZW en BZ zich samen met een groot aantal ketenpartners hard tegen mensenhandel. Uw Kamer wordt jaarlijks door middel van een voortgangsbrief geïnformeerd over de voortgang van het programma.

In het kader van het Breed Offensief Tegen Ondermijnende Criminaliteit zetten de Minister van Justitie en Veiligheid en Minister voor Rechtsbescherming zich daarnaast, samen met de Ministers van OCW, VWS, SZW en BZK in op preventie van ondermijning.6 De preventieve aanpak is specifiek gericht op het voorkomen dat jongeren en jongvolwassenen in de criminele wereld terecht komen, (verder) afglijden in de criminaliteit en ongewenste stappen nemen op de weg naar ondermijning. Ook daarbij kan dwang soms een rol spelen. Over de invulling van de preventie pijler in het brede offensief is uw Kamer nader geïnformeerd in de brief over het Brede Offensief die op 18 juni jl. naar de TK verstuurd is.7

Binnen het departement wordt de samenwerking en samenhang tussen het programma Samen tegen Mensenhandel en het Breed Offensief tegen Ondermijnende Criminaliteit actief vormgegeven. Hierover wordt u door middel van de voortgangsbrief van het programma Samen tegen mensenhandel dit najaar nader geïnformeerd.

Bovenstaande maatregelen dragen bij aan de verder versterking van de aanpak van criminele uitbuiting. Het fenomeen ontwikkelt zich voortdurend, dit toont het CKM onderzoek ook weer aan. Dit vergt ook aanpassingsvermogen van de betrokken organisaties en in de beleidsvorming. Het Ministerie van Justitie en Veiligheid voert daarom momenteel gesprekken met relevante stakeholders over de mogelijkheden om, bovenop de lopende acties zoals hierboven neergezet, de aanpak van criminele uitbuiting verder te versterken.

De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, A. Broekers-Knol


X Noot
2

Kamerstuk 29 911, nr. 266 en Kamerstuk 29 240, nr. 116

X Noot
3

Kamerstuk 29 911, nr. 266

X Noot
4

Kamerstuk 29 240, nr. 116

X Noot
5

Kamerstuk 28 638, nr. 164

X Noot
6

Kamerstuk 29 911, nr. 254

X Noot
7

Kamerstuk 29 911, nr. 275