Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2012-2013nr. 56, item 8

8 Regeling van werkzaamheden

Regeling van werkzaamheden

De voorzitter:

Op verzoek van de aanvrager stel ik voor, het dertigledendebat over de opvolger van het elektronisch patiëntendossier en het debat over het bericht dat geen enkel ziekenhuis een goedkeurende verklaring van accountants krijgt, van de agenda af te voeren.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Ik deel aan de Kamer mee dat de fractie van GroenLinks geacht wenst te worden voor de motie-Van Gerven/Ouwehand (21501-32, nr. 689) te hebben gestemd.

Op verzoek van de VVD-fractie benoem ik in de contactgroep Duitsland het lid Aukje de Vries tot lid en op verzoek van de PvdA-fractie benoem ik in de contactgroep België het lid Albert de Vries tot lid.

Op verzoek van het lid Klaver stel ik voor, de motie op stuk nr. 194 (31322) opnieuw aan te houden. Dit betekent dat de in artikel 69, tweede lid, van het Reglement van Orde genoemde termijn van twee maanden voor deze motie opnieuw gaat lopen.

Ik stel voor, de volgende stukken van de stand van werkzaamheden af te voeren: 33400-XVI-15; 33288-24; 33400-XVI-12; 33000-XVI-168; 33000-XVI-144; 33000-XVI-10; 33204-7; 32793-14; 33000-XVI-192; 32793-52; 32793-18; 32793-56; 32793-59; 32620-64; 32620-43; 32500-XVI-119; 32543-18; 32299-18; 32299-15; 32299-16; 31839-256; 32299-11; 31839-220; 31839-233; 31839-173; 31839-214; 24170-124; 31765-51; 31316-16; 22894-235; 30597-266; 29689-379; 30492-39; 27295-155; 2012Z21564; 22894-252; 24170-123; 25424-95; 24170-121; 29248-233; 29247-177; 21501-27-16; 21501-31-269; 29279-146; 29689-309; 22894-308; 22112-1294; 2012Z01153; 2010Z17950; 29247-174; 29248-219; 24170-117; 29689-419; 2011Z26148; 21501-32-628; 28141-12; 31532-94; 31532-93; 32708-25; 32708-24; 31532-91; 31532-90; 32708-23; 31532-89; 33000-XIII-191; 33529-2; 33529-17; 33529-1; 29338-102; 29338-111; 29502-101; 29338-112; 29659-66; 29544-261; 30825-120; 30196-187; 32670-28; 30862-88; 32500-XIII-198; 31490-92; 32603-10; 33000-XIII-194; 33400-XIII-9; 31531-18; 26643-243; 29023-121; 31574-26; 33280-XIII-3; 27879-43; 32123-XIV-200; 32201-47; 27406-191; 32440-71; 33265-(R1983)-2; 32440-73; 28625-154; 2013Z02729; 30111-59; 30111-58; 30111-57; 28684-367; 28642-53; 28684-365; 28844-68; 28844-67; 33400-VII-55; 32463-15; 32463-14; 32463-13; 32463-16; 32463-12; 32735-73; 21501-02-1219; 32623-83; 22054-211; 22054-206; 22112-1562; 21501-02-1222; 21501-02-1220; 33400-XVI-132; 19637-1602; 29936-31; 33151-10; 33455-6; 19637-1594; 32175-47; 19637-1598; 19637-1605; 19637-1600; 19637-1599; 19637-1554; 22026-373; 22026-374; 30523-75; 33193-6; 29383-207; 29383-209; 29383-198; 30373-47; 30373-46; 32127-168; 27664-83; 29398-348; 22026-380; 31239-144; 29984-381; 29984-376; 22026-378; 22026-377; 22026-376; 21501-31-305; 32163-22; 32163-23; 21501-31-302; 21501-31-299; 22112-1553; 29689-423; 31839-267; 29389-48; 26991-338; 2013Z02067; 32793-65; 22054-205; 22054-202; 22054-213; 22054-209; 22054-210; 33548-4; 21501-07-987; 21501-07-986; 21501-07-1007; 21501-07-1008; 21501-07-1004; 31980-74; 31371-373; 33400-IX-11; 2013Z01382; 32271-12; 31490-103; 31490-102; 31490-101; 32602-4; 32847-38; 2012Z21378; 29453-283; 31412-49; 33400-XIII-134; 2013Z02709; 27406-124; 2013Z02549; 33400-X-60; 2013Z02020; 24202-28; 2013Z01914; 2013Z00329; 2013Z01390; 33400-XIII-15; 32412-8; 2012Z18560; 31865-37; 2012Z18795; 30174-24; 2013Z01726; 33369-4; 2013Z01071; 2013Z01060; 33486-(R1994)-3; 2012Z18371; 2012Z18244; 33412-1; 33418-6; 32733-108; 32733-110; 21501-07-991; 33418; 33418-4; 30220-4; 31865-46; 33400-XII-6; 2012Z09671; 33240-IV-2.

Ik stel voor, toe te voegen aan de agenda:

  • - het wetsvoorstel Wijziging van de Wet milieubeheer en de Wet op de economische delicten ten behoeve van de intrekking van het stelsel van handel in NOx-emissierechten (33428);

  • - het wetsvoorstel Wijziging van de Wet luchtvaart in verband met de uitvoering van een verordening tot vaststelling van gemeenschappelijke regels op het gebied van burgerluchtvaart en tot oprichting van een Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart (33476);

  • - het wetsvoorstel Wijziging van de Wet milieubeheer en de Wet veiligheidsregio's in verband met het beheer van het openbaar register met gegevens over de externe veiligheid, regels inzake buisleidingen en de departementale herindeling (33300);

  • - het wetsvoorstel Wijziging van de Wet milieubeheer en de Wet op de economische delicten in verband met de vaststelling van een verordening inzake de verificatie van broeikasgasemissie- en tonkilometerverslagen en de accreditatie van verificateurs (33466);

  • - het wetsvoorstel Wijziging van de Waterwet (doelmatigheid en bekostiging hoogwaterbescherming) (33465);

  • - het wetsvoorstel Wijziging van de Leegstandwet in verband met de verruiming van de mogelijkheden voor tijdelijke verhuur bij leegstand van gebouwen en woningen (33436);

  • - het wetsvoorstel Wijziging van de Wet waardering onroerende zaken in verband met een verruiming van de openbaarheid van de WOZ-waarde en enkele technische aanpassingen (33462).

Ik stel voor, toe te voegen aan de agenda:

  • - het VSO Contractonderhandelingen ggz-sector (25424, nr. 198), nog heden te houden met als eerste spreker mevrouw Pia Dijkstra van D66. Dat is inclusief stemmingen;

  • - het VAO Integratieonderwerpen, naar aanleiding van een algemeen overleg gehouden op 27 februari, met als eerste spreker mevrouw Karabulut van de SP;

  • - het VAO Hoofdlijnenbrief studiefinanciering sociaal leenstelsel, naar aanleiding van een algemeen overleg gehouden op 28 februari, met als eerste spreker de heer Jasper van Dijk van de SP.

Overeenkomstig de voorstellen van de voorzitter wordt besloten.

De voorzitter:

Het woord is aan de heer Wilders.

De heer Wilders (PVV):

Voorzitter. We hebben vandaag – het zal u niet zijn ontgaan – de nieuwe cijfers van het Centraal Planbureau gekregen. Een dikke, vette onvoldoende voor een kabinet dat middels belastingverhogingen en rare ombuigingen Nederland aan de rand van de afgrond brengt. Wat zeg ik? Over de rand van de afgrond duwt. Ik zou daarover graag volgende week een debat willen voeren met zowel de minister-president als de minister van Financiën. Uit de media weet ik dat de minister van Financiën en de minister-president hebben gezegd dat ze vermoedelijk morgen in de ministerraad al tot besluitvoering komen over het omgaan met de gevolgen van de CPB-cijfers voor in ieder geval 2014. Ik vraag u dus om dat debat, als er genoeg steun voor is, voor volgende week in te plannen. Verder vraag ik om een brief van het kabinet met daarin de resultaten van de ministerraad op dit punt. Graag zou ik die morgen voor 18.00 uur ontvangen.

De voorzitter:

Dank u wel, mijnheer Wilders. Als het mag, probeer ik enkele debatten samen te voegen. Gisteren heeft de heer Heerma een debat met dezelfde bewindspersonen aangevraagd over de aanpak van de economische crisis. Toen is ook gevraagd om dat voor volgende week te agenderen. Verder heeft mevrouw Karabulut een debat aangevraagd over de sterk oplopende werkloosheid. Zojuist hebt u, mijnheer Wilders, het debat over de CPB-cijfers aangevraagd met dezelfde bewindspersonen en ook voor volgende week. Ik wil aan de Kamer de suggestie doen om die drie onderwerpen tezamen in één debat met ruime spreektijden in te plannen voor volgende week. Die drie onderwerpen hebben mijns inziens namelijk een sterke samenhang en de debatten worden met dezelfde drie bewindspersonen gevoerd. Mag ik dit aan uw verzoek toevoegen?

De heer Wilders (PVV):

Ik heb die andere debatten niet aangevraagd. Het onderwerp daarvan raakt wel aan het mijne. Het is niet aan mij om voor collega's te spreken. Het is niet aan mij om te zeggen: doe het maar samen. Ik sta hier voor één debat, het debat over de cijfers van het Centraal Planbureau. Ik denk dat die genoeg aanleiding geven om te debatteren. Ik hoor van de collega's wel of zij de andere debatten daaraan willen toevoegen, want ik heb die niet aangevraagd.

De voorzitter:

Prima.

De heer Omtzigt (CDA):

Wij kunnen ons voorstellen dat het debat dat de heer Wilders aanvraagt, wordt toegevoegd aan het debat dat door collega Heerma is aangevraagd. De aanvragen gaan inderdaad over drie dezelfde debatten. Wij kunnen ons voorstellen om dat ene debat volgende week te laten plaatsvinden. Daar moet dan ook adequate ruimte voor ingepland worden in de agenda, want wij voegen wel drie thema's samen. Het gaat dan ook ergens over. De heer Wilders staat hier niet voor niets. Ik steun bovendien zijn verzoek om een brief. Vrijdag 18.00 uur is wat snel. Als de brief er maandagmorgen ligt, is het ook voldoende. Dan kan het kabinet er even goed over nadenken. Wij willen wel graag weten welke voorstellen het kabinet aan de Kamer doet.

De heer Roemer (SP):

Ik steun het verzoek. De drie onderwerpen zullen ongetwijfeld aan bod komen. De beslissing over de vraag of die dan voldoende aan bod komen, is niet aan ons, want wij zijn niet de aanvragers. De aanvragers moeten daar zelf over oordelen. Zij moeten zich afvragen of zij vinden dat het alsnog in een andere setting gedaan moet worden. Ik volg dus het verzoek van de heer Wilders.

De heer Klaver (GroenLinks):

Steun voor het debat. Ik vind de suggestie om die onderwerpen bij elkaar te voegen verstandig, maar de indieners gaan daarover. Volgens mij zei u het al, voorzitter, maar ruime spreektijden lijken mij hierbij van belang. Misschien heb ik het gemist, maar ook de minister van Sociale Zaken zou wat mij betreft bij dat debat aanwezig moeten zijn.

De heer Van der Staaij (SGP):

Het lijkt mij uitstekend om over de CPB-cijfers te spreken, maar u legt terecht de koppeling met andere debatten die al aangevraagd zijn. Wat ons betreft mag dit alles in één debat plaatsvinden. Wij vinden het wel nuttig en zelfs een voorwaarde als daaraan voorafgaand een duidelijke brief met de te volgen koers van het kabinet ligt. Als die brief er al deze week of begin volgende week kan zijn, is dat prima. Anders wachten wij liever totdat de brief er daadwerkelijk is.

De heer Van Dam (PvdA):

Met zo veel verzoeken is er in ieder geval duidelijk behoefte aan debat. Ik steun het verzoek van de heer Omtzigt om het verzoek van de heer Wilders toe te voegen aan het debat aangevraagd door de heer Heerma. Het lijkt mijn fractie wel handig als het debat pas gevoerd wordt als het kabinet daadwerkelijk een voorstel heeft gedaan of een brief naar de Kamer heeft gestuurd. Dan hebben wij namelijk iets om over te debatteren.

De voorzitter:

Het verzoek is om volgende week een debat te houden. Als u een voorwaarde stelt aan dat verzoek, concludeer ik dat u geen gehoor geeft aan het verzoek om volgende week te debatteren. U stelt namelijk een voorwaarde. Daar kan ik weinig mee. U moet mij dus hom of kuit geven. Vindt u het prima als wij volgende week debatteren, ook als die brief er niet is? Dat is namelijk het verzoek hier. Of wilt u per se een brief? Dan komt er gewoon een nieuwe regeling van werkzaamheden.

De heer Van Dam (PvdA):

Ik steun alle verzoeken tot debat. Laat dat helder zijn. Ik ga ervan uit en ik hoop dat er voorafgaand aan dat debat een brief komt. Als die brief er niet is, kunnen wij dinsdag weer met elkaar overleggen of het wel zinvol is om een debat te voeren. Ik ga ervan uit dat die brief gewoon komt.

De voorzitter:

Prima. Dan weet ik wat mij te doen staat.

Mevrouw Venrooy-van Ark (VVD):

Wij zien de behoefte aan debat. Wij gaan daar ook zeker niet voor liggen. Voor ons is een duidelijke voorwaarde dat er een kabinetsreactie is. Als die spoedig komt, vinden wij dat heel prettig. Die reactie is voor ons wel de voorwaarde om het debat te voeren.

De voorzitter:

Dan sluit u zich aan bij de woorden van de heer Van Dam: plan het maar en als de brief er niet is, komen wij terug bij de regeling. Klopt dat?

Mevrouw Venrooy-van Ark (VVD):

Exact.

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Ik sluit mij aan bij de conclusie die u zojuist hebt getrokken.

De heer Klein (50PLUS):

Ik sluit mij aan bij de woorden van de heer Omtzigt en dus ook bij het verzoek van de heer Wilders om dit debat te voeren.

De voorzitter:

Ik stel voor om het debat te agenderen.

De heer Wilders (PVV):

Ik houd er niet zo van om dit debat, dat ik nu aanvraag, toe te voegen aan een eerder debat. Ik heb nu dit debat aangevraagd en dit is het debat dat ik wil voeren. Als u daaraan andere debatten wilt toevoegen, moet u ze toevoegen aan dit debat en niet andersom. Anders handhaaf ik mijn voorstel om hierover apart in debat te gaan.

De voorzitter:

Dan ga ik toch even met u in discussie. Gisteren heeft de Kamer mij gevraagd om voor volgende week twee debatten samen in te plannen als één debat met drie bewindspersonen. Die zullen hier volgende week zijn. De Kamer heeft mij dat gisteren in meerderheid gevraagd. Ik kan deze drie bewindspersonen natuurlijk vragen of zij hier volgende week willen gaan bivakkeren; zij zitten hier volgende week al voor een deel omdat wij dan ook de Staat van de Unie bespreken. Ik kan maar één van de twee verzoeken van de Kamer honoreren, terwijl er twee meerderheidsverzoeken liggen om voor volgende week een debat in te plannen. Mijn suggestie was om deze twee debatten samen te voegen, waarvoor ik dan ruime spreektijden zou inplannen, maar ik kan niet beide debatten inplannen. Als er twee verzoeken liggen, ga ik het eerste verzoek honoreren. Dat betekent dat wij volgende week alleen gaan praten over de werkloosheid en de economische crisis, want dat is mij gisteren verzocht. Ik kan hierin niet anders dan het eerlijkheidsprincipe hanteren. Gisteren heeft de meerderheid van de Kamer, inclusief uw eigen fractie, gezegd dat dit debat er volgende week moet komen. Nu ligt er een tweede verzoek. Dat wordt dan pas de week daarna ingepland.

De heer Wilders (PVV):

Van mij mogen de debatten wel worden samengevoegd, maar ik vind dat alles wat met het CPB te maken heeft, alles wat het kabinet morgen in de ministerraad gaat besluiten over extra ombuigingen, van nog grotere importantie is dan de materie van het eerdere debat. Daarom wil ik dat daarop de nadruk komt te liggen. Het moet de kern van het debat zijn. Ik vind het prima dat daaraan andere debatten die mijn fractie ook wil, worden toegevoegd. De nadruk moet echter liggen op de ombuigingen, CPB-cijfers, economische groei en dergelijke. Daarover moet het gaan. Natuurlijk hoort alles wat met werkgelegenheid en werkloosheid te maken heeft hier ook bij, maar het is niet de basis van mijn verzoek.

De heer Klaver (GroenLinks):

Wij gaan volgens mij zelf over onze inbreng in het debat. Ik vind het voorstel van de voorzitter dus uitstekend. Wij gaan zelf over de nadruk die wij in het debat leggen. Volgens mij komt het goed, volgende week.

De voorzitter:

Misschien doe ik wat moeilijk in uw ogen, maar ik zeg niks over de inhoud. Natuurlijk gaat de Kamer over haar eigen inhoud. Ik constateer dat de Kamer gisteren in meerderheid een debat heeft aangevraagd met drie bewindspersonen en dat zij dit vandaag opnieuw doet. Mijn suggestie is om het samen te voegen. Dan agenderen wij die drie onderwerpen gezamenlijk. Dat is mijn verzoek. De heer Wilders zegt eigenlijk: prima als anderen hierover iets zeggen, maar het gaat nu om mijn verzoek. Er liggen nu twee verzoeken om volgende week gezamenlijk te debatteren. Het gaat hier eigenlijk over de vraag wie als eerste het woord voert.

De heer Klaver (GroenLinks):

Ik wilde u eigenlijk steunen in de conclusies die u in dezen trok. Het is aan de heer Wilders of hij dit volgende week bij het debat wil betrekken of volgende week een debat wil laten plannen, maar uiteindelijk gaat hij zelf over de vraag hoe hij hieraan invulling geeft. Laten wij volgende week een mooi, breed debat voeren. Ik denk dat het CPB weleens het belangrijkste item zou kunnen worden.

De heer Roemer (SP):

Het verzoek van de heer Wilders is helder. Dat steun ik.

De heer Omtzigt (CDA):

Voorzitter. Ik steun uw verzoek. Ik vind het heel bijzonder dat collega Wilders gisteren niet alleen bij de stemming afwezig was, maar ook bij de regeling van werkzaamheden.

De voorzitter:

Maar wij hebben het nu over een ander verzoek.

De heer Omtzigt (CDA):

Collega Wilders vraagt nu een eigen debat aan. Er ligt gewoon een debatverzoek dat wij met zijn allen kunnen verbreden. Dat lijkt mij een heel logische manier om hiermee om te gaan

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Volgens mij is het afhankelijk van de vraag of die brief er volgende week dinsdag ligt of niet. Als die brief er niet ligt, wordt het een ander debat. Het vorige debat is al voor komende week aangevraagd.

De voorzitter:

De hele Kamer heeft mij verzocht om dit debat te plannen. Als de brief er niet is, komen de leden terug bij de regeling van werkzaamheden. Ik ga daarop sturen. Als de meerderheid van de Kamer wil dat ik de debatten samenvoeg, ga ik dat doen. Ik meen te hebben gehoord dat er steun is voor het verzoek om de heer Wilders als eerste het woord te laten voeren. Volgens mij is dat namelijk waar wij het nu over hebben. Ik hoop dat de Kamer er geen bezwaar tegen heeft en vraag de twee fracties die zich niet hebben uitgesproken en die de meerderheid kunnen vormen, of zij mijn voorstel daarin willen volgen.

De heer Van Dam (PvdA):

Ik voel mij een beetje bezwaard om iets te moeten vinden van het gesteggel tussen het CDA en de PVV over de vraag wie het eerste het woord mag voeren in het debat. Zoekt u het samen lekker zelf uit. Geef het debat de naam van de heer Wilders, laat het CDA als eerste spreken en val ons er verder niet lastig mee.

De heer Omtzigt (CDA):

Voorzitter, ik vind …

De voorzitter:

Nee, ik heb u het woord nog niet gegeven. Het is heel simpel: als de Kamer hier een uitspraak doet, dan moet ik die volgen. De Kamer heeft gisteren een uitspraak gedaan over de planning van een debat dat samengevoegd moet worden en nu doet zij een onduidelijke uitspraak. Ik heb geen zin om van u allen dit probleem in mijn maag gesplitst te krijgen en dan volgende week hier bij een regeling van werkzaamheden te staan. Vandaar dat ik het op deze manier doe. Ik concludeer dat de heer Wilders graag eerste spreker wil zijn en ik vraag om uw akkoord voor het samenvoegen van die debatten.

Mevrouw Venrooy-van Ark (VVD):

Het lastige is wel dat een aanvrager een vraag neerlegt in de Kamer, waarvan wij hebben gezegd dat wij die onder een voorwaarde steunen, wat in principe betekent dat wij eerst een brief willen om dan te bekijken of het debat nodig is.

De voorzitter:

Ja, precies.

Mevrouw Venrooy-van Ark (VVD):

Ik kan mij goed voorstellen dat geen van deze debatten exclusief over het aangekondigde onderwerp gaat, omdat de drie onderwerpen die inmiddels in twee debatten worden behandeld, zullen worden samengevoegd. Ik moet er wel eerlijk bij zeggen dat ik het best een beetje lastig vind om een aanvrager een ander antwoord te geven. Wij hebben gezegd dat wij de behoefte aan debat zien en daar niet voor gaan liggen. Ik kan mij ook heel goed voorstellen dat het wordt samengevoegd, maar ik vind toch ook dat alle indieners daar hun zegen aan moeten kunnen geven.

De heer Omtzigt (CDA):

Namens de CDA-fractie heb ik ermee ingestemd dat het debat van de heer Wilders bij het debat van de heer Heerma wordt gevoegd en niet omgekeerd. Mocht het omgekeerde voorstel voorliggen, dan trek ik die toestemming in en handhaaf ik het verzoek dat wij gisteren hebben gedaan om dat debat op die wijze te houden.

De heer Van der Staaij (SGP):

Kunnen we niet één integraal debat houden en dat objectiveren door de begrotingsvolgorde te hanteren? Dan komen we misschien nog eens uit de crisis.

De voorzitter:

Ik doe de Kamer het voorstel om volgende week een debat in te plannen. Aldus besloten.

De heer Wilders (PVV):

Nee, u kunt wel met de hamer slaan, maar er is nog niets besloten. Wat is nu het debat? Welk onderwerp is als eerste? Wie spreekt als eerste? Dat wil ik wel graag weten.

De voorzitter:

Het debat Heerma is als eerste. Dat heeft de Kamer gisteren namelijk in meerderheid uitgesproken. Ik heb geprobeerd om u te accommoderen, u allen te accommoderen, en daar ruime spreektijden tegenover te stellen. De Kamer is in meerderheid niet bereid om daar een besluit over te nemen.

De heer Wilders (PVV):

Maar dan handhaaf ik mijn verzoek om over de CPB-cijfers apart te debatteren. Dan voegen we niets samen.

De voorzitter:

Ik weet het goed gemaakt. Ik kijk naar u allen. Er ligt hier een verzoek om volgende week te debatteren over de CPB-cijfers naast een al eerder door mij aan de Kamer toegezegd debat met twee dezelfde bewindspersonen. Ik kan volgende week geen derde debat toevoegen. Dat gaat niet.

De heer Wilders (PVV):

Van een meerderheid van de Kamer heb ik gehoord dat mijn verzoek wordt gesteund. Het enige voorbehoud dat ik heb gehoord, is dat er voor sommige fracties eerst een brief moet zijn. Dat is wat ik heb gehoord.

De voorzitter:

Ik heb gehoord dat een heel aantal fracties heeft gezegd: wij vinden het een goed idee om te combineren. Nu ligt dat verzoek niet meer voor. Ik snap de verwarring daarover, die herken ik ook. Daar heb ik tijdens de regeling van werkzaamheden vaak mee te maken. Ik heb geen zin dat hierover onduidelijkheid blijft bestaan. Ik snap dat u zich hieraan ergert, ook dat herken ik. Er ligt een nieuw verzoek voor, om volgende week een tweede debat in te plannen over de CPB-cijfers, naast het debat dat we al hebben afgesproken.

De heer Klaver (GroenLinks):

Het begint langzaam een klein beetje een beschamende toestand te worden.

De voorzitter:

Dat is ook zo.

De heer Klaver (GroenLinks):

Daar zijn wij zelf bij, voorzitter. Geen steun voor het verzoek. Gisteren is besloten dat er een debat wordt ingepland, dus geen steun voor het verzoek van de heer Wilders. Wel zou ik graag aan het debat dat voor volgende week staat gepland, de CPB-cijfers willen toevoegen, als de indieners dat goed vinden.

De voorzitter:

Ik begrijp dat u dan geen steun verleent aan het verzoek om een apart debat.

De heer Klaver (GroenLinks):

Geen steun voor het verzoek van de heer Wilders, maar ik stel wel voor om de CPB-cijfers toe te voegen aan het debat van volgende week dat de heer Heerma heeft aangevraagd.

Mevrouw Venrooy-van Ark (VVD):

Ik heb zojuist begrepen dat de steun niet voorwaardelijk kan worden gegeven. De VVD-fractie gaat wel akkoord met de brief. Als die brief er dinsdag is, kunnen we wellicht bij de regeling bekijken of het debat erbij kan.

De voorzitter:

Geen steun voor het verzoek.

De heer Slob (ChristenUnie):

Dit land verkeert in een grote crisis en wij voeren dit soort debatjes. Dat is natuurlijk heel beschamend. Laten we volgende week één debat voeren, het debat dat het CDA heeft aangevraagd. Als de brief er dan ligt, kunnen we deze erbij betrekken. Werkverschaffing is heel erg belangrijk buiten de Kamer, maar niet hier in de Kamer.

De voorzitter:

Geen steun voor het verzoek van de heer Wilders.

De heer Van Dam (PvdA):

De heer Wilders zegt altijd dat zo'n beetje iedereen in dit land zich moet schamen, maar ik weet voor wie dit op dit moment geldt. Een beetje groter zijn zou ook wel kunnen. Voorzitter, ik begrijp van u dat wij het moeten oplossen. Helaas. Doe dan maar het debat dat het CDA heeft aangevraagd, maar wees ons allemaal ter wille en voeg daar de CPB-cijfers aan toe en de vraag wat het kabinet daar allemaal mee doet. Dan is het allemaal opgelost.

De voorzitter:

Geen steun voor het debat.

De heer Klein (50PLUS):

Geen steun voor het debat. Ik steun de woorden van de heer Slob van de ChristenUnie volledig. Laten we volgende week de discussie voeren. Mocht dit onvoldoende zijn, dan staat het de PVV-fractie natuurlijk altijd vrij om nog een vervolgdebat aan te vragen, één, twee of drie weken daarna.

De voorzitter:

Geen steun voor het verzoek van de heer Wilders.

De heer Van Weyenberg (D66):

Als dit de keuze is, sluiten wij ons aan bij het voorstel van GroenLinks.

De voorzitter:

Mijnheer Wilders, u hebt geen steun voor uw verzoek.

De heer Wilders (PVV):

Ik hoor het, voorzitter. Jammer. Wij zijn hier niet degenen die partijpolitiek bedrijven, het zijn onze vrienden van het CDA, wat de Kamer hier ook over zegt. De meerderheid heeft besloten om dus niet apart over het CPB te praten, omdat er een eerder verzoek ligt van het CDA. Daar zullen wij dan aan meedoen. Laten we het maar op die manier doen. Het is niet anders.

De voorzitter:

Dank u wel. Dank allemaal voor uw medewerking.

Het woord is aan mevrouw Smits van de SP.

Mevrouw Smits (SP):

Voorzitter. Ik heb een echt eenvoudig verzoek. Ik zou het heel fijn vinden als de schriftelijke vragen die ik op 20 februari heb gesteld aan de minister van Sociale Zaken over massale leegloop in de kinderopvang beantwoord kunnen worden voor het algemeen overleg dat wij donderdag hierover voeren. Dat zou ik erg waarderen.

De voorzitter:

Ik zal dit gedeelte van het stenogram doorgeleiden naar het kabinet. Dit geldt overigens ook voor het vorige verzoek om een brief. Ook dat gedeelte van het stenogram zal ik doorgeleiden naar het kabinet.

Het woord is aan de heer Omtzigt.

De heer Omtzigt (CDA):

Voorzitter. Mede namens collega Van Vliet van de PVV vraag ik een brief over het opzeggen van het belastingverdrag door Mongolië en het feit dat er geen nieuw belastingverdrag komt. Hoe is dat precies gelopen? Wat zijn de gevolgen? Wat zijn de belastingtechnische gevolgen? Ik verzoek om de brief binnen een week of twee à drie te ontvangen en daarna een dertigledendebat te plannen.

De voorzitter:

Het gaat om twee verzoeken, om een brief en om het plannen van een dertigledendebat.

De heer Paulus Jansen (SP):

Steun voor beide verzoeken.

De heer Groot (PvdA):

Steun voor de brief. Ik heb er vanochtend ook al vragen over gesteld, dus misschien kunnen die antwoorden ook meegenomen worden. Laten we even de brief afwachten voordat we een debat inplannen. Het zou zomaar kunnen dat tegen die tijd het onderzoek van SEO Economisch Onderzoek ook beschikbaar is. Wel steun voor de brief dus, maar nog niet voor een debat.

De heer Klaver (GroenLinks):

Steun voor het debat en voor de brief. Ook ik heb er Kamervragen over gesteld en ik hoop dat de antwoorden erin meegenomen kunnen worden.

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Steun voor het debat en steun voor de brief.

De heer Elias (VVD):

Gelet op het voorgaande moeten we misschien even verifiëren of de heer Omtzigt nog steeds de steun van de heer Van Vliet heeft. Steun voor de brief. Dan zien we daarna wel of er een debat komt.

De heer Van Vliet (PVV):

Deze uitlokking kon ik natuurlijk niet weerstaan, voorzitter. Als ik aan de heer Omtzigt aanbied om het namens mij te doen, dan sta ik daarvoor, ongeacht de mening van de heer Elias.

De voorzitter:

U hebt steun voor een brief en een dertigledendebat, maar ik kan u niet toezeggen dat het dertigledendebat binnen drie of zes weken gepland kan worden, want wij hebben er 28 in de portefeuille. Het gaat dus enige tijd duren.

De heer Omtzigt (CDA):

Daar ben ik van op de hoogte. Mijn collega van de PvdA-fractie heeft gelijk: dan is het SEO-rapport daar en wordt het inderdaad waarschijnlijk een wat uitgebreider debat over belastingverdragen.

De voorzitter:

Ja, tegen de tijd dat dat aan de beurt is! Bij een dertigledendebat geldt een spreektijd van drie minuten. Ik zal dit gedeelte van het stenogram doorgeleiden naar het kabinet.

Het woord is aan mevrouw Helder van de PVV.

Mevrouw Helder (PVV):

Voorzitter. Gisteren was er een uitzending van De Vijfde Dag. Daarin was te zien, of althans daarin werd op zijn minst de indruk gewekt, dat er sprake was van – ik citeer – een liegende officier van justitie. Ik besef dat het weliswaar om een individuele zaak gaat, maar die roept heel veel vragen op. Die heb ik ook schriftelijk gesteld. Mijn verzoek is om hierover een brief te vragen aan de minister waarin hij die schriftelijke vragen heeft beantwoord. Aansluitend wil ik daarover graag een debat voeren.

De voorzitter:

Het gaat dus om een verzoek om een brief en debat.

De heer Van der Steur (VVD):

Op zichzelf heeft collega Helder volledig gelijk dat het zeer zorgwekkend zou zijn, als gelogen zou worden door het Openbaar Ministerie. Graag wil ook ik een brief over deze kwestie, voor zover het kabinet meent dat het op deze individuele zaak kan reageren, maar de zorg is er zeker bij de VVD. Steun dus voor de brief, maar geen steun voor een debat op dit moment.

Mevrouw Bergkamp (D66):

D66 steunt het verzoek om een brief, maar niet het verzoek om een debat. Kijkend naar de tijdigheid en de volle agenda willen wij het eventueel bespreken in een AO.

De heer Recourt (PvdA):

Het gaat om een ernstige zaak. Steun dus voor de brief en afhankelijk van de brief een debat, maar nu nog niet.

De heer De Wit (SP):

Het was inderdaad een schokkende uitzending over de handelwijze van het Openbaar Ministerie. Ik steun beide verzoeken. Ik heb over deze kwestie gisteren ook schriftelijke vragen gesteld. Ik vraag of die beantwoord worden voordat het debat plaatsvindt. Ik hecht eraan als er in de brief in ieder geval een feitelijk relaas voorkomt, zodat wij precies kunnen zien wat er gebeurd is.

De voorzitter:

U hebt geen steun van een meerderheid voor een debat, maar wel voor een brief.

Mevrouw Helder (PVV):

Ja, gehoord hebbende wat collega De Wit net zei, wil ik inderdaad graag de gevraagde brief met een beantwoording van de vragen gesteld door de SP en de PVV, met een feitenrelaas erin. Ook wil ik graag dat hierover een dertigledendebat wordt geagendeerd.

De voorzitter:

Dat ga ik doen. Daarvoor gelden spreektijden van drie minuten per fractie. Het komt onder aan de lijst. Ik zal het stenogram doorgeleiden naar het kabinet.

U hebt nog een verzoek.

Mevrouw Helder (PVV):

Ja, ik heb nog een verzoek. Gisteren kwam het bericht van RTL Nieuws dat veroordeelden na een veroordeling gemiddeld pas na veertien maanden in de cel terechtkomen. Dat zou maximaal 30 dagen mogen zijn. Dat is dus een ernstige zaak, zeker gezien het feit dat daar ook veroordeelden bij zitten voor geweld- en zedenmisdrijven. Daarover wil ik graag debatteren, maar ik wil dit onderwerp graag toevoegen aan het debat over veroordeelden die nog steeds vrij rondlopen, dat al geagendeerd is en dat eigenlijk vandaag zou plaatsvinden. Ik verzoek er dan om dat er één minuutje bij de spreektijd kan.

De voorzitter:

Het gaat om een debat dat wij voor deze week gepland hadden en dat wij opnieuw proberen in te plannen voor volgende week. Het is vanwege het debat dat wij vanmiddag zullen voeren, van de agenda gegaan.

De heer Van der Steur (VVD):

Steun voor de gedachte om dit onderwerp toe te voegen aan het al geplande debat. Ik heb gisteravond Kamervragen gesteld over deze kwestie. Ik zou het wel op prijs stellen als mevrouw Helder aan het kabinet wil vragen om die te beantwoorden voordat het debat plaatsvindt.

Mevrouw Bergkamp (D66):

D66 geeft steun aan het voorstel voor een debat en aan de suggestie om het te combineren met het onderwerp dat voor vanavond op de agenda stond.

De heer Oskam (CDA):

Steun voor het integrale verzoek.

De heer Marcouch (PvdA):

Ook steun.

De voorzitter:

Voor beide verzoeken dus.

De heer De Wit (SP):

Ook van de kant van de SP steun voor beide verzoeken.

De voorzitter:

Ik stel vast dat u steun hebt voor uw verzoek. Wij hadden spreektijden van vier minuten. Die zal ik oprekken naar vijf minuten per fractie. Ik hoop dat ik het voor volgende week kan inplannen, zonder dat er weer een spoeddebat tussendoor komt. Ik zal het stenogram doorgeleiden naar het kabinet.

Het woord is aan de heer Klein van 50PLUS.

De heer Klein (50PLUS):

Voorzitter. Het Centraal Planbureau heeft vandaag bekendgemaakt dat de investeringen in woningen in 2013 met 7% zullen afnemen. 50PLUS vindt dat de woningmarkt een motor van de economie is. Die moet in beweging komen. Het debat daarover krijgen we dan volgende week wel, maar in oktober 2011 heeft 50PLUS al aangegeven dat er een grote betrokkenheid van de pensioenfondsen bij de hypothecaire woningfinanciering zou moeten komen. Vorig jaar december heeft de minister voor Wonen en Rijksdienst aan de heer Van Dijkhuizen gevraagd om te verkennen of de rol van de institutionele beleggers, waaronder de Nederlandse pensioenfondsen en verzekeraars, bij de hypothecaire woningfinanciering kan worden versterkt. In het eerste kwartaal van 2013, zo was de toezegging, zou de heer Van Dijkhuizen rapporteren. Met het oog op de zeer zorgwekkende situatie op de woningmarkt en de grote problemen die starters ondervinden bij het verkrijgen van hypotheken, vragen we de minister voor Wonen en Rijksdienst om een brief, geen debat, waarin wordt aangegeven of de Kamer de rapportage inderdaad voor 1 april krijgt en waarin wordt ingegaan op de huidige stand van zaken van de werkzaamheden van de commissie-Van Dijkhuizen.

De voorzitter:

Dit is een verzoek om een brief. Ik neem aan dat daartegen geen bezwaar is. Ik zal het stenogram doorgeleiden naar het kabinet.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.