Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 30 januari 2013
De algemene commissie voor Wonen en Rijksdienst heeft in haar procedurevergadering
van 17 januari 2013 mij verzocht haar te informeren over de relatie tussen het wetsvoorstel
Huisvestingswet 20131, de wijziging van de Leegstandwet ten behoeve van de verruiming van mogelijkheden
voor tijdelijke verhuur bij leegstand van woningen2 en de toekomstige wijziging van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek
naar aanleiding van de evaluatie van deze wet. Door middel van deze brief voldoe ik
aan dit verzoek.
Het wetsvoorstel Huisvestingswet 2013 heeft als voornaamste doel om in geval van schaarste
een evenwichtige en rechtvaardige verdeling van de woningvoorraad mogelijk te maken.
Hiertoe biedt de wet aan gemeenten de mogelijkheid om een huisvestingsverordening
vast te stellen waarmee een vergunningstelsel kan worden ingesteld voor woonruimteverdeling
en voor de wijziging van de woningvoorraad. Daarnaast bevat dit wetsvoorstel regels
omtrent de gemeentelijke taakstelling bij de huisvesting van verblijfsgerechtigden.
Ten opzichte van de huidige Huisvestingswet is het wetsvoorstel Huisvestingswet 2013
een vereenvoudiging waarbij de klemtoon ligt op een grotere transparantie en democratische
legitimering door de gemeenteraad. In het kader van decentralisering wordt meer ruimte
geboden voor lokaal maatwerk.
De Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek (bekend als de Rotterdamwet)
beoogt de grotere gemeenten instrumenten te bieden om hardnekkige leefbaarheidsproblemen
aan te pakken.
Een tweetal maatregelen in de huidige wet zijn specifiek gericht op woningtoewijzing.
Het betreft de mogelijkheid voor gemeenten om in de huisvestingsverordening voor een
beperkt aantal aangewezen gebieden meer ingrijpende maatregelen bij de woonruimteverdeling
vast te stellen, namelijk dat alleen personen die voldoen aan bepaalde inkomenseisen
een huisvestingsvergunning krijgen en de mogelijkheid om woningzoekenden met bepaalde
sociaaleconomische kenmerken voorrang te geven. Deze maatregelen, die een inbreuk
kunnen zijn op de vrijheid van vestiging en het recht op gelijke behandeling, mogen
slechts worden toegepast nadat ik er mijn goedkeuring aan heb gegeven. Mijn ambitie
is om, op grond van voorstellen vanuit de steden zelf, met de nog komende wijziging
van deze wet de instrumenten voor grote gemeenten om specifieke problemen aan te pakken
verder uit te breiden, zoals bij brief aan uw Kamer3, d.d. 18 juli 2012, is aangekondigd, onder meer op het terrein van woningvorming
en woningtoewijzing.
De Leegstandwet beoogt onnodige leegstand van woonruimte te voorkomen en gemeenten
instrumenten te geven om de leegstand van niet-woonruimten te bestrijden. De Leegstandwet
biedt de gemeente daartoe de mogelijkheid om een leegstandverordening in te stellen
met het oog op de bestrijding van leegstand in niet-woonruimte, bijvoorbeeld kantoren
en winkels. Ook maakt deze wet het mogelijk vergunningen te verstrekken voor de tijdelijke
verhuur van leegstaande woonruimte. Het wetsvoorstel tot wijziging van de Leegstandwet
in verband met de verruiming van de mogelijkheden voor tijdelijke verhuur bij leegstand
van woningen, versoepelt de mogelijkheden tot de verhuur van leegstaande woonruimte
op basis van deze wet. Uiteraard hebben de maatregelen uit de Leegstandwet invloed
op enerzijds de woonruimtevoorraad alsmede op de leefbaarheid.
Het wetsvoorstel Huisvestingswet 2013, het wetsvoorstel tot wijziging van de Leegstandwet,
de Leegstandwet zelf en de mogelijke wijziging van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke
problematiek vullen elkaar aan. En hoewel ze alle betrekking hebben op het bewaken
van de woonruimtevoorraad en de toewijzing daarvan, beogen ze een ander specifiek
doel, zoals hierboven reeds aangegeven. Om die reden staat niets separate behandeling
van de wetsvoorstellen door uw Kamer in de weg.
Op zeer korte termijn zal ik u de nota naar aanleiding van het verslag bij het wetsvoorstel
tot wijziging van de Leegstandwet in verband met de verruiming van de mogelijkheden
voor tijdelijke verhuur bij leegstand van woningen toezenden. In verband met situatie
op de woningmarkt en de in verband daarmee noodzakelijke verruiming van deze tijdelijke
verhuur, acht ik een spoedige behandeling van dit wetsvoorstel van belang. De voorstellen
voor de wijziging van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek,
die ik samen met de grote gemeenten opstel, verwacht ik na het zomerreces aan uw Kamer
aan te kunnen bieden.
De minister voor Wonen en Rijksdienst,
S.A. Blok