Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2011-201233240-IV nr. 2

33 240 IV Jaarverslag en slotwet Koninkrijksrelaties 2011

Nr. 2 RAPPORT BIJ HET JAARVERSLAG 2011 VAN KONINKRIJKSRELATIES (IV)

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

’s-Gravenhage, 16 mei 2012

Hierbij bieden wij u het op 7 mei 2012 door ons vastgestelde «Rapport bij het Jaarverslag 2011 van Koninkrijksrelaties (IV)» aan.

Algemene Rekenkamer

drs. Saskia J. Stuiveling, president

dr. Ellen M.A. van Schoten RA, secretaris

ONS ONDERZOEK

De ministers verantwoorden zich met hun jaarverslagen aan de Staten-Generaal. De jaarverslagen moeten inzicht geven in de mate waarin de beleidsdoelstellingen zijn gerealiseerd en antwoord geven op de vraag of het geld is besteed aan het doel waarvoor het beschikbaar is gesteld.

De Algemene Rekenkamer is nagegaan of de bedrijfsvoering van de ministeries en de financiële informatie in de jaarverslagen voldoen aan de eisen. Dit rapport bevat de belangrijkste uitkomsten en onze oordelen over het Jaarverslag 2011 van Koninkrijksrelaties (IV). Op onze website www.rekenkamer.nl staan het achtergronddocument bij dit rapport en de volledige reactie van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK), van 24 april 2012.

De minister van BZK is op grond van artikel 19 CW 2001 verantwoordelijk voor het beheer van de begroting van Koninkrijksrelaties. Dit beheer is onderdeel van de bedrijfsvoering van het Ministerie van BZK. Hierover rapporteren wij in ons Rapport bij het Jaarverslag 2011 van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII).

In onderstaand overzicht zijn de verplichtingen, uitgaven en ontvangsten van Koninkrijksrelaties opgenomen.

Koninkrijksrelaties in cijfers

2010

2011

Verplichtingen (€ mln.)

3 650,6

218,5

Uitgaven (€ mln.)

1 744,0

436,6

Ontvangsten (€ mln.)

1 173,0

48,3

BEDRIJFSVOERING

Wat zijn belangrijke ontwikkelingen?

Sinds 10 oktober 2010 bestaat het land Nederlandse Antillen niet meer: Bonaire, Saba en Sint Eustatius (BES-eilanden) zijn nu openbare lichamen van Nederland (Caribisch Nederland); Curaçao en Sint Maarten zijn landen binnen het Koninkrijk. De staatkundige vernieuwing ging gepaard met veel veranderingen voor de vijf eilanden, die in 2011 nog volop in gang waren.

De staatkundige vernieuwing heeft ook gevolgen voor de verantwoordelijkheden van de minister van BZK. Zo is de minister nu belast met de coördinatie van het rijksbeleid dat de openbare lichamen raakt (art. 211 Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba).

De minister krijgt van het College financieel toezicht (Cft) advies over de begroting en het financieel beheer van Caribisch Nederland. Volgens het Cft hebben de BES-eilanden in 2011 het financieel beheer en het begrotingsproces niet voldoende op orde gebracht. De belangrijkste oorzaken daarvoor zijn een tekort aan gekwalificeerd personeel en de vele wijzigingen in de wet- en regelgeving. Uitbreiden van de capaciteit is een belangrijk aandachtspunt voor de nabije toekomst. De minister heeft Sint Eustatius onder voorafgaand toezicht gesteld. Dat betekent dat het Cft nieuwe verplichtingen van het eiland eerst moet goedkeuren. We merken op dat de gevolgen van de staatkundige vernieuwing op de BES-eilanden de komende jaren nog veel aandacht van de minister van BZK zullen vragen.

Daarnaast is het bevorderen van de autonomie van de eilanden een belangrijke taak van de minister. Om op 10 oktober 2010 een gezonde start voor de vijf eilanden mogelijk te maken zijn afspraken gemaakt over het saneren van leningen en betalingsachterstanden. Tot 1 oktober 2011 konden verzoeken tot sanering van betalingsachterstanden worden ingediend. De afwikkeling daarvan vindt plaats in 2012.

Na de staatkundige vernieuwing moest de economische waarde van de rechten en plichten van de Nederlandse Antillen worden verdeeld tussen de landen Curaçao, Sint Maarten en Nederland. De commissie «Inventarisatie en waardering boedel van de Nederlandse Antillen» heeft destijds een boedelbalans opgesteld voor eind 2008. Hiervoor is gebruikgemaakt van het model dat ook is toegepast voor de boedelbalans van Aruba, toen dat scheidde van de Nederlandse Antillen. De commissie werkt de boedelbalans in 2012 bij naar de stand op 9 oktober 2010. Daarnaast is er een vereffeningscommissie, die de drie landen adviseert over de onderlinge vorderingen die door de boedelscheiding zijn ontstaan. Wij constateren dat de vereffening van de boedelscheiding traag verloopt. Verder merken wij op dat de vereffeningscommissie de vereffening zal baseren op de geactualiseerde boedelbalans en niet op de jaarrekeningen van de landen. Wij bezien in 2012 of de boedelbalans een toereikende basis vormt voor de vereffening.

Wat zijn de onvolkomenheden en belangrijke aandachtspunten in de bedrijfsvoering?

We hebben in 2011 geen onvolkomenheden geconstateerd bij Koninkrijksrelaties. Wij vragen specifiek aandacht voor het toezicht op stichtingen.

Beperkt toezicht op stichtingen

De minister van BZK financiert vanuit de begroting Koninkrijksrelaties drie stichtingen: de Antilliaanse Mede Financieringsorganisatie (AMFO), Fondo Desaroyo Aruba (FDA) en Stichting Ontwikkeling Nederlandse Antillen (SONA). De stichtingen krijgen in 2012 voor het laatst subsidie vanuit het begrotingshoofdstuk Koninkrijksrelaties. Over het afrekenen van de voorschotten worden in 2012 afspraken gemaakt met de stichtingen.

Totaal voorschotten per stichting tot en met 2011

Stichting

Periode

Gestorte voorschotten (x € 1 mln.)

AMFO

2006–2011

60,5

FDA

2000–2011

131,5

SONA

2005–2011

274,1

In 2011 heeft het ministerie maatregelen genomen om het toezicht op SONA te verbeteren. Het Ministerie van BZK en SONA zullen in 2012 afspraken maken om resultaten van projecten beter inzichtelijk te krijgen.

We constateren, evenals vorig jaar, dat de minister in 2011 onvoldoende inhoudelijke informatie over de besteding van de subsidies heeft opgevraagd bij FDA en AMFO. Er is beperkt actie ondernomen om het toezicht op de voortgang van projecten van FDA en AMFO te verbeteren. Daardoor kan de minister de Tweede Kamer onvoldoende informeren en kan zij zich niet verantwoorden over de geleverde prestaties van de stichtingen.

Reactie van de minister en nawoord Algemene Rekenkamer

Reactie

De minister gaat in haar reactie in op het toezicht op de drie stichtingen. De minister geeft aan dat zij maatregelen heeft getroffen om de informatievoorziening over de resultaten van de subsidieprogramma's te verbeteren. In 2012 zal de rapportagestructuur van de subsidieprogramma's veranderen om de inzichtelijkheid van de projecten te verbeteren. Ook schrijft de minister dat er in 2012 evaluatieonderzoeken worden uitgevoerd die moeten leiden tot een oordeel over de doelmatigheid van FDA en AMFO. Ten slotte wijst de minister erop dat zij de Tweede Kamer na afloop van de subsidieprogramma's zal informeren over de bereikte resultaten.

Nawoord

De minister gaat in haar reactie niet in op de aandachtspunten bij het inkoopbeheer en materieelbeheer bij de Rijksdienst Caribisch Nederland. Wij zullen beoordelen of de minister in 2012 tijdig verbeteracties treft.

FINANCIËLE INFORMATIE

De verplichtingen van Koninkrijksrelaties bedroegen in 2011 € 218,5 miljoen, de uitgaven € 436,6 miljoen en de ontvangsten € 48,3 miljoen.

Voldoet de financiële informatie aan de eisen?

De op basis van onze werkzaamheden verkregen controle-informatie heeft ons tot het oordeel doen komen, dat de financiële informatie in het Jaarverslag 2011 deugdelijk is weergegeven en voldoet aan de verslaggevingsvoorschriften. Daarnaast zijn wij van oordeel dat de verplichtingen, uitgaven, ontvangsten en balansposten rechtmatig tot stand zijn gekomen.

Het bedrag aan verplichtingen omvat in totaal € 5 miljoen aan overschrijdingen op begrotingsartikel 1. Gaan de Staten-Generaal niet akkoord met de daarmee samenhangende slotwetmutaties, dan moeten wij ons oordeel mogelijk herzien.

Reactie van de minister

De minister ziet geen aanleiding voor een nadere reactie over de financiële informatie.

ONZE OORDELEN

Bedrijfsvoering

De onderzochte onderdelen van de bedrijfsvoering van Koninkrijksrelaties voldeden in 2011 aan de in de CW 2001 gestelde eisen.

De informatie over de bedrijfsvoering in het Jaarverslag 2011 van Koninkrijksrelaties is op deugdelijke wijze tot stand gekomen en voldoet aan de verslaggevingsvoorschriften.

Financiële informatie

In het achtergronddocument bij dit Rapport bij het Jaarverslag 2011 van Koninkrijksrelaties hebben wij toegelicht wat de verantwoordelijkheid is van de minister en van ons en welke werkzaamheden wij verricht hebben. De op basis van deze werkzaamheden verkregen controle-informatie heeft ons tot het oordeel doen komen dat:

  • de in de financiële overzichten opgenomen financiële informatie deugdelijk is weergegeven en voldoet aan de verslaggevingsvoorschriften;

  • de in de financiële overzichten opgenomen verplichtingen, uitgaven, ontvangsten en balansposten rechtmatig tot stand gekomen zijn.