Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2012-201331490 nr. 102

31 490 Vernieuwing van de rijksdienst

Nr. 102 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR WONEN EN RIJKSDIENST

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 17 december 2012

In de procedurevergadering van 29 november 2012 van de commissie voor Binnenlandse Zaken verzoekt zij – voor de begrotingsbehandeling van BZK – om een reactie op de motie Heijen/de Pater-Van der Meer (Kamerstuk 32 123 VII, nr. 35) waarin de regering wordt verzocht de reorganisaties van de rijksdienst zo veel mogelijk te laten bijdragen aan versterking de economische structuur en werkgelegenheid in krimpgebieden. Met deze brief geef ik invulling aan uw verzoek.

In krimp- en anticipeergebieden is er vanwege bevolkingsdaling, daling van de beroepsbevolking, ontgroening en vergrijzing een extra grote opgave om de economische vitaliteit en de goedwerkende arbeidsmarkt te borgen. Dit is primair een verantwoording van de desbetreffende gemeenten en provincies, in samen-werking met bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties. Vestigingen en werkgelegenheid van de Rijksoverheid spelen hierin een niet onbelangrijke rol. De aanwezigheid van de Rijksoverheid dient een zodanige schaal te hebben, dat die past bij benodigde voorzieningen van burgers en de behoeften van het lokale bedrijfsleven.

De krimp van de rijksdienst is een logisch gevolg van het kabinetsbeleid om de rijksoverheid kleiner en beter te maken. Bij de reorganisaties van de rijksdienst, alsmede de optimalisering van de huisvesting, wordt rekening gehouden met de effecten op krimpregio’s. Specifiek bij de masterplannen wordt daarmee rekening gehouden zoals blijkt uit de onlangs aan u verstuurde halfjaarlijkse voortgangs-rapportage over de rijkshuisvesting. Voorkomen moet worden dat de krimp van de rijksoverheid disproportioneel neerslaat in sommige regio’s. Daartoe worden de personele effecten gemonitoord. Uit eerdere monitoring, die u ook ter beschikking is gesteld (Kamerstuk 31 490, nrs. 21 en 26), blijkt dat de krimp van de rijksdienst vooral in de Randstad neerslaat en gepaard gaat met een procentueel vergroot aandeel van de rijksoverheid dat zich buiten de randstad bevindt. Bij de komende reorganisaties zal ik deze monitoring continueren en u daarover rapporteren in de Jaarrapportage Bedrijfsvoering Rijk.

De minister voor Wonen en Rijksdienst, S.A. Blok