31 532 Voedingsbeleid

Nr. 91 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN, LANDBOUW EN INNOVATIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 30 oktober 2012

Hierbij bied ik u de evaluatie van het Convenant Marktontwikkeling Verduurzaming Dierlijke Producten (MVDP) aan.1)

Duurzaamheidsbeleid

Sinds 2001 voert het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I) beleid om het aandeel duurzaam voedsel onder andere door middel van convenanten met marktpartijen omhoog te krijgen. Dit gebeurde aan de hand van drie convenanten. Dit waren een convenant voor biologische producten, een convenant voor diervriendelijker producten (beiden afgerond eind 2011) en het Platform Verduurzaming Voedsel. De samenwerkingsovereenkomst van het Platform Verduurzaming Voedsel loopt eind 2012 af. Het convenant voor diervriendelijker producten is door Bureau Bartels geëvalueerd (zie bijlage).

Evaluatiedocument

De evaluatie had als doel om de inhoud en het bereik van het convenant Marktontwikkeling Verduurzaming Dierlijke Producten en het verloop van de organisatie en uitvoering te beoordelen. Ook is gekeken naar de meerwaarde van het convenant en belangrijke conclusies voor de toekomst. Een aantal projecten dat uit dit convenant is voortgekomen liep door in 2012 en wordt voor het eind van het jaar afgerond.

De conclusies van de evaluatie zijn dat de samenstelling van convenantpartners, inhoud, voorwaarden en bereik van het convenant over het algemeen adequaat zijn geweest. Deze zaken zijn bevestigd door de marktsector door middel van een consultatie. De organisatie en uitvoering zijn in grote lijnen voorspoedig verlopen. De kwantitatieve doelstelling om jaarlijks minimaal 15% omzetgroei aan diervriendelijker geproduceerde producten te realiseren is ruimschoots gehaald (zie Monitor Duurzame Dierlijke Producten 2009 (Kamerstuk 28 973, nr. 34) en Monitors Duurzaam Voedsel 2010 en 2011 (Kamerstuk 31 532, nrs. 57 en 89), eerder aan uw Kamer gestuurd), ook al is dit vanzelfsprekend niet één-op-één toe te rekenen aan het convenant. De convenantpartners zijn er van overtuigd dat het convenant daar in positieve zin aan bijgedragen heeft. Concluderend kan worden gesteld dat het convenant effectief is geweest.

De verduurzaming van de voedselproductie – waaronder diervriendelijker produceren – is nu aan de markt zelf. De voortgang van deze verduurzaming wordt gevolgd bij zowel de topsectoren Agrofood en Tuinbouw&Uitgangsmaterialen als bij de Regiegroep Duurzame Veehouderij en Agroketens.

De staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, H. Bleker

1) Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer

Naar boven