Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201132500-XIII nr. 198

32 500 XIII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (XIII) voor het jaar 2011

Nr. 198 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN, LANDBOUW EN INNOVATIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 27 juni 2011

Graag bied ik u hierbij het verslag aan van de Ministeriële conferentie van de OESO die op 25 en 26 mei 2011 te Parijs plaatsvond.

De minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,

M. J. M. Verhagen

Verslag Ministeriële raadsvergadering OESO 2011

De in 1961 opgerichte Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) hield op 25 en 26 mei voor de vijftigste keer haar Ministerial Council Meeting (MCM). De MCM stond onder voorzitterschap van de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Hillary Clinton, en kende als thema «Better policies for better lifes». Ondergetekende nam namens Nederland deel aan de MCM. Bilaterale ontmoetingen vonden plaats met de Poolse Vicepremier Pawlak en de Canadese minister van Financiën Menzies.

Economische vooruitzichten

Voorafgaande aan de MCM presenteerde de OESO de Economic Outlook. De OESO gaf aan dat het economische herstel doorzet en steeds meer gedragen wordt door de particuliere sectoren. De wereldhandel blijft de komende jaren fors toenemen. De groei in de Eurozone zal in 2011 en 2012 volgens de OESO uitkomen op 2%. Voor Nederland staat een groei van 2,3% respectievelijk 1,9% in de boeken. Ook in de VS en Japan is er duidelijk sprake van herstel. Voor beide landen geldt echter dat het tekort op de begroting veel te groot is en dat daardoor er een veel te snelle toename is van de nationale schuldenlast. De werkloosheid blijft, ondanks het herstel in de OESO-landen, op een hardnekkig hoog niveau liggen. Overheden zullen via een actief arbeidsmarktbeleid deze trend moeten omkeren.

De deelnemers spraken vervolgens over de gewenste maatregelen voor verder herstel van de economische groei, het bestrijden van werkloosheid (vooral onder jongeren), en het bestrijden van armoede en inkomensongelijkheid. Ondanks het economisch herstel bestond grote bezorgdheid over de hoge werkloosheid, de omvangrijke overheidsschulden, de stijgende olie- en grondstoffenprijzen, alsmede over opkomende inflatie. Herstel van de overheidsfinanciën dient gepaard te gaan met structurele hervormingen, met nadruk op hoogwaardig onderwijs en vakkennis, een flexibele arbeidsmarkt en innovatie. Bij groeimaatregelen moet extra aandacht worden besteed aan banen voor jongeren en het wegnemen van belemmeringen voor de participatie van vrouwen aan het arbeidsproces.

Bringing people back to work

Herstel van de werkgelegenheid is cruciaal voor het economische herstel. Eurocommissaris Olli Rehn wees daarbij op de grote verschillen binnen de eurozone. Het werkloosheidsniveau in Spanje (20%) wijkt sterk af van dat in Nederland en Oostenrijk (4–5%). Hetzelfde geldt voor de structuur van de nationale economieën. Duitsland is een goed voorbeeld van een land dat de afgelopen tien jaren voortdurend structurele hervormingen heeft doorgevoerd, zelfs gedurende een periode van recessie, daarbij gesteund door een sterke groei van de export. Twee jaar na dato betalen we nog altijd de prijs voor het feit dat de financiële sector zwak de crisis in ging. De belangrijkste les is daarom dat we beter op onze tellen moeten passen als het goed gaat. Voorkomen is beter dan genezen.

Groei, Werkgelegenheid, Innovatie en Kwaliteit van de Arbeidsmarkt

De deelnemers bespraken de vraag welke beleidsmaatregelen leiden tot economisch herstel en tot de gewenste structurele hervormingen, en hoe de omvangrijke (jeugd)werkloosheid aangepakt dient te worden. Er was een breed gedragen oordeel dat landen echt eerst de openbare financiën en de macro-economische structuur op orde dienen te hebben, voordat sociale knelpunten effectief kunnen worden aangepakt. De vertegenwoordiger van de vakbonden (TUAC) hekelde daarentegen de zijns inziens premature overschakeling naar sobere maatregelen, die tot oplopende werkloosheid had geleid. Japan gaf het belang aan van een flexibele arbeidsmarkt en een actief arbeidsmarktbeleid, waarbij de vraag naar en het aanbod van arbeid door middel van onderwijs moeten worden «gematcht», werklozen waar nodig moeten worden omgeschoold en een actief overheidsbeleid moet worden gevoerd dat vrouwen in staat stelt om deel te nemen aan het arbeidsmarktproces. Toenemende concurrentie door goed geschoolde arbeidskrachten uit lagelonenlanden noodzaakt tot het stellen van veel hogere eisen aan basisscholing, deskundigheid en hoger-onderwijsprestaties. Israel presenteerde daarbij een beleid waarbij overheid, private sector en onderzoeksinstellingen de krachten bundelen, het faciliteren van toegepast onderzoek en het beschikbaar stellen van gemakkelijk toegankelijk risicodragend kapitaal, in het bijzonder ook voor het mkb. Daarbij is een primaire rol weggelegd voor het bedrijfsleven; de overheid fungeert als katalysator.

Green Growth – Green and Growth go together

Tijdens de MCM werd de strategie voor groene groei gelanceerd. Dit is twee jaar geleden door Zuid-Korea op de agenda gezet bij de OESO. De OESO definieert groene groei als de bevordering van economische groei en ontwikkeling, terwijl zorg gedragen wordt dat natuurlijke rijkdommen ons in de middelen en diensten kunnen blijven voorzien waarop ons welzijn berust. Ik heb deelgenomen aan de paneldiscussie die onder leiding stond van de OESO milieudirecteur Simon Upton, oud-minister van Nieuw-Zeeland. In het panel namen ook de premiers van Noorwegen, Slowakije en Zuid-Korea, alsmede de ministers van Buitenlandse Zaken van Denemarken en Mexico zitting. De Zuid-Koreaanse premier opende het panel.

Ik stelde tijdens de discussie dat groene groei noodzakelijk is omdat het huidige economische groeipad op de lange termijn onhoudbaar is. Schaarste van natuurlijke hulpbronnen, klimaatverandering en verlies aan biodiversiteit tasten de welvaart van landen aan. Een transitie naar groene groei is daarom noodzakelijk. Om de transitie in gang te zetten, is het van belang dat prijzen niet alleen de private, maar ook de maatschappelijke kosten en opbrengsten weergeven. Het is echter duidelijk dat de transitie gepaard gaat met hoge aanpassingskosten. Voor een betaalbare transitie is daarom innovatie noodzakelijk. Tegelijkertijd brengt de transitie grote kansen voor het bedrijfsleven met zich mee. Ondernemers moeten daarom gefaciliteerd worden om deze kansen te kunnen grijpen. Het nieuwe bedrijfslevenbeleid, met ondermeer de negen topsectoren waarin bedrijven, kennisinstellingen en overheid nauw samenwerken, moet voor een klimaat zorgen waarin ondernemers en bedrijven kunnen floreren.

De OESO heeft naast de strategie een indicatorenrapport uitgebracht, waarin landen met een 20-tal indicatoren de stand van hun groene groei kunnen meten. Het CBS heeft op basis van deze voorlopige OESO-indicatoren de stand van groene groei in Nederland onderzocht. De OESO was verheugd met dit initiatief. Overigens gaat de discussie over de juiste set van indicatoren door, maar een pragmatische benadering is de weg vooruit. Ik heb tijdens de discussie andere landen opgeroepen om dit initiatief te volgen en bovendien gezamenlijk tot een uniforme set van indicatoren te komen.

OECD’s 50th Anniversary Commemoration

De OESO stond uiteraard stil bij haar vijftigjarig bestaan. De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Clinton, de Franse premier Fillon, de Japanse premier Naoto Kan en de voorzitter van de Europese Commissie Barosso hielden korte toespraken. Na de familiefoto en de onthulling van een kunstwerk vonden er nog signeersessies plaats: toetreding van Rusland tot de OECD Anti-BriberyConvention en de oprichting van een OECD Centre for African Public Debt Management en Bond Markets. Bovendien werd de herziening van de OESO Richtlijnen voor Multinationale Ondernemingen aangenomen. De OESO-richtlijnen bevatten aanbevelingen op het vlak van maatschappelijk verantwoord ondernemen voor het opereren van bedrijven in het buitenland. De belangrijkste wijzigingen zijn de toevoeging van een hoofdstuk over mensenrechten, aanbevelingen ten aanzien van «due diligence» (zorgvuldig boekhouden) en aanbevelingen ten aanzien van ketenverantwoordelijkheid. Deze herziening van de richtlijnen is tot stand gekomen onder voorzitterschap van prof. Nieuwenkamp (directeur Handelspolitiek en Globalisering bij het .inisterie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie).

Management issues

In een besloten zitting werd de voortgang bij het proces (gestart in 2007) van de toetreding van Rusland tot de OESO, alsmede de relaties met de «Enhanced Engagement» landen besproken. Geconstateerd werd dat het Russische leiderschap gecommitteerd is aan deze toetreding, die bevorderlijk is voor de modernisering van het land. De Russische toetreding tot de OECD Anti-Bribery Convention (OESO-verdrag om omkoping van ambtenaren bij internationale transacties tegen te gaan) was een voorbeeld van dit commitment. Rusland zal echter aan dezelfde standaarden moeten voldoen als andere, mogelijk toekomstige toetreders en toetreding tot de OESO dient vooraf te worden gegaan door toetreding tot de WTO.

A new paradigm for development

De OESO Strategy for Development werd breed gesteund door de aanwezige ministers. De strategie stelt dat ontwikkelingshulp op zichzelf niet volstaat voor economische ontwikkeling. De bevordering van zelfredzaamheid door middel van duurzame groei in dynamische samenwerkingsrelatie tussen OESO-landen, opkomende economieën en ontwikkelingslanden staat daarbij centraal. Hulp blijft cruciaal bij terugdringen van armoede en als hefboom om andere fondsen te mobiliseren voor ontwikkeling. De verhoging van belastinginkomsten, de bevordering van transparantie, de bestrijding van corruptie en illegale kapitaalstromen en meer steun aan vrouwen zijn als cruciale thema’s aangemerkt. Daarbij zijn ook handel, investeringen, landbouwproductie en voedselzekerheid genoemd als bepalende factoren. Belang van strategieën waarmee coherentie met de bevordering van wereldwijde ontwikkeling kan worden verzekerd werd onderstreept. OESO werd verzocht bij te dragen aan beleid ter bestrijding van corruptie en verbetering van het investeringsklimaat.

Vrijhandel en Werkgelegenheid

De deelnemers deelden de mening dat handelsliberalisering van groot belang is voor het eerder besproken thema van ontwikkeling, en voor het scheppen van werkgelegenheid. Veel deelnemers gaven aan dat de handel in diensten nog teveel barrières kent, en derhalve liberalisering van de dienstensector een aandachtsgebied met hoge prioriteit is. In alle interventies, ook die van China en India, werd de nadruk gelegd op het economische en politieke belang van het bereiken van een akkoord in 2011 over de Doha Ronde. Een recent verschenen rapport van WTO/UNCTAD/OESO duidt erop dat sprake is van een toename van protectionistische maatregelen. Het betreft hier in het bijzonder uitvoerbelemmerende maatregelen in grondstoffenrijke opkomende economieën, bijvoorbeeld met betrekking tot zeldzame metalen. Er was een breed gedragen bezorgdheid dat mislukking van de Doha Ronde protectionisme in ernstige mate zal versterken.

Van verschillende zijden (Zuid-Korea, Nieuw-Zeeland, werknemersorganisatie TUAC) werd aangegeven dat handelsliberalisering de bestaande arbeidsmarktverhoudingen kan verstoren, reden waarom het zo belangrijk is om handelsliberalisering gepaard te doen gaan met flexibilisering van de arbeidsmarkt en met omscholingsprogramma’s. Voor de Russische minister van Economische Ontwikkeling (Nabiullina) was dit aanleiding om een overgangsperiode te bepleiten bij de toetreding van Rusland tot de WTO, omdat handelsliberalisering zou noodzaken tot structurele aanpassingen in Rusland.