Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2011-2012nr. 105, item 57

57 Water

Aan de orde is het debat naar aanleiding van een algemeen overleg op 4 juli 2012 over water.

De heer Grashoff (GroenLinks):

Voorzitter. Ik wil een tweetal moties indienen.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de regering bij wil dragen aan de beperkte bypass en de verkorte zomerbedverlaging bij Kampen;

overwegende dat er ook alternatieven zijn om de waterveiligheid rond de IJssel op orde te brengen en dat die maatregelen minder geld kosten en minder risico's met zich meebrengen voor de gemeente Kampen;

verzoekt de regering om door te gaan met de voorbereidingen voor de verkorte zomerbedverlaging en nu nog geen besluit te nemen over de beperkte bypass, maar in plaats daarvan alternatieven nader af te wegen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Grashoff. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 270 (27625).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat normoverschrijdingen voor chemische gewasbeschermingsmiddelen bij de innamepunten van oppervlaktewater voor drinkwater regelmatig voorkomen;

overwegende dat de Tweede Kamer op 13 september 2011 een motie aannam waarin gevraagd werd om een verbod op glyfosaat voor niet-commerciële doeleinden;

overwegende dat staatssecretaris Atsma op 25 oktober 2011 aan de Kamer schreef dat hij de motie zou uitvoeren en de motie zou interpreteren in bredere zin om zo het niet-chemisch beheren van de openbare ruimte te bevorderen;

overwegende dat op 2 juli 2012 het Nederlands actieplan gewasbeschermingsmiddelen werd gepubliceerd;

overwegende dat in dit NAP een verbod op onkruidbestrijdingsmiddelen wordt ingesteld per 1 januari 2018;

overwegende dat alternatieven voor chemische gewasbeschermingsmiddelen beschikbaar zijn en de markt gebaat is bij duidelijkheid en een korte overgangstermijn;

overwegende dat de overgangstermijn genoemd in het NAP onnodig lang is;

verzoekt de regering, per 1 januari 2013 een verbod in te stellen voor particulieren op het gebruik van chemische onkruidbestrijdingsmiddelen zoals glyfosaat (onder andere in Roundup) en per 1 januari 2015 een verbod in te stellen op chemische onkruidbestrijdingsmiddelen ten behoeve van hel beheer van de openbare ruimte, zowel verhardingen als groenvoorzieningen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Grashoff, Ouwehand en Jacobi. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 271 (27625).

De heer De Mos (PVV):

Voorzitter. Om het kabinet te houden aan een eerdere toezegging om een belasting af te schaffen, dien ik één motie in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

van mening dat er zo veel mogelijk "kleine" belastingen moeten worden afgeschaft;

verzoekt de regering, de eerder voorgenomen afschaffing van de Belasting op leidingwater (Bol) per 1 januari 2013, alsnog doorgang te laten vinden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden De Mos en Van Vliet. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 272 (27625).

Mevrouw Jacobi (PvdA):

Voorzitter. Ik dien één motie in, mede namens mevrouw Lucas van de VVD-fractie, over uitstel van de dijkversterking bij Den Oever.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat in het Hoogwaterbeschermingsprogramma 2 (HWBP2) het project Dijkversterking Den Oever is opgenomen;

overwegende dat het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier hiervoor een plan heeft ontwikkeld dat de aanwezige bedrijven in de haven van Den Oever grote schade zal toebrengen en dat er weinig draagvlak lijkt te zijn in de regio voor dit conceptvoorkeursalternatief;

overwegende dat de planning is dat twee jaar na het opleveren van dit project de werkzaamheden aan de Afsluitdijk zullen worden uitgevoerd die een grote samenhang kennen met de havendijk bij Den Oever;

overwegende dat het combineren van de twee projecten (dijkversterking Den Oever en Afsluitdijk) winst kan opleveren in het voorkomen van dubbele overlast en het voorkomen van onnodige kosten;

verzoekt de regering, indien dit geen direct gevaar voor de waterveiligheid van Den Oever oplevert, het project Dijkversterking Den Oever uit het HWBP2 uit te stellen en te koppelen aan de uitwerking van de Structuurvisie Afsluitdijk en de ontstane ruimte in de planning te benutten om alternatieve plannen vanuit de regio en betrokken ondernemers door te rekenen en mee te wegen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Jacobi en Lucas. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 273 (27625).

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Voorzitter. Ik dien twee moties in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de milieubelasting van bestrijdingsmiddelen al tien jaar niet meer afneemt;

overwegende het belang van schoon oppervlaktewater;

verzoekt de regering, langs al het oppervlaktewater een teeltvrije zone van anderhalve meter in te stellen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Ouwehand, Grashoff en Jacobi. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 274 (27625).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat 2% van het Nederlandse oppervlaktewater in met name bollenteeltgebieden zeer ernstig vervuild is met chemische bestrijdingmiddelen, zoals imidacloprid en fipronil, wat een gevaar oplevert voor volksgezondheid, flora en fauna;

verzoekt de regering, in de betreffende gebieden per direct een tijdelijk verbod op het gebruik van deze bestrijdingsmiddelen af te kondigen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Ouwehand. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 275 (27625).

De heer Holtackers (CDA):

Voorzitter. Ik dien twee moties in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de regering met een rijksstructuurvisie komt voor de Zuidwestelijke Delta;

constaterende dat daaraan voorafgaand "altijd goed"-maatregelen ten behoeve van de zoetwatervoorziening genomen kunnen worden die zullen leiden tot aanzienlijke kostenbesparing bij uitvoering van deze rijksstructuurvisie;

constaterende dat de regio voor die maatregelen 20 mln. uittrekt, maar de resterende 9,5 mln. tekortkomt;

verzoekt de regering, in het project te participeren door het resterende bedrag bij te dragen aan de "altijd goed"-maatregelen en dekking te zoeken uit bijvoorbeeld het budget voor zandsuppleties na 2020,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Holtackers en Jacobi. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 276 (27625).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het kabinet kiest voor een verkorte zomerbedverlaging en de aanleg van een beperkte bypass en spuikokers voor de eerste fase van het project IJsseldelta Zuid;

overwegende dat de regio in haar advies heeft aangegeven dat deze maatregelen voor de eerste fase vanuit veiligheidsoverwegingen slechts beperkte tijd acceptabel zijn, en dat de regio heeft geadviseerd dat de eerste fase mede om deze reden een onlosmakelijk deel vormt met de tweede fase;

overwegende dat uit de brief van het kabinet van 21 juni en het algemeen overleg Water van 4 juli jongstleden niet duidelijk is geworden wanneer met fase 2 wordt begonnen;

verzoekt de regering, duidelijkheid te verschaffen over de vraag wanneer met fase 2 IJsseldelta Zuid zal worden gestart,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Holtackers en Jacobi. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 277 (27625).

De heer Paulus Jansen (SP):

Voorzitter. Mijn eerste motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat slecht onderhouden open koeltorens tot de belangrijkste bronnen voor de verspreiding van legionella behoren;

overwegende dat deugdelijk onderhoud het legionellarisico kan wegnemen;

verzoekt de regering, binnen zes maanden een bindende regeling voor het gecertificeerd onderhoud van open koeltorens op te nemen in de Activiteitenregeling onder de Wet milieubeheer,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Paulus Jansen en Jacobi. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 278 (27625).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat:

  • - de kosten voor dijkversterking van de dijkringen 10–11 in 2003 geraamd werden op 46 mln.;

  • - de noodzakelijke rijksbijdrage uit het waterveiligheidsbudget voor een bypass op dit moment al 178 mln. bedraagt;

  • - het CPB in 2010 geconcludeerd heeft dat de bypass geen no-regretmaatregel is, die ongeacht de ontwikkeling van rivierafvoer en IJsselmeerpeil de waterveiligheid verhoogt;

verzoekt de regering om het CPB de beperktebypassvariant te laten beoordelen op het no-regretcriterium, de Kamer per ommegaande te informeren over de uitkomst van de beoordeling en tot dat moment geen groen licht te geven voor de aanleg van de bypass,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Paulus Jansen en Grashoff. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 279 (27625).

De heer Paulus Jansen (SP):

Voorzitter. Om het nog iets aantrekkelijker te maken voor de staatssecretaris geef ik hierbij aan dat wij ons, als de staatssecretaris ingaat op ons verzoek, zullen conformeren aan het advies van het CPB.

De voorzitter:

Helder. We hebben in totaal tien moties ontvangen van de Kamer. Ik schors de vergadering voor enkele minuten, zodat de staatssecretaris kennis kan nemen van de moties.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:

Ik geef het woord aan de staatssecretaris. Ik vraag hem om kort en beknopt te zijn, omdat ik tien minuten geleden al met het volgende VAO had moeten beginnen.

Staatssecretaris Atsma:

Voorzitter, ik ben als altijd beknopt. De motie van de heer Grashoff op stuk nr. 270: ontraden. De motie op stuk nr. 271 van de heer Grashoff: ontraden.

De voorzitter:

U mag er wel iets bij vertellen hoor, staatssecretaris.

Staatssecretaris Atsma:

De motie op stuk nr. 270 betreft de situatie bij Kampen. De heer Grashoff stelt dat die bypass niet zou moeten en verzoekt alternatieven te onderzoeken. Als er één project is in het kader van Ruimte voor de Rivier waarbinnen de alternatieven uit en te na zijn onderzocht en doorgelicht, mede op verzoek van de Kamer, is het dit project. Het lijkt me echt overbodig om nog weer een nieuw onderzoek naar mogelijke alternatieven te starten. Kortom, ik ontraad deze motie.

De motie op stuk nr. 271 heeft betrekking op glyfosaat. De heer Grashoff stelt dat het allemaal prachtig is dat er een actieplan ligt. Wij hebben dat deze week gepresenteerd. Ik heb al uitgelegd dat ik echt een reactie van met name de VNG wilde hebben op een aantal voorstellen die wij in het actieplan zouden doen. Die reactie is gekomen. Het actieplan ligt in de periode van nu tot medio augustus, dus ongeveer twee maanden, ter inzage en ter beoordeling voor in het kader van de inspraakprocedure. Daarna komt het uiteraard terug bij de Kamer. De inspraak is nog niet afgerond en alle belanghebbenden hebben nog niet kunnen zeggen wat zij willen zeggen. Het lijkt mij niet goed om dan op voorhand te zeggen dat het ons allemaal niet interesseert en om nu vast te stellen dat er per 1 januari 2013 een verbod komt op glyfosaat voor particulieren en per 2015 voor ieder in de openbare ruimte. Dat lijkt mij niet de weg die de Kamer zou moeten willen bewandelen. Zij heeft eerst gezegd dat het actieplan aan alle betrokkenen moet worden voorgelegd. Dat doen wij. Daarna wordt een besluit genomen. Het lijkt mij echt te veel gevraagd om nu een besluit te nemen waarbij de zorgvuldigheid niet in acht wordt genomen, waaronder de zorgvuldigheid tegenover bedrijven, instellingen en burgers die ermee te maken hebben.

De voorzitter:

En dus?

Staatssecretaris Atsma:

Ik kan niet anders dan deze motie ten stelligste ontraden.

De motie op stuk nr. 272 is van de leden de Mos en Van Vliet. Die zijn van dezelfde partij, althans daar ga ik van uit. De motie betreft het afschaffen van belasting op leidingwater. Zoals de Kamer weet, is in het Lenteakkoord daar een afspraak over gemaakt door een aantal fracties. Eigenlijk zou ik dus het oordeel aan de Kamer moeten laten. Aangezien het kabinet voluit de afspraken in het Lenteakkoord heeft willen vertalen naar de komende begroting en het komende begrotingsjaar, kan ik niet anders dan deze motie, met inachtneming van het recht van de Kamer, ontraden.

Mevrouw Ouwehand heeft op stuk nr. 274 een motie ingediend inzake de invoering van een teeltvrije zone van anderhalve meter, generiek. Deze motie kan ik niet anders dan ontraden. Ook eerder heb ik daar met de Kamer over van gedachten gewisseld. Een verplichte teeltvrije zone kan niet. De Kamer heeft daar eerder ook uitspraken over gedaan, namelijk dat het onverstandig zou zijn. Wij laten wel onderzoeken wat de mogelijkheden zijn om te komen tot vrijwillige teeltvrije zones. De uitkomsten van dat onderzoek zal de Kamer uiteraard op enig moment in haar richting zien komen.

De motie op stuk nr. 275 van mevrouw Ouwehand beoogt eigenlijk een onmiddellijk verbod op fipronil en nog een ander gewasbeschermingsmiddel met een heel lange Latijnse naam. Kortheidshalve spreek ik die naam niet meer uit. Ik kan niet anders dan deze motie ten stelligste ontraden. Het Ctgb heeft namelijk heel recent, zelfs het afgelopen jaar nog, aangegeven dat deze middelen op een verantwoorde manier kunnen worden toegepast en gebruikt. Ik zie dan ook geen enkele aanleiding om de twee middelen die mevrouw Ouwehand noemt te verbieden. Ik ontraad deze motie.

De heer Holtackers stelt in zijn motie op stuk nr. 276 dat door de zogenaamde "no-regretmaatrelen" in de Zuidwestelijke delta naar zijn beleving de zoetwaterproblematiek in een deel van Zeeland en met name in Noordwest-Brabant zou kunnen worden opgelost door het alternatief van de Rode Vaart mee te nemen, waar de regio 20 mln. voor beschikbaar heeft gesteld. Gisteren heeft de Kamer gezegd dat er een bijdrage van 9,5 mln. van het Rijk zou moeten worden gevonden om dit mogelijk te maken. Ik heb goed verstaan wat de Kamer heeft gezegd. De heer Holtackers heeft ook een mogelijke dekking daarbij voorgesteld. Ik ben bereid te bekijken of een andere dekking mogelijk is, want het gaat uiteindelijk om het doel. Ik laat het oordeel over de motie echter aan de Kamer. Zij weet hoe de financiën van dit kabinet op dit moment zijn. Ook dat moet zij bij het totaal betrekken. Het is overigens wel een no-regretmaatregel. Het is dus een zogenaamde "altijd goed"-maatregel. Daar zijn we het over eens.

In de motie-Holtackers/Jacobi op stuk nr. 277 wordt verzocht duidelijkheid te geven over de vraag wanneer fase 2 van de IJsseldelta rondom Kampen van start gaat en wat die zal behelzen. Zodra daar duidelijkheid over is, geef ik die duidelijkheid. Ik kan het niet anders zeggen. Op dit moment is die duidelijkheid er nog niet. Ik kan wel toezeggen dat onmiddellijk wordt bekeken wanneer daarmee begonnen moet worden. Ook wordt gekeken naar de tijd en het kostenplaatje. Ik laat het oordeel over deze motie aan de Kamer, maar natuurlijk wordt die duidelijkheid gegeven. Ik kan alleen niet zeggen wanneer.

Ik kom op de motie-Paulus Jansen/Jacobi op stuk nr. 278 over de legionellaproblematiek in de natte koeltorens. Er wordt daarin gevraagd om een certificering voor de koeltorens. Dat betekent nogal wat voor de administratieve lasten. Ik heb gisteren gezegd dat het gaat om vele duizenden koeltorens. Ik wijs de Kamer erop dat werken met certificaten onmiddellijk leidt tot een lastenverzwaring. Op verzoek van de Kamer hebben we overigens in het Bouwbesluit meegenomen dat degene die de koeltorens plaatst, sowieso duidelijk moet maken hoe de risicoanalyse in elkaar zit en moet staan voor het onderhoud. Dit gecombineerd met de extra aandacht die de gemeenten als bevoegde gezagen hebben voor de legionellaproblematiek, zou voldoende moeten zijn. Daarom ontraad ik de motie.

De heer Paulus Jansen (SP):

Ik heb nog een vraag over …

De voorzitter:

Nee, we gaan anders te veel in op de inhoud. Het spijt me, mijnheer Jansen.

We gaan naar de motie op stuk nr. 279.

Staatssecretaris Atsma:

Ik heb wel alles gezegd wat ik zou kunnen zeggen. Laat dat een geruststelling zijn.

Ik kom op de motie op stuk nr. 279 over de dijkringen. Het gaat daarbij om de discussie die we gisteren uitvoerig hebben gevoerd over het wel of niet realiseren van een bypass bij Kampen. De heer Jansen heeft gevraagd om de beslissing uit te stellen tot Prinsjesdag. In de motie wordt althans verzocht om het CPB nog een keer te laten kijken naar de doorrekening. Gisteren heb ik gezegd – en ik wil het met klem herhalen – dat het CPB niet zozeer kijkt naar de waterstaatkundige aspecten maar vooral naar andere aspecten. De waterstaatkundige benadering is buitengewoon belangrijk. Mevrouw Jacobi heeft gisteren een- en andermaal naar de veiligheidscriteria gevraagd. Ik heb gezegd dat de veiligheidsgaranties worden gegeven. Daarmee zie ik geen enkele aanleiding om het CPB nu voor de derde keer te vragen naar de bypass bij Kampen te kijken. Dat is verspilde moeite en energie. Ik zou het niet doen. Ik wil graag verder met de regio om te komen tot een afronding van dit project.

Hiermee heb ik alles besproken, met uitzondering van één motie.

De voorzitter:

Ik neem aan dat u de motie op stuk nr. 279 hebt ontraden.

Staatssecretaris Atsma:

Die motie heb ik inderdaad ontraden.

Ik ben vergeten om de motie-Jacobi/Lucas op stuk nr. 273 over de problematiek bij Den Oever en het hoogwaterbeschermingsprogramma te behandelen. Ik ken haar inmiddels uit mijn hoofd. Mevrouw Jacobi vraagt mede namens mevrouw Lucas om integraal te kijken naar de HWBP-aanpak bij Den Oever in relatie tot de Afsluitdijk. Gisteren heeft met name mevrouw Lucas gezegd: door het werk bij Den Oever te combineren met de Afsluitdijk, kun je met hetzelfde geld meer realiseren of met minder geld hetzelfde realiseren. Ik ben daar erg voor; laat ik dat vooropgesteld hebben. We hebben maandag overleg met de regio. Ik denk dat het goed is om met de betrokken provincies en gemeenten en het waterschap – vooral het hoogheemraadschap is hier namelijk direct bij betrokken – dit element naar voren te brengen. Het zou kunnen betekenen dat project-Den Oever daardoor wordt vertraagd omdat er op de Afsluitdijk moet worden gewacht. Als alle neuzen dezelfde kant op wijzen, als iedereen het erover eens is en het heeft een meerwaarde, dan moet je dat zeker doen. Ik heb dat gisteren ook al gezegd. Ik zie dus de meerwaarde van deze heel duidelijke vraag van de leden Jacobi en Lucas. Het oordeel over deze motie laat ik over aan de Kamer. Als er een kans is om iets beters te creëren, dan moeten we dat zeker niet laten. Dat moet duidelijk zijn.

De voorzitter:

Dat is helder. De staatssecretaris sprak over de motie-Jacobi/Lucas op stuk nr. 273.

De beraadslaging wordt gesloten.

De heer Paulus Jansen (SP):

Voorzitter. Ik verzoek om de motie op stuk nr. 279 in stemming te brengen vóór de motie op stuk nr. 270.

De voorzitter:

Wij zullen ervoor zorgen. Wij stemmen vanavond over de tien moties die bij dit debat zijn ingediend.