Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2011-2012nr. 105, item 54

54 BES-eilanden

Aan de orde is het debat naar aanleiding van een algemeen overleg op 28 juni 2012 over de BES-eilanden.

De heer Van Dam (PvdA):

Voorzitter. Ik heb twee moties. De eerste spreekt voor zich, dus die zal ik meteen voorlezen.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de BES-eilanden afgelopen jaar minder geld hebben ontvangen dan nodig was om de taken als openbare lichamen naar behoren te kunnen vervullen;

overwegende dat de vrije uitkering voor de BES-eilanden voor 2012 desondanks niet geïndexeerd wordt voor inflatie en slechts verhoogd wordt tot de absolute ondergrens van het middels onderzoek vastgestelde referentiekader;

overwegende dat in het Kunduzakkoord wel 10 mln. extra beschikbaar wordt gesteld voor de BES-eilanden, maar dat dit geld verplicht moet worden gespendeerd aan natuur;

overwegende dat het nogal pijnlijk zou zijn als "Den Haag" pretendeert te weten wat goed is voor de BES-eilanden en 10 mln. in natuur stopt, terwijl de inwoners en hun bestuurders zelf aangeven een grotere behoefte te hebben aan bijvoorbeeld armoedebestrijding, koopkrachtbehoud of verbetering van de infrastructuur;

verzoekt de regering om de 10 mln. die beschikbaar was gesteld voor natuur, te storten in het BES-fonds en de eilandsbesturen de ruimte te geven om deze middelen te besteden aan de zaken waar zij zelf prioriteit aan willen geven, zoals armoedebestrijding, koopkrachtbehoud of verbetering van de infrastructuur,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Dam. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 106 (31568).

De heer Van Dam (PvdA):

Ik hoop natuurlijk van harte dat partijen uit de Kunduzcoalitie deze motie willen ondersteunen. Ik kijk in het bijzonder naar het CDA, de ChristenUnie en GroenLinks, die zich eerder hebben ingezet voor de bestrijding van armoede op de BES-eilanden. Mocht dat niet het geval zijn, dan heb ik nog een alternatief dat ik hier neerleg, zodat het in stemming kan komen. Mevrouw Ortega zei in het algemeen overleg dat er misschien wel een ontsnappingsroute mogelijk was door de BES-eilanden de ruimte te geven om de 10 mln. voor natuur te gebruiken voor activiteiten die toch al begroot waren, zodat men op die manier geld kan vrijspelen voor andere urgente noden, zoals armoedebestrijding.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de vijf partijen van het begrotingsakkoord wensen dat de 10 mln. die zij in 2013 reserveren voor natuur op de BES-eilanden ook daadwerkelijk aan natuur wordt besteed;

overwegende dat de BES-eilanden daarnaast urgent ruimte zouden willen hebben om armoede te bestrijden of inhaalslagen te maken;

verzoekt de regering, de BES-eilanden de ruimte te geven de 10 mln. in te zetten voor uitgaven ten behoeve van natuur, op zodanige wijze dat daarmee geld uit de eigen begroting wordt vrijgespeeld dat kan worden ingezet voor andere noden zoals bijvoorbeeld armoedebestrijding,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Dam. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 107 (31568).

De heer Van Dam (PvdA):

Ik reken hierbij uiteraard op de steun van die partijen die in het AO zeiden dat die ruimte er zou zijn.

Mevrouw Ortega-Martijn (ChristenUnie):

Voorzitter. Dit is een verzoek dat ik meeneem voor de bestuurders van de BES-eilanden.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat mede ter uitvoering van de motie-Ortega-Martijn over de stem van de BES-eilanden in het staatsbestel in het bestuursakkoord tussen Nederland en Bonaire is afgesproken te voorzien in een vertegenwoordiging van Bonaire in het Europees deel van Nederland, zodat Bonaire de ontwikkeling van beleid en de totstandkoming van wet- en regelgeving in Den Haag kan volgen, voor zover die voor Bonaire relevant is;

overwegende dat een dergelijke vertegenwoordiging ook voor Sint-Eustatius en Saba een cruciale rol kan vervullen bij het overbruggen van de afstand tussen het Caraïbische en het Europees deel van Nederland;

constaterende dat deze vertegenwoordiging tot nu toe niet op adequate wijze gerealiseerd is en vanuit de eilanden wederom met kracht is aangedrongen op een gemeenschappelijke vertegenwoordiging voor de eilanden Bonaire, Sint-Eustatius en Saba;

verzoekt de regering, in overleg met Bonaire, Sint-Eustatius en Saba voor het einde van 2012 te voorzien in een adequate vertegenwoordiging; bijvoorbeeld in de vorm van een liaisonkantoor,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Ortega-Martijn. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 108 (31568).

Mevrouw Van Gent (GroenLinks):

Voorzitter. Ik mag alleen een motie voorlezen, heb ik begrepen. We hebben toch twee minuten spreektijd?

De voorzitter:

U hebt twee minuten.

Mevrouw Van Gent (GroenLinks):

Over Caraïbisch Nederland en de Landen heb ik in de Tweede Kamer heel veel discussies en debatten gevoerd. Bij zo'n afscheid is dit een onderwerp dat ik heel erg ga missen. Ik heb er vrienden gemaakt en wellicht ook een aantal vijanden. Dat was natuurlijk nooit mijn doel, maar ik heb wel een heel speciale band met de eilanden opgebouwd. Er Is soms zo veel chagrijn over dit onderwerp, dat het mij een mooi idee leek om vandaag de volgende motie in te dienen.

De voorzitter:

Verras ons.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de nieuwe staatkundige verhoudingen binnen het Koninkrijk der Nederlanden mede tot doel hebben de gevoelens van onderlinge saamhorigheid, eenheid en lotsverbondenheid binnen het Koninkrijk tot uitdrukking te brengen;

overwegende dat de bewoners van Caraïbisch Nederland en de Landen geconfronteerd worden met substantiële veranderingen die nog lang niet allemaal als een verbetering ten goede worden gevoeld;

overwegende dat binnen het Koninkrijk onderlinge verbondenheid, saamhorigheid en het uitwisselen van kennis en expertise van groot belang zijn;

verzoekt de regering, in goed overleg met de Openbare Lichamen Bonaire, Sint- Eustatius, Saba en de Landen van het Koninkrijk Curaçao, Sint-Maarten en Aruba te bevorderen dat er gewerkt wordt aan de goede verhoudingen, saamhorigheid en het delen van expertise,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van Gent en Van Bochove. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 109 (31568).

Mevrouw Van Gent (GroenLinks):

Ik ben heel verheugd dat ik deze motie samen kan indienen met een van mijn kameraden met wie ik heel veel jaren op dit onderwerp ben opgetrokken, de heer Van Bochove van de CDA-fractie.

De heer Lucassen (PVV):

Voorzitter. De Kunduzpartijen slaan de Nederlandse burgers om de oren met lastenverzwaringen, maar vinden het toch nog nodig om miljoenen uit te trekken voor milieubeheer op de Antillen, terwijl de regering niet eens precies weet waaraan zij die miljoenen moet besteden. Ze hebben de eilanden gevraagd een bestemming te verzinnen voor deze extra miljoenen. Daarom dien ik de volgende motie in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat door de enorme lastenverzwaringen van de Kunduzpartijen de Nederlandse burger meer gaat betalen voor reizen, wonen en zorg;

constaterende dat de Kunduzpartijen desondanks 10 mln. extra willen uitgeven aan milieubeheer in het Caraïbisch gebied;

verzoekt de regering, hiervan af te zien en dit bedrag in te zetten voor lastenverlichting voor de burger in Nederland,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Lucassen. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 110 (31568).

Mevrouw Hachchi (D66):

Voorzitter. Ik zal mij beperken tot het oplezen van de motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er op Bonaire, Saba en Sint-Eustatius niet of nauwelijks gebruik gemaakt wordt van beschikbare microkredieten en innovatiekredieten;

overwegende dat deze vormen van krediet een belangrijke stimulans kunnen zijn voor het lokale midden- en kleinbedrijf;

verzoekt de regering, deze mogelijkheden nadrukkelijk onder de aandacht te brengen op de drie eilanden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Hachchi. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 111 (31568).

Ik pauzeer enige minuten tot de moties zijn nedergedaald bij de minister.

Minister Spies:

Voorzitter. Ik zal mij beperken tot een reactie op de moties. De eerste motie van de heer Van Dam, op stuk nr. 106, verzoekt de regering om de 10 mln. die beschikbaar was gesteld voor natuur, te storten in het BES-fonds. Die motie is niet in lijn met de afspraken die daarover tussen de fracties van het Lenteakkoord en de regering zijn gemaakt. Die motie ontraad ik dus.

De tweede motie van de heer Van Dam, op stuk nr. 107, verzoekt de regering de BES-eilanden de ruimte te geven om de 10 mln. in te zetten voor uitgaven ten behoeve van natuur, op zodanige wijze dat et cetera. Als ik die motie zo mag begrijpen dat wij in het debat hebben gewisseld dat de bestuurders van de BES-eilanden uitdrukkelijk worden uitgenodigd om met een eigen invulling van het programma te komen, geredeneerd vanuit het thema natuur zeg ik daarbij nadrukkelijk, dan zou die motie een heel eind in de richting komen van … Daarbij wordt tegelijkertijd de kanttekening gemaakt dat geld uit de eigen begroting wordt vrijgespeeld. Dat lijkt mij wat ingewikkeld. Alles afwegende ontraad ik ook deze motie.

Ik kom bij de motie op stuk nr. 108.

De voorzitter:

Wij doen vandaag niet aan interrupties.

De heer Van Dam (PvdA):

Het is mijn eigen motie.

De voorzitter:

Als u niet goed begrijpt wat de minister bedoelt, mag u het vragen. Wat is uw vraag?

De heer Van Dam (PvdA):

De minister zei in eerste instantie dat de motie een heel eind in de richting kwam van wat zij bedoelde. Pas toen ik gesputter achter mij hoorde, trok zij een andere conclusie.

De voorzitter:

Ja, maar zij heeft een duidelijk oordeel uitgesproken. Wij gaan vandaag niet in discussie over moties en beoordelingen daarvan.

De heer Van Dam (PvdA):

Die suggestie kwam nota bene tijdens het AO van een van de vijf fracties. Wat is er dan precies op tegen, wil ik van de minister weten.

De voorzitter:

Dat gaan wij vandaag niet doen. De minister heeft een oordeel gegeven en all sales are final. De volgende motie, op stuk nr. 108.

Minister Spies:

Ik heb geprobeerd de heer Van Dam in overweging te geven om het dictum van zijn motie een stuk korter te maken. Als hij dat kan doen, zou hij een heel eind in de richting komen.

Ik kom bij de motie op stuk nr. 108 van mevrouw Ortega-Martijn, die de regering verzoekt om in overleg te voorzien in een adequate vertegenwoordiging, bijvoorbeeld in de vorm van een liaisonkantoor. In de eerste plaats zijn mij geen recente dringende verzoeken bekend – "met kracht aangedrongen" staat zelfs in een van de overwegingen – om zo'n adequate vertegenwoordiging. Wij hebben de Rijksvertegenwoordiger en wij hebben de RCN op de eilanden zelf. Bovendien verzoekt mevrouw Ortega om een adequate vertegenwoordiging in de vorm van een liaisonkantoor. Dat betekent opnieuw extra uitgaven, die in deze motie in ieder geval niet van een dekking worden voorzien. Ik ontraad ook deze motie.

Ik kom bij de motie op stuk nr. 109 van mevrouw Van Gent en de heer Van Bochove, waarin de regering wordt verzocht om in goed overleg met de openbare lichamen en de Landen van het Koninkrijk te werken aan goede verhoudingen, saamhorigheid en het delen van expertise. Daarop kan niemand iets tegen hebben. Sterker nog, daarnaar streven wij volgens mij gemeenschappelijk. Dat lijkt mij dus een ondersteuning van het beleid, waarbij ik mij overigens de opmerking permitteer dat de beide leden die deze motie hebben ingediend zich inderdaad de afgelopen jaren met buitengewoon veel hart voor de overzeese delen van het Koninkrijk buitengewoon actief hebben betoond en dat dit een waardige motie is om hun betrokkenheid te illustreren.

Ik kom bij de motie op stuk nr. 110 van het lid Lucassen, die verzoekt om de 10 mln. extra niet aan de BES-eilanden uit te keren, maar in te zetten voor lastenverlichting voor de burger in Nederland. Deze motie is eigenlijk tegenstrijdig, want de inwoners van de BES-eilanden zijn ook inwoners van Nederland. Ik veronderstel echter dat dat niet de richting is die de heer Lucassen met zijn motie bedoelt. Dat betekent dat ik deze motie ontraad.

Tot slot is er de motie op stuk nr. 111 van mevrouw Hachchi, die de regering verzoekt de mogelijkheden voor het gebruik van microkredieten en innovatiekredieten nadrukkelijk onder de aandacht te brengen op de drie eilanden. Ik veronderstel zomaar dat mijn collega van EL&I deze oproep ook als ondersteuning van het beleid ervaart en dat hij die zelfs volgende week al heel expliciet kan uitvoeren, omdat hij volgende week een werkbezoek brengt aan de drie eilanden.

De voorzitter:

Hartelijk dank. Wij gaan vanavond of misschien vannacht of misschien vanmorgen stemmen over deze moties. Tot zover dit VAO over de BES-eilanden. Dank aan de minister.

De beraadslaging wordt gesloten.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.