Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2011-2012nr. 105, item 39

39 Stroomlijning en asiel minderjarigen

Aan de orde is het debat naar aanleiding van een algemeen overleg op 3 juli 2012 over stroomlijning en asiel minderjarigen.

Mevrouw Dijksma (PvdA):

Voorzitter. Ik zal vier moties indienen.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel voornemens is om bij de beoordeling van verzoeken om zijn discretionaire bevoegdheid te gebruiken, onder meer het lokaal belang in de gemeenschap van lang verblijvende kinderen van asielzoekers mee te wegen;

verzoekt de regering, de bestaande zaken waarbij kinderen van asielzoekers langer dan acht jaar in Nederland verblijven, te beoordelen in het kader van die discretionaire bevoegdheid en daarbij dit lokaal belang, waaronder de worteling en integratie van het kind in Nederland, te betrekken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Dijksma, Voordewind, Dibi, Schouw en Gesthuizen.

Zij krijgt nr. 76 (27062).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat alleenstaande minderjarige vreemdelingen binnen drie jaar definitief duidelijkheid moeten krijgen over hun verblijfsperspectief in Nederland;

verzoekt de regering, ten aanzien van de alleenstaande minderjarige vreemdelingen voor wie het soepele buitenschuldbeleid geldt, en van wie binnen drie jaar na binnenkomst in Nederland niet is vastgesteld dat adequate opvang aanwezig is in het land van herkomst en terugkeer niet is gerealiseerd, in het bezit te stellen van een verblijfsvergunning,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Dijksma, Voordewind, Dibi, Schouw en Gesthuizen.

Zij krijgt nr. 77 (27062).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de veiligheidssituatie in Afghanistan slecht is en de positie van alleenstaande kinderen buitengewoon kwetsbaar;

verzoekt de regering, geen uitgeprocedeerde alleenstaande minderjarige vreemdelingen naar Afghanistan terug te sturen indien niet is gewaarborgd dat zij opgevangen worden door familie,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Dijksma, Voordewind, Dibi, Schouw en Gesthuizen.

Zij krijgt nr. 78 (27062).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat alleenstaande minderjarige vreemdelingen zonder asielbescherming door het afschaffen van de amv-vergunning niet in het bezit zijn van een identiteitsdocument, terwijl zij niet uitgezet mogen worden, niet in bewaring mogen worden gesteld en wel recht hebben op onderwijs, onderdak en medische zorg;

verzoekt de regering, deze alleenstaande minderjarige vreemdelingen in het bezit te stellen van een alternatief identiteitsdocument,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Dijksma, Dibi, Gesthuizen en Voordewind. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 79 (27062).

De heer Dibi (GroenLinks):

Voorzitter. Dit is de motie waar het wat betreft mijn fractie vandaag om draait. Ik kondig nu alvast maar aan dat ik over mijn motie hoofdelijk wil laten stemmen. Het gaat in mijn motie om kinderen die in hun hoofd en hart Nederlands, Hollands zijn, maar niet op papier. Er zijn zevenhonderd van dit soort gewortelde asielkinderen. Ik wil dat ze niet worden uitgezet. Omdat dit wel dreigt te gebeuren, dien ik de volgende motie in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de initiatiefwet voor gewortelde asielkinderen binnen een afzienbare termijn wordt behandeld;

verzoekt de regering, tot de behandeling van de initiatiefwet een vertrekmoratorium in te stellen voor minderjarige asielzoekers die al zolang in Nederland verblijven dat zij vallen binnen de reikwijdte van de wet,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Dibi en Gesthuizen. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 80 (27062).

De heer Dibi (GroenLinks):

Voorzitter. Tegen mevrouw Sterk en haar CDA-fractie zeg ik toch maar dat deze motie alleen maar een meerderheid kan halen als de CDA-fractie mevrouw Gesthuizen en mij steunt.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat voorkomen moet worden dat er een nieuwe groep ex-amv'ers ontstaat zoals de huidige vallend onder het Perspectiefproject;

constaterende dat dit bewerkstelligd kan worden door jongeren terug te laten keren bij een onherroepelijk afwijzende beschikking en indien dit niet mogelijk is hen een buitenschuldvergunning te verlenen;

verzoekt de regering, het nieuwe buitenschuldbeleid voor amv'ers vanaf nu van toepassing te laten zijn op alle alleenstaande minderjarige asielzoekers tot achttien jaar,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Dibi. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 81 (27062).

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Voorzitter. Ik zal drie moties indienen naar aanleiding van het algemeen overleg over stroomlijning en asiel minderjarigen.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

van mening dat de belangen van kinderen in het asielbeleid expliciet afgezet moeten worden tegen andere belangen en het falen van ouders of overheid kinderen niet kan worden aangerekend;

verzoekt de regering, bij de beoordeling in het kader van de discretionaire bevoegdheid van de groep ex-amv'ers en de groep van ongeveer 700 langdurig in Nederland verblijvende en gewortelde kinderen, ook te betrekken de mate van mogelijke psychische schade voor het kind en de veiligheidssituatie in het land van herkomst,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Voordewind, Dijksma en Gesthuizen. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 82 (27062).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het NIDOS de oplossing van opvang van amv'ers in weeshuizen in het land van herkomst strijdig acht met het ontwikkelingsbelang van het kind en daarom afraadt en pleit voor vormen van family-based reception als pleegzorg;

verzoekt de regering, in het terugkeerbeleid van amv'ers in te zetten op opvang bij extended family of pleegouders in het land van herkomst,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Voordewind, Schouw en Gesthuizen. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 83 (27062).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

van mening dat het stuiten van de buitenschuldtermijn bij het indienen van een nieuwe aanvraag door een alleenstaande minderjarige vreemdeling, niet redelijk is en een zorgvuldige weging van (nieuwe) feiten en omstandigheden in de weg staat;

verzoekt de regering, de buitenschuldtermijn niet te stuiten, maar te schorsen wanneer tijdens de buitenschuld termijn een nieuwe aanvraag wordt ingediend,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Voordewind en Gesthuizen. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 84 (27062).

Mevrouw Sterk (CDA):

Voorzitter. Mede namens mevrouw Van Nieuwenhuizen dien ik de volgende motie in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat in het nieuwe amv-beleid alleenstaande minderjarige vreemdelingen jonger dan vijftien jaar van wie het asielverzoek is afgewezen, in aanmerking kunnen komen voor een buitenschuldvergunning, indien na drie jaar blijkt dat zij buiten hun schuld niet kunnen terugkeren naar het land van herkomst;

overwegende dat voor de alleenstaande minderjarige vreemdelingen die nog in procedure zijn of in het bezit zijn van een amv-vergunning op de datum van inwerkingtreding van het nieuwe beleid, overgangsrecht geldt waarbij, wanneer de procedure al was gestart voor de datum van inwerkingtreding van het nieuwe beleid en indien aan de betreffende voorwaarden wordt voldaan, de amv-vergunning wordt verleend en men na afloop van de drie jaar in aanmerking kan komen voor voortgezet verblijf;

overwegende dat er een groep nog steeds in Nederland verblijvende vertrekplichtige alleenstaande minderjarige vreemdelingen is die ooit in het bezit zijn geweest van een amv-vergunning;

overwegende dat ten gevolge van de maatregelen ter uitwerking van de "beleidsvisie Stroomlijning toelatingsprocedures" verblijfsaanvragen van amv's snel kunnen worden afgedaan;

verzoekt de regering om te onderzoeken, nadat het nieuwe beleid ter stroomlijning van de toelatingsprocedures is ingevoerd, of ex-alleenstaande minderjarige vreemdelingen die ooit in het bezit zijn geweest van een amv-vergunning en jonger dan vijftien jaar waren op het moment van de asielaanvraag, in aanmerking kunnen komen voor toepassing van maatregelen in het nieuwe amv-beleid,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Sterk en Van Nieuwenhuizen-Wijbenga. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 85 (27062).

Het is goed om te zien dat minister Rosenthal al aanwezig is voor het volgende VAO. Dan kunnen wij doorstomen. Het zou mooi zijn, als de leden dat ook in de gaten houden

Minister Leers:

Voorzitter. In het kader van het doorstomen, zal ik meteen tot de beantwoording overgaan. Het kan zijn dat ik een motie heb gemist van mevrouw Dijksma, maar dat hoor ik dan wel. Volgens mij heb ik ze allemaal kunnen volgen en heb ik mijn reactie daarop kunnen bepalen.

Ik kom eerst op de motie op stuk nr. 76 inzake het meewegen van het lokaal belang. Ik zeg mevrouw Dijksma dat bij vertrek altijd aan de orde wordt gesteld wat er precies allemaal speelt in individuele gevallen. Ik wil echter niet alles gaan herbeoordelen. Dat moeten wij niet doen. Bij al deze ex-amv's is al veelvuldig naar de individuele zaak gekeken. In beginsel is nu terugkeer aan de orde. Bij de individuele toetsing zullen wij natuurlijk altijd bekijken of er aspecten aan de orde zijn die schrijnend zijn, maar ik zal niet alles herbeoordelen.

Dan kom ik op het verzoek om amv's een alternatief identiteitsdocument te geven, zoals verwoord in motie op stuk nr. 79. Die motie ontraad ik. Een ID-document wekt de suggestie van legaal verblijf. Daarom ben ik daarvan geen voorstander.

Dan kom ik op de motie op stuk nr. 78 waarin mevrouw Dijksma wijst op de lastige, problematische veiligheidssituatie in Afghanistan. Zij zegt daarin dat er geen uitgeprocedeerde alleenstaande minderjarige vreemdelingen naar Afghanistan terug moeten worden gestuurd, indien niet is gewaarborgd dat zij opgevangen worden door familie. Ik begrijp dat eenzelfde motie van de ChristenUnie aan de orde is. Wij sturen alleen terug als er een echte opvangmogelijkheid is. Wij bekijken daarbij natuurlijk ook welke waarborgen er zijn. Wij bekijken nu of er opvanghuizen moeten komen. Die moeten natuurlijk wel voldoen aan de standaarden en aan de waarborgen. Bij de oprichting daarvan zullen wij daarmee uitermate zorgvuldig omgaan.

De voorzitter:

Dit was motie op stuk nr. 78 en die daarvoor was motie op stuk nr. 79. Welke motie komt nu aan de orde?

Minister Leers:

Nu zal ik spreken over de motie-Dijksma c.s. op stuk nr. 77 inzake de duidelijkheid rond de amv's. Neem mij niet kwalijk dat ik de moties wat door elkaar haal. Het gaat om de motie waarin de regering wordt verzocht om alleenstaande minderjarige vreemdelingen voor wie het soepele buitenschuldbeleid geldt en van wie binnen drie jaar na binnenkomst niet is vastgesteld dat adequate opvang aanwezig is, in het bezit te stellen van een verblijfsvergunning. Voor zover deze motie de situatie na de inwerkingtreding van het nieuwe amv-beleid betreft en de amv meewerkt aan terugkeer, zie ik de motie als ondersteuning van beleid. Binnen die randvoorwaarden beschouw ik de motie als ondersteuning.

Dan de motie op stuk nr. 80 van de heer Dibi en mevrouw Gesthuizen over het vertrekmoratorium. Ik heb al eerder duidelijk gemaakt dat ik deze motie wil ontraden. Een uitzettingsstop vind ik niet het belang van de betrokken kinderen. De kern van het initiatiefvoorstel is het voorkomen van langdurige onzekerheid bij kinderen. Met een uitzettingsstop wordt precies het omgekeerde bereikt. Ik verwijs nogmaals naar het advies van de Raad van State over het initiatiefvoorstel. De raad beoordeelt het voorstel als onnodig, oneerlijk en ondoelmatig. Een uitzettingsstop is dat ook.

Ik kom op de motie van de heer Dibi op stuk nr. 81. Daarin verzoekt hij de regering om het nieuwe buitenschuldbeleid voor amv's vanaf nu van toepassing te laten zijn op de alleenstaande minderjarige asielzoeker tot achttien jaar. Ik heb begrepen dat er drie soortgelijke moties zijn ingediend. Ik ontraad de motie. Wat gevraagd wordt, kan pas als het nieuwe amv-beleid in werking is getreden. Het is een wat formalistisch standpunt, maar het kan nu gewoon niet.

Ik kom op de motie van de heer Voordewind op stuk nr. 82 inzake psychische schade. Bij de beoordeling van de 700 ex-amv's in het kader van de discretionaire bevoegdheid wil hij ook psychische schade in ogenschouw nemen. Ik heb zo-even tegen mevrouw Dijksma gezegd dat ik niet standaard wil gaan hertoetsen, ook niet bij de toepassing van mijn discretionaire bevoegdheid. De veiligheidssituatie in het land van herkomst kan niet bij discretionaire bevoegdheid worden getoetst. Het is namelijk een onderdeel van de asieltoets. Tot het moment van terugkeer zal ik natuurlijk altijd kijken naar schrijnende omstandigheden. Die zal ik bij de afweging betrekken.

Ik kom op de motie van de heren Voordewind en Schouw op stuk nr. 83 over pleegouders en extended families. Ik ontraad deze motie. Bij terugkeer van amv's is mijn inzet primair gericht op tracing en hereniging met familieleden. Dat zijn niet alleen de ouders, het kunnen ook andere familieleden zijn. Eerder hebben wij gediscussieerd over de zogenaamde extended families. Voor het overige ga ik bij terugkeer uit van het lokale voogdijsysteem. Als daar een vorm van family-based reception in bestaat, dan wil ik mij daarbij aansluiten. Pas als het nodig is, gaan wij kijken naar weeshuizen. Natuurlijk zullen wij bekijken welke waarborgen daarbij gesteld moeten worden.

Ik kom op de motie van de leden Voordewind en Gesthuizen op stuk nr. 84 over schorsende werking. Stuitende werking betekent dat de maximale termijn van drie jaar met het indienen van een nieuwe aanvraag opnieuw begint te lopen. Bij een schorsende werking wordt die termijn opgeschort voor de duur van een nieuwe aanvraag. Bij de herijking van het amv-beleid heb ik gekozen voor een stuitende werking omdat ik wil voorkomen dat de amv procedures stapelt die het vertrek kunnen frustreren. In het geval dat er een onredelijke uitkomst is en een nieuwe procedure redelijk is, kan ik altijd de hardheidsclausule toepassen.

Ten slotte de motie van mevrouw Sterk en mevrouw Van Nieuwenhuizen op stuk nr. 85. Ik laat het oordeel over deze motie over aan de Kamer. Ik heb begrip voor de zorgen over ex-amv's die eerder een amv-vergunning hebben gekregen en daarmee in feite een dubbele boodschap hebben gekregen. Ik heb indertijd nagedacht over een overgangsregeling voor deze groep. Ik heb daar uiteindelijk niet voor gekozen, maar als de Kamer erom vraagt, wil ik er opnieuw naar kijken.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Wij zullen bij de eindstemming over de moties stemmen.