Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2011-2012nr. 105, item 48

48 Gevangeniswezen

Aan de orde is het debat naar aanleiding van een algemeen overleg op 28 juni 2012 over het gevangeniswezen.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):

Voorzitter. Wij hebben in het debat over het gevangeniswezen een staatssecretaris ontmoet die op veel taken goed voorbereid is, maar één ding laat liggen: het gezinsbeleid. Daarover gaat de volgende motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de regering voornemens is het verlofbeleid aan te scherpen, in dier voege dat een nieuwe balans wordt gezocht tussen detentie en externe vrijheden;

constaterende dat externe vrijheden in de toekomst louter een concreet resocialisatiedoel mogen dienen, te weten arbeid en/of scholing;

constaterende dat de regering geheel voorbijgaat aan het nut en de noodzaak van het programmatisch en geleidelijk terugkeren van een ex-gedetineerde in zijn of haar gezin, temeer daar verlof louter nog op doordeweekse dagen zal worden verleend;

overwegende dat aangetoond is dat hechte sociale binding een zeer belangrijke recidiveremmende factor is;

van mening dat het van groot belang is dat de terugkeer in het gezin en met name het weer opnemen van zorgtaken en opvoedende taken, geleidelijk en zo mogelijk begeleid geschiedt;

verzoekt de regering, in het verlofbeleid ook de geleidelijke, programmatische terugkeer in het gezin op te nemen en uit te werken, waarbij verlof ook in de weekeinden tot de mogelijkheden zal behoren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van Toorenburg, Bouwmeester en Gesthuizen. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 468 (24587).

De heer Van der Steur (VVD):

Voorzitter. We hebben in het algemeen overleg met de staatssecretaris indringend gesproken over het gevangeniswezen. Wat de VVD betreft, zijn er nog zeer veel mogelijkheden om de effectiviteit van het gevangeniswezen te verbeteren. In het volgende VAO zal daartoe een motie worden ingediend, die mede door de VVD wordt ondersteund. Deze motie is gericht op de privatisering van het gevangeniswezen. Wij zijn er namelijk van overtuigd dat privatisering, hoewel geen doel op zich, bij een verstandige uitvoering een gevangeniswezen creëert dat beter en goedkoper is dan het gevangeniswezen dat wij nu hebben. Wij ondersteunen de staatssecretaris in zijn beleid. Voor de VVD-fractie is het wel van groot belang dat als wij in de toekomst weer rapporten krijgen van over strafrechtstoepassing de opmerkingen over individuele penitentiaire inrichtingen niet meer zo enorm uiteen blijven lopen als nu het geval is. Er is meer eenheid nodig en meer eenduidigheid. Misschien is er ook wel een striktere en duidelijker leiding nodig vanuit het ministerie, om ervoor te zorgen dat de manier waarop de gevangenissen opereren, niet meer zoveel verschillen laat zien als nu het geval is.

De voorzitter:

Ik zie dat u een vraag wilt stellen, mevrouw Van Toorenburg, maar de afspraak is dat wij elkaar niet interrumperen in dit debat.

De heer Brinkman (Brinkman):

Voorzitter. Ik dien een motie in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

van mening dat de kosten van justitiële inrichtingen onnodig gestegen zijn;

overwegende dat de kosten van justitiële inrichtingen verlaagd dienen te worden in het belang van de belastingbetaler;

overwegende dat de kosten van het bouwen en onderhouden van justitiële inrichtingen in Oost-Europa aanzienlijk lager zijn;

verzoekt de regering om te onderzoeken of en op welke wijze het mogelijk is om justitiële inrichtingen voor lang- en levenslang gestraften te outsourcen naar Oost-Europa,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Brinkman. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 469 (24587).

Mevrouw Gesthuizen (SP):

Voorzitter. Ik dien een motie in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de Regeling uitkering substantieel bezwarende functies (SBF-regeling) er in de praktijk toe leidt dat personeel van de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) met een SBF-functie met 60 jaar moet stoppen met werken en dat deze SBF-medewerkers vanaf circa 63 jaar hun pensioen moeten gaan aanspreken;

overwegende dat deze situatie voor SBF-medewerkers, vergeleken met reguliere werknemers, een aanzienlijk negatieve consequentie heeft voor het gehele pensioentraject;

constaterende dat de SBF-medewerkers inmiddels toestemming krijgen om door te werken indien zij dit willen. maar dit er niet toe leidt dat de SBF-verlofperiode aansluit op de reguliere pensioengerechtigde leeftijd;

verzoekt de regering, als eerste stap, voor mensen die er op hun 60ste jaar voor kiezen om door te werken, de leeftijd waarop zij van hun pensioen kunnen gaan genieten navenant te laten opschuiven zodat zij net als ieder ander hun pensioen pas op de pensioengerechtigde leeftijd moeten aanspreken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Gesthuizen, Van Toorenburg, Bouwmeester, Schouw en Dibi.

Zij krijgt nr. 470 (24587).

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Staatssecretaris Teeven:

Voorzitter. Allereerst kom ik op de motie-Van Toorenburg c.s. op stuk nr. 468 over het verlof. Daar hebben wij uitgebreid over van gedachten gewisseld in het AO. Meestal kunnen mevrouw Van Toorenburg en de regering elkaar goed vinden, maar hier blijft er een klein kloofje. Ik ga een poging doen om dat kloofje vanmiddag te dichten.

De regering probeert scholing en arbeid, die mevrouw Van Toorenburg ook noemt in de constateringen, dichter bij de gedetineerden te brengen. Het verlofbeleid moet daarop aansluiten. Daarover verschillen wij niet van mening. Maar het verlof wordt niet automatisch in de weekenden gegeven. Het verlof moet altijd in de lijn van scholing en arbeid worden geplaatst en niet alleen maar in het kader van: op de bank met een biertje voor de tv midden in het gezin, om het zo maar te zeggen. Daar hoort iets bij. In het AO heb ik gezegd: niet automatisch. Ik wil toch graag enige verduidelijking. Als ik het dictum zo moet lezen dat een en ander niet automatisch zo is en dat scholing en arbeid samengaan met de contacten in het gezin, dan kan ik de motie zien als ondersteuning van beleid. Maar als mevrouw Van Toorenburg bedoelt dat binding in het gezin ook het enige doel kan zijn en verlof altijd moet kunnen worden verleend in het weekend, dan is de motie voor mij onaanvaardbaar. Althans, dan moet ik de motie ontraden; "onaanvaardbaar" is wel heel sterk. Je gaat toch fouten maken op zo'n laatste middag.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):

Ik ging al helemaal rechtstaan.

Nee, de staatssecretaris begrijpt de motie niet goed. Ons doel is dat je ook zelfstandig een lijn kunt hebben als programmatische en stapsgewijze terugkeer in het gezin tot de mogelijkheden behoort.

Staatssecretaris Teeven:

Laat ik dan duidelijk zijn. Dan ontraad ik de motie.

Dan kom ik op de motie-Brinkman op stuk nr. 469, over het outsourcen van gedetineerden in Oost-Europa. Daar kan ik helder over zijn. In dat plan ziet het kabinet absoluut niets. Ik moet die motie dan ook ontraden.

De motie-Gesthuizen c.s. op stuk nr. 470 gaat over een onderwerp waar wij langdurig en veel over spreken. Ik heb ook gezien dat een groot gedeelte van de Kamer die motie heeft ondertekend. Daarin wordt de regering verzocht om dat pensioengat, om het zo maar te zeggen, te dichten. Ik zal dat opnieuw met mijn collega van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties gaan bespreken. De wens van de Kamer en de SP-fractie was mij natuurlijk al wat langer bekend. Ik zie daar ook feitelijke problemen. Ik zie het als een aansporing voor mij en de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties om nog één keer een heel duidelijke poging te doen. "Ondersteuning van beleid" is iets te ruim geformuleerd, maar ik refereer mij wel aan het oordeel van de Kamer.

De beraadslaging wordt gesloten.