Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2011-2012nr. 105, item 41

41 Algemene Vergadering Verenigde Naties

Aan de orde is het debat naar aanleiding van een algemeen overleg op 3 juli 2012 over de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties (AVVN).

De heer De Roon (PVV):

Voorzitter. Ik dien graag de volgende motie in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat 57 landen door het machtsblok van de Organisation of Islamic Cooperation (de OIC) de VN-agenda vaak domineren;

constaterende dat de OIC in de Verklaring van Caïro de mensenrechten ondergeschikt heeft verklaard aan de sharia;

overwegende dat het onwenselijk is dat Nederland meebetaalt aan deze islamitische agenda;

verzoekt de regering, de contributie aan de VN te staken, zolang de OlC-landen lid zijn van de VN,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid De Roon. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 118 (26150).

De heer Van Bommel (SP):

Voorzitter. Ik heb slechts tijd om de moties voor te lezen.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het Koninkrijk tijdens de zevenenzestigste zitting van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties een resolutie indient over geweld tegen vrouwen;

van mening dat steniging een uiterst wrede vorm van geweld is waar overwegend vrouwen slachtoffer van zijn;

verzoekt de regering, tijdens de zevenenzestigste zitting van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties een initiatief te nemen dat het doel heeft te leiden tot een internationale veroordeling en verbod op steniging,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van Bommel en Voordewind. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 119 (26150).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het Koninkrijk tijdens de zevenenzestigste zitting van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties en marge van de ministeriële week een bijeenkomst organiseert over de versterking van de rol van vrouwen in transitieprocessen in de Arabische regio;

van mening dat vrouwenbesnijdenis een zeer ernstige schending van de mensenrechten en een grove aantasting van de lichamelijke integriteit van jonge meisjes en vrouwen is en daarmee een obstakel vormt voor de versterking van de rol van vrouwen in transitieprocessen in de Arabische regio;

verzoekt de regering, tijdens de zevenenzestigste zitting van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties de resolutie "Ending female genital mutilation" te steunen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van Bommel en Voordewind. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 120 (26150).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het Koninkrijk tijdens de zevenenzestigste zitting van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties verdere operationalisering van het concept Responsibility to Protect bepleit en opnieuw een ministeriële bijeenkomst hierover organiseert;

van mening dat door de Libië-oorlog de toepassing van het concept Responsibility to Protect serieus ter discussie is komen te staan;

verzoekt de regering, tijdens de ministeriële bijeenkomst over Responsibility to Protect aan te dringen op het instellen van een onafhankelijk onderzoek naar de toepassing van het concept tijdens de Libië-oorlog,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Bommel. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 121 (26150).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat sinds 2010 het vredesproces tussen Israël en de Palestijnen stilligt;

constaterende dat de Palestijnse president Abbas heeft gepleit voor het aanvragen van de non-memberstatus – de zogenaamde Vaticaanoptie – bij de Verenigde Naties;

van mening dat de opwaardering van de status van de Palestijnse vertegenwoordiging bij de Verenigde Naties de impasse in het vredesproces mogelijk kan doorbreken;

verzoekt de regering, indien een Palestijns verzoek tot opwaardering van de Palestijnse vertegenwoordiging tot non-memberstatus tijdens de zevenenzestigste zitting van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties ter stemming komt, dit verzoek te steunen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Bommel. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 122 (26150).

Minister Rosenthal:

Mevrouw de voorzitter. Ik ontraad de motie van de heer De Roon over het stoppen van contributiebetalingen aan de VN in verband met de positie van de Organisatie van Islamitische Landen. Wij proberen in alle mogelijke arena's zo veel mogelijk invloed uit te oefenen op de islamitische landen. De Verenigde Naties zijn nou juist een van de belangrijkere arena's.

Het oordeel over de motie van de heer Van Bommel op stuk nr. 119 over geweld tegen vrouwen, in het bijzonder steniging, laat ik graag aan de Kamer over.

Dat geldt kortheidshalve ook voor de motie-Van Bommel op stuk nr. 120 over vrouwenbesnijdenis; ook daarover laat ik het oordeel over aan de Kamer.

Het voelt voor mij ongemakkelijk om de motie van de heer Van Bommel op stuk nr. 121 over de Responsibility to Protect te moeten ontraden. Zoals ik gisteren in het algemeen overleg al heb gezegd, ontraad ik deze motie omdat wij in de special sessions over dit onderwerp spreken – ook op hoog niveau, hopelijk inclusief de secretaris-generaal van de VN – en omdat dit een precieus onderwerp is. Kortom, ik vind dit een te zware inzet ten opzichte van die discussie, waarin Nederland juist een belangrijke rol speelt.

Over de laatste motie van de heer Van Bommel, de motie op stuk nr. 122 over de Vaticaanoptie voor de Palestijnse Autoriteit, deel ik kortheidshalve wederom mee dat de Nederlandse regering tegen unilaterale stappen is, zowel van de Palestijnse Autoriteit als van Israël. Wij voeren een evenwichtig beleid. Derhalve ontraad ik de motie.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

We zullen bij de eindstemming stemmen over de moties.