Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2011-2012nr. 105, item 59

59 Dierziekten en antibiotica

Aan de orde is het debat naar aanleiding van een algemeen overleg op 5 juli 2012 over dierziekten en antibiotica.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Voorzitter. Ik dien de volgende moties in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Ombudsman in zijn rapport "Het spijt mij; over Q-koorts en de menselijke maat" concludeert dat excuses van de overheid waardevol zouden zijn voor de slachtoffers;

verzoekt de regering, excuses aan te bieden aan de slachtoffers van de Q-koortsepidemie,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Thieme, Van Gerven en Arib. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 126 (29683).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt het Presidium, een parlementaire enquête in te stellen naar het beleid rond de intensieve veehouderij in het algemeen en de Q-koorts in het bijzonder,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Thieme en Arib. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 127 (29683).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het ministerie van Landbouw, Naruur en Voedselkwaliteit in 2008 wist dat er 100 met Q-koorts besmette bedrijven waren, en dat het ministerie dat niet heeft gecommuniceerd met betrokken diensten en burgers die daar belang bij hadden;

constaterende dat uit officiële stukken blijkt dat de ministers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en van LNV ten onrechte hebben gesteld dat zij geen goede test hadden om besmettingen te detecteren;

constaterende dat de regering de burger welbewust informatie heeft onthouden over de locatie van besmette geitenbedrijven;

constaterende dat de brief d.d. 26 juni 2012 van de betrokken bewindspersonen aantoonbare onjuistheden en tegenstrijdigheden bevat;

constaterende dat de Kamer is misleid zowel tijdens de Q-koortsepidemie als daarna;

zegt het vertrouwen op in de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de staatssecretaris van Economische zaken, Landbouw en Innovatie,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Thieme. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 128 (29683).

De heer Van Gerven (SP):

Voorzitter. Ik dien de volgende motie in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de Gezondheidsdienst voor Dieren publieke taken uitoefent die grote gevolgen hebben voor de volksgezondheid, maar een privaat orgaan is dat 100% in eigendom is van LTO Nederland, de Nederlandse Zuivel Organisatie en de Nederlandse Organisatie van Pluimveehouders;

van mening dat elke schijn van belangenverstrengeling voorkomen moet worden en de volksgezondheid altijd voorop moet staan;

verzoekt de regering, een einde te maken aan de huidige opzet waarin de private Gezondheidsdienst voor Dieren overheidstaken uitvoert en verzoekt de regering, deze taken terug te nemen van de Gezondheidsdienst voor Dieren, dan wel een overheidsdienst te maken van de Gezondheidsdienst voor Dieren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van Gerven, Arib en Thieme. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 129 (29683).

De heer Ormel (CDA):

Voorzitter. Ik dien de volgende moties in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de regering een fonds van 10 mln. ter beschikking stelt als handreiking aan de getroffen patiënten en dat zij dit budget kan inzetten om patiënten met chronische Q-koorts en QVS-patienten als groep te ondersteunen met onder andere advies, begeleiding en onderzoek;

constaterende dat de minister van VWS tijdens het algemeen overleg heeft aangegeven dat de taakopvatting breder kan liggen dan in de brief van 5 juli is omschreven;

verzoekt de regering, analoog aan het eerdere Fonds Slachtoffers Legionella-epidemie, een onafhankelijke stichting de ruimte te geven om ook individuele schrijnende gevallen financieel te steunen bij het verbeteren van hun toekomstperspectief,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Ormel, Dijkgraaf, Van Veldhoven, Grashoff en Wiegman-van Meppelen Scheppink.

Zij krijgt nr. 130 (29683).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

van mening dat restrictief antibioticumgebruik ook in de hobbydierhouderij van toepassing moet zijn;

van mening dat verplichting tot deelname aan een bedrijfsbehandelplan zorgt voor een grote administratieveIastendruk, die niet in verhouding staat tot het geringe aantal dieren;

verzoekt de regering, een ontheffing van een verplicht bedrijfsbehandelplan te verlenen aan hobbydierhouders met minder dan 25 dieren die wel een een-op-eenrelatie met een dierenarts hebben,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Ormel en Dijkgraaf. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 131 (29683).

Mevrouw Van Veldhoven (D66):

Voorzitter. Ik dien de volgende motie in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterend dat er veel menselijk leed is ontstaan door de uitbraak van Q-koorts;

van mening dat in het rapport van de commissie-Van Dijk en het rapport van de Ombudsman verslag wordt gedaan van de aanpak van de Q-koortsepidemie en dat is gebleken dat op verschillende momenten doortastender had kunnen en moeten worden opgetreden;

constaterend dat veel mensen zich niet gehoord voelen door de overheid;

constaterend dat de overheid een fonds heeft ingesteld waaruit een onafhankelijke stichting slachtoffers een tegemoetkoming kan toewijzen;

spreekt uit dat de overheid tekortgeschoten is bij de aanpak van de Q-koortsepidemie, betreurt dat en betreurt eveneens dat daardoor het vertrouwen in de overheid is geschaad en velen zich onvoldoende gehoord voelen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van Veldhoven, Grashoff, Ormel, Wiegman-van Meppelen Scheppink en Dijkstra.

Zij krijgt nr. 132 (29683).

Mevrouw Van Veldhoven (D66):

Ik hoop dat de regering bereid is iets dergelijks uit te spreken.

De heer Grashoff (GroenLinks):

Ik dien twee moties in over antibiotica.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat 5% van de dierenartsen 80% van de antibiotica voorschrijft;

overwegende dat dierenartsen veel geld kunnen verdienen aan de verkoop van antibiotica;

overwegende dat het antibioticagebruik in Nederland snel en fors moet worden teruggebracht;

overwegende dat verkoop van antibiotica voor zieke huisdieren door dierenartsen mogelijk moet blijven;

verzoekt de regering, in gevallen waarin sprake is van het voorschrijven van antibiotica voor meer dan vijf dieren, het voorschrijven en verkopen van antibiotica te ontkoppelen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Grashoff. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 133 (29683).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat met het oog op de volksgezondheid het gebruik van antibiotica in de veehouderij omlaag moet;

overwegende dat het antibioticagebruik in 2011 ten opzichte van 2009 met 32% is gedaald;

overwegende dat verwacht wordt dat de reductie van antibioticagebruik in 2015 ten opzichte van 2009 op 70% zal uitkomen;

verzoekt de regering, aan te sturen op een reductie van antibioticagebruik van 90% in 2017 ten opzichte van 2009,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Grashoff. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 134 (29683).

Wij wachten even totdat de bewindpersonen over de teksten van de negen ingediende moties beschikken.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Minister Schippers:

Voorzitter. In de motie van mevrouw Thieme, de heer Van Gerven en mevrouw Arib op stuk nr. 126 wordt de regering verzocht om excuses aan te bieden aan de slachtoffers van de Q-koortsepidemie. Wij hebben hier vanmiddag uitgebreid over gesproken. Mijn woorden zijn dat ik het leed dat patiënten en hun familie ondervinden van deze nare ziekte, deze epidemie, ernstig betreur. De overheid spant zich door middel van een fonds ervoor in om deze patiënten en hun gezinnen een omslag naar de toekomst te laten maken. Dat is mijn formulering. Het betreft een verzoek aan de regering, maar ik gebruik mijn eigen woorden. Daarom ontraad ik deze motie.

De motie op stuk nr. 127 behelst een verzoek aan het Presidium. Ik laat het oordeel daarover dus aan de Kamer.

De motie op stuk nr. 128 is een motie van wantrouwen. Ik laat het oordeel daarover ook aan de Kamer.

De motie op stuk nr. 130 vind ik sympathiek. Wat daarin staat, had ik als minister misschien ook wel gewild. Wij staan echter voor een integrale afweging. Wij hebben vier departementen laten bekijken wat de juridische gevolgen zijn als wij het zouden doen. De juristen van deze vier departementen hebben ons gezegd dat het onverstandig is om het te doen. Het schept ten eerste een precedent. Ten tweede geeft de afbakening van deze groep grote problemen. De ene groep heeft ziekteverschijnselen; de andere groep heeft wel de ziekte, maar geen verschijnselen. Dit is heel moeilijk te constateren en heel moeilijk te scheiden. Het is dan ook juridisch ontzettend kwetsbaar om dit te doen. In het najaar voeren wij nog een groot debat over de Q-koorts. Als de heer Ormel bereid is om deze motie aan te houden, ben ik bereid om nogmaals een juridische analyse te laten doen. Ik zal hier dan nog een keer door juristen naar laten kijken. Deze juridische analyse zal ik naar de Kamer sturen, opdat de Kamer deze analyse kan betrekken bij haar oordeel over deze motie. Mijn verzoek is dan ook om deze motie aan te houden.

De heer Ormel (CDA):

Ik ben blij dat de minister het een sympathieke motie vindt. Ik hoop dan ook dat zij in de geest van deze motie advies wil vragen. Als de minister dat toezegt, zal ik de motie aanhouden.

Minister Schippers:

Ja, ik zal de juristen vragen om hier serieus naar te kijken. Ik zal de analyse aan de Kamer doen toekomen.

De voorzitter:

Op verzoek van de heer Ormel stel ik voor, zijn motie (29683, nr. 130) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Minister Schippers:

Dan ga ik in op de motie-Van Veldhoven c.s. op stuk nr. 132. Hierin staat in feite hetzelfde. De woorden die daarin staan, zijn woorden die staatssecretaris Bleker en ik eerder hebben gebruikt. Het punt is de tegemoetkoming. Als mevrouw Van Veldhoven daarmee hulp bedoelt, dan zeg ik dat die al geregeld is via het fonds. Dan kan ik het oordeel over deze motie aan de Kamer overlaten. Doelt mevrouw Van Veldhoven daarmee op een financiële tegemoetkoming, dan wil ik haar hetzelfde vragen als de heer Ormel, namelijk om deze motie aan te houden zodat wij juristen kunnen laten analyseren of dat überhaupt mogelijk is.

De voorzitter:

Mevrouw Van Veldhoven, geen debat, alleen een mededeling.

Mevrouw Van Veldhoven (D66):

Ik beraad mij hier nog even op. Ik zal het laten weten voor de stemmingen.

De voorzitter:

Dan horen wij dat nog van u.

Dan is het woord aan de heer Bleker. De moties die nog resteren, zijn de moties op stukken nrs. 129, 131, 133 en 134.

Staatssecretaris Bleker:

Voorzitter. Het aannemen van de motie-Van Gerven c.s. op stuk nr. 129 ontraad ik. Het ligt niet in mijn lijn om een private dienst tot het overheidsdomein te gaan rekenen. De Gezondheidsdienst voor Dieren werkt binnen wetenschappelijke criteria en wij vinden geen reden om deze stap te zetten.

Ik sta positief en sympathiek tegenover de motie-Ormel/Dijkgraaf op stuk nr. 131. Ik laat het oordeel hierover aan de Kamer.

Het gestelde in de motie-Grashoff op stuk nr. 133 is nu niet aan de orde. Wij zijn volop bezig met de reductieplannen. Ontkoppelen nu is niet nodig. Daarom ontraad ik het aannemen van deze motie.

Dan de motie-Grashoff op stuk nr. 134. Van de SDa hebben wij een duidelijk voorstel gekregen, namelijk om voor 2015 een reductie van 70% te realiseren. Dat is goed onderbouwd. Het is niet verstandig om nu al vooruit te lopen op wat het in 2017 zou moeten zijn. Ik ontraad deze motie.

Mevrouw Van Veldhoven (D66):

De minister heeft een vraag gesteld over een constatering in de motie-Van Veldhoven c.s. op stuk nr. 132. Ik heb besloten deze constatering uit die motie te halen omdat die eigenlijk ook al in de motie van de heer Ormel zit. Ik hoop dat de minister daarna beter met de motie overweg kan en het oordeel daarover aan de Kamer zal overlaten.

De voorzitter:

Dan wordt het oordeel Kamer. Dan zijn we daar ook weer uit.

Mevrouw Snijder-Hazelhoff (VVD):

Heb ik iets gemist? Er was ook nog een motie op stuk nr. 129.

Staatssecretaris Bleker:

Daar ben ik voor mijn doen uitgebreid op ingegaan.

De voorzitter:

En wat was het oordeel?

Staatssecretaris Bleker:

Ontraden.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Dan zijn we gekomen aan het eind van dit VAO. De stemming over de moties vindt vanavond bij de eindstemming plaats. Ik neem aan dat de minister bij de eindstemming over deze moties aanwezig is. Mij blijkt dat dat het geval is. Dan is dat helder.