Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2011-2012nr. 105, item 66

66 Vastgoed Defensie

Aan de orde is het debat naar aanleiding van een algemeen overleg op 26 juni 2012 over vastgoed Defensie.

De voorzitter:

Ik constateer dat de eerste woordvoerder, de heer Hernandez, er nog niet is. Ik geef opnieuw het woord aan mevrouw Hachchi.

Mevrouw Hachchi (D66):

Voorzitter. Ik heb drie moties, die ik meteen zal voorlezen.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het kabinet voornemens is, de marinierskazerne in Doorn te verhuizen naar Vlissingen;

constaterende dat er eerder plannen waren om Doorn uit te breiden, al dan niet in samenwerking met Defensie in Den Helder;

constaterende dat onduidelijk is wat de maatschappelijke kosten en baten zijn van een mogelijke uitbreiding of verhuizing van de marinierskazerne;

verzoekt de regering, voor de begrotingsbehandeling 2013 geen juridische en financieel onomkeerbare stappen te zetten met betrekking tot de marinierskazerne in Doorn,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Hachchi. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 71 (32733).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het kabinet voornemens is de marinierskazerne in Doorn te verhuizen naar Vlissingen;

constaterende dat er eerder plannen waren om Doorn uit te breiden, al dan niet in samenwerking met Defensie in Den Helder;

constaterende dat er geen vergelijking mogelijk is tussen de verschillende scenario's;

constaterende dat DMP-projecten met een financiële omvang vanaf 25 mln. vier fasen doorlopen: de behoeftestelling (fase A), de voorstudie (fase B), de studie (fase C) en de verwervingsvoorbereiding (fase D);

overwegende dat het Defensie Materieel Proces duidelijke fasen kent waarbij in de D-fase de verschillende scenario's objectief en gelijkwaardig vergeleken moeten worden, en een keuze voor het juiste scenario dan pas gemaakt kan worden;

verzoekt de regering, het DMP volgens de geldende Defensieregels uit te voeren, waarbij de volgende scenario's aan bod komen:

  • - verhuizing van de marinierskazerne naar Vlissingen;

  • - uitbreiding van de marinierskazerne in Doorn;

  • - uitbreiding van de marinierskazerne in Doom in samenwerking met Den Helder,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Hachchi. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 72 (32733).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het kabinet voornemens is de kazerne in Weert te sluiten;

constaterende dat door middel van meer samenwerking met het onderwijs en het bedrijfsleven in de regio het voortbestaan van de kazerne in Weert financieel voordelig zou kunnen zijn;

verzoekt de regering, te onderzoeken of het mogelijk is om onder financieel gunstige omstandigheden de kazerne in Weert te laten voortbestaan en voor de begrotingsbehandeling 2013 geen juridische en financieel onomkeerbare stappen te zetten met betrekking tot de kazerne in Weert,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Hachchi. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 73 (32733).

De heer Knops (CDA):

Voorzitter. Ik dien de volgende motie in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de minister voornemens is de KMS te verplaatsen uit Weert, en dat de gemeente Weert en de provincie Limburg de gelegenheid hebben gekregen om met alternatieve plannen te komen om de Van Hornekazerne te behouden;

overwegende dat het door de gemeente Weert en de provincie Limburg opgestelde businessplan "KMS 2020, Kazerne van de Toekomst" inhoudelijk veelbelovend is, maar vooralsnog voor de voorzienbare toekomst slechts uitzicht biedt op een concrete besparing van ruim € 200.000 per jaar;

overwegende dat de in het businessplan gepresenteerde voorstellen op het gebied van vermaatschappelijking, economisch medegebruik en verduurzaming perspectief kunnen bieden op aanvullende besparingen op de exploitatielasten van de Van Hornekazerne;

overwegende dat de suggestie van Gedeputeerde Staten van de provincie Limburg tijdens de hoorzitting van 11 juni jongstleden voor een extra incidentele bijdrage nog niet gematerialiseerd is;

verzoekt de regering om de gemeente Weert en de provincie Limburg een extra periode van drie maanden de gelegenheid te geven voor een nadere uitwerking van het businessplan, waarbij concrete, te valideren bedragen moeten worden gekoppeld aan de plannen voor vermaatschappelijking, economisch medegebruik en verduurzaming, om zo te komen tot een substantiële verlaging van de jaarlijkse exploitatielasten van de Van Hornekazerne, en gedurende die periode geen onomkeerbare stappen te zetten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Knops, Bosman en Eijsink. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 74 (32733).

De heer Bosman (VVD):

Voorzitter. Ik dien de volgende motie in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de minister gekozen heeft voor de verwezenlijking van een nieuwe marinierskazerne in Vlissingen en de komende maanden de behoeftestelling uitwerkt in het kader van het DMP-proces;

constaterende dat renovatie van de Van Braam Houckgeestkazerne in Doorn onder voorwaarden aan de gestelde ruimtelijke eisen kan voldoen, maar voor de minister geen serieuze optie is omdat het onvoldoende ontwikkelingsmogelijkheden biedt;

constaterende dat Defensie een taakstelling moet verwerken van 61 mln. op infrastructuur en derhalve structurele verlaging van de exploitatielasten uitgangspunt is van het Strategisch Vastgoedplan van de minister;

overwegende dat op basis van het Strategisch Vastgoedplan defensielocaties moeten sluiten, waardoor er klappen vallen in diverse regio's;

van mening dat het niet uit te leggen is om tegelijkertijd een nieuwe marinierskazerne te realiseren als dit leidt tot hogere exploitatielasten voor Defensie;

verzoekt de regering om voortvarend aan de slag te gaan met het uitwerken van de plannen voor een nieuwe marinierskazerne, daarbij geen onomkeerbare beslissingen te nemen ten aanzien van de Van Braam Houckgeestkazerne, en een besluit aan de Kamer voor te leggen waarvan de exploitatielasten niet hoger uitvallen dan de optie van renovatie van de Van Braam Houckgeestkazerne,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Bosman en Knops. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 75 (32733).

De heer De Roon (PVV):

Voorzitter. Ik dien de volgende motie in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de regering heeft besloten om de Koninklijke Militaire School (KMS) te verplaatsen van Weert naar Ermelo en de Van Hornekazerne te sluiten;

overwegende dat de onderofficiersopleiding in Weert vergroeid is met de regio en onderdeel is van de lokale cultuur in dit deel van Limburg;

overwegende dat de betreffende regio met krimp te maken heeft en regionale spreiding van defensielocaties over het gehele land gewenst is;

overwegende dat de provincie Limburg en de gemeente Weert een ambitieus businessplan hebben opgesteld dat structurele besparingen mogelijk maakt en deze plannen voorzien in de gewenste samenvoeging van de onderofficiersopleidingen van de verschillende krijgsmachtsdelen;

overwegende dat het businessplan bijdraagt aan de vermaatschappelijking van de krijgsmacht en de band tussen de krijgsmacht en samenleving versterkt;

verzoekt de regering, de Koninklijke Militaire School voor Weert te behouden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid De Roon. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 76 (32733).

Minister Hillen:

Voorzitter. Ik dank de Kamer voor de ingediende moties. In haar motie op stuk nr. 71 verzoekt mevrouw Hachchi de regering, "voor de begrotingsbehandeling 2013 geen juridische en financiële onomkeerbare stappen te zetten met betrekking tot de marinierskazerne in Doorn". Het is de bedoeling dat de marinierskazerne in Doorn wordt gesloten en dat de marinierskazerne verhuist naar Vlissingen. Ik ben van mening dat dit moet gebeuren. Ik wil niet wachten met het zetten van stappen tot de begrotingshandeling 2013; dat lijkt mij te lang. Ik wil deze verplaatsing voortvarend ter hand nemen. Deze motie ontraad ik dus.

In haar motie op stuk nr. 72 verzoekt mevrouw Hachchi de regering, het DMP volgens de geldende Defensieregels uit te voeren, waarbij de scenario's van verhuizing van de marinierskazerne naar Vlissingen, uitbreiding van de marinierskazerne in Doorn en uitbreiding van de marinierskazerne in Doorn in samenwerking met Den Helder aan bod komen. Het beleid is gericht op het verplaatsen van de kazerne naar Vlissingen. Deze motie doorkruist dat beleid; daarom moet ik haar ontraden.

De motie op stuk nr. 73 gaat over de kazerne in Weert. In het dictum wordt de regering verzocht, te onderzoeken of het mogelijk is om onder financieel gunstige omstandigheden de kazerne in Weert te laten voortbestaan. Ik heb dat laten onderzoeken. Tot nu toe is niet gebleken dat dit kan. Ik ben niet bereid om het nog een keer te laten onderzoeken. Deze motie ontraad ik dus ook.

In de motie-Knops c.s. op stuk nr. 74 verzoeken de indieners de regering, de gemeente Weert en de provincie Limburg een extra periode van drie maanden te geven voor een nadere uitwerking van het businessplan. Ik heb het businessplan ontvangen, maar dat is tot nu toe onvoldoende gebleken. We zouden kunnen verwachten dat tussen nu en drie maanden nog niet alles in gang is gezet om Weert al te sluiten. Praktisch gesproken zal dit dus geen probleem opleveren. Ik ben het niet eens met de strekking van de motie, maar als de gemeente Weert erin zou slagen om binnen die tijd met een plan te komen waarvan de poorten van de hemel en de hel tegelijk gaan schudden, dan zal ik daar serieus naar kijken.

De motie-Bosman/Knops op stuk nr. 75 gaat over de marinierskazerne in Vlissingen. Er wordt een verband gelegd tussen de exploitatie van de Van Braam Houckgeestkazerne in Doorn en de nieuw te ontwikkelen kazerne in Vlissingen. Daar is mijn streven net zo goed op gericht, dus ik beschouw deze motie als een aanmoediging voor mijn beleid. Ik laat het oordeel over deze motie graag aan de Kamer.

In zijn motie op stuk nr. 75 verzoekt de heer De Roon de regering, de Koninklijke Militaire School voor Weert te behouden. Dat had ik graag gedaan als men mij daartoe in staat had gesteld, maar dat is niet het geval. Ik ben bang dat de KMS in Weert gesloten zal worden en overgebracht zal worden naar Ermelo. Deze motie ontraad ik dus.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Ik dank de minister voor de beoordeling van de moties. Stemming over de moties zal plaatsvinden bij de eindstemming.

Wij gaan gauw verder met het volgende VAO.