Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2011-2012nr. 105, item 60

60 Veilig werken in de zorg

Aan de orde is de behandeling van:

  • - het verslag van een algemeen overleg over veilig werken in de zorg ( 29282, nr. 155 ).

De beraadslaging wordt geopend.

De voorzitter:

Hierbij is ook de minister van Veiligheid en Justitie aanwezig.

Mevrouw Dijkstra (D66):

Voorzitter. Ik zal meteen overgaan tot het uitspreken van mijn motie, want die spreekt voor zich.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er de afgelopen jaren veel anti-agressiebeleid is ontwikkeld, maar dat de mate waarin dit beleid daadwerkelijk op de werkvloer wordt toegepast nog flink kan worden verbeterd;

constaterende dat zorginstellingen in hun jaarverslagen niet altijd aandacht besteden aan hun anti-agressiebeleid, waardoor de druk om dit beleid ook daadwerkelijk toe te passen ontbreekt;

verzoekt de regering, zorginstellingen te verplichten in hun jaarverslagen een veiligheidsparagraaf op te nemen waarin verantwoording moet worden afgelegd over het gevoerde anti-agressiebeleid,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Dijkstra. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 164 (29282).

We wachten even tot de minister van VWS beschikt over de motie. Ik ben ook blij dat de minister van Veiligheid en Justitie er is, want anders had ik hem misschien niet meer gezien.

Minister Schippers:

Voorzitter. Wij hebben hierover uitgebreid gesproken in het debat. Ik heb toen aangegeven dat ik goed samenwerk met de sociale partners bij het nader uitwerken en uitvoeren van het Actieplan Veilig Werken in de Zorg. Om die reden heb ik tijdens het AO over veilig werken in de zorg aangegeven dat ik dit punt bij deze sociale partners inbreng. Dat heb ik ook gedaan. De sociale partners beraden zich momenteel op hun standpunt. Het actieplan hebben wij immers samen opgesteld? Het is niet aan het kabinet om een dictaat op te leggen. Ik vind het heel belangrijk dat dit ook wordt gedragen door de sociale partners, dus ik ontraad de motie.

De voorzitter:

Dan zijn wij gekomen aan het eind van dit VAO. Ik dank beide ministers oprecht hartelijk voor hun aanwezigheid en hun uitmuntende en ook beknopte advisering. We zullen bij de eindstemming stemmen over deze motie.

De beraadslaging wordt gesloten.