Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2011-2012nr. 105, item 50

50 Belastingdienst

Aan de orde is het debat naar aanleiding van een algemeen overleg op 27 juni 2012 over de Belastingdienst.

De voorzitter:

Ik heet de staatssecretaris welkom.

De heer Van Vliet (PVV):

Voorzitter. Het AO dat hieraan voorafging, was wat mij betreft het belangrijkste AO van het afgelopen jaar. Het gaat namelijk om gemiste belastingopbrengsten. In deze tijden van bezuinigingen moeten we het uiterste doen om daar verandering in aan te brengen. Vandaar de volgende aansporing.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat sprake is van een substantieel bedrag aan niet ingevorderde en niet geïnde belastingen;

constaterende dat de regering heeft toegezegd om voor 1 oktober 2012 met een actieplan te komen om dit bedrag tot het uiterste te verlagen;

constaterende dat dit actieplan wordt uitgewerkt door de ambtelijke top van de Belastingdienst;

constaterende dat de meeste geluiden over niet geïnde belastingen afkomstig zijn van lagere echelons zoals belastingdeurwaarders, ontvangers en controleurs;

verzoekt de regering, deze groepen expliciet te betrekken bij het actieplan en de Kamer uiterlijk bij indiening van het actieplan hierover te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Vliet. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 135 (31066).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het model van horizontaal toezicht volgens het rapport van de commissie-Stevens tekortkomingen kent en niet voor alle doelgroepen van belastingplichtigen even geschikt is om volledige en juiste belastingheffing en belastinginning te bereiken;

verzoekt de regering, tot een nadere afbakening te komen van de doelgroepen voor wie horizontaal toezicht inderdaad een geschikt model is voor invulling van de relatie tussen Belastingdienst en belastingplichtige en de Kamer hierover voor 1 oktober 2012 te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Vliet. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 136 (31066).

Het woord is aan de heer Braakhuis. Als ik het goed heb, wordt dit zijn laatste VAO-deelname. We gaan er voor zitten.

De heer Braakhuis (GroenLinks):

Voorzitter. Zal ik dan de tijd nemen?

De voorzitter:

Nee! Ik ken u!

De heer Braakhuis (GroenLinks):

Goed. Dan brand ik meteen los.

Voorzitter. De staatssecretaris en ik hebben de afgelopen jaren aardig de degens gekruist over belastingontwijking. Ik ga toch niet weg zonder te proberen iets daarover in te koppen. Vandaar de volgende moties.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het begrip "substance" door de Kamer ook wordt beleefd als een vereiste om reële meerwaarde toe te voegen aan de Nederlandse economie;

constaterende dat bovenstaande vereiste momenteel niet onder de substance-eisen valt;

constaterende dat de substance-eisen hierdoor mager zijn;

verzoekt de regering om het begrip "substance" zodanig te herdefiniëren dat deze ook de reële economische meerwaarde reflecteert, zoals ten minste het scheppen van werkgelegenheid, en de Kamer hierover voor 1 oktober 2012 te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Braakhuis en Groot. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 137 (31066).

De heer Braakhuis (GroenLinks):

In vervolg en aansluiting op deze motie, dien ik de volgende motie in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de Nederlandse fiscale wetgeving ertoe geleid heeft dat zich in Nederland bovengemiddeld veel brievenbusmaatschappijen hebben gevestigd met als doel elders belasting te ontwijken;

constaterende dat dit vaak ten koste gaat van ontwikkelingslanden en soms van Europese bondgenoten;

constaterende dat het grootste deel van deze brievenbusmaatschappijen ook op langere termijn niet leidt tot reële economische meerwaarde, met nadruk op het scheppen van werkgelegenheid;

verzoekt de regering, zo snel mogelijk met wetgeving te komen die een nader te bepalen maximale termijn stelt aan het genieten van fiscale voordelen door brievenbusmaatschappijen, zonder dat binnen deze termijn reële economische meerwaarde wordt gegenereerd, zoals het scheppen van werkgelegenheid, en dit nog in 2013 aan de Kamer voor te leggen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Braakhuis en Groot. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 138 (31066).

De heer Braakhuis (GroenLinks):

Naar aanleiding van hetgeen ik terugkreeg via de pers, namelijk dat een bepaalde afspraak die ik met de staatssecretaris dacht te hebben anders geïnterpreteerd werd en anders blijkt te zijn overgekomen, dien ik mijn laatste motie in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de staatssecretaris zowel tijdens het laatste debat als in zijn schriftelijke antwoorden heeft bevestigd dat leden van de Tweede Kamer bij de Belastingdienst op basis van vertrouwelijkheid inzage kunnen krijgen in individuele casussen en op publieke basis onherleidbare geaggregeerde overzichten kunnen krijgen;

constaterende dat dit tegenover de pers weer wordt gerelativeerd;

overwegende dat het voor de Kamer belangrijk is haar parlementaire toezicht op de Belastingdienst te kunnen uitvoeren met respect voor, maar niet onnodig gehinderd door artikel 67 van de AWR en dat er dus geen onduidelijkheid mag bestaan over hoe dit te interpreteren;

verzoekt de regering, nogmaals eenduidig te bevestigen wat al toegezegd leek,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Braakhuis. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 139 (31066).

De heer Omtzigt (CDA):

Voorzitter. Ik dank mijn collega's, in het bijzonder collega Braakhuis, voor de goede samenwerking. Ik dien één motie in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat een behoorlijk percentage van het bedrag dat op grond van de wet aan belasting betaald zou moeten worden, niet in de schatkist belandt door onjuiste of onvolledige belastingaangiften, illegale activiteiten en onvoldoende capaciteit voor de invordering van belastingen;

van mening dat het eerlijker en rechtvaardiger is om de huidige belastingverplichtingen beter te handhaven en zo deze tax gap te verkleinen, dan om de belastingen te verhogen of nieuwe belastingen in te voeren;

overwegende dat een betere handhaving van huidige belastingverplichtingen bovendien een positief effect heeft op de belastingmoraal van welwillende belastingplichtigen;

overwegende dat het nalevingstekort voor particulieren 1,5% van de totale belastingopbrengst bedraagt, voor kleine en middelgrote ondernemingen 6,5% en voor grote ondernemingen eveneens een dergelijk percentage, en dat verkleining van de tax gap de schatkist dus enkele miljarden kan opleveren;

van mening dat er met het oog op een nieuw regeerakkoord een plan moet liggen om ervoor te zorgen dat de belasting die de fiscus wettelijk gezien binnen zou moeten krijgen, ook daadwerkelijk door de fiscus ontvangen wordt;

verzoekt de regering, voor 1 oktober met een plan te komen om de tax gap te halveren, dan wel zo mogelijk nog verder te verkleinen, door met gerichte acties zowel op het gebied van handhaving als invordering de belastingopbrengst te vergroten;

verzoekt de regering tevens, hierbij in kaart te brengen met welke gerichte investeringen de belastingopbrengst met een veelvoud vergroot kan worden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Omtzigt, Schouten, Braakhuis, Van Vliet, Bashir, Kortenoeven en Groot.

Zij krijgt nr. 140 (31066).

De heer Groot (PvdA):

Voorzitter. Het was een belangrijk debat. Ik ben blij dat de staatssecretaris het belang inziet van een goed functionerende Belastingdienst. Hij constateert ook dat het aantal controles dreigt achter te blijven en komt nu met een plan van aanpak. Ter ondersteuning daarvan dien ik twee moties in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de regering een plan van aanpak opstelt om onder meer het aantal verticale controles door de Belastingdienst uit te breiden;

verzoekt de regering, in dit plan van aanpak een concrete en uitdagende doelstelling te formuleren voor de hoeveelheid extra verticale belastingcontroles die de komende jaren moet worden uitgevoerd en de hoeveelheid werknemers die hiertoe bij de Belastingdienst wordt vrijgemaakt,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Groot en Braakhuis. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 141 (31066).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de grootte van de tax gap door de Belastingdienst wordt beschreven aan de hand van onderzoek naar belastinginkomsten uit 2007 en 2008 en van de percentages gemiste opbrengst van particulieren en het mkb;

overwegende dat meer recente informatie over de omvang van de tax gap gewenst is, ook aangezien de Nederlandse Staat kampt met een begrotingstekort dat deels wordt veroorzaakt door achterblijvende belastinginkomsten;

verzoekt de regering, nieuw onderzoek te doen naar de omvang en samenstelling van de tax gap en in de rapportage hierover aan de Kamer niet enkel de percentages nalevingstekorten te vermelden, maar ook de nominale bedragen aan misgelopen belastinginkomsten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Groot en Braakhuis. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 142 (31066).

Mevrouw Neppérus (VVD):

Voorzitter. Er ligt duidelijk druk op de Belastingdienst, want op een aantal plekken blijkt de gedachte te zijn ontstaan dat horizontaal toezicht op basis van afspraken tussen de Belastingdienst en bedrijven geen toezicht inhoudt. De Belastingdienst is goed bezig, maar dat beeld moeten wij wegnemen. Er moet dus duidelijkheid komen over de vraag hoe wij plannen verder uitwerken. De staatssecretaris heeft dat ook toegezegd. Het gaat om wat wellicht tekort komt en wat beter moet. Dat moet gewoon gebeuren. Ik ben blij dat de staatssecretaris heeft toegezegd daaraan te werken.

Er ligt dus druk op de Belastingdienst. Toezicht moet altijd beter kunnen. Het is goed, maar het moet beter kunnen zolang er verhalen zijn over te weinig toezicht, die deels op waarheid berusten. Ik zeg er wel bij dat wij allemaal beter toezicht willen, maar wij zeggen in de Kamer ook allemaal dat de overheid kleiner moet worden. Dat vraagt ook om een stukje zelfreflectie. Ik zie ook graag beter toezicht, net als iedereen, maar weet wel: de Belastingdienst werkt met de middelen die hij heeft. Het moet altijd beter kunnen, maar wij moeten ook naar onszelf kijken en enige zelfreflectie tonen.

Dat was het, voorzitter. Volgens mij is dit de laatste keer dat ik onder uw voorzitterschap tijdens een VAO sprak.

De voorzitter:

Ik denk het; het zou zomaar kunnen. Maar goed, er kunnen altijd nog recesonderbrekingen komen. Ik juich dus niet te vroeg. U moest ook een keer aan de bak tijdens een reces; dat ben ik niet vergeten.

Volgens mij hebben wij de inbreng van de zijde van de Kamer gehoord. Wij wachten even totdat de staatssecretaris beschikt over de teksten van de ingediende moties.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Staatssecretaris Weekers:

Voorzitter. Ik dank de Kamer voor de inbreng en de moties, die ik stuk voor stuk zal doorlopen. De heer Van Vliet heeft een motie ingediend op stuk nr. 135, waarin hij de regering verzoekt om lagere echelons binnen de Belastingdienst, zoals belastingdeurwaarders, ontvangers en controleurs, te betrekken bij het actieplan en de Kamer hierover uiterlijk bij de indiening van het actieplan te informeren. Deze motie is overbodig, want dit doe ik al. Ik kan het ook positief benaderen door te zeggen dat deze motie ondersteuning van beleid is, maar daarmee wordt de motie niet minder overbodig. Ik doe dit gewoon, dus de heer Van Vliet en ik zitten wat dit betreft inhoudelijk op dezelfde lijn. Ik hoef daartoe niet te worden aangespoord met een motie.

De voorzitter:

Trekt de heer Van Vliet zijn motie in na deze toezegging?

De heer Van Vliet (PVV):

De motie vraagt om die groepen expliciet erbij te betrekken. Daar was geen sprake van in het AO. Ik vraag om de Kamer daarover te informeren bij de indiening van dat actieplan, dus ik wil de motie toch graag in stemming brengen.

Staatssecretaris Weekers:

Ik zeg graag toe dat ik de Kamer hierover informeer.

De voorzitter:

Expliciet informeer?

Staatssecretaris Weekers:

Ik informeer de Kamer daarover expliciet. De heer Van Vliet vraagt om de ambtenaren er expliciet bij te betrekken, maar dat heb ik net al gezegd. Ik kan ambtenaren er niet impliciet bij betrekken. Er wordt een actieplan opgesteld om te kijken of we met gerichte investeringen de belastingopbrengst uiteindelijk kunnen verhogen, zodat het percentage niet-geïnde bedragen of oninbaar verklaarde bedragen fors vermindert. Dat kan ik alleen maar doen door de mensen die hier op de werkvloer elke dag mee bezig zijn, er expliciet bij te betrekken. Die inventarisatie vindt op dit moment plaats en zal de komende weken en maanden doorgaan. Ik heb de Kamer beloofd om uiterlijk 1 oktober met een plan van aanpak te komen. Daarin zal ik ook rapporteren over de wijze waarop ik de door de heer Van Vliet genoemde ambtenaren erbij heb betrokken. Daarmee is de motie in mijn opinie overbodig, want dat doe ik al.

De heer Van Vliet (PVV):

Ik hoorde van die lagere echelons dat zij er niet bij worden betrokken, maar de toezegging klinkt nu zo hard dat ik de motie aanhoud, maar niet intrek.

De voorzitter:

Op verzoek van de heer Van Vliet stel ik voor, zijn motie (31066, nr. 135) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Staatssecretaris Weekers:

Dat apprecieer ik zeer.

Dan kom ik op de motie-Van Vliet op stuk nr. 136, die de regering vraagt om tot een nadere afbakening te komen van de doelgroepen voor wie horizontaal toezicht inderdaad een geschikt model is voor de invulling van de relatie tussen Belastingdienst en belastingplichtige en de Kamer hierover voor 1 oktober 2012 te informeren.

Tegen deze formulering heb ik wel bezwaar. De commissie-Stevens heeft geen aanleiding gezien om deze keuze te maken. De commissie-Stevens heeft gezegd dat horizontaal toezicht perfect werkt in het segment zeer grote ondernemingen, maar dat dit in het segment mkb en middelgrote en grote ondernemingen op grond van een aantal criteria moet worden doorontwikkeld en dat zaken daar transparanter moeten worden gemaakt.

In reactie daarop heb ik gezegd dat ik met de aanbevelingen aan de slag ga. Uiteraard zal ik de Kamer daarover rapporteren. Naar mijn mening moeten niet bij voorbaat bepaalde groepen ondernemingen worden uitgesloten van horizontaal toezicht, mits zij voldoen aan gerechtvaardigd vertrouwen en enkele andere voorwaarden. Ik zeg niet bij voorbaat dat een segment, zoals middelgrote en grote ondernemingen of het mkb, niet meer voor horizontaal toezicht in aanmerking kan komen. Om die reden moet ik de motie ontraden.

De heer Van Vliet (PVV):

In de motie wordt juist verzocht om aan te geven voor wie het wel een geschikt model is. Deze motie breng ik dus graag in stemming, temeer daar horizontaal toezicht juist in verband wordt gebracht met een derving van belastingopbrengsten.

Staatssecretaris Weekers:

De commissie-Stevens heeft nu juist aangegeven dat horizontaal toezicht niet leidt tot derving van belastingopbrengsten. Ik heb in het algemeen overleg dat ik vorige week met de Kamer heb gevoerd, nog even de pagina aangegeven waarin een aantal passages hierover zijn opgenomen. Ik heb toen ook afstand genomen van de publicaties daarover in de Volkskrant. Ook de commissie-Stevens heeft impliciet afstand genomen van die publicaties. Die kloppen gewoon niet. Daarin zijn verkeerde gevolgtrekkingen gebezigd. Ik wil de Kamer ontraden om dat soort verkeerde berichtgeving voor waar aan te nemen. Ik wil haar vragen om zich te baseren op rapporten van de onafhankelijke commissie-Stevens en de discussie die we daarover hebben gevoerd. Ik zou het appreciëren als we ons richten op gedegen stukken en niet op publicaties met verkeerde gevolgtrekkingen in de krant. Mijn oordeel blijft dus dat de motie moet worden ontraden.

In de motie op stuk nr. 137 van de heren Braakhuis en Groot wordt de regering verzocht, het begrip "substance" zodanig te herdefiniëren dat deze ook de reële economische meerwaarde reflecteert, zoals ten minste het scheppen van werkgelegenheid, en de Kamer hierover voor 1 oktober te informeren.

De heren Braakhuis en Groot hebben nog een tweede motie ingediend die zich richt op brievenbusmaatschappijen. Daarin wordt de regering verzocht om wetgeving te maken, zodat brievenbussen zich binnen enkele jaren moeten transformeren tot bedrijven die reële werkgelegenheid scheppen. We hebben hierover vorige week tijdens het algemeen overleg een goed debat gevoerd. Ik denk dat we het inhoudelijk met elkaar eens zijn als het gaat om het volgende. Het fiscaal vestigingsklimaat van Nederland is aantrekkelijk en moet aantrekkelijk blijven. Om het even oneerbiedig te zeggen: we komen alleen ons bed uit voor diegenen die ook wat willen toevoegen aan de Nederlandse economie, die hier ook welvaart willen creëren. Ik heb in de brief die vorige week wel aan de orde is gekomen, maar die nog niet echt goed besproken is door de rest van de Kamer omdat die formeel niet geagendeerd was, aangegeven wat de mogelijkheden en de onmogelijkheden zijn. Ik kan met deze twee moties dus op dit moment niet zo gek veel. Ik vind de moties wat prematuur. Het Holland Financial Centre doet op dit moment onderzoek naar het belang van de non-bank financial sector voor de Nederlandse economie. De Kamer heeft mij gisteren per brief gevraagd om onverwijld na publicatie van dat onderzoek de Kamer te informeren en dat ook te voorzien van een kabinetsreactie. Pas daarna kunnen we kijken of het noodzakelijk is om op een van de twee moties in te gaan.

Ik vind het een beetje vreemd om van de Kamer het verzoek te krijgen om zo meteen nog wel dat onderzoek te sturen. De commissie heeft vorige week expliciet gezegd dat de brief die ik had gestuurd over substance, niet aan de orde was, maar zij stond toch toe dat de heer Braakhuis en ik daar een paar woorden aan konden wijden. Dan is echt prematuur om nu met deze twee moties te komen. Om die reden moet ik ze ook echt beide ontraden.

De heer Braakhuis (GroenLinks):

Het Holland Financial Centre doet een onderzoek naar schaduwbankieren. Dat heeft niets te maken met deze motie. Volgens mij zijn de moties niet prematuur. Ik vraag alleen aan de staatssecretaris om met een voorstel te komen om substance te herdefiniëren.

De voorzitter:

We hadden afgesproken om dit niet te doen. Misschien gaat het hier om een misverstand.

Staatssecretaris Weekers:

Dat is geen misverstand. Het gaat om een onderzoek van Holland Financial Centre. Wij hebben expliciet gevraagd om in beeld te brengen of er vanuit brievenbussen uiteindelijk reële economische activiteiten te verwachten zijn. Men gaat de zaak inventariseren en de casuïstiek beschrijven. Dit punt blijft dus een onderwerp van discussie. Een motie op dit moment is echt prematuur. Ik vraag de Kamer dus, in het uiterste geval de moties aan te houden totdat het onderzoek van HFC is verschenen en totdat de brief over substance die ik vorige week naar de Kamer heb gestuurd, door de hele Kamer is besproken en niet alleen door de fractie van GroenLinks, die dit stuk – dat buiten de orde was gesteld – wel in het debat heeft meegenomen. Het onderdeel substance is volgens mij buiten de orde van dit VAO.

De heer Braakhuis heeft een derde motie ingediend, waarin het informatierecht van de Kamer versus de geheimhoudingsplicht van de Belastingdienst wordt besproken. De heer Braakhuis verzoekt de regering nogmaals, eenduidig te bevestigen wat al toegezegd leek. Ik weet niet wat hierover in de krant heeft gestaan. Ik heb de krant in elk geval zelf niet te woord gestaan na het AO. De krant heeft uit mijn mond kunnen optekenen wat tijdens het AO is gezegd. Voor de volledigheid zal ik het nu herhalen. De fiscale geheimhoudingsplicht verzet zich tegen openbare informatieverstrekking over individuele belastingplichtigen aan uw Kamer. Het is mogelijk om inlichtingen geaggregeerd te verstrekken als die informatie niet herleidbaar is tot individuele belastingplichtigen. Verder geldt dat de uitkomst van de weging tussen het belang van het verkrijgen van inlichtingen van het parlement enerzijds en het belang van de individuele belastingplichtige bij bescherming van zijn fiscale gegevens anderzijds, bepalend is voor de vorm waarin fiscale inlichtingen worden verstrekt. De uitkomst van die afweging kan inhouden dat gegevens over individuele belastingplichtigen vertrouwelijk en onder geheimhouding aan de Kamer worden verstrekt in het kader van het inlichtingenrecht dat de Kamer grondwettelijk heeft. Andere verstrekkingsvormen zijn ook denkbaar, zoals een technische briefing of een vertrouwelijk overleg.

Dit heb ik ook in het algemeen overleg naar voren gebracht. Ik herhaal het hier nogmaals. Daarmee denk ik dat de motie uiteindelijk overbodig is, omdat ik hiermee andermaal expliciet heb aangegeven hoe de zaak moet worden uitgelegd.

De voorzitter:

Mijnheer Braakhuis, wij gaan niet meer interrumperen.

De heer Braakhuis (GroenLinks):

Ik mag toch van de gelegenheid gebruikmaken om de motie terug te nemen, voorzitter? De staatssecretaris is nu expliciet aan mijn motie tegemoetgekomen. Ik hoop dan wel dat de omgeving van de staatssecretaris dezelfde informatie krijgt als wij, want het komt anders bij de pers terecht.

Staatssecretaris Weekers:

Mijn ambtenaren zullen goed lezen wat in de Handelingen van de Kamer staat.

De voorzitter:

En luisteren misschien zelfs.

Staatssecretaris Weekers:

Zo is het.

De voorzitter:

Aangezien de motie-Braakhuis (31066, nr. 139) is ingetrokken, maakt zij geen onderwerp van beraadslaging meer uit.

Staatssecretaris Weekers:

Voorzitter. Ook de leden Omtzigt en Groot hebben samen met andere Kamerleden moties ingediend. Dat deden zij naar aanleiding van mijn mededeling tijdens het algemeen overleg dat ik de Belastingdienst heb gevraagd, met een plan van aanpak te komen om het nalevingstekort te verkleinen om meer belastingopbrengsten binnen te halen op basis van de vigerende wetgeving dan thans het geval is. Het doel is om met gerichte investeringen te komen tot meer geld, netto onder de streep, ten behoeve van de schatkist. Hierover zijn enkele moties ingediend.

De heer Omtzigt vraagt in zijn motie op stuk nr. 140 de regering "voor 1 oktober met een plan te komen om de tax gap te halveren, dan wel zo mogelijk nog verder te verkleinen, door met gerichte acties zowel op het gebied van handhaving als invordering de belastingopbrengst te vergroten" en "hierbij tevens in kaart te brengen met welke gerichte investeringen de belastingopbrengst met een veelvoud vergroot kan worden". Met uitzondering van "de tax gap te halveren" heb ik al aangegeven dat ik bezig ben met wat in de motie wordt gevraagd. Daarmee is die overbodig. Ik zou ook kunnen zeggen, zoals ik tegen de heer Van Vliet zei: de motie is ondersteuning van beleid. Ik zit nog wel met "de tax gap te halveren". Er zijn twee begrippen die we niet met elkaar moeten verwarren: nalevingstekort en tax gap. In de begroting publiceer ik over het nalevingstekort en niet over de tax gap. De tax gap is iets wat we weten noch kunnen benaderen: alles wat zich in de illegaliteit afspeelt. Daarvoor kan ik onmogelijk verantwoordelijk worden gehouden. Ik weet niet hoe groot het is, laat staan dat ik het kan halveren. Bij het nalevingstekort gaat het om andere zaken. Doen mensen en bedrijven tijdig aangifte? Klopt de aangifte? Kunnen correcties worden aangebracht door middel van een boekenonderzoek? Daarbij geldt, zoals ik vorige week heb gezegd, dat ik geen resultaatsverplichting op mij kan of wil nemen om het te halveren. Ik kan wel proberen om het nalevingstekort te verkleinen. Als de heer Omtzigt in zijn motie de woorden "de tax gap te halveren" schrapt, is die een, overigens welkome, ondersteuning van het beleid. Als hij de woorden laat staan, moet ik de motie ontraden. Anders word ik opgescheept met een opdracht die ik onmogelijk kan uitvoeren.

De heer Koolmees (D66):

In de motie van de heer Omtzigt wordt verzocht "om de tax gap te halveren, dan wel zo mogelijk nog verder te verkleinen". Dit komt volgens mij tegemoet aan wat de staatssecretaris zegt.

Staatssecretaris Weekers:

Ik zou dan "de tax gap" graag vervangen zien door "het nalevingstekort", gevolgd door "substantieel te verkleinen". Als de motie zo wordt aangepast, kan ik er prima mee leven en ervaar ik haar als een krachtige ondersteuning van beleid.

De voorzitter:

Kan de heer Koolmees of de heer Omtzigt knikken?

De heer Omtzigt (CDA):

Ik kom met een aanpassing die een eind in deze richting gaat.

De voorzitter:

Dan is het oordeel aan de Kamer. We moeten het tempo een beetje verhogen.

Staatssecretaris Weekers:

In de motie op stuk nr. 141 vragen de heren Groot en Braakhuis om in een plan van aanpak "een concrete en uitdagende doelstelling te formuleren hoeveel extra verticale belastingcontroles er de komende jaren moeten worden uitgevoerd en hoeveel werknemers bij de belastingdienst hiertoe worden vrijgemaakt". Het ligt er maar aan hoe je deze motie leest. Als wordt gepleit voor een verschuiving binnen de dienst, dan is het een stap terug ten opzichte van de discussie van vorige week. Ik zei zojuist met een stukje extra capaciteit nog meer binnen te willen halen.

De voorzitter:

Dank u wel.

Staatssecretaris Weekers:

Als het zo is dat …

De voorzitter:

Staatssecretaris, het moet een beetje sneller. Het spijt me.

Staatssecretaris Weekers:

Dan stel ik vast dat deze motie contraproductief is, hoewel de heer Groot dat absoluut niet zo bedoeld zal hebben. Ik moet de motie ontraden. Dan is er nog een motie van de heer Groot waarin hij de regering verzoekt om nieuw onderzoek te doen naar de omvang en samenstelling van de tax gap en in de rapportage hierover aan de Kamer niet enkel de percentages nalevingstekorten te vermelden, maar ook de nominale bedragen aan misgelopen belastinginkomsten. Ik heb zojuist al het onderscheid tussen tax gap en nalevingstekort aangegeven. Als de term "tax gap" eruit wordt gehaald, zou ik beter met het dictum kunnen leven, maar wat ik niet kan, is de nalevingstekorten vertalen in concrete nominale bedragen aan misgelopen belastingopbrengsten. Ik weet namelijk niet wat de concrete nominale bedragen aan misgelopen belastinginopbrengsten zijn ...

De voorzitter:

Dank u wel.

Staatssecretaris Weekers:

... Het enige wat ik kan doen, en ook doe, is door middel van gericht onderzoek zaken in beeld brengen en extrapoleren. Die percentages staan elk jaar in de begroting en in de verantwoordingsstukken.

De voorzitter:

Ik begrijp van de heer Groot dat er een aangepaste motie komt, maar ik kan niet helemaal beoordelen of die in uw geest is. Ik dank de staatssecretaris voor zijn beantwoording. Ik ben wel blij dat u vandaag niet tien keer een VAO hebt, en u zelf ook. Ik wens u een geweldig goed reces toe.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Bij de eindstemming zullen wij stemmen over de ingediende moties.

Er is niet geschorst, zeg ik tegen de heer Braakhuis, die nu met de staatssecretaris van Financiën staat te praten.