Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2011-2012nr. 105, item 67

67 Voortgang vervanging F-16

Aan de orde is het debat naar aanleiding van een algemeen overleg op 5 juli 2012 over voortgang vervanging F-16.

De heer Jasper van Dijk (SP):

Voorzitter. Ik had een prachtige motie gemaakt om te stoppen met de Joint Strike Fighter, maar nu blijkt dat mevrouw Eijsink van de PvdA een motie met dezelfde strekking zal indienen. Waarom zouden wij gelijkende moties indienen? Ik heb daarom met mevrouw Eijsink afgesproken dat ik haar motie meeonderteken. Het gaat tenslotte om de inhoud en niet om de poppetjes. De inhoud is wat mij betreft dat wij stoppen met de JSF. We zullen de stemming afwachten.

De heer El Fassed (GroenLinks):

Voorzitter. Ik dien één motie in. Het zal niemand verbazen.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het JSF-project de afgelopen jaren vele tegenslagen heeft gekend, waardoor de kosten van het project zijn gestegen;

constaterende dat de Algemene Rekenkamer geen eenduidig beeld weet te vormen van de totale kosten van het JSF-project;

overwegende dat de Kamer haar controlerende bevoegdheden moet gebruiken om alle feiten boven tafel te krijgen, zodat er een weloverwogen besluit kan worden genomen over de vervanging van de F-16;

spreekt uit dat een parlementaire enquête naar het proces van de vervanging van de F-16 gewenst is en verzoekt het Presidium om deze parlementaire enquête te organiseren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid El Fassed. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 296 (26488).

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Voorzitter. Ik dank de ministers voor de beantwoording van mijn vragen. Ook ik had aangekondigd dat ik een motie zou indienen, maar ik zal dat niet doen omdat de minister van Defensie heel duidelijk heeft aangegeven dat hij een onafhankelijk onderzoek zal uitvoeren. Ik hoop dat de rest van de Kamer het geduld heeft om dat onderzoek af te wachten en daarna pas een heel verstandig besluit te nemen.

Mevrouw Hachchi (D66):

Voorzitter. Ik dien de volgende motie in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het besluit tot aanschaf van de opvolger van de F-16 nog niet is genomen;

constaterende dat rond 2017 een nieuw toestel aangeschaft zal worden;

verzoekt de regering, voor de aanschaf van de opvolger van de F-16 een nieuwe kandidatenvergelijking uit te voeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Hachchi. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 297 (26488).

Mevrouw Eijsink (PvdA):

Voorzitter. Ik dien mede namens collega Jasper van Dijk de volgende motie in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

van mening dat de opvolger van de F-16 van de plank gekocht zou moeten worden;

van oordeel dat verdere investeringen in het JSF-project onder de huidige omstandigheden niet langer financieel verantwoord zijn;

verzoekt de regering, alle noodzakelijke stappen te nemen om uit het JSF-project te stappen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Eijsink en Jasper van Dijk. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 298 (26488).

Wij wachten even totdat de teksten van de moties zijn rondgedeeld.

Minister Verhagen, als u oplet, kunt u zien hoe kort de minister van Defensie oordelen over moties kan geven.

Minister Verhagen:

Ik heb het één keer heel kort gedaan.

De voorzitter:

Dat is zó lang geleden. Daar hebt u zoveel van geleerd. U hebt een heel steile leercurve; daar staat u om bekend. Het is helemaal goed als u het precies zo doet als de minister van Defensie.

Minister Hillen:

Mevrouw de voorzitter. Ik dank de Kamer voor het indienen van de moties in dit VAO.

De motie-El Fassed op stuk nr. 296 regardeert de Tweede Kamer. Daar ga ik niet over. Ik kan daar dus ook geen oordeel over geven.

In de motie-Hachchi op stuk nr. 297 wordt de regering verzocht om voor de aanschaf van een opvolger van de F-16 een nieuwe kandidatenvergelijking uit te voeren. Ik kan mij die vraag wel voorstellen. Je wilt immers altijd precies weten hoe de zaken ervoor staan. Het uitvoeren van een nieuwe kandidatenvergelijking geeft de internationale gemeenschap echter het signaal dat wij voornemens zijn af te zien van het aanschaffen van de F-35. Dat betekent dat wij bij alle internationale contracten die wij proberen te sluiten, ook op het punt van werkgelegenheid voor Nederland, achter het net gaan vissen en dat andere landen er met onze contracten vandoor kunnen gaan. Ik begrijp waarom de motie is ingediend, maar ik moet de aanneming ervan toch ontraden omdat dat niet verstandig is gelet op de uitkomst daarvan.

In de motie-Eijsink/Jasper van Dijk op stuk nr. 298 wordt de regering verzocht alle noodzakelijk stappen te nemen om uit het JSF-project te stappen. De leden Eijsink en Jasper van Dijk zijn van mening dat de opvolger van F-16 van de plank gekocht zou moeten worden. Dat betekent een belangrijke beleidswijziging. Die wordt niet onderbouwd, maar de regering wordt wel opgedragen om dat te doen. De argumenten die vandaag gewisseld zijn, wijzen niet noodzakelijkerwijs in die richting, maar het beleid van de regering is juist om zowel in het belang van de werkgelegenheid als in het belang van de aanschaf van een goede opvolger van de F-16, te proberen het spoor van de F-35 te volgen. Ik wil het aannemen van deze motie dan ook ontraden.

De voorzitter:

Hiermee zijn we gekomen aan het eind van deze behandeling. Ik vond het oordeel glashelder, mijnheer Van Dijk.

De heer Jasper van Dijk (SP):

Ik niet.

De voorzitter:

Nee, daar was ik al bang voor. Ik ga u zo uitleggen wat de minister precies bedoelt.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Stemmingen over de ingediende moties vinden plaats bij de eindstemming.