Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2011-2012nr. 105, item 61

61 Europsyche

Aan de orde is het debat naar aanleiding van een algemeen overleg op 27 juni 2012 over Europsyche.

Mevrouw Voortman (GroenLinks):

Voorzitter. Ik dien de volgende motie in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering, een kabinetsreactie op het onderzoek van de Nederlandse Zorgautoriteit naar taakherschikking op te stellen, zodat het volgend kabinet daarover spoedig besluiten kan nemen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Voortman. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 406 (29689).

De heer Van Gerven (SP):

Voorzitter. Ik dien de volgende motie in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het staken van betalingen door zorgverzekeraars aan Europsyche als gevolg heeft dat lopende behandelingen van patiënten niet kunnen worden voortgezet;

van mening dat de patiënten part noch deel hebben aan de discussie over al dan niet terechte declaraties van Europsyche en hiervan niet het slachtoffer mogen worden;

verzoekt de regering, te bewerkstelligen dat lopende behandelingen bij de vertrouwde zorgverlener tot een goed einde kunnen worden gebracht,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van Gerven en Leijten. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 407 (29689).

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie):

Voorzitter. Het is de laatste keer dat ik vanaf deze plaats spreek en het zijn mijn laatste twee moties die ik indien.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Europsyche ruim drie jaar zonder problemen heeft gefunctioneerd;

constaterende dat lang niet alle behandelaars al die tijd zorg hebben verleend die op basis van de polisvoorwaarden van de verzekeraars niet rechtmatig was;

verzoekt de regering, zorgverzekeraars de opdracht te geven wanneer er wel sprake was van verzekerde zorg, de dbc's wel te vergoeden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Wiegman-van Meppelen Scheppink en Voortman. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 408 (29689).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat cliënten die onder behandeling waren van een behandelaar via Europsyche in de meeste gevallen binnen tien dagen van de verzekeraar bericht krijgen hoe zij verder hun behandeling kunnen oppakken;

constaterende dat dit in sommige gevallen betekent dat cliënten maanden geen hulpverlening zullen ontvangen;

constaterende dat niet alleen de aard, maar ook de frequentie van de hulpverlening verandert;

verzoekt de regering, zorgverzekeraars een inspanningsverplichting te geven om ervoor te zorgen dat een lopende behandeling zo dicht mogelijk bij hun huidige behandeling gecontinueerd kan worden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Wiegman-van Meppelen Scheppink en Voortman. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 409 (29689).

Mevrouw Wiegman, u hebt ons verblijd met een groot aantal moties. Ik ben benieuwd wie uw opvolger wordt in de aanvoering van deze lijst volgend jaar. Misschien blijft u wel een aantal jaren ongeslagen kampioen. Dat zou ook nog zomaar kunnen!

Minister Schippers:

Voorzitter. In de motie op stuk nr. 406 van mevrouw Voortman wordt de regering verzocht, een kabinetsreactie op het onderzoek van de Nederlandse Zorgautoriteit naar taakherschikking op te stellen, zodat het volgende kabinet daarover spoedig besluiten kan nemen. Ik laat het oordeel over deze motie aan de Tweede Kamer.

In de motie op stuk nr. 407 van de leden Van Gerven en Leijten wordt de regering verzocht, te bewerkstelligen dat lopende behandelingen bij de vertrouwde zorgverlener tot een goed einde kunnen worden gebracht. Als de behandeling betaald wordt uit het zorgverzekeringspakket maar daar niet onder valt, wordt zij dus oneigenlijk daaruit betaald en kan zij niet op die wijze worden doorgezet. Ik moet deze motie derhalve ontraden.

In de motie op stuk nr. 408 van de leden Wiegman en Voortman wordt de regering verzocht, zorgverzekeraars de opdracht te geven wanneer er wel sprake was van verzekerde zorg, de dbc's wel te vergoeden. Als die zorg verleend werd door iemand die daartoe ook bevoegd en bekwaam was, dan is de motie een ondersteuning van het beleid.

In de motie op stuk nr. 409 van de leden Wiegman en Voortman wordt de regering verzocht, zorgverzekeraars een inspanningsverplichting te geven om ervoor te zorgen dat lopende behandelingen zo dicht mogelijk bij hun huidige behandeling gecontinueerd worden. Zoals bekend, heeft de zorgverzekeraar een zorgplicht. Als de behandeling onder de Zorgverzekeringswet valt, moet de zorgverzekeraar ervoor zorgen dat er een traject van start gaat bij een zorgverlener die daartoe bevoegd en bekwaam is. Wat bedoelen de indieners met de zin dat de lopende behandeling zo dicht mogelijk bij hun eigen behandeling moet plaatsvinden? Is dat zo dicht mogelijk in de buurt? Dan kan ik dat wel aan zorgverzekeraars vragen. Zij hebben een zorgplicht, maar ik weet niet precies wat er wordt bedoeld met "zo dicht mogelijk bij hun huidige behandeling". Als die behandeling niet onder de Zorgverzekeringswet valt, kan die niet gecontinueerd worden.

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie):

Letterlijk en figuurlijk dicht bij huis. Het is inderdaad fijn dat het letterlijk in de nabijheid is, maar het is ook figuurlijk bedoeld, namelijk dat de behandeling ook echt aansluit bij de zorgvraag van de mensen. Dat is een gat dat ik constateer tussen enerzijds het hele cleane van "polisvoorwaarden en dat is het" en anderzijds het gegeven dat heel veel mensen uiteindelijk juist bij deze behandelaar zijn terechtgekomen omdat de reguliere instellingen het niet brengen.

Minister Schippers:

Dit is ondersteuning van beleid.

De voorzitter:

Mijnheer Van Gerven, ik zie u aan de interruptiemicrofoon staan maar interrupties zijn niet toegestaan; alleen als u het niet begrijpt.

De heer Van Gerven (SP):

Af en toe begrijp ik iets niet, voorzitter. Het gaat over de motie op stuk nr. 407. De minister zegt dat de hulp wel moet doorlopen als deze in het pakket zit en niet als het gaat om niet-verzekerde zorg. Ik begrijp dan niet waarom zij deze motie ontraad. Het gaat natuurlijk om reguliere zorg, alleen deugt de constructie niet.

Minister Schippers:

Nee, het probleem is dat er bij Europsyche ook zorg werd verleend die niet onder het pakket valt maar wel op het pakket werd gedeclareerd. Als u mij vraagt om lopende behandelingen tot een goed einde te brengen, zeg ik: ja, voor zover het zorg betreft die in het pakket valt en wordt gegeven door iemand die bevoegd en bekwaam is. Voor zover dat niet het geval is, gebeurt dat niet. Ik vind dus dat deze motie niet opgaat.

De voorzitter:

Het spijt mij echt, mijnheer Van Gerven, maar u mag echt niet meer interrumperen, tenzij u de motie wilt aanhouden of intrekken. Andere collega's mogen niet interrumperen en u ook niet. Als ik dat toesta, moet ik dat bij de volgende VAO's ook doen. Mensen luisteren mee. Het spijt mij.

Over de ingediende moties wordt gestemd bij de eindstemming.