Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-2016nr. 106, item 44

44 MIRT

Aan de orde is het VAO MIRT (AO d.d. 23/06). 

De voorzitter:

Ik zie dat de minister van Infrastructuur en Milieu ook is gearriveerd. Ik heet haar van harte welkom. 

Mevrouw Visser (VVD):

Voorzitter. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat de filezwaarte bij de A4 tussen Zoeterwoude en Leiden inmiddels is vervijfvoudigd in twee jaar; 

constaterende dat de tijdelijke oplossing met drie rijstroken in 2012 leidde tot een spectaculaire daling van de filezwaarte; 

constaterende dat het aantal ongevallen fors is toegenomen volgens de Stichting Incident Management; 

verzoekt de regering, het definitief openstellen van een derde rijbaan te onderzoeken en de voorbereidingen hiervoor te treffen om zo de doorstroming en veiligheid te verbeteren, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Visser en Hoogland. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 75 (34300-A). 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat de verruiming van de sluizen bij Kornwerderzand een belangrijke bijdrage kan leveren aan de regionale economie; 

overwegende dat het Rijk ruimtelijke inpassing mogelijk heeft gemaakt bij de renovatie van de Afsluitdijk; 

overwegende dat het een regionaal project is waarvoor landelijke subsidie wordt gevraagd; 

overwegende dat binnen het Deltafonds ruimte is voor "meekoppelkansen" die ook voor economische versterking ingezet zouden kunnen worden; 

verzoekt de regering, binnen het Deltafonds, onder de noemer "meekoppelkansen" na te gaan of het mogelijk is om, naast de regionale bijdrage, een landelijke bijdrage aan het regionale project Sluizen Kornwerderzand te leveren; 

verzoekt de regering voorts, de Kamer hierover voor het MIRT-overleg 2017 te informeren, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Visser, Jacobi, Aukje de Vries, Monasch, Van Helvert en Bruins. 

Zij krijgt nr. 76 (34300-A). 

Mevrouw Visser (VVD):

Ik kom tot mijn laatste motie. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat er twee MIRT-goederencorridorstudies en diverse MIRT-studies lopen in de regio Amsterdam, Den Haag, Rotterdam, Utrecht en Eindhoven die in 2016 afgerond zullen zijn; 

constaterende dat het Infrafonds met twee jaar verlengd wordt en er daardoor in het najaar beschikbare investeringsruimte zal zijn; 

overwegende dat een aantal regionale projecten waarvan de financiering nog niet rond is, kan aansluiten bij de grote rijksinvesteringen en er regionale cofinanciering aanwezig is; 

verzoekt de regering, in kaart te brengen welke investeringsbehoefte er bestaat bij decentrale overheden bij de volgende regionale projecten die aansluiten bij grote rijksinvesteringen: 

  • -A1/A30; 

  • -N35; 

  • -N50; 

  • -N57/N59; 

  • -Hooipolder; 

  • -oeververbinding Rotterdam; 

  • -A8/A9; 

verzoekt de regering tevens, dit overzicht, met duiding over nut en noodzaak, mede in relatie tot de lopende MIRT-studies, voor het MIRT-overleg 2017 aan de Kamer toe te sturen, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Visser en Hoogland. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 77 (34300-A). 

Ik geef de heer Madlener de gelegenheid om een toelichtende vraag te stellen. 

De heer Madlener (PVV):

Ik ben natuurlijk blij met meer infrastructuur, en dat is de VVD ook. Zo lijkt het althans. Alleen het geld is op, want de VVD is de partij die niet alleen in het kabinet-Rutte II maar ook met het Kunduzakkoord het Infrafonds heeft leegbezuinigd. Er is nu geen geld meer. Hoe kunnen er hier nu steeds leuke plannetjes gelanceerd worden, terwijl er tegelijkertijd miljarden uit het Infrafonds zijn gehaald? Er is geen geld meer. 

Mevrouw Visser (VVD):

Dit is een terugkerend item in de discussie met de heer Madlener. Hij kent ook mijn antwoord. Het MIRT-fonds werd mede door een motie van de VVD bij de vorige Algemene Financiële Beschouwingen met twee jaar verlengd. Het kabinet heeft toen gezegd dat het dat ook zou uitwerken. Dat biedt ruimte. Wat ons betreft, moet die ruimte ingevuld worden met maatregelen die ervoor zorgen dat Nederland bereikbaar blijft. Mijnheer Madlener, u had er ook aan kunnen meedoen om Nederland bereikbaar te houden door gewoon in het Catshuis aan tafel te blijven zitten. Dat hebt u niet gedaan. Daar hebt u nu spijt van. Wellicht kunt u ook nog een keer in uw eigen verkiezingsprogramma kijken welke bezuinigingen u zelf had doorgevoerd. Daarin staat namelijk een bezuiniging van 1,5 miljard bij het spoor. 

De voorzitter:

Ik weet zomaar dat deze discussie al uitvoerig gevoerd is en dat we die niet nog een keer gaan voeren. 

Het woord is aan mevrouw Van Tongeren. 

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Voorzitter. Ik dien de volgende motie in. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat Nederland tientallen enkelsporige baanvakken telt die de intensivering van het treinverkeer en de verdere ontwikkeling van de achterliggende regio's in de weg staan; 

overwegende dat dit in het bijzonder voor de enkelsporige brug bij Ravenstein geldt — ja, daar is die weer! —; 

verzoekt de regering om samen met de provinciale en gemeentelijke overheden plannen te ontwikkelen voor de vervanging van de enkelsporige brug bij Ravenstein en de Kamer hierover te informeren; 

verzoekt de regering voorts om de noodzaak te onderzoeken of en, zo ja, hoe enkelsporige baanvakken kunnen worden vervangen door meersporige baanvakken en de Kamer hierover te informeren, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Tongeren. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 78 (34300-A). 

Ik ben benieuwd wat het nageslacht ervan zal vinden dat in de Handelingen in een motie staat "ja, daar is die weer!" 

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Zoals de bewindspersonen weten, hebben wij een file top 5 voor de trein gemaakt. De spoorbrug bij Ravenstein staat daarop. De staatssecretaris is voortvarend aan de slag gegaan met punt 1. Wij zijn nu aan het bekijken of we hetzelfde enthousiasme voor punt 2 kunnen krijgen. 

Ik heb nog twee korte vragen. Wat is er verder binnen het MIRT eventueel mogelijk voor fietsparkeren? Er bereiken ons berichten uit verschillende grote steden dat dat toch echt een groot probleem is, dat nog niet geheel opgelost is met de maatregelen waar het rijk ook al wel aan bijgedragen heeft. 

Wij hebben destijds met z'n allen gezegd dat we een A3 door het Groene Hart niet zouden moeten willen. Maar als dat eerst een beetje bij elkaar gesprokkeld wordt met N-wegen, heeft het kabinet dan een heldere visie die erop neerkomt dat we dat niet gaan doen, dat er geen snelwegen door het Groene Hart zullen lopen? Of denkt het kabinet: als dat zo door provinciale overheden wordt ingevuld met N-wegen, dan moesten we die wegen maar eens aanleggen? Wordt die optie opengehouden? 

De heer Smaling (SP):

Voorzitter. Ik heb me tijdens de afgelopen VAO's heel rustig gehouden, dus ik mag nu even losgaan. Ik begin met de A8 in Zaanstad. We hebben het daar al vaker over gehad. Ik heb een motie waarvan ik hoop dat de minister haar kan omarmen. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat bewoners rondom de A8 in Zaanstad rond de Coenbrug zich zorgen maken over de milieuoverlast en de gemeente Zaanstad nader onderzoek verricht; 

overwegende dat de regering al bereidheid heeft getoond te onderzoeken welke maatregelen mogelijk zijn om de geluidsoverlast van de Coenbrug te beperken; 

verzoekt de regering, de uitkomsten van beide onderzoeken te bespreken met de gemeente Zaanstad en de Kamer te informeren over de uitkomst, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Smaling en Visser. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 79 (34300-A). 

De heer Smaling (SP):

U bent zo streng met de tijd, voorzitter, daarom wilde ik de volgende motie al voorlezen. 

De voorzitter:

De tijd wordt zelfs stilgezet als ik het prevelement doe tussendoor. 

De heer Smaling (SP):

Goed, dan dien ik de volgende motie in. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat de N50 ter hoogte van Kampen een flessenhals vormt; 

overwegende dat dit deel van de N50 per rijrichting slechts één rijstrook kent, waardoor inhalen onmogelijk is, de doorstroming slecht is en de weg als onveilig wordt ervaren; 

verzoekt de regering, een MIRT-verkenning te starten naar het opwaarderen van de N50 ter hoogte van Kampen naar een snelweg met twee rijstroken per rijrichting, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Smaling, Bisschop en Bruins. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 80 (34300-A). 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat de verbreding van de A27 bij Amelisweerd ongeveer 1 miljard euro belastinggeld gaat kosten; 

constaterende dat dit project volgens het Centraal Planbureau hoogstwaarschijnlijk onrendabel is, luchtvervuiling en CO2-uitstoot vergroot en leunt op het achterhaalde feit dat meer asfalt de fileproblemen altijd oplost; 

constaterende dat er talloze en vele malen goedkopere infra-, ruimte- en onderhoudsprojecten door het land heen op de plank blijven liggen; 

constaterende dat er een alternatief is van 0,5 miljard euro waarbij de uitbreiding "binnen de bak" kan plaatsvinden; 

verzoekt de regering, pas op de plaats te maken ten aanzien van de huidige plannen, het alternatief "binnen de bak" nader te onderzoeken en kleinere infra-, ruimte- en onderhoudsprojecten sneller ter hand te nemen, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Smaling, Van Tongeren en Wassenberg. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 81 (34300-A). 

De heer Smaling (SP):

Wat zou het toch mooi zijn als deze motie werd aangenomen. 

De voorzitter:

Ja, dat wil iedereen die hier moties indient. 

Het woord is aan de heer Van Helvert. 

De heer Van Helvert (CDA):

Voorzitter. Ik dien de volgende moties in. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat het wegvak Amersfoort-Zwolle (A28) door de sterke groei van het vrachtverkeer een groeiende vertraging kent; 

overwegende dat groei Lelystad Airport een enorme opgave voor de bereikbaarheid gaat worden; 

verzoekt de regering, te onderzoeken of op korte termijn, met de inzet van beperkte middelen uit bestaande programma's, aanvullende maatregelen genomen kunnen worden om de verkeersveiligheid en de doorstroming van het wegvak te verbeteren; 

verzoekt de regering tevens, adequaat te monitoren of bij dit wegvak geen sprake zal zijn van een toekomstige situatie waarbij de doorstroming onaanvaardbaar verslechtert; 

verzoekt de regering voorts, de Kamer in het eerste kwartaal van 2017 hierover te informeren, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van Helvert, Geurts, Belhaj en Bisschop. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 82 (34300-A). 

De voorzitter:

mag ik u vragen, een iets lager tempo aan te houden? 

De heer Van Helvert (CDA):

U weet niet hoe groot de druk is vanuit een fractie om een aantal moties in te dienen. 

De voorzitter:

Als het allemaal onverstaanbaar is, hebben wij er ook niets aan. 

De heer Van Helvert (CDA):

Excuus. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat inspraak en bewonersparticipatie bij de A13/A16 mislukt is omdat veel deelnemers te kennen hebben geven niet voldoende gehoord te zijn, dan wel dat er niet goed gekeken is naar de ingebrachte alternatieven; 

verzoekt de regering, onafhankelijk onderzoek, bijvoorbeeld door de Nationale Ombudsman — maar het mag ook iemand anders zijn — te laten doen naar de inspraak en bewonersparticipatie bij de A13/A16 teneinde daaruit lering te kunnen trekken; 

verzoekt de regering voorts, de Kamer voor het eerste kwartaal van 2017 hierover te informeren, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van Helvert en Smaling. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 83 (34300-A). 

Het vertragen lukt nog niet echt helemaal naar behoren. 

De heer Van Helvert (CDA):

Ik heb nog twee moties om te oefenen. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat regionale investeringen in de N35 opgelopen zijn tot 80% van de investeringen; 

overwegende dat er bij Raalte nog een fors knelpunt resteert waar doorstroming ernstig tekortschiet en waar verkeersveiligheid en leefbaarheid in het geding zijn; 

verzoekt de regering, welwillend met de betrokken overheden te zoeken naar een mogelijkheid om het knelpunt bij Raalte aan te pakken; 

verzoekt de regering voorts, de Kamer in het eerste kwartaal van 2017 hierover te informeren, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van Helvert, Bisschop en Bruins. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 84 (34300-A). 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat het stedelijk mobiliteitsplan van de stad Utrecht de verkeersstromen op rijkswegen rondom de stad Utrecht zal beïnvloeden hetgeen effecten zal hebben op het verkeersaanbod op bijvoorbeeld de A27, de A12 en de A2; 

verzoekt de regering, in overleg met de stad Utrecht te treden teneinde te voorkomen dat stedelijke plannen de verkeersstromen buiten de stad te zeer beïnvloeden, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Helvert. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 85 (34300-A). 

De heer Madlener (PVV):

Voorzitter. Ik heb één motie. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat de A2 tussen Weert en Eindhoven zeer filegevoelig is; 

constaterende dat de A2 de aorta van de provincie Limburg is; 

verzoekt de regering, het aantal rijbanen van de A2 tussen Weert en Eindhoven te verhogen van 2x2 naar 2x3, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Madlener. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 86 (34300-A). 

De heer Madlener (PVV):

Ik besef dat het Infrastructuurfonds natuurlijk leegbezuinigd is door dit kabinet, maar als de minister nu de voorbereidingen treft om dit te realiseren, dan kunnen we hopelijk na de volgende verkiezingen met een grote PVV al die wegenprojecten echt aanleggen. 

De heer Bruins (ChristenUnie):

Voorzitter. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat de A6 in Almere energieneutraal wordt door het plaatsen van zonnepanelen in het knooppunt met de A27; 

verzoekt de regering, de kosten en baten in kaart te brengen van het plaatsen van zonnepanelen op veel meer verkeersknooppunten, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Bruins. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 87 (34300-A). 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat de N50 tussen Zwolle en Kampen veel file en verkeersonveiligheid te zien geeft; 

verzoekt de regering, welwillend met de betrokken overheden te zoeken naar een mogelijkheid om het verzoek de N50 tussen Kampen en Zwolle te verbreden, te honoreren, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Bruins, Van Helvert, Smaling en Bisschop. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 88 (34300-A). 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat in het ontwerptracébesluit A27 Houten-Hooipolder een fly-over is opgenomen tussen de A59 west en de A27 noord, maar de rest van het knooppunt nog met verkeerslichten geregeld zal blijven en er hier files zullen blijven; 

constaterende dat de regio met het Hooipolderplusplan is gekomen wat met extra rijstroken op de A59 en een nieuwe parallelweg langs de noordzijde van de A59 er onder andere voor zorgt dat sluipverkeer wordt geweerd uit de dorpskernen Raamsdonk en Waspik; 

constaterende dat de regio wil bijdragen aan dit plan van circa 10 miljoen euro en ook bereid is voor te financieren; 

verzoekt de regering, welwillend met de betrokken overheden te zoeken naar een mogelijkheid om bij de verbreding van de A27 het Hooipolderplusplan te realiseren, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Bruins. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 89 (34300-A). 

De heer Bruins (ChristenUnie):

Dan komt nu mijn laatste motie. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat er lokaal en provinciaal geen bestuurlijk draagvlak meer is voor verbreding van de A27 bij Amelisweerd; 

overwegende dat het schrappen van de Ruit rond Eindhoven heeft geleid tot een nieuwe programmatische aanpak met een grotere regie bij de regio en slimme maatregelen die op meer draagvlak kunnen rekenen; 

verzoekt de regering, tot de kabinetsformatie geen onomkeerbare stappen te zetten met de verbreding van de A27 bij Amelisweerd, deze tijd te benutten om samen met de regio dit project te heroverwegen en hierbij te bezien of er rond Utrecht ook een regionale programmatische aanpak met draagvlak kan komen, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Bruins. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 90 (34300-A). 

Ik constateer dat de heer Houwers afziet van een inbreng. 

De heer Bisschop (SGP):

Voorzitter. Ik heb een tweetal moties. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat de N59 een belangrijke tweebaansverkeersader is voor de Zeeuwse en Zuid-Hollandse eilanden die steeds meer (vracht)verkeer te verwerken krijgt; 

overwegende dat overheden en bedrijfsleven in de regio aandringen op maatregelen op korte termijn om de verkeersveiligheid en de doorstroming op orde te brengen en bereid zijn om daar financieel aan bij te dragen; 

verzoekt de regering, in overleg met de betrokken overheden op korte termijn werk te maken van maatregelen om de verkeersveiligheid en de doorstroming op het N59-wegvak Schaapsweg-Hellegatsplein te verbeteren en daarbij gebruik te maken van voorfinanciering door de betrokken overheden, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Bisschop, Van Helvert en Bruins. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 91 (34300-A). 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat de dynamiek en groei van Regio FoodValley, Regio Amersfoort en Barneveld, hun weerslag hebben op de infrastructuur en de bereikbaarheid van deze regio, en andersom; 

constaterende dat de aansluiting van de A1 op de A30 een belangrijk knelpunt is; 

verzoekt de regering, een MIRT-verkenning naar een totaaloplossing voor de zuid- én noordzijde te doen, zoals ook gedaan bij knooppunt Maanderbroek in Ede (Al2/A30); 

verzoekt de regering, vooruitlopend op deze MIRT-verkenning onderzoek te doen naar het effect van een gefaseerde aanpak, te beginnen met no regret-maatregelen aan de zuidzijde; 

verzoekt de regering, met de provincie en de regio in overleg te treden over de mogelijkheden van voorfinanciering, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Bisschop, Van Helvert, Geurts, Smaling en Bruins. 

Zij krijgt nr. 92 (34300-A). 

Mevrouw Belhaj (D66):

Voorzitter. Je krijgt bijna een awkward gevoel van al deze gefinetunede follow-upmoties. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat het kruispunt Bos op de N35 bij Raalte een van de gevaarlijkste is in de regio; 

constaterende dat gemeente en provincie gezamenlijk reeds 38 miljoen euro beschikbaar hebben gesteld om het kruispunt aan te pakken; 

verzoekt de regering, de nog benodigde 12 miljoen euro voor de aanpak van het op een rijksweg gelegen kruispunt Bos op de N35 bij Raalte te financieren uit de gelden die vrijvallen uit het hoogwaterbeschermingsprogramma, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Belhaj. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 93 (34300-A). 

Mevrouw Visser (VVD):

Ik heb een vraag over het dictum. Hoor ik het nu goed dat D66 gelden uit de waterveiligheid wil bestemmen voor wegen, terwijl D66 daarop eerder zelf bezuinigingen had voorgesteld? 

Mevrouw Belhaj (D66):

Je hoort altijd wat je wilt horen. Ik probeer hier een creatieve vertaling te vinden voor iets wat wij graag opgelost zien. Ik begrijp dat er een overmaat is en dan kan het een keuze zijn van dit kabinet om die overmaat hieraan te besteden. 

Mevrouw Visser (VVD):

Het hoogwaterbeschermingsprogramma maakt onderdeel uit van het Deltafonds. Dat besteden we aan droge voeten. Volgens mij heeft D66 zich er altijd achter geschaard dat die gelden daaraan besteed worden. Ik hoor volgens mij nu een trendbreuk bij D66, als men ineens bereid is om het Deltafonds los te laten ten behoeve van wegen. Terwijl ik haar vanochtend nog hoorde zeggen dat dat slechts asfalt is waar je ... 

De voorzitter:

Wat is uw vraag? 

Mevrouw Visser (VVD):

... volgens D66 niet meer in hoeft te investeren. Laat D66 het principe los dat watergelden niet worden besteed aan wegen? 

Mevrouw Belhaj (D66):

Wat D66 doet, is een motie indienen die financiële consequenties heeft en constateren dat er bij een programma van het ministerie van I en M sprake is van een overmaat. Als je die gelden besteedt aan verkeersveiligheid, is dat iets anders dan wat mevrouw Visser hier suggereert door kort door de bocht te stellen dat het om wegen gaat. Dat is de betrouwbaarheid die je van D66 mag verwachten: er zit een financiële vertaling bij als we iets wenselijk vinden. 

Voorzitter. Mijn tweede motie. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat er op het gebied van verkeersveiligheid op infrastructureel gebied veel te winnen valt; 

verzoekt de regering, verkeersveiligheid nadrukkelijker mee te wegen in de besluitvorming rond en prioritering van te realiseren infrastructurele projecten, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Belhaj. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 94 (34300-A). 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat uit de audit van de gemeente Utrecht blijkt dat het terugbrengen van de ontwerp- en maximumsnelheid naar 80 km/u de verkeersveiligheid bij 2x6 rijstroken binnen de bak op de A27 bij Amelisweerd weer naar een acceptabel niveau zou kunnen brengen; 

constaterende dat nooit onderzoek is gedaan naar verbreding binnen de bak bij een maximumsnelheid van 80 km/u; 

verzoekt de regering, het CPB een quickscan uit te laten voeren op de effecten van uitbreiding van de A27 bij Amelisweerd binnen de bak en het invoeren van een 80 kilometerzone op verkeersveiligheid en congestie, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Belhaj. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 95 (34300-A). 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat het aantal verkeersdoden het afgelopen jaar voor het eerst sinds jaren weer is gestegen; 

van mening dat alles op alles gezet moet worden om de streefcijfers van maximaal 500 verkeersdoden en 10.000 verkeersgewonden in 2020 te halen; 

verzoekt de regering om Noord-Nederland aan te wijzen als proeftuin voor verkeersveiligheidsmaatregelen zoals deze genoemd zijn in het SWOV-rapport Opschakelen en de Kamer halfjaarlijks, voorafgaand aan de AO's Verkeersveiligheid, over de voortgang en resultaten te informeren, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Belhaj. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 96 (34300-A). 

De heer Hoogland (PvdA):

Voorzitter. Ik heb twee moties. De eerste is een motie over de investeringsbehoefte spoor en ov. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat er grote opgaven zijn voor het openbaar vervoer, ook na 2028; 

constaterende dat het Infrafonds met twee jaar verlengd wordt en er daardoor in het najaar beschikbare investeringsruimte zal zijn; 

overwegende dat een aantal regionale projecten waarvan de financiering nog niet rond is kunnen aansluiten bij de grote rijksinvesteringen; 

verzoekt de regering om in kaart te brengen welke investeringsbehoefte er bestaat bij decentrale overheden bij de volgende regionale projecten die aansluiten bij grote rijksinvesteringen: 

  • -fietsparkeren; 

  • -viersporigheid Delft-Rotterdam; 

  • -op- en overslagpunt Valburg; 

  • -verdubbeling spoorbrug Ravenstein; 

  • -overwegenproblematiek; 

  • -station Eindhoven Airport; 

verzoekt de regering tevens, dit overzicht, met duiding over nut en noodzaak, mede in relatie tot de lopende MIRT-studies, voorafgaand aan het MIRT-overleg dit najaar aan de Kamer toe te sturen, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Hoogland en De Boer. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 97 (34300-A). 

De heer Hoogland (PvdA):

Mijn tweede motie gaat over de investeringsagenda REOS. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat het Rijk samen met de belangrijkste economische regio's van Nederland een Ruimtelijk Economische Ontwikkelstrategie (REOS) heeft vastgesteld, die de internationale concurrentiekracht van Nederland moet verbeteren; 

overwegende dat concrete stappen nodig zijn om de internationale concurrentiekracht te verbeteren; 

verzoekt de regering, een concrete uitvoeringsagenda van REOS, inclusief financieringsbronnen, dit jaar aan de Kamer te sturen, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Hoogland en Visser. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 98 (-A). 

Hiermee zijn we aan het einde gekomen van de inbreng van de zijde van de Kamer. Er zijn maar liefst 24 moties ingediend, meld ik neutraal. Dat betekent dat we ten minste vijf minuten moeten schorsen. 

De vergadering wordt van 18.20 uur tot 18.28 uur geschorst. 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Voorzitter. Ik begin vast. Er komen nog een paar Kamerleden deze kant op. Er waren veel moties vanavond en in het kader van de tijd begin ik vast met antwoorden. Het valt mij op dat de Kamer wederom heel Nederland wil bedienen. Dat is natuurlijk heel lovenswaardig. Er zijn natuurlijk ook veel regionale vertegenwoordigers aanwezig. Tegelijkertijd valt mij op dat bij een hoop moties geen geld is opgenomen. 

Ik wilde maar eens beginnen met de motie op stuk nr. 75 van mevrouw Visser en de heer Hoogland. De motie vraagt niet om nu al geld uit te geven, maar om onderzoek, namelijk naar de derde rijbaan op de A4. Er staat ook: "en de voorbereidingen hiervoor te treffen om zo de doorstroming en veiligheid te verbeteren". In de commissie heb ik toegezegd dat ik onderzoek wil gaan doen. Dat wordt nu, denk ik, nog even definitief bevestigd in deze Kamer. Dat is goed, maar ik kan natuurlijk nog geen voorbereidingen treffen als er in de Kamer nog geen keuze gemaakt is om die derde rijbaan te realiseren. Het tweede deel van de motie kan ik alleen uitvoeren mits dat binnen de huidige context en financiële afspraken kan. Dan kan ik de motie overnemen. 

De voorzitter:

Eigenlijk is dit een verzoek tot toelichting aan een van de indieners. 

Mevrouw Visser (VVD):

Het debat in de commissie was er inderdaad op gericht om ervoor te zorgen dat we het onderzoek zouden starten. Het duurt namelijk zeven jaar. Zo is de motie ook bedoeld. We willen niet zeven jaar wachten. Ook willen we de minister verzoeken om, voordat we dat onderzoek doen en afwachten, te kijken welke maatregelen je nu op de korte termijn al kunt treffen. Een aantal dingen is al toegezegd. We verzoeken de minister om ook te kijken hoe het zit met de snelheid en wat je kunt doen met de doorstroming. Misschien kan de minister de motie zo lezen, conform hetgeen we in het AO hebben gewisseld. 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Dan lees ik hem zo: "en voorbereidingen te treffen om de doorstroming en de veiligheid te verbeteren". Dat kan ik zeker doen. Dan kan ik de motie overnemen, zoals dat heet. 

De voorzitter:

Dan moet ik vragen of een van de leden zich daartegen verzet. U moet dan eerst uitspreken dat u de motie wilt overnemen. Dat deed u. Is daartegen bezwaar bij een of meer leden? 

Mevrouw Belhaj (D66):

Ik wil nog een keer checken hoe de minister het bedoelt. Ze herhaalt alleen de laatste zin, maar de eerste zin van het verzoek is redelijk helder. Die betreft namelijk het openstellen van de derde rijbaan. Gaat zij dat wel of niet doen? 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Er staat "te onderzoeken". Dat ga ik doen. Vervolgens ga ik ook alvast voorbereidingen treffen om doorstroming en veiligheid te verbeteren, zoals ik ook al heb toegezegd. Alleen het woordje "hiervoor" heb ik weggelaten, omdat het daarmee alleen maar over de derde rijbaan lijkt te gaan. Dat is gewoon niet mogelijk zonder dat we hier met elkaar in de Kamer de keus gemaakt hebben dat we dat gaan doen. 

De voorzitter:

Heeft een van de leden bezwaar tegen het voornemen van de minister om de motie over te nemen? Dat is niet het geval. 

De motie-Visser/Hoogland (34300-A, nr. 75) is overgenomen. 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Ik kom dan bij de motie op stuk nr. 76 over Kornwerderzand. "Daar istie weer", zeg ik maar even in navolging van mevrouw Van Tongeren. In de motie wordt gevraagd om binnen het Deltafonds te kijken of er bij de meekoppelkansen een mogelijkheid is om een regionale bijdrage te leveren aan de sluizen in Kornwerderzand. Ik ben bereid om daarnaar te kijken en dat te onderzoeken. Er zijn natuurlijk ook spelregels voor het Deltafonds. Ik zal kijken wat die spelregels zijn en of het daarbinnen kan of niet. Ik ben bereid om dat te onderzoeken en laat het oordeel over deze motie aan de Kamer. 

Ik kom dan bij de motie op stuk nr. 77. In die motie wordt gevraagd om voor een heleboel regionale en regionaal-nationale projecten in beeld te brengen welke financiële wensen er zijn en om die voor het volgende MIRT-overleg van eind 2017 aan de Kamer te sturen. Gelukkig wordt ook verwezen naar de MIRT-goederencorridorstudies en andere studies die er zijn. Het is best complex. Ik weet dat ik kort moet zijn, maar ook voor de luisteraar: op het moment dat bekend is dat er in de toekomst weer geld vrijkomt, is te zien dat dat vervolgens alweer voor het hele land belegd wordt, zonder dat we nog een goede afweging met elkaar kunnen maken. Ik ben dus blij dat we in ieder geval even de tijd nemen en wachten tot de uitkomsten van die andere studies meer in beeld zijn. Ik zal dat allemaal in beeld brengen voor de Kamer, zodat er uiteindelijk ook, conform de spelregels in het MIRT geprioriteerd kan worden. Ik zal dus de regionale prioriteiten, inclusief de financiële bijdrage uit de regio's, in beeld brengen en met de regio's bespreken tijdens de MIRT-overleggen. Ik zal zorgen dat ook de nationale prioriteiten bij de Kamer in beeld zijn. 

De spelregels schrijven voor dat er uiteindelijk een zorgvuldige keuze moet worden gemaakt. Waar zetten we middelen in en waar niet? We moeten ook selectief zijn en het geld groeit ons niet op de rug. Dat weten de leden ook. De kosten voor de opgaven waar we nu voor staan, zijn al ruimschoots hoger dan het beschikbare budget. Ik zal de Kamer echter gaarne van een advies voorzien voor het volgende MIRT-overleg later dit jaar. Ik laat de motie over aan het oordeel van de Kamer. 

Op de motie op stuk nr. 78 zal de staatssecretaris reageren. Daarmee kom ik op de motie op stuk nr. 79. Daarin wordt de regering verzocht, de uitkomsten van onderzoeken naar de A8, onder andere naar geluidsoverlast van de Coenbrug, te bespreken met de gemeente Zaanstad en de Kamer te informeren over de uitkomst. Dat kan ik doen. De lopende onderzoeken ronden we af. We zullen de resultaten bespreken met de betrokkenen en de Kamer daarover informeren. Ik zie deze motie als ondersteuning van beleid. 

De motie op stuk nr. 80 gaat over de N50. Er komen er straks nog een paar. In deze motie wordt de regering verzocht, een MIRT-verkenning te starten naar het opwaarderen van de N50 ter hoogte van Kampen naar een snelweg met twee rijstroken per rijrichting. Ik zou graag heel Nederland opwaarderen, maar ik moet prioriteiten stellen. Dit is geen urgente wegverbreding in het spelregelkader dat we kennen. Dat concludeer ik ook op grond van de afwegingen die wij maken. De doorstroom en de veiligheid vormen op dit moment daar geen knelpunt. Ik heb in het algemeen overleg, en ook nu, bij de behandeling van de eerste motie, al gezegd dat ik regionale wensen zal inventariseren. Het lijkt mij daarom niet goed om voor deze weg nu bij voorbaat een MIRT-onderzoek op te starten. Dat zal ik dus niet doen. Ik ontraad de motie. 

In de motie op stuk nr. 81 wordt de regering verzocht, een pas op de plaats te maken ten aanzien van de A27 bij Amelisweerd, om het alternatief "binnen de bak" nader te onderzoeken en kleinere infra-, ruimte- en onderhoudsprojecten sneller ter hand te nemen. Ook deze motie heeft een hoog déjà-vu-gehalte. Deze motie is al vaak langsgekomen. Ik ontraad haar, want dit is uitgebreid onderzocht en gereviewd. De inspraak wordt op dit moment al verwerkt. Ik ga dat ook niet overdoen. We zullen de inspraakreacties weer zorgvuldig een plek geven. De besluitvorming hierbij is echter al zodanig ver gevorderd dat het voorstel om dit nog weer een keer te onderzoeken echt een gepasseerd station is. 

Ik kom op de motie op stuk nr. 82. Die gaat over de A28 Zwolle-Amersfoort. Een deel van dit traject door Amersfoort wordt al opgepakt als onderdeel van het project knooppunt Hoevelaken. Bij eerdere analyses is gebleken dat er verder geen sprake is van knelpunten op dit traject. In 2017 voeren we nieuwe analyses uit. Dit traject loopt ook mee in die landelijke analyse. Ik wil daar nu niet op vooruitlopen door nu al een apart onderzoek te starten, zoals in de motie wordt gevraagd. Ik ontraad daarom deze motie. 

De motie op stuk nr. 83 is ingediend door de heer Van Helvert en de heer Smaling, en gaat over de A13/A16. In hun motie vragen zij om een onderzoek naar de inspraak en de bewonersparticipatie. Er loopt al een onafhankelijk onderzoek. Ik heb dat ook in het AO al gezegd. Dat onderzoek wordt na de zomer afgerond. Nog een onderzoek doen, is in mijn ogen overbodig. Ik ontraad daarom deze motie. 

De motie op stuk nr. 84 gaat over de N35. Daarin wordt de regering verzocht om welwillend met betrokken overheden te zoeken naar een mogelijkheid om het knelpunt bij Raalte aan te pakken. Verder wordt de regering in deze motie verzocht om de Kamer hierover te informeren. Deze wens is in deze Kamer al veel vaker uitgesproken. Mijn reactie is bekend. De N35 komt niet als knelpunt naar voren. Onder meer op verzoek van de Kamer heb ik desalniettemin fors geïnvesteerd in de N35. Ik heb diverse delen van die weg aangepakt. De totale investering bedraagt inmiddels 600 miljoen, waarvan 450 miljoen voor rekening van het Rijk is. Er wordt dus echt veel gedaan aan de N35, onder meer aan het kruispunt Bos. Daarvoor is ook 3,1 miljoen beschikbaar. Ik zie geen aanleiding om dat bedrag te verhogen. Iedere keer wordt mij weer gevraagd om voor het volgende stukje aan tafel te gaan zitten. Het is een soort schuifspel. Ik ontraad deze motie. 

Ik kom bij de motie op stuk nr. 85. Deze motie heeft betrekking op het mobiliteitsplan van de stad Utrecht. In deze motie wordt de regering verzocht in overleg te treden met Utrecht, teneinde te voorkomen dat stedelijke plannen de verkeersstromen buiten de stad te zeer beïnvloeden. Er is altijd bestuurlijk overleg met partners in de regio. In het geval van Utrecht is dat er ook, bijvoorbeeld in de procedures ter voorbereiding op het tracébesluit over de ring. Ook over de gevolgen van stedelijke plannen is er overleg. Ik zie deze motie dus als ondersteuning van beleid. 

Ik kom bij de motie op stuk nr. 86. Deze motie gaat over de filegevoeligheid van de A2 tussen Weert en Eindhoven. In de motie wordt verzocht de weg te verbreden naar tweemaal drie rijbanen. Het is een motie zonder geld. Ik begreep echter dat alles goed zou komen als de partij van de heer Madlener in de regering komt. Voor nu wil ik de motie toch ontraden. Ik kan namelijk niet in een glazen bol zien of het werkelijk goed gaat komen. Ook wordt dit punt op dit moment al onderzocht in het programma Bereikbaarheid Zuid-Nederland. Het is dus op ons netvlies. Ik wil echter nog niet vooruitlopen op de resultaten en hier dus niet bij voorbaat al toe besluiten en budget voor uittrekken. 

Ik kom bij de motie op stuk nr. 87 van de heer Bruins. Hij vraagt om de kosten in beeld te brengen van het plaatsen van zonnepanelen op meer locaties langs het wegennet. Dit is best een complex onderwerp. Ik heb net gezegd dat ik het heel belangrijk vind om het hoofdwegennet energieneutraal te maken. Ik heb ook gezegd dat ik daarvoor de tijd uittrek tot 2030. Dat wil ik vooral doen door werk met werk te maken. Daardoor bespaar ik heel veel op de kosten en hoef ik geen extra geld voor deze mooie ambitie uit te trekken. Het gevaarlijke van het neerleggen van een ambitie is dat mensen altijd zeggen dat het nóg ambitieuzer kan. Dat doet de heer Bruins nu ook. Ik zie er echter geen heil in om een specifiek programma te maken voor het plaatsen van zonnepanelen. Dan moet ik namelijk nu al gaan bekijken wat de eventuele kosten zijn voor wegen die ik voorlopig nog niet ga aanpakken. Achter de motie zit de gedachte dat nu toch alvast te doen. Ik moet de motie dus ontraden. Ik zal, elke keer als ik een weg aanpak, zeker ook naar nut en noodzaak van zonnepanelen kijken. Ik ga echter niet bij voorbaat al een programma maken, terwijl we nog niet weten of het zinvol is, omdat we een weg pas over tien of vijftien jaar aanpakken. Ik hoop dat de heer Bruins dat begrijpt. 

De motie op stuk nr. 88 is volgens mij een motie voor de staatssecretaris. Klopt dat? Nee? Dan mis ik die nog. 

De voorzitter:

De heer Bruins, u krijgt heel kort het woord. 

De heer Bruins (ChristenUnie):

Wat mij betreft laat mijn motie over de zonnepanelen ruimte voor de interpretatie van de minister. 

De voorzitter:

Dan hebben we het dus over de motie op stuk nr. 87. 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Als de heer Bruins het goed vindt dat ik de motie zo interpreteer dat ik nu niet in één keer een programma hoef te maken, maar dat we, als we daadwerkelijk aan een weg gaan werken, bekijken wat de voor- en nadelen van zonnepanelen zijn, kan ik de motie als ondersteuning van beleid zien en laat ik haar aan het oordeel van de Kamer. 

De heer Bruins (ChristenUnie):

Ik zou het nog iets willen aanscherpen. Iedere keer dat er iets wordt aangepakt, bekijken we meteen of het economisch voordelig is om er zonnepanelen bij te zetten. 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Dat was wat ik beoogde te zeggen. 

De voorzitter:

Zijn we eruit? Oordeel Kamer? 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Ik heb de motie oordeel Kamer gegeven, maar dat betekent dat dit nu niet in een programma gaat, maar gedaan wordt op het moment dat het speelt. 

De motie op stuk nr. 88 is inderdaad voor mij. Deze motie gaat ook over de N50. In deze motie staat hetzelfde verzoek als in de voorgangers. Kunnen we welwillend zoeken naar een mogelijkheid om het verzoek te honoreren om de N50 tussen Kampen en Zwolle te verbreden? Ik ontraad deze motie. Deze wegverbreding heeft geen urgentie. Qua doorstroming en veiligheid is er geen knelpunt. Tijdens het AO heb ik al gezegd dat ik regionale wensen inventariseer en dat ik die dit najaar naar de Kamer stuur. Het antwoord is dus hetzelfde als het antwoord op een van de vorige moties. 

Ik kom op de motie op stuk nr. 89 over het ontwerptracébesluit A27 Houten-Hooipolder. Hierin wordt, wederom welwillend, verzocht om met de betrokken overheden te zoeken naar een mogelijkheid om bij de verbreding van de A27 het Hooipolderplusplan te realiseren. Ik heb in het AO MIRT aangegeven dat ik geen extra budget wil geven voor een verdere aanpak van knooppunt Hooipolder. Ik heb ook gezegd dat een verdere aanpak van het knooppunt wel tussen het ontwerptracébesluit en het tracébesluit kan worden ingepast. Als de provincie de kosten van de verdere aanpak voor haar rekening wil nemen, is het dus mogelijk om deze maatregelen te nemen zonder vertraging in de procedure. Daarover ben ik met de provincie in gesprek. Ik kan het oordeel over deze motie aan de Kamer laten, maar ik ben wel helder over de financiële bijdrage. 

In de motie op stuk nr. 90 staat dat er geen bestuurlijk draagvlak is voor een verbreding van de A27. Los van het feit dat ik het niet met deze overweging eens ben, moet ik de motie ontraden. Het ontwerptracébesluit is genomen en ik verwerk nu de inspraakreacties. Ik ga het nu niet weer anders doen. We hebben niet voor niets met de Elverding-aanpak spelregels afgesproken in deze Kamer. We gaan gewoon door met de vervolgstappen. Daarin verwerken we de inspraak van belanghebbenden zo goed mogelijk. 

De motie op stuk nr. 91 gaat over de N59. Daarin wordt de regering gevraagd om in overleg met betrokkenen werk te maken van maatregelen om de verkeersveiligheid en de doorstroming te verbeteren op een specifiek tracé. De noodzaak om de N59 aan te pakken ontbreekt. De N59 is niet verkeersonveiliger dan vergelijkbare N-wegen. Voor de bereikbaarheid is er landelijk gezien ook geen prioriteit om de weg aan te pakken. Wel wil ik via Rijkswaterstaat in overleg blijven met de regio om na te gaan of de mogelijkheden die voortvloeien uit het programma Beter Benutten en de pilots die plaatsvinden op de N-wegen, ook daar kunnen worden toegepast. Die handreiking wil ik wel doen. Voor het overige ontraad ik de motie. 

In de motie op stuk nr. 92 wordt de regering verzocht om een MIRT-verkenning te doen naar een totaaloplossing voor de zuid- en noordzijde van de A1 en de A30. De regering wordt verzocht onderzoek te doen naar het effect van een gefaseerde aanpak en met de provincie en de regio in overleg te treden over de mogelijkheden voor voorfinanciering. Via Beter Benutten heb ik al twee maatregelen genomen, namelijk een verdubbeling van de rijstroken onderaan de zuidelijke afrit van de A30 en de inrichting van een weefvak. Op korte termijn zijn er nog twee maatregelen voorzien in het kader van 130 km/u: een herinrichting van de spitsstrook op de A1 en een verdubbeling van de gehele zuidelijke afrit naar de A30. Aansluiting is op landelijk niveau geen NMCA-knelpunt. Gelet op de kosten kan een bijdrage van de regio het probleem niet oplossen. Ik ben dan ook niet voornemens een MIRT-verkenning te starten en ik ben ook niet voornemens om onderzoek te doen naar het effect van een gefaseerde aanpak. Ik ontraad daarom de motie. 

De motie op stuk nr. 93 gaat over de N35. Daarin wordt de regering verzocht om de benodigde 12 miljoen voor de aanpak van het op een rijksweg gelegen kruispunt Bos op de N35 bij Raalte te financieren uit de gelden die vrijvallen uit het hoogwaterbeschermingsprogramma. Naast het feit dat ik niet uit het hoogwaterbeschermingsprogramma mobiliteitszaken kan financieren, hebben we — volgens mij heb ik dat al eerder gezegd naar aanleiding van een motie van de heer Smaling — er al genoeg ingestopt en hebben de overige onderdelen voor ons geen prioriteit. Er zijn zaken in Nederland die eerder aangepakt moeten worden. Daarom ontraad ik de motie. 

De voorzitter:

U zei dat iedere keer een nieuw stukje vooruit werd geschoven op die weg. 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Precies. Ik ben begonnen met één stuk N35 en vervolgens kwamen er steeds meer stukjes bij. De Kamer zei dan steeds: alleen dat stukje. Ik denk dat men daarmee blijft doorgaan tot het puzzeltje compleet is, maar ik blijf mij nog wat verzetten, als u het niet erg vindt, voorzitter. 

Ik kom op de motie-Belhaj op stuk nr. 94. In die motie wordt de regering verzocht om de verkeersveiligheid nadrukkelijk mee te wegen in de besluitvorming rond en prioritering van te realiseren infrastructurele projecten. Ik doe dat al. De verkeersveiligheid is niet de enige reden voor het onderzoek, maar we wegen die natuurlijk altijd mee in onze besluitvorming rond infrastructurele projecten. Met het oog daarop zie ik de motie eigenlijk als overbodig of als ondersteuning van het beleid en laat ik het aan de Kamer of zij daar specifiek over wil stemmen. 

De voorzitter:

U zei "overbodig", "ondersteuning van het beleid" en "oordeel Kamer". Welke wordt het? Aan multiple choice doen we niet. 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

"Overbodig" is geen officiële term meer, toch? 

De voorzitter:

Als u de motie overbodig vindt, kunt u de motie ontraden of het oordeel daarover aan de Kamer laten. Het is aan u. 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Dan ontraad ik de motie, want daarin staat dat dit nadrukkelijker moet gebeuren, terwijl ik zeg dat ik dat al doe. "Nadrukkelijker" betekent dat ik nog meer moet gaan doen, dus ik ontraad de motie. 

In de motie-Belhaj op stuk nr. 95 wordt de regering verzocht om opnieuw onderzoek te laten uitvoeren naar de effecten van de uitbreiding van de A27 bij Amelisweerd binnen de bak en het invoeren van een 80 kilometerzone. Dat is onderzocht door de commissie-Schoof. Die heeft geconstateerd dat het al voldoende is onderzocht. Op 25 maart 2013 is dat onderzoek naar de Kamer gestuurd, dus ik ontraad deze motie. 

In de motie-Belhaj op stuk nr. 96 staat het verzoek om Noord-Nederland aan te wijzen als proeftuin voor verkeersveiligheidsmaatregelen. Het onderwerp verkeersveiligheid heeft mijn volle aandacht. Ik ben geen voorstander van een regionale proeftuin. Het moet overal beter worden; daar werk ik aan. Ik ontraad deze motie daarom. Als ze dat daar zouden willen doen, zouden ze dat in principe zelf kunnen doen zonder de regering. 

De motie-Hoogland/Visser op stuk nr. 98 gaat over de REOS. Ik deel het gevoel van urgentie dat in de motie wordt uitgesproken met betrekking tot de gezamenlijke strategie. Ik word in de motie verzocht om dit jaar de concrete uitvoeringsagenda naar de Kamer te sturen, maar met de verschillende partijen heb ik medio 2017 afgesproken. Ik kan dat dus niet zomaar doen, maar ik onderschrijf dat de gevraagde nadere concretisering er moet komen, want die is ook voor mij heel belangrijk. Het bedrijfsleven is een heel belangrijke partner. Gezien het grote aantal partijen is het niet mogelijk om dat dit jaar te doen. Ik wil daarom vasthouden aan de planning die eerder met de REOS-partners is afgesproken. Ik verzoek de indieners dus om de motie aan te houden of om het tijdschema aan te passen. Er staat ook "inclusief financieringsbronnen". Omdat dit een motie van twee regeringspartijen is, ga ik ervan uit dat een en ander gewoon binnen onze bestaande budgetten en mogelijkheden moet blijven. 

De heer Hoogland (PvdA):

Het doel van de motie is dat de REOS niet verzandt in een soort esoterische sessie waarin je met bestuurders praat en een en ander blijft hangen in een intentieverklaring, maar dat er echt een uitvoeringsagenda komt. Als die er komt, kunnen we de motie misschien zelfs wel even aanhouden. We houden de motie dan aan en rekenen erop dat die uitvoeringsagenda er komt. 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Gelet op de toezegging moet de heer Hoogland er al gerust op zijn dat het geen esoterische bijeenkomst is, maar dat het echt gaat leiden tot actie. 

De voorzitter:

Op verzoek van de heer Hoogland stel ik voor, zijn motie (34300-A, nr. 98) aan te houden. 

Daartoe wordt besloten. 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Mevrouw Van Tongeren heeft nog gevraagd: bent u van plan om nog een snelweg door het Groene Hart te leggen of om een aantal N-wegen aan elkaar te plakken tot het een snelweg wordt? We lossen knelpunten alleen op waar dat nodig is. Wij gebruiken altijd de verschillende partijen in de regio om in een breed proces te praten. Criteria als natuur, veiligheid en leefbaarheid spelen daarin altijd een rol, dus oplossingen zijn altijd breder dan alleen het aanleggen van wegen. Er zijn op dit moment geen concrete plannen voor snelwegen in het Groene Hart. Ik weet niet wat u gehoord hebt of waar uw angst zit, maar die plannen zijn er niet. 

De voorzitter:

Dank u wel. Ik geef het woord aan de staatssecretaris voor een oordeel over twee moties. 

Staatssecretaris Dijksma:

Voorzitter. Ik moet ook nog één vraag beantwoorden, namelijk die van mevrouw Van Tongeren. Zij vraagt wat er nog mogelijk is voor fietsparkeren. Wij hebben eerder, in maart 2016, een bestuurlijk overleg gehad met vertegenwoordigers van de gemeente, vervoersregio's, provincies, Fietsersbond, NS en ProRail. Zij heeft gelijk. De conclusie is dat wij voor de toekomst te weinig geld hebben, terwijl de behoefte aan fietsparkeerplekken enorm is. Wij zitten nu met alle partijen om de tafel en proberen te werken aan een convenant dat in oktober 2016 het licht moet zien. 

Mevrouw Van Tongeren heeft een motie ingediend, de motie op stuk nr. 78, in het bijzonder voor het enkelsporig baanvak en de elektrificatie. Tegelijkertijd wil zij naar de brug bij Ravenstein kijken. Ik moet die motie ontraden. Wij hebben al vaker gezegd dat het verdubbelen van enkel spoor heel duur is en lang niet altijd rendabel. Dat kost veel geld en dat kan ik nu niet op voorhand financieren. Rondom de brug hebben wij in meerdere AO's de argumenten met elkaar gewisseld. Vandaag zit dit punt dus even tegen. Excuus daarvoor. 

Dan kom ik bij de motie-Hoogland/De Boer op stuk nr. 97. De indieners willen een aantal zaken in kaart brengen vooruitlopend op de discussie die wij krijgen rondom de verlenging van het MIRT. Omdat het vooral om een aantal onderzoeken gaat en het in beeld brengen van wat wel en niet kan, denk ik dat het mogelijk is om dat te doen. Wij zullen overigens ook met de bestuurlijke partners tijdens de BO's MIRT in de regio spreken. Ook daar zullen wij kijken naar prioriteiten, regionaal en landelijk, en daar zal een afweging moeten worden gemaakt. Wij hebben spelregels en daar houd ik mij aan, maar ik ben bereid om de gevraagde inventarisatie in oktober/november aan de Kamer aan te bieden, zodat wij die later bij het notaoverleg MIRT kunnen bespreken. Om die reden kan ik het oordeel over deze motie aan de Kamer overlaten. 

De beraadslaging wordt gesloten. 

De voorzitter:

Ik dank de bewindslieden van harte voor hun compacte beantwoording. Wij zullen later vandaag over de ingediende moties stemmen. 

De vergadering wordt van 18.54 uur tot 19.20 uur geschorst.