Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-2016nr. 106, item 51

51 Diagnostische tussentijdse toets

Aan de orde is het VAO Diagnostische tussentijdse toets (AO d.d. 14/06). 

De voorzitter:

Ik heet de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van harte welkom. Ook nu gelden er twee minuten spreektijd, inclusief moties. Interrupties kunnen alleen worden gepleegd als toelichtende vraag bij het oordeel dat over een motie is gegeven. 

De heer Rog (CDA):

Voorzitter. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat het experiment met een diagnostische tussentijdse toets, waarbij scholen op een vast moment in het jaar met meerkeuzevragen hun leerlingen toetsen, haaks staat op het principe van een diagnostische, formatieve toets; 

voorts overwegende dat de validiteit van de toets omstreden is en de ontwikkeling ervan door Cito geen recht doet aan het gewenste gelijke speelveld tussen toetsontwikkelaars; 

verzoekt de regering, het experiment met de onderbouwtoets per direct te staken en de vrijkomende middelen te investeren in het versterken van een formatieve feedbackcultuur in het onderwijs, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Rog, Van Meenen, Bruins, Bisschop en Siderius. 

Zij krijgt nr. 8 (33661). 

De heer Grashoff (GroenLinks):

Voorzitter. Ik heb ook een motie. Ik denk dat die iets subtieler is dan die van de heer Rog. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

van mening dat leerlingen gebaat zijn bij doorlopende feedback van docenten over hun voortgang; 

overwegende dat docenten de voortgang van hun leerlingen al meten gedurende het schooljaar en er geen extra toetsen nodig zijn; 

overwegende dat de diagnostische tussentijdse toets een top-down en centralistisch uniform instrument is dat geen recht doet aan de verschillen tussen onderwijsprogramma's van scholen; 

verzoekt de regering, het huidige proefproject diagnostische tussentijdse toets om te vormen tot een proefproject waarbij — in samenwerking met het onderwijsveld — een instrumentarium wordt ontwikkeld dat scholen ondersteunt in het formatieve toetsen in hun reguliere onderwijsproces, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Grashoff. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 9 (33661). 

Hebt u er bezwaar tegen als we van "pilot" "proefproject" maken? 

De heer Grashoff (GroenLinks):

Dat is geen enkel probleem. 

De voorzitter:

Dan doen we dat. 

Mevrouw Ypma (PvdA):

Voorzitter. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat de intentie niet is de diagnostische tussentijdse toets verplicht te stellen voor alle scholen en een examen toe te voegen; 

overwegende dat leraren en schoolleiders zelf bepalen of het afnemen van de diagnostische tussentijdse toets past in hun werkwijze en bijdraagt aan de onderwijskwaliteit; 

verzoekt de regering, vanaf 2018 het bedrag dat structureel is gereserveerd voor de diagnostische tussentijdse toets te besteden aan het ontwikkelen en bevorderen van een feedbackcultuur op scholen en hierover met het onderwijsveld in gesprek te gaan, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Ypma en Straus. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 10 (33661). 

De voorzitter:

Ik zie dat de staatssecretaris staat te trappelen om te antwoorden. 

Staatssecretaris Dekker:

Voorzitter. Ik wil de motie-Rog c.s. op stuk nr. 8 om drie redenen ontraden. Ten eerste, komend jaar is het derde en laatste pilotjaar van de diagnostische tussentijdse toets. Dat is nu precies het jaar waar scholen en leerlingen ook het meeste aan hebben. Ten tweede, zonder dat laatste jaar is de dtt niet af en is er ook geen instrument dat we goed kunnen overdragen aan de markt. Ten derde, de dtt wordt op dit moment gebruikt op zo'n 200 scholen die hier vrijwillig aan deelnemen en zelf ook aangeven daar veel baat bij te hebben. Kortom: ontraden. 

Datzelfde geldt voor de motie op stuk nr. 9. De heer Grashoff gaf al aan dat die iets minder vergaand is. Er wordt in de motie echter wel van uitgegaan dat we nu in een laatste jaar de hele essentie van die toets volledig kunnen omgooien. Dat is gewoon niet haalbaar. We kunnen de dtt zoals die er nu is, afmaken. We kunnen die goed laten werken, zodat scholen en marktpartijen daar in de toekomst iets aan hebben. We kunnen de dtt niet omzetten naar iets wat er eigenlijk ook al is als je kijkt naar bijvoorbeeld de toetsen die in de leerlingvolgsystemen zitten. Daarbij wordt meer uitgegaan van een jaarbasis terwijl met deze toets echt halverwege de schoolcarrière, aan het einde van de onderbouw, wordt gekeken of leerlingen goed op weg zijn naar het eindexamen. 

Ik kan wel goed uit de voeten met de motie-Ypma/Straus op stuk nr. 10, omdat het met die motie mogelijk wordt gemaakt om de volledige pilot af te maken en te komen tot een diagnostische tussentijdse toets die vervolgens ook overgedragen kan worden. Het wordt vervolgens aan de scholen overgelaten om eigen keuzes te maken als het gaat om de vraag hoe zij het beste kunnen investeren in een feedbackcultuur. Ik neem die motie graag over. 

De voorzitter:

Bestaat er bezwaar tegen het overnemen van deze motie? 

Mevrouw Siderius (SP):

Mijn fractie wil graag over die laatste motie stemmen. 

De voorzitter:

Dan is de motie niet overgenomen en zal de Kamer erover stemmen. 

De beraadslaging wordt gesloten. 

De voorzitter:

Daarmee zijn we gekomen aan het einde van het VAO over de diagnostische tussentijdse toets. Aangezien er bij het volgende VAO grotendeels dezelfde spelers zijn, gaan we meteen door met dat volgende VAO.