Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-2016nr. 106, item 46

46 Bescherming Nederlandse schepen tegen piraterij

Aan de orde is het VAO Bescherming Nederlandse schepen tegen piraterij (AO d.d. 23/06). 

De voorzitter:

Ik heet de minister van Defensie van harte welkom, die onze gelederen inmiddels is komen versterken. 

Het woord is aan de heer Voordewind. 

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Voorzitter. Wij hebben een debat gevoerd over particuliere beveiligers en militaire beveiligers. De conclusie van mijn fractie is dat het op dit moment onwenselijk is om tot particuliere beveiligers op koopvaardijschepen over te gaan. In eerste instantie hebben we al tien jaar die discussie gehad. VPD's waren op die schepen niet mogelijk, zei Defensie. Vervolgens waren ze wel mogelijk, maar met minimaal 30 man. Dat was echt the limit. Vervolgens zijn we terug naar elf VPD's gegaan. De duur van de inzet is teruggebracht van drie naar twee weken. De kosten zijn gedaald van 225.000 naar 70.000. Er zit dus flexibiliteit in die VPD's. Ik vraag de minister om een laatste stap flexibiliteit in te bouwen, namelijk om die teams kleiner te maken en flexibeler in te zetten. Daarover dien ik de volgende motie in. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat militairen die koopvaardijschepen beschermen tegen piraterij in de zogenaamde VPD's minimaal uit elf militairen dienen te bestaan terwijl private beveiligers vaak met kleinere teams werken; 

constaterende dat er in 2015 geen concrete piraterijpogingen zijn ondernomen in het risicogebied voor de kust van Somalië; 

verzoekt de regering, de VPD's zodanig in te richten dat zij sneller, goedkoper, flexibeler en zo nodig met kleinere teams kunnen worden ingezet, en tevens dit beleid jaarlijks te evalueren en de Kamer hierover te informeren, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Voordewind, Eijsink, Jasper van Dijk en Belhaj. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 76 (32706). 

De heer De Roon (PVV):

Voorzitter. Van alle landen die een serieuze koopvaardijsector hebben, staat alleen Nederland de inzet van gewapende particuliere beveiligers tegen piraten nog niet toe. Dat is heel nadelig voor de koopvaardij van Nederland. Het is ook heel nadelig voor de Nederlandse schatkist. Het is vooral een de coalitiepartijen, namelijk de "partij voor de asielzoekersbootjes", de Partij van de Arbeid, die je dat mag aanrekenen. Bootjes met asielzoekers worden door de socialisten namelijk hartelijk verwelkomd terwijl Nederlandse koopvaardijschepen vakkundig worden weggejaagd. Dat getreuzel heeft nu lang genoeg geduurd. We moeten alle zeilen bijzetten om wetgeving tot stand te brengen die de introductie van die gewapende particuliere beveiligers mogelijk gaat maken. Daarom heb ik de volgende motie. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat de Nederlandse koopvaardijsector al jaren aandringt op wetgeving die de inzet van gewapende particuliere beveiligers tegen piraterij mogelijk maakt; 

constaterende dat door traagheid en besluiteloosheid de koopvaardij en de schatkist tientallen miljoenen euro's per jaar mislopen vanwege de ontbrekende wetgeving; 

verzoekt de regering, prioriteit te geven aan de totstandkoming van wetgeving waarmee de inzet van gewapende particuliere beveiligers op Nederlandse koopvaardijschepen mogelijk wordt en die wetgeving nog deze zomer naar de Raad van State te sturen, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid De Roon. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 77 (32706). 

De heer Jasper van Dijk (SP):

Voorzitter. Mijn motie is een beetje het spiegelbeeld van de motie van de heer De Roon. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

spreekt uit, dat inzet van particuliere beveiligers in het kader van de piraterijbestrijding onwenselijk is, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Jasper van Dijk. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 78 (32706). 

De voorzitter:

Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de termijn van de zijde van de Kamer. Kan de minister al antwoorden of wil zij nog even overleggen en de stukken bekijken? Ik constateer dat zij al kan antwoorden. 

Minister Hennis-Plasschaert:

Voorzitter. Ik zal reageren op de eerste motie en de volgende twee moties zullen worden opgepakt door de minister van I en M, mede namens de minister van V en J. De motie-Voordewind c.s. op stuk nr. 76 gaat in op een verdere flexibilisering van het VPD-concept. Ik heb tijdens het laatste debat wederom verteld wat de minimale omvang is van het Nederlandse inzetconcept en dat de Commandant der Strijdkrachten daar niet voor niets toe besloten heeft. Helaas moet ik de motie dan ook ontraden. 

De voorzitter:

Ik dank u zeer. Dan mag ik het woord geven aan de minister van Infrastructuur en Milieu. 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Voorzitter. Ik behandel de motie-De Roon op stuk nr. 77 en de motie- 

Van Dijk op stuk nr. 78 namens mijn collega van V en J, die op dit moment in het buitenland zit. 

In de motie op stuk nr. 77 vraagt de heer De Roon de regering, zo snel mogelijk en met prioriteit wetgeving te maken. De motie-Van Dijk op stuk nr. 78 wil de inzet van particulieren juist niet. De minister van V en J zou de motie op stuk nr. 77 graag uitvoeren, maar alleen dan — dat heeft hij ook in het debat gezegd — als daar ook een meerderheid van de Kamer voor is. Hij heeft namelijk nog een heleboel andere wetten op de plank liggen. Wij hebben inmiddels ook begrepen dat er een initiatiefwetsvoorstel van de VVD eraan gaat komen. De motie op stuk nr. 77 kan de minister van V en J dus zien als ondersteuning van beleid. 

De voorzitter:

Zegt u, namens de minister van V en J. 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Ja, de minister van V en J kan die motie zien als ondersteuning van beleid, als de Kamer daar ook in meerderheid een prioriteit van wil maken. Als die motie toch niet aangenomen wordt, zal de minister daar ook niet met prioriteit aan werken, laten we daar helder over zijn. De motie op stuk nr. 78 van de SP moet ik ontraden. 

De heer Jasper van Dijk (SP):

Even voor de goede orde: die motie omvat geen verzoek aan de regering. Het is slechts een uitspraak van de Kamer, zoals u kunt zien. In die zin is commentaar van de regering op dit moment niet aan de orde. 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Dat is een bijzondere variant. 

De voorzitter:

Het is inderdaad een niet-alledaagse variant, maar ook weer niet een die niet zou kunnen. Mevrouw Belhaj heeft een vraag over een motie die niet van haar hand is? 

Mevrouw Belhaj (D66):

De microfoon is er inderdaad om een vraag te stellen. Er is wat onduidelijkheid over de uitspraak van de minister met betrekking tot de motie op stuk nr. 77. Ontraadt ze die motie nu of neemt ze haar over? Laat ze het oordeel erover aan de Kamer? Wat is precies haar oordeel? 

De voorzitter:

Ze heeft gezegd oordeel Kamer. 

Mevrouw Belhaj (D66):

Voorzitter. Ik stel de vraag aan de minister, omdat zij enerzijds zegt dat het afhankelijk is van wat er in de Kamer gebeurt en dat is een beetje dubbel, omdat hier juist een verzoek ligt aan de regering. Het is belangrijk dat de minister zegt wat zij zelf vindt. 

De voorzitter:

Als u het liever nog een keer van de minister hoort, dan geef ik haar daarvoor het woord. 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Ik wil mij daar graag heel helder over uitspreken, maar wij weten allemaal dat de verhoudingen in de Kamer op dit dossier al jaren complex zijn. De regering wil graag prioriteit geven aan de totstandkoming van wetgeving waarmee de inzet van gewapende particuliere beveiligers mogelijk wordt en zij laat de motie daarmee dus ook aan het oordeel van de Kamer, wetende dat de verhoudingen in de Kamer divers liggen op dit vlak. 

De beraadslaging wordt gesloten. 

De voorzitter:

Dank u wel. Wij zullen later vandaag of heel vroeg morgenochtend over de ingediende moties stemmen. Ik dank beide ministers. Volgens mij kan de minister van I en M de Kamer nu verlaten.