Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-2016nr. 106, item 43

43 Openbaar vervoer, ov-chipkaart en taxi

Aan de orde is het VAO Openbaar vervoer, ov-chipkaart en taxi (AO d.d. 28/06). 

De heer Madlener (PVV):

Voorzitter. Het aantal misdragingen en ernstige incidenten met Marokkanen is de afgelopen Ramadanperiode weer tot een hoogtepunt gestegen. Wij zien zelfs stoeptegels door de bus gegooid worden en buslijnen die helemaal uit dienst worden genomen. Ook zien wij reacties van de SP in Rotterdam en van Connexxion: ach, geef die jongens nou maar een baan. Het moet toch niet gekker worden in dit land! De PVV zegt: neem hun paspoort in en stuur hen terug naar hun eigen land als zij zich zo afkeren van onze maatschappij. Ik heb de volgende moties. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat de staatssecretaris van I en M de ketenverantwoordelijkheid heeft over het hele openbaar vervoer; 

constaterende dat tijdens de landelijke OV en Spoortafel is afgesproken dat er een gezamenlijke integrale aanpak voor sociale veiligheid in het ov komt; 

constaterende dat de afgelopen tijd bij busdiensten in Almere en Haarlem sprake is geweest van een reeks van gewelddadige incidenten; 

constaterende dat de veiligheid van ov-personeel en reizigers voorop moet staan en dat, indien dit niet gegarandeerd kan worden, extra maatregelen niet geschuwd mogen worden; 

verzoekt de regering om meer middelen en bevoegdheden, zoals bijvoorbeeld camera's en politiehonden, in te zetten bij geweld in het openbaar vervoer, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Madlener. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 626 (23645). 

De heer Madlener (PVV):

Ik ga snel verder met het indienen van mijn tweede motie, voordat de voorzitter mij het woord kan ontnemen. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat vooral tijdens de ramadan veel gewelddadige incidenten plaatsvinden; 

constaterende dat in Almere buschauffeurs hebben gestaakt omdat ze zich niet meer veilig voelden in hun eigen bus; 

verzoekt de regering om samen met de lokale driehoek veel sneller en adequater te reageren op geweld of misdragingen door groepjes Marokkaanse jongeren, zoals onlangs in Almere, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Madlener. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 627 (23645). 

De heer Van Helvert (CDA):

Voorzitter. We hebben een mooi overleg gehad. We hebben nog wat gediscussieerd — vooral de VVD kwam daar heel duidelijk mee — over de vraag hoe we omgaan met de mobiliteitskaartaanbieders en de van-deur-tot-deurkwestie. Daarover zijn we nog niet helemaal tevreden, maar daarop zal de VVD verder ingaan. We zullen ook bekijken naar de toekomst toe wat we nog daaraan kunnen doen. Ik dien er nu geen motie over in. 

Ik dien wel een motie in over iets anders, namelijk over de single check-in/check-out. Ik weet niet of "inchecken" en "uitchecken" Nederlands is, want "check" zit daar nog altijd in, maar goed. 

De voorzitter:

Die woorden zijn helemaal ingeburgerd; dat is geen enkel probleem. 

De heer Van Helvert (CDA):

Prima, dank u wel. Gelukkig. Het is toch fijn om daar de zegen van de heer Elias over te hebben, want anders dan kun je bij het indienen van een motie er door hem op aangesproken worden. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat reeds geruime tijd gesproken wordt over het opheffen van de verplichting om in- en uit te checken bij het overstappen naar andere vervoerders, doch dat resultaten uitblijven tot op heden; 

verzoekt de regering, met spoed de verplichting om in- en uit te checken bij het overstappen naar andere vervoerders op te heffen, doch uiterlijk 1 juli 2017, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Helvert. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 628 (23645). 

De heer Van Helvert (CDA):

De oorspronkelijke belofte van de staatssecretaris — dit was in persoon overigens een andere staatssecretaris — was dat dit per 1 januari 2016 het geval zou zijn. Die datum is inmiddels gepasseerd. 

De voorzitter:

Nog één keer over dat Engels. Mijn kruistocht gaat erom dat we niet hier vanuit de Kamer allerlei nieuwe rare Engelse termen verzinnen en het land in gooien. Gewone, staande uitdrukkingen kunnen natuurlijk worden gebruikt. 

Mevrouw De Boer (VVD):

Voorzitter. Ik dien drie moties in. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat er bij het Programma Hoogfrequent Spoorvervoer (PHS) sprake is van een substantieel, potentieel tekort; 

overwegende dat de spoorbranche aangeeft dat er winst te behalen valt met relatief kleine maatregelen op het spoor; 

verzoekt de regering om in overleg met de spoorbranche te komen tot het formuleren van deze maatregelen en bij het PHS tussentijds de balans op te maken en te toetsen of het nog voldoet aan de oorspronkelijke uitgangspunten, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid De Boer. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 629 (23645). 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

van mening dat er nog altijd te weinig data met betrekking tot reizigersaantallen en -stromen gemakkelijk toegankelijk zijn, om de reis van deur tot deur te verbeteren, bijvoorbeeld via dynamische reisadviezen, die kans op een zitplaats vergroten; 

verzoekt de regering, voor 2017 zich in het Nationaal Openbaar Vervoer Beraad (NOVB) er hard voor te maken om te bewerkstelligen dat vervoerders informatie over reizigersaantallen en -stromen in een speciale databank openbaar beschikbaar maken met waarborgen voor de privacy van de individuele reiziger; 

verzoekt de regering tevens, in het Besluit personenvervoer een leveringsplicht van ov-chipkaartdata en andere gegevens voor het verkrijgen van een compleet beeld van het reisgedrag te overwegen, indien het overleg met decentrale overheden en vervoerders in het NOVB niet voor 2018 heeft geleid tot een adequaat informatiesysteem over het gebruik van het openbaar vervoer, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden De Boer en Van Veldhoven. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 630 (23645). 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat mensen met een beperking de mogelijkheid moeten krijgen om zo veel mogelijk met het openbaar vervoer te reizen; 

verzoekt de regering om met regionale partijen en de doelgroepen in gesprek te gaan over de vraag in hoeverre het doelgroepenvervoer veel meer geïntegreerd kan worden in het reguliere vervoer en daarbij te kijken naar het ontschotten van de verschillende regelingenvervoerscontracten en de bijbehorende uitvoering en geldstromen waarbij de regie bij de uitvoerders kan komen te liggen, en de Tweede Kamer hierover in het najaar te informeren, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden De Boer en Hoogland. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 631 (23645). 

De voorzitter:

Ik stel vast dat de heer Houwers geen gebruik maakt van het woord. 

Ik vraag de collega's om naar de sprekers te luisteren, of anders elders te confereren. 

De heer Hoogland (PvdA):

Voorzitter! Ik heb één vraag aan de staatssecretaris. Is zij bereid om een brief te sturen over het plan dat vanochtend gelanceerd is door de verschillende vervoerders over het meer integraal aanbieden van openbaar vervoer in de Randstad? Het is de eerste keer sinds ik in de Kamer zit dat de vervoerders gezamenlijk op een dergelijk duidelijke manier de reiziger centraal stellen. 

De voorzitter:

Welke termijn had u in gedachten voor die brief? 

De heer Hoogland (PvdA):

In mijn gedachten heb ik van alles, maar het lijkt mij reëel om daar even de tijd voor te nemen. Laten wij zeggen: voor de begrotingsbehandeling. Als de brief voor het eind van het jaar komt, is het ook goed. Dit is niet iets wat morgen geregeld is. 

De voorzitter:

Mijnheer Van Helvert, geen discussie graag, alleen een toelichtende vraag. 

De heer Van Helvert (CDA):

Ik heb één korte vraag, een toelichtende vraag. De heer Hoogland spreekt over het plan van 1,1 miljard voor de Randstad. Bedoelt de heer Hoogland dat de reiziger in de Randstad centraal wordt gesteld, of de reiziger in het algemeen? 

De heer Hoogland (PvdA):

In dit geval ging het over vervoerders die voornamelijk met elkaar opereren in de Randstad. Het gaat mij niet zozeer om die tegenstelling. Het gaat er vooral om dat ik het inhoudelijk, even los van de financiën — daar zie ik wel enkele beperkingen — een interessant voorstel vind. Graag horen wij of dit plan reëel is of niet. Als het plan leidt tot ernstige tekortkomingen op andere plekken in het land, dan moeten wij daarnaar kijken. 

De voorzitter:

Mijnheer Houwers, één korte vraag. 

De heer Houwers (Houwers):

Alleen een korte opmerking. Gehoord de vraag van de heer Hoogland, wil ik de door mij op dit punt ingediende motie graag aanhouden. 

De voorzitter:

Dat kan niet op deze manier. De motie is ingediend bij het vorige VAO. U kunt de motie wel intrekken, maar dat moet dan via de griffie lopen. Het verzoek aan u is om dit via de griffie te regelen, maar wel zodanig dat de motie vanavond niet meer op de stemmingslijst staat. 

Wij zijn gekomen aan het eind van de inbreng van de zijde van de Kamer. 

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst. 

Staatssecretaris Dijksma:

Voorzitter. Allereerst zal ik iets zeggen over het belangrijke onderwerp van de sociale veiligheid. Over dit onderwerp hebben de heer Madlener en ik al vaker gesproken. Daarbij zijn wij het over heel veel zaken wel eens. Waar we het over eens zijn, is dat geweld tegen mensen die vanuit de overheid gezag dragen, absoluut ontoelaatbaar is. Waar we het zeer over eens zijn, is dat als er buschauffeurs worden bedreigd door groepjes jongeren, van welke afkomst dan ook, dat ontoelaatbaar is. En dan gaat het er inderdaad niet om dat we de reden waarom ze dat geweld plegen vergoelijken. Het gaat erom dat we dat niet alleen afkeuren, maar dat we de geweldplegers ook hard aanpakken. 

Als je kijkt naar het maatregelenpakket, zie je dat er al meer cameratoezicht op stations is. Op 30 kleine en middelgrote stations waar nog geen cameratoezicht is, worden binnenkort camera's opgehangen, waaronder Almere, Amsterdam-Sloterdijk, Tilburg en Rotterdam-Zuid. ProRail heeft de opdracht voor het plaatsen en onderhouden van camera's gisteren gegund aan een partij. Bij de uitvoering wordt ook voorrang gegeven aan de twaalf meest prioritaire stations. Voor het eind van dit jaar zullen er 700 camera's geplaatst moeten zijn. 

De motie van de heer Madlener op stuk nr. 626 gaat echt voor een deel over het beleid van V en J. Hij heeft met de minister en mijzelf na de zomer een debat over dit onderwerp. Mijn voorstel is dat de heer Madlener zijn motie aanhoudt tot dat debat, dan kunnen we daarna vaststellen of er voldoende gebeurt. Ik heb net al een eerste update gegeven. 

De heer Madlener (PVV):

Eerlijk gezegd vind ik het onderwerp te ernstig om de motie aan te houden. We hebben een hele reeks van incidenten gezien; ernstige incidenten, waarbij grote stoepzegels door de ruiten van bussen zijn gegooid, en dat keer op keer. We hebben een burgemeester van D66-huize, die dan zegt: laten we die stoeptegels maar weghalen. Dat is natuurlijk de omgekeerde wereld. De directeur van Connexxion heeft gezegd: laten we die jongens een baan aanbieden. Dat is natuurlijk niet het goede geluid. 

De voorzitter:

Mijnheer Madlener, dit is een herhaling van zetten. Ik zeg het tegen iedereen: geen herhaling van zetten. De staatssecretaris heeft u gevraagd om de motie aan te houden. U zegt dat u deze graag in stemming wilt brengen. 

De heer Madlener (PVV):

Gezien de ernst van de incidenten. We moeten hier bovenop zitten. Het lijkt wel een trend te worden dat Marokkaanse jongeren, want dat zijn het, zich op deze manier tegen onze samenleving keren. Ik houd de motie niet aan, maar ik wil graag dat deze in stemming wordt gebracht. 

De voorzitter:

De motie komt in stemming en dan verzoek ik de staatssecretaris om er ook een stemadvies over te geven. 

Staatssecretaris Dijksma:

Gelet op datgene wat er allemaal al gebeurt, zou ik deze motie willen ontraden. Daarbij stel ik vast dat er in deze Kamer geen verschil van mening over is dat het gedrag van die groepen jongeren in Almere ontoelaatbaar is. 

De voorzitter:

Ook dat is een herhaling van zetten. 

Staatssecretaris Dijksma:

Maar de heer Madlener heeft niet een patent op morele verontwaardiging. Ik vind wel dat dit hier gezegd moet worden. 

De voorzitter wil een oordeel over de motie op stuk nr. 627 en dat krijgt hij. Ik vind dat je zaken moet benoemen zoals ze zijn. Als er door groepjes Marokkaanse jongeren gewelddadigheden worden gepleegd, mag je niet wegkijken, maar dan moet je dat benoemen. De heer Madlener verwoordt dat in deze motie op een wijze waarbij hij hele groepen mensen, die gewoon aan het vasten zijn en die ook trouw zijn aan de normen en waarden van de Nederlandse samenleving, over één kam scheert. Dat vind ik geen goede zaak. Ook om die reden ontraad ik de motie op stuk nr. 627. 

Zoals gezegd, er is geen enkel motief in deze samenleving geldig voor het hanteren van geweld, maar andersom stel ik vast dat het wegzetten van groepen mensen die niets te maken hebben met dat verschrikkelijke gedrag dat in Almere is gebeurd, ook niet passend is. 

De voorzitter:

U wordt aangesproken, dus u krijgt kort de mogelijkheid om daarop te reageren. 

De heer Madlener (PVV):

Als ik het niet mag benoemen zoals het is, namelijk dat het om Marokkanen gaat … Zelfs de D66-burgemeester heeft zich in dergelijke bewoordingen uitgelaten. Dat weten we allemaal. Hier wordt weer weggekeken, want het mag kennelijk niet op schrift komen dat het vooral om Marokkanen gaat. Ik vind dat toch wel triest. 

Staatssecretaris Dijksma:

Ik vind het heel jammer dat de heer Madlener dat zo zegt. Ik heb immers net in mijn eigen bijdrage vastgesteld dat wij niet moeten wegkijken en dat wij ook moeten durven benoemen. En dat doe ik ook. Wat u doet, is er heel veel meer mensen bij halen die er niets mee te maken hebben. 

De voorzitter:

Ik doe helemaal niks. 

Staatssecretaris Dijksma:

De heer Madlener, voorzitter. 

Dat is wat ik hier wens te bestrijden. Ik ben ervan overtuigd dat wij inderdaad heel precies moeten zijn als wij aan dit geweld een einde willen maken. Dan moeten wij die groepen jongeren, ook als zij van Marokkaanse afkomst zijn, aanpakken. Wij moeten echter niet doen alsof de broertjes of de zusjes of al die anderen die er niets mee te maken hebben, even schuldig zijn. Dat is kortzichtig. 

De voorzitter:

De heer Madlener voelt zich aangesproken. 

De heer Madlener (PVV):

Ik voel mij zeer aangesproken. 

De voorzitter:

Een korte reactie, en dan sluit ik deze discussie. Ga uw gang. 

De heer Madlener (PVV):

Er wordt hier beweerd dat ik alle Marokkanen bedoel, maar dat is niet het geval. Het gaat hier om de Marokkanen die zich schuldig maken aan dit soort gedragingen. Dat weet de staatssecretaris ook, want dat staat duidelijk in de motie. Die Marokkanen bedoel ik. Dat staat zo in de motie. De staatssecretaris moet hier niet doen alsof ik daarmee alle Marokkanen bedoel. 

Staatssecretaris Dijksma:

Dan moet de heer Madlener om te beginnen de eerste overweging uit zijn eigen motie schrappen. Ik zou het toejuichen als hij dat zou doen. 

De voorzitter:

Ik heb niet de indruk dat u het hierover eens wordt. De derde motie. 

Staatssecretaris Dijksma:

Het is een debat. 

Ik kom bij de derde motie, de motie-Van Helvert op stuk nr. 628. Deze motie gaat over het enkelvoudig in- en uitchecken. Wij houden op dit moment een proef op de Valleilijn. Die is later van start gegaan omdat er vragen waren die betrekking hadden op de mededinging. Afgelopen week heeft de ACM haar goedkeuring aan de proef gegeven en uitgelegd onder welke omstandigheden de proef door kan gaan. Ik kom in september met een brief nadat wij het advies van de ACM hebben kunnen bespreken. De heer Van Helvert vraagt om in dezen door te zetten voor een bepaalde termijn, maar dat kan ik gewoon niet beloven. Ik ben daar maar heel duidelijk over. Om die reden moet ik deze motie ontraden. Het is dus niet zo dat er niks gebeurt. Sterker nog, wij moeten er zo veel mogelijk vaart achter zetten. 

De voorzitter:

De heer Van Helvert wil nog een korte vraag stellen. 

De heer Van Helvert (CDA):

Voorzitter, ik volg uw voorbeeld; u deed dat zo goed. Op welke termijn dan wel? 

Staatssecretaris Dijksma:

Dat hangt natuurlijk af van de uitkomst van de proef. Dat is nou juist de grap ervan. Wij gaan geen proef houden als we alles al weten. 

De heer Van Helvert (CDA):

In het verleden heeft de staatssecretaris de deadline 1 januari 2016 genoemd, maar nu kan er ineens geen deadline meer genoemd worden. 

Staatssecretaris Dijksma:

Dat is omdat die deadline van 1 januari 2016 niet is gehaald. Dat heeft de heer Van Helvert net als ik kunnen vaststellen. Ik ben nu dus voorzichtig met het doen van beloftes die ik niet kan waarmaken. Ik hoop dat de heer Van Helvert dat juist waardeert. 

De voorzitter:

De heer Van Helvert handhaaft zijn motie. 

Staatssecretaris Dijksma:

En ik blijf haar ontraden. 

Dan ga ik in op de vierde motie, de motie-De Boer op stuk nr. 629 over het opmaken van een tussentijdse balans voor het Programma Hoogfrequent Spoorvervoer. Ik kan hier een heel verhaal over gaan vertellen, maar ik zeg: dat doen we; ondersteuning beleid. 

De motie van mevrouw De Boer en mevrouw Van Veldhoven op stuk nr. 630 gaat over de plicht om ov-chipkaartdata en andere gegevens te leveren. In de brief van 16 juni jongstleden heb ik al iets gezegd over de gegevens die nu reeds beschikbaar zijn en over het traject dat wij bewandelen om met inachtneming van het waarborgen van de privacy zo veel mogelijk data beschikbaar te maken. Er is ook een loket waar de ritgegevens beschikbaar zijn. In het NOVB wordt gewerkt aan de beschikbaarstelling van reisgegevens waarmee partijen reisadviezen en analyses over het gebruik van het openbaar vervoer kunnen maken. Als dit eind 2017 niet tot het gewenste resultaat heeft geleid, dan overweeg ik inderdaad een wettelijke leveringsplicht. Als ik de motie zo mag lezen dat mij wordt verzocht om in lijn met de privacyrichtlijnen en de bedrijfsvertrouwelijkheid, ov-data zo veel en zo snel mogelijk beschikbaar te krijgen, dan wil ik deze motie als ondersteuning beleid zien en kan ik het oordeel daarover aan de Kamer overlaten. 

Dan kom ik tot de motie op stuk nr. 631 van de leden De Boer en Hoogland over het in gesprek gaan over het ontschotten van het doelgroepenvervoer et cetera. Ik heb in het debat al gezegd dat ik daarover al met VWS aan de slag ben. Ik zie de motie dan ook als ondersteuning van beleid en laat het oordeel aan de Kamer. 

Last but not least was er nog een vraag van de heer Hoogland over het plan van de vervoerders. Misschien is het goed om daar een paar woorden aan te wijden. Ik juich het zeer toe dat de vervoerders met elkaar nadenken over de toekomst van het openbaar vervoer. Men pleit er ook terecht voor dat we op een innovatieve manier kijken naar het van deur tot deurbeleid en naar hoe dat zo comfortabel mogelijk kan verlopen. Het is goed dat de vervoerders benadrukken dat het openbaar vervoer in ons land een bijdrage kan leveren aan de leefbaarheid en ook aan het verbeteren van de luchtkwaliteit. Ik ben daar zeer recent nog mee aan de slag geweest in het kader van het Europees voorzitterschap. Die visie past ook bij het programma Toekomstbeeld OV, waarmee we op dit moment aan de slag zijn, over hoe het openbaar vervoer zich richting 2040 moet ontwikkelen. Ik heb net in een ander debat tegen de heer Houwers gezegd dat wij tot 2028 al 11 miljard investeren en dat we zien dat er voortdurend scherpe keuzes nodig zijn. We gaan het zo meteen nog over het MIRT hebben, maar ook met het verlengen van het Infrafonds — ik zou haast willen zeggen: zelfs met het verlengen van het Infrafonds — zijn die keuzes nodig. Ik ben bereid om voor het MIRT-overleg in december een brief aan de Kamer te sturen over dit plan en mijn appreciatie daarvan. 

De beraadslaging wordt gesloten. 

De voorzitter:

Later vanavond of heel vroeg in de ochtend zal er over de ingediende moties worden gestemd.