Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-2016nr. 106, item 41

41 Actieagenda Schiphol

Aan de orde is het VAO Actieagenda Schiphol (AO d.d. 07/07). 

De voorzitter:

Het algemeen overleg over de Actieagenda Schiphol is zes minuten geleden geëindigd. Ik heet van harte welkom de staatssecretaris van I en M. 

Mevrouw Belhaj (D66):

Voorzitter. We hebben net een algemeen overleg gevoerd, onder andere over het convenant dat vorige week is afgesloten, naar aanleiding van de lessen geleerd van de MH17. Ondanks de beantwoording van de staatssecretaris heb ik nog één specifieke motie, aanvullend op de opmerkingen die ik heb gemaakt dat wij niet geheel tevreden zijn met het convenant dat er ligt, al is het mooi dat het door alle partijen gezamenlijk is ondertekend. Onze ontevredenheid heeft met name betrekking op de transparantie, de mate waarin Nederlanders kunnen zien welke risico's er zijn indien zij een bepaalde vliegroute nemen, vergelijkbaar met het reisadvies dat je inwint als je op reis ergens naartoe gaat. Het tweede punt is de vraag of er structureel bij elkaar gekomen wordt om informatie over risico's met elkaar te delen. Daarom heb ik deze motie. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat het sluiten van een convenant tussen overheid, luchtvaartmaatschappijen en piloten over het delen van dreigingsinformatie een goede stap is, omdat hiermee de staande praktijk wordt geformaliseerd en helderheid wordt geboden aan de betrokken partijen; 

overwegende dat het voor het beter adresseren van de door de Onderzoeksraad Voor Veiligheid (OVV) geïdentificeerde blinde vlek voor risico's van conflict voor de burgerluchtvaart wenselijk is dat er een extra inspanning wordt geleverd aan de zijde van de overheid; 

verzoekt de regering, een apart inlichtingenteam in te stellen voor veilige vliegroutes, waarin specifieke expertise wordt ingezet met als primair doel het identificeren van risico's voor de burgerluchtvaart, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Belhaj. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 225 (29665). 

Mevrouw Belhaj (D66):

Ik rond af. Het voordeel is dat dit niet in strijd is met het convenant, maar prima naast het net afgesloten convenant gerealiseerd kan worden. 

De heer Van Helvert (CDA):

Voorzitter. We hebben een mooi algemeen overleg gehad over een belangrijk onderwerp. Wij hadden de kritiek — en hebben die nog steeds — dat de Actieagenda te weinig actie omvat op twee punten die naar voren kwamen in de rondetafelgesprekken, namelijk security en de kosten daarvan aan de ene zijde en de verdeling van OD-vluchtverkeer en netwerkfunctieverkeer aan de andere. Daar had de agenda naar onze mening op in moeten gaan, en dat vonden wij te weinig gebeuren. De staatssecretaris heeft toegezegd met een reactie te komen op het SEO-rapport en de Kamer nog voor de kerst te laten weten hoe we daarmee om kunnen gaan, want zij vindt het ook een lastige kwestie. Omdat zij dat al toegezegd heeft, ga ik daarover geen motie meer indienen. Ik ken de staatssecretaris goed genoeg: als zij dat toegezegd heeft, dan komt zij daar ook mee. Dat vind ik heel goed. 

Ik wil haar nog wel iets meegeven. Wij vinden Schiphol heel belangrijk en ik denk dat iedereen hier in de Kamer dat deelt. Wij zien dat het netwerk van KLM een belangrijke functie heeft, maar wij weten ook dat uiteindelijk het koste wat het kost beschermen van één maatschappij geen eindoplossing kan zijn. De staatssecretaris zegt: wij doen aan selectiviteit; dat is onze keuze. En toch is dat heel lastig, want je kunt niet op basis van de kleur van de staart zo makkelijk zeggen: jij mag hier wel landen en jij mag hier niet landen. Juist omdat die finesse zo lastig is en er in het rondetafelgesprek zo veel vragen hierover zijn gesteld door al die partijen, vind ik het heel belangrijk dat het kabinet daar goed over nadenkt. Dan kunnen we daarover op basis van het stuk dat we in het najaar nog gaan krijgen, nog een keer praten met het kabinet, liefst ruim voor het kerstreces en niet pas in de week voor het kerstreces, anders krijgen we weer zo'n toestand als nu. 

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Voorzitter. Ik dien mijn moties in. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat nachtvluchten veel hinder veroorzaken voor omwonenden van luchthaven Schiphol en daarom gestreefd moet worden naar een noodzakelijk minimum; 

verzoekt de regering om als principe te omarmen dat de luchthaven Schiphol in de late avonduren, 's nachts en in de vroege ochtenduren beperkt wordt tot passagiersvluchten die onderdeel zijn van de gewenste hubfunctie en de Kamer over de uitvoering hiervan te informeren, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Tongeren. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 226 (29665). 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat vertegenwoordigers van omwonenden van luchthaven Schiphol betwijfelen of er een waarheidsgetrouw beeld is van de behaalde resultaten wat betreft minder hinder; 

verzoekt de regering, te voorzien in een onafhankelijke second opinion over het werkelijke aantal ernstig gehinderden, de claim dat er een hinderreductie van 20% is gehaald en welke vervolgmaatregelen nu nodig zijn om de gewenste resultaten daadwerkelijk te behalen en de Kamer hierover te informeren, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Tongeren. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 227 (29665). 

De heer Smaling (SP):

Voorzitter. Ik heb geen moties, want ik ben van mening dat de staatssecretaris de vragen die in het debat zijn gesteld allemaal zo concreet mogelijk heeft beantwoord. De SP geeft haar de ruimte om uit te voeren wat we afgesproken hebben. Er zijn een hoop toezeggingen gedaan. Er zijn een aantal zaken rondom beveiliging op Schiphol die veel woordvoerders parten spelen. Ik reken erop dat de staatssecretaris daarmee aan de gang gaat op de manier waarop zij in het algemeen overleg heeft aangegeven dat te willen doen. De SP-fractie wenst de staatssecretaris een goede zomer en daarna weer de daadkracht die we van haar kennen. 

De voorzitter:

Ik kijk nog even rond. De heer Monasch zal nog kort het woord voeren. 

De heer Monasch (PvdA):

Voorzitter. Ik benadruk dat voor de Partij van de Arbeid de discussie rond de mainport een discussie is over een luchthaven die je in zijn kracht wilt zetten en wilt houden. Daarvoor is het selectiviteitsbeleid ontworpen en hebben we dat ingezet. Dat staat dus voor ons centraal. Daar zijn toezeggingen over gedaan en dat waarderen we. Tegen anderen die daarover discussiëren, zeg ik — omdat de heer Elias voorzitter is, zal ik de Nederlandse versie van het gezegde gebruiken — dat je de cake niet kunt opeten en hem vervolgens ook nog kunt hebben. Je zult een keuze moeten maken over wie je wel op Schiphol wilt en wie niet, los van de vliegtuigmaatschappen. Het moet een keuze zijn die ten dienste staat van de mainportfunctie van Schiphol, want die is haar kracht. 

Dat geldt ook voor de woningbouw. Op een gegeven moment houdt het persen in zo'n gebied op en moet je verder kijken, naar gebieden die er heel dichtbij liggen. We zijn fantastische wegen aan het aanleggen naar Almere, waar vlaktes open liggen voor woningbouw. Ik heb Alphen aan den Rijn al genoemd, een kwartiertje rijden van Schiphol. Er wordt een goede wegverbinding aangelegd en daar is ruimte voor 15.000 tot 20.000 woningen met minder zo niet geen geluidsoverlast. Maak dus keuzes in plaats van alles bij elkaar te willen houden, want dat gaat gewoon niet lukken met zo veel schaarste en zo veel groei. Voor de bewoners en ook voor de kracht van de mainport hopen we dat de staatssecretaris het beleid rond selectiviteit met kracht zal doorzetten. Dat zien wij met vertrouwen tegemoet. 

De voorzitter:

Ik zie dat de staatssecretaris even de boel wil ordenen. 

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst. 

Staatssecretaris Dijksma:

Voorzitter. Ik zal reageren op de drie ingediende moties. Allereerst ga ik in op de motie op stuk nr. 225 van mevrouw Belhaj. Zij verzoekt de regering om een apart inlichtingenteam in te richten, ik denk bij de AIVD, voor veilige vliegroutes. Ik wil deze motie namens het kabinet ontraden, om twee redenen. In het debat heb ik al aangegeven dat dit uiteindelijk echt iets is waar de minister van V en J over zou moeten beslissen. Het kabinet heeft steeds gezegd dat het alle informatie die bij de overheid binnenkomt op dreiging beoordeelt. Als dat noodzakelijk is, gaan we die informatie uiteraard onmiddellijk delen. We gaan geen andere verantwoordelijkheidsverdeling aan door te zeggen dat er vanuit de dienst eigenlijk een apart team moet komen dat hiernaar kijkt. Dat is op 1 maart ook gewisseld in het debat met de minister-president. We hebben het net ook uitgebreid in het algemeen overleg besproken. Om die reden moet ik deze motie ontraden. 

Dan kom ik bij de motie van mevrouw Van Tongeren. Zij zegt "geen vrachtvluchten in de nacht", om het even heel kort te zeggen. Zoals gezegd is er een cap op de nachtvluchten. We werken aan selectiviteit, maar niet in de verdeling tussen vracht- en passagiersvluchten. Vrachtvluchten zijn heel belangrijk voor de economie van Schiphol. Ik heb wel toegezegd dat ik hier in de brief bij de m.e.r. op terugkom, zodat de Kamer een beter beeld krijgt van wat er nou in die nacht zit. Ik moet deze motie dus ontraden, maar uiteraard krijgt de Kamer te zijner tijd de informatie die gevraagd is. 

De voorzitter:

Geloof het of niet, maar er zijn allerlei mensen die meeluisteren en -kijken naar dit debat. Zullen we daarom "de cap op" veranderen in "een plafond aan"? 

Staatssecretaris Dijksma:

Absoluut. 

De voorzitter:

Heel goed. 

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Ik weet dan niet zo goed wat ik van "hubfunctie" moet maken. 

De voorzitter:

Spilfunctie. 

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Ja, maar zo wordt die functie op Schiphol natuurlijk nooit aangeduid. Sommige vakantievluchten dragen ook niet per se bij aan die hubfunctie. Wat ik hier probeer neer te zetten, is dat de spilfunctie het belangrijkste is voor de hoofdluchthaven Schiphol. Vandaar dat we die andere vluchten bij voorkeur niet in de nacht zouden moeten laten plaatsvinden. Als we zicht krijgen op zowel vakantievluchten die niet bijdragen aan de hubfunctie als op vrachtvluchten, zou ik de staatssecretaris heel dankbaar zijn. Ik zou deze motie dan willen aanhouden. 

Staatssecretaris Dijksma:

De Kamer krijgt bij de m.e.r., de milieueffectrapportage, zicht op hoe het zit. Mijn verzoek zou dan zijn om de motie aan te houden. 

De voorzitter:

Zeker. 

Op verzoek van mevrouw Van Tongeren stel ik voor, haar motie (29665, nr. 226) aan te houden. 

Daartoe wordt besloten. 

Staatssecretaris Dijksma:

Ik kom op de motie op stuk nr. 227. Daarin wordt om een second opinion verzocht. Ook die motie wil ik ontraden. Ik heb in de eerste termijn wel toegezegd dat ik middels een brief nog eens netjes op een rij ga zetten hoe het nou precies zit met hinder en hinderreductie. Dat zal ik ook zeker doen. We zullen dan ook kijken wat nou de gerealiseerde hinderbeperking is en hoe we die hebben berekend. De Kamer kan dat dan zelf ook nazien. De m.e.r. is ook hier een belangrijke basis voor. Daar moeten we dus wel op wachten. Ik zou geen second opinion willen vragen, maar wel wil ik laten zien wat mevrouw Van Tongeren in beeld wil hebben, inclusief berekening. Daar hebben we de m.e.r. echter voor nodig. Die krijgt de Kamer na de zomer. 

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Met deze mooie, riante toezeggingen van de staatssecretaris — wij willen dezelfde kant op met de informatie — houd ik ook deze motie aan. 

De voorzitter:

Na de zomer zou ook in 2020 kunnen zijn. 

Staatssecretaris Dijksma:

Na de zomer van 2016, voorzitter. 

De voorzitter:

Dat zou nog steeds 2020 kunnen zijn. Is dat voor 1 september? 

Staatssecretaris Dijksma:

Nee. U overvraagt mij. Ik weet niet precies wanneer in september of oktober de m.e.r. komt. 

De voorzitter:

Oké. Het is dus in ieder geval voor 1 … 

Staatssecretaris Dijksma:

Oktober. 

De voorzitter:

Oké. Voor 1 oktober. 

Staatssecretaris Dijksma:

Nou, de m.e.r. komt in oktober. 

De voorzitter:

Voor 1 november dus. 

Mevrouw Belhaj (D66):

Ik maakt toch nog even een opmerking naar aanleiding van het negatieve advies van de staatssecretaris over mijn motie, voorzitter. 

De voorzitter:

Dat gaat dus over de motie op stuk nr. 225? 

Mevrouw Belhaj (D66):

Ja. 

De voorzitter:

Ik wil geen discussie, dus stelt u alleen een vraag alstublieft. 

Mevrouw Belhaj (D66):

Ja voorzitter, ik heb niet de intentie om een discussie te gaan voeren, maar inderdaad om een vraag te stellen. Is de staatssecretaris bereid om, aanvullend op deze motie, aan de minister van Veiligheid en Justitie te vragen hoe hij precies die afspraken die nu in het convenant zijn opgenomen, nader gaat invullen? 

Staatssecretaris Dijksma:

Ja, voor 1 november. 

De voorzitter:

Ik doe daar zo moeilijk over en vraag altijd om termijnen, omdat daar dan later geen misverstand over kan bestaan. Dat is de reden. 

Op verzoek van mevrouw Van Tongeren stel ik voor, haar motie (29665, nr. 227) aan te houden. 

Daartoe wordt besloten. 

Staatssecretaris Dijksma:

Nee. Ik zeg nogmaals dat we nu net het convenant hebben gesloten. Daarin zijn met alle partijen afspraken gemaakt. De Kamer heeft het convenant gekregen, tot en met de artikelen. De Kamer weet ook al dat we geen extra fte en geen apart team zullen krijgen. Ik kan het gaan vragen, maar dan krijgt mevrouw Belhaj dit antwoord. Ik wil dus ook niet doen alsof er nu een brief achteraankomt waarin mijn collega alsnog allerlei dingen wél gaat toezeggen die mevrouw Belhaj vraagt. Ik snap waarom ze worden gevraagd. Die toezeggingen komen er echter niet. Ik vind dit dus lastig. Als mevrouw Belhaj wil debatteren met de minister over de vraag welke prioriteiten de inlichtingendiensten wel en niet stellen, dan moet ik haar toch echt verwijzen naar een debat met hem daarover op enig ander moment, want eigenlijk raken we daar nu vol aan. Ik voel mij hierbij niet voldoende thuis om dat te doen. 

De voorzitter:

Dank u zeer. Hiermee zijn wij gekomen aan het einde van dit overleg … 

Staatssecretaris Dijksma:

Voorzitter, het spijt me. Ik heb nu gereageerd op de drie moties, maar er zijn nog wat vragen gesteld. Daar wil ik niet lang bij stilstaan, dus maakt u zich geen zorgen. De heer Smaling en de heer Van Helvert hebben mij gevraagd om met een nadere reactie op het SEO-rapport te komen en te bekijken hoe we die securitykosten in overleg met de sector verder naar beneden kunnen brengen. Uiteraard ga ik dat overleg vol aan. Ik heb dit in het debat al toegezegd, maar ik hecht eraan om dat hier ook nog een keer te doen. 

Verder ben ik het eens met de heer Monasch, die zegt dat in een dichtbevolkt land met heel veel vliegbewegingen, waar er ruimte voor groei is, maar ook gewoond moet worden en de leefbaarheid op orde moet zijn, het altijd balanceren zal blijven tussen de verschillende belangen. We proberen dat echt zo goed mogelijk te doen. Heel veel dank voor de steun daarbij. 

Tot zover mijn bijdrage, voorzitter. 

De beraadslaging wordt gesloten. 

De voorzitter:

Dank u zeer. Hiermee zijn we gekomen aan het einde van dit verslag algemeen overleg. We zullen binnen tien uur over de ingediende moties stemmen.