7 Luchtvaart (inclusief vliegen over conflictgebieden)

Aan de orde is het VAO Luchtvaart (inclusief vliegen over conflictgebieden) (AO d.d. 01/06). 

De voorzitter:

Fijn dat de staatssecretaris weer even bij ons is. Wij hebben een aantal sprekers van de zijde van de Kamer, maar ik mis nog even de lijst waarop staat wie dat zijn. Ik denk dat het de heer Elias is, aangezien hij nu naar voren loopt, maar dat wil ik echt zwart-op-wit hebben. Als ik één iemand niet op zijn blauwe ogen geloof … De eerste spreker is de heer Elias van de VVD-fractie! 

De heer Elias (VVD):

Die rare tussenzinnen heb ik allemaal niet gehoord. 

Mijnheer de voorzitter. Alertheid, afstemming en afspraken over luchtvaartveiligheid kunnen en moeten veel beter. Dat hebben wij op onbarmhartig brute wijze ondervonden door de aanslag op vlucht MH17 en het daaropvolgende rapport van de Onderzoeksraad Voor Veiligheid. De huidige internationale luchtvaart is echter niet in staat om hier snel in te voorzien. Zeer noodzakelijke aanpassingen duren minimaal vier jaar. Dat is veel en veel te lang. Daarom dien ik de volgende motie in. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat: 

  • -na ernstige ongevallen de kans op herhaling zo snel mogelijk moet worden verkleind; 

  • -het uitvoeren van aanbevelingen na ongevalsonderzoek zo snel mogelijk dient plaats te vinden; 

  • -het mondiale karakter van de luchtvaart veelal betrokkenheid van de internationale burgerluchtvaartorganisatie ICAO vraagt; 

  • -de bestaande ICAO-processen ertoe leiden dat pas na meerdere jaren mondiale regelgeving is aangepast; 

verzoekt de regering, in overleg te treden met ICAO om processen te ontwikkelen die ertoe leiden dat binnen een jaar uitvoering wordt gegeven aan aanbevelingen uit een ongevalsonderzoek, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Elias. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 341 (31936). 

De heer Elias (VVD):

Bij deze processen zou gedacht kunnen worden aan een wisselende groep leidende landen zoals ook bij de VN-Veiligheidsraad het geval is of aan de mogelijkheid van ingelaste congressen met beslissingsbevoegdheid. Dit zijn nadrukkelijk suggesties. Ik wil de staatssecretaris niet voor de voeten lopen door ze dwingend in de motie te zetten, maar naar ons oordeel zouden ze de boel wel aanmerkelijk werkbaarder maken bij ICAO. 

De heer Van Helvert (CDA):

Voorzitter. Ik vind dat de VVD een prachtige motie over veiligheid heeft ingediend. Mijn fractie zal die zeker steunen. Met mevrouw Hachchi en later met mevrouw Belhaj van D66 heb ik daar regelmatig aandacht voor gevraagd. Ik ben blij dat de VVD, die nog steeds de grootste fractie in de Kamer vormt, nu met deze motie komt. 

We hebben in het algemeen overleg ook over andere dingen gesproken. Een onderwerp wil ik nog aan de staatssecretaris voorleggen, namelijk het pay-to-flysysteem. Veel jonge mannen — het zijn vooral mannen — die een heel dure opleiding hebben gevolgd, moeten nog steeds zwaar betalen om überhaupt te mogen vliegen. Behalve dat ik mij afvraag of dat volgens onze wetgeving wel mag — misschien moeten wel meer ministeries hiernaar kijken, bijvoorbeeld Sociale Zaken — moet je zoiets niet willen. Iemand met zo'n verantwoordelijkheid zou niet onder zo'n zware financiële en psychologische druk moeten staan. Daarom dien ik de volgende motie in. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat beginnende piloten bij sommige vliegmaatschappijen volgens het pay-to-flysysteem tot €50.000 moeten betalen om de eerste 200-500 vlieguren te kunnen maken om hun brevet te kunnen behouden; 

verzoekt de regering, onderzoek te doen of en hoe het pay-to-flysysteem voor in Nederland gestationeerde vliegtuigmaatschappijen verboden kan worden, en de Kamer daarover te informeren, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Helvert. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 342 (31936). 

De heer Wassenberg (PvdD):

Voorzitter. Ik heb drie moties en steek meteen van wal. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat ganzen richting Schiphol worden gelokt door de eiwitrijke gewassen die in de omgeving worden verbouwd; 

overwegende dat deze gewassen vervangen kunnen worden door alternatieve gewassen die minder aantrekkelijk zijn voor ganzen, zoals olifantsgras, of door klimaatvriendelijke alternatieven, zoals zonnepanelen; 

constaterende dat de Staat eigenaar is van de gronden rondom Schiphol; 

verzoekt de regering, voorwaarden aan de verpachting van deze gronden te stellen die de overstap van eiwitrijke gewassen naar deze diervriendelijke en klimaatvriendelijke alternatieven stimuleren, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Wassenberg. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 343 (31936). 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat eerdere pilots met verjagende lasers rond Schiphol succesvol waren om het aantal (bijna-)botsingen met ganzen tegen te gaan; 

verzoekt de regering, grootschalige inzet van lasers rond Schiphol te stimuleren, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Wassenberg. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 344 (31936). 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat er opnieuw gekozen is voor het massaal afschieten van ganzen rond Schiphol; 

constaterende dat het afschieten van ganzen niet bijdraagt aan vliegveiligheid maar zelfs contraproductief is, omdat afschot onvoorspelbaar vluchtgedrag bij ganzen veroorzaakt, waardoor de dieren vaker door vliegroutes heen kunnen vliegen; 

verzoekt de regering, een einde te maken aan het massale afschot van ganzen rond Schiphol, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Wassenberg. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 345 (31936). 

Mevrouw Belhaj (D66):

Voorzitter. Naar aanleiding van het algemeen overleg heb ik alleen nog maar een paar vragen. Allereerst heb ik een vraag over het advies van de Nationale Adviesgroep Cabinelucht over het aanpakken van incidenten met giftige stoffen in de cockpit. De Zembla-uitzending hierover dateert alweer van drie jaar geleden. Eén jaar geleden heeft D66 daar een motie over ingediend. Mijn vraag aan de staatssecretaris is of de resultaten van de onderzoeken naar geurincidenten door luchtvaartmaatschappijen nu met de inspectie worden gedeeld. Betekent het rapport dat er nu ligt, ook het einde van de adviesgroep? Is de staatssecretaris bereid om de Kamer op de hoogte te houden van de ontwikkelingen? 

Ik heb nog een vraag over de communicatie richting bewoners over vliegbewegingen rondom Schiphol. D66 heeft in het debat over de nieuwe normen en het handhavingsstelsel een motie ingediend die de regering oproept om de communicatie over vliegbewegingen drastisch te verduidelijken en te moderniseren. Hoe staat het met deze motie? 

Tot slot wens ik de staatssecretaris ontzettend veel succes met haar enorme inspanning in de aanloop naar een ambitieus en Parijswaardig akkoord dat dit najaar hopelijk gesloten wordt om de CO2-uitstoot van de wereldwijde luchtvaart drastisch terug te dringen. 

De heer Graus (PVV):

Mijnheer de voorzitter. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat de Group Executive Committee van Air France-KLM bestond uit tien Fransen en slechts vier Nederlanders; 

constaterende dat door het vertrek van voormalig directeur KLM Nederland en Transaviatopman, Bram Gräber, de reeds ongelijke machtsverdeling nog meer in het voordeel van de Fransen kan uitvallen; 

verzoekt de regering, zich (op diplomatiek niveau) in te spannen om de Nederlandse zetel te behouden in de Group Executive Committee van Air France-KLM, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Graus. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 346 (31936). 

Ik heb een klein verzoekje, mijnheer Graus. U noemt een naam. Het is hoogst ongebruikelijk om dat te doen. Misschien dat wij die met uw welnemen mogen weghalen. 

De heer Graus (PVV):

Zeker, maar ik vind het een beetje raar, want die discussie werd ook gevoerd tijdens het AO. De naam wordt niet in positieve of negatieve zin genoemd. Het is gewoon een feit dat de beste man gaat vertrekken. Dat staat in alle kranten. Dat is overal te lezen. Ik heb dat gewoon overgenomen uit openbare bronnen, dus het is niets geheims. Vandaar dat ik het heb gedaan. Ik noem de beestjes graag bij de naam, mijnheer de voorzitter. 

De voorzitter:

Zo kennen wij u. 

De heer Graus (PVV):

Want er wordt al vlug veel te wollig geneuzeld hier, zonder dat de mensen weten waar het over gaat. En ik noem alles bij de naam, altijd. 

De voorzitter:

Had ik maar niks gezegd. 

De heer Graus (PVV):

Dank u wel, mijnheer de voorzitter. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat steeds meer luchthavens worden getroffen door terroristische aanslagen; 

overwegende dat onze mainport, tevens grenspost, Schiphol behoort tot de mogelijke doelwitten; 

constaterende dat de pakkans van terroristen door de inzet van speurhonden enorm wordt vergroot; 

verzoekt de regering, zowel meer hondengeleiders als speurhonden op te leiden en in te zetten ten behoeve van de preventieve zoekacties naar explosieven, vuurwapens en munitie, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Graus. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 347 (31936). 

De heer Graus (PVV):

De laatste, mijnheer de voorzitter. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat van een schoonmaker die al vier jaar werkzaam was binnen de beveiligde zone van een grote luchthaven in Berlijn, casueel zijn radicale achtergrond werd ontdekt; 

overwegende dat tientallen medewerkers van luchthavens in Parijs en Orly zijn ontslagen nadat bleek dat zij waren geradicaliseerd; 

constaterende dat personeel van kerncentrales en andere kwetsbare locaties wel diepgravend wordt gescreend of geweerd indien nodig; 

verzoekt de regering om medewerkers die toegang hebben of krijgen tot beveiligde zones en/of zenuwcentra, te laten screenen door de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Graus. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 348 (31936). 

De heer Monasch (PvdA):

Voorzitter. Vandaag spreken we twee keer over luchtvaart. Vanmiddag praten we ook over vliegen over conflictgebieden, zoals afgesproken in de regeling van werkzaamheden. Dan zullen we ons commentaar geven op het gesloten convenant. Dat komt namelijk eerst in een AO aan de orde en dat komt vervolgens hier terug in een VAO. 

De door het CDA ingediende motie over pay to fly spreekt ons zeer aan, maar de motie gaat alleen over wat we in Nederland kunnen doen. De vraag is ook wat we in Europees verband kunnen doen om schandalige arbeidscontracten in de luchtvaart aan te pakken. Het is immers heel makkelijk om over de grens te gaan zitten. In dat verband heb ik een vraag, voordat ik mijn motie indien. Gisteren berichtte de Irish Times dat er in Duitsland grote invallen zijn geweest bij de vestigingen van Ryanair. Het parket in Koblenz heeft huiszoekingen gedaan bij piloten, heeft laptops en pc's in beslag genomen en heeft daar alle vestigingen van Ryanair onderzocht, omdat men vermoedt dat er onwetmatige schijnconstructies zijn aangegaan om de arbeidsrechtwetgeving daar te ontduiken. Kan de minister aangeven of dit ook in Nederland het geval is en of ook hier daaraan wordt gewerkt? Dit mag ook vanmiddag terugkomen in het AO, maar dit is actueel en dit sluit ook goed aan bij de terechte zorg die in de motie van de heer Van Helvert wordt aangegeven. Ik krijg hier dus graag een reactie op. 

We kampen met een groot tekort aan luchtverkeersleiders. Dat leidt tot hoge salarissen, want als er weinig zijn, kun je veel vragen. Dat zeg ik ook als zoon van een chirurg, die van dichtbij heeft gemaakt dat je hoge salarissen betaalt als je weinig chirurgen aanneemt. Er worden buitengewoon weinig luchtverkeersleiders aangenomen. Volgens mij zijn er 1.200 aanmeldingen en worden uiteindelijk vier tot zes mensen geselecteerd. Dat is heel vreemd. Wij willen dus graag nader onderzoek en maatregelen om te bekijken of wij daar iets aan kunnen doen. Daarom dien ik de volgende motie in. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat er een groeiend personeelstekort is bij LVNL; 

constaterende dat er een groot aantal uitvallers is bij de selectie en de opleiding tot luchtverkeersleider; 

verzoekt de regering, in kaart te brengen wat de mogelijkheden zijn om het rendement van de opleiding tot verkeersleider bij LVNL te vergroten, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Monasch. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 349 (31936). 

De voorzitter:

We pauzeren enkele ogenblikken, zodat de staatssecretaris de moties kan ontvangen. 

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst. 

Staatssecretaris Dijksma:

Voorzitter. In de motie op stuk nr. 341 van het lid Elias wordt de regering verzocht, in overleg te treden met ICAO om processen te ontwikkelen die ertoe leiden dat de aanbevelingen van het ongevallenonderzoek worden uitgevoerd. Ik vraag er begrip voor dat in internationale VN-organisaties processen tijd vergen. Maar ik ben het zeer met de heer Elias eens dat ik er in het komende jaar alles aan moet doen om datgene voor elkaar te krijgen wat kan. In die zin wil ik de motie graag als ondersteuning van beleid beschouwen en het oordeel aan de Kamer overlaten. 

In de motie op stuk nr. 342 van het lid Van Helvert wordt de regering verzocht, te onderzoeken hoe het zit met het pay-to-flysysteem voor in Nederland gestationeerde vliegtuigmaatschappijen. Ik zou ook deze motie aan het oordeel van de Kamer over willen laten. Een onderzoek kan geen kwaad. Het zal lastiger zijn voor niet in Nederland gestationeerde maatschappijen om zaken te doen, want daarmee hebben we geen directe wetgevende relatie. Maar het is prima om dit in beeld te brengen, waarbij ik ook zal kijken wat andere landen eventueel doen. Tegen de heer Monasch zeg ik dat we dat daarbij zullen meenemen. Maar weet van mij dat het veel lastiger is om daarop überhaupt invloed te hebben. Ik weet ook niet zeker of dat met deze constructie kan. Maar dat zullen we onderzoeken. 

De heer Van Helvert (CDA):

Dank voor de woorden van de staatssecretaris, ook als het gaat om het internationale aspect. Wellicht zal ik de motie in overleg met de heer Monasch aanpassen, zodat dat aspect er ook in komt. Dat wordt echter wel lastig, zodat ik het even aftast. Over de vergelijking met social dumping: als mensen werken in Nederland, zij het niet volgens Nederlandse voorwaarden, hoe zit het dan precies? Wil het ministerie van SZW daar ook naar kijken? 

Staatssecretaris Dijksma:

Wat het laatste betreft, werken we al heel nauw samen als het gaat om arbeidsconstructies en de vraag of die op orde zijn. Minister Asscher zit daar als een bok op de haverkist op. Dat doen we dus sowieso. Als ik dat mag doen, zou ik u adviseren om de motie niet aan te passen. Want dan wordt het weer lastiger voor mij. Wel zal ik uiteraard bekijken wat er in andere landen gebeurt en hoe andere regeringen daarmee omgaan. Als ik de motie zo mag uitleggen, hoop ik daarmee tegemoet te komen aan wat er in de Kamer breed leeft. 

De heer Elias (VVD):

Wordt het een klein, simpel en kort onderzoek? 

Staatssecretaris Dijksma:

Ja, want veel geld hebben we niet, tijd ook niet en met een kleine overheid hebben we, zoals u weet, ook weinig mensen. 

In de motie op stuk nr. 343 van het lid Wassenberg wordt de regering verzocht, voorwaarden aan de verpachting van gronden te stellen die de overstap van eiwitrijke gewassen naar diervriendelijke en klimaatvriendelijke alternatieven stimuleren. Wij zijn zeer beperkt eigenaar van de gronden. Boeren, Schiphol, provincies en gemeenten zijn eigenaar van die grond. Ik kan deze motie, op deze wijze geformuleerd, daarom niet uitvoeren. Maar ik doe wel een toezegging. Bij de evaluatie eind dit jaar zullen we ook dit aspect meenemen. Dan wil ik dat op tafel leggen. Maar de motie zoals ze nu is geformuleerd kan ik niet uitvoeren, want die grond is niet in alle gevallen van de rijksoverheid. 

De voorzitter:

En dus wordt de motie ontraden? 

Staatssecretaris Dijksma:

Ja, dan moet ik haar ontraden. Misschien vindt de heer Wassenberg het een goed idee om de motie gewoon in te trekken. 

De voorzitter:

Suggestie. 

De heer Wassenberg (PvdD):

Intrekken niet, maar ik houd haar wel aan. 

De voorzitter:

Op verzoek van de heer Wassenberg stel ik voor, zijn motie (31936, nr. 343) aan te houden. 

Daartoe wordt besloten. 

Staatssecretaris Dijksma:

Dank. Het effect is in ieder geval voorlopig hetzelfde. 

In de motie op stuk nr. 344 van het lid Wassenberg wordt de regering verzocht, grootschalige inzet van lasers rond Schiphol te stimuleren. We doen dit jaar een proef. Binnen de hekken is het overigens anders. We zullen na die proef de Kamer informeren. Als ik de motie zo mag uitleggen dat deze motie ondersteuning van beleid is — als het werkt, gaan we het verder uitvoeren; als het niet werkt, doen we het niet — laat ik haar aan het oordeel van de Kamer over. 

In de motie op stuk nr. 346 van het lid Graus wordt de regering verzocht, zich in te spannen voor het behoud van een Nederlandse zetel. 

De voorzitter:

De heer Wassenberg wil nu zeggen dat u zijn motie op stuk nr. 345 bent vergeten. 

Staatssecretaris Dijksma:

Die zit niet in mijn set. 

De voorzitter:

Dan is het automatisch: oordeel Kamer. 

Staatssecretaris Dijksma:

Nee, voorzitter. Bij twijfel niet inhalen, dan is het bij mij automatisch: ontraden. 

De voorzitter:

Het Presidium besluit hier toch, mijnheer Elias? 

Staatssecretaris Dijksma:

Ik heb hier nog een motie. De motie-Wassenberg op stuk nr. 345 ontraad ik inderdaad. De motie vraagt om een einde te maken aan het afschot van ganzen rond Schiphol. Dat kan niet. Dat is op dit moment echt niet in het belang van de veiligheid. Dat gaan we dus niet doen. 

Dan de motie-Graus op stuk nr. 346. De overheid heeft geen rol ten aanzien van de Group Executive Committee. Natuurlijk doen wij er alles aan om de Nederlandse belangen te behartigen. Op diplomatiek niveau doen wij dat luid en duidelijk waar mogelijk en achter de schermen als het niet anders kan. Maar deze motie vraagt van mij iets wat ik niet op deze manier kan waarmaken. We zorgen er echter wel voor dat we alle inspanningen verrichten om ook Nederlanders te laten benoemen, maar het lijkt mij niet goed om het op deze manier uit te spreken. Ik wil voorzichtig zijn met de rol die ik heb. Ik doe materieel wel het een en ander in deze richting. De heer Graus heeft het zelf al over diplomatie en daar hoort ook bij dat je dit niet in een motie gaat vastleggen. Maar de heer Graus kent mij, ik ga natuurlijk ook niet op mijn lauweren rusten. 

De voorzitter:

U ontraadt de motie, neem ik aan? 

Staatssecretaris Dijksma:

Ja, ik ontraad haar. 

De heer Graus (PVV):

Omdat de regering ook een aandeel in KLM heeft en wij wel degelijk invloed hebben, zeker op de regering in Frankrijk, die zich hier wel mee bemoeit, vraag ik om een gelijk speelveld en bemoeienis. De staatssecretaris heeft min of meer een beetje laten doorschemeren dat ze dat wel gaat doen. Ik ga deze motie daarom preventief aanhouden, maar ik ga haar niet intrekken. 

De voorzitter:

Op verzoek van de heer Graus stel ik voor, zijn motie (31936, nr. 346) aan te houden. 

Daartoe wordt besloten. 

Staatssecretaris Dijksma:

Ik wil de heer Graus eigenlijk vragen om dat met zijn motie op stuk nr. 347 ook te doen. Hij overvraagt mij hiermee namelijk. Die speurhonden is de business van V en J. Ik weet oprecht niet hoe dat exact in elkaar steekt en of er tekorten zijn. Dat zegt de heer Graus hier eigenlijk. Ik wil hem hiervoor dan ook verwijzen naar mijn collega. Als hij haar niet aanhoudt, moet ik haar alleen al uit collegiaal oogpunt ontraden, omdat ik vind dat dit niet mijn bevoegdheid is. 

De heer Graus (PVV):

Ik heb het in de motie niet over de honden van V en J, van de KMar en van de politie. Die zijn er al. Het gaat er specifiek om dat de Staat ook aandelen heeft in Schiphol en KLM en dat die zelf honden hebben. De staatssecretaris kan er dan ook voor zorgen dat er meer honden en hondengeleiders komen. Een hond is effectiever dan twintig mensen. Ze hebben mensen sneller bij hun veter, zoals ik altijd zeg. Maar ik zal deze motie ook aanhouden, omdat ik de staatssecretaris overvraagd heb en dat is niet mijn bedoeling, zo vlak voor het zomerreces. 

Staatssecretaris Dijksma:

Het punt is dat het wel gaat om de KMar en de douane en die ressorteren onder V en J. Dat honden sneller zijn dan mensen, dat geef ik meteen toe. 

De heer Graus (PVV):

Voor de duidelijkheid en voor de Handelingen: KLM heeft eigen speurhonden. Daar gaat het om. Dit gaat echt over de honden van Schiphol en KLM en niet over die van de KMar of de politie. 

De voorzitter:

Op verzoek van de heer Graus stel ik voor, zijn motie (31936, nr. 347) aan te houden. 

Daartoe wordt besloten. 

Staatssecretaris Dijksma:

In de motie-Graus op stuk nr. 349 wordt verzocht om een AIVD-screening. Dat is al de praktijk. De motie is dus overbodig. Als toegang tot veiligheidszones van het vliegveld mogelijk is, moet men een pas overleggen. Die wordt alleen afgegeven op vertoon van een verklaring van geen bezwaar en die wordt afgegeven door de KMar en de AIVD. 

De heer Graus (PVV):

Die verklaring omtrent het gedrag gaat vaak maar tot vijf jaar terug. Ik heb het heel goed nagevraagd voordat ik de motie heb opgesteld, maar de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst is niet betrokken bij alle mensen die werkzaam zijn in veiligheidsschillen en zenuwcentra. Anders had die deze motie natuurlijk niet opgesteld. 

Staatssecretaris Dijksma:

Ik heb andere informatie. Mijn informatie is dat een AIVD-screening voor werknemers op Schiphol die werken in de veiligheidsschillen en zenuwcentra, de praktijk is. Ik zeg de heer Graus toe om dat nog eens in een brief op te schrijven. Ik vind dat we geen discussie moeten hebben over feiten. 

De heer Graus (PVV):

Dan moet ik ook deze motie aanhouden en wacht ik de brief van de staatssecretaris even af. Ik bedank haar voor de toezegging. 

De voorzitter:

Al dat werk voor niks. 

Staatssecretaris Dijksma:

Nee, want de heer Graus krijgt nu wel weer een brief. 

De voorzitter:

Daar hebt u helemaal gelijk in. 

Staatssecretaris Dijksma:

Ik kan u zeggen dat dat weer een hoop werk is voor mijn mensen, zeker als het een vraag van de heer Graus is. 

De voorzitter:

Daar gaat hun reces. 

Op verzoek van de heer Graus stel ik voor, zijn motie (31936, nr. 348) aan te houden. 

Daartoe wordt besloten. 

Staatssecretaris Dijksma:

Dan ga ik door naar de vraag van mevrouw Belhaj over het onderzoek naar de cabinelucht. Wordt de informatie gedeeld? Ja, dat doet men. De Nationale Adviesgroep Cabinelucht heeft nu ook doorgezet op dit onderwerp verder aan de slag te gaan. Daar zullen we de Kamer ook van op de hoogte houden. 

Ik dank ook voor de ondersteuning in het kader van de onderhandelingen over het klimaatbeleid voor de luchtvaart. Daar zal ik zelf in september natuurlijk werk van proberen te maken. 

Ook heeft mevrouw Belhaj gevraagd naar de ontwikkeling van een app. Een taskforce binnen de Omgevingsraad Schiphol kijkt hier actief naar. Deze gaat de komende periode ook verder uitwerking geven aan de effectieve en efficiënte informatievoorziening. Ik heb de Omgevingsraad Schiphol ook verzocht om er in overleg met partijen zorg voor te dragen dat reeds in de loop van dit jaar de eerste resultaten voor de omgeving zichtbaar worden. 

Dan kom ik bij de motie van de heer Monasch op stuk nr. 349 die verzoekt om in kaart te brengen wat de mogelijkheden zijn om het rendement van de opleiding bij de LVNL te vergroten. Dat lijkt mij een goed idee. Daar zijn we namelijk al voorzichtig mee aan de slag. Dat betekent dat we deze motie graag als ondersteuning van beleid zouden willen beschouwen en daarmee aan het oordeel van de Kamer kunnen overlaten. 

Ik meen dat ik er daarmee ben. 

De voorzitter:

Dat dacht ik ook. Hartelijk dank, fijn dat u bij ons was. 

Staatssecretaris Dijksma:

Graag gedaan! Tot later. 

De beraadslaging wordt gesloten. 

De voorzitter:

Vanavond, wellicht na middernacht, gaan wij stemmen over de moties die vandaag zijn ingediend. Na de schorsing gaan we verder met de herdenking van de militairen te Mali. 

De vergadering wordt van 12.53 uur tot 13.32 uur geschorst. 

Voorzitter: Arib

Naar boven