Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-2016nr. 106, item 34

34 Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA)

Aan de orde is het VAO Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) (AO d.d. 23/06). 

De heer Wassenberg (PvdD):

Voorzitter. Ik heb drie moties. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat uit onderzoek blijkt dat de NVWA door bezuinigingen en efficiëntiemaatregelen in tien jaar tijd "uitgebeend", "wegverdund" en "kapotbezuinigd" is en het toezicht daardoor ernstig is verzwakt; 

constaterende dat de Algemene Rekenkamer in 2013 reeds heeft vastgesteld dat de verwachte besparingen en efficiëntievoordelen niet behaald zullen worden en dat er eerst investeringen moeten komen in tijd en geld; 

constaterende dat de staatssecretaris van Economische Zaken desondanks inzet op verdere besparingen en efficiëntiemaatregelen; 

constaterende dat verdere besparingen en efficiency ten koste gaan van voedselveiligheid en dierenwelzijn; 

verzoekt de regering, voedselveiligheid en dierenwelzijn prioriteit te maken in het beleid en af te zien van het streven naar meer efficiency, besparingen en een kleine NVWA, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Wassenberg en Thieme. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 38 (33835). 

De heer Wassenberg (PvdD):

Uit onderzoek van Eyes on Animals blijkt dat bij 70% van de diertransportwagens aan de Turkse grens de Europese transpostverordening structureel wordt overschreden. 70%! Dat zijn geen incidenten meer, dat zijn structurele misstanden. Die overtredingen bestaan onder meer uit het overschrijden van de maximum vervoerstijden, het overbeladen van transportwagens, het blootstellen van dieren aan extreme temperaturen, gebrek aan water en voer, slechte hygiëne, het vervoeren van zieke, gewonde en hoogzwangere dieren waardoor het dierenleed enorm is en er regelmatig dieren overlijden. Daarom dien ik de volgende moties in. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat 70% van de diertransportwagens aan de Turkse grens de Europese Transportverordening (EG nr. 1/2005) structureel overtreedt en er dus geen sprake is van incidenten; 

overwegende dat de staatssecretaris van Economische Zaken heeft aangegeven dat Turkije de omstandigheden voor diertransporten aan de grens moet verbeteren; 

verzoekt de regering, er bij de Europese Commissie op aan te dringen in gesprek te gaan met de Turkse autoriteiten om de omstandigheden bij de Turkse grens te verbeteren en geen diertransporten vanuit de EU naar Turkije te laten gaan totdat verbeteringen zijn doorgevoerd, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Wassenberg en Thieme. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 39 (33835). 

U moet nu heel snel gaan praten. 

De heer Wassenberg (PvdD):

Ik heb nog een motie die uit één zin bestaat. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

verzoekt de regering, de NVWA de opdracht te geven om geen vergunningen meer af te geven voor diertransporten richting Turkije, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Wassenberg en Thieme. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 40 (33835). 

De heer Geurts (CDA):

Voorzitter. Ik heb twee moties. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat doelmatigheid en efficiëntie van de NVWA door het kabinet als randvoorwaarde waren gesteld voor de verhoogde bijdrage van het bedrijfsleven en dat deze randvoorwaarde niet is gerealiseerd; 

overwegende dat de Tweede Kamer een verzoek om voorlichting aan de Raad van State over doorberekening van kosten door het ministerie van Economische Zaken aan het bedrijfsleven, in het bijzonder ten aanzien van de huidige doorberekening van handhavings-, toezichts- en keuringskosten door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) heeft gedaan en uitkomsten nog niet beschikbaar zijn; 

verzoekt de regering, de verhoging van de keurings- en toezichtkosten voor het bedrijfsleven terug te draaien met de hiervoor beoogde middelen van amendement Geurts c.s. op (34485-XIII, stuk nr. 5), 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Geurts, Dijkgraaf en Dik-Faber. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 41 (33835). 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat er nog onzekerheden zijn over de herkomst TTX, mogelijke gevolgen en effectieve aanpak; 

verzoekt de regering, zo snel mogelijk samen met het bedrijfsleven een kennisprogramma op te zetten ten behoeve van zo adequaat mogelijke normstelling, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Geurts, Dijkgraaf en Graus. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 42 (33835). 

Mevrouw Koşer Kaya (D66):

Voorzitter. De regering geeft zelf aan dat er op korte termijn niet op te lossen risico's zijn in het toezicht van de NVWA. Dat is erg zorgwekkend. We moeten zeker weten dat de voedselveiligheid niet in het geding komt. In het algemeen overleg vroeg ik de staatssecretaris daarom om nog eens heel goed te kijken naar de ingezette koers bij de NVWA. Er wordt namelijk al zo lang gereorganiseerd dat we zeker moeten weten dat we het juiste doen. Daarom heb ik aangegeven dat ik de van de Algemene Rekenkamer en de Raad voor het openbaar bestuur graag advies wil om de organisatie zowel financieel als bestuurlijk goed door te lichten. De staatssecretaris heeft in het debat gezegd dat de Auditdienst Rijk meekijkt bij het herijken en actualiseren van het verbeterprogramma. Voor de begroting wil ik hier graag duidelijkheid over. Daarom zal ik de twee moties die ik reeds klaar had nu niet indienen, maar bij de begroting weer uit de kast halen. Ik wil hier namelijk snel duidelijkheid over. Kan de staatssecretaris dat toezeggen? 

Mevrouw Dikkers (PvdA):

Voorzitter. De Partij van de Arbeid heeft geen moties, maar wel een paar opmerkingen, onder andere naar aanleiding van de motie van de heer Geurts. Wat ons betreft is de normstelling van TTX echt een taak van de overheid en niet zozeer van het bedrijfsleven zelf. Wij zien uit naar het debat dat de staatssecretaris en de minister daarover gaan voeren met de sector. De normstelling wordt bepaald door de overheid, wat ons betreft. Wij hadden nog een vraag aan de minister van VWS over het plan van aanpak over de etikettering. Daar zitten wij al vanaf vorig jaar op te wachten. Dat zou in het voorjaar komen. Het was nog niet helemaal klaar. Wellicht kunnen we daar in het najaar over spreken. We vragen ons af wanneer we dat kunnen verwachten. We zijn blij met het goede debat dat we hebben kunnen voeren over de NVWA. Wij kijken uit naar het vervolg van dat debat. Dat zal ongetwijfeld dit najaar weer op de agenda komen. Wij wensen de mensen van de NVWA ondertussen sterkte toe deze zomer met hun belangrijke werk. 

De heer Van Gerven (SP):

Voorzitter. In zijn brief antwoordt het kabinet dat het voorgenomen organisatiebesluit van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit pas in oktober dit jaar aan de vakbonden en de ondernemingsraad zal worden voorgelegd. Dat betekent toch, zo vraag ik het kabinet, dat ook de reorganisatie dan pas later ingaat? Wij willen dan ook eigenlijk de garantie dat er niet al allerlei onomkeerbare stappen genomen worden voordat er met de vakbonden en de ondernemingsraad is overlegd. Zij moeten niet voor voldongen feiten worden gesteld. Ik hoor graag die toezegging. Dat is heel belangrijk bij een organisatie die al de zoveelste reorganisatie tegemoet kan zien en eigenlijk reorganisatiemoe is. Er wordt weer efficiencywinst beloofd, maar de vraag is of die wordt gehaald. Het verzoek aan het kabinet is of het reorganisatieplan dat er in de herfst dan kennelijk ligt en aan de or en de bonden wordt voorgelegd met een ex-antedoorrekening aan ons kan worden toegezonden. Dan kan de Kamer daarnaar kijken. 

Dan heb ik nog een motie. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat inspectiewerk in grote mate mensenwerk is; 

overwegende dat grofweg een derde van het personeel de afgelopen jaren is wegbezuinigd; 

overwegende dat de NVWA nu 2.337 fte heeft en met de nieuwste regorganisatieplannen nog maar 2.170 in 2020; 

verzoekt de regering, investeren in professionals tot prioriteit te maken bij bestaande en nieuwe plannen voor de NVWA; 

verzoekt de regering tevens, te onderzoeken wat voor de NVWA te leren valt van de opzet zoals Buurtzorg Nederland die toepast met verminderde overhead, het weglaten van onnodige managementlagen en de professional centraal, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Gerven. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 43 (33835). 

Mevrouw Lodders (VVD):

Voorzitter. We hebben een stevig debat gevoerd over het functioneren van de NVWA. Dit debat is met dit verslag algemeen overleg wat mij betreft niet afgerond. We ronden het hier nu wel af, maar de Kamer verwacht nog een aantal uitkomsten, onder andere van het doorrekenen van de kosten aan het bedrijfsleven, en zeker ook van het internationaal vergelijkend onderzoek. Ook zal het debat vervolgd worden over de informatievoorziening van en de rapportage aan de Kamer naar aanleiding van een verzoek dat ik afgelopen week aan het BOR, de ondersteuning van de Kamer, heb gedaan. Dat zullen we na het reces verder oppakken. Ik dien op dit moment daarom geen moties in. 

De voorzitter:

Daarmee komt een einde aan de inbreng van de Kamer. 

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst. 

De voorzitter:

Ik geef het woord aan de staatssecretaris van Economische Zaken voor het oordeel over de ingediende moties. 

Van Dam:

Voorzitter. Als eerste de motie van de leden Wassenberg en Thieme op stuk nr. 38. Daarin wordt geconstateerd dat er sprake is van verdere besparingen en efficiencymaatregelen. Dat is niet het geval. Juist met de maatregelen die bij de voorjaarsnota zijn genomen, is fors budget toegevoegd aan de NVWA. Het verzoek is om af te zien van het streven naar meer efficiency. Het is voor elke overheidsorganisatie goed om te streven naar zo veel mogelijk efficiency, maar om af te zien van het streven naar meer besparingen en een kleine NVWA is een vrij onzinnig verzoek, als ik mij dat mag permitteren. Dat is immers niet het streven. Ik kan dan ook niet aan het verzoek voldoen en ontraad de motie. 

De heer Wassenberg (PvdD):

Een korte reactie. Op de heel korte termijn komt er een aantal miljoenen bij de NVWA bij, maar na 2019 blijkt er structureel 8 miljoen euro af te gaan. Dat kan ik niet anders kwalificeren dan alseen bezuiniging. 

Van Dam:

Ik meen dat bij de voorjaarsnota wij structureel 23 miljoen euro aan het budget hebben toegevoegd. Dat even in verhouding tot de 8 miljoen euro. Op basis van de onderzoeken die u hebt kunnen inzien, moet het mogelijk zijn om de 8 miljoen euro efficiencybesparing, die al eerder gepland was, over een paar jaar alsnog te realiseren, zonder dat dit enig effect heeft op de omvang van het toezicht. Ik heb in het AO uitgelegd dat ik daarom aan die al eerder ingezette besparing vasthoud. Als je dat allemaal bij elkaar optelt, is het een beeld dat niet strookt met de realiteit. De heer Wassenberg stelt het voor alsof wij fors aan het besparen zijn bij de NVWA. Het tegenovergestelde is het geval. Wij hebben in korte tijd voor de tweede keer juist fors budget toegevoegd. 

De heer Wassenberg (PvdD):

Ik zei al dat in 2019 die 23 miljoen euro verdampt is en dat er 8 miljoen euro af gaat. In 2013 heeft de Rekenkamer geconcludeerd dat er geen efficiencymaatregelen meer te behalen zijn. De PvdD denkt dus dat er een besparing is, een bezuiniging, en ik zie niet hoe de staatssecretaris dat kan ontkennen. In 2019 is het 8 miljoen euro minder dan wat het nu is. 

Van Dam:

De heer Wassenberg zegt weer dat de 23 miljoen euro die wij er nu bijleggen in zijn ogen over een paar jaar verdampt is. Ik ga graag met hem door alle boeken heen, maar dat bedrag staat gewoon structureel in de boeken. Dat komt jaar op jaar terug. Ik vraag de heer Wassenberg een reëel beeld te schetsen van hoe de ontwikkeling de komende jaren is en dan mag hij wat mij betreft best de discussie aangaan of de 8 miljoen euro efficiencyverbetering, die te realiseren is, een slechte zaak is. Er is een al lang lopende discussie over het feit dat het moment waarop NVWA-medewerkers in de auto stappen op weg naar hun werkplek al wordt gerekend tot werktijd, wat in heel veel organisaties niet het geval is. Als dat eindelijk wordt opgelost na overleg met de bonden, kan er 8 miljoen euro bespaard worden. Ik denk dat het een heel goede zaak is en dat het zonde is als die efficiencyverbetering niet gerealiseerd zou worden. Daarom laat ik die in de boeken staan. Ik vind dat die gerealiseerd moet worden. 

De motie op stuk nr. 39 gaat over diertransporten. De regering wordt verzocht om bij de Europese Commissie erop aan te dringen in gesprek te gaan met de Turkse autoriteiten. Ik heb de Europese Commissie er al eerder op aangesproken om strikter toe te zien op de naleving van de transportverordening in de lidstaten maar ook in de overgang naar de omringende landen. Dat doen wij. De motie verzoekt ook om geen diertransporten vanuit de EU naar Turkije te laten gaan. Dat is niet in lijn met de transportverordening, die bepaalt dat transporten die aan de regels voldoen, moeten worden toegelaten. Ik kan die motie dus niet uitvoeren. Ik ontraad de motie. 

Hetzelfde geldt voor de motie op stuk nr. 40 met dezelfde argumentatie, namelijk dat transporten die aan de regels voldoen, niet kunnen worden tegengehouden. Ook die motie ontraad ik. 

In de motie op stuk nr. 41 wordt de regering verzocht om de verhoging van de keurings- en toezichtkosten voor het bedrijfsleven terug te draaien. Ik ontraad die motie. De laatste tranche van de verhoging, die dit voorjaar heeft plaatsgevonden, is in lijn met het samen met de Kamer vastgestelde beleid. Het kabinet heeft het beleid uitgevoerd dat met de Kamer is afgesproken op basis van het rapport Maat houden. Daarover hebben wij eerder uitvoerig gediscussieerd. Ik ontraad de motie. 

Dan de vraag van mevrouw Koşer Kaya om de Algemene Rekenkamer en de Raad voor het openbaar bestuur mee te laten kijken. Daarvan heb ik in het AO al gezegd dat mij dat niet verstandig lijkt en dat we nog komen met een actualisatie van het plan van aanpak, die de Kamer in het najaar zal ontvangen. Het staat gepland voor oktober. Ik weet niet precies uit mijn hoofd wanneer de Kamer de begroting behandelt, maar volgens mij is dat eind oktober. Dat zou dus betekenen dat de Kamer ongeveer tezelfdertijd al die informatie krijgt. Ik begrijp dat de portee van het verzoek van mevrouw Koşer Kaya is om ervoor te zorgen dat die informatie in elk geval voorafgaand aan die begrotingsbehandeling bij de Kamer zal zijn. Dat moet in de planning wel lukken. Dus laten we daarvoor zorgen. 

De heer Van Gerven heeft gevraagd of het voorgenomen organisatiebesluit naar de Kamer gezonden zou kunnen worden. Het lijkt mij niet aan de Kamer om zich te bemoeien met de precieze invulling van de organisatie van de NVWA. Wat de Kamer krijgt, is een actualisatie van het plan van aanpak, het verbeterplan. Op die manier kan de Kamer op hoofdlijnen, zoals zij dat gewend is, zien wat er gebeurt, ook qua omvang van de organisatie, zonder dat het gaat over de precieze organisatie-inrichting en de bemensing. Want dat laatste lijkt mij niet helemaal te passen bij de controlerende taak van de Kamer. Ik heb net gezegd dat zij de actualisatie in het najaar krijgt. 

De heer Van Gerven (SP):

Er zijn signalen dat er nu al reorganisaties plaatsvinden of dingen gebeuren, terwijl er nog met de bonden en de ondernemingsraad over gesproken moet worden. Is de staatssecretaris bereid uit spreken dat dit dan wel ordentelijk moet gebeuren en dat er niet mag worden gereorganiseerd voordat er met de bonden en de ondernemingsraad is gesproken en men tot een zeker vergelijk is gekomen? Het is natuurlijk een beetje raar dat je dingen gaat veranderen zonder dat er fatsoenlijk over gesproken is. 

Van Dam:

Het gebeurt allemaal ordentelijk. Waar er sprake is van een reorganisatie conform het plan van aanpak dat uit-en-te-na hier in de Kamer besproken is, vindt die natuurlijk plaats via het reguliere proces, zoals in elke grote organisatie, namelijk met een organisatiebesluit. Dat wordt dan allemaal besproken met de ondernemingsraad et cetera, et cetera. Dus hierbij wordt het reguliere proces gevolgd, zoals dat bij elke grote organisatie het geval behoort te zijn. 

De heer Van Gerven (SP):

Dan mag ik concluderen dat wat ik gesuggereerd heb als datgene wat mogelijk aan de orde zou kunnen zijn, niet juist is. Ik wacht dan af wat in het najaar het resultaat is van dat overleg en alle zaken die binnen de NVWA gebeuren. 

Van Dam:

Op de motie op stuk nr. 42 zal de minister van VWS ingaan. 

De motie op stuk nr. 43 verzoekt de regering te onderzoeken wat voor de NVWA te leren valt van de opzet zoals Buurtzorg Nederland die toepast. Er zijn vele onderzoeken gedaan naar hoe de organisatie van de NVWA zou moeten worden ingericht, evenals naar de efficiency en hoe het zo efficiënt mogelijk kan. Recent heeft de Kamer daarover nog iets ontvangen. Dus het lijkt mij niet zinvol om dit hele traject te belasten met weer een extra onderzoek. Dus ontraad ik ook die motie. 

De heer Van Gerven (SP):

We hebben al jarenlang veel problemen met de effectiviteit van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit. Dat is eigenlijk heel erg vergelijkbaar met de disussies die we hadden over de Inspectie voor de Gezondheidszorg. Bij die inspectie kon er heel veel personeel bij. Wat zien we bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit? Nu een bezetting van 2.337 fte maar over een paar jaar zijn er nog 2.170 fte over. Dat is structureel weer bijna 200 minder. Dat wordt dan opgelost door een peperduur ICT-programma; ik vat het maar even in mijn woorden samen. Is dat niet buitengewoon riskant en moeten we het niet over een andere boeg gooien en leren van andere succesvolle organisaties? 

Van Dam:

Ik vind dat de NVWA wel het recht heeft op een iets realistischer beschouwing van wat de organisatieverandering aldaar omvat. In 2013 is een verbeterplan in werking gesteld, waarvan u weet dat het vier à vijf jaar duurt om dat helemaal uit te rollen, omdat het een zeer groot en alomvattend verbeterplan is. Het gaat er daarbij om, de NVWA op een andere manier te laten werken: veel meer op kennis gebaseerd, veel meer op data gebaseerd en veel meer risicogericht. Daardoor kan de NVWA, inderdaad met een iets kleinere omvang dan voorheen, veel gerichter, beter en krachtiger toezicht houden. Daarvoor is ook ICT nodig. Dat is geen peperduur programma, want de ICT-kosten blijven ongeveer op hetzelfde niveau als hiervoor. Het probleem is alleen dat was ingeschat dat het allemaal veel goedkoper kon. Daarover heb ik de Kamer ook gerapporteerd. Dat was een illusie. De besparingen konden niet worden gerealiseerd. Daarom heeft het kabinet er extra budget aan toegevoegd. Het gaat er allemaal om dat de NVWA die krachtige, sterke toezichthouder wordt die we allemaal vinden dat ze moet zijn. 

De voorzitter:

Dat hebt u ongetwijfeld ook allemaal in het algemeen overleg gewisseld. 

Van Dam:

Meerdere keren, voorzitter. 

De voorzitter:

Heel kort dan nog, mijnheer Van Gerven. 

De heer Van Gerven (SP):

We zullen zien wie gelijk krijgt, maar ik ben er in ieder geval niet gerust op. 

De voorzitter:

Ik dank de staatssecretaris voor het oordeel over de moties. Ik geef graag het woord aan de minister van VWS voor het oordeel over de motie op stuk nr. 42. 

Minister Schippers:

Voorzitter. Ik beantwoord eerst de vraag van mevrouw Dikkers over het plan van aanpak inzake etikettering. Momenteel wordt de laatste hand daaraan gelegd, dus het komt direct na het zomerreces naar de Kamer toe. Mevrouw Dikkers stelde dat de overheid verantwoordelijk is voor de normstelling TTX. Dat klopt ook. Er is wel veel kennis nodig als basis waarop die normen worden vastgesteld. Dat is echt cruciaal. Ik heb daarover gesprekken gevoerd, ook afgelopen vrijdag met het bedrijfsleven. Met elkaar hebben we geconstateerd dat zowel voor het bedrijfsleven als uiteraard voor de overheid de volksgezondheid vooropstaat. Die is het allerbelangrijkste. Wij hebben ook geconstateerd dat wij graag samenwerken om te bekijken hoe we de kennis kunnen vergroten. 

In de motie-Geurts c.s. op stuk nr. 42 wordt de regering verzocht om met het bedrijfsleven een kennisprogramma op te zetten ten behoeve van een zo adequaat mogelijke normstelling. Zoals gezegd zijn wij al in gesprek. Er wordt ook al druk onderzoek gedaan. De sector is inmiddels begonnen met het inzetten van een onderzoek door IMARES naar de bron en verspreiding van TTX. Dat is een heel goed initiatief. Zo mogelijk zullen de beschikbare onderzoeksgelden via de topsector Agri & food worden benut. De sector heeft een conceptvoorstel aangeboden binnen het kader van de topsector Agri & food. De opstellers van dit onderzoek is gevraagd om voor 18 juli een voorstel in te dienen. Als dat wordt goedgekeurd, zullen wij er een overheidsbijdrage aan geven, dus er zal cofinanciering zijn. Ik denk dus dat deze motie overbodig is, want we zijn echt druk bezig om er samen mee aan de slag te gaan. 

De beraadslaging wordt gesloten. 

De voorzitter:

De stemming over de ingediende motie zal vanavond aan het einde van de vergadering plaats hebben. Hiermee komt er een einde aan het VAO Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit. Ik dank de staatssecretaris van Economische Zaken voor zijn komst naar de Kamer.