Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-2016nr. 106, item 45

45 Water

Aan de orde is het VAO Water (AO d.d. 16/06). 

De voorzitter:

Ik heet de minister van Infrastructuur en Milieu van harte welkom. De spreektijd is twee minuten, inclusief het indienen van eventuele moties. Twee minuten is twee minuten. Ga uw gang. 

Mevrouw Jacobi (PvdA):

Voorzitter. Allereerst een motie over het kustpact. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat de Nederlandse kust behoort tot een van de hoogst gewaardeerde landschappen van Nederland; 

constaterende dat er vele plannen liggen om te bouwen in en rondom kustgebied; 

overwegende dat voorkomen moet worden dat een groot deel van deze plannen gerealiseerd wordt; 

verzoekt de regering, in het kustpact met de lagere overheden bindende afspraken te maken over de bescherming van het kustlandschap inclusief handhaving, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Jacobi en Cegerek. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 354 (27625). 

Mevrouw Jacobi (PvdA):

De tweede motie gaat over het project Stroomlijn. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat er veel rumoer is bij omwonenden en natuurorganisaties over de ongebreidelde bomenkap in het kader van het project Stroomlijn; 

overwegende dat in een aantal van deze gebieden (Varik-Heesselt, Kampen) grote maatregelen op het gebied van waterveiligheid op stapel staan; 

verzoekt de regering, in overleg met natuurorganisaties nog eenmaal te bezien of minder ingrijpende maatregelen een werkbaar alternatief kunnen vormen voor de nu geplande bomenkap, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Jacobi. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 355 (27625). 

Mevrouw Jacobi (PvdA):

Tot slot heb ik een motie over Grevelingen. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat eerdere waterveiligheidsmaatregelen in de voormalige zeearmen Grevelingen en Volkerak-Zoommeer tot ernstige waterkwaliteitsproblemen hebben geleid; 

overwegende dat een herstel van het getij op de Grevelingen leidt tot de noodzakelijke verbetering van de waterkwaliteit; 

verzoekt de regering, in overleg met de regio bij het vaststellen van de Rijksstructuurvisie een gefaseerde aanpak en mogelijke financieringsconstructies uit te werken en samen met de andere betrokken overheden nog voor de aanstaande begrotingsbehandeling l en M hierover te rapporteren; 

verzoekt de regering tevens, voor het Volkerak-Zoommeer een ontwikkelperspectief tot 2028 aan de Kamer toe te zenden en ook hier mogelijke financieringsconstructies in kaart te brengen, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Geurts, Jacobi, Smaling en Visser. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 356 (27625). 

De heer Geurts (CDA):

Voorzitter. Ik dien twee moties in. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat uit onderzoek van Alterra in het waterschap Hollands Noorderkwartier blijkt dat achtergrondbelasting zoals kwel, veen en natuur een belangrijke rol speelt bij de kwaliteit van het oppervlaktewater; 

verzoekt de regering, op korte termijn in gesprek te gaan met waterschappen om monitoring waaronder monstername te uniformeren en zo in te richten dat maatwerk ten aanzien van nutriënten in oppervlakte- en grondwater mogelijk wordt; 

verzoekt de regering tevens, op korte termijn de verschillende bronnen van nutriënten in oppervlakte- en grondwater in beeld te brengen per waterschap, en in het bijzonder onderzoek te faciliteren en ondersteunen naar achtergrondwaarden van kwel, natuur en veen; 

verzoekt de regering voorts, de Kamer over beide verzoeken een week voor de begrotingsbehandeling te informeren, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Geurts en Bisschop. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 357 (27625). 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat er nog grote onzekerheden blijven ten aanzien van de kosten en baten van zowel het voorkeursalternatief als het Plan Sluizen; 

overwegende dat onderzoek niet moet wachten tot planvorming voor de vervanging van de Maeslantkering wordt opgestart; 

verzoekt de regering, een uitgebreider onderzoek te starten naar de verschillende effecten waaronder kosten en baten van zowel het voorkeursalternatief als het Plan Sluizen ten aanzien van de waterveiligheid en zoetwatervoorziening; 

verzoekt de regering voorts bij het onderzoek in ieder geval waterschap Hollandse Delta en haven Rotterdam te betrekken en de Tweede Kamer elk jaar, voor de begrotingsbehandeling, een voortgangsrapportage toe te sturen, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Geurts. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 358 (27625). 

De heer Wassenberg (PvdD):

Voorzitter. Ik dien vier moties in. De eerste ervan lijkt op die van mevrouw Jacobi. Misschien kunnen we die nog in elkaar schuiven. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat het kustpact dient om de kust te beschermen tegen bebouwing; 

constaterende dat het kustpact vooral een intentieverklaring is en daarmee een vrijblijvend karakter heeft; 

verzoekt de regering, harde waarborgen voor de bescherming van de gehele Nederlandse kust in het kustpact op te nemen, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Wassenberg. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 359 (27625). 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat plannen om de Nederlandse kust te bebouwen explosief toenemen; 

overwegende dat de Nederlandse kust van nationaal belang is; 

constaterende dat de minister het instrumentarium van ruimtelijke ordening uit handen heeft gegeven aan provincies en gemeenten; 

verzoekt de regering, de regie terug te nemen en alles wat in haar macht ligt te doen om nieuwe bouwplannen tegen te houden, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Wassenberg. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 360 (27625). 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat windparken op zee als kraamkamer voor vissen kunnen functioneren en een gunstig effect kunnen hebben op mariene ecosystemen; 

verzoekt de regering, windmolenparken op zee gesloten te houden voor alle vormen van visserij, in ieder geval tot de kabinetsdoelstelling is behaald om 10% tot 15% van het Nederlandse gedeelte van de Noordzee te beschermen tegen bodemberoerende visserij, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Wassenberg. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 361 (27652). 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende er voor de kust van Borssele een offshore windmolenpark gebouwd gaat worden en dat er daarna nog meer parken zullen volgen; 

constaterende dat de aanleg van windmolenparken veel geluid met zich meebrengt, met negatieve gevolgen voor walvisachtigen; 

van mening zijnde dat de effecten van de geluidsreducerende maatregelen die bij deze bouw worden toegepast, moeten worden gemonitord om bij te kunnen sturen waar dat nodig is voor de bescherming van walvisachtigen; 

verzoekt de regering, een monitoring- en evaluatieplan op te stellen voor het onderwatergeluid dat geproduceerd wordt bij de installatie van offshore windmolenparken, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Wassenberg. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 362 (27652). 

Mevrouw Visser (VVD):

Voorzitter. Tijdens het AO hebben wij het vooral ook gehad over de waterkwaliteit. Wij hebben minister opgeroepen om na te gaan hoe de discussie rond het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit is verlopen. Ook toen was er veel discussie over de normen en de wijze waarop gemeten moest worden. Uiteindelijk is daar toch een oplossing voor gevonden. Vandaar de volgende motie. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat uit onderzoek van het Mesdagfonds blijkt dat er bij het waterbeleid nog niet voldoende rekening wordt gehouden met andere bronnen dan de landbouw; 

constaterende dat het van belang is om tussen alle betrokken partijen eenduidige afspraken te maken over bronnen, meten, normen en maatregelen; 

overwegende dat een dergelijke systematiek bij het beleid voor waterkwaliteit ontbreekt en het beleid kan verduidelijken; 

verzoekt de regering, een dergelijke systematiek ook toe te passen op het waterbeleid, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Visser, Geurts en Bisschop. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 363 (27625). 

Mevrouw Visser (VVD):

In het kader van het Kustpact de volgende motie. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat bij het opstellen van het kustpact een integrale weging dient plaats te vinden van alle relevante elementen die van invloed zijn op het kustgebied; 

overwegende dat vanuit het streven naar een goede balans tussen natuur en economische waarden ook de impact van de beleving van windparken voor de Nederlandse kust en de mogelijke effecten op toerisme dient te worden betrokken; 

verzoekt de regering, het onderzoek naar Beleving Windparken Hollandse Kust (het vrijdag verschenen rapport-Motivaction) onderdeel te laten zijn van de totstandkoming van het kustpact, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Visser. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 364 (27625). 

De heer Smaling (SP):

Voorzitter. Ik heb eerst een aanvullende vraag naar aanleiding van de motie die mevrouw Jacobi namens een aantal leden heeft ingediend. Als het Deltafonds verlengd wordt tot 2030 … 

De voorzitter:

Mevrouw Jacobi, er wordt u iets gevraagd, indirect. 

De heer Smaling (SP):

Mijn vraag aan de minister is de volgende. Als het Deltafonds wordt verlengd van 2028 naar 2030, is het dan mogelijk om het deel van dat fonds dat gereserveerd zal worden voor waterkwaliteit, te bestemmen voor de gefaseerde aanpak van Grevelingen en Volkerak-Zomeer, zoals die in de motie aan de orde is gesteld? 

Ik heb ook een motie over de kust. Die motie gaat over de periode vanaf nu tot het moment dat het Kustpact gerealiseerd is en luidt als volgt. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

van mening dat de Nederlandse kust van grote ecologische en recreatieve waarde is; 

constaterende dat deze kust in rap tempo volgebouwd dreigt te worden; 

van mening dat deze bouwdrift een halt toegeroepen dient te worden voor onherstelbare schade is aangericht; 

verzoekt de regering, gemeenten ertoe te bewegen om bouwplannen te bevriezen en er zorg voor te dragen dat tot realisering van het kustpact geen onomkeerbare stappen worden gezet, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Smaling en Jacobi. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 365 (27625). 

De heer Smaling (SP):

Ik realiseer mij dat er vrij veel kustmoties worden ingediend. Wij zullen moeten zien hoe wij daar een mouw aan passen. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

nagenietende van eerder aangenomen moties over bodemdaling en veenweidegebieden; 

constaterende dat de regering nog wat terughoudend te werk gaat bij de uitvoering; 

van mening dat een breed kennisfront over slappe bodems zich verenigd heeft tijdens het congres Heel Holland Zakt van afgelopen voorjaar; 

van mening dat bodemdaling en veenoxidatie in het kader van klimaatbeheersing net zoveel aandacht verdienen als waterveiligheid; 

verzoekt de regering, een actieve, katalyserende rol op zich te nemen om dit typisch Nederlandse werkterrein tot volle wasdom te brengen, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Smaling. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 366 (27625). 

Deze motie wordt niet alleen ondersteund, maar roept ook veel hilariteit op. 

De heer Smaling (SP):

Aan de lichaamstaal van mevrouw Visser te zien, gaat het helemaal goed komen met deze motie. 

Mevrouw Koşer Kaya (D66):

Voorzitter. Ik heb twee moties. Een ervan gaat over het kustpact, want onze prachtduinen zijn ons lief en die willen wij ook zo houden. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat volgens Natuurmonumenten de afgelopen drie jaar 1.700 objecten gebouwd zijn aan de kust en er voor de komende drie jaar 5.500 voorgenomen zijn; 

overwegende dat een kustpact in voorbereiding is; 

verzoekt de regering, de kustpactafspraken die naar gemeentelijke regelgeving vertaald worden, nauw te monitoren op naleving, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Koşer Kaya. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 367 (27625). 

Mevrouw Koşer Kaya (D66):

Mijn tweede motie gaat over een onderzoek naar de effectiviteit van natuurlijke retentie in de brongebieden van de Rijn. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat de waterstand in de Nederlandse rivieren mede afhankelijk is van het beleid van buurlanden; 

van mening dat het van groot belang is dat er goede afspraken gemaakt worden over gezamenlijke maatregelen om hoogwater het hoofd te bieden; 

verzoekt de regering, onderzoek te doen naar de effectiviteit van natuurlijke retentie in de brongebieden van de Rijn in het Middelgebergte in Duitsland, en de Kamer hierover te informeren, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Koşer Kaya en Belhaj. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 368 (27625). 

De heer Bisschop (SGP):

Voorzitter. Ik heb twee moties. De eerste betreft rapportages water. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

verzoekt de regering, in rapportages en internationale inzet: 

  • -onderscheid te maken tussen KRW-waterlichamen (Kaderrichtlijn Water) en niet-KRW-waterlichamen, en voor de niet-KRW-waterlichamen geen toestandsbeoordeling op te nemen; 

  • -aan te geven dat in een groot deel van West-Nederland sprake is van aanzienlijke fosfaatrijke kwel, en dat nog niet alle doelen hierop zijn afgestemd; 

  • -duidelijk te maken dat naast de landbouw en fosfaatrijke kwel ook nalevering vanuit de bodem, rioolwaterzuiveringsinstallaties, overstorten en watervogels een bijdrage leveren aan de (regionale) belasting van het oppervlaktewater en dat de respectievelijke (regionale) bijdragen nog onvoldoende in kaart zijn gebracht; 

  • -duidelijk te maken dat bedrijven die gebruikmaken van de derogatie van de Nitraatrichtlijn relatief goed scoren qua waterkwaliteit, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Bisschop, Geurts, Visser en Houwers. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 369 (27625). 

De heer Bisschop (SGP):

Mijn tweede motie betreft het Friese Front. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat de regering meer dan 10% van het Noordzeegebied wil sluiten voor bodemberoerende visserij; 

overwegende dat de Kamer ten aanzien van de uitvoering van de Kaderrichtlijn Maritieme Strategie heeft verzocht om voldoende ruimte voor de visserij en waar mogelijk beperking van gebiedssluiting (aangenomen motie-Bisschop c.s., 33750-J, nr. 14); 

verzoekt de regering, in lijn met de motie-Bisschop c.s. in ieder geval de in overleg met de visserijsector nader te bepalen visrijke delen van het Friese Front niet te sluiten voor de bodemberoerende visserij, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Bisschop, Geurts, Visser en Houwers. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 370 (27625). 

Ik mag het woord geven aan de heer Houwers voor zijn halve minuut. 

De heer Houwers (Houwers):

Voorzitter. Ik dien de volgende motie in. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat het nodig is om ons oppervlaktewater zo veel mogelijk schoon te houden; 

overwegende dat de Kaderrichtlijn Water-doelen niet worden gehaald en de verbetering erg langzaam gaat; 

van mening dat medicijnresten ons water steeds meer verstoren; 

verzoekt de regering, die stappen te ondernemen die nodig zijn om rioolwaterzuiveringsinstallaties verplicht de zuivering van medicijnresten te laten uitvoeren, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Houwers. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 371 (27625). 

Daarmee is een einde gekomen aan de beraadslaging van de Kamer over dit onderwerp. Ik schors de vergadering voor enkele minuten, om de minister de kans te geven zich voor te bereiden op de beantwoording van de maar liefst 18 ingediende moties. 

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst. 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Voorzitter. Ik begin met de motie-Jacobi/Cegerek op stuk nr. 354, die gaat over de kust. Dit is heel bijzonder, want we zitten nog midden in het gesprek met alle partijen over het kustpact. Kennelijk heeft de Kamer behoefte om al in diverse moties wat piketpalen te slaan. 

Er wordt verzocht om met de lagere overheden bindende afspraken te maken over de bescherming van het kustlandschap inclusief handhaving. Ik zal even zeggen hoe ik dit interpreteer, want dan kan ik de motie overnemen. We gaan met elkaar afspraken maken over welke gebieden we beschermenswaardig vinden en welke misschien niet. Vervolgens gebruiken we allen ons eigen instrumentarium. Ik ga niet instrumentarium weghalen bij anderen. Ons eigen instrumentarium is ook bindend. Op het moment dat wij iets in de Omgevingsvisie omschrijven, of een provincie in een provinciaal plan, of een gemeente in een bestemmingsplan, moet men zich daaraan houden. We maken geen nieuw juridisch instrumentarium, want dat is niet nodig. Dat hebben we gewoon. We maken afspraken over wat we willen. 

Als ik de motie zo mag lezen, laat ik het oordeel aan de Kamer. Als de Kamer zegt dat zij nog een ander instrumentarium wil, dan ontraad ik de motie en dan zou ik zeggen: houd deze aan totdat we het kustpact aanbieden, dan kan men het zien. 

De voorzitter:

Hier kan ik als voorzitter niet mee uit de voeten. Ik kijk even naar de indieners. 

Mevrouw Jacobi (PvdA):

De vraag is niet om een nieuw instrumentarium, maar om echt bindende afspraken te maken met al die overheden. Zo heb ik het gehoord, dus dan wordt het oordeel Kamer. Ik kan het niet anders interpreteren. 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Ik geef aan dat de binding zit in het eigen instrumentarium. Wij maken met elkaar afspraken. Een convenant of een pact is nooit bindend. Het is gewoon geen bindend instrument. Vervolgens zegt iedereen toe het in zijn eigen beleid en instrumentarium op te nemen. Daarmee wordt het bindend voor iedere overheidslaag. Het kustpact zelf is dat niet. Dat is wat ik probeer aan te geven. Als mevrouw Jacobi dat wel bedoelt, moet ik de motie ontraden. Of zij houdt de motie aan totdat wij het kustpact aanleveren. Dan kunnen we het gewoon goed met elkaar bekijken. Ik ben toch even precies, voorzitter, want anders zeggen partijen aan tafel misschien dat zij eruit stappen, omdat dat niet is wat zij willen. 

De voorzitter:

Er staat wat er staat: "verzoekt de regering, in het kustpact met de lagere overheden bindende afspraken te maken". Wat is uw oordeel daarover? 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Dan moet ik de motie ontraden. 

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 355. 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

De motie-Jacobi op stuk nr. 355 gaat over het Stroomlijn-project. Dat project betreft het weghalen van struiken uit de rivierbedding. De maatregelen die wij nemen, proberen wij zo zorgvuldig mogelijk uit te voeren. Er wordt gestreefd naar een optimale combinatie tussen het weghalen van vegetatie en het tegelijkertijd beschermen van het gebied en andere wezenlijke beleidsvelden als natuur en omgeving. Stilleggen is niet nodig; er wordt rekening gehouden met alternatieven, evenals met meekoppelkansen die er zijn. Die zijn ook meegenomen in de planvorming voor Ruimte voor de Rivier en het project Maaswerken. Ik ontraad de motie. 

Mevrouw Jacobi (PvdA):

Ik vraag om een uitzondering te maken voor de twee plaatsen waar heel grote ontwikkelingen spelen en om nog een keer met de betrokkenen te kijken naar een alternatief. Het betreft de gebieden Varik-Heesselt en Kampen. Meer vraag ik niet. Ik vraag niet om het Stroomlijn-project eruit te halen. 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Dat is helder, maar ook voor die gebieden geldt dat er een zorgvuldige afweging heeft plaatsgevonden. Die is ook meegenomen in de projecten in het kader van Ruimte voor de Rivier. Ik moet de motie op stuk nr. 355 derhalve ontraden. 

In de motie-Jacobi c.s. op stuk nr. 356 wordt de regering verzocht om voor het Volkerak-Zoommeer een ontwikkelperspectief tot 2028 voor de Kamer in kaart te brengen. Het oordeel over deze motie laat ik aan de Kamer. Er wordt mij niet gevraagd om alvast een rijksstructuurvisie vast te stellen. Dat kan immers niet, want dat zou op gespannen voet staan met het MIRT-spelregelkader. Er wordt mij gevraagd om aan tafel te gaan met diverse partijen en in beeld te brengen wat er kan en niet kan. De vorige keer heb ik al gezegd dat wij niet zomaar middelen van waterveiligheid naar waterkwaliteit kunnen brengen. Ik denk dus dat het goed is om met elkaar aan tafel te gaan zitten en te bezien wat de wensen en de mogelijkheden zijn en de Kamer daar vervolgens over te rapporteren. Als het mag — ik kijk nu naar de indiener van de moties — dan doe ik dat tijdens het WGO Water, omdat dit een logischer moment is, gelet op de samenhang met allerlei andere waterprojecten, dan de begrotingsbehandeling. 

Mevrouw Jacobi (PvdA):

Ik ben bereid om de woorden "de aanstaande begrotingsbehandeling" te vervangen door "het WGO Water". 

De voorzitter:

Wij gaan naar de motie op stuk nr. 357. 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

De motie-Geurts/Bisschop op stuk nr. 357 zie ik als ondersteuning van beleid. Wij vinden het belangrijk om het onderscheid tussen waterlichamen en niet-waterlichamen in beeld te brengen en tevens in beeld te brengen hoe het binnen de waterlichamen gesteld is met zout- en fosfaatrijke kwel, in samenhang met de evaluatie van de Meststoffenwet die daarop van toepassing is. Recent heeft de Kamer het rapport van de monitoring op 300 derogatiebedrijven ontvangen. Dat rapport is naar de Europese Commissie gestuurd. Die feitelijke informatie maakt deel uit van de dialoog met de Europese Commissie en andere lidstaten en wordt betrokken bij de totstandkoming van het zesde actieprogramma Nitraatrichtlijn en het daaraan verbonden behoud van de derogatie. Er wordt dus al conform de motie gehandeld. Ik wil de Kamer daar graag over informeren, maar een week voor de begrotingsbehandeling is te kort dag. Dat redden wij niet. 

Ik zie in mijn aantekeningen staan dat er uiterlijk 2018 een gedetailleerde analyse is, maar dat lijkt mij heel ver weg. Het is een gefaseerde aanpak, op basis waarvan een en ander gefaseerd wordt uitgewerkt. Misschien is het goed als ik de Kamer schriftelijk laat weten wanneer de gevraagde informatie er kan zijn. De behandeling van de Begroting 2017 red ik echter zeker niet. 

De heer Geurts (CDA):

Voor de zuiverheid meld ik dat dit akkoord is. Misschien kan de minister de motie dan overnemen. Dat scheelt vanavond weer een stemming. 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Ik kan de motie op stuk nr. 357 overnemen, met uitzondering van het daarin opgenomen verzoek om de gevraagde informatie een week voor de begrotingsbehandeling te hebben. 

De voorzitter:

Nee, dat gaat niet. Overnemen is overnemen. Laten wij nu zo min mogelijk in de moties veranderen, want anders wordt het helemaal gek. 

De heer Geurts (CDA):

Ik kan natuurlijk het laatste verzoek in het dictum schrappen. Dan krijgen wij daar nog een brief over. In dat geval kan de minister de motie overnemen. 

De voorzitter:

Iedereen heeft gevolgd hoe het gaat. U kunt de motie toch ook intrekken? 

De heer Geurts (CDA):

Ik zal de motie niet intrekken. 

De voorzitter:

Oké. Aanhouden. De motie op stuk nr. 357 is aangehouden. 

De heer Geurts (CDA):

Nee, voorzitter, ik deed een verzoek om het laatste deel van het dictum te schrappen. In dat geval zou de minister de motie kunnen overnemen. 

De voorzitter:

In dat geval moet u de motie wijzigen. De minister kan vervolgens de gewijzigde motie overnemen. Ik vraag nu aan de leden of er iemand bezwaar tegen heeft dat de minister de motie overneemt. Ik stel vast dat dit inderdaad het geval is. De motie komt derhalve gewoon in stemming. Het is dan aan de heer Geurts of hij er vanavond nog een gewijzigde motie van weet te maken. 

Wij gaan door, want dit kost veel te veel tijd. 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

In de motie-Geurts op stuk nr. 358 wordt de regering verzocht om opnieuw naar het plan Sluizen te kijken en de Kamer jaarlijks een rapportage toe te sturen. Het is bekend dat ik in principe positief sta tegenover het plan Sluizen, niet voor nu maar voor op de langere termijn. De kosten zijn heel hoog. Die kun je eventueel lager maken als dat nodig is, maar niet bij voorbaat terwijl je eerst andere zaken moet doen. Ik zeg het maar even heel kort door de bocht. Daar zit een heel verhaal achter. Ik ontraad deze motie omdat wij bij de actualisatie van de strategieën voor het Deltaprogramma iedere keer op de kansen van dit plan terugkomen, bijvoorbeeld in 2021. Jaarlijks een nader onderzoek vind ik echt te veel van het goede. 

In de motie-Wassenberg op stuk nr. 359 wordt de regering verzocht harde waarborgen voor de bescherming van de gehele Nederlandse kust in het kustpact op te nemen. Bij de eerste motie van mevrouw Jacobi was eigenlijk hetzelfde aan de orde. De regering kan niet namens alle andere partijen die harde waarborgen toezeggen omdat het beleid is verdeeld over verschillende overheden. Nogmaals, je zit met verschillende partijen aan tafel om gezamenlijk een kustpact te maken. Ik moet ook deze motie ontraden. Het is niet dat wij met z'n allen iets anders zouden willen. Dat is het lastige ervan. Wij willen met elkaar de kust gaan beschermen, maar wij willen dat wel doen met respect voor eenieders rol en bevoegdheden. Ook deze motie zal ik dus moeten ontraden. Ik hoop eigenlijk dat de indiener de motie wil aanhouden tot wij het kustpact in de Kamer bespreken. Het is beter discussiëren als de inhoud bekend is. 

De heer Wassenberg vraagt de regering in zijn motie op stuk nr. 360 om de regie terug te nemen over het instrumentarium van ruimtelijke ordening. Hij zegt dat de minister die uit handen heeft gegeven. Die is echter al jaren uit handen van de regering. Dat heeft deze regering niet gedaan. Gemeenten en provincies hebben hun eigen ruimtelijk beleid. Dat is altijd zo geweest. Dat willen wij ook op bijna alle vlakken. In dit geval kunnen en willen wij dat niet doen. Ik ontraad dus ook deze motie. Zij is ook niet nodig, omdat ik in het kustpact goede en duidelijke afspraken ga maken om de waarde van de kust te beschermen. Die afspraken, zo zeg ik maar even, zullen zo bindend mogelijk zijn. Ik zal daar de regie over voeren. 

De heer Wassenberg (PvdD):

Ik ben nog relatief nieuw in dit huis, maar volgens mij is de ambtsvoorganger van de minister ook "de minister". Vandaar dat het in de motie zo is geformuleerd. 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Eigenlijk hebben gemeenten altijd al het ruimtelijkeordeningsbeleid voor hun eigen grondgebied mogen voeren. Dat is niet gedecentraliseerd. Provincies hebben ook altijd eigen bevoegdheden gehad. Wij hebben wel onderdelen van bijvoorbeeld het nationaal ruimtelijk beleid overgeheveld, maar dat betrof niet de verantwoordelijkheid voor de kust. Daarbij ging het om een aantal nationale landschappen, die uiteindelijk provinciale landschappen zijn geworden. De situatie is dus eigenlijk zoals die altijd is geweest. Zo moet die ook blijven, want er valt natuurlijk veel meer onder de bevoegdheden van de gemeenten dan alleen maar de kust. Het belangrijkste is dat wij, wakker geschud door de discussie die over de kust wordt gevoerd, dit het met elkaar bespreken: wij willen bescherming, hoe gaan wij die realiseren, hoe worden wij het daar met elkaar over eens, welke delen zijn beschermwaardig en bij welke is dat wat minder en kunnen wij een en ander toelaten? Dat moeten wij helder met elkaar vastleggen en daar moeten wij als bestuurders voor gaan staan. Dat is eigenlijk veel interessanter dan de vraag of dit in één hand is of niet, want zo zal het nooit zijn bij het ruimtelijk beleid. 

De voorzitter:

De achtste motie. Mag ik de mensen achterin vragen of zij, als zij willen overleggen, dat op de gang willen doen? 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

De motie-Wassenberg op stuk nr. 361 gaat over de kraamkamer voor vissen in windmolenparken. In de context van de KRM, de Kaderrichtlijn Mariene Strategie, zet ik mij in voor ecologisch herstel. Daarnaast heeft de Kamer mij ertoe opgeroepen rekening te houden met diverse economische belangen in het Noordzeegebied, zoals de visserij. Ik probeer een goede combinatie van beide te bereiken. Ik ga niet bij voorbaat een van de belangen een voorkeurspositie geven. Ik heb immers ook gezegd dat ik hierop terugkom. Ik moet deze motie dus ontraden. 

Dan kom ik bij de motie op stuk nr. 362 waarin de regering wordt verzocht een monitoring- en evaluatieplan op te stellen voor het onderwatergeluid. Ik vind dit van groot belang. We doen dat op veel terreinen. Ik zal het ook onderzoeken, maar … Ik heb hier "aanhouden" staan, maar ik vraag me af waarom dat zo is. Voor de zekerheid laat ik het oordeel aan de Kamer. 

De voorzitter:

Zullen we deze motie aan het einde van de reeks nog even laten terugkomen? Er komt vast nog wel een briefje in uw richting. 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Dat is inderdaad veiliger. 

Dan kom ik bij de motie op stuk nr. 363 van mevrouw Visser, de heer Geurts en de heer Bisschop. In deze motie wordt de regering verzocht om de systematiek van het Mesdagfonds toe te passen op het waterbeleid. Ik neem deze motie over. Ik zal de voorgestelde NSL-aanpak voor waterkwaliteit overnemen en dat vormgeven in de uitwerking van de Delta-aanpak Waterkwaliteit. Ik informeer de Kamer daarover eind 2016. 

De voorzitter:

De minister heeft aangegeven de motie te willen overnemen. Is daartegen bezwaar bij een of meer leden? Dat is niet het geval. 

De voorzitter:

De motie-Visser c.s. (27625, nr. 363) is overgenomen. 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Ik heb de motie op stuk nr. 364 nog niet; ik wacht die nog even af. Ik ga daarom door met de motie op stuk nr. 365. In deze motie wordt de regering verzocht gemeenten ertoe te bewegen om bouwplannen te bevriezen. Ik ontraad deze motie. Ik ga met partijen die bij het Kustpact betrokken zijn, waaronder de gemeenten en Natuurmonumenten, de geïnventariseerde bouwplannen nader verkennen en analyseren. Daar zitten ook plannen bij die nieuw worden genoemd, maar die bijvoorbeeld het opknappen van een bestaand hotel behelzen. Er zitten dus een heleboel hiaten in. Toen we deze week om tafel zaten, werd dat door alle partijen ook onderkend. Ik zal zeker geen bouwplannen tegenhouden die in het beleid passen en die de waarden niet aantasten. Naar zaken waarover ik me zorgen maak omdat ze dat wel zouden doen, zal ik kijken en besluiten of ik die ga aanhouden. Dat behoort ook tot mijn eigen bevoegdheid. Ik ontraad deze motie. 

Ik heb nog een aanvulling op de motie op stuk nr. 362, waarin werd verzocht om een monitoring- en evaluatieplan op te stellen. Dat doen we al. Daarmee kunnen we de motie overnemen. 

De voorzitter:

De minister geeft aan de motie op stuk nr. 362 over te willen nemen? 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Ja, die motie ging over het opstellen van een monitoring- en evaluatieplan voor het onderwatergeluid. Dat doen we al, daarom kunnen we die motie overnemen. 

De voorzitter:

Is daar bezwaar tegen bij een of meer leden? Dat is het geval. Dan is de motie niet overgenomen en zal de Kamer erover stemmen. 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Ik heb de motie op nr. 364 inmiddels voor me. Die kwam nog voor de motie op stuk nr. 365. Daarna ga ik weer netjes het rijtje af. Die motie zie ik als ondersteuning van beleid. Er wordt gevraagd de lokale economische effecten van windenergie op zee in kaart te brengen en die te betrekken bij het Kustpact. Ik zeg wederom dat ik natuurlijk wel maar een van de spelers ben bij het Kustpact. Ik kan anderen niet dwingen om iets mee te nemen, maar ik zal het in ieder geval inbrengen. Ik zie de motie dus als ondersteuning van beleid en kan deze overnemen. 

De voorzitter:

De minister heeft aangegeven de motie te willen overnemen. Is daartegen bezwaar bij een of meer leden? Ik constateer dat de heer Wassenberg daartegen bezwaar maakt. De motie is daarmee niet overgenomen; de Kamer zal erover stemmen. 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Excuus voor het rommeltje, maar ik zal me nu weer aan de volgorde houden. Ik ben toe aan de motie op stuk nr. 366, die ik moet ontraden. De verantwoordelijkheid ligt bij de decentrale overheden. Ik heb het initiatief genomen om deze onderling tot kennisuitwisseling te kunnen laten komen, maar de verantwoordelijkheid moet bij de decentrale partijen blijven liggen. Hoe mooi de motie ook geformuleerd is, ik moet haar ontraden. 

De voorzitter:

Ik zie dat de heer Smaling hierop wil reageren. Ja, mooi proza helpt niet altijd. 

De heer Smaling (SP):

Nee. Er zijn moties aangenomen en er is ook een congres geweest dat heel veel in beweging heeft gebracht, maar het ministerie levert er echt geen enkele bijdrage aan. Er was niet eens iemand van het ministerie aanwezig. 

De voorzitter:

Geen discussie op dit tijdstip! Wat is uw vraag? 

De heer Smaling (SP):

Jawel. Dat kan, want het ministerie ligt aan de overkant. Ik vind gewoon dat hier meer actie vanuit de regering op moet komen. Er zijn twee aangenomen moties. Waarom wordt deze dan ontraden? Dat snap ik echt niet. 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Volgens mij heeft het ministerie gewoon bijdragen geleverd aan het kennisfront. Wij hebben ook het initiatief genomen om ervoor te zorgen dat ze onderling tot kennisuitwisseling konden komen. Wij leveren dus zeker een bijdrage. Er zijn nu eenmaal zaken die je nationaal moet oppakken en trekken. Daar moet je dan ook heel hard aan trekken, en daar hebben we het al zwaar genoeg mee. En er zijn ook zaken die je gewoon op decentraal niveau moet laten liggen, die tot de verantwoordelijkheid van de decentrale overheid behoren. We helpen ze dus om over de gemeenten en regio's heen kennis uit te wisselen, zodat ze zelf hun eigen taken kunnen aanpakken. 

De voorzitter:

Volgende motie. We lopen achter op het schema. 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

In de motie op stuk nr. 367 wordt de regering gevraagd om te monitoren op naleving van het Kustpact. Ik zie de motie als ondersteuning van beleid. Een monitoring van de afspraken is natuurlijk van belang en zal ook onderdeel zijn van het Kustpact. De juiste wijze van monitoring, vooral de vraag wie daarmee wordt belast en waar die monitoring op wordt gericht, leg ik niet nu al vast. Dat wil ik ook niet nu al vastleggen. Daarover ben ik in overleg met betrokken partijen. We zullen met elkaar nalevings- en monitoringsafspraken maken, maar de wijze waarop dat gebeurt, zal niet vast komen te liggen. Ik zie de motie dus als ondersteuning van beleid. 

De voorzitter:

Dat betekent oordeel Kamer? 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Ja. 

In de motie op stuk nr. 368 wordt de regering verzocht om onderzoek te doen naar de effectiviteit van natuurlijke retentie in de brongebieden van de Rijn. De aanpak van de zoetwatervoorziening komt aan de orde in de Internationale Rijncommissie, die wij samen met de buurlanden hebben ingesteld. Daarover hebben wij ook verschillende studies tot onze beschikking. Bovenstroomse retentiemogelijkheden zijn beperkt. Als ik de motie mag lezen als een inspiratie om de dialoog in de Internationale Commissie ter Bescherming van de Rijn voort te zetten, dan kan ik de motie als ondersteuning van het beleid zien en dus overnemen. 

Mevrouw Koşer Kaya (D66):

Mijn collega-indiener is even weggelopen, maar wat mij betreft is het oké. 

De voorzitter:

De motie-Koşer Kaya/Belhaj (27625, nr. 368) is overgenomen. 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

In de motie op stuk nr. 369 wordt de regering een aantal verzoeken gedaan. Ik heb drie verschillende oordelen over de motie. Het eerste verzoek is om een onderscheid te maken tussen Kaderrichtlijn Water-waterlichamen en niet KRW-waterlichamen, en voor de niet-KRW-waterlichamen geen toestandsbeoordeling op te nemen. Conform de Kaderrichtlijn Water maken de waterbeheerders onderscheid tussen die twee waterlichamen: KRW-waterlichamen en niet-KRW-waterlichamen. De Europese Commissie beoordeelt alleen de kwaliteit van de waterlichamen. Er wordt dus al conform de voorgestelde aanpak gewerkt. 

Er wordt al conform de inhoud van de motie gehandeld. Ik heb daar net eigenlijk ook al iets over gezegd, toen ik sprak over de rapportages die we naar de Europese Commissie sturen. Ik kan de motie derhalve zien als ondersteuning van beleid en laat het oordeel daarover aan de Kamer. 

In de motie-Bisschop c.s. op stuk nr. 370 wordt de regering gevraagd om met de visserijsector nader te bepalen om visrijke delen van het Friese Front niet te sluiten voor bodemberoerende visserij. Samen met de staatssecretaris van EZ heb ik de motie-Bisschop uitgevoerd. Ik heb rekening gehouden met de belangen van de visserij en voldoende ruimte gelaten om te vissen. Ik heb de gebiedssluiting beperkt. Wellicht heb ik deze breder gemaakt dan de SGP misschien had gewild. omdat ik het ook van belang vind dat er ecologisch herstel plaatsvindt, maar ik heb het ook weer niet zo smal gemaakt als de visserijsector had gewild. Daarom zit ik niet op een minimum. Als ik de motie zo mag interpreteren dat ik samen met de staatssecretaris van Economische Zaken in overleg ga met de visserijsector en de natuursector over de twee varianten die ik onlangs aan de Kamer heb voorgesteld, waarbij in de ene variant nog wat meer flexibiliteit aan de visserij wordt geboden dan in de andere, dan kan ik de motie overnemen. Indien die ruimte niet wordt geboden, zal ik de motie ontraden. Ik zie dat de woordvoerder van de SGP zijn duim omhoog steekt. 

De voorzitter:

Nee, u moet even naar de microfoon komen, mijnheer Bisschop. De minister geeft een bepaalde interpretatie. 

De heer Bisschop (SGP):

Ik dacht via non-verbale communicatie de tijd iets te kunnen inlopen, maar goed. Ik vertel graag dat wij ons kunnen vinden in de interpretatie van de minister. Ik ben blij dat de minister de motie overneemt. 

De voorzitter:

De motie-Bisschop c.s. (27625, nr. 370) is overgenomen. 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

De motie-Houwers op stuk nr. 371 beschouw ik als ondersteuning van beleid. Formeel maken de medicijnresten geen deel uit van de KRW-route zoals vastgesteld in 2009. Het zuiveren van medicijnresten wordt in de Delta-aanpak op basis van hotspotanalyse gefaseerd ingevoerd in overleg met alle partijen. Ik kan dat niet verplichten, maar als ik de motie zo mag begrijpen dat wij proberen om een en ander gezamenlijk zo goed mogelijk te realiseren maar het niet te verplichten, zie ik de motie als ondersteuning van beleid. 

De heer Houwers (Houwers):

Met die uitleg kan ik leven. 

De voorzitter:

Dan is het advies van de minister dus "oordeel Kamer", begrijp ik. 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Ja. 

De heer Smaling heeft een vraag gesteld over de Grevelingen. Het betreft een verzoek om besteding van verlengde middelen, dus na 2028, voor zover ik het kan zien. Daar kan en wil ik geen ad-hocbeslissing over nemen. Ik wil dat in het bredere plaatje bezien. Ik heb een verzoek liggen waarin om een breder plaatje wordt gevraagd. Het is voor mij mogelijk om dat te bieden, want als je het bij een WGO water aanbiedt, kun je ook de andere wensen zien. Tijdens het AO MIRT heb ik al gezegd dat ik nationale en regionale prioriteiten naast elkaar wil leggen. Daar ga ik de komende BO's MIRT met de regio's over in gesprek. In oktober of november kom ik met een advies over de besteding van de verlengde middelen naar de Kamer, om te bespreken tijdens het BO MIRT, maar ook tijdens het WGO water voor zover het de verlengde middelen van het Deltafonds betreft. Daarbij wordt ook het advies voor de ontwikkeling van de Grevelingen betrokken. 

De beraadslaging wordt gesloten. 

De voorzitter:

Wij zullen vanavond laat of morgenochtend vroeg over de ingediende moties stemmen.