Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-2016nr. 106, item 39

39 Zwangerschap en geboorte

Aan de orde is het VAO Zwangerschap en geboorte (AO d.d. 23/06). 

Mevrouw Leijten (SP):

Voorzitter. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat eerstelijnsverloskunde een volwaardige positie verdient voor een optimale geboortezorg met keuzevrijheid; 

spreekt uit dat de financiering van de geboortezorg er niet toe mag leiden dat een dergelijke positie wordt ondermijnd en de eerstelijnsverloskunde als discipline verdwijnt, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Leijten en Van Gerven. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 90 (32279). 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat de minister per 1 januari 2017 de integrale bekostiging in de geboortezorg mogelijk wil maken naast de huidige vorm van financiering; 

overwegende dat zorgverzekeraars een voorstander zijn van integrale bekostiging; 

constaterende dat veel partijen en zorgverleners in de geboortezorg per 1 januari 2017 niet over willen gaan op de integrale bekostiging omdat zij deze wijze van financieren niet adequaat vinden dan wel nog veel te vroeg vinden om in te voeren; 

van mening dat de partijen in de geboortezorg bij de inkoop van zorg voor 2017 en volgende jaren nooit gedwongen mogen worden om over te gaan op integrale bekostiging; 

verzoekt de regering, uit te spreken dat een overgang op integrale bekostiging in alle gevallen alleen op basis van vrijwilligheid en lokale instemming plaats mag vinden en niet door zorgverzekeraars op enigerlei wijze mag worden afgedwongen en dat de NZa hier adequaat toezicht op uitoefent, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Leijten, Van Gerven en Voortman. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 91 (32279). 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat de eigen bijdrage voor kraamzorg voor vrouwen een reden kan zijn om af te zien van deze zorg; 

van mening dat deze zorg bijdraagt aan het terugdringen van babysterfte en kan zorgen voor een goede start van het kind en de moeder, en daarom een wezenlijke voorziening is; 

verzoekt de regering, de eigen bijdrage voor de kraamzorg af te schaffen, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Leijten en Van Gerven. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 92 (32279). 

Mevrouw Leijten (SP):

Dan de volgende motie. 

Mevrouw Pia Dijkstra (D66):

Voorzitter. We hadden een goed algemeen overleg met de minister over de integrale bekostiging van de geboortezorg. Voor één aspect wil ik nog even aandacht vragen. Dat doe ik via deze motie. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

van mening dat het van groot belang is dat vrouwen die zwanger (willen) worden weten welke rol voeding en leefstijl hierbij spelen; 

van mening dat die voorlichting tijdig gegeven dient te worden; 

verzoekt de regering, nog in 2016 in kaart te brengen op hoeveel mbo-scholen deze voorlichting adequaat vorm wordt gegeven en de Kamer daarover uiterlijk in december 2016 te informeren, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Pia Dijkstra. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 93 (32279). 

De voorzitter:

Ik had het woord willen geven aan mevrouw Dik-Faber namens de ChristenUnie, maar zij is niet aanwezig. 

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst. 

Minister Schippers:

Voorzitter. Heel speciaal bij het debat dat we hebben gevoerd, was dat er heel veel misverstanden bestonden over wat er eigenlijk ging gebeuren. Ik las van alles in kranten over verloskundigen die in dienst zouden moeten van ziekenhuizen of over de integrale bekostiging die iedereen per 1 januari 2017 zou krijgen en waar men geen zelfstandige keuze meer in zou hebben. 

Dat was erg jammer, want wat was er aan de hand? Er kwamen een aantal verloskundige samenwerkingsverbanden naar mij toe, die zeiden: de huidige financiering is voor ons een belemmering; kun jij dat oplossen, want wij hebben echt behoefte aan een nieuwe manier van financieren? Die verloskundige samenwerkingsverbanden doen het heel goed en kunnen niet verder. Met die integrale bekostiging als optie wil ik bij instellingen per 1 januari 2017 die verloskundige samenwerkingsverbanden de wind in de rug geven om juist beter te worden in wat zij doen en om al die financiële schotten en belemmeringen weg te halen. 

Daarbij krijg je natuurlijk dat in die verloskundige samenwerkingsverbanden de verloskundige onderdeel wordt van een integrale zorg en er dus niet meer een aparte lijn bestaat. Dat betekent niet dat dit in het hele land niet meer het geval is. Dat is het lastige bij de motie. Het is niet zo dat de eerstelijns verloskundige als discipline overal blijft bestaan. Daar waar de verloskundige samenwerkingsverbanden niet een aparte discipline zijn maar juist één manier van zorg aanbieden, is dat belangrijk. Is het dan zo dat het overal moet gebeuren en dat verloskundigen nergens meer een eigen discipline zijn? Nee, dat is ook niet het geval. Ik wil niet zeggen dat die altijd als discipline moet blijven bestaan als verloskundigen zelf zeggen dat zij heel graag een integraal pakket willen aanbieden. Daarom ontraad ik de motie. 

In de motie op stuk nr. 91 wordt de regering gevraagd uit te spreken dat een overgang op integrale bekostiging in alle gevallen alleen op basis van vrijwilligheid en lokale instemming plaats mag vinden en niet door zorgverzekeraars op enigerlei wijze mag worden afgedwongen. Dat is ondersteuning van beleid. Ik heb in het debat gezegd dat het een "naast"-financiering is en niet een "in de plaats van"-financiering. Deze motie zie ik dus als ondersteuning van beleid. 

De motie op stuk nr. 92 gaat over de eigen bijdrage voor de kraamzorg. Er wordt gevraagd of ik die zou willen afschaffen. Ik ontraad de motie. Er is geen financiële dekking voor en ik heb ook al in het debat gewisseld dat wij aan het eind van de zomer van het Zorginstituut een advies hierover krijgen. Dat moeten wij afwachten. 

De voorzitter:

Of u kunt de indienster vragen de motie aan te houden. 

Minister Schippers:

Dat zou ook kunnen. 

De voorzitter:

De indienster handhaaft de motie. 

Minister Schippers:

Dan kom ik bij de motie op stuk nr. 93. Hierin wordt de regering verzocht om in kaart te brengen in hoeveel mbo-scholen de voorlichting adequaat wordt vormgegeven. Ik zie deze motie ook als ondersteuning van beleid. Ik heb dat in het AO toegelicht. 

De voorzitter:

Mevrouw Leijten. 

Mevrouw Leijten (SP):

Nu worden twee moties als ondersteuning van beleid gezien. De minister kan die overnemen, dan hoeven wij er niet over te stemmen. Ik geef die suggestie aan de voorzitter om wellicht aan de minister voor te leggen. 

De voorzitter:

Een buitengewoon nuttige suggestie. Wij moeten zien wat de minister daarmee doet. 

Minister Schippers:

Ik heb dat één keer gedaan en dat is mij niet goed bevallen. Ik zou zeggen: laat de Kamer er gewoon over stemmen. 

De voorzitter:

U gaat daarover. Nu is daarnet mevrouw Wolbert tussen wal en schip gevallen. Ik stel de Kamer voor haar de pikhaak te reiken en haar alsnog op te vissen. Met excuus, mevrouw Wolbert van de PvdA, uw termijn, bij wijze van uitzondering. 

Mevrouw Wolbert (PvdA):

Voorzitter. Excuus aanvaard. Ik zat zelf niet op te letten. Ik dacht dat u op mevrouw Dik-Faber aan het wachten was. Ik ben blij dat ik hier sta. Ik heb op twee punten een motie. De eerste motie gaat over het Vlietlandziekenhuis. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat verloskundigen, huisartsen en inwoners van regio Schiedam, Vlaardingen, Nissewaard en Maassluis bezorgd zijn over de kwaliteit en bereikbaarheid van geboortezorg sinds het Franciscus Gasthuis & Vlietland-besluit om geboortezorg en kindergeneeskunde te verplaatsen naar Rotterdam; 

van mening dat goed overleg tussen betrokken bestuurders en zorgverleners van groot belang is voor goede samenwerking in de geboortezorg; 

verzoekt de regering te bevorderen: 

  • -dat de geboortezorg in deze regio in goede afstemming met alle betrokken bestuurders en zorgverleners (waaronder verloskundigen, kraamzorg) wordt vormgegeven opdat de kwaliteit, veiligheid en bereikbaarheid van de geboortezorg wordt gewaarborgd; 

  • -dat het Franciscus Gasthuis en Vlietland zich zichtbaar en merkbaar optimaal zal inspannen om het vertrouwen van de huisartsen te herwinnen en gedurende dat traject geen onomkeerbare stappen zal zetten, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Wolbert en Bruins Slot. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 94 (32279). 

Mevrouw Wolbert (PvdA):

Ik heb de minister gevraagd of het mogelijk is dat ouders voortaan worden gevraagd om bij de perinatale audit aanwezig te zijn. De minister vond dat een goed idee, maar ik wil eigenlijk een stapje verder gaan en haar vragen om daarvoor met de beroepsgroepen een experiment te starten. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat de lokale perinatale audit een goede gelegenheid is om te signaleren in hoeverre er fouten zijn gemaakt in de communicatie naar ouders en of er tijdig is gereageerd op signalen van de ouders; 

van mening dat het van groot belang is om ouders serieus te nemen in hun verdriet en dat zij hun verhaal kunnen vertellen aan de betrokken zorgverleners; 

verzoekt de regering, samen met beroepsgroepen een experiment te starten waarin ouders proactief worden uitgenodigd als hun kind besproken wordt in de lokale perinatale audit en de Kamer uiterlijk 1 oktober 2016 te berichten over de voortgang, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Wolbert. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 95 (32279). 

De voorzitter:

Kan de minister al antwoorden of wachten we even op de moties? 

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst. 

Minister Schippers:

Voorzitter. In de motie op stuk nr. 94 van mevrouw Wolbert wordt gevraagd om te bevorderen dat de geboortezorg in deze regio in goede afstemming met alle betrokken bestuurders en zorgverleners wordt vormgegeven en dat de ziekenhuizen zich zichtbaar en merkbaar optimaal inspannen om het vertrouwen van de huisartsen te herwinnen. Ik vind het een heel goed teken dat de verloskundigen en de kraamzorg weer met het ziekenhuis om de tafel zitten en dat zij hebben afgesproken zich gezamenlijk te zullen richten op het verder vormgeven van de integrale geboortezorg. Ik hoop dat een dergelijke uitkomst er ook kan komen voor de huisartsen en het ziekenhuis. Derhalve, en ook omdat er "bevorderen" staat — ik kan immers niets afdwingen — wil ik zeker bevorderen dat men zich hiervoor maximaal gaat inspannen. Ik laat het oordeel over deze motie aan de Kamer. 

In de motie op stuk nr. 95 wordt de regering verzocht om samen met de beroepsgroepen een experiment te starten waarin ouders proactief worden uitgenodigd als hun kind wordt besproken in de lokale perinatale audit, en de Kamer hierover in oktober 2016 te berichten. Ik zie deze motie als ondersteuning van beleid. Perined, de organisatie die de audits organiseert en uitvoert, is gestart met het betrekken van ouders in een pilot in Nijmegen. Binnenkort gaan dergelijke pilots in Leiden en Groningen van start. Ik kan de Kamer na het zomerreces, in ieder geval voor 1 oktober, over die pilots informeren. Ik zie deze motie dus als ondersteuning van beleid. 

De beraadslaging wordt gesloten. 

De voorzitter:

We zijn nu echt aan het einde van dit VAO. Ik stel voor om binnen elf uur over de ingediende moties te stemmen.