Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-2016nr. 106, item 32

32 Waterschade in Zuidoost-Nederland

Aan de orde is het VAO Waterschade in Zuidoost-Nederland (AO d.d. 07/07.

De voorzitter:

Ik heet de staatssecretaris van harte welkom. Wij gaan vlot van start. De eerste spreker is de heer Geurts van het CDA. De spreektijd is twee minuten maximaal, maar het mag ook minder.

De heer Geurts (CDA):

Voorzitter. Ik heb twee moties.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Zuidoost-Nederland recentelijk getroffen is door extreme regenval en hagelstorm;

overwegende dat de overheid abrupte maatschappelijke ontwrichting moet voorkomen en solidariteit met gedupeerden in Zuidoost-Nederland nodig is;

verzoekt de regering, de Wet tegemoetkoming schade bij rampen van toepassing te verklaren of een noodfonds in te stellen of een andere gelijkwaardige oplossing voor de gedupeerden van de extreme hagelstorm en regenval in Zuidoost-Nederland te bewerkstelligen en na het zomerreces de uitwerking van het voorstel aan de Kamer voor te leggen;

verzoekt de regering voorts, dit voorstel in overleg met de provincies Noord-Brabant, Limburg, de betrokken gemeenten, waterschappen en de belangenbehartiging van ondernemers vorm te geven en alleen schadeposten die niet redelijkerwijs verzekerbaar, verhaalbaar of vermijdbaar zijn, voor een tegemoetkoming in aanmerking te laten komen en te stimuleren dat de regionale economie erbij wordt betrokken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Geurts, Dijkgraaf, Van Gerven, Graus en Dik-Faber.

Zij krijgt nr. 52 (31710).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Zuidoost-Nederland recentelijk getroffen is door extreme regenval en hagelstorm;

verzoekt de regering, per direct bij herstel van daken een slimme koppeling met Noord-Brabants en Limburgs provinciaal beleid te maken voor het plaatsen van zonnepanelen;

verzoekt de regering voorts, snelle sanering van getroffen asbestdaken te bevorderen, eventuele belemmeringen weg te nemen en subsidieaanvragen bij zonnepanelen te versnellen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Geurts, Dik-Faber en Dijkgraaf. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 53 (31710).

De heer Van Gerven (SP):

Voorzitter. Ik heb een tweetal moties, die niet zullen verbazen gezien het debat dat wij vanmorgen met de staatssecretaris gevoerd hebben. Ik doe nogmaals een oproep aan hem om zich vooral als een superman te gedragen die zorgt voor oplossingen voor het ernstig getroffen gebied.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat door de hagelinslag in Zuidoost-Brabant en Noord- en Midden-Limburg vele asbestdaken beschadigd zijn;

overwegende dat er subsidieregelingen zijn om asbestdaken te saneren;

spreekt uit dat iedereen in het getroffen gebied die in aanmerking komt voor een dergelijke subsidieregeling, hier ook gebruik van kan maken als hij of zij dat wil en dat beschikbare budgetten hiervoor — indien noodzakelijk — dienen te worden opgehoogd,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Gerven. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 54 (31710).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de extreme weersomstandigheden in Zuidoost-Brabant en Noord- en Midden-Limburg hebben geleid tot grote schade, waardoor faillissementen dreigen voor financieel gezonde bedrijven;

overwegende dat er sprake kan zijn van onverzekerbare schade, onvoorzienbare omstandigheden of schrijnende gevallen;

spreekt uit dat gezonde bedrijven door deze natuurramp niet failliet behoren te gaan en roept de regering op om hierop in te zetten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van Gerven en Dik-Faber. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 55 (31710).

De heer Leenders (PvdA):

Voorzitter. Wij hebben vanochtend intensief gesproken over de waterschade in de getroffen gebieden Oost-Brabant en Limburg. Wij hebben de staatssecretaris aangegeven dat wij als Kamerleden graag nauwgezet op de hoogte willen blijven, ook in het zomerreces. Vandaar dat ik de volgende motie indien.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de staatssecretaris het initiatief heeft genomen tot een gezamenlijke werkgroep die lopende initiatieven gaat inventariseren, en af te stemmen wat eenieder binnen de eigen verantwoordelijkheid kan doen;

overwegende dat getroffenen in de regio Oost-Brabant en Limburg geholpen zijn met snelle en adequate oplossingen;

verzoekt de regering, aan de Kamerleden en decentrale overheden de mogelijkheid te bieden hun bevindingen en ideeën voor zowel de korte als de langere termijn aan te reiken en deze in de werkgroep in te brengen;

verzoekt de regering tevens, regelmatig aan de Kamer te rapporteren over de resultaten van het werk van de gezamenlijke werkgroep en over de door de regering aangekondigde aanpak ter ondersteuning van de bedrijven;

verzoekt de regering voorts, de aangekondigde evaluatie van de brede weersverzekering en de ervaringen die nu worden opgedaan te bespreken in de werkgroep en te betrekken bij de kabinetsreactie op de evaluatie,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Leenders en Lodders. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 56 (31710).

De heer Graus (PVV):

Mevrouw de voorzitter. Ik sluit mij aan bij de motie van het CDA, van de heer Geurts. Ik heb die motie ook medeondertekend. Ik hoop dat de hele oppositie daaraan meedoet en dat de coalitie de motie zal steunen. Tijdens het AO bleek dat er werkgroepen en meldpunten zijn en dat resten van asbestdaken worden opgeruimd. We hebben het ook gehad over "scheurtjes", terwijl er gewoon honderden bedrijven naar de knoppen zijn gegaan die voor ons allemaal, zoals we hier zitten, in onze primaire levensbehoeften voorzien. Ik zeg hier nogmaals — dat zeg ik al heel lang — dat er miljarden naar Griekenland en naar de EU gaan en dat in het voormalige Oostblok jeu-de-boulesbaantjes worden aangelegd met geld van onze boeren, als grootste nettobetalers, en van iedere burger, als een van de grootste nettobetalers. Het kan dan niet zo zijn dat er nu geen geld is voor onze boeren en het kan al helemaal niet zo zijn dat er wel geld is voor bankbobo's. Daar zijn miljarden in gestoken. Dat kan gewoon niet! Dat krijgen wij niemand uitgelegd. Ik voorzie dat onze motie het niet gaat halen, want de PvdA en de VVD houden elkaar als een Siamese tweeling angstvallig vast op weg naar de verkiezingen, omdat zij alle twee een pak op hun broek krijgen van de kiezers. Ze moeten het dus zo lang mogelijk met elkaar proberen vol te houden, maar er moet ook eens aan het algemeen belang gedacht worden, aan het nationaal belang. Onze boeren zijn van nationaal belang.

Mevrouw Lodders, u kunt knikken wat u wilt, maar dit zijn de feiten. Ik vind niet dat u namens de VVD en de heer Leenders namens de PvdA opkomen voor het nationaal belang. Het gaat om onze boeren, om onze primaire levensbehoeften en om een natuurramp van ongekende omvang, die de afgelopen 100 jaar nooit is voorgekomen.

De voorzitter:

U hebt mevrouw Lodders uitgelokt. Ik wil wel zeggen dat dit een debat is over het verslag van het algemeen overleg en niet een voortzetting van het algemeen overleg. Ik hoop dus dat we het allemaal kort kunnen houden, want we hebben de rest van de dag nogal wat verslagen te behandelen. Ik geef het woord kort aan mevrouw Lodders.

Mevrouw Lodders (VVD):

Dat is precies de reden waarom ik het kort zal houden. We hebben het debat zojuist gehad en ik heb hier afstand van genomen. Iedere hier aanwezige partij heeft daar gezegd hoe zij hierover denkt.

De voorzitter:

Dat is helder. Mijnheer Graus, u hebt nog dertien seconden.

De heer Graus (PVV):

Zo'n natuurramp heeft de afgelopen tien jaar niet in ons land plaatsgevonden. Daar gelden nieuwe regels en nieuwe wetten voor. Ik verzoek de staatssecretaris nogmaals om de boeren tegemoet te komen door artikel 3 van de Wet tegemoetkoming schade bij rampen in werking te laten treden. Dat is mijn verzoek.

Mevrouw Lodders (VVD):

Voorzitter. Ik dien twee moties in. De eerste motie gaat over de flexibiliteit van het gemeenschappelijk landbouwbeleid.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de getroffen ondernemers gebaat zijn bij praktische oplossingen en flexibiliteit om zo snel mogelijk weer aan de slag te kunnen;

overwegende dat vanuit het gemeenschappelijk landbouwbeleid er regelgeving kan zijn die een spoedig herstel in de weg kan staan, zoals herbemesting en het voldoen aan voorwaarden in het kader van de vergroening;

verzoekt de regering, bij de komende Landbouw- en Visserijraad melding te maken van de situatie in de getroffen gebieden;

verzoekt de regering tevens, aan te dringen bij de Europese Commissie op de benodigde flexibiliteit bij de uitvoering van de wet- en regelgeving in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) en daarbij extra administratieve lasten te voorkomen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Lodders. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 57 (31710).

Mevrouw Lodders (VVD):

Mijn tweede motie gaat over psychosociale hulpverlening.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de aanhoudende regen in juni en de ongekende hagelstorm van 23 juni naast grote materiele schade ook maatschappelijke schade tot gevolg hebben;

overwegende dat de beelden van de angstaanjagende hagelstorm bij mensen op het netvlies gegrift staan en dit van grote impact is op de getroffenen;

overwegende dat er een werkgroep in het leven is geroepen die vooral de economische en werkgelegenheidseffecten zal monitoren;

verzoekt de regering, bij de aanpak van de werkgroep nadrukkelijk aandacht te besteden aan psychosociale hulp en de noodzakelijke nazorg,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Lodders en Leenders. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 58 (31710).

De voorzitter:

De heer Van Gerven wil nog iets over zijn motie zeggen.

De heer Van Gerven (SP):

Het gaat om mijn motie op stuk nr. 55. Het dictum daarvan luidt: spreekt uit dat gezonde bedrijven door deze natuurramp niet failliet behoren te gaan en roept de regering op hierop in te zetten. Deze motie is medeondertekend door mevrouw Dik-Faber.

De voorzitter:

Dat is bij dezen genoteerd.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Voorzitter. Ik bedank de heer Van Gerven dat ik de motie mede mag ondertekenen. Ik had exact dezelfde motie liggen, maar hij had het net iets netter opgeschreven dan ik. Het is alleen maar efficiënt dat ik zijn motie kon medeondertekenen. Mijn naam staat ook onder twee moties van het CDA. Deze moties gaan over de asbestregeling en een vorm van financiële tegemoetkoming. Ik hoop dat deze moties worden aangenomen.

Ik wil zelf nog de volgende motie indienen.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat er als gevolg van het extreme noodweer grote schade is ontstaan in Zuidoost-Nederland, waarvan de financiële omvang wordt geschat op 500 miljoen euro;

overwegende dat (weers)verzekeringen in veel gevallen slechts een deel van de schade dekken;

verzoekt de regering, de schade als gevolg van het extreme noodweer te inventariseren, in het bijzonder de onverzekerde schade, en te bekijken op welke wijze daaraan tegemoet kan worden gekomen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Dik-Faber. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 59 (31710).

Hiermee zijn we gekomen aan het einde van de inbreng van de zijde van de Kamer. We wachten even tot de staatssecretaris alle moties heeft.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Van Dam:

Voorzitter. De motie-Geurts c.s. op stuk nr. 52 gaat over iets waarover we vanmorgen uitgebreid hebben gedebatteerd. Ik moet deze motie ontraden, want ik kan haar niet uitvoeren. Dat heb ik vanmorgen uitvoerig uiteengezet. De Wet tegemoetkoming schade kan ik niet van toepassing verklaren, aangezien de schade waar het hier om gaat niet binnen de definitie van de wet valt. Het instellen van een noodfonds of een andere gelijkwaardige oplossing kan niet binnen de Europese kaders voor staatssteun, omdat dergelijke steun alleen kan worden toegekend in het geval van een nationale ramp zoals we die hebben gedefinieerd in de Wet tegemoetkoming schade bij rampen. Deze motie is dus niet uitvoerbaar.

Laat ik ook iets zeggen over het tweede verzoek. Ik ben de heer Geurts er wel erkentelijk voor dat hij hier nu aangeeft dat schade die verzekerbaar is niet door de overheid gedekt zou moeten worden. In het AO vanmorgen hadden we daarover nog veel discussie. Ik denk dat het goed is om te concluderen dat Kamer en kabinet daarover nu op één lijn zitten. In het geval van schade die verzekerbaar was, is het niet aan de overheid om die te vergoeden. Zelfs als een oplossing, waar de heer Geurts nu om vraagt, zou kunnen, biedt dat voor de ondernemers waar het om draait, dus ook niet zo veel soelaas. Immers, de ondernemers die de grote schade hebben, zijn ondernemers met waterschade die zich niet hadden verzekerd. Die zouden ook buiten de scope van deze motie vallen. Ik ontraad haar omdat ik haar niet kan uitvoeren.

De voorzitter:

Mijnheer Geurts, kort alstublieft.

De heer Geurts (CDA):

Ik zal mijn best doen. We hebben hierover vanmorgen een heel debat gevoerd. Schade als gevolg van water dat van onderop komt — dat heeft te maken met de grondwaterstand et cetera — is ook niet verzekerbaar. Dat wilde ik even toevoegen.

Van Dam:

Daar hebben we ook over gedebatteerd. Daarover zijn desbetreffende boeren in discussie met de twee waterschappen in de regio. Daar hebben ze claims ingediend. Ik denk dat de heer Geurts daarom in zijn motie heeft opgenomen: schade die niet verhaalbaar is. Dat is echt een dispuut tussen de boeren en die twee waterschappen. Ik heb vanmorgen gezegd dat het terecht is men daarover onderling contact heeft en over discussieert, maar dat dat verder niet ziet op de rol van de rijksoverheid.

Dan kom ik bij de motie op stuk nr. 53 van de heer Geurts, mevrouw Dik-Faber en de heer Dijkgraaf, over de sanering van asbestdaken. Die motie verzoekt om een koppeling te maken met Brabants en Limburgs provinciaal beleid en snelle sanering van asbestdaken te bevorderen door belemmeringen weg te nemen en subsidieaanvragen bij zonnepanelen te versnellen. Die lijn hanteren wij zelf ook. Ik laat deze motie graag oordeel Kamer. Omdat er wordt gevraagd om een afstemming met het provinciale beleid, vind ik dat ik haar niet kan overnemen en laat ik het oordeel aan de Kamer. Zij is wel in lijn met het beleid zoals we dat hebben ingezet.

Mevrouw Lodders (VVD):

Voorzitter, …

De voorzitter:

Ik zou willen dat omwille van de snelheid alleen de eerste indiener een vraag stelt.

Mevrouw Lodders (VVD):

Ik heb geen vraag. Ik denk dat het een heel sympathieke motie is die recht doet aan het debat. Persoonlijk zou ik er dus geen probleem mee hebben als we er niet over hoeven te stemmen en de motie wordt overgenomen.

Van Dam:

Ik gaf net aan waarom ik denk haar niet te kunnen overnemen. Zij vraagt namelijk ook om integratie met provinciaal beleid. Daar zet ik dus graag op in. Er wordt gevraagd om een koppeling te maken. Als ik haar overneem moet ik ook toezeggen dat me dat lukt; maar daarvoor moeten we echt overleggen met beide provincies. Vandaar dat ik deze motie oordeel Kamer geef. Dan is het echt het verzoek van de Kamer aan de regering en dan ga ik met dat verzoek aan de slag. Dat lijkt me in dit verband het meest zuiver.

De motie op stuk nr. 54 van de heer Van Gerven moet ik ontraden, want hij vraagt hierin om het budget op te hogen maar hij geeft daar geen dekking voor. Een motie die niet gedekt is, kan ik niet uitvoeren. In het AO vanmorgen heb ik wel gezegd dat ik de intentie deel, namelijk dat er zo veel mogelijk gebruik moet kunnen worden gemaakt van betreffende subsidieregelingen die er zowel op provinciaal als landelijk niveau zijn. Ook de staatssecretaris van I en M, die voor de landelijke regelingen verantwoordelijk is, deelt die intentie. We zullen dit dus ook in de werkgroep bespreekbaar maken om ervoor te zorgen dat er zo veel mogelijk gebruik van kan worden gemaakt.

De heer Van Gerven (SP):

Mijn motie is volstrekt in lijn met de vorige motie op stuk nr. 53, waarvan de staatssecretaris zegt dat hij het oordeel aan de Kamer laat. Daar zijn waarschijnlijk ook extra middelen mee gemoeid als je drempels wilt wegnemen en tot versnelling wilt komen. We hebben vanmorgen ook over de cijfers gesproken. Ik doe dus toch een dringend beroep op de staatssecretaris om extra middelen te realiseren als die nodig zijn. De staatssecretaris zal het mij niet euvel duiden dat ik niet spits heb om hoeveel geld het zou kunnen gaan, want dat moet natuurlijk in beeld worden gebracht. Het zou toch goed zijn als de staatssecretaris ook de intentie zou uitspreken dat hij, als dat nodig is, op zoek gaat naar extra middelen met zijn collega-bewindslieden, want het gaat natuurlijk om meerdere ministeries.

Van Dam:

Ik heb eerder gezegd dat ik de intentie zoals die ook vanmorgen door de heer Van Gerven is uitgesproken, zal doorgeleiden, ook naar de staatssecretaris van I en M, die de eerstverantwoordelijke is wat betreft landelijke regelingen. Zij heeft al aangegeven, en ik zei dat ook vanmorgen, dat we bekijken of ook landelijke regelingen hiervoor kunnen worden ingezet. Er zijn ook provinciale regelingen. Alleen de heer Van Gerven geeft met deze motie eigenlijk een soort blanco cheque. Hij zegt namelijk dat de budgetten moeten worden opgehoogd als ze niet toereikend zijn, zonder dat hij daarbij aangeeft waar het geld vandaan komt. Ik weet dat de heer Van Gerven wel vaker zo omgaat met de rijksbegroting, maar op die manier kunnen we het als kabinet natuurlijk niet doen. Op het moment dat we ergens extra geld voor nodig hebben, moet dat ook gedekt worden. De Kamer heeft ook budgetrecht. Ik vind het dus gepast dat de Kamer, als zij zegt dat ergens extra geld voor nodig is, dan ook aangeeft waar dat vandaan moet komen.

De heer Van Gerven (SP):

Nou is-ie mooi! Natuurlijk heeft de Kamer het budgetrecht, maar dat onthoudt het kabinet niet het recht om ook zelf met ideeën te komen en om een dekking te zoeken. De staatssecretaris weet als geen ander dat het voor het kabinet een fluitje van een cent is om dekking te zoeken voor dingen waar het ook achter staat. Ik nodig de staatssecretaris daar dus toch toe uit.

Van Dam:

Zowel voor het kabinet als voor Kamerleden geldt dat we niet alleen het recht hebben om ergens dekking voor te zoeken, maar dat we ook de plicht hebben om ergens dekking voor te zoeken. Het betreft namelijk allemaal belastinggeld. Maar goed, dat debat heb ik weleens vaker met de SP gevoerd. Je kunt niet alleen maar geld uitgeven en vervolgens niet zeggen waar het vandaan komt. Maar de intentie is dat we ervoor zorgen dat er zo goed mogelijk van deze regelingen gebruikgemaakt kan worden.

De heer Van Gerven zal tevredener zijn met wat ik ga zeggen over de motie op stuk nr. 55, want die wil ik graag overnemen. De inzet van het kabinet is ook dat gezonde bedrijven niet failliet gaan door de omstandigheden waarin ze terechtgekomen zijn. Die motie wil ik dus graag overnemen.

De voorzitter:

De staatssecretaris heeft aangegeven de motie op stuk nr. 55 te willen overnemen. Is daartegen bezwaar bij een of meer leden? Dat is niet het geval.

De motie-Van Gerven/Dik-Faber (31710, nr. 55) is overgenomen.

Van Dam:

Voorzitter, diezelfde vraag mag u aan de Kamer stellen over de motie op stuk nr. 56, want die motie wil ik ook graag overnemen. Er is alle ruimte voor Kamerleden om ideeën aan te dragen. Die zullen we ook in de werkgroep bespreken. Ik heb vanmorgen toegezegd dat ik regelmatig ga rapporteren. Ook de aangekondigde evaluatie van de brede weersverzekering en recente ervaringen zullen we daarbij bespreken en betrekken bij de kabinetsreactie. Ook die motie wil ik graag overnemen.

De voorzitter:

De staatssecretaris heeft aangegeven de motie op stuk nr. 56 te willen overnemen. Is daartegen bezwaar bij een of meerdere leden? Nee, dat is niet het geval.

De motie-Leenders/Lodders (31710, nr. 56) is overgenomen.

Van Dam:

Ik kom bij de motie op stuk nr. 57 van mevrouw Lodders, waarin ten eerste wordt verzocht om "bij de komende Landbouw- en Visserijraad melding te maken van de situatie in de getroffen gebieden". Ik geef mevrouw Lodders in overweging om dit verzoek uit de motie te schrappen, omdat mijn ervaring in de Landbouw- en Visserijraad is dat het landen die daar melding van maken in de eerste plaats niks oplevert — laat ik het zo zeggen — omdat er in de Raad verder geen mogelijkheden zijn om daar iets mee te doen. Ik denk dat het mevrouw Lodders erom gaat dat de Europese Commissie — dat is het tweede verzoek — ons hierbij ter wille is. Het gaat dan vooral om de directe betalingen en de vergroeningsvoorwaarden. Daarover is al contact met de Europese diensten. De Commissie heeft daarbij duidelijke randvoorwaarden. Mevrouw Lodders vraagt om flexibiliteit. Op zich is de Commissie vrij duidelijk over waaraan je moet voldoen om een beroep te kunnen doen op overmacht. Wij doen er alles aan om ervoor te zorgen dat ondernemers dat beroep ook daadwerkelijk kunnen doen, waarbij ik uiteraard zal letten op de administratieve lasten. Dat doe ik onder meer via de inzet van RVO. Het tweede verzoek is dus ongeveer in lijn met het staande beleid. Ik geef mevrouw Lodders in overweging om het eerste verzoek te laten vervallen.

Mevrouw Lodders (VVD):

Het gaat mij uiteindelijk om het resultaat, juist voor de ondernemers. Als ik de staatssecretaris goed begrijp, is het dus oordeel Kamer als ik het eerste verzoek schrap. Dan wil ik dat graag bij dezen doorgeven. Ik hoop dat dat voldoende is, voorzitter.

De voorzitter:

Prima. De motie wordt daarmee oordeel Kamer.

De voorzitter:

De motie-Lodders (31710, nr. 57) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de getroffen ondernemers gebaat zijn bij praktische oplossingen en flexibiliteit om zo snel mogelijk weer aan de slag te kunnen;

overwegende dat vanuit het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid er regelgeving kan zijn die een spoedig herstel in de weg kan staan, zoals herbemesting en het voldoen aan voorwaarden in het kader van vergroening;

verzoekt de regering, aan te dringen bij de Europese Commissie op de benodigde flexibiliteit bij de uitvoering van de wet- en regelgeving in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) en daarbij extra administratieve lasten te voorkomen,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 60, was nr. 57 (31710).

Van Dam:

Daarmee is het oordeel aan de Kamer, met de uitleg die ik zonet gaf.

In de motie op stuk nr. 58 van mevrouw Lodders en de heer Leenders wordt de regering verzocht om bij de aanpak van de werkgroep ook nadrukkelijk aandacht te besteden aan psychosociale hulp en noodzakelijke nazorg. Ook die motie zou ik graag overnemen. Dat zullen we doen. Ik meld daarbij dat ook regionaal dergelijke regiegroepen of werkgroepen actief zijn. Die zijn weer aangesloten op wat we landelijk doen. Daarbij zijn bijvoorbeeld ook de GGD en de ggz aangesloten. We doen het dus niet specifiek in de landelijke werkgroep, maar we bespreken daar ook dergelijke hulp en we zorgen ervoor dat het ook regionaal wordt opgepakt. Dat gebeurt ook al. Met die kanttekening neem ik de motie graag over.

De voorzitter:

De motie-Lodders/Leenders (31710, nr. 58) is overgenomen.

Van Dam:

Tot slot kom ik op de motie op stuk nr. 59. Dat is eigenlijk dezelfde discussie als bij de motie op stuk nr. 52. Deze motie ontraad ik dus met dezelfde argumentatie. Wat de motie vraagt, kan eigenlijk alleen via de Wts. Ik heb de Kamer aangegeven dat die wet niet van toepassing kan zijn op deze situatie.

De voorzitter:

De heer Geurts nog even, kort.

De heer Geurts (CDA):

Ik wil graag bij de motie op stuk nr. 53 mijn geachte collega Koşer Kaya toevoegen aan de ondertekenaars.

De voorzitter:

De motie zal aldus worden aangepast.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Daarmee komt er een einde aan dit verslag algemeen overleg Waterschade Zuidoost-Nederland. De ingediende moties zullen vanavond in stemming worden gebracht. Ik dank de staatssecretaris voor zijn aanwezigheid.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.